J. W. G. Geerligs J. Massy G. J. van Oel



Dovnload 0.79 Mb.
Pagina1/15
Datum14.08.2016
Grootte0.79 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15



Op zoek naar kristallisatie van ICT in het Onderwijs

Voorstel voor accenten in researchprogramma’s en kennismanagement
Een programmerings studie uitgevoerd op verzoek van

de Programmaraad Onderwijs-Onderzoek (PROO) van NWO

P.C. van den Dool

J.W.G. Geerligs

J. Massy

G.J. van Oel

J.P. van Schie

Juli 2000

Zie ook www.observETory.com
Inhoudsopgave


  1. Aanleiding en context 3

    1. Aanleiding: update programmering gewenst 3

    2. Context: Door ICT naar een dynamisering van de didactiek 3

1.3 Conclusie in de vorm van vele vragen 6

1.4 De opbouw van het rapport 6


  1. Eerste benchmarking ICT en onderwijs 9

2.1 Ambities met ICT zijn groot, óók binnen het onderwijs 9

2.2 Snapshot benchmarking: waar staan we? 9

2.3 Internationale indicatoren en trends 10

2.4 Conclusie 18


  1. Het onderzoekslandschap: ICT en onderwijsonderzoek in Nederland 19

3.1 De Programmeringstudie "Van didactische driehoek naar lerend veelvlak" 19

3.2 De aanvragen voor de programmeringen 1999 en 2000 21

3.3 Het landschap geportretteerd 22

3.4 Conclusies en aanbevelingen 28
4. Kaart en agenda voor de kennisbehoeften ‘ICT èn Onderwijs’ 29
4.1 De filosofie achter de kaart voor ‘ICT èn onderwijs’ 30

4.2 Samenvatting van de belangrijkste conclusies 31

4.3 De kaart voor ICT-onderzoek en –kennismanagement 33

4.4 De agenda voor de (onderwijs)onderzoeks- en onderwijspraktijkwereld 43

4.5 Conclusies en aanbevelingen 51
5. Overzicht en evaluatie van internationale programma’s & projecten 53

5.1 Present policy and programmes of the EU on R&D 53

5.2 Interagency Education Research Initiative (IERI) 62

5.3 Een selectie van internationale projecten 66

5.4 Conclusies en aanbevelingen 74

6. Nieuwe thema’s en accenten binnen het PROO programma 2001 77

6.1 Een nieuwe ordening 77

6.2 Thema 1: Educatieve functies van ICT: interactie van product en proces 80

6.3 Thema 2: E-ICT expertise: digital fluency en de organisatie van expertise ontwikkeling 84

6.4 Thema 3: E-ASPECTEN van onderwijs: ICT als facet binnen onderwijs 91

6.5 Typen onderzoek en aanvullende criteria 98

6.6 Tenslotte 99
Bijlage A. Nederlandse literatuur ICT en onderwijs 1997-1999 101

1 Aanleiding en context
In dit hoofdstuk geven we kort aan waarom het wenselijk is om opnieuw een programmeringskader voor ICT en Onderwijs te ontwikkelen. Men zegt wel dat op het WWW de ontwikkelingen elke drie maanden een jaar verder zijn. In dat licht is de vorige programmering1 alweer 8 jaar oud! Dat is uiteraard wat overdreven, veel is nog van toepassing. Maar toch, ook de ontwikkelingen op het vlak van de integratie van ICT in het onderwijs gaan snel. Dat blijkt bijvoorbeeld wel uit de gegevens van de ICT monitor2. Zie ook de cijfers in hoofdstuk 2. Ook kwalitatief gaan de ontwikkelingen snel zo blijkt ook de ICT Schoolportretten van de Inspectie van whet Onderwijs3. Bent u recent nog wel eens in een klaslokaal van een basisschool geweest? Ziet er in veel gevallen echt anders uit dan een paar jaar geleden hoor! In dit hoofdstuk schetsen we in hoofdlijn iets van het debat rond ICT, de nieuwe economie, digitaal Nederland en wat dat met verbetering van de kwaliteit van het onderwijs van doen zou kunnen hebben.We sluiten af met de opbouw van dit rapport. Daarbij geven we ook aan wat de belangrijkste verschillen en overeenkomsten zijn met de eerdere programmering: breedte versus focus!

1.1 Aanleiding: update programmering gewenst
De Programma-Raad OnderwijsOnderzoek (PROO) wil gericht aandacht besteden aan de kennisleemtes in de onderwijstechnologie en aan vraagstukken rond de relatie tussen ICT en Onderwijs. Sedert 1998 is bij NWO in de rondes voor het programma van 1999 en 2000 onderzoek ingediend naar aanleiding van de programmeringsstudie “Van didactische driehoek naar lerend veelvlak”. Gelet op de snelle ontwikkelingen op het terrein van ICT en onderwijs had de PROO behoefte aan een grondige update van de programmering. Op basis van de ervaringen met de programmeringstudie van 98, aan de hand van een verkenning van het onderzoekslandschap in Nederland, een internationaal overzicht van de relatie tussen research, ontwikkeling en innovatieve praktijk en op grond van de ontwikkeling in beleid en praktijk wordt in deze tekst een nadere prioritering en accentuering van onderwijsonderzoek op het terrein van ICT en onderwijs aangegeven.

1.2 Context: Met ICT naar een dynamisering van de didactiek?
Aandacht voor ICT staat hoog op de beleidsagenda voor de onderwijsontwikkeling. Er bestaan grote verwachtingen met betrekking tot de bijdrage die ICT kan leveren aan de oplossing van een grote variatie aan onderwijsproblemen. In de onderwijspraktijk en het onderwijsbeleid is de laatste tijd meer aandacht ontstaan voor de vraag naar de inhoudelijke en de onderwijskundige betekenis van ICT.
Zo wijst de Onderwijsraad met nadruk op de noodzaak meer kennis te ontwikkelen rond het thema “dynamisering van de didactiek” met behulp van ICT (zie www.onderwijsraad.nl). Ook de minister van onderwijs is bij de kamerbehandeling van de nota Onderwijs-Online in de zomer van 1999 heel helder geweest in zijn stelling dat de onderwijsinhoudelijke benutting van ICT de komende jaren hoog op de agenda dient te staan (zie ook www.ictenonderwijs.nl).

Vanuit de centrale overheid wordt zwaar ingezet op:



  1. De ontwikkeling van Kennisnet;

  2. Nascholing van docenten;

  3. Aandacht voor de beheersproblemen;

En beperkter op



  1. Stimuleren van de markt voor educatieve software ontwikkeling;

Daarnaast wensen de bewindslieden van OCenW waar zinvol de te ondernemen acties nadrukkelijker en directer te verbinden met andere onderwijsvernieuwingen als: - kwaliteit van de leraar, - weer samen naar school, - het studiehuis, -onderwijsproblemen rond klassenverkleining en de verbetering van de onderwijskansen door vergroting van de betrokkenheid van de ouders bij de school, ontwikkeling van het VMBO, versterking van het bètatechnisch onderwijs. Al deze punten komen bij diverse prioriteiten van het PROO programma 2001 terug en dus niet alleen bij ICT. Zie bijvoorbeeld het thema leerkracht bij beroepsonderwijs. Juist die dwarsverbindingen zullen in nieuwe onderzoeksvoorstellen wederom van doorslaggevend belang zijn om het onderzoek een strategische functie te geven.


ICT in het curriculum is noch een revolutie noch een rimpeling. ICT bij onderwijzen en leren betekent op de langere termijn een structurele en culturele verschuiving in de constellaties van rollen en functies binnen de onderwijsleerprocessen. Het lijkt erop dat digitalisering ook op het onderwijs, net als op andere segmenten van de maatschappij een duurzaam en diep doordringende invloed zal hebben. Zie bijvoorbeeld ook het SMO boek 1998-84. (www.smo.nl) waarin ook aandacht gevraagd wordt voor de andere positie van de leerling in een digitale cultuur. Door NWO is in samenspraak met diverse departementen eveneens een initiatief genomen om een (bescheiden) stimuleringsprogramma onder de noemer Maatschappelijke Effecten Elektronische Snelweg in te richten. In 2000 is daarvoor de eerste selectieronde. Het gaat om vraagstukken rond de betekenis van de Elektronische snelweg voor arbeidsorganisaties, arbeidsmarkt, sociaal culturele participatie, ruimtelijke ontwikkelingen en onderwijs en scholing. Drie perspectieven staan daarbij centraal: nieuwe vormen van bedrijvigheid en arbeid, toegankelijkheid en verdeling en maatschappelijke transformaties. Ook hier blijken vraagstukken rond de betekenis van ICT voor scholing en rond digitale geletterdheid tot de kern van het onderzoeksdomein te behoren5.
Daarnaast wordt de afgelopen tijd steeds vaker gesignaleerd dat de integratie van ICT in het onderwijs niet als een geïsoleerd verschijnsel behandeld dient te worden. Het kabinet heeft in haar recente nota “De Digitale Delta” duidelijk aangegeven welke relaties er liggen tussen de stimulering van de kenniseconomie, de ontwikkeling van zaken als e-commerce en het belang van de ontwikkeling van kennis en vaardigheden binnen het onderwijs. Ook in Europees verband worden de relaties tussen de ontwikkeling van de kennissamenleving en de ontwikkeling van digitale vaardigheden steeds vaker benadrukt. (zie www.minez.nl en www.nederlandgaatdigitaal.nl)
Tevens wordt in toenemende mate en door een bredere groep aan partijen erkend dat ICT en onderwijs ook gezien kan worden als facet van andere beleidsprioriteiten en beleidsoperaties binnen het onderwijs zelf. Veel genoemde thema’s in dit verband zijn onderwijskansen en achterstandsbestrijding, tegengaan voortijdig schoolverlaten, klassenverkleining, professionaliteit en arbeidsomstandigheden docenten, de relatie onderwijs en samenleving, de relatie onderwijs en cultuur de relatie onderwijs en bedrijfsleven. Steeds staat de vraag centraal welke ondersteuning de inzet van ICT kan bieden voor de benadering van die beleidsproblemen.
Op zich kunnen deze ontwikkelingen gezien worden als een erkenning dat ICT diep gaat ingrijpen in vorm en aard van diverse maatschappelijke verschijnselen. In dat verband heeft het kabinet ook besloten tot een meerjarige en intensieve verkenning van een aantal verschijnselen onder de noemer “Infodrome “ (zie www.infodrome.nl). De Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR)6, heeft in een van haar huidige onderzoeks- en advieslijnen ook aandacht voor de rol van kennismanagement in de maatschappij in relatie tot arbeidsmarktdynamiek, waarbij ze stelt dat "De voortgaande technologische ontwikkeling, internationalisering en informatisering heeft ingrijpende consequenties voor het belang van kennis in de samenleving".
Ook de voorgenomen verkenning van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling op het terrein van ICT en maatschappelijke participatie. (www.rmo.nl) past in deze verbreding van de belangstelling voor ICT. Het SCP heeft reeds gepubliceerd over de mogelijke maatschappelijke tweedeling. In haar studie naar de digitale leefwereld geeft zij aan dat toegang tot infrastructuur, netwerken en PC’s thans een rol speelt bij een digitale tweedeling en aandacht behoeft. Tevens laat zij zien dat in toenemende mate de beschikking over digitale vaardigheden cruciaal wordt. (www.scp.nl)
In het werkplan voor 2000 van de nieuwe directie ICT binnen het ministerie van onderwijs cultuur en wetenschappen komen de genoemde thema’s ook nadrukkelijk terug. Daarnaast geldt dat deze directie zich nadrukkelijk ten doel stelt de monitor- en analyse functie op het vlak van ICT en onderwijs verder te versterken. Tevens ambieert men de vormgeving van een “onderwijstechnologiebeleid”. Onder een onderwijstechnologiebeleid verstaan we een systematische stimulering van de aanwending van nieuwe technologie in het onderwijs. Naast het stimuleren van investeringen in hard- en software en nascholing moet een onderwijstechnologiebeleid zich ook vooral richten op het aanjagen van innovatie en het ontwikkelen en verspreiden van nieuwe kennis en het ontsluiten van ervaringskennis. We zullen daar in hoofdstuk 4 nader op ingaan.
Ook het toezicht van de inspectie van het onderwijs richt zich sinds kort ook expliciet op het aspect van de “integratie van ICT in het onderwijs” in relatie tot de kwaliteit van het onderwijs binnen de diverse sectoren Mede onder invloed van Investeren en Voorsprong en Onderwijs-Online heeft het aspect ICT in toenemende mate aandacht gekregen binnen de toetsingskaders van de inspectie7. (zie www.owinsp.nl). Zo wordt in de voortgangsrapportage van de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen aan de TK over de uitvoering van het beleid van Onderwijs-Online, aangekondigd dat de inspectie de opdracht heeft gekregen schoolportretten op te stellen waaruit een nader beeld op basis van praktijkervaringen moet ontstaan over de feitelijke integratie van ICT in de onderwijsleerprocessen en leermiddelen, expertise van docenten en de onderwijskundige bedrijfsvoering van scholen. Deze kwalitatieve inspectie-indrukken beogen een bijdrage te leveren aan het debat over de dynamisering van de didactiek met behulp van ICT. Zomer 2000 zijn de eerste vijf schoolportretten gepubliceerd (zie www.owinsp.nl)
Beantwoording van vragen naar de mogelijkheden van ICT binnen het onderwijs, naar de randvoorwaarden en effecten daarvan en ook een zinvol debat over de dynamisering van de didactiek met behulp van ICT, kan alleen plaatsvinden indien diverse soorten kennis op dat terrein beschikbaar komen. Diverse soorten van onderzoek en andere vormen van kennisverwerving en kennis presentatie zijn daartoe noodzakelijk.
Het beschikbaar krijgen van die grote variatie aan kennis vraagt om een grote diversiteit aan onderzoeks- en ontwikkelingswerk. In dat verband is ook belangrijk de vraag die de Tweede Kamer heeft gesteld naar aanleiding van het advies van de PROO om een stimulans te geven aan het onderwijstechnologisch onderzoek. Ook bij de politiek bestaat begrip voor het feit dat een majeure operatie als de integratie van ICT in het onderwijs, investeringen in kwaliteit en kwantiteit aan kennis- en onderzoeksprogramma’s noodzakelijk maakt. Ook in juni 2000 is bij de behandeling in het parlement opnieuw duidelijk geworden dat de politiek de vinger aan de pols wil houden op het vlak van de onderwijskundige innovatie en dynamisering.



    1. Conclusie in de vorm van vele vragen

Samenvattend kunnen we concluderen dat er vele kennisleemtes zijn rond ICT en onderwijs. Op welke plaatsen in het onderwijs is de toepassing van informatie- en communicatietechnologie problematisch als gevolg van een tekort aan kennis? In de dynamiek van toenemende ICT-mogelijkheden en ICT-gebruik is niet direct duidelijk wat de precieze aard van die problemen is. Is het gebrek aan visie op de samenleving of op de rol van onderwijs in de samenleving die door ICT veranderd is, is het een gebrekkige ICT-infrastructuur, is er te weinig geld, of is er een tekort aan kennis? Hoe de kennisvraag voor de onderwijstechnologie te articuleren? Welke ICT-technologie kan hulpmiddelen in het onderwijs vervangen (substitutie)? Waar kan het onderwijs met ICT van binnenuit het leerproces vernieuwen (interne transformatie)? Welke nieuwe leerprocessen kunnen met ICT worden ontwikkeld (design)? Welke nieuwe leerprocessen kunnen worden gerealiseerd (externe transformatie)? In dit rapport gaan we eerst op zoek naar antwoorden op deze vragen om vervolgens in hoofdstuk 6 prioritaire accenten voor nieuw onderwijsonderzoek te formuleren.





    1. Opbouw van het rapport8

Het rapport geeft in hoofdstuk 2 een korte schets van de kerncijfers over ICT en Onderwijs in Nederland in een internationale context. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een schets gegeven van het onderzoekslandschap op het vlak van ICT en onderwijs. Tevens gaan we in op de ervaringen met de onderzoeksthema’s uit de PROO programma’s van 1999 en 2000. In hoofdstuk 4 gaan we nader in op de vraag naar de kennisbehoeften. Op welke punten is behoefte aan nieuwe kennis rond ICT en onderwijs. We gaan in op vragenstellers en de issues die zij inbrengen. Het hoofdstuk gaat ook nader in op een bredere strategie voor het beantwoorden van de kennisvraag. Naast fundamenteel strategisch onderzoek spelen namelijk ook andere vormen van kennisproductie en kennisverspreiding een rol. Met name op het vlak van innovatief ontwerp van onderwijs en “design experiments” is een joint venture vanuit NWO met andere partijen gewenst en mogelijk. In hoofdstuk 5 presenteren we aantal internationale ontwikkelingen rond de verbinding van wetenschappelijk onderzoek met ontwikkelingswerk en praktijkinnovatie op het terrein van ICT en onderwijs. In hoofdstuk 6 wordt op basis van de gecumuleerde bevindingen in de voorgaande hoofdstukken een herordening van het programmeringskader en nieuwe thema's en accenten voor nieuwe onderwijsonderzoek voor 2001 en verder beschreven.


Op onderdelen zoals de hoofdstukken 2, 3 en 5 heeft deze studie het karakter van een “Stand van Zaken” overzicht. In dat verband hebben we wel eens met een (wat jaloers) schuin oog gekeken naar een publicatie als het Educational Media and Technology Yearbook waarvan in 2000 alweer de 25ste versie verscheen9. Een mooi overzicht met trends, thema’s, onderzoeksproductie, experts die in het zonnetje worden gezet en vooral veel feitelijke informatie over instituten en programma’s. Voor een verheldering van de kaart van de onderwijstechnologie in Nederland zou het een goede zaak zijn een dergelijk jaarboek ook in Nederland te gaan maken!
De aard van deze programmering is deels dezelfde en deels anders als de programmering “Van didactische driehoek naar lerend veelvlak” van 199810. Ook nu gaan we in op de ontwikkelingen in de contexten van maatschappij, beleid en praktijk. We besteden nu geen aandacht aan de technologische ontwikkelingen anders dan signaleringen op het vlak van de infrastructuur in hoofdstuk 2. In feite bevat het lerend veelvlak een brede caleidoscoop aan thema’s, weliswaar geordend en geprioriteerd maar wel omvattend. In deze programmering zijn we enerzijds selectiever door binnen de oude thema’s een beperkt aantal accenten uit te diepen en prioriteit te geven. Dat kon ook op basis van de ervaringen met de eerdere programmering en door een aantal convergerende trends die gesignaleerd kunnen worden.
Zie de specifieke prioriteiten bij thema’s 1 “Educatieve functies van ICT: interactie van product- en proceskarakteristieken” met als accenten a) “interactie tussen productkenmerken van ICT en procesaspecten van het leren bij representatie- en visualisatietechnieken”; b) “vakdidactische vraagstukken”; c) “internet als onderzoeksomgeving” en 2 “E-ICT expertise: de organisatie van de educatieve ICT expertise ontwikkeling” met als accenten: d) “ICT competenties van docenten”; e) “verwerven van ICT competenties”; f) “digitale geletterdheid bij leerlingen en volwassenen;

Het thema 3: “E-aspecten van onderwijs: ICT als facet van onderwijsproblemen” is anderzijds weer heel breed van karakter. Gelet op de beperkte conceptualisering op dit terrein kiezen we hier voor een meer open benadering rond een aantal thema’s. g) “digitale tweedeling”; h) “digitale klassenverkleining”; en i) “de cultuur van het internet”.


Signaalwoorden in ons advies zijn:


  1. Focus op de relatie tussen karakteristieken van de ICT producten en middelen en de kenmerken van verloopsvormen van de onderwijsleerprocessen. Verdieping en speciale aandacht voor de werking van hulmiddelen voor visualisering en schematisering;

  2. Speciale aandacht voor de expertise ontwikkeling van docenten rond digitale vaardigheden en de educatieve aanwending van ICT binnen het onderwijs;

  3. Verbreding naar onderzoek waarin de relatie tussen ICT en andere facetten van het onderwijsbeleid centraal staan;

  4. Slim combineren van diverse vormen van kennisontwikkeling, kennisverwerving, praktijkkennis en ervaringsuitwisseling door systematische samenwerking tussen onderzoekers, ontwikkelaars, ICT ontwerpers en innovatieve praktijk.


2 Eerste benchmarking ICT en onderwijs11



  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina