Ja-63 „profi“ Alarm systeem Installatie wijzer



Dovnload 291.2 Kb.
Pagina9/10
Datum20.08.2016
Grootte291.2 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

9.26Alarm geactiveerd door geopende zone tijdens het inschakelen


opeenvolging: 692 x

Als de stand “indicatie van systeem problemen tijdens inschakeling” (zie 9.21) is geactiveerd, dan is het ook mogelijk om de status van de detectoren te testen na het verstrijken van de uitgangsvertraging. Als een component wordt geactiveerd dan zal in het geval van instant zone het alarm direct getriggerd worden, in het geval van vertragings zone zal de ingangsvertraging starten.



Opties:

6 9 2 0 test uitschakelen

6 9 2 1 test inschakelen

Fabriek standaardsetting: test uitgeschakeld

9.27Hoorbaar paniek alarm


opeenvolging: 693 x

Voor speciale situaties is het mogelijk om het hoorbare paniek alarm in te stellen.



Opties:

6 9 3 0 hoorbaar paniek alarm uitgeschakeld

6 9 3 1 hoorbaar paniek alarm ingeschakeld

Fabriek standaardsetting: uitgeschakeld

9.28Next delay wireless detectors


sequence 694x
All wireless detectors set to instant zone mode (see relevant detector manuals) can be programmed as next delay detectors which will not trigger the alarm during the exit and entry delays.
Options:

6 9 4 0 Next delay disabled

6 9 4 1 Next delay enabled
Factory default setting: Next delay disabled
Notes:

  • This programming sequence concerns only wireless detectors. Hard-wired detectors can be set by setting as in section 9.2.

  • Next delay wireless detectors provide an exit/entrance delay only if at the moment of their triggering any one delayed detector has already been activated. If no delayed detector was triggered before the next delayed one, the triggering will cause an instant alarm.



9.29Communication loss alarm


sequence: 696x

If the regular communication check function is enabled (see 9.9) it is possible to determine if either an alarm will be triggered or a fault indication will be generated when communication with the detectors is lost and the control panel is armed.


Options:

6 9 6 1 Communication loss causes an alarm

6 9 6 0 Communication loss causes fault indication
Factory default setting: Communication loss causes an alarm
Note: if the control panel is disarmed then in the case of lost communication the fault will be indicated regardless of this setting

9.30De programmeermodus openen door SC+MC/UC opeenvolging: 697 x


Wanneer ingeschakeld dan moet de Master code of de User code worden ingevoerd na de Service code om de programmeermodus te kunnen openen.

Opties:

6 9 7 0 MC/UC moet de SC volgen om de programmeermodus te openen uitgeschakeld

6 9 7 1 MC/UC moet de SC volgen om de programmeermodus te openen uitgeschakeld

Voorbeeld: Wanneer dit is ingeschakeld dan moet om de programmeermodus te kunnen openen (SC 6060/ MC 1234) worden ingesteld: F0 6060 1234

Fabriek standaardsetting: uitgeschakeld

Let op: het heeft geen invloed op het openen van de User modus (F0 MC)

9.31Adressering van draadloze detectoren aan secties


opeenvolging: 61 nns

Als het controle panel gesplitst is (zie Error: Reference source not found) en is uitgerust met een radio module, kunnen de draadloze detectoren geadresseerd worden aan secties door in te voeren: 61 nns



waar:

nn = draadloos detector zone nummer: van 01 tot 16

s  = sectie: 1 = A, 2 = B, 3 = C (gebruikelijke sectie- het is alleen Armed als zowel A en B zijn gearmed). Als het controle paneel niet gesplitst is, en s=2 is geselecteerd, zal deze detector voorbijgegaan worden tijdens gedeeltelijke arming.

Voorbeeld: Om draadloze detector zone 03 aan sectie A te adresseren, voer in: 61 031

Fabriek standaardsetting: detectoren 1 – 10 zijn geadresseerd aan A, detectoren 11 -16 zijn geadresseerd aan B

9.32Adressering van de gebruikerscodes aan secties


opeenvolging: 62 nns

Als het controle paneel gesplitst is (zie Error: Reference source not found), kunnen de gebruikerscodes geadresseerd worden aan secties A of B door in te voeren: 62 nns



waar:

nn = gebruikerscode nummer: van 01 tot 14

s  = sectie: 1 = A, 2 = B
Let Op:

  • Indien het controle panel niet is gesplitst, heeft deze setting geen effect.

  • Master code (MC) kan niet geadresseerd worden. Indien het system gesplist is, zal het gebruik van MC alle secties armen indien geen secties gearmd zijn, en alle secties disarmen indien ze gearmd zijn. Indien u alleen sectie A wilt bedienen met het master code, voer F1 MC in en F2 MC voor sectie B.


Voorbeeld: to address user code number 4 to section A enter: 62 04 1


9.33Adressering van draadloze controllers naar onderdelen


opeenvolging: 63 nns

Als het controle paneel gesplitst is en uitgerust is met een radio module, kunnen de draadloze controllers (RC-40, RC-22, RC-60 en


JA-60D) worden naar A of B deel door het volgende in te voeren: 63 nns

waar:

nn = nummer van ingeschreven controller van 01 tot 08 (c1 tot c8)

s  = sectie: 1 = A, 2 = B
Let Op:

  • Als het controle paneel niet gesplitst is, heeft deze setting geen effect

  • Voor de JA-60F keypad heft deze setting geen effect (zijn gebruikerscodes zijn bepaald door 62 nns setting)

  • De JA-60D keypad wordt op dezelfde wijze geeffecteerd als de RC-40 afstandsbedieningen (is geaddresseerd naar een geselecteerde deel)


Voorbeeld: om controller nummer 5 te adresseren aan sectie A voer inr: 63 051

Fabriek standaardsetting: alle draadloze controllers worden geadresseerd aan sectie A



1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina