Input anbo voor het ser ontwerpadvies Toekomst Pensioenstelsel Algemeen



Dovnload 10.44 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte10.44 Kb.
Input ANBO voor het

SER Ontwerpadvies Toekomst Pensioenstelsel

Algemeen
ANBO heeft grote waardering voor het SER Ontwerpadvies Toekomst Pensioenstelsel. ANBO onderstreept de analyse van de SER dat pensioen een groot maatschappelijk goed is en dus meer dan alleen een financiële benadering verdient.
Hieronder becommentarieert ANBO de belangrijkste onderwerpen uit het SER Ontwerpadvies. In het algemeen geldt dat ANBO open staat voor nieuwe, creatieve oplossingen voor de knelpunten binnen het huidige stelsel. Tegelijkertijd constateert ANBO echter ook dat de transitievraagstukken verre van opgelost zijn. Het is de vraag welke prijs Nederland maatschappelijk bereid is te betalen voor deze transitie. ANBO vreest dat de kuren erger worden dan de kwalen.

ANBO sluit daarom niet uit dat het huidige stelsel niet wezenlijk zal veranderen, maar dat tegelijkertijd wel moet beantwoorden aan nieuwe vragen. Het zou daarom raadzaam kunnen zijn ook gewenste veranderingen binnen het huidige kader verder te onderzoeken.


Puntsgewijs heeft ANBO de volgende opmerkingen

  1. ANBO stemt in met het verder uitwerken van de Variant ‘Persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling’. ANBO is zeer geïnteresseerd in de uitkomsten van het nadere onderzoek en wijst er – wellicht ten overvloede – op de termijn waarbinnen dit onderzoek moet worden afgerond. Uit een gesprek met de staatssecretaris blijkt dat zij niet van plan is te wachten en nog voor de zomer een nota met grote lijnen naar de Kamer wil sturen. Het is niettemin aan te bevelen om het kabinet te bewegen om met het maken van keuzes te wachten tot de SER-studie is afgerond.

  2. ANBO is bij deze variant ook zeer geïnteresseerd in de transitie als de studie oplevert dat een dergelijk CDC-stelsel kan worden gecreëerd. Tot dusverre blijkt deze transitieproblematiek in praktische zin zo groot, dat de vraag is of de overgang van het huidige stelsel naar een CDC-stelsel de facto haalbaar is.

  3. ANBO heeft kennis genomen van de verkenningen rondom de doorsneepremie-problematiek. ANBO is in principe niet tegen de overgang naar een degressief stelsel.

  4. ANBO heeft waardering voor de creativiteit die is gevonden bij de diverse oplossingsvarianten voor de doorsneepremie-problematiek. Tegelijkertijd heeft ANBO ernstige twijfels bij zowel de haalbaarheid als de betaalbaarheid van de oplossingen. De kuur lijkt ernstiger dan de kwaal. De overgangstermijn van twintig jaar lost het vraagstuk van de spreiding over generaties niet op. Een overgangstermijn van vijftig jaar is dermate lang dat het de vraag is wie er nu precies geholpen is met deze oplossing.

  5. ANBO is in elk geval tegen het aantasten van de pensioenvermogens, zeker ook gezien de dekkingsgraden van de fondsen. Het huidige perspectief is dat veel fondsen pas over vijftien tot zeventien jaar het vereiste VEV bereiken. De ‘overdekkingsgraad’ die dan ontstaat is allereerst bestemd voor inhaalindexatie en het ‘opstempelen’ van pensioenen. Pas daarna zou het ‘overtollige vermogen’ wellicht kunnen worden aangewend voor het oplossen van andere problemen. ANBO vraagt zich af of het zin heeft daarop te preluderen.

  6. De variant met fondssplitsing is met zoveel risico’s omgeven dat ANBO daar de haalbaarheid niet van inziet.

  7. Varianten waarin de AOW wordt betrokken, vindt ANBO niet wenselijk. De - politieke - zekerheid van de AOW is op lange termijn niet te voorspellen. Het is dan ook ongewenst daarop te bouwen. Principieel vraagt ANBO zich af of belastinggeld cq staatsschuld voor dit tweedepijler-probleem moet worden ingezet, in concurrentie met andere nijpende problemen als zorg, arbeidsparticipatie, wonen en onderwijs.

  8. ANBO ziet op dit moment de algemeen verplichtstelling van pensioenopbouw, dus ook voor zzp’ers, als best haalbare oplossing. Dat zzp’ers in algemene zin niet veel voelen voor deze verplichting, vindt ANBO geen overtuigend argument. Immers, aan werknemers in vaste dienst wordt deze vraag niet gesteld. ANBO meent dat een level playing field voor werknemers in vaste dienst en zzp’ers gewenst is en een race to the bottom moet worden voorkomen. Zzp’ers dienen allereerst te concurreren op kennis, kwaliteit en flexibiliteit en niet op scheve tariefstelling.

  9. Het geeft te denken dat zzp’ers nagenoeg geen gebruik maken van de mogelijkheid om vrijwillig aangesloten te blijven bij hun laatste fonds. Overigens vindt ANBO dat een termijnstelling (nu tien jaar) geheel dient te vervallen, zodat tot de aow-leeftijd bij het betrokken fonds pensioen kan worden opgebouwd.

  10. Mocht een algemene verplichtstelling niet haalbaar zijn (de SER pleit er niet voor), dan is het de vraag of werknemers die op latere leeftijd (dwz na hun 45e) kiezen voor een zzp-bestaan en geen collectief pensioen willen opbouwen, wel gecompenseerd hoeven te worden. Immers, zij kunnen – in elk geval op dit moment – op ruimhartige fiscale voordelen rekenen tov werknemers in vaste dienst. ANBO ziet vooralsnog niet dat zij vanwege de pensioenonderwerpen afzien van het zzp-schap. Wellicht dat het onderzoek naar de pensioensituatie van zzp’ers ook op dit terrein meer inzicht kan verschaffen.

  11. Mocht een algemene verplichtstelling niet haalbaar zijn, zou een alternatief zijn om een opt-out-optie aan te bieden. Zzp’ers boven de 45 bepalen dan zelf of zij al dan niet willen profiteren van de huidige doorsneepremie. Wel blijven dan de eerder genoemde marktverstorende elementen in stand.

  12. ANBO denkt niet dat er juridisch problemen zijn met de huidige doorsneepremie. De deelnemers krijgen qua opbouw wat hen wordt beloofd.

  13. De dynamiek op de arbeidsmarkt hoeft in het algemeen geen groot probleem te zijn, zolang overdrachten mogelijk zijn. Wel zou kunnen worden overwogen om deelnemers bij een overstap een deel van) de buffer mee te geven.

  14. De problematiek zal in praktijk toch al voor een flink deel worden opgelost als de voorziene concentratie in de sector doorzet: met grotere fondsen zal het aantal – gedwongen – overstappen tussen fondsen navenant afnemen.

  15. ANBO stemt in met de opmerkingen omtrent de combinaties pensioen/zorg/wonen.

  16. Mbt keuzevrijheid in het algemeen gaat ANBO uit van het adagium dat pensioengeld voor pensioen is bestemd. Verdere uitwerking van keuzemogelijkheden in de uitkeringsfase is gewenst.

  17. ANBO wijst in dit verband op het recente rapport ‘De dubbelhartige pensioendeelnemer’ (NEA Paper 58, Netspar economische adviezen). In deze studie wordt het belang van keuzevrijheid nog eens gerelativeerd. Dit onderzoek, gecombineerd met eerdere rapporten, bevestigt voor ANBO dat keuzevrijheid principieel een mooi goed is, maar praktisch van minder belang.

  18. ANBO is geïnteresseerd in de mogelijkheden die pensioenfondsen op individueel gebied kunnen bieden met de keuze voor risicoprofielen. Wel waarschuwt ANBO voor de kosten (die ten koste gaan van de pensioenuitkomst). En daarnaast is de zorgvuldige begeleiding bij het maken van die keuzes een absolute voorwaarde in geval van het bieden van die keuzevrijheid.

Willem Reijn, beleidsadviseur pensioenen ANBO



Woerden, 10 februari 2015



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina