Is vertrouwen je ruggelings achterover laten vallen in een groep mensen?



Dovnload 297.99 Kb.
Pagina1/6
Datum18.08.2016
Grootte297.99 Kb.
  1   2   3   4   5   6

april 2005 - editie 9

Non, je ne regrette rien...

Wat is vertrouwen?
Is vertrouwen je ruggelings achterover laten vallen in een groep mensen?
Is vertrouwen geblinddoekt achter het stuur van je auto kruipen?
Is vertrouwen alle verkeersborden weghalen en het verkeer zichzelf laten regelen?
Is vertrouwen iemand de andere wang toekeren?
Is vertrouwen de intimiteit met wat er is?
Is vertrouwen nergens spijt van hebben?

De vragen klinken wellicht boeiender dan de antwoorden. Toch kan het zoeken naar een antwoord, zich ontrafelen als een aantrekkelijk en smakelijk verhaal, dat verteld en gehoord wil worden. Woorden en verhalen kunnen zo elke keer weer opnieuw geboren worden, fris van zin.


Een andere optie is het verhaal meteen in het verdwijnputje van de eenheid af te voeren en het belang van verhalen als onzin weg te wuiven met de opmerking dat het toch allemaal maar illusie is.
Maar zeg dat maar eens tegen je buurman bij een spannende film, als je in de bioscoop zit... Ook al is het illusie, daarmee is niet gezegd dat je ‘je’ levensverhaal dient te ontkennen, maar eerder dit te leven alsof het leven ervan afhangt. Dat is toch Zijn?

Kan 'vertrouwen' een sleutelwoord zijn op de (schijnbare) weg naar die uitdrukking van het zijn, die je (al) bent?’ Dat was de onderzoeksvraag waarmee we in de figuurlijke zandbak heerlijk luchtkastelen hebben gebouwd.
In deze Amigo tref je diverse sprekers, schrijvers en leraren aan, die elk weer op eigen wijze op het woord vertrouwen ingaan en het nader verkennen:
- Wolter Keers aan de hand van een parabel over de ijsberg
- Jan van Delden over vertrouwen in zijn leermeester Wolter
- Douwe Tiemersma over moed en vertrouwen
- Osho: ‘Vertrouwen is egoloos’
- Hans Laurentius: 'Hoe kun je jezelf nou niet vertrouwen?’
- Leo Hartong: Vertrouwen is eerder een beschrijving dan een voorschrift

En verder: Nathan Gill - Charlie Hayes (ooit in de top 10 van het Formule 1 racen) – Almaas - een column van D. de Doener - Douglas Harding, die zoals Maarten Luther zijn traktaat van de elf bevrijdingswegen op de deur van het ultieme heilige huisje (het ego) nagelt en een verslag van een ‘Amigo-rond-de-tafel-gesprek’ over ons thema.

Ik ontkom er niet aan om hier één van mijn 'all time favorite' songs aan te halen: ‘Have a little faith in me’ van John Hiatt. Weliswaar een liefdesliedje - maar als je het zoals zo veel lovesongs leest als de liefde tussen Zijn en schijnbaar-zijn, valt er ineens een ander licht op...

Have a little faith in me

When the road gets dark


And you can no longer see
Just let my love throw a spark
And have a little faith in Me
And when the tears you cry
Are all you can believe
Just give these loving arms a try
And have a little faith in Me

Have a little faith in Me


Have a little faith in Me

And when your secret heart


Cannot speak so easily
Come here darling, from a whisper start
And have a little faith in Me
And when your back ís against the wall
Just turn around and you, you will see
I will catch you, I will catch your fall
Just have a little faith in Me

Have a little faith in Me


Have a little faith in Me

Cause I’ve been loving you, for such a long, long time


Expecting nothing in return
Just for you to have a little faith in Me
You see time, time is our friend
Cause for us, there is no end
And all you gotta do, is have a little faith in Me
I will hold you up, I will hold you up
And your love, gives me strength enough to
Have a little faith in Me
Hey all you gotta do for Me
Is have a little faith in Me

[Kees Schreuders]

inhoud:
De IJsberg
[Wolter Keers]

• Een kwestie van vertrouwen


[interview met Jan van Delden]

• Vertrouwen bedriegt niet


[Osho]

• De werkelijkheid
[interview met Douwe Tiemersma]

• Geen vertrouwen zonder ik


[interview met Hans Laurentius]

Already awake


[Nathan Gill]

• de hardnekkige zoektocht van een idioot


[interview met Charlie Hayes]
synthese tussen spiritualiteit en psychologie
[Almaas]
Elfvoudige bevrijding
[Douglas Harding]
Zelf-Vertrouwen
[interview met Leo Hartong]
Waarom oefenen als je kunt vieren?
[column van D. de Doener]
rond vertrouwen
[de Amigo tafel]




D e  IJ s b e r g

H
et volgende sprookje komt uit Yoga Advaita (nr. 3 - 1981), het tijdschrift dat onder redactie van Wolter Keers verscheen. Het is onduidelijk of dit artikel door Wolter zelf is geschreven, want de ondertitel vermeldt waarschijnlijk met een knipoog: 'Uit de apocriefe verhalenbundel - Jij bent 'm - door Sam S. Kara.
De geest en mentaliteit van Wolter klinken er echter helder in door, daarnaast sluit het verhaal indirect aan op het thema 'vertrouwen'. Genoeg reden om het in deze Amigo met jullie te delen.


hoe het begon

Ver naar het Noorden, daar waar 's winters de zon niet opkomt, brak met krakend geraas een nieuwe ijsberg van de witte gletsjer en stortte schuimend in de zee. Hij kantelde twee keer om, schudde zich, keek om zich heen, tuurde onder zich en begon direct met alle kracht te drijven. Het was wel een indrukwekkend gebeuren geweest, dit losbreken, maar echte angst had hij eigenlijk niet gevoeld want zijn ouder - de witte gletsjer - had hem grondig voorbereid op wat hem hier te wachten stond.

'Straks, mijn jongen', had de wijze gletsjer gezegd, 'kom je in de harde ijsbergenmaatschappij en begint de strijd om het bestaan. Daar moet je je mannetje staan, je zegje weten te doen, de kaas niet van je brood laten eten en een plaatsje onder de zon veroveren. Let dus goed op, doe je best maar voorál... denk er vooral om, dat je direct als je los bent en weer rechtop kunt staan, meteen begint te drijven en dat je daar onder geen beding mee ophoudt, tot je laatste splinter aan toe. Want doe je dat niet, kun je je niet drijvende houden... wel, kijk maar eens onder je, straks, in die peilloze donkere diepte, waar nog nooit een ijsberg van terug is gekomen. Als je ook maar één moment ophoudt met drijven, stort je daarin en dan ben je voorgoed verloren!'

drijven om te overleven

Dit alles was goed tot de nieuwe ijsberg doorgedrongen en dus ging hij direct driftig aan de gang. Hij dreef uit alle macht... en waarachtig, hij viel niet in die donkere afgrond onder hem, waar hij vaag de scherpe pieken van diepe ravijnen kon onderscheiden, die hem zeker tot splinters zouden vermorzelen, als hij ook maar even zou ophouden zich drijvende te houden; precies zoals zijn ouder hem had voorspeld.

En dus botste hij met alle macht tegen de andere ijsbergen om hem heen om zijn plaatsje te veroveren, probeerde een of meer van die leuke, ronde ijsbergen te bewegen bij hem in de buurt te blijven, zorgde ervoor dat hij niet omkantelde als de storm om hem heen loeide en dreef al gauw, statig en zelfverzekerd, naar een stille bocht van de rotskust waar de Wijze Oude IJsberg les gaf aan nieuwelingen.

vrije keuze

'Wij ijsbergen', zo sprak hij, 'zijn de hoogste trap van de beschaving, want wij hebben, als enigen, het zgn. Vrije Drijfvermogen, dat wil zeggen dat wij zelf kiezen en bepalen waarheen wij willen drijven. Dat kunnen de anderen niet - kijk maar eens onder je, daar zie je de vissen willoos heen en weer schieten, gedwongen voedsel te zoeken en te paren. Maar drijven zie je ze niet. Net zo min als de vogels boven je, die door elke bries heen en weer gesmeten worden. Maar wij, wij gaan waar we willen.

Let maar eens op, straks in het voorjaar willen we opeens allemaal naar het zuiden drijven - zo tegen de tijd dat de Noordenwind opsteekt - dat is een machtig en majestueus bewijs van onze superioriteit. En later, dan kiezen sommigen ervoor naar het Westen te drijven, daar waar we de Oostenwind ontmoeten, terwijl anderen weer liever naar het Noorden drijven als we de warme Golfstroom voelen. Zo vrij als een ijsberg! Natuurlijk, je moet wel weten wat je wilt, je moet kunnen kiezen en een zelfstandige ijsberg zijn, die weet waar het Noorden en het Zuiden liggen - anders drijf je maar wat rond. Gelukkig hebben jullie ons, de Wijze IJsbergen, om jullie alles te leren wat je nodig hebt.'

Met gespitste ijsoortjes hadden de nieuwelingen alles aangehoord en trots keken ze om zich heen - wij, Vrije IJsbergen, heersers der schepping, niet gek hoor!

Maar daar vroeg een klein timide stemmetje plotseling: 'Oude Wijze, wilt u ons niet wat meer vertellen over het Water?' Het werd heel stil onder de ijsbergen en de Oude Wijze keek streng en plechtig - Het Water, o jee, dat was een van die dingen waar je maar niet zo over sprak, dat was een Heilig Ding en zeer geheimzinnig.

'Het Water', zei de Oude Wijze ernstig, 'is het grootste mysterie dat wij kennen, maar ik zal jullie doorgeven, zoals dat van generatie tot generatie is gegaan, wat wij ervan weten.'



goed je best doen

'In onze oude boeken staat dat er ergens, heel ver weg - er staat 'in de hemelen', maar niemand weet goed wat dat is - een gebied is waar wij ijsbergen niet meer zo uit alle kracht behoeven te drijven en toch niet in de afgrond storten, waar vrede rust en vreugde heerst en waar wij eeuwig kunnen blijven ronddobberen. Als je hier boven goed je best doet, luistert naar wat de oude boeken en de Oude Wijzen zeggen, dan kom je - nadat je in de afgrond bent gestort - in het Water terecht, tenminste dat geloven we. Er zijn wel eens ijsbergen geweest die beweerden, dat je het Water kon zien terwijl je nog dreef - maar die hebben onze voorvaderen toen verpletterd, want het was al te gek wat die zeiden: wij zouden allemaal een soort afgietsel of evenbeeld van het Water zijn of zoiets. Sommige oude boeken spreken met verering van deze dwazen en er staat ook in beschreven wat je allemaal moet doen om uiteindelijk tot Water te worden.'

'Wat dan?', vroegen de jonge ijsbergjes nieuwsgierig.

'Wel, er zijn een heleboel regels waar we het in de loop van de tijd wel over zullen hebben: Je moet altijd aardig zijn tegen je mede-ijsbergen, je mag ze niet wegduwen of kapotmaken, je mag geen ronde ijsbergen van elkaar afpakken en zo nog meer. Je moet hard aan jezelf werken - alle scherpe kanten moet je eraf stoten en je moet proberen, een helemaal vierkante ijsberg te worden - een kubus, zogezegd. Pas als je een kubus bent, ben je volmaakt en kun je tot Water worden. Maar vooral, en dat is héél belangrijk, mag je geen zonden op je laden.'

'Wat zijn dat, zonden, Oude Wijze?' vroeg er een.

water worden

'Kijk, dat zit zo: van tijd tot tijd valt er, zoals jullie weten, iets uit de lucht op ons ijsbergen: sneeuw en regen noemen we dat. Wel, sneeuw is heel zondig en slecht: dat moet je zo vlug mogelijk van je afschudden of afkrabben. Maar regen, dat is heel goed, dat is deugd. Houd dat zo goed mogelijk vast, want wie het meeste regen heeft, wordt het eerst tot Water, onthoud dat goed!'

De jonge ijsberg was helemaal confuus van al dit nieuws en ging weldra driftig aan het werk, want hij wilde toch wel heel graag Water worden en niet kapot vallen op de rotsen in de afgrond. Maar moeilijk was het wel - als hij probeerde, een scherpe kant van zichzelf af te stoten, kwamen er twee voor in de plaats. Als er sneeuw op hem viel, veranderde dat direct in ijs en kon hij het verschil niet meer zien met regen, die hij bijna niet kon vasthouden, zo snel stroomde het van hem af.

Met al dat geploeter was het voorjaar geworden en de Vrije IJsbergen waren verder naar het Zuiden gedreven; de nieuweling was erin geslaagd een klein kommetje regen boven op zijn kruin te verzamelen en hij moest goed oppassen dat het niet weer wegstroomde.



een bijzondere vraag

Toen, op een stralende morgen, streek er een grote witte vogel op hem neer en dronk wat uit de regenplas. 'Hé, blijf af, ik heb al zo weinig en anders word ik nooit Water!' mopperde de ijsberg. Maar de witte vogel keek hem strak aan met zijn pientere, bruine oogjes en zei: 'Water ligt op water ligt op water, waarom heb je zo'n dorst?', sloeg zijn vleugels uit en verdween.

De ijsberg was met stomheid geslagen: hij kon er geen touw aan vastknopen. Het is toch zo dat sneeuw en regen op mij, de ijsberg, valt, die drijft boven de afgrond - zo was het toch en de vraag van de vogel sloeg op niets... of toch? Hij analyseerde en vergeleek met wat hij al wist, zocht verborgen symbolen, mompelde de zin dagenlang in zichzelf, trachtte te begrijpen: niets hielp. Zijn vrienden lachten hem uit, toen hij het verhaal vertelde en de Oude Wijze fronste zijn witte wenkbrauwen: 'Geen onzin, alsjeblieft, wat weet zo'n domme vogel er nou van af? Zorg liever, dat je de sneeuw van je rug kwijtraakt en denk er maar verder niet over na.'

Maar de zin liet hem niet los. In zijn wanhoop dreef hij steeds verder van de anderen af, dag en nacht bezig met de vraag: 'Water ligt op water ligt op water, waarom heb je zo'n dorst?'

Zo dreef hij op een vroege ochtend, stil in de afgrond kijkend, alleen op de kalme zee. Plotseling keek hij op: daar, vanuit de diepte, rees een vuurrode bal omhoog, die zich een moment lang volmaakt weerspiegelde - in de regenplas, zijn ijspantser en de afgrond; alles was gouden zonlicht om hem heen.

En daar viel, als in een bliksemschicht, alle vragen, ploeteren en angst van hem af en wist hij met volmaakte zekerheid: 'Water ligt op Water ligt op Water, waar is de dorst?' Een diepe ontspanning overviel hem - alle moeite om te blijven drijven viel weg en hij verdween in totale stilte.



anders dan anderen

Lange tijd daarna - of was het maar even? - stak er een briesje op en dreef hem terug naar zijn mede-ijsbergen. Bijna niemand merkte iets bijzonders aan hem op - ijsbergen letten in het algemeen niet zo goed op elkaar, daarvoor hebben ze het te druk met zich drijvende te houden - en het leek wel, of er niets veranderd was. Maar voor hem was alles veranderd. Na verloop van tijd viel het een enkele gisse ijsberg op, dat zijn buurman kennelijk geen enkele moeite meer deed om een kubieke ijsberg te worden en ook liet hij sneeuw en regen over zich heen waaien en stromen, alsof het er niet toe deed en alsof er geen verschil tussen was. Sommigen stelden hem daarover vragen; meestal glimlachte hij maar wat en gaf een antwoord dat hem aanstond en dat zij konden begrijpen; de enkeling die dóórvroeg nam hij stap voor stap mee naar zijn ervaring.



Alleen de witte zeemeeuw en een enkel kinderijsbergje merkten op, dat hij tussen alle anderen dreef alsof hij een van hen was - maar dat hij geen enkele moeite meer deed om zich drijvende te houden, dat hij moeiteloos en zonder inspanning voortdreef op de stroming van het Water, de enige werkelijke Vrije IJsberg.

Een kwestie van vertrouwen

In zijn boek: TERUG VAN NOOIT WEGGEWEEST schrijft Jan van Delden:
In tegenstelling tot Odysseus volgde ik de weg van de hoofdzoeker, die het makkelijker vindt om de moeilijkste weg te nemen en niet het voor mij toen vage pad van overgave, zoals hartzoekers doen. Wolter Keers - Circe in het verhaal van Odysseus - vertelde mij hoe het thuiskomen via de weg van de hoofdzoeker eruitziet en gaf me een geheel nieuwe kijk op wat Jan met zijn wereld wérkelijk is.


Wolter legde uit dat hij in India van zíjn mentor geleerd had, dat we de waaktoestand, de droom en de droomloze slaap (waarvoor Charybdis symbool staat), niet door een persoonlijk getuige zijn volgen, zoals het denken het beweert, maar juist via het onpersoonlijk getuige zijn. Dat is de meest directe manier van naar huis gaan. Het is natuurlijk bijzonder dat uitgerekend ik de - volgens mij - enige man in Nederland die deze weg kende, mocht ontmoeten. Niet dat ik het als genade zag, hoor! Ik dacht toen iemand te zijn die überhaupt niets en niemand vertrouwde en kwam er pas jaren later achter dat je zoiets als vertrouwen niet kunt 'doen'. Het overkomt je.



In de keuken van zijn huis in het Franse La Roussellie duurt het even voordat Jan zich het thema 'vertrouwen' eigen maakt dat ik hem probeer te slijten. Tijdens het gesprek consumeert hij als ontbijt een pannetje havermout om zijn conditie op peil te houden. Eén en ander lijkt irrelevant in dit verband, maar praten over advaita kan onder alle omstandigheden en maakt het vatten daarvan wel zo vanzelfsprekend en 'natuurlijk'.

Jan: Jantje kan, kon en zal ook nooit iets met het woordje vertrouwen kunnen hebben. Zijn hele leven stond in het teken van niemand vertrouwen, en uiteindelijk is het zien dat Jantje het vertrouwen nooit kan bereiken maar Ik wel de ontknoping. Ik kan achteraf echter wel zeggen dat ik door mijn leermeester Wolter Keers voor het eerst vertrouwen kreeg dat er kennelijk toch een nooduitgang was in de ellende waarin ik meende te leven.



Vertrouwen in de persoon Wolter?

Ik heb Wolter natuurlijk tot het uiterste getest maar ik kon niets vinden om het tegendeel van zijn woorden te bewijzen. Dat heeft mij uiteindelijk het vertrouwen - ik spreek liever van overgave - gegeven: dat wat hij zei, wel waar moest zijn. Het heeft me gebracht op het punt dat ik daardoor serieus ging kijken en onderzoeken.

Wolter liet me zien dat er een volkomen abstractie van het onpersoonlijke getuige-zijn bestond, buiten het begrijpen om van Jan, terwijl hij als Wolter tegelijkertijd gewoon normaal deed. Hij was in de wereld als persoon zelfs nog beter dan ik, want hij dorst dingen die ik zelfs niet durfde. En ik was zo naïef dat ik echt geloofde dat ik alles durfde! In de wereld gezien waande ik mij gewoon de keizer. Ik kon iedereen gelijk doorzien: alles gaat alleen maar om hebben en uiterlijk vertoon. Wolter was de eerste die me op alle gebieden ver vooruit was, in de zin dat hij de dingen deed zonder enige weerstand - hij was gewoon zo. Ik had ook niet echt een gevecht of sporen van jaloezie met hem want ik was, door de schoonheid van zijn natuurlijkheid, bij voorbaat kansloos

Noem eens een voorbeeld.

Dat is moeilijk omdat het vaak subtiel lag verscholen. Hij ging bijvoorbeeld met me winkelen en begon dan zomaar met het kassameisje te praten! Nou dat kon ik niet, ik kon niet zomaar, zonder reden, in het openbaar met iemand gaan praten ... Of hij probeerde mij op een gegeven moment te plagen door me te verleiden een naaktfoto van me te willen nemen in een openbaar park waar andere mensen rondliepen - dat ging tegen alles in! Naakt fotograferen is als nudist geen punt. Ik zei: okee ik kleed me wel uit achter dat bosje. Nee, zei hij, daar waar al die mensen lopen! Begrijp je, hij probeerde steeds door al mijn taboes en weerstanden heen te breken.


Het doorbreken van het geloof dat je een persoonlijkheid bent gaat buiten je verstand om en daarom moet je meestal eerst een leermeester ontmoeten die je dat duidelijk maakt. Aan de ene kant vond ik Wolter wonderbaarlijk en aan de andere kant zei mijn hoofd: pas op hè! Je moet niemand vertrouwen, want je wordt toch altijd in de maling genomen.

Vertrouwen heeft dan toch ook te maken met hoe je bent opgevoed?

Ja, dat geloof geboren te zijn met een moeder en een vader in een wereld, moest bij Wolter gebroken worden. Alle dingen die ik in de wereld niet moest vertrouwen stonden allemaal op scherp toen ik Wolter ontmoette.


Ik was afgestudeerd in afweer. Er was niemand die door mijn muur heen kwam. Ik had meteen door dat ze het over hun eigen straatje hadden en alleen maar probeerden te graaien. Je gelooft toch niet dat de mensen _ en ik heb het dan ook over mijn eigen Jantjes en politici en directeuren van organisaties en bedrijven - het over iets anders hebben dan over hun eigen portemonnee of machtkick?
Zo keek ik naar alles en bij Wolter heb ik voor het eerst de mogelijkheid herkend dat er iets bestaat, dat je geluk kunt krijgen zonder dat je geld nodig hebt of dat je daar ellebogenwerk voor hoeft te doen, ja zelfs zonder een ervaring nodig te hebben!

Hij was de enige mens die ik kende die iets had wat ik echt zocht. In het begin als je het romantisch bekijkt is hij een soort superpapa. Pas later kwam ik er achter dat het een heel andere wending kreeg... Wolter wilde best mijn pappie spelen maar dan moest je daarvan wel de consequenties onder ogen zien. Bijvoorbeeld dat hij dan over enge dingen mocht praten. Hij benoemde dan alles waar je bang voor was, de dood bijvoorbeeld en dat vond ik niet prettig. Niemand wil praten over enge dingen. Wolter kon dat met gemak en hij wist het zo te spelen dat hij je enerzijds confronteerde met de tijdelijkheid van alles, maar tegelijk met de boodschap kwam dat het je zal bevrijden als je het allemaal onder ogen durft te komen. Zo ging hij alleen om met mensen die dicht bij hem stonden en echt vroegen om over de grens te gaan van een wereld waarin een denkende hoofdrolspeler acteert. Tegen een ander deed ie dat weer niet en reageerde hij volkomen anders.



Jan neemt even een zijsprongetje - een vertrouwd handelsmerk voor wie hem kent - naar de ogenschijnlijke wisselvalligheid van goeroes/leermeesters etc.

Als je deze sport moet doen merk je wel dat je tegen de een zo bent en de ander zo. Dat gaat overigens gewoon vanzelf. Als je bezig bent een jeneverbes te plukken, trek je toch ook gewoon handschoenen aan? Je past je vanzelf aan. Op een gegeven moment merk je dan dat dat aanpassen ook vanzelf gebeurt, het is ook niet iets wat een Jantje doet. Het vertrouwen dat Wolter uitstraalde in het gewone leven is op een gegeven moment mijn vertrouwen geworden. En wat betekent dat? Moeiteloos doorzien dat alles door het bewustzijn geregeld wordt. Er is geen sprake meer van vertrouwen want alles lost zich op, alles is bewustzijn...

De zoekers denken eerst het vertrouwen nodig te hebben om hun gedachten te kunnen passeren en te zien wat er gebeurt zonder dat er iets zou moeten gebeuren. De persoon zegt de hele dag: ik zou het zo en zo moeten hebben om gelukkig te worden en tja... (zucht van verlichting) gelukkig zijn is gewoon het ervaren zelf en nooit een ervaring hebben.
Zolang je op de een of andere manier niet naar het ervaren mag kijken, maar in plaats daarvan naar de ervaringen zoekt, blijf je de lul. Op welk niveau dan ook. (...stilte...) Ik zelf bleef toch ook heel lang naar de ervaringen kijken, als maatstaf. Ook op het allerhoogste niveau.

Het is ook moeilijk tussen al die objecten...

Zeker, want je ikjes zeggen: 'Er moet iets te halen zijn, want wat heeft het anders voor nut? Waar leidt het anders naartoe? ' Terwijl elke daad die we als mens doen, altijd uit is op een bevrediging en die bevrediging is onherroepelijk het oplossen van het ik. We zoeken de hele dag het verdwijnen van het IK, maar als je daar rechtstreeks over praat word je in het gekkenhuis gezet. Als het gaat over reguliere dingen zoals sporten en klaarkomen, dan mag je verdwijnen, maar als je je aandacht van de ervaring richt op het ervaren, wat niets anders is als kijken naar het kijken, of hoe je het ook wilt noemen en je ziet dat dat vanzelfsprekend je eigen simpele onveranderlijke ongedefinieerde stille aanwezigheid is... ja dan beginnen je ikjes natuurlijk te zeiken. Dat is het hele punt, we blijven maar naar dat ik luisteren. Ook al heb je dat doorzien dan nóg gaan ze vanuit een automatisme door met zeiken. Ze lijken zo dood als een pier, net als de vrijers in de Odyssee die in de Hades lustig verder kwekken, maar houdt het pas op als je ze door de aandacht op de aandacht te houden, alles ziet transformeren in die ene allesomvattende aandacht. Zien alleen is dus niet voldoende.


  1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina