IP/01/1681 Brussel, 28 november 2001 Evaluatie van de eu-economie in 2001: investeren in de toekomst



Dovnload 14.85 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte14.85 Kb.


IP/01/1681

Brussel, 28 november 2001



Evaluatie van de EU-economie in 2001: investeren in de toekomst

Nu de EU-economie een periode van zwakke economische groei doormaakt, wordt in de "Evaluatie 2001" een beoordeling verricht van de "vooruitzichten en beleidsuitdagingen in de EU" en een analyse gemaakt van vijf actuele vraagstukken waaraan Europese beleidsmakers tijdig aandacht dienen te besteden: 1) de macro-economische ontwikkelingen in de eurozone; 2) de determinanten van de investeringsgroei in de eurozone; 3) de integratie van de financiële markten in de EU; 4) mogelijke opties voor pensioenhervormingen; en 5) de micro-economische gevolgen van ICT in Europa. "Met de "Evaluatie 2001" wordt beoogd het beleid toe te spitsen op de maatregelen die nodig zijn om een langdurig, gestaag en op binnenlandse factoren steunend herstel op gang te brengen. Het is van essentieel belang dat Europa in de toekomst investeert”, aldus Pedro Solbes, het EU-Commissielid voor economische en monetaire zaken. "De "Evaluatie" verschaft de benodigde analytische achtergrondinformatie voor de diverse essentiële beleidsaanbevelingen in de globale richtsnoeren voor het economisch beleid".

Macro-economische ontwikkelingen in de eurozone

Waaraan is de sterke groeivertraging te wijten? In de "Evaluatie 2001" is uitgegaan van de najaarsprognose van 2001 van de Commissie, die vorige week is gepubliceerd en waaruit bleek dat de groeiverzwakking sterker is uitgevallen dan verwacht. De plotselinge versombering van het conjunctuurklimaat in de eurozone is hoofdzakelijk terug te voeren op twee factoren. In de eerste plaats is de economie van de eurozone ontspoord als gevolg van ongelukkigerwijze samenvallende ongunstige vraag- en aanbodschokken, waarvan er vele zich op mondiaal niveau hebben doen gevoelen en resulteerden in een synchrone wereldwijde groeivertraging. Ten tweede is de binnenlandse vraag niet veerkrachtig genoeg gebleken, ook al is de economie ongetwijfeld structureel gezonder dan een tiental jaar geleden.

Is de opflakkering van de inflatie achter de rug? In 2001 gaf de inflatie in de eurozone een krachtige opwaartse beweging te zien. Vooral onder invloed van de energiekosten en de binnenlandse voedselprijzen bereikte de inflatie in mei een piek van 3,4%, maar nadien is een gunstige kentering opgetreden. De afnemende groei, de tragere stijging van de producentenprijzen, de dalende olie- en grondstoffenprijzen en de stabiele euro zijn allemaal factoren die laten vermoeden dat deze neerwaartse tendens zich zal voortzetten. Wat de vooruitzichten op middellange termijn betreft, lijkt de Phillips-curve voor de eurozone zich op een lager niveau te bevinden dan 8 à 10 jaar geleden, waardoor ook de met prijsstabiliteit verenigbare werkloosheidsgraad lager ligt. Deze verschuiving lijkt zich te hebben voorgedaan in de aanloop naar de EMU, hetgeen kan wijzen op een verandering in de inflatieverwachtingen, die tot uiting komt in het loonvormingsproces. Ook structurele hervormingen hebben kennelijk een rol gespeeld in deze bemoedigende ontwikkeling.

Voldoet het beleidskader aan de vereisten? De beleidsmix heeft flexibel en adequaat gereageerd op de ongunstige conjunctuuromstandigheden, zonder daarom de middellangetermijndoelstellingen in het gedrang te brengen. Er werd rekening gehouden met de aard van de grotendeels symmetrische schokken en tegelijkertijd werd ernaar gestreefd het op stabiliteit gerichte kader van de EMU te handhaven. Naarmate de inflatoire spanningen afnamen en de groeivooruitzichten versomberden, werd het monetaire beleid versoepeld. Ook het begrotingsbeleid heeft een rol gespeeld bij de tempering van de groeiverzwakking. De lidstaten hebben immers gebruik gemaakt van de herwonnen manoeuvreerruimte door de automatische stabilisatoren hun werk te laten doen. Belastingverlagingen hebben tot enige versoepeling van het begrotingsbeleid geleid. De verslechtering van de overheidsfinanciën mag evenwel niet resulteren in het ontstaan van buitensporige tekorten (3% van het BBP). De actuele ontwikkeling maakt duidelijk hoe belangrijk het is zo snel mogelijk een begrotingssituatie te bewerkstelligen die op middellange termijn bezien in evenwicht is of een overschot vertoont, en tevens het voeren van een procyclisch beleid te vermijden, vooral tijdens de expansiefase van de conjunctuurcyclus. De procedures van het stabiliteits- en groeipact hebben vrij goed gefunctioneerd en worden thans verder bijgeschaafd en versterkt.

Hoe kan in de EMU worden gereageerd op het risico van oververhitting? Oververhitting in de EMU is een zeer complex beleidsvraagstuk. Gezien de problemen en gevaren die aan de theoretische beleidsoplossingen verbonden zijn, is voorzichtigheid geboden. Op korte termijn bestaat de beste beleidsreactie erin de automatische stabilisatoren te laten werken en geen procyclisch begrotingsbeleid te voeren. Daarnaast is het van essentieel belang dat een strikt toezicht wordt uitgeoefend op de financiële sector. Op middellange termijn kunnen structurele hervormingen ter bevordering van de flexibiliteit van de arbeids- en productmarkten het risico van oververhitting beperken en de economische aanpassing vergemakkelijken.

Investeren in de toekomst

Waarom is de investeringsgroei beneden de verwachtingen gebleven? Eind jaren negentig trok de economie aan en groeiden ook de investeringen in de eurozone in eenzelfde tempo als tijdens de economische expansie aan het einde van de jaren tachtig. Ondanks de hoge bezettingsgraad van het productievermogen en de interne groeidynamiek in de eurozone bleek de investeringsgroei echter niet opgewassen tegen de recente ongunstige economische schokken. Ook wanneer de investeringen in de eurozone over een wat langere periode worden bezien, is er sprake van een teleurstellende ontwikkeling in vergelijking met de VS en met de vorige investeringscyclus. Een onderzoek van de determinanten van de investeringen wijst uit dat de tegenvallende ontwikkeling niet aan de macro-economische basisvoorwaarden kan worden toegeschreven. Volgens de tot dusver beschikbare gegevens zouden de enigszins flexibeler product- en arbeidsmarkten de investeringsneiging veeleer moeten doen toenemen. Daarenboven spelen vooral voor ondernemingen uit de ICT-sector goed ontwikkelde financiële markten, en met name aandelenbeurzen, een belangrijke rol bij de financiering van investeringen.

In hoeverre zijn de financiële markten in de EU geïntegreerd? Er tekent zich een geleidelijke integratie af van de financiële markten in de EU. Dit proces komt tot uiting in homogenere markten, een consolidatiegolf in de financiële sector en de opkomst van nieuwe en innovatieve producten en technieken. Vanaf 1999 valt een versnelling in dit omschakelingsproces waar te nemen onder invloed van de euro. Dit is reeds merkbaar op de voornaamste financiële markten, bij de belangrijkste financiële intermediairs en in de marktinfrastructuur.

Uit de recente ontwikkelingen in de onderscheiden marktsegmenten blijkt evenwel dat de integratie niet in elk marktsegment even ver gevorderd is en dat de integratie van de markten als geheel verre van voltooid is. Aangezien de integratie van de financiële markten belangrijke economische voordelen oplevert, is het bevorderen van dit proces een hervormingsprioriteit. Ondanks het feit dat in een aantal afzonderlijke dossiers bemoedigende vorderingen zijn gemaakt, moet de totale vooruitgang bij de tenuitvoerlegging van het Actieplan voor financiële diensten (APFD) veeleer als langzaam worden bestempeld. Het gevaar is dan ook niet denkbeeldig dat de uitvoering van het APFD achterop raakt op het schema. Tegen de achtergrond van een vertragende economische groei en een onzeker financieel klimaat moet thans sneller vooruitgang worden geboekt. Elk teken van een verminderde vastbeslotenheid van de lidstaten om het integratieproces tot een goed einde te brengen, zou het vertrouwen van de financiële markten ondermijnen. Drie prioritaire maatregelen op dit gebied zijn: de versnelling van de tenuitvoerlegging van het APFD; de goedkeuring van de voorstellen van Lamfalussy inzake de regulering van de effectenmarkten in de EU; en de invoering van passende regelingen voor het grensoverschrijdende financiële toezicht.



Welke opties staan open voor de hervorming van de pensioenen? De vergrijzing zal uitdagingen met zich meebrengen voor het begrotings- en arbeidsbeleid, het beleid ten aanzien van de financiële markten, de economie als geheel en de sociale cohesie. Ondanks het grote aantal hervormingen die de lidstaten tot aan het einde van de jaren negentig hebben doorgevoerd om de problemen van de veroudering van de bevolking op te vangen, blijkt uit de recentste ramingen van het effect van de vergrijzing op de groei en de overheidsuitgaven dat verdere hervormingen noodzakelijk zijn. Deze hervormingen dienen niet alleen gericht te zijn op het waarborgen van de houdbaarheid van de begrotingssituatie, maar ook op het verbeteren van de economische-groeivooruitzichten en het garanderen van een evenwichtige inkomensverdeling. Beleidsmaatregelen die aan deze drie belangrijke doelstellingen voldoen, zijn echter bijzonder moeilijk uit te werken en uit te voeren omdat de economische, sociale en politieke overwegingen niet altijd op elkaar aansluiten. Uit simulaties met behulp van modellen blijkt dat een verhoging van de effectieve pensioenleeftijd de hervormingsoptie is die het grootste effect sorteert. De groei wordt gestimuleerd, de druk op de begroting wordt gereduceerd en de politieke duurzaamheid van de inkomensverdeling kan worden verzekerd. Voor de begroting levert dit het voordeel op dat de overheidsuitgaven voor pensioenen jaarlijks met ongeveer 1 procentpunt van het BBP teruglopen voor elk extra gewerkt jaar voor de pensionering. Wat de voor de regeringen openstaande keuzemogelijkheden inzake het te hanteren pensioenstelsel betreft, blijkt uit de simulaties dat een gedeeltelijke overschakeling op een kapitaaldekkingsstelsel de voorkeur verdient boven een volledig omslagstelsel (momenteel het meest gangbare stelsel in de EU) of een volledig kapitaaldekkingsstelsel. De kosten en baten van een gedeeltelijke overschakeling op een kapitaaldekkingsstelsel moeten echter zorgvuldig tegenover elkaar worden afgewogen.

Welke zijn de micro-economische gevolgen van ICT in de EU? Ondanks de recente gebeurtenissen op de aandelenmarkten en de economische neergang blijft de technologische ontwikkeling onverminderd de drijvende kracht vormen achter de forse toename van de investeringen in de ICT-sector. Het lijdt thans weinig of geen twijfel meer dat de ICT in de jaren negentig een aanzienlijke bijdrage heeft geleverd aan de economische groei, al viel deze bijdrage geringer uit in de EU dan in de VS. De ICT-revolutie moet overigens nog haar grootste vruchten afwerpen in de vorm van organisatorische verbeteringen in de sectoren die van ICT gebruik maken. De aankoop van geavanceerde ICT-systemen volstaat echter niet om optimaal van de ICT-ontwikkelingen te kunnen profiteren.

Het is tevens van essentieel belang dat aanvullende investeringen in organisatorische veranderingen en menselijke hulpmiddelen plaatsvinden. Vooral laatstgenoemde investeringen zijn van kapitaal belang om in basisvaardigheden op het gebied van de informatiemaatschappij te voorzien en ervoor te zorgen dat werkgevers, sociale partners en individuele personen op passende wijze worden aangemoedigd in een doelgerichte opleiding te investeren.



http://europa.eu.int/comm/economy_finance/publications/european_economy/the_eu_economy_review2001_en.htm





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina