Integraal asbestprotocol Gemeente Gilze en Rijen Inhoudsopgave



Dovnload 0.91 Mb.
Pagina1/7
Datum20.08.2016
Grootte0.91 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7
Integraal asbestprotocol

Gemeente Gilze en Rijen


Inhoudsopgave
Inleiding Pagina 3

Hoofdstuk A Asbest en de Wabo + sloopmeldingen Pagina 5

Hoofdstuk B Asbest bij Calamiteiten Pagina 13

Hoofdstuk C Asbestinzameling van particulieren Pagina 18

Hoofdstuk D Asbest op of in de bodem Pagina 19

Hoofdstuk E Asbest in gemeentelijke panden Pagina 21

Stroomschema 1 Asbest binnen de gemeentelijke organisatie Pagina 22

Stroomschema 2 Vergunningverlening / behandeling meldingen Pagina 23

Stroomschema 3 Bouw- en sloopcontroles Pagina 24

Stroomschema 4 Handhaving Pagina 25

Bijlage 1 Controlelijst beoordeling sloopmelding/ Omgevingsvergunning slopen Pagina 26

Bijlage 2 Algemene uitvoeringsvoorschriften sloopmelding particulieren Pagina 29

Bijlage 3 Algemene uitvoeringsvoorschriften sloop (algemeen) bedrijven Pagina 30

Bijlage 4 Algemene uitvoeringsvoorschriften asbestsloop bedrijven Pagina 32

Bijlage 5 Stortingsbewijs milieustraat sloopmelding particulieren Pagina 34

Bijlage 6 Stortingsbewijs milieustraat blanco particulieren Pagina 35

Bijlage 7 Controlelijst asbestcalamiteit Pagina 36

Bijlage 8 Controlelijst toezicht omgevingsvergunning sloop/ melding bedrijven Pagina 37

Bijlage 9 Controlelijst toezicht sloopmelding particulieren Pagina 39

Bijlage 10 Controlelijst handhaving illegale sloop Pagina 40

Bijlage 11 Beschrijving asbestbrand (Plan van aanpak op hoofdlijnen volgens Vrom) Pagina 41

Bijlage 12 Communicatie bij asbestbranden Pagina 44

Bijlage 13 Q&A lijst asbestcalamiteiten Pagina 45

Bijlage 14 Afzetlinten Pagina 49

Bijlage 15 Procedure brandweer bij (asbest) calamiteiten Pagina 51

Bijlage 16 Procedure aannemen van asbest aan de milieustraat Pagina 56

Bijlage 17 Procedure aantreffen van asbest in de openbare ruimte Pagina 57

Bijlage 18 asbestonderzoek met een regulier bodemonderzoek Pagina 58

Bijlage 19 Procedurebeschrijving aankoop onroerend goed Pagina 60
Inleiding/ Wat is asbest?
Asbest is een verzamelnaam voor een aantal mineralen dat is opgebouwd uit microscopische kleine, naaldachtige vezels. Asbest is in het verleden vaak gebruikt om zijn goede eigenschappen: het is sterk, slijtvast, bestand tegen logen, zuren en hoge temperaturen, isolerend en bovendien goedkoop. Het materiaal werd vaak gebruikt, zoals in woningen en bedrijfsgebouwen. Voorbeelden van veel voorkomende asbesthoudende materialen zijn: golfplaten op daken van schuurtjes, in en rondom schoorstenen, CV-installaties en asbesthoudende vloerbedekking. Sinds 1 januari 1994 is het niet meer toegestaan om asbest toe te passen in bouwwerken.
Losse vezels in de lucht vormen bij inademing een serieus gezondheidsrisico. Asbest komt, ondanks dat het niet meer wordt verwerkt in materialen, in ons leefmilieu voor en kan dan ook bij werkzaamheden of het verweren van asbesthoudende materialen vrijkomen. Tot op de dag van vandaag zijn er veel asbesthoudende materialen verwerkt in gebouwen. Ook is de aanwezigheid van asbest op of in de bodem niet ongewoon, bijvoorbeeld als gevolg van een dumping of onzorgvuldige sanering. Bij bewerkingen van asbesthoudende materialen bestaat er een kans dat asbestvezels vrijkomen, zoals bij de sloop of renovatie van een gebouw. Hierdoor kunnen gezondheidsrisico’s ontstaan.
Omdat asbest in het verleden in allerlei materialen is verwerkt en daarbij ook in allerlei vormen kan voorkomen is het niet altijd eenvoudig te herkennen. In veel gevallen is monstername en analyse noodzakelijk om 100 % zekerheid te hebben of het ook daadwerkelijk om asbesthoudende materialen gaat. Hierbij is het in eerste instantie aan de slopende partij om aan te tonen dat het materiaal vrij is van asbest. Slechts in uitzonderlijke gevallen zou door de handhavende partij, de gemeente, moeten worden aangetoond dat het betreffende materiaal asbesthoudend is.
Omdat er binnen de gemeente Gilze en Rijen onvoldoende kennis was over het onderwerp asbest heeft de toenmalige afdeling vergunning en handhaving in 2009 een asbestprotocol opgesteld. Dit protocol was er op gericht om de processen met betrekking tot asbest binnen de afdeling te stroomlijnen en te standaardiseren. Ook werd er in dat protocol verwezen naar de andere afdelingen binnen de gemeente en externe handhavingpartners.
De afgelopen jaren is ervaring op gedaan met het protocol en er zijn kleine aanpassingen aan het protocol verricht. Omdat er meer afdelingen binnen de gemeente met asbest te maken krijgen was er behoefte aan een integraal asbestprotocol. Doel van dit protocol is om er zorg voor te dragen dat de gemeente Gilze en Rijen zowel als vergunningverlener, toezichthouder, beheerder openbare ruimte, coördinator bij calamiteiten en als eigenaar de juiste actie bepaalt en uitvoert.
Hoe is het protocol tot stand gekomen?

Aan de hand van persoonlijke gesprekken met de eigen toezichthouders en vergunningverleners op het gebied van bouwen zijn eerst de werkwijzen van het proces van sloopmelding en omgevingsvergunning sloop geïnventariseerd. Ook is nagegaan hoe de werkwijze is bij andere afdelingen, zij hebben stukken aangeleverd die op zijn genomen in het protocol. Daarnaast hebben er gesprekken plaatsgevonden met de inspectie van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM, tegenwoordig Inspectie Leefomgeving en transport), met de arbeidsinspectie (tegenwoordig Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid) en met het Regionaal Milieu Team van de politie en is een bezoek gebracht aan een omliggende grote gemeente (Breda). De resultaten hiervan zijn eveneens verwerkt in dit protocol.



Opzet en aanpak

In stroomschema 1 is schematisch weergegeven hoe de gemeente te maken kan krijgen met asbest en is voor onderdelen aangegeven hoe hiermee wordt opgegaan. De voornaamste gemeentelijke taken waarbij asbest een rol kan spelen voor ons als gemeente zijn:

A Asbest en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) + sloopmeldingen (VVH)

B Asbest bij Calamiteiten (VVH, BO en brandweer)

C Asbestinzameling van particulieren (BOR en VVH)

D Asbest op of in de bodem (IB/VVH evt. BOR)

E Asbest in gemeentelijke panden (FaZa en RO)

Dit protocol beschrijft de bovenstaande onderdelen A t/m E.


De genoemde onderwerpen zijn uitgewerkt in hoofdstukken. Tussen de hoofdstukken en daarmee ook tussen afdelingen liggen verschillende verbanden. Het doel van het protocol is onder andere om deze samenwerking te verduidelijken en te verbeteren.
Handhaving samenwerking

Voor een effectieve samenwerking tussen handhavingspartners is een goede verslaglegging en informatie-uitwisseling nodig. In de praktijk vraagt dit soms veel tijd en inzet van de toezichthouder. De samenwerking op het gebied van (asbest) handhaving vindt plaats op gemeentelijk niveau en met andere handhavingpartners.

Voor een goede uitvoering van de asbesttaak is samenwerking tussen gemeentelijke afdelingen en handhavingspartners nodig. Dit kan worden gestimuleerd door het toezicht en handhaven van de asbestregelgeving prioriteit te geven in het (integrale) handhavingsbeleid van de gemeente. Daarnaast zijn ook voldoende toezichtcapaciteit en middelen om dit te realiseren onmisbaar.
Geraadpleegde stukken:

-Beschrijving van het adequaat niveau gemeentelijke asbesttaken, VROM, oktober 2007;

-Landelijke Uitvoeringsmethodiek Asbestverwijderingsbesluit 2005, Infomil, juni 2007;

-Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

-Wet milieubeheer;

-Asbestverwijderingsbesluit 2005;

-Het Bouwbesluit 2012

A Asbest en de Wabo + sloopmeldingen (VVH)
Inleiding

Asbest is in het handhavingsjaarprogramma opgenomen als een aspect waar altijd prioriteit aan wordt toegekend i.v.m. de gezondheidsrisico’s. Vanwege de gezondheidsrisico’s heeft de wetgever bepaald dat er voor het verwijderen van asbest altijd een melding moet worden gedaan. In sommige gevallen is zelf een omgevingsvergunning noodzakelijk. Het doel hiervan is het waarborgen van een zorgvuldige sanering en afvoer van asbest met zo min mogelijk risico op verspreiding van asbestvezels.


Er moet een sloopmelding worden ingediend als er bij sloop naar redelijke inschatting meer dan 10 m2 sloopafval of asbest vrij komt. De melding moet ten minste 4 weken voor aanvang van de werkzaamheden worden ingediend. Onder voorwaarden is een melding 5 dagen voor aanvang van de werkzaamheden voldoende. Dit is het geval als de sloopwerkzaamheden in het kader van reparatie- of mutatieonderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd of als een particulier niet meer dan 35 m2 geschroefde asbestplaten (waarin de asbestvezels hechtgebonden zijn) en/of 35 m2 niet verlijmde vloertegels of vloerbedekking gaat verwijderen. Een sloopmelding kan tegelijk met een aanvraag om een omgevingvergunning worden ingediend.
In een aantal gevallen hoeft een bedrijf geen melding in te dienen. Dit is het geval als men geklemde vloerplaten onder verwarmingstoestellen, beglazingskit dat is verwerkt in de constructie van kassen, rem- en frictiematerialen, pakkingen uit verbrandingsmotoren, of pakkingen uit procesinstallaties onderscheidenlijk verwarmingstoestellen met een nominaal vermogen van ten hoogste 2.250 kW gaat verwijderen. Ook hoeft geen melding worden gedaan als een seizoensgebonden bouwwerk wordt gesloopt of als een last onder bestuursdwang of dwangsom is opgelegd.
Als er gesloopt wordt aan een monument of beschermd stads- of dorpsgezicht moet een omgevingsvergunning voor de activiteit slopen worden aangevraagd. Voor behandeling gelden de termijnen die in de Wabo zijn gesteld. Ook moet men na verlening van de omgevingsvergunning de wettelijke bezwaartermijn afwachten voordat men de activiteit uit mag voeren.
Uit de opzet zoals weergegeven in stroomschema 2 volgt of een vergunning of een melding noodzakelijk is. Voor het verwijderen van asbest moet nagenoeg altijd een melding worden gedaan of een omgevingsvergunning voor de activiteit slopen worden aangevraagd. In het Bouwbesluit 2012 staan de uitzonderingen hierop omschreven.
In een aantal stroomschema’s is schematisch de ontvankelijkheidtoets, het toezicht en de handhaving bij omgevingsvergunningen sloop en sloopmeldingen weergegeven:

-Stroomschema 2 beschrijft de ontvankelijkheidtoets van een melding of aanvraag, waaruit volgt of een melding of vergunning noodzakelijk is.

-Stroomschema 3 beschrijft het toezicht op de (asbest)sloop.

-Stroomschema 4 beschrijft de handhaving.


De Wettelijke basis

Verschillende wetten en besluiten regelen zaken met betrekking tot de vergunningverlening en handhaving van asbest gerelateerde zaken. In de Wabo wordt de vergunningverlening geregeld. De Wabo verwijst ook naar andere wetten en regels zoals het Bouwbesluit 2012 en Woningwet. Vanaf 1 april 2012 zijn de meest zaken rondom slopen, inclusief asbestverwijdering, geregeld in het Bouwbesluit 2012. De Wet milieubeheer en het Asbestverwijderingsbesluit regelen hoe dat in de praktijk gehandeld moet worden bij bijvoorbeeld het verwijderen en afvoeren van asbest.


Voor het toezicht en de handhaving van de genoemde regelgeving heeft de gemeente toezichthouders aangesteld. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) regelt:

  • wie als toezichthouder is aangewezen;

  • welke bevoegdheden de toezichthouder heeft.

Het gemeentebestuur kan conform artikel 125 juncto 5.21 van de Gemeentewet last onderbestuursdwang toepassen als een voorschrift uit de wet- en regelgeving voor asbestverwijdering uit bouwwerken wordt overtreden.
Op basis van artikel 5.32 van de Awb kan het bestuur er ook voor kiezen om in de plaats van een last onder bestuursdwang een last onder dwangsom toe te passen.
Een toezichthouder werkt onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur en heeft pas bevoegdheden wanneer hij is aangewezen door het gemeentebestuur.

Het gemeentebestuur is verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving van:



  • de voorschriften uit het Asbestverwijderingsbesluit 2005;

  • de voorschriften in het Bouwbesluit 2012;

  • de voorschriften die deel uitmaken van de omgevingsvergunning sloop en aanvullende voorwaarden bij de melding.

De volgende partijen zijn bevoegd om overtredingen en misdrijven van de asbest wet- en regelgeving strafrechtelijk aan te pakken:



  • algemene opsporingsambtenaren van politie;

  • boa’s van gemeenten (mits zij hiervoor zijn opgeleid, de boa’s van de gemeente Gilze en Rijen zijn hiervoor niet opgeleid);

  • boa’s van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT);

  • boa’s van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ISZW).


Aanleidingen om een locatie te bezoeken in het kader van toezicht

Er kunnen verschillende aanleidingen zij voor een bezoek aan een (sloop) locatie:



  • een voortgangcontrole van een verleende omgevingsvergunning/ een mededeling;

  • een melding dat wordt gestart met de asbestverwijdering (groene kaart of melding in mailbox);

  • een melding dat de asbestverwijdering/ sloop gereed is (blauwe kaart);

  • een (kleine) sloop/verbouwing/ een sloop die normaal is vrijgesteld van vergunning of melding;

  • eerdere overtredingen;

  • een verzoek tot handhaving of klacht (wat kan duiden op illegale asbestverwijdering)

  • een (onvoorziene) vondst van asbest tijdens een (illegale) sloop of calamiteit.

Afhankelijk van de gevaarzetting wordt er bepaald of controles op de naleving van de voorschriften van asbestverwijdering moeten worden uitgevoerd. Ook als bij de gemeente signalen binnenkomen dat sprake is van een (kleine) verbouwing en of sloop, kan men de locatie bezoeken om te kijken of geen asbest wordt verwijderd. Als in het verleden overtredingen zijn geconstateerd, een verzoek tot handhaving wordt ingediend, er klachten binnenkomen of een melding binnenkomt dat asbest is gevonden, moet de situatie altijd worden beoordeeld door de toezichthouder.
De bevoegdheden van de toezichthouder

De aangewezen toezichthouder beschikt over de volgende bevoegdheden:



  • een toezichthouder is bevoegd (onder voorwaarden) woningen binnen te treden. Voor het betreden van de woning waaruit asbest wordt verwijderd, moet een toezichthouder zich houden aan bepaalde regels. Hij moet zich bijvoorbeeld kunnen legitimeren (artikel 5.12 AWB), meedelen wat het doel is van zijn bezoek en toestemming vragen aan de bewoner. Als hij geen toestemming krijgt, mag de toezichthouder met machtiging tot binnentreding de woning toch betreden. Hiervoor gelden dan aanvullende regels (artikel 2 Algemene wet op binnentreden);

  • een toezichthouder is bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, elke plaats te betreden met uitzondering van een woning zonder toestemming van de bewoner. Zo nodig verschaft hij zich toegang met behulp van de sterke arm en hij is bevoegd zich te doen vergezellen door personen die daartoe door hem zijn aangewezen.

(artikel 5.15 AWB);

  • een toezichthouder is bevoegd inlichtingen het vorderen (artikel 5.16 AWB).

  • een toezichthouder is bevoegd van personen inzage te voorderen van een identiteitsbewijs (artikel 5.16a AWB);

  • een toezichthouder is bevoegd inzage te voorderen van zakelijke gegevens en bescheiden. Hij is bevoegd van de gegevens en bescheiden kopieën te maken. Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden, is hij bevoegd de gegevens en bescheiden voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hem af te geven schriftelijk bewijs (artikel 5.17 AWB);

  • een toezichthouder is bevoegd zaken te onderzoeken, aan opneming te onderwerpen en daarvan monsters te nemen. Hij is bevoegd daartoe verpakkingen te openen. Indien het onderzoek, de opneming of de monsterneming niet ter plaatse kan geschieden, is hij bevoegd de zaken voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hem af te geven schriftelijk bewijs (artikel 5.18 AWB);

  • een toezichthouder is bevoegd vervoermiddelen te onderzoeken met betrekking waartoe hij een toezichthoudende taak heeft (artikel 5.19 AWB). Hierbij mogen bescheiden gevraagd worden, het voertuig worden stilgehouden en laten overbrengen naar een aangewezen plaats, en lading worden doorzocht.

De toezichthouder betreedt de asbestslooplocatie normaal niet wanneer het asbest wordt verwijderd. Volgens de Arbo regelgeving is de toegang dan afgesloten en is de Deskundig toezichthouder asbestverwijdering (DTA) verantwoordelijk voor een goede uitvoering. Omdat de gemeente geen toezicht houdt op de Arbo regelgeving, is het in het algemeen niet zinvol dat een toezichthouder de afgesloten werkplek betreedt. In bepaalde gevallen kan het toch noodzakelijk zijn het werkgebied te betreden. Op dat moment moeten de juiste veiligheidsmaatregelen in acht worden genomen. Als de werkzaamheden zijn afgerond en een positieve eindbeoordeling (vrijgave) is verkregen, kan de toezichthouder de locatie altijd betreden. Er gelden dan geen specifieke veiligheidsmaatregelen voor asbest meer.


Opzet van het toezicht op Illegale sloop

Niet alle sloopwerkzaamheden worden bij de gemeente gemeld en het kan dan ook voorkomen dat asbest bij een sloop wordt verwijderd zonder dat hiervoor een sloopmelding is ingediend of een vergunning is afgegeven. Het streven is om dergelijke gevallen, illegale sloopwerkzaamheden waarbij mogelijk ook asbest vrijkomt, zoveel mogelijk op te sporen. De toezichthouders bouw werken hiervoor nauw samen met andere toezichthouders van de gemeente en alle relevante informatie wordt doorgegeven. De toezichthouders komen tijdens hun werkzaamheden door de gehele gemeente Gilze en Rijen en geven constateringen die betrekking hebben op sloop door aan de toezichthouders bouw. Bij de beoordeling van de illegale situatie maakt de toezichthouder gebruik maken van de controlelijst illegale sloop (bijlage 10).



Sloopmeldingen en vergunningverlening

Het toezicht op sloopmeldingen en omgevingsvergunningen sloop richt zich enerzijds op de procedure van het beoordelen van de melding/ de verlening van de omgevingsvergunning sloop en anderzijds op toezicht op locatie, tijdens de uitvoering van de werkzaamheden en administratieve controle.


Ontvankelijkheidtoets en beoordeling van de sloopmelding/ vergunningverlening

Bij de sloopmelding/ aanvraag van een omgevingsvergunning sloop worden diverse aspecten m.b.t. asbest gecontroleerd. Er is een beoordelingslijst voor de sloopmelding/ vergunning, zie bijlage 1

De leeftijd van het bouwwerk wordt gecontroleerd aan de hand van gegevens die beschikbaar zijn.

Bij bouwwerken van voor 1 januari 1994 is een asbestinventarisatierapport verplicht, tenzij er een vrijgave van de bouwkundige eenheid die gesloopt gaat worden overlegd wordt. Ook is een asbestinventarisatierapport niet vereist als een particulier onder de voorwaarden van artikel 1,26 lid 5 sub b van het Bouwbesluit 2012 asbest wil gaan verwijderen.

Het asbestinventarisatierapport wordt op een aantal punten gecontroleerd, onder andere:


  • of het rapport in voldoende mate betrekking heeft op het te slopen deel;

  • de actualiteit;

  • de certificering van het bedrijf;

  • de deskundigheid van de opsteller;

  • de indeling risicoklasse.

De resultaten van de toetsing worden vastgelegd in het dossier

Ook kan de manier waarop de veiligheid van de omgeving (volksgezondheid) wordt gewaarborgd m.b.t. verspreiding van asbest worden beoordeeld. Bijvoorbeeld door het beoordelen van het sloopveiligheidsplan op maatregelen om verspreiding van asbestvezels tegen te gaan.


Alleen als aan alle punten voldaan wordt is de melding volledig/ wordt een omgevingsvergunning sloop verleend. Bij twijfel over de melding/ aanvraag worden locaties bezocht. Mochten bepaalde gegevens ontbreken dan is de melding niet volledig en is er formeel geen melding gedaan. De melder moet opnieuw een melding indienen met de juiste gegevens en stukken. Bij een aanvraag voor omgevingsvergunning wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om aanvullende gegevens te overleggen. Wordt hier niet aan voldaan, dan wordt de aanvraag niet ontvankelijk verklaard.
Toezicht bij sloopmelding voor bedrijven en omgevingsvergunning

Er bestaat verschil in de regels met betrekking tot het verwijderen van asbesthoudend materiaal onder een sloopmelding voor particulieren of onder een sloopmelding voor bedrijven/ een omgevingsvergunning sloop. Hieronder wordt de procedure met betrekking tot het saneren onder een sloopmelding voor bedrijven/ een omgevingsvergunning beschreven. Niet alle genoemde punten zijn van toepassing op een sloopmelding voor particulieren.


Omdat bij saneringswerkzaamheden van asbesthoudend materiaal asbestdeeltjes vrij kunnen komen, kunnen de toezichthouders de locatie niet zondermeer betreden. Het toezicht zal zich dan ook in eerste instantie richten op die aspecten bij de uitvoering, die geen gezondheidsrisico’s opleveren voor de toezichthouders, bijvoorbeeld controle voorafgaand aan de sloop, controleren van de verplicht aanwezige stukken tijdens de sanering of controle ter plaatse nadat de vrijgave heeft plaatsgevonden. Bij de acceptatie van de melding voor bedrijven/ omgevingsvergunning sloop worden de algemene uitvoeringsvoorschriften meegezonden (bijlage 3 en 4). Hierin staan de belangrijke aandachtspunten vermeld, waaraan de houder van de vergunning zich moet houden.

Alle vergunde sloopplannen (waarbij sprake is van asbest) worden gecontroleerd. Adequaat is minstens één controle per asbestsloop of een gewogen controle:



  • tijdens voortgangscontroles worden locaties bezocht waarvoor een vergunning is verleend maar waarvan nog geen melding van aanvang is ontvangen;

  • een controle tijdens de uitvoering van de sloop (locaties waarvoor een melding van aanvang is ontvangen);

  • er vindt te alle tijden een (administratieve) eindcontrole plaats na afronding van de (asbest)sloop.


Voorbereiding

Voor het toezicht is het belangrijk dat tijdige melding van de aanvang van de saneringswerkzaamheden wordt gedaan. De data en tijdstippen van de asbestverwijdering moeten minstens twee dagen van tevoren gemeld zijn aan de gemeente door melder/ vergunninghouder.

Voorafgaand aan een controlebezoek maakt de toezichthouder een globale inschatting van de situatie die hij kan aantreffen, op basis van de beschikbare informatie, zijn ervaring en inzicht. Informatie als: aanleiding, locatie van de werkzaamheden, binnen of buiten, particulier of bedrijf, risicoklasse, veiligheidsaspecten (eigen veiligheid) worden hierin meegenomen. De toezichthouder wint informatie uit verschillende bronnen in zoals een vergunning, een melding, lopende handhavingsprocedures, eventuele klachten en de ontvangen meldingen.

In zijn voorbereiding verzamelt de toezichthouder, voor zover relevant en beschikbaar, de volgende informatie:



  • de aanleiding voor het controlebezoek;

  • de locatie van de werkzaamheden;

  • of de asbestverwijdering binnen of buiten plaatsvindt;

  • of er hechtgebonden asbesthoudend materiaal wordt verwijderd;

  • of de verwijdering wordt gedaan door een particulier of een bedrijf;

  • of het bedrijf het type asbest mag verwijderen;

  • in welke risicoklasse de verwijdering wordt ingedeeld (niet bij sloopmelding voor particulieren)

  • of sprake is van een calamiteit;

  • of de werkzaamheden zijn afgerond.

Tevens moet een eerste inschatting gemaakt worden van de maatregelen en middelen die nodig zijn voor het beschermen van de eigen veiligheid.


  1   2   3   4   5   6   7


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina