Ip-adressen, Subnetmaskers en Subnetten



Dovnload 31.85 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte31.85 Kb.
IP-adressen, Subnetmaskers en Subnetten:
Inleiding: In een netwerkomgeving is het gebruik van de juiste ip-instellingen noodzakelijk om communicatie tussen 2 systemen mogelijk te maken. Bevinden twee hosts zich niet in dezelfde IP-range, dan is communicatie niet mogelijk. Als de IP-adressen van de hosts wel binnen dezelfde range vallen maar de subnetmaskers verschillen op een bepaald punt van elkaar, ook dan komt het voor dat er niet gecommuniceerd kan worden.

Als je als beheerder er opzettelijk voor wil zorgen dat gebruikers binnen een bepaalde IP-range niet kunnen / mogen communiceren met gebruikers in dezelfde IP-range, dan kun je gebruik maken van verschillende subnetten. In de volgende opdracht ga je stapsgewijs een aantal handelingen uitvoeren en de uitkomst daarvan bekijken. Zo zullen we achtereenvolgens kijken naar:




  • De Binaire opbouw van de IP-Adressen.

  • De opbouw van een subnetmasker.

  • Het berekenen van een subnetmasker als er gewerkt moet worden met subnetten.

  • De subnetten die ontstaan bij het lenen van een X-aantal bitjes.

Voor deze opdrachten maak je gebruik van het bijgeleverde Excel document. Het document bevat drie werkbladen. Schakelen tussen de werkbladen kan door op een van de namen te klikken die je tegenkomt na het openen van het Excelbestand. De mogelijkheden waar je tussen kunt schakelen zijn:




  • Binair & Decimaal.

  • Subnetmasker.

  • Subnetten.

Bij alle opdrachten wordt aangegeven welk werkblad je zal moeten gebruiken.


Lees voordat je begint met de opdrachten de onderstaande hoofdstukken van Cisco. (Hierin wordt de theorie behandeld.) Het doorlezen van het Cisco materiaal biedt extra informatie, maar is niet direct verplicht om de opdrachten te kunnen uitvoeren.
Versie 2.1.14

Hoofdstuk 10 van IP addresses Within the IP header tot Boolean AND Operation.


Versie 3.0

Hoofdstuk 9 Paragraaf 9.2.1 (IP Addressing) tot 9.2.8 (IPv4 IPv6)



De binaire opbouw van de IP-adressen.
Zoals je in het Cisco lesmateriaal hebt kunnen lezen wordt een IP-adres gebruikt om in een netwerk te kunnen communiceren. Om die communicatie mogelijk te maken moet er aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Zo moet er in beginsel de adressen uit dezelfde range komen, moeten de subnetmaskers zo goed mogelijk met elkaar overeenkomen en moeten de systemen fysiek (meestal met een UTP kabel) met elkaar verbonden zijn. Een IP-adres is een 32-bit combinatie van nullen en enen. Voor ons gemak gebruiken we echter niet de 32 bit binaire code maar de decimale vorm, welke verdeeld wordt in 4 gelijke stukken gescheiden door een punt.

Een voorbeeld van een IP-adres is 172.16.1.1. Dit IP-adres is opgebouwd uit decimale getallen. Deze getallen zijn voor ons makkelijk te lezen en, met wat geluk, enigszins te onthouden.

Een decimaal getal moet(zal) door de computer worden omgezet in een binaire waarde.

De opbouw van een ip adres gaan we eens bekijken met behulp van een voorbeeld. Gebruik hiervoor het werkblad Binair & Decimaal:


Wat is de binaire waarde van 172.16.100.169?
Voordat het antwoord op de vraag gegeven wordt is het van belang om te weten dat de positie van de bitjes bepalend is voor zijn waarde. Als er gekeken wordt naar 1 octet van een ip adres(1 decimaal getal) dan bestaat deze uit 8 bitjes.

Ieder bitje krijgt de waarde van 2n, waarbij de n staat voor de positie. Zie hiervoor het schema.




8e Bit

7e ­­Bit

6e Bit

5e Bit

4e Bit

3e Bit

2e Bit

1e Bit

27

26

25

24

23

22

21

20

128

64

32

16

(2*2*2=)8

(2*2=)4

2

1

Terug naar de vraag: “Wat is de binaire waarde van 172.16.100.169)


Het eerste octet van het ip-adres moet een waarde krijgen van 172.
Als we in het eerste vakje bij de waarde 128 (27) een 1 invullen dat wordt de totale waarde van het eerste octet 128. Aangezien de waarde 172 moet zijn moeten we op meerdere posities de waarde 1 invullen om in totaal op de decimale waarde 172 te komen. Als we ook op de positie van 64 een 1 zouden invullen dan wordt de waarde van 26 (64) opgeteld bij de waarde van 27 (128). Als je dit invult op het werkblad zul je merken dat totale waarde dan 192 wordt. Dit is dan al meer dan de waarde die wij willen bereiken namelijk 172. In plaats van de waarde 1 vullen we nu de waarde 0 in. Als je nu het werkblad zo invult als de onderstaande tabel dan zul je zien dat uiteindelijk de waarde van het eerste octet 172 wordt.

27

26

25 :

24

23

22

21

20

1

0

1

0

1

1

0

0

Het decimale getal 172 wordt binair 10101100.
Opdracht 1 A: Zoek uit welke binaire waarde het decimale getal 16 krijgt.

Opdracht 1 B: Bepaald de waarde van zowel het derde als het vierde octet.

Opdracht 1 C: Wat is de binaire waarde van de onderstaande Ip-adressen?


  • 192.168.1.250

  • 169.254.150.12

  • 173.15.12.23


Opdracht 1 D: Wat is de decimale waarde van de onderstaande binaire waardes?


  • 10110011.00101100.00001010.11111111

  • 01010110.10101111.01010101.01000100

  • 10100010.10001000.01000010.10010010



Het subnetmasker:

Het subnetmasker verdeelt een ip-adres in een drietal delen.




  1. Het netwerkdeel.

  2. Het host gedeelte.

  3. Het subnet

Wil je dat computers met elkaar kunnen communiceren dan moet je ervoor zorgen dat het netwerkdeel van het subnetmasker aan beide zijde hetzelfde is.

Als je een computer hebt met een ip-adres van 172.16.1.1 en je kiest voor een standaard subnetmasker van 255.255.0.0 dan zul je ook ervoor moeten zorgen dat alle andere computers in het netwerkdeel van hun ip-adres ook 172.16. moeten hebben staan.

De nullen in het subnetmasker 255.255.0.0 geven dan het hostdeel weer. Elke computer moet een uniek nummer krijgen. Bij een klasse B subnetmasker hebben je dus 2 maal 8 bit over om toe te wijzen aan computers. In totaal kunnen we dan 216 (65.535) aan computers toevoegen aan een standaard Klasse B ip-adres.


Wat zijn de standaard Subnetmaskers?

Als je in het werkblad subnetmask een 0 invult bij het aantal te lenen bits dan zal je onder in het werkblad de 3 standaard subnetmaskers zien die behoren bij een klasse A, B en C adres. Als het goed is zie je dat daar respectievelijk 255.0.0.0, 255.255.0.0, 255.255.255.0 staat voor een A, B en een C adres.

Zoals je in het lesmateriaal van Cisco hebt kunnen lezen kunnen we een netwerk ook kleiner maken door te gaan subnetten. Als je het totale netwerk in kleinere netwerken gaat onderverdelen moet je bitjes lenen van het hostdeel van het ip adres. Hierdoor kunnen er minder computers in het netwerk geplaatst worden maar kan het netwerk wel gescheiden worden.

Wat wordt het Subnetmasker als er bitjes geleend worden?

Wanneer je bij het aantal bitjes dat je wil lenen het getal 5 invult dan zie je dat de waarde van het totaal aantal subnetten dat je kunt maken verandert in de waarde 32. Het wordt 32 omdat hierbij de berekening 25 geldt.

Niet alle 32 netwerken kunnen wij als subnet gaan gebruiken. Twee van de adressen zijn in principe gereserveerd voor het netwerknummer en het broadcast-nummer. Daarom moet je van het totale aantal subnetten er 2 aftrekken. In het vakje achter maximaal aantal te gebruiken subnetten vind je dan ook de waarde 30. (32-2)
Als je ervoor gekozen hebt om 5 bitjes te lenen om deze als subnetten te laten dienst doen, dan moet het subnetmasker berekend worden. Bij het vakje “Bij het lenen van …” zie je in het geval van 5 te lenen bitjes staan dat de laatste 3 bitjes van het octet de waarde 0 moeten krijgen. De andere 5 bitjes krijgen de waarde 1. Hieruit volgt dan dat de waardes van de verschillende bitposities bij elkaar opgeteld moeten worden.
27 + 26 + 25 + 24 + 23 = 128 + 64 + 32 + 16 + 8 = 248.
In de vakjes daaronder zie je dan staan wat het subnetmasker moet worden als het om een klasse A, B en C adres gaat.

Het lenen van 1 bitje is niet zinvol.


Opdracht 2A: Wat is het subnetmasker van een Klasse A adres als er 3 Bitjes geleend worden om te subnetten?

Opdracht 2B: Wat wordt het subnetmasker van een Klasse C adres als er 6 Bitjes geleend worden?

Opdracht 2C: Hoeveel bitjes zijn er geleend als het subnetmask 255.255.224 is?
Subnetten
Nadat het subnetmasker berekend is moeten we uiteindelijk nog gaan bepalen wat de verschillende subnetten zijn. Bekijk hiervoor het werkblad Subnetten.

Als je in het vakje van “aantal bitjes lenen” een getal invult dan zul je zien welke subnetten er beschikbaar zijn voor het netwerk. In ons voorbeeld kiezen wij ervoor om 3 te gaan lenen. Als je dan de bitwaarde bestudeert valt je waarschijnlijk op dat 1 tot en met de 5 bit de waarde 0 krijgt. De waarde van de andere 3 bitjes verandert steeds tussen de 0 en de 1. De eerste mogelijkheid die wij hebben is om de waarde van het 6e bitje op 1 te zetten. Hierdoor wordt het eerste subnet, in het geval van ons voorbeeld, 172.16.32.0

De tweede mogelijkheid die wij hebben is om de het 7e bitje de waarde 1 te geven. Hierdoor zou het tweede subnet een waarde krijgen van 172.16.64.0.

Wanneer je nu verder het werkblad bekijkt zal je tevens opvallen dat het subnet telkens met een waarde van 32 toeneemt. Bij het subnetten geldt dat als je eenmaal weet wat de waarde is van het eerste subnet, dat je door het verdubbelen van het eerste subnet je automatisch ook het tweede subnet weet te vinden. Het derde subnet is dan de eerste waarde vermenigvuldigd met 3, het vierde met 4 ….


Opdracht 3A: Welke subnetten kun je gebruiken als je 4 bitjes leent? Schrijf alle mogelijkheden op. Het IP-adres is 170.10.0.0

Opdracht 3B: Wat zijn de subnetten als je 3 bitjes leent van het ip-adres 192.168.1.0?

Eindopdrachten:
Na het doorwerken van de bovenstaande oefeningen moet je instaat zijn om de onderstaande berekeningen te kunnen maken zonder dat je daarbij gebruik maakt van het werkblad. In dit geval voor de oefening mag je nog wel gebruik maken van de verschillende werkbladen.
Opdracht 4

Een bedrijf heeft de beschikking gekregen over een klasse b adres. Het adres wat gebruikt moet worden is 167.16.0.0. Er zijn 5 verschillende afdelingen. Elke afdeling moet een eigen subnet krijgen.




  1. Wat moet het subnetmasker worden? (berekening laten zien)

  2. Hoeveel bitjes moeten er worden geleend om alle afdelingen een eigen subnet te geven?

  3. Wat zijn de verschillende subnetten ? Geef daarbij tevens aan wat het broadcast en netwerk adres is.

  4. Wat is de binaire waarde van het eerste systeem op het eerste subnet dat je kan gebruiken?









De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina