Intro We kijken naar een opvoering op de tonen van het lied “Iedereen is van de wereld” (The Scene). Welkom en inleiding



Dovnload 35.61 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte35.61 Kb.
Jebron - liturgie

Viering van 26 februari 2005 in samenwerking met “Liever Spruitjes (en Lsplus)”


Diversiteit

Hoop die leven doet

Intro


We kijken naar een opvoering op de tonen van het lied “Iedereen is van de wereld” (The Scene).

Welkom en inleiding


Na de duiding van het openigsgebeuren en het welkomstwoord door iemand van Liever Spruitjes worden de aanwezigen ook namens Jebron verwelkomd door Paul.
Ook ik wil ieder van jullie van harte welkom herten in deze viering. We vonden het zeer tof dat Liever Spruitjes en Lsplus opnieuw de vraag stelde voor een viering in deze Begijnhofkerk. We kiezen er als open en kritische christelijke gemeenschap heel bewust voor om ons niet op het eiland van het eigen gelijk terug te trekken, maar onze deuren en ramen open te gooien voor mensen die in deze tijden, waarin diversiteit op alle vlakken wordt tegengewerkt vanuit bepaalde politieke hoeken, willen, blijven werken aan een open samenleving met respect voor ieder mensenkind.

Enkde el zo kunnen wij ons geloofwaardige volgelingen noemen van Jezus Messias, die in de lijn van zijn bevrijdende God de tegendraadse weg is gegaan van alle grenzen doorbrekende liefde en recht. Daarom zeggen we ook bij het begin van iedere viering dat we hiuer samenkomen in de naam van déze God, die we aanspreken als Vader én Moeder, als Zoon en solidaire Broeder en als Geestkracht die alle muren tussen mensen onderuit haalt.

En zingen we samen het lied:
Lied om samen te zingen: Hier wordt een land gezocht (Nieuw Liedboek, p. 37)
Zal de onverdraagzaamheid overwinnen?
We beluisteren het lied van Clouseau: “Over morgen”.

Hoe vertel ik ’s avonds aan mijn kind


Dat de toekomst naar ons lacht?

Maak je geen zorgen, over morgen

Hoe verklaar je alle moord en brand

Voor een God of voor een land?

Dat baart me zorgen, over morgen
Ziet niet iedereen vandaag

We kunnen zo niet verder.

Want er is altijd die vraag:

Hoe rustig slaapt m’n kind vandaag?
En ik hoop op een nieuwe dag

En ik hoop als ik naar je lach

Dat de zon gaat stralen in je hart

En vergeet hoe de wereld strijdt

Want ik weet: daaraan komt een eind

Als je maar weet waar alles start:

De zon schijnt in je hart
Deze wereld is zo dolgedraaid

Vol van oorlog en verderf

Dat baart me zorgen, over morgen

Iedereen is zo snel opgenaaid

Enkel bezig met zichzelf

Ik maak me zorgen, zoveel zorgen
Soms word ik er stil van en verdrietig

En het is nog zo klein

Behoed mijn kind van alle pijn
En ik hoop op een nieuwe dag

En ik hoop dat met elke lach

De zon gaat stralen in je hart

En vergeet alle haat en nijd

Want ik weet: ooit stopt de strijd

Al zijn de nachten grijs en koud

Er is iemand die van je houdt




En kijk

De dag begint

En de zon die schijnt

Voor jou m’n kind
En ik hoop…”



Een gedicht: Coming out (van en door Anke)

Ik wil geen spel meer spelen


dat masker ben ik beu gedragen
en of't de tijd zal helen?
dat moet je aan de anderen vragen

ik wil gewoon mezelf zijn


geen vraag meer: wie ben ik
tot hiertoe was het niet zo fijn
een leven voortdurend in schrik

ik schreeuw het uit, het kan me niets meer schelen


mij part, mag iedereen het horen
ach zoals mij zijn er zovelen
ik ben als holebi geboren.

En eigenlijk is het niet zo speciaal


want "houden van" doen we toch allemaal?
Videoclip “Vidrar” door Sigur Ros

Schriftlezing: fragmenten uit Johannes 4


Jezus verliet Judea en ging weer naar Galilea.

Daarvoor moest hij door Samaria heen. En zo kwam hij bij de Samaritaanse stad Sichar, dicht bij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had, waar de Jakobsbron is. Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur. Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: ‘Geef mij wat te drinken.’

Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen. De vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt u, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!’ Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om. Jezus zei tegen haar:

‘Als u wist waar het God echt om te doen is, en wie het is die u om water vraagt, dan zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven.’

Omdat de vrouw niet leek te begrijpen, wat Jezus bedoelde, ging hij verder: ‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen, maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’

‘Geef mij dat water, heer,’ zei de vrouw, ‘dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik ook niet meer hierheen te komen om water te putten.’

Toen zei Jezus tegen haar: ‘Ga uw man eens roepen en kom dan weer terug.’

‘Ik heb geen man,’ zei de vrouw. ‘U hebt gelijk als u zegt dat u geen man hebt,’ zei Jezus, ‘u hebt vijf mannen gehad, en degene die u nu hebt is uw man niet. Wat u zegt is waar.’

Daarop zei de vrouw: ‘Nu begrijp ik, heer, dat u een profeet bent! Onze voorouders vereerden God op deze berg, en bij u zegt men dat in Jeruzalem de plek is waar God vereerd moet worden.’

‘Geloof me,’ zei Jezus, ‘er komt een tijd dat jullie noch op deze berg, noch in Jeruzalem de Ene zullen aanbidden. Er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Ene echt aanbidt, hem aanbidt in Geest en in waarheid. De Ene, die wij Vader noemen, zoekt mensen die hem zo aanbidden, dat ze er andere mensen van worden: barmhartig, teder en trouw als déze God zelf.

Op dat moment kwamen zijn leerlingen terug, en ze verbaasden zich erover dat hij met een vrouw in gesprek was. Toch vroeg niemand: ‘Wat wilt u daarmee?’ of ‘Waarom spreekt u met haar?’ 28 De vrouw liet haar kruik staan, ging terug naar de stad en zei tegen de mensen daar: 29 ‘Kom mee, er is iemand die alles van mij weet. Zou dat niet de messias zijn?’ 30 Toen gingen de mensen de stad uit, naar hem toe.

Overdenking


Drie beelden:

Eerste beeld, in woorden gevat.

Jezus, die alle morele conventies aan zijn laars lapt en een gesprek aanknoopt met een vrouw, die in de ogen van de goegemeente der niet mag bijhoren. Daarom komt ze water putten op het middaguur, wanneer niemand owv de hitte het huis verlaat. Ze is bevreesd voor de veroordelende blikken van haar toch zo goede stadsgenoten.

Tweede beeld: een videoclip.

Een priester, mooie witte boord, verdediger van de oude beproefde waarden en normen, die er niet in slaagt om zijn voorgeprogrammeerde ideeën los te laten en te zien dat liefde zich niet laat inkapselen in één formule. Hierdoor wordt die man met in zijn hand een tot baksteen verworden bijbel, tot een karikatuur van wie een priester zou kunnen zijn: bevestigend, teder, toekomst openbrekend, kortom een mens van hoop.

Derde beeld: uit de actualiteit. Een doodzieke paus, op het einde van zijn krachten. Van hem verschijnt nog een boek, daterend uit 1993. Wie heeft beslist tot het laten verschijnen van dit boek? De paus zelf, zijn entourage? Daarin staat geschreven: homoseksualiteit kan niet en mag niet, zeker niet wanneer mensen lichamelijk uiting willen geven aan hun oprechte gevoelen,s van liefde. Is dat de katholieke waarheid over homoseksualiteit? Misschien wel de Roomse waarheid, maar niet de katholieke, want “katholiek” betekent letterlijk: universeel, ieder mens omvattend, gericht op het geluk van allen.

En zo komen we opnieuw terecht bij het eerste beeld.

De vrouw heeft blijkbaar haar vrees overwonnen en loopt naar haar stad en roept tegen allen die het horen willen: “Er is iemand die alles van mij weet en mij toch niet veroordeelt. Integendeel, hij heeft mij laten gaan zodat ik ben uitgegroeid tot de eerste geloofsverkondiger. En dan stelt ze de pertinente vraag: ‘Zou dat niet de messias zijn?’

Hoe is de messias herkenbaar volgens deze vrouw?

Omdat hij iemand is die ruimte geeft, levensruimte, ademruimte aan wie dan ook. Ook aan déze vrouw. Of liever: zéker aan deze vrouw. En déze vrouw staat voor allen die ook vandaag dreigen uit allerlei maatschappelijke boten te vallen, bijvoorbeeld omdat ze anders zijn en “liever spruitjes” eten dan erwten en wortelen.

Als de messias dergelijke ruimtemens is, dan is het de opdracht van elke messiaanse gemeenschap – van elke kerk dus – om in haar eigen midden die ruimte te scheppen en om voortdurend aan de maatschappij de profetische vraag te stellen: scheppen jullie ruimte voor allen? Zien jullie diversiteit als een bedreiging of als een kans?

Als zich christelijk-messiaans noemende gemeenschap willen wij met Jebron deze ruimte verdedigen en deze profetisch-kritische vragen blijven stellen, zowel aan de kerk als aan de maatschappij. Dat is onze verdomde bijbelse plicht.

Hopelijk vinden we daarin bondgenoten.
Lied om partijdigheid (Nieuw Liedboek, p. 25)

Tafelgebed 3

Voorgangers

Wie hier vandaag aan tafel gaat, die moet wel weten wat hij doet.

Wie bidden wil tot deze God van Jezus


Die moet wel weten wat hij zegt.

Hij zegt dat God zelf bondgenoot is

Van arme en dakloze mensen;

Dat deze God niet gezeten is op hoge hemelse tronen

Maar zelf ontrecht is en arm, uitgebuit en monddood gemaakt

Dakloos en op de vlucht, een vreemdeling zonder thuis.



Allen

Bewust van deze uitdaging


Willen wij hier en nu onze broze handen openhouden

Het brood nemen en breken

En daarmee heel uitdrukkelijk zeggen:

Ook ik wil een nieuwe wereld

Waar brood en vrijheid is voor alle mensen.

We nemen ook de beker met wijn en drukken daarmee uit:

Ik wil een nieuwe gemeenschap van wereldwijde verbondenheid

En ik wil daaraan mijn bescheiden steentje bijdragen.



Voorgangers


Dan gaan we schoorvoetend en aarzelend Hem achterna

Die de avond voor zijn

sterven-ten-gevolge-van-zijn-keuze

heel Zijn leven samenvatte in deze tekens

van brood en wijn.

Delen van brood en wijn


Tijdens het delen van brood en wijn wordt een lied van Yasmine beluisterd:

“Is God dan toch een vrouw”

Is er een mooier woord


Een woord dat zegt hoe lief ze is

Ik zoek een beter woord

Voor hoe betoverend ze is

Ze slentert door mijn hoofd

En duwt de zomer voor zich uit

Ze is mijn ying, m’n yang

M’n ochtendzon, m’n kapersbuit
Jij die me redden wou

Is God dan toch een vrouw
Is er een zoeter woord

Een zin die zegt hoe zacht ze voelt

Misschien een mooier woord

Voor elegantie, onderkoeld
Jij die me redden wou

Is God dan toch een vrouw
Ze kent mijn geur, ik spreek haar taal

We kennen beiden het verhaal
Jij die me redden wou

Is God dan toch een vrouw”

Onze Vader



Vredeswens: ingeleid door het gedicht “Hertekreet”

Laat me toch mezelf zijn,


Zoals ik mezelf ben,

Dwing me niet meer, voor de schijn,

Diegene te zijn, die ik niet ben.

Houdt op, me te bezeren,

Door me te negeren,

Te manipuleren…

Te manoeuvreren…

Te verdrukken in m’n hoek

Terwijl ik juist wat ruimte zoek!

Laat me voelen, wat ik voel,

Uiten wat ik écht bedoel.

Laat me wenen, als ik droevig ben…

En blij zijn, als ik vreugde ken.

Dwing me niet steeds om te knikken…

En me naar jouw wil te schikken,

Wees niet mijn rem,

Zet me niet klem,

Maar geef me het recht, te spreken,

Houdt van mij, zoals ik ben,

Met m’n gaven én gebreken.

Laat me kwaad zijn, of beminnen…

Jou tonen, wat ik voel vanbinnen…


En zal ik soms falen,

Soms bezeren,

Zal ik tol betalen,

En van mijn fouten leren.

Maar doe me thans…

Niet langer pijn…

Geef me de kans…

Om mezelf te zijn?!



Voorbeden (uit map Broederlijk Delen) met als acclamatie: “Ga tot het einde der aarde” (Nieuw Liedboek, p. 12)
Wij bidden voor mensen die dor en droog zijn,

die niet meer kunnen geloven,

die niet meer hopen.

Wees hen genadig, Gij Ene, schenk hen uw zachte kracht,

uw hoop die leven doet.

Acclamatie
Wij bidden voor onze wereld met zijn

vele kale plekken,

versteende plekken,

nauwelijks een sprietje menselijkheid.

Wees ons genadig, Gij Ene,

en schenk ons creativiteit,

uw zachte kracht die water uit de rotsen slaat.

Acclamatie
Wij bidden voor onszelf, kleine en grote mensen,

op uittocht uit de zelfzucht,

op zoek naar de bron van hoop.

Wees ons genadig, Gij Ene

en schenk ons solidariteit,

uw zachte kracht, water dat leven geeft.



Acclamatie

Slotgebed


Als wij op uittocht gaan, God,

weg uit het welvaartsland, dat slavenland,

weg ook uit het land

waarin geen ruimte is voor anders-zijn en diversiteit,

dan stromen al die gedachten over

“wij zijn beter en wij weten beter”

weg als water.

Die hersenspinsels zijn dan niets meer

dan wat geklater aan de buitenkant.

Dan lachen wij erom.

En zeggen dank

En hopen op uw oneindig zachte kracht,

op levend water dat uit stenen springt.

Amen.
Slotlied: “De gedachten zijn vrij” (Nieuw Liedboek, p. 6)



Elkaar tot zegen




Praktische afspraken voor de komende weken en


uitnodiging voor nababbel in het Jebronhuis.





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina