Jaarverslag 2010 federaal parket



Dovnload 2.08 Mb.
Pagina3/42
Datum19.08.2016
Grootte2.08 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   42

Afdeling 2. Tien bijzondere aandachtspunten



1. Het tienpuntenprogramma


Naast beide hierboven vermelde verbeterpunten (de nog meer doorgedreven aanpak van de internationale drugproblematiek en van de rondtrekkende dadergroeperingen), bepaalde de nieuwe federale procureur bij zijn aantreden op 1 april 2007 nog tien bijzondere aandachtspunten die hij wenste te verwezenlijken tijdens zijn mandaat.


Deze tien bijzondere aandachtspunten, met de daaraan verbonden doelstellingen, worden hierna vermeld.
De actuele stand op 31 december 2010 zal voor elk van deze punten worden vermeld. Om de voortgang van de uitvoering van elk punt beter te kunnen interpreteren, wordt de stand van zaken van de voorgaande jaren eveneens weergegeven.


  • Eerste bijzonder aandachtspunt: planning –en functioneringsgesprekken tussen de federale procureur en de federale magistraten.


De wet voorziet dat een federale magistraat wordt aangeduid voor een termijn van vijf jaar die, na evaluatie, tweemaal hernieuwbaar is (artikel 259 sexies, §2, derde lid Gerechtelijk wetboek).


Naast deze evaluaties, is het van bijzonder groot belang dat de federale procureur bij de aanvang van zijn mandaat een planningsgesprek voert met elke federale magistraat. Dit gesprek strekt ertoe op grond van een concrete functiebeschrijving van de magistraat en rekening houdend met de organisatorische context de doelstellingen die de federale magistraat dient te realiseren, vast te stellen.
Dit planningsgesprek, met specifieke, meetbare, aanvaardbare en realiseerbare doelstellingen waarop de betrokken magistraat nadien zal worden aangesproken en verantwoording zal moeten over afleggen, kan vervolgens op systematische en regelmatige basis via functioneringsgesprekken worden bijgestuurd.
Doelstelling: de federale procureur heeft bij de aanvang van zijn mandaat een planningsgesprek en nadien op systematische en regelmatige basis functioneringsgesprekken, met duidelijke doelstellingen, met elke federale magistraat.


Stand van zaken op 31.12.2008
In 2007 werd voor het eerst met alle federale magistraten een planningsgesprek gehouden.
In totaal werden 44 objectieven vastgelegd, die tijdens de planningsgesprekken aan alle federale magistraten en/of de beleidsmagistraten en/of de zaakmagistraten werden gegeven.
Deze objectieven zijn in eerste instantie gericht op de organisatie en de werking van het federaal parket. Elk objectief vermeldt een aantal indicatoren en een timing.

De objectieven 1 tot en met 4 dienen blijvend te worden gerealiseerd. De objectieven 5, 7, 17, 19, 20, 21, 22, 26, 27 (grotendeels), 28 (grotendeels), 30, 31, 34, 36, 37, 38, 39, 41 en 43 werden bereikt. In 2009 zouden de resterende objectieven moeten verwezenlijkt zijn.
Na de realisatie van al deze objectieven zullen functioneringsgesprekken met de federale magistraten plaats vinden, waarbij nieuwe objectieven zullen worden gegeven, die dan meer persoonsgebonden en meer gericht zullen zijn op het individueel en in groep functioneren van de magistraat binnen het federaal parket.



  1. Het beantwoorden aan de evaluatiecriteria die zijn opgenomen in het Koninklijk besluit tot vaststelling van de nadere regels voor de evaluatie van magistraten, de evaluatiecriteria en hun weging van 20 juli 2000 (B.S. 02.08.2000), en meer bepaald in artikel 3 en bijlage 28 (evaluatiecriteria en gedragsindicatoren) ervan.



  1. De werkingsprincipes vervat in de algemene dienstnota’s FP Nr 04 en 05/2007 definitief verankeren in de praktijk, met het oog op een vlotte en efficiënte toepassing ervan;



  1. Het organiseren van een permanent en gestructureerd overleg tussen alle federale magistraten van de sectie (cfr punt 20 van de algemene dienstnota FP Nr 04/2007);



  1. Zich inspannen de doorlooptijd van de hem toevertrouwde dossiers zo minimaal mogelijk te houden, inzonderheid wat de voor eindvordering meegedeelde dossiers betreft;



  1. Actualiseren van de algemene dienstnota’s FP Nr 05/2004 en 45/2003 met betrekking tot de werkingsregels in het federaal parket inzake de coördinatie van de uitoefening van de strafvordering, met het oog op het aldus bekomen van een vademecum “coördinatie van de uitoefening van de strafvordering” (met bijhorende modellen);



  1. Een actieplan voorbereiden inzake de strijd tegen de internationale drughandel door het federaal parket;



  1. Het actieplan van 22 maart 2007 inzake de strijd tegen de rondtrekkende dadergroepen uitvoeren;



  1. De volgende modellen voorbereiden: kantschriften; saisine mini-onderzoek onderzoeksrechter; saisine gerechtelijk onderzoek onderzoeksrechter; vorderingen procedure artikelen 61ter, 61quater, 61quinquies en 127 Sv. Raadkamer en de Kamer van Inbeschuldigingstelling; procedure voorziening in Cassatie;



  1. Voorbereiden van een algemene dienstnota met betrekking tot de werkingsregels in het federaal parket inzake het vergemakkelijken van de internationale samenwerking, met het oog op het bekomen van een vademecum “de internationale samenwerking – afhandeling internationale rechtshulpverzoeken” (met bijhorende modellen);



  1. Voorbereiden van een algemene dienstnota met betrekking tot de werkingsregels in het federaal parket inzake het vergemakkelijken van de internationale samenwerking, met het oog op het bekomen van een vademecum “de internationale samenwerking – afhandeling uitleverings- en overleveringsverzoeken” (met bijhorende modellen);



  1. Voorbereiden van een algemene dienstnota met betrekking tot de werkingsregels in het federaal parket inzake de JIT, met het oog op het bekomen van een vademecum “JIT” (met bijhorende modellen);




  1. Voorbereiden van een algemene dienstnota met betrekking tot de werkingsregels in het federaal parket inzake het Europees bevriezingsbevel (met bijhorende modellen);



  1. Voorbereiden van een algemene dienstnota met betrekking tot de werkingsregels in het federaal parket inzake de samenwerking met OLAF (met bijhorende modellen);



  1. Voorbereiden van een algemene dienstnota met betrekking tot de werkingsregels in het federaal parket inzake de samenwerking met het COIV (met bijhorende modellen);



  1. Realiseren van punt 124 van de COL 9/2005 betreffende de gerechtelijke reactie inzake terrorisme, met name de richtlijnen inzake signaleringen;



  1. Voorbereiden van een uniform model van briefwisseling met Eurojust;



  1. Voorbereiden van een algemene dienstnota met betrekking tot de werkingsregels in het federaal parket inzake de getuigenbeschermingscommissie, met het oog op het bekomen van een vademecum “getuigenbeschermingscommissie” (met bijhorende modellen);



  1. Voorbereiden van een algemene dienstnota met betrekking tot de werkingsregels in het federaal parket inzake de tenuitvoerlegging van de COL 19/2006 van het College van procureurs generaal over de bijdrage van het Openbaar Ministerie aan het jaarrapport van de georganiseerde criminaliteit in België;



  1. Voorbereiden van een actieplan met betrekking tot de aanwending van de gereserveerde politionele capaciteit door het federaal parket;



  1. Voorbereiden van een actieplan met het oog op het definitief en in overleg met alle partners kunnen vastleggen van het functioneringsmodel DGJ over de verhouding tussen de centrale directies en de gedeconcentreerde diensten;



  1. Een rondvraag doen bij de onderzoeksrechters en procureurs des Konings over de pijnpunten die het federaal parket in het kader van zijn toezichtstaak op de algemene en bijzondere werking van DGJ zou moeten kunnen oplossen;



  1. Actualiseren van de algemene dienstnota FP NR 08/2004 met betrekking tot de werkingsregels in het federaal parket inzake de federale proactieve onderzoeken, met het oog op het aldus bekomen van een vademecum “ federale proactieve onderzoeken” (met bijhorende modellen);



  1. Actualiseren van de bijzondere dienstnota FP NR 03/2004 met betrekking tot de werkingsregels in het federaal parket inzake het toezicht op de algemene en bijzondere werking van de federale politie, met het oog op het bekomen van een vademecum “toezicht op de algemene en bijzondere werking van de federale politie” (met bijhorende modellen);



  1. Voorbereiden van een algemene dienstnota met betrekking tot de werkingsregels in het federaal parket inzake de strafuitvoering, met het oog op het bekomen van een vademecum “strafuitvoering” (met bijhorende modellen);




  1. Voorbereiden van een algemene dienstnota met betrekking tot de werkingsregels in het federaal parket inzake slachtofferhulp, met het oog op het bekomen van een vademecum “slachtofferhulp” (met bijhorende modellen);



  1. Actualiseren van de bijzondere dienstnota FP Nr 04/2004 met betrekking tot de werkingsregels in het federaal parket inzake de bijzondere opsporingsmethodes, met het oog op het bekomen van een vademecum “bijzondere opsporingsmethoden” (met bijhorende modellen);



  1. Realiseren van de punten 78 en 86 van de COL 9/2005 van het College van procureurs-generaal betreffende de gerechtelijke reactie inzake terrorisme, met name: een GTOM inzake terroristische gijzelingen, en een draaiboek terroristische gijzelingen;



  1. De volgende modellen voorbereiden: briefwisseling embargoprocedure art. 11 OCAD (gericht aan directeur OCAD, federale politie, enz); briefwisseling VS en ADIV prospectieve fase; briefwisseling toezending informatie terrorisme aan het Belgisch lid Eurojust door de nationale correspondent Eurojust; briefwisseling DVZ (cfr. punt 111 van de COL 9/2005 betreffende de gerechtelijke reactie inzake terrorisme); briefwisseling aanstelling VS en ADIV als technische bijstand in een dossier; briefwisseling saisine gespecialiseerde onderzoeksrechter terrorisme;



  1. Uitvoeren van punt 116 van de COL 9/2005 betreffende de gerechtelijke reactie inzake terrorisme, met name de verdere uitbouw van de samenwerking met het gevangeniswezen, meer bepaald door bindende afspraken te maken inzake de kennisgeving aan het federaal parket door de Administratie van het gevangeniswezen van de invrijheidstelling van personen verdacht van terrorisme (na voorlopige hechtenis of na strafuitvoering);



  1. Actualiseren van de algemene dienstnota FP Nr 27/04 met betrekking tot de informatieverplichting artikel 56 §1 Sv.;



  1. Actualiseren van de algemene dienstnota’s FP Nr 11/2004, 03/2004 en 11GA-058N-03 met betrekking tot de werkingsregels in het federaal parket inzake de uitoefening van de strafvordering, met het oog op het aldus bekomen van een vademecum “uitoefening van de strafvordering” (met bijhorende modellen);



  1. De volgende modellen voorbereiden: artikel 46 bis Sv.; saisine mini-onderzoek onderzoeksrechter artikel 88bis Sv.; vorderingen procedure voorlopige hechtenis Kamer van Inbeschuldigingstelling; vorderingen regeling van de rechtspleging (behalve procedure Hof van Assisen); identificatieprocedure via DNA;



  1. Actualiseren van de algemene dienstnota FP NR 10/2004 met betrekking tot de werkingsregels in het federaal parket inzake de uitoefening van de militaire bevoegdheden, met het oog op het bekomen van een vademecum ‘militaire bevoegdheden” (met bijhorende modellen);



  1. Een strategische vergadering houden met de militaire overheden;



  1. Voorbereiden van een algemene dienstnota met betrekking tot de werkingsregels in het federaal parket inzake het internationaal humanitair recht, met het oog op het bekomen van de vademecum “internationaal humanitair recht” (met bijhorende modellen);



  1. Een exhaustieve telefoonlijst opstellen van de binnenlandse en buitenlandse partners van het federaal parket;



  1. Actualiseren van intranet/omptranet, door de volgende producten aan te bieden: alle vademeca; alle modellen; algemene telefoonlijst; alle dienstnota’s; wachtdiensten; alle COL’s van het College van procureurs-generaal; codex BTS; lijst van experten; lijst van vertalers; preventiecodes; andere documentatie;



  1. Voorbereiden van visitekaartjes en folder van het federaal parket in drie talen;



  1. Voorbereiden van een kwalificatieboek dat ter beschikking moet worden gesteld op het intranet/omptranet;



  1. Ter beschikking stellen van een laptop met de volledige inhoud van intranet van de magistraat met nachtdienst;



  1. Nazicht doen van de algemene en bijzondere dienstnota’s van het federaal parket voor de jaren 2003, 2004, 2005 en 2006, ter fine van bevestiging, actualisering, opheffing;



  1. Aanvragen en organiseren van taalstages, in eerste instantie FR/NE en NE/FR, in Ceran/België voor de federale magistraten in 2008;



  1. Actualiseren van de algemene dienstnota FP NR 9/2002 inzake de redactie en opmaak van briefwisseling;



  1. Actualiseren van de algemene dienstnota FP NR 03/2006 inzake de juristen en voorbereiden van de evaluatie ervan.


In 2007 werden ook de juristen geëvalueerd.
Stand van zaken op 31.12.2009
De objectieven 1 tot en met 4 dienen blijvend te worden gerealiseerd. De objectieven 5, 7, 17, 19, 20, 21, 22, 26, 27 (grotendeels), 28 (grotendeels), 30, 31, 34, 36, 37, 38, 39, 41 en 43 werden reeds eind 2008 gerealiseerd.
In 2009 werd verder werk gemaakt van de realisatie van deze objectieven. Zo kon ook objectief 6 definitief worden afgewerkt. Andere objectieven zijn in ontwerp klaar: 9, 11,12, 13, 14, 18, 23 en 27. In 2009 werd ook, gelet op het operationeel belang ervan, voorrang gegeven aan het verder afwerken van het erg omvangrijk vademecum “militaire bevoegdheden” (objectief 33) en aan het draaiboek terroristische gijzelingen (objectief 27), derwijze dat deze objectieven in 2010 zouden kunnen worden afgerond.
In 2009 werd één federale magistraat “goed” geëvalueerd en nam hij dienvolgens zijn tweede mandaat op.

Stand van zaken op 31.12.2010

De objectieven 1 tot en met 4 dienen blijvend te worden gerealiseerd. De objectieven 5, 6, 7, 17, 19, 20, 21, 22, 26, 27 (grotendeels), 28 (grotendeels), 30, 31, 34, 36, 37, 38, 39, 41 en 43 werden reeds eind 2009 gerealiseerd.

In 2010 werd verder werk gemaakt van de realisatie van deze objectieven. Zo konden ook de objectieven 12, 13, 14, 29, 33 en 40 definitief worden afgewerkt. Andere objectieven zijn in ontwerp klaar: 9, 11, 18, 23 en 27.

Op de korpsvergadering van 24 november 2010 werden alle objectieven met de federale magistraten doorlopen en interne werkgroepen gevormd, over de secties heen, om de verdere afwerking van de objectieven een nieuwe élan te geven.

De federale procureur had in de maanden februari en maart 2010 een individueel gesprek met elke federale magistraat. De meeste terugkomende aspecten uit deze individuele gesprekken werden door de federale procureur vertaald in de discussies tijdens het strategisch seminarie te Asselborn op 18 en 19 maart 2010 en besproken in en verder opgevolgd via de beleidscel. Eén van de focuspunten was het nog onvoldoende niveau van opleiding van het personeel. Daarom werden op 5 oktober 2010 en 14 december 2010 interne opleidingen door de federale magistraten en sommige personeelsleden aan het personeel gegeven over de dagvaardingen (module 1), het mini-onderzoek, de vorderingen Franchimont, de BOM-controle en de verwijzing naar de correctionele rechtbank (module 2)en het Europees en internationaal aanhoudingsmandaat (module 3) .

In 2010 werden vier federale magistraten “goed” geëvalueerd en namen zij dienvolgens hun tweede mandaat op.

Op de korpsvergadering van 26 mei 2010 werden 3 nieuwe effectieve en 3 nieuwe plaatsvervangende beoordelaars verkozen.

  • Tweede bijzonder aandachtspunt: een optimale taakverdeling en expertise-uitwisseling tussen de expertisenetwerken van het College van procureurs-generaal en het federaal parket.


Het federaal parket wordt nog te vaak door de federale politie en andere overheidsdiensten beschouwd als het verlengstuk van het College van procureurs-generaal en in die zin als eerste of voornaamste partner gevat van beleidsmatige vraagstukken en problemen of uitgenodigd tot deelname aan beleidsmatige overlegplatformen en permanente werkgroepen. In sommige gevallen, bijvoorbeeld de bijzondere opsporingsmethoden of het terrorisme, is dit vanuit de bijzondere expertise waarover het federaal parket beschikt, gerechtvaardigd. In andere gevallen is de meerwaarde die het federaal parket kan bieden of de reden waarom het federaal parket en niet het College van procureurs-generaal wordt aangesproken, echter niet duidelijk.


Het federaal parket heeft ongetwijfeld een belangrijke beleidsondersteunende functie ten aanzien van het College van procureurs-generaal en dient deze rol ook ten volle te vervullen. Het federaal parket vervangt echter niet het College van procureurs-generaal, noch is het een verlengstuk ervan, tenzij daartoe uitdrukkelijk gemachtigd door het College.
Wil het federaal parket zijn eigen en specifieke opdrachten, niet in het minst de uitoefening van de strafvordering in prioritaire federale dossiers, bij voorrang kunnen uitvoeren, dan dient een betere opdeling van de taken tussen de verschillende expertisenetwerken van het College van procureurs-generaal en het federaal parket te gebeuren.
Dit doet in niets afbreuk aan het feit dat het federaal parket tegelijkertijd als een soort “laboratorium” voor het Openbaar Ministerie kan functioneren en dat de operationele ervaringen in de dossiers van terrorisme en georganiseerde criminaliteit met de expertisenetwerken van het College van procureurs-generaal moeten worden gedeeld. Dit kan dan aanleiding geven tot het uitlokken van wetgevende initiatieven of tot het uitvaardigen van richtlijnen van het strafrechtelijk beleid.
Doelstelling: de federale procureur komt samen met het College van procureurs-generaal tot, enerzijds, een juiste afbakening van de opdrachten van het federaal parket en deze van de expertisenetwerken en, anderzijds, een optimale expertise-uitwisseling.


Stand van zaken op 31.12.2008
Op 19 september 2007 werd deze doelstelling besproken met het College van procureurs-generaal. Er werd afgesproken de problematiek niet in algemene termen te regelen, maar een beslissing van het College uit te lokken telkens zich een probleem van bevoegdheidsoverlapping zou stellen. Aldus werd reeds overeengekomen dat het federaal parket niet langer aan de vergaderingen van het Permanent Overlegplatform Bedrijfsbeveiliging en van het Nationaal Overlegplatform Autocriminaliteit zou deelnemen, maar enkel indien het College van procureurs-generaal of een expertisenetwerk van het College punctueel een beroep op het federaal parket zou doen.


Stand van zaken op 31.12.2009
Geen bijzondere opmerkingen wat 2009 betreft.

Stand van zaken op 31.12.2010
De taakverdeling en expertise-uitwisseling tussen de expertisenetwerken van het College van procureurs-generaal en het federaal parket verliep in 2010 uitstekend en gaf nooit aanleiding tot enig probleem.
De veelheid aan expertisenetwerken maakt het wel niet mogelijk voor het federaal parket aan alle vergaderingen en werkgroepen ervan deel te nemen. In 2010 werd noodgedwongen vooral samengewerkt met de expertisenetwerken die onmiddellijk aansluiten bij de kernopdrachten van het federaal parket. Mocht het College van procureurs-generaal echter besluiten tot een eventuele samenvoeging van sommige expertisenetwerken, zou dit ook een actievere rol van het federaal parket in de andere expertisenetwerken toelaten.

  • Derde bijzonder aandachtspunt: een permanent en gestructureerd overleg tussen alle federale magistraten.


Een permanent en gestructureerd overleg binnen en tussen de verschillende geledingen van het federaal parket is absoluut noodzakelijk.


Binnen de organisatiestructuur van het federaal parket die met ingang van 2007 werd in plaats gesteld, situeert dit gestructureerd overleg zich op drie niveaus:


  • Op het beleidsniveau: de beleidscel.

De beleidscel, waarvan de federale procureur, de adjunct federale procureur en de beleidsmagistraten (die tegelijkertijd ook de sectiehoofden zijn) deel uitmaken, moet het centrale aansturende orgaan van het federaal parket worden. Het is dan ook absoluut noodzakelijk dat deze beleidscel wekelijks samenkomt.


Hierbij dienen zich de dagelijkse contacten en het overleg tussen de federale procureur en zijn adjunct te voegen, alsmede het ad hoc overleg tussen de federale procureur en de beleidsmagistraten telkens indien nodig.
Tenslotte dient de federale procureur ook een geregeld overleg met de hoofdsecretaris te onderhouden.


  • Op sectieniveau: de sectievergaderingen. De beleidsmagistraat die aan het hoofd staat van een sectie dient op regelmatige basis overlegvergaderingen met de zaakmagistraten van zijn sectie te houden.

De juristen dienen eveneens aan deze sectievergaderingen deel te nemen.





  • Op korpsniveau: de korpsvergaderingen.

De korpsvergaderingen dienen tweemaandelijks op een vast en ruim op voorhand medegedeeld tijdstip te worden gehouden. De deelname moet dan ook verplicht zijn. Aan deze korpsvergaderingen nemen de federale procureur, de beleids – en zaakmagistraten, de juristen en de hoofdsecretaris deel.


Doelstelling: de federale procureur waakt erover dat een permanent en gestructureerd overleg gebeurt binnen en tussen de verschillende geledingen van het federaal parket: op beleidsniveau, op sectieniveau en op korpsniveau.


Stand van zaken op 31.12.2008
Vanaf 1 april 2007 werd dit gestructureerd overleg in plaats gesteld.
In 2007 en 2008 kwam de beleidscel wekelijks samen. Van elke vergadering van de beleidscel werd bovendien binnen de week een verslag opgesteld dat aan alle federale magistraten en de procureur-generaal te Gent (binnen het College van procureurs-generaal verantwoordelijk voor de relaties met het federaal parket) werd toegezonden.
In 2007 en 2008 kwam de sectie terrorisme eveneens wekelijks samen. De sectie georganiseerde criminaliteit, de sectie internationale samenwerking en de sectie internationaal humanitair recht en militaire bevoegdheden kwamen maandelijks samen. De sectie bijzondere opdrachten was in 2007 door omstandigheden slechts bemand door één federale magistraat. Vanaf 2008 werd deze sectie versterkt met 1 magistraat en vanaf dan werden ook hier maandelijks sectievergaderingen gehouden.

Binnen de secties “internationaal humanitair recht en militaire bevoegdheden”, “georganiseerde criminaliteit” en “terrorisme” wordt in 2007 en 2008 een “monitor” gehanteerd. Dit belangrijke beleidsinstrument bevat een summier overzicht van alle inlichtingen en onderzoeken die door het federaal parket worden behandeld.
De monitor, die dagelijks wordt bijgehouden, wordt geraadpleegd bij:

  • elke nieuwe informatie die bij het federaal parket wordt aangemeld,

  • de verdeling en toewijzing van een dossier aan een federale magistraat,

  • de werklastmeting van de sectie en van elke federale magistraat,

  • de integrale kwaliteitszorg van de dossiers,

  • statistische opzoekingen.


Op 29 mei 2008 werd de eerste vergadering van de interne overleggroep EcoFinSoc gehouden. Deze overleggroep beoogt op geregelde tijdstippen expertise en informatie uit te wisselen tussen de federale magistraten actief in strijd tegen de georganiseerde economische, financiële en sociale criminaliteit.
Er werden in 2007 vijf en in 2008 vier korpsvergaderingen gehouden.

Stand van zaken op 31.12.2009
Ook in 2009 werd dit gestructureerd overleg verder gezet.
In 2009 kwam de beleidscel wekelijks samen en werd van elke vergadering van de beleidscel binnen de week een verslag opgesteld dat aan alle federale magistraten en de procureur-generaal te Gent (binnen het College van procureurs-generaal verantwoordelijk voor de relaties met het federaal parket) werd toegezonden.
In 2009 kwam de sectie terrorisme eveneens wekelijks samen. De sectie georganiseerde criminaliteit, de sectie internationale samenwerking, de sectie bijzondere opdrachten en de sectie internationaal humanitair recht en militaire bevoegdheden kwamen op geregelde tijdstippen samen.
Binnen de secties “internationaal humanitair recht en militaire bevoegdheden”, “georganiseerde criminaliteit” en “terrorisme” werd verder, zoals in 2007 en 2008, de “monitor” als beleidsinstrument gehanteerd.
De interne overleggroep EcoFinSoc die in 2008 het levenslicht zag, deemsterde weg in 2009. De reden daartoe was dat deze werkgroep niet onder voorzitterschap van de federale procureur samen kwam en zich kwam voegen bij reeds talrijke andere vergaderingen waaraan de leden ervan dienden deel te nemen. Gelet op het belang ervan besliste de federale procureur de werkgroep nieuw leven in te blazen. Een vergadering onder zijn voorzitterschap werd gehouden op 8 december 2009.
Er werden in 2009 drie korpsvergaderingen gehouden.


Stand van zaken op 31.12.2010
Ook in 2010 vond een doorgedreven gestructureerd overleg plaats.
In 2010 kwam de beleidscel wekelijks samen en werd van elke vergadering van de beleidscel binnen de week een verslag opgesteld dat aan alle federale magistraten en de procureur-generaal te Gent (binnen het College van procureurs-generaal verantwoordelijk voor de relaties met het federaal parket) werd toegezonden.
In 2010 kwam de sectie terrorisme eveneens wekelijks samen. De sectie georganiseerde criminaliteit, de sectie internationale samenwerking, de sectie bijzondere opdrachten en de sectie internationaal humanitair recht en militaire bevoegdheden kwamen op geregelde tijdstippen samen. Binnen de secties “internationaal humanitair recht en militaire bevoegdheden”, “georganiseerde criminaliteit” en “terrorisme” werd verder, zoals in 2007, 2008 en 2009 de “monitor” als beleidsinstrument gehanteerd.
De overleggroep ECO-FIN kwam samen op 28.01.2010, 02.03.2010 en 24.06.2010. Doordat nadien, ingevolge een interne wijziging, alle federale magistraten met een ECO-FIN-SOC-profiel deel uitmaakten van de sectie georganiseerde criminaliteit, had de overleggroep geen reden van bestaan meer, nu de problematiek voortaan opgevangen wordt binnen de sectievergaderingen van de sectie “georganiseerde criminaliteit”.
Er werden in 2010 vier korpsvergaderingen en 1 strategisch seminarie gehouden.

  • Vierde bijzonder aandachtspunt: een optimale informatie-uitwisseling tussen alle federale magistraten.


Een gestructureerde informatie-uitwisseling binnen en tussen de verschillende geledingen van het federaal parket is absoluut noodzakelijk.


Binnen deze informatie-uitwisseling zijn twee belangrijke prioriteiten te onderscheiden:


  • Het bespreken van belangwekkende dossiers, interessante casussen, rechtsvraagstukken, best-practices, rechtsleer, rechtspraak en nieuwe wetgeving. Dit dient in de eerste plaats te gebeuren in het kader van de sectievergaderingen of, indien het de sectie overstijgt, in het kader van de korpsvergaderingen.




  • Het uitbouwen van modellen en een volledig draaiboek voor elke sectie die tevens beschikbaar moeten zijn op intranet. Hieraan is op dit ogenblik nog steeds een reëel gebrek. De praktijk toont aan dat de federale magistraten nog steeds verschillende modellen gebruiken, vaak afkomstig van hun parket van oorsprong, waardoor uiteraard heel wat tijd door opzoekingwerk verloren gaat en de coherentie binnen het federaal parket niet volledig is. Hier is een belangrijke taak weggelegd voor de beleidscel, daarbij ondersteund door administratieve medewerkers.


Doelstelling: de federale procureur waakt erover dat een optimale informatie-uitwisseling gebeurt binnen en tussen de verschillende geledingen van het federaal parket, waarbij aan het geautomatiseerd ter beschikking stellen van modellen en draaiboeken prioriteit wordt verleend.

Stand van zaken op 31.12.2008
In 2007 en 2008 werden tijdens de sectievergaderingen, maar ook daarbuiten, belangwekkende dossiers, interessante casussen, rechtsvraagstukken, best practices, rechtsleer, rechtspraak en nieuwe wetgeving besproken.
Er werd in 2007 werd ook een aanvang genomen met het opstellen van modellen en draaiboeken in de diverse domeinen waarbinnen het federaal parket actief is. Deze draaiboeken en modellen werden geïncorporeerd in de objectieven, zoals hiervoor vermeld onder het eerste bijzonder aandachtspunt.
Ingevolge opmerkingen van sommige magistraten hierover op de korpsvergadering van 15 april 2008 verzocht de federale procureur de beleidsmagistraten, hoofd van de secties, een interne audit te verrichten van de werking van hun secretariaten. Hieruit bleek dat er een dwingende nood was aan een doorgedreven opleiding van het personeel. Op 16 oktober 2008 gaf de federale procureur een uiteenzetting aan alle personeelsleden over de algemene werking van het federaal parket, over de positie van het federaal parket in het gerechtelijk landschap, over de bevoegdheden van de verschillende secretariaten en over de interactie tussen de secretariaten. Op 9 december 2008 vond dan een eerste gespecialiseerde opleiding plaats over de internationale samenwerking. Andere gespecialiseerde opleidingen zijn gepland voor 2009. De gespecialiseerde opleidingen worden gegeven door federale magistraten en personeelsleden.
Een doorgedreven informatie-uitwisseling geschiedt eveneens door middel van de interne dienstnota’s van het federaal parket. Elke nieuwe dienstnota wordt aan de federale magistraten, juristen en administratief personeel via e-mail door het secretariaat E aangemeld en op hetzelfde ogenblik op “Mijn Omptranet” geplaatst, waar zij de dienstnota’s kunnen raadplegen en downloaden. Indien het een vertrouwelijke dienstnota betreft, wordt op “Mijn Omptranet” enkel melding gemaakt van het bestaan ervan, en wordt de dienstnota enkel op papieren drager aan de federale magistraten bezorgd.
Er zijn vier categorieën dienstnota’s:


  • algemene dienstnota’s: deze betreffen de organisatie, de structuur, de operationele werking en het beleid van het federaal parket en zijn blijvend van aard. Aantal in 2007: 14 en in 2008: 19




  • bijzondere dienstnota’s: deze betreffen punctuele gebeurtenissen of strekken ertoe de magistraten te informeren over juridische vraagstukken en casussen, wetgeving, rechtspraak en rechtsleer. Aantal in 2007: 16 en in 2008: 46




  • bijzondere dienstnota’s College: deze betreffen de omzendbrieven van het College van procureurs-generaal en de verslagen van de vergaderingen van het College van procureurs-generaal, van de raad van procureurs des Konings en van de raad van arbeidsauditeurs. Aantal in 2007: 23 en in 2008: 38




  • bijzondere dienstnota’s Expert: deze betreffen de memo’s verspreid door de expertisenetwerken van het Openbaar Ministerie. Aantal in 2007: 18 en in 2008: 17.


Stand van zaken op 31.12.2009
Ook in 2009 werden tijdens de sectievergaderingen, maar ook daarbuiten, belangwekkende dossiers, interessante casussen, rechtsvraagstukken, best practices, rechtsleer, rechtspraak en nieuwe wetgeving besproken.
Er werd in 2009 verder werk gemaakt van de opmaak van modellen en draaiboeken in de diverse domeinen waarbinnen het federaal parket actief is. Deze draaiboeken en modellen werden geïncorporeerd in de objectieven, zoals hiervoor vermeld onder het eerste bijzonder aandachtspunt.
Een doorgedreven informatie-uitwisseling geschiedde door middel van de interne dienstnota’s van het federaal parket. Elke nieuwe dienstnota werd aan de federale magistraten, juristen en administratief personeel via e-mail door het secretariaat E aangemeld en op hetzelfde ogenblik op “Mijn Omptranet” geplaatst, waar zij de dienstnota’s kunnen raadplegen en downloaden. Indien het een vertrouwelijke dienstnota betreft, werd op “Mijn Omptranet” enkel melding gemaakt van het bestaan ervan, en werd de dienstnota enkel op papieren drager aan de federale magistraten bezorgd.
Aantal in 2009 verspreide dienstnota’s:


  • algemene dienstnota’s: 12

  • bijzondere dienstnota’s: 49

  • bijzondere dienstnota’s College: 43

  • bijzondere dienstnota’s Expert: 28


Stand van zaken op 31.12.2010
Zoals de voorgaande jaren gebeurde de informatie-uitwisseling tussen de federale magistraten via de korpsvergaderingen, de sectievergaderingen, interne contacten en interne dienstnota’s. Mijn omptranet werd optimaal aangewend als communicatie –en documentatieinstrument. De opmaak van modellen en draaiboeken in de diverse domeinen waarbinnen het federaal parket actief is, werd verder gezet.
Aantal in 2010 verspreide dienstnota’s:


  • algemene dienstnota’s: 20

  • bijzondere dienstnota’s: 82

  • bijzondere dienstnota’s College: 53

  • bijzondere dienstnota’s Expert: 25

  • Vijfde bijzonder aandachtspunt: een constante zorg voor de verbetering van de justitiële en politionele samenwerking en de pluri-disciplinaire aanpak van het terrorisme en de georganiseerde criminaliteit.


Het College van procureurs-generaal stelde in zijn tweede evaluatierapport dat inzake terrorisme de federale procureur “geslaagd is in zijn opdracht om tot een betere taakverdeling, samenwerking en coördinatie binnen de federale politie te komen (…), de aanzet gegeven heeft tot een verfijnde samenwerking met de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en de Cel voor Financiële Informatieverwerking en (…) een zeer belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de totstandkoming van het ontwerp van richtlijn betreffende de gerechtelijke aanpak inzake terrorisme, waarin een bijzondere verantwoordelijkheid is ingeschreven voor de federale procureur.”


Het betreft met name de gemeenschappelijke omzendbrief van de Minister van Justitie en het College van procureurs-generaal betreffende de gerechtelijke aanpak inzake terrorisme (COL 9/2005 van 15 juli 2005). Deze omzendbrief werd op 1 juli 2005 door het Ministerieel Comité voor Inlichting en Veiligheid goedgekeurd. Deze omzendbrief bundelt alle praktijkervaringen van het federaal parket inzake terrorisme en regelt de wijze waarop zij in volkomen synergie met alle nationale en internationale partners de strijd tegen het terrorisme voert.
Het federaal parket is er met andere woorden in geslaagd in een materie (het terrorisme), waar het aantal betrokken diensten het grootst is en een gecoördineerde en geïntegreerde samenwerking van het allerhoogste belang is, te komen tot een daadwerkelijke multidisciplinaire aanpak, die zowel op het terrein als in de regelgevende teksten werd vertaald.

Deze ervaringen in het terrorisme moeten zeker een bron van inspiratie zijn om niet alleen in dit domein, maar ook in de andere materies van het federaal parket, te komen tot een optimale justitiële en politionele samenwerking en een pluridisciplinaire aanpak.


Doelstelling: de federale procureur heeft een constante zorg voor de justitiële en politionele samenwerking en de pluridisciplinaire aanpak in het terrorisme en de georganiseerde criminaliteit. Hij zorgt er tevens voor dat de nuttige ervaringen en best practices van het federaal parket in de strijd tegen het terrorisme, ook aangewend worden in de andere criminele fenomenen die het federaal parket moet bestrijden.
Stand van zaken op 31.12.2008
In 2007 en 2008 werd, behoudens in het domein van het terrorisme, voornamelijk in de strijd tegen de rondtrekkende dadergroepen resoluut gekozen voor een justitiële en politionele samenwerking en pluridisciplinaire aanpak. Met succes werd een gecoördineerde en geïntegreerde samenwerking met de parketten en politiediensten gerealiseerd.


Stand van zaken op 31.12.2009
Ook in 2009 werd de justitiële en politionele samenwerking en pluridisciplinaire aanpak in de strijd tegen de rondtrekkende dadergroepen verder gezet. Met succes werd een gecoördineerde en geïntegreerde samenwerking met de parketten en politiediensten gerealiseerd.


Stand van zaken op 31.12.2010
Ook in 2010 waren justitiële en politionele samenwerking, pluridisciplinaire aanpak en gecoördineerde en geïntegreerde samenwerking met de parketten en politiediensten, de trefwoorden. Dit was reeds het geval in de domeinen van het terrorisme en de rondtrekkende dadergroepen. In 2010 werd ook meer werk gemaakt van een dergelijke aanpak in het domein van de nationale en internationale drugscriminaliteit.
In 2010 werden de structurele contacten tussen het federaal parket en DGJ aangescherpt.
Op 12 mei 2010 vond een overlegvergadering plaats tussen de federale procureur en zijn beleidscel en de directeur-generaal en de directeurs van de centrale directies DGJ.
De samenwerking tussen het federaal parket en de federale politie maakte ook het voorwerp uit van een discussie binnen de korpsvergadering van 26 mei 2010.
De federale procureur en de beleidsmagistraat van de sectie georganiseerde criminaliteit namen ook deel aan het strategisch overleg van de directeur-generaal en de directeurs van de centrale directies en de FGP’s van het DGJ op 22 november 2010 en 2 februari 2011. Zij lichtten er de sterke en de zwakke punten van de samenwerking tussen het federaal parket en de centrale directies DGJ toe en kaartten er enkele belangrijke verbeterpunten aan:


  • er komen te veel louter politionele problemen tot op het niveau van het federaal parket die eigenlijk intern de politiestructuur zouden dienen opgevangen en opgelost te worden;




  • de spanningen tussen de FGP Brussel en de centrale directies DGJ wegen zwaar op de politionele werking en dienen absoluut intern de politiestructuur weggewerkt te worden;




  • een betere verticale informatiedoorstroming intern DGJ is geboden;




  • leden van DGJ die (zeker de) internationale vergaderingen van het federaal parket bijwonen dienen hun kledij veel beter te verzorgen – kostuum en das zijn de regel;




  • de formele omgangsvormen van leden van DGJ naar de federale magistraten toe, dienen, vooral tijdens (internationale) vergaderingen, meer in acht genomen te worden;




  • wat de belangrijke perslekken in federale dossiers betreft, zal de federale procureur voortaan een assertieve politiek voeren en strafonderzoeken openen.


In 2011 zal worden geëvalueerd in welke mate de federale gerechtelijke politie met deze opmerkingen heeft rekening gehouden.


  • Zesde bijzonder aandachtspunt: een constante zorg voor een optimale samenwerking in synergie met de nationale en internationale partners van het federaal parket.


Voor het federaal parket is een optimale samenwerking met de nationale en internationale partners van het allerhoogste belang.


Het betreft hier uiteraard de gerechtelijke wereld in België: het College van procureurs-generaal, de Raad van procureurs des Konings, de Conferentie van de arbeidsauditeurs, de procureurs-generaal, de procureurs des Konings, de arbeidsauditeurs, de Vereniging van de onderzoeksrechters van België, de hoven en de rechtbanken, de balies, de gerechtsdeurwaarders en de Justitiehuizen.
Maar bovendien ook een groot aantal andere partners, waarvan de Minister van Justitie, het Parlement, de Hoge Raad voor de Justitie en het Ministerieel Comité en het College voor Inlichtingen en Veiligheid de belangrijkste zijn. Tenslotte zijn er ook alle binnen – en buitenlandse veiligheids – en inlichtingendiensten, Eurojust, EJN, de internationale rechtsmachten, Europol, Interpol, Olaf, de verbindingsofficieren, de verbindingsmagistraat in Marokko, enz.
Met al deze nationale en internationale partners onderhoudt het federaal parket geprivilegieerde contacten, die essentieel zijn voor de goede uitvoering van zijn opdrachten.
Doelstelling: de federale procureur bewaakt de geprivilegieerde contacten met alle nationale en internationale partners van het federaal parket en bouwt deze verder uit.


Stand van zaken op 31.12.2008
In 2007 en 2008 werden de geprivilegieerde contacten met de nationale en internationale partners van het federaal parket verder aangehaald. Dit moge blijken uit de wijze waarop de verschillende secties van het federaal parket hun opdrachten hebben vervuld.


Stand van zaken op 31.12.2009
Ook in 2009 werden de geprivilegieerde contacten met de nationale en internationale partners van het federaal parket verder aangehaald. Dit moge blijken uit de wijze waarop de verschillende secties van het federaal parket hun opdrachten hebben vervuld.

Stand van zaken op 31.12.2010
Een doorgedreven samenwerking met de gebruikelijke nationale en internationale partners van het federaal parket werd ook in 2010 bewerkstelligd.
Voor het eerst werd op 21 april 2010 de federale procureur echter ook gehoord door de Commissie Justitie van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat naar aanleiding van de bespreking van het jaarverslag van 2007-2008 van het College van procureurs-generaal. Dit was een unieke gelegenheid voor de federale procureur om er de bevoegdheden & opdrachten en beleidsprioriteiten van het federaal parket toe te lichten.

  • Zevende bijzonder aandachtspunt: wijziging van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken: een optimaal aanwenden van de wettelijk tweetalige federale magistraten.


Bij toepassing van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen kan een federale magistraat niet als openbaar ministerie zetelen in een gerechtelijk arrondissement met een ander taalstelsel dan dat van zijn diploma, zelfs indien hij houder is van het bewijs van kennis van de andere taal.


Dit doet uiteraard afbreuk aan de efficiëntie van het federaal parket.
Doelstelling: de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken dient te worden gewijzigd. De federale procureur spant zich in een wetgevend initiatief daartoe uit te lokken. De wetswijziging moet federale magistraten, die het bewijs van de kennis van de andere landstaal geleverd hebben, toelaten te zetelen in gerechtelijke arrondissementen met een ander taalstelsel dan dat van hun diploma.


Stand van zaken op 31.12.2008
In 2007 werd nagedacht over de wijze waarop dit wetgevend initiatief het best zou kunnen worden verwezenlijkt en werden de eerste informele contacten gelegd met het kabinet van de minister van Justitie en de FOD Justitie.
Dit wetgevend initiatief werd vervolgens uitvoerig besproken op de vergadering van het College van procureurs-generaal van 9 mei 2008. Het initiatief is trouwens niet nieuw: het wordt reeds vermeld in diverse jaarverslagen van de federale procureur en in diverse evaluatierapporten van het College van procureurs-generaal.
Het werd ook opgenomen in de verslagen van het College van procureurs-generaal houdende overzicht van de wetten die toepassings- of interpretatiemoeilijkheden hebben gesteld voor de hoven en rechtbanken in de loop van het gerechtelijk jaar 2006-2007 en 2007-2008, de zogenaamde rapporten “wetsevaluatie”.
In 2008 werd beslist dit wetgevend initiatief vooralsnog niet verder te zetten en het voorstel niet op te nemen in het voorontwerp van wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie (I). De reden hiertoe was drieërlei:


  • het politiek ongunstige klimaat voor een dergelijke wijziging aan de taalwet;




  • de interpretatie van de FOD Justitie, dat federale magistraten slechts kunnen zetelen in gerechtelijke arrondissementen met een ander taalstelsel dan dat van hun diploma, indien zij het bewijs geleverd hebben van een actieve en passieve kennis van de andere landstaal (het zogenaamde grote taalexamen - artikel 6 van het Koninklijk besluit van 19 december 2002 tot regeling van de examens waarbij de doctors en licentiaten in de rechten in de gelegenheid worden gesteld te voldoen aan het voorschrift van artikel 43quinquies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de talen in gerechtszaken) en niet enkel van de passieve kennis van de andere landstaal (het zogenaamde kleine taalexamen – artikel 5 K.B. 19 december 2002). De meeste tweetalige federale magistraten hebben echter enkel het kleine taalexamen afgelegd, omdat zulks wettelijk volstaat om als federale magistraat wettelijk tweetalig te zijn;




  • de gevolgen van een dergelijke wettelijke regeling voor de werking van het eveneens grotendeels tweetalige parket van Brussel waren niet voldoende duidelijk.


Dit wetgevend initiatief wordt momenteel niet hernomen.


Stand van zaken op 31.12.2009
Dit wetgevend initiatief werd niet hernomen.


Stand van zaken op 31.12.2010
Dit wetgevend initiatief werd niet hernomen.

  • Achtste bijzonder aandachtspunt: wijziging van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken: de volledige invulling van het operationeel kader van het federaal parket.


De plaats van federale magistraat die het bewijs moet leveren van de kennis van de Duitse taal werd, bij gebrek aan kandidaat, tot op heden nooit ingevuld (artikel 43bis, §4, zesde lid van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken).


Dit doet uiteraard afbreuk aan de efficiëntie van het federaal parket, omdat op die manier het operationeel kader ervan nooit volledig ingevuld zal geraken.
Tot op heden oefende de federale procureur trouwens slechts in één dossier de strafvordering uit in de Duitse taal. Op dat ogenblik werd probleemloos een beroep gedaan op de procedure van de delegatie van de procureur des Konings te Eupen (artikel 144bis §3 van het Gerechtelijk wetboek).
Doelstelling: de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken dient te worden gewijzigd. De federale procureur spant zich in een wetgevend initiatief daartoe uit te lokken. De wetswijziging moet ertoe strekken het operationeel kader van het federaal parket volledig te kunnen invullen door te voorzien in de aanwijzing in overtal van een federale magistraat van de Nederlandse of Franse taalrol, in afwachting dat een federale magistraat die de kennis van de Duitse taal bewijst kan worden gevonden

Stand van zaken op 31.12.2008
In 2007 werd nagedacht over de wijze waarop dit wetgevend initiatief het best zou kunnen worden verwezenlijkt en werden de eerste informele contacten gelegd met het kabinet van de minister van Justitie en de FOD Justitie.
Dit wetgevend initiatief werd vervolgens uitvoerig besproken op de vergadering van het College van procureurs-generaal van 9 mei 2008. Het initiatief is trouwens niet nieuw: het wordt reeds vermeld in diverse jaarverslagen van de federale procureur en in diverse evaluatierapporten van het College van procureurs-generaal.
Het werd ook opgenomen in de verslagen van het College van procureurs-generaal houdende overzicht van de wetten die toepassings- of interpretatiemoeilijkheden hebben gesteld voor de hoven en rechtbanken in de loop van het gerechtelijk jaar 2006-2007 en 2007-2008, de zogenaamde rapporten “wetsevaluatie”.
Het wetgevend initiatief werd opgenomen in het voorontwerp van wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie (I).


Stand van zaken op 31.12.2009
Artikel 21 van de wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen betreffende Justitie I, B.S. 15 januari 2010, kwam aan dit bijzonder aandachtspunt, in de door het federaal parket gewenste zin, tegemoet.


Stand van zaken op 31.12.2010
Afgehandeld.


  • Negende bijzonder aandachtspunt: wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting: het remediëren aan de afwezigheid van een duidelijke hiërarchische structuur binnen het federaal parket.


Het wettelijk kader van het federaal parket is vastgelegd in artikel 2 van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting. Dit kader voorziet niet in een hiërarchische structuur binnen het federaal parket. Het spreekt enkel van 1 federale procureur en 22 federale magistraten.


De organisatiestructuur van het federaal parket dient niet alleen in de praktijk te worden in plaats gesteld, maar dient eveneens een duidelijkere wettelijke verankering te krijgen.
Doelstelling: de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting dient te worden gewijzigd. De federale procureur spant zich in een wetgevend initiatief daartoe uit te lokken.


Stand van zaken op 31.12.2008
In 2007 werd nagedacht over de wijze waarop dit wetgevend initiatief het best zou kunnen worden verwezenlijkt en werden de eerste informele contacten gelegd met het kabinet van de minister van Justitie en de FOD Justitie.
Dit wetgevend initiatief werd vervolgens uitvoerig besproken op de vergadering van het College van procureurs-generaal van 9 mei 2008. Het initiatief is trouwens niet nieuw: het wordt reeds vermeld in diverse jaarverslagen van de federale procureur en in diverse evaluatierapporten van het College van procureurs-generaal.
Het werd ook opgenomen in het verslag van het College van procureurs-generaal houdende overzicht van de wetten die toepassings- of interpretatiemoeilijkheden hebben gesteld voor de hoven en rechtbanken in de loop van het gerechtelijk jaar 2006-2007, maar niet meer in het verslag van het jaar 2007-2008, de zogenaamde rapporten “wetsevaluatie”.
In 2008 werd beslist dit wetgevend initiatief vooralsnog niet verder te zetten en het voorstel niet op te nemen in het voorontwerp van wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie (I). De reden hiertoe was drieërlei:


  • na grondige analyse, de al bij al geringe noodzaak voor een nog duidelijkere wettelijke verankering;




  • de samenhang met andere aan de gang zijnde reflecties, bijvoorbeeld inzake de samenstelling van de parketten-generaal met uitsluitend advocaten-generaal en meerdere eerste advocaten-generaal;




  • de vrees dat het installeren van een formele klassieke hiërarchische structuur binnen het federaal parket de werking ervan te veel zou bemoeilijken en met quasi zekerheid zou leiden tot interne spanningen en talrijke procedures voor de administratieve rechtscolleges. Het federaal parket is immers geen korps an sich, maar samengesteld uit federale magistraten-mandaathouders die komen uit alle lagen van het Openbaar Ministerie en van overal ten lande.


Dit wetgevend initiatief wordt momenteel niet hernomen.


Stand van zaken op 31.12.2009
Dit wetgevend initiatief werd niet hernomen.


Stand van zaken op 31.12.2010
Dit wetgevend initiatief werd niet hernomen.

  • Tiende bijzonder aandachtspunt: wijziging van artikel 259sexies, §2, derde lid Gerechtelijk wetboek: het bieden van zekerheid aan de federale magistraten en het tegengaan van expertiseverlies.


Elke federale magistraat is aangeduid voor een termijn van vijf jaar die tweemaal hernieuwbaar is, na een evaluatie die ten laatste vier maanden voor het einde van een mandaat plaats heeft.


De federale magistraat vervoegt dus, na afloop van drie mandaten, het kader van zijn oorspronkelijk parket in de graad die hij vijftien jaar geleden had, met teruggang van het salaris, tenzij hij elders zou worden benoemd.
Het gelijktijdig (na afloop van het derde mandaat) of vroegtijdig (uit zorg voor hun professionele toekomst) vertrek van een groot aantal federale magistraten met ervaring zou uiteraard nefast zijn voor de goede werking van het federaal parket.
De mogelijkheid dient te worden gecreëerd het mandaat van federale magistraat zonder beperking in de tijd te verlengen, telkens voor een termijn van vijf jaar en telkens mits positieve evaluatie.
Doelstelling: artikel 259sexies, §2, derde lid Gerechtelijk wetboek dient te worden gewijzigd. De federale procureur spant zich in een wetgevend initiatief daartoe uit te lokken. De wetswijziging moet ervoor zorgen dat het mandaat van federale magistraat zonder beperking in de tijd kan worden hernieuwd, telkenmale voor een periode van vijf jaar en telkens mits positieve evaluatie.

Stand van zaken op 31.12.2008
In 2007 werd nagedacht over de wijze waarop dit wetgevend initiatief het best zou kunnen worden verwezenlijkt en werden de eerste informele contacten gelegd met het kabinet van de minister van Justitie en de FOD Justitie.
Dit wetgevend initiatief werd vervolgens uitvoerig besproken op de vergadering van het College van procureurs-generaal van 9 mei 2008. Het initiatief is trouwens niet nieuw: het wordt reeds vermeld in diverse jaarverslagen van de federale procureur en in diverse evaluatierapporten van het College van procureurs-generaal.
Het werd ook opgenomen in de verslagen van het College van procureurs-generaal houdende overzicht van de wetten die toepassings- of interpretatiemoeilijkheden hebben gesteld voor de hoven en rechtbanken in de loop van het gerechtelijk jaar 2006-2007 en 2007-2008, de zogenaamde rapporten “wetsevaluatie”.
Het wetgevend initiatief werd opgenomen in het voorontwerp van wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie (I).
Stand van zaken op 31.12.2009
Om onduidelijke redenen werd tijdens de interkabinetten-werkgroep bij de totstandkoming van de wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen betreffende Justitie I, B.S. 15 januari 2010, het artikel 12 in ontwerp m.b.t. dit bijzonder aandachtspunt niet weerhouden.
Dit aandachtspunt is evenwel van prioritair belang voor de goede werking van het federaal parket in de toekomst.
De federale procureur schreef hierover op 26 februari 2009 de minister van Justitie aan. Op 30 april 2009 had hij hierover een persoonlijk onderhoud met de minister van Justitie, die hij diezelfde dag een sterk gemotiveerde en onderbouwde brief liet geworden. Op 30 oktober 2009 bepleitte de federale procureur andermaal dit aandachtspunt bij de directeur van de beleidscel van de minister van Justitie.
Het voorstel geniet de steun van de vorige en de huidige minister van Justitie, maar een breder politiek draagvlak dient te worden gevonden.
Dit blijft een absolute beleidsprioriteit voor de federale procureur.


Stand van zaken op 31.12.2010
Dit punt bleef ook in 2010 een absolute beleidsprioriteit voor de federale procureur. Het dossier kende helaas geen voortgang gelet op de status van de regering in lopende zaken.
Het voorstel werd door het College van procureurs-generaal opgenomen in het memorandum van het Openbaar Ministerie 2010 (-2011) voor de toekomstige formateur.

2. Samenvatting van de strategie en de visie van het federaal parket (afdelingen 1 en 2)


Het beleid van de nieuwe federale procureur, en dat hij dan ook in 2010 verder zette, is een tweesporenbeleid.


Enerzijds, heeft zijn beleid oog voor de continuïteit en het consolideren van de wijze waarop het federaal parket reeds met voldoening zijn opdrachten vervult. Dit met, in het bijzonder, een permanente aandacht voor het fenomeen van het terrorisme en met een actievere invulling van de toezichtstaak op de federale politie en een kritisch onderzoek van de militaire bevoegdheden van het federaal parket.
Anderzijds, wordt prioriteit verleend aan het verder uitbouwen van de rol en de meerwaarde die het federaal parket in een aantal domeinen kan bieden.
Het is de betrachting deze dubbele doelstelling als volgt te bereiken:


  • De realisatie van twee initiële verbeterpunten:




  • een verder doorgedreven aanpak van de internationale drugproblematiek




  • een verder doorgedreven aanpak van de rondtrekkende dadergroeperingen




  • De blijvende realisatie van een zeven-puntenprogramma, door het verlenen van een bijzondere aandacht voor:




  • de planning –en functioneringsgesprekken tussen de federale procureur en de federale magistraten




  • een optimale taakverdeling en expertise-uitwisseling tussen de expertisenetwerken van het College van procureurs-generaal en het federaal parket




  • een permanent en gestructureerd overleg tussen alle federale magistraten




  • een optimale informatie-uitwisseling tussen alle federale magistraten




  • een constante zorg voor de verbetering van de justitiële en politionele samenwerking en de pluridisciplinaire aanpak van het terrorisme en de georganiseerde criminaliteit




  • een constante zorg voor een optimale samenwerking in synergie met alle nationale en internationale partners van het federaal parket




  • (…)




  • (…)




  • (…)




  • de wijziging van artikel 259sexies, §2, derde lid Gerechtelijk wetboek: het bieden van zekerheid aan de federale magistraten en het tegengaan van expertiseverlies.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   42


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina