Jaarverslag 2010 federaal parket



Dovnload 2.08 Mb.
Pagina2/42
Datum19.08.2016
Grootte2.08 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   42

Hoofdstuk I. De strategie en de visie van het federaal parket

De vacante functie van federale procureur met ingang van 1 april 2007 werd in het Belgisch Staatsblad van 17 januari 2006 gepubliceerd. Bij Koninklijk besluit van 18 juli 2006 werd de heer Johan Delmulle, federale magistraat, aangewezen tot het mandaat van federaal procureur voor een duur van 7 jaar, met ingang van 1 april 2007.


De nieuwe federale procureur ontwikkelde bij zijn aantreden op 1 april 2007 de volgende strategie en visie voor het federaal parket:


  • In een eerste fase werd onderzocht welke opdrachten van het federaal parket goed werden vervuld en voor welke opdrachten zich een beleidsprobleem stelde, waarom dit een beleidsprobleem was, wat de oorzaak ervan was en hoe aan dit probleem kon worden verholpen.

Zij worden hierna opgesomd en besproken in de afdeling 1.


De actuele stand op 31 december 2010 zal voor elk van deze punten worden vermeld. Om de voortgang van de uitvoering van elk punt beter te kunnen interpreteren, wordt de stand van zaken van de voorgaande jaren eveneens weergegeven.


  • In een tweede fase werd een tienpuntenprogramma opgesteld, met 10 bijzondere aandachtspunten, te verwezenlijken tijdens het mandaat van de nieuwe federale procureur.

Zij worden hierna opgesomd en besproken in de afdeling 2.


De actuele stand op 31 december 2010 zal voor elk van deze punten worden vermeld. Om de voortgang van de uitvoering van elk punt beter te kunnen interpreteren, wordt de stand van zaken van de voorgaande jaren eveneens weergegeven.
Tijdens zijn mandaat nam de nieuwe federale procureur tot op 31 december 2010 27 nieuwe beleidsinitiatieven: 22 tijdens de eerste 3 jaren van zijn mandaat (2007-2008-2009) en 5 tijdens het jaar 2010. Zij worden hierna opgesomd en besproken in de afdelingen 3 en 4.
De actuele stand op 31 december 2010 zal voor elk van deze punten worden vermeld. Om de voortgang van de uitvoering van elk punt beter te kunnen interpreteren, wordt de stand van zaken van de voorgaande jaren eveneens weergegeven.
Het motto en de missie van het federaal parket wordt besproken in afdeling 5.

Afdeling 1. De opdrachten van het federaal parket en de evaluatie van de wijze waarop het federaal parket deze opdrachten uitvoert



1. De opdrachten van het federaal parket


De wetgever kende het federaal parket initieel vier hoofdtaken 1 toe:




  • de uitoefening van de strafvordering

  • de coördinatie van de uitoefening van de strafvordering

  • het vergemakkelijken van de internationale samenwerking

  • het toezicht op de algemene en bijzondere werking van de federale politie.

Sindsdien werden aan het federaal parket, naast voormelde hoofdtaken, eveneens zes nieuwe hoofdopdrachten toevertrouwd:




  • de uniforme en coherente uitbouw van de strijd tegen het terrorisme 2

  • het voorzitterschap van de getuigenbeschermingscommissie 3

  • de uniforme en coherente toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden 4

  • de uitoefening van de strafvordering ten aanzien van door militairen in het buitenland gepleegde misdrijven in vredestijd 5

  • de exclusieve uitoefening van de strafvordering wegens ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht 6.

  • De exclusieve uitoefening van de strafvordering in de strijd tegen piraterij op zee7


2. De evaluatie van de wijze waarop het federaal parket deze opdrachten uitvoerde

Het College van procureurs-generaal is belast met de evaluatie van de wijze waarop de richtlijnen van het strafrechtelijk beleid door de federale procureur worden uitgevoerd, de wijze waarop de federale procureur zijn bevoegdheden uitoefent en de werking van het federaal parket 8.


Tussen 2002 en 2010 gebeurden zes evaluaties door het College van procureurs-generaal op basis van hoorzittingen met de federale procureur en de jaarrapporten van het federaal parket over de periodes 21 mei 2002 tot 31 augustus 2003, 1 september 2003 tot 31 december 2004, 1 januari 2005 tot 31 december 2005, 1 januari 2006 tot 31 december 2006, 1 januari 2007 tot 31 december 2008 en 1 januari 2009 tot 31 december 2009.
Het College van procureurs-generaal achtte in zijn tweede evaluatierapport “de balans globaal genomen positief”. Het College stelde tevens: “In het algemeen worden de contacten met het federaal parket als positief ervaren. Het federaal parket blijft getuigen van een goede ingesteldheid en een wil tot collegiale en conflictloze samenwerking. Voornamelijk in de domeinen waarin de federale procureur over een bijzondere know-how beschikt, heeft hij in de praktijk een belangrijke ondersteuning geleverd, zowel op beleidsmatig als op operationeel vlak.”
Dit tweede evaluatierapport is van belang, omdat het mede als leidraad diende voor de federale procureur om op dat ogenblik zijn beleidsplan uit te tekenen.
In datzelfde evaluatierapport vestigde het College van procureurs-generaal echter de aandacht erop dat “wat betreft de uitoefening van de strafvordering de meerwaarde van het federaal parket ietwat minder wordt beoordeeld”. Het College van procureurs-generaal viseerde hier met name de rol van het federaal parket in de strijd tegen de internationale drugproblematiek.
Dit was een eerste verbeterpunt voor het federaal parket.
De bijzondere ministerraad van 30 en 31 maart 2004 besliste dat de ontwikkeling van de criminele activiteiten van de rondtrekkende dadergroeperingen op ons grondgebied een meer gecoördineerde politionele en gerechtelijke aanpak noodzakelijk maakt en dat het federaal parket hierin een voortrekkersrol dient te vervullen. Met name werd gesteld dat “het federaal parket in de strijd tegen de rondtrekkende bendes een bijkomende inspanning zou leveren op het gebied van de coördinatie van de verschillende onderzoeken en de ondersteuning van de lokale parketten, en de grensoverschrijdende samenwerking in praktijk zou brengen”. De Regering koppelde hieraan trouwens een kaderuitbreiding van het federaal parket met vier federale magistraten en vijf juristen die dienen te worden ingezet in de strijd tegen de rondtrekkende dadergroeperingen. Later besliste de Regering dat deze magistraten ook dienen te worden ingezet in de strijd tegen het terrorisme.
Dit was een tweede verbeterpunt voor het federaal parket.
In zijn derde evaluatierapport stelde het College van procureurs-generaal vast dat “de federale magistraten duidelijk bereid zijn zich in te zetten bij de behandeling van concrete dossiers en bij de ondersteuning voor beleidsmatige aangelegenheden. Hun kennis en deskundigheid in hun specifieke bevoegdheidsdomeinen gaat verder in stijgende lijn. De ingesteldheid en de werking van het federaal parket mag zonder twijfel als positief worden omschreven.”
Tegelijkertijd, en aansluitend bij de beide hierboven vermelde verbeterpunten, stelde het College dat “het actieplan van het federaal parket inzake de georganiseerde criminaliteit getuigt van een grondige en adequate reflectie terzake” en kon het “zich volledig terugvinden in de erin vastgelegde prioriteiten, namelijk de rondtrekkende dadergroeperingen en de internationale drughandel”
In zijn vierde evaluatierapport concludeerde het College van procureurs-generaal: “Het federaal parket heeft vele niet-eenvoudige taken en verantwoordelijkheden, zowel in concrete dossiers als inzake beleidsondersteuning. In bepaalde materies heeft dit parket een unieke deskundigheid opgebouwd. Met een beperkt en niet volledig ingevuld kader zet het federaal parket zich volgehouden in, legt het goede resultaten voor en beantwoordt het meer en meer aan de verwachtingen van de magistraten van het Openbaar Ministerie”.
In zijn vijfde evaluatierapport oordeelde het College van procureurs-generaal in dezelfde lijn, stellende dat, “zoals de vorige jaren wordt ervaren dat het federaal parket zijn talrijke en niet eenvoudige opdrachten meer dan behoorlijk uitoefent. De federale procureur heeft niet alleen ambitieuze beleidsplannen en verbeterpunten doch slaagt ook erin deze te realiseren en te voldoen aan de gestelde verwachtingen. In de lijn van de vorige verslagen is de evaluatie van het College van procureurs-generaal dan ook meer dan positief.”
Belangrijk is de appreciatie van het College van procureurs-generaal dat “Sinds het aantreden van de nieuwe federale procureur op 1 april 2007 een duidelijke strategie en visie werd ontwikkeld, met een aantal verbeterpunten inzake de opdrachten van het federaal parket, een te verwezenlijken tienpuntenprogramma en een aantal beleidsinitiatieven. In de loop van het jaar 2008 is duidelijk gebleken dat het federaal parket niet alleen de opdrachten met voldoening blijft vervullen, doch bovendien ook prioriteit verleent aan een aantal nieuwe domeinen waarin het een meerwaarde kan bieden. Zo stelt het College van procureurs-generaal vast dat het federaal parket in 2008 meer prominent aanwezig was in de strijd tegen de internationale drugproblematiek, niet alleen met het uitoefenen van de strafvordering in een aantal concrete dossiers, doch ook door de internationale samenwerking te ondersteunen en te coördineren (…). Zo heeft het College van procureurs-generaal ook mogen ervaren dat het federaal parket in 2008 steeds prominenter aanwezig is in de strijd tegen de rondtrekkende dadergroeperingen. (…). Het College van procureurs-generaal ervaart ook als positief de inspanningen van de federale procureur inzake de aanpak van de gerechtelijke achterstand.
In het zesde en voorlopig laatste evaluatierapport stelde het College van procureurs-generaal “te ervaren dat het federaal parket zijn diverse taken en opdrachten, jaar na jaar, zeer behoorlijk uitoefent en dat het dan ook erg gewaardeerd wordt binnen alle geledingen van het openbaar ministerie. Het College ervaart de werking van het federaal parket als zeer positief, zonder enig minpunt”.
Het College stelde verder vast dat het federaal parket ook in 2009 meer prominent aanwezig was in de strijd tegen de internationale drugproblematiek en ervaarde dat het federaal parket prioriteit blijft geven aan de aanpak van de rondtrekkende dadergroepen. Wat de bijzondere aandachtspunten en de beleidsinitiatieven uit het verleden betreft, was het College van oordeel dat de uitvoering van de meeste daarvan verder werd nagestreefd, en dat de federale procureur blijvend inspanningen doet om de gerechtelijke achterstand te reduceren. Terecht, zo stelde het College van procureurs-generaal, is de strijd van de federale procureur tegen de gerechtelijke achterstand en de beheersing en de bewaking van het gerechtelijk onderzoek en de doorlooptijden voor hem een hoofdbekommernis.
Ook wat de uitvoering van alle andere wettelijke opdrachten van het federaal parket betreft, sprak het College van procureurs-generaal zijn tevredenheid uit.
Conclusie
Bij de aanvang van het mandaat van de nieuwe federale procureur op 1 april 2007 kon worden geconcludeerd dat de wijze waarop het federaal parket globaal gezien zijn kernopdrachten uitvoerde, beantwoordde aan de verwachtingen en derhalve in de toekomst kon worden verder gezet en geconsolideerd.
Het was anno 2007 evenzeer duidelijk dat de uniforme en coherente uitbouw van de strijd tegen het terrorisme de absolute prioriteit van het federaal parket diende te blijven, dat het toezicht op de werking van de federale gerechtelijke politie op een actievere wijze kon worden ingevuld en dat diende te worden nagegaan of het federaal parket bij het uitvoeren van zijn militaire bevoegdheden aan alle verwachtingen voldoet.
Op dat ogenblik bleek ook de noodzaak voor het federaal parket om voortaan een bijzondere aandacht aan de dag te leggen voor twee specifieke verbeterpunten: de aanpak van de nationale en internationale drugproblematiek en de strijd tegen de rondtrekkende dadergroeperingen.
Deze conclusie blijft ook dezelfde na het lezen van de evaluatie door het College van procureurs-generaal van het federaal parket m.b.t. het werkingsjaar 2009: de strijd tegen het terrorisme, de rondtrekkende dadergroeperingen en de nationale en internationale drugproblematiek, alsmede de uitbouw van de “militaire bevoegdheden” van het federaal parket, dienden ook in 2010 verder prioritaire aandachtsdomeinen te blijven. Wat de actievere invulling van de toezichtstaak op de federale gerechtelijke politie betreft, blijft het College van procureurs-generaal verheugd over de harmonieuze samenwerking tussen het federaal parket en het expertisenetwerk “politie” en wordt een afstemming van de wederzijdse activiteiten bepleit. Tenslotte, dient het federaal parket ook oog te hebben voor de algemene beleidsprioriteit voor het Openbaar Ministerie om werk te maken van de strijd tegen de gerechtelijke achterstand.


3. Het definiëren van het beleidsprobleem “drugs” en het bieden van een beleidsoplossing




  • Wat was het beleidsprobleem precies?

Het College van procureurs-generaal stelde in zijn tweede evaluatierapport: “Wat de verschillende misdrijfdomeinen betreft laat het College wel opmerken dat inzake drugs het aantal federale dossiers in vergelijking met de vorige referentieperiode nog gedaald is en voor het volledige jaar 2004 amper 6 dossiers betreft. Dit lage cijfer wekt verwondering in het licht van de vele strafdossiers inzake georganiseerde drugsproductie en drugshandel, de stijgende productie in België van synthetische drugs en de noodzaak voor een arrondissement- en grensoverschrijdende aanpak.”


Het aantal federale dossiers inzake internationale drugstrafiek bedroeg voor het jaar 2005 andermaal 6.
Conclusie: het federaal parket was niet voldoende prominent aanwezig in de strijd tegen de internationale drugproblematiek.


  • Waarom was het een probleem?

De strijd tegen de internationale drugproblematiek is een beleidsprioriteit. Dit blijkt uit het nationaal veiligheidsplan, uit de Kadernota Integrale Veiligheid van 30 en 31 maart 2004, uit de conclusies van de rondetafelconferentie inzake de geïntegreerde aanpak van de drugproblematiek in België van 19 oktober 2005, georganiseerd door de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken, uit de beleidslijnen van de minister van Justitie en uit de evaluatie van het federaal parket door het College van procureurs-generaal.


Het is dus noodzakelijk dat het federaal parket, met zijn know-how, expertise en nationale en internationale contacten, een vooraanstaande rol vervult in de strijd tegen de internationale drugproblematiek.


  • Wat waren de oorzaken?

De oorzaken waren tweeërlei: een strategisch actieplan dat nog niet volledig was ten uitvoer gelegd en een organisatiestructuur van het federaal parket die niet ten volle op deze beleidsprioriteit was afgestemd.




  • Wat waren de mogelijke oplossingen?


Oplossing 1: Een strategisch plan van aanpak.
Begin 2007 had de beleidscel van het federaal parket reeds een strategisch plan van aanpak inzake de internationale drugproblematiek uitgetekend.
In een eerste fase was aldus reeds de afbakening gebeurd van de dossiers inzake de internationale drugproblematiek die een bijzondere aanpak door het federaal parket vereisen:


  • de dossiers inzake laboratoria voor de aanmaak van synthetische drugs, met inbegrip van het materiaal en de precursoren

  • de internationale cocaïne- en heroïnehandel gelinkt aan de producerende landen, met inbegrip van de identificatie van die landen.

In een tweede fase dienden de centrale diensten van de federale politie alle strafonderzoeken inzake drugs aan deze omschrijving te toetsen en aldus het federaal parket een overzicht van het fenomeen in België te bieden. Deze fase was zo goed als rond.


In een derde fase zouden dan de verschillende manieren worden bepaald waarop het federaal parket in deze dossiers kan tussenkomen:



  • het voeren van een federaal strafonderzoek

  • het openen van een federaal strafonderzoek inzake de niet-geëxploiteerde informatie

  • het openen van een federaal pro-actief onderzoek

  • de coördinatie van de strafonderzoeken door het federaal parket

  • het benaarstigen van de internationale aanpak.

Tenslotte zou in een vierde fase, in een systematisch en periodiek overleg met de federale politie en de betrokken parketten, voor elk weerhouden dossier worden nagegaan op welke wijze het federaal parket het best de supplementaire inspanning kan leveren die ervan wordt verwacht, hetzij door zelf strafonderzoeken te voeren, hetzij door coördinatie en/of ondersteuning van de lokale parketten (bijvoorbeeld door de internationale samenwerking te vergemakkelijken, door de politionele capaciteit en middelen vrij te maken en te heroriënteren, door bijzondere opsporingsmethoden toe te passen, …).



Stand van zaken op 31.12.2008
In 2007 en 2008 oefende het federaal parket in een aantal belangwekkende drugdossiers de strafvordering uit en werd een aantal verkennende gesprekken gevoerd met binnen –en buitenlandse partners, met het oog op het opstellen in 2008 van een concreet actieplan ‘drugs’.
Veel aandacht werd in 2008 besteed aan de ondersteuning en coördinatie van de internationale samenwerking België en Nederland in de grensregio, voornamelijk in het domein van de bestrijding van de internationale drugproblematiek.
Het actieplan ‘drugs’ is thans klaar. Het zal in 2009 worden besproken met de hoofdcoördinator van het expertisenetwerk drugs en met de meest betrokken procureurs des Konings, waarna het ter validatie aan het College van procureurs-generaal zal worden voorgelegd en uitgevoerd.
De hoofdinspanning van de sectie georganiseerde criminaliteit binnen het federaal parket bleef in 2007 en 2008 evenwel uitgaan naar de strijd tegen de rondtrekkende dadergroepen.


Stand van zaken op 31.12.2009
Het actieplan inzake “de aanpak van de nationale en internationale drugscriminaliteit door het federaal parket 2008-2011” werd op 23 april 2009 besproken met de hoofdcoördinator van het expertisenetwerk drugs en de procureurs des Konings (of hun referentiemagistraten) en gerechtelijke directeurs van de arrondissementen Luik, Antwerpen, Brussel en Charleroi en DGJ/DJB/Drugs. Op 27 april 2009 werd het actieplan door de federale procureur aan het College van procureurs-generaal bezorgd, evenals aan de minister van Justitie met het oog op de uitwerking van de ministeriële kadernota inzake de geïntegreerde aanpak van de drugsproblematiek (bestuurlijk/gerechtelijk en lokaal/nationaal).
Op 11 maart 2009 werd een samenwerkingsprotocol (genaamd “FEDLAND”) ondertekend met het landelijk parket van Nederland.
De sectie georganiseerde criminaliteit voerde in 2009 haar krachtinspanningen in het domein van strijd tegen de nationale en internationale drugcriminaliteit op, binnen het raamwerk van voormeld actieplan van het federaal parket.

Stand van zaken op 31.12.2010
De sectie georganiseerde criminaliteit voerde in 2010 haar krachtinspanningen in het domein van strijd tegen de nationale en internationale drugcriminaliteit verder op, binnen het raamwerk van het actieplan inzake “de aanpak van de nationale en internationale drugscriminaliteit door het federaal parket 2008-2011”.
Op 1 maart 2010 vond een vergadering inzake de aanpak van de drugsproblematiek plaats met de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken. De beleidsmagistraat en hoofd van de sectie georganiseerde criminaliteit woonde deze vergadering bij en lichtte er voormeld actieplan van het federaal parket toe. De ministers uitten er de wens te komen tot een nationaal geïntegreerd actieplan inzake de aanpak van de drugsproblematiek. De Dienst voor Strafrechtelijk beleid werd belast met een voorbereidende studie.


Oplossing 2: De organisatiestructuur van het federaal parket
De organisatiestructuur van het federaal parket diende nog beter te worden afgestemd op een zo efficiënt en optimaal mogelijke aanpak van de internationale drugproblematiek.

Stand van zaken op 31.12.2008

De organisatiestructuur van het federaal parket werd aangepast en wordt hierna verder in concreto uiteengezet.
Stand van zaken op 31.12.2009

De organisatiestructuur van het federaal parket werd aangepast en wordt hierna verder in concreto uiteengezet
Stand van zaken op 31.12.2010

De organisatiestructuur van het federaal parket werd aangepast en wordt hierna verder in concreto uiteengezet

4. Het definiëren van het beleidsprobleem “rondtrekkende dadergroeperingen” en het bieden van een beleidsoplossing




  • Wat was het beleidsprobleem precies?

Op de bijzondere ministerraad van 30 en 31 maart 2004 werd beslist dat de ontwikkeling van de criminele activiteiten van de rondtrekkende dadergroeperingen op ons grondgebied een meer gecoördineerde politionele en gerechtelijke aanpak noodzakelijk maakt en dat het federaal parket hierin een voortrekkersrol dient te vervullen.


In 2006 nam het federaal parket hiertoe de juiste beleidsopties en de daaraan gekoppelde initiatieven. Deze dienden echter nog meer en nog sneller en efficiënter in de praktijk te worden vertaald.
Conclusie: het federaal parket was nog niet voldoende prominent aanwezig in de strijd tegen de rondtrekkende dadergroeperingen.


  • Waarom was het een probleem?

De strijd tegen de rondtrekkende dadergroeperingen is een beleidsprioriteit. Dit blijkt uit het nationaal veiligheidsplan, uit de Kadernota Integrale Veiligheid van 30 en 31 maart 2004 en uit de evaluatie van het federaal parket door het College van procureurs-generaal.


Het is dus noodzakelijk dat het federaal parket, met zijn know-how, expertise en nationale en internationale contacten, een vooraanstaande rol vervult in de strijd tegen de rondtrekkende dadergroeperingen.


  • Wat waren de oorzaken?

De oorzaken waren tweeërlei: het strategisch actieplan was nog niet volledig ten uitvoer gelegd en de organisatiestructuur van het federaal parket kon nog beter worden afgestemd op deze beleidsprioriteit.




  • Wat waren de mogelijke oplossingen?


Oplossing 1: Een strategisch actieplan.
Begin 2007 had de beleidscel van het federaal parket reeds een strategisch actieplan inzake de aanpak van de rondtrekkende dadergroeperingen uitgetekend.
In een eerste fase werd reeds een rondtrekkende dadergroepering gedefinieerd: een vereniging van misdadigers,

  • die systematisch woninginbraken, of inbraken in bedrijven en handelszaken, waaronder ramkraken, ladingdiefstallen, metaaldiefstallen of diefstal van werf(voer)tuigen pleegt;

  • waarvan de leden hoofdzakelijk afkomstig zijn uit de voormalige Oostbloklanden of een sedentaire dadergroep uitmaken, en ;

  • opereren of aangestuurd worden vanuit het buitenland of de grote agglomeraties, en ;

  • die een belangrijk aantal feiten op een groot gedeelte van het grondgebied plegen, en;

  • waarbij mogelijks gebruik wordt gemaakt van minderjarigen.

In een tweede fase werd de directie van de bestrijding van de criminaliteit tegen goederen (DGJ/DJB) van de federale politie verzocht alle gerechtelijke onderzoeken inzake rondtrekkende dadergroeperingen aan deze definitie te toetsen en aldus het federaal parket een overzicht te bieden van het fenomeen in België.


In een derde fase werden de verschillende manieren bepaald waarop het federaal parket in deze dossiers kan tussenkomen:



  • het voeren van een federaal strafonderzoek

  • het openen van een federaal strafonderzoek inzake de niet-geëxploiteerde informatie

  • het openen van een federaal pro-actief onderzoek

  • de coördinatie van de strafonderzoeken door het federaal parket

  • het benaarstigen van de internationale aanpak.

Deze eerste fase (het definiëren van een rondtrekkende dadergroepering), de tweede fase (het bekomen van een analytisch overzicht van de relevante dossiers) en de derde fase (het bepalen van de wijze van aanpak) waren reeds begin 2007 gerealiseerd.


Het kwam er dus op aan de volgend fase te finaliseren, waarbij, in een systematisch en periodiek overleg met de federale politie en de betrokken parketten, voor elk dossier inzake rondtrekkende dadergroeperingen wordt nagegaan op welke wijze het federaal parket het best de supplementaire inspanning kan leveren die ervan wordt verwacht, hetzij door zelf strafonderzoeken te voeren, hetzij door coördinatie en ondersteuning van de lokale parketten (bijvoorbeeld door de internationale samenwerking te vergemakkelijken, door de politionele capaciteit en middelen vrij te maken en te heroriënteren, door bijzondere opsporingsmethoden toe te passen, …).


Stand van zaken op 31.12.2008
Reeds in 2007 werden de derde en de vierde fase gerealiseerd.
Binnen de sectie georganiseerde criminaliteit werden de nodige maatregelen genomen om uitvoering te geven aan de richtlijnen van het College van procureurs-generaal inzake de strijd tegen de rondtrekkende dadergroepen (de omzendbrief COL 1/2008 van 13 februari 2008).
In deze richtlijnen wordt de aanpak van de rondtrekkende dadergroepen als een prioritaire doelstelling van het federaal parket vastgelegd. Het federaal parket dient daarbij zijn inspanningen te richten op zowel de “feitenarrondissementen” (waar de feiten worden gepleegd) als de “thuisarrondissementen” (waar de daders verblijven). Voor elk thuisarrondissement (Brussel, Antwerpen, Luik en Charleroi) werd een zaakmagistraat binnen het federaal parket aangeduid die samen met de beleidsmagistraat instaat voor de (inter)actie met het betrokken parket en politiediensten.
In 2008 bevindt zich de aanpak van de rondtrekkende dadergroepen op kruissnelheid.
In de omzendbrief COL 1/2008 kreeg het federaal parket ook de opdracht een tactisch canvas uit te werken voor de internationale aanpak van de rondtrekkende dadergroepen. Vier landen werden vooruitgeschoven: Roemenië, Servië, Montenegro en Albanië.
Het federaal parket richtte zijn inspanningen vooreerst op Roemenië. Op 9 september 2008 werd een samenwerkingsprotocol met Roemenië ondertekend.
Stand van zaken op 31.12.2009
Binnen de sectie georganiseerde criminaliteit werd ook in 2009 voorrang gegeven aan de verdere uitvoering van de richtlijnen van het College van procureurs-generaal inzake de strijd tegen de rondtrekkende dadergroepen (de omzendbrief COL 1/2008 van 13 februari 2008), onder meer via de uitvoering op het terrein van het samenwerkingsprotocol dat op 9 september 2008 met Roemenië werd ondertekend.
Stand van zaken op 31.12.2010
Overeenkomstig de beleidsverklaring van 22 maart 2007 van de Ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie, opgesteld onder de coördinatie van de Eerste Minister, met als titel “De aanpak van rondtrekkende dadergroepen: een actualisatie, Brussel, 2007”, en de omzendbrief COL 1/2008 van 13 februari 2008 van het College van procureurs-generaal betreffende de rondtrekkende dadergroepen, bleef de strijd tegen de rondtrekkende dadergroepen ook in 2010 een beleidsprioriteit voor het federaal parket.
In de omzendbrief COL 1/2008 kreeg het federaal parket ook de opdracht een tactisch canvas uit te werken voor de internationale aanpak van de rondtrekkende dadergroepen. Vier landen werden vooruitgeschoven: Roemenië, Servië, Montenegro en Albanië. Na Roemenië werd op 9 juni 2010 een samenwerkingsprotocol afgesloten met Servië.
Op 28 mei 2010 werd voormeld ministerieel beleidsdocument van 22 maart 2007 geactualiseerd, met als titel “De aanpak van de rondtrekkende dadergroepen: vernieuwde uitdagingen, Brussel 2010”. De continuïteit van de strijd tegen de rondtrekkende dadergroepen staat daarbij centraal. Ook de voortrekkersrol die het federaal parket vervult. Sommige wijzigingen zijn evenwel niet zonder belang, bijvoorbeeld waar Moldavië, Montenegro komt te vervangen als targetland.
In afwachting van een eventuele wijziging of een eventueel addendum van het College van procureurs-generaal aan de omzendbrief COL 1/2008, zette het federaal parket in 2010 zijn inspanningen voort, rekening houdende met de bakens uitgezet in dit nieuwe ministeriële beleidsdocument.


Oplossing 2: De organisatiestructuur van het federaal parket
De organisatiestructuur van het federaal parket diende nog beter te worden afgestemd op een zo efficiënt en optimaal mogelijke aanpak van de rondtrekkende dadergroeperingen.


Stand van zaken op 31.12.2008
De organisatiestructuur van het federaal parket werd aangepast en wordt hierna verder in concreto uiteengezet.
Stand van zaken op 31.12.2009
De organisatiestructuur van het federaal parket werd aangepast en wordt hierna verder in concreto uiteengezet
Stand van zaken op 31.12.2010
De organisatiestructuur van het federaal parket werd aangepast en wordt hierna verder in concreto uiteengezet


1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   42


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina