Jaarverslag 2010 federaal parket



Dovnload 2.08 Mb.
Pagina4/42
Datum19.08.2016
Grootte2.08 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   42

Afdeling 3. Tweeëntwintig nieuwe beleidsinitiatieven in 2007-2008-2009


Na het opnemen van het mandaat van federale procureur werd niet alleen een aanvang genomen met het ontwikkelen en implementeren van voorgaande strategie en visie van het federaal parket.


Een aantal (22) bijkomende beleidsinitiatieven werd ontwikkeld. Deze nieuwe beleidsinitiatieven worden hierna vermeld
Deze initiatieven werden besproken met de directeur-generaal van de Rechterlijke Organisatie van de FOD Justitie en met de directeur van de beleidscel van de minister van Justitie. De meest belangrijke besprak de federale procureur met de minister van Justitie zelf. Al deze initiatieven maken ook het voorwerp uit van herhaalde briefwisseling in 2008 en 2009 van de federale procureur gericht aan de beleidsverantwoordelijken van Justitie. De Regering in lopende zaken en de budgettaire restricties maakten dat in 2010 heel wat van deze initiatieven op geen enkele aandacht van de beleidsverantwoordelijken binnen Justitie konden rekenen.
De actuele stand op 31 december 2010 zal voor elk van deze punten worden vermeld. Om de voortgang van de uitvoering van elk punt beter te kunnen interpreteren, wordt de stand van zaken van de voorgaande jaren eveneens weergegeven.


  • Nieuw beleidsinitiatief 1: het operationeel kader van het federaal parket – de magistraten.


Het wettelijk kader van het federaal parket is vastgelegd in artikel 2 van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting.


Dit kader bestaat uit 1 federale procureur en 22 federale magistraten. In werkelijkheid betreft het echter slechts 19 federale magistraten, aangezien:


  • een federale magistraat als voorzitter van het controleorgaan inzake het informatiebeheer, voor de duur van zijn mandaat totaal onafhankelijk werkt ten aanzien van het federaal parket;

  • een vakante plaats van wettelijk tweetalige federale magistraat van het Franse taalregime al jarenlang niet ingevuld raakt bij gebrek aan (valabele) kandidaten;




  • een vakante plaats van federale magistraat die het bewijs moet leveren van de kennis van de Duitse taal niet ingevuld raakt bij gebrek aan kandidaten.

Beide laatste plaatsen worden systematisch en al jarenlang getrouw telkens weer gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad (laatst B.S. 28 september 2007).


Bovendien, toen de militaire rechtscolleges op 1 januari 2004 werden afgeschaft, werd het federaal parket belast met de uitoefening van de strafvordering ten aanzien van door militairen in het buitenland gepleegde misdrijven in vredestijd. Omdat op dat ogenblik ook beslist werd drie magistraten, afkomstig uit de militaire auditoraten, buiten kader aan het federaal parket toe te voegen, werd geen kaderuitbreiding door het federaal parket gevraagd. Ondertussen is de ‘militaire bevoegdheid’ van het federaal parket gebleven en is deze zelfs in belang toegenomen, maar verlieten wel al twee van deze magistraten het federaal parket zonder ooit vervangen te zijn geworden en is de nog resterende magistraat pensioengerechtigd en kan hij elk moment vertrekken indien hij daartoe zou beslissen.
Er stellen zich derhalve twee concrete problemen.
Een eerste probleem betreft de plaats van wettelijk tweetalige federale magistraat van het Franse taalregime (B.S. 28 september 2007).
De FOD Justitie stelt ten onrechte dat deze plaats op het federaal parket enkel kan worden ingevuld door een wettelijk tweetalige federale magistraat van het Franse taalregime.
Artikel 43 bis, §4 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken bepaalt immers: “De helft van de federale magistraten moeten door hun diploma bewijzen dat zij het examen van doctor of licentiaat in de Rechten in het Frans hebben afgelegd. Ten minste een derde van deze federale magistraten moeten het bewijs leveren van de kennis van de Nederlandse taal.”
Het federaal parket bestaat uit één federale procureur en 22 federale magistraten.
Op basis van de verdeelsleutel vastgelegd in de wet, wordt dit dus:


  • 1 tweetalige federale procureur

  • 11 Nederlandstalige federale magistraten, waarvan minstens 1/3 of 3 wettelijk tweetaligen

  • 11 Franstalige federale magistraten, waarvan minstens 1/3 of 3 wettelijk tweetaligen.

Op dit ogenblik zijn drie federale magistraten van het Franse taalregime wettelijk tweetalig:


Het quotum van 1/3 werd aldus bereikt en de nog openstaande plaats kan derhalve perfect worden ingevuld door een federale magistraat van het Franse taalregime, zonder dat deze wettelijk tweetalig dient te zijn. De interpretatie van de FOD Justitie dat een derde (1/3) van 11 federale magistraten gelijk is aan vier federale magistraten, kan niet worden gevolgd.
Het probleem zou dus in een handomdraai kunnen worden opgelost, zonder wetswijziging, indien de FOD Justitie haar interpretatie zou willen aanpassen.
Gevraagd aan de minister van Justitie: een wijziging van de interpretatie van de FOD Justitie over de verdeelsleutel in artikel 43 bis, §4 van de wet van 15 juni 1935, waardoor een federale magistraat van het Franse taalregime zou kunnen worden aangetrokken, zonder dat deze wettelijk tweetalig moet zijn.

Stand van zaken op 31.12.2008
Inmiddels stelde zich gelukkig een wettelijk tweetalige magistraat van het Franse taalregime kandidaat voor de openstaande plaats van federale magistraat (B.S. 18 augustus 2008).
Indien deze magistraat inderdaad tot federale magistraat wordt aangewezen, is dit probleem, minstens tijdelijk, opgelost.
Dit beleidsinitiatief wordt momenteel niet hernomen.


Stand van zaken op 31.12.2009
Dit beleidsinitiatief wordt niet hernomen

Stand van zaken op 31.12.2010
Afgehandeld.

Een tweede probleem betreft de magistraten afkomstig van de vroegere militaire auditoraten.


Toen de militaire rechtscolleges op 1 januari 2004 (de wet van 10 april 2003 tot regeling van de afschaffing van de militaire rechtscolleges in vredestijd alsmede van het behoud ervan in oorlogstijd, B.S. 7 mei 2003) werden afgeschaft, werd het federaal parket belast met de uitoefening van de strafvordering ten aanzien van door militairen in het buitenland gepleegde misdrijven in vredestijd.
Omdat op dat ogenblik drie magistraten, afkomstig uit de militaire auditoraten, buiten kader aan het federaal parket werden toegevoegd, werd geen kaderuitbreiding door het federaal parket bekomen.
Ondertussen is de ‘militaire bevoegdheid’ van het federaal parket gebleven en is deze zelfs enorm in belang toegenomen (cfr de huidige operaties in Afghanistan, Tsjaad, Libanon, Kosovo, …), maar verlieten wel al twee van deze magistraten het federaal parket zonder ooit vervangen te zijn geworden en is de nog resterende magistraat pensioengerechtigd en kan hij elk moment vertrekken.
Indien in de toekomst de uitoefening van de ‘militaire bevoegdheden’ van het federaal parket verzekerd wil blijven, dient een uitbreiding van het kader van de federale magistraten te gebeuren, teneinde te voorzien in de vervanging van de magistraten afkomstig van de militaire auditoraten.
Er werd daarom voorgesteld artikel 2 van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting te wijzigen, teneinde het operationeel kader van het federaal parket met twee magistraten aan te vullen en zo het vertrek van de drie magistraten afkomstig van de militaire auditoraten op te vangen. Er werd geen uitbreiding van het kader met drie federale magistraten gevraagd, omdat het totaal aantal federale magistraten steeds een even getal moet zijn, nu de ene helft ervan Nederlandstalig en de andere helft Franstalig moet zijn. Een uitbreiding met vier federale magistraten lijkt op dit ogenblik niet nodig, vandaar de gevraagde aanvulling met twee federale magistraten.
Gevraagd aan de minister van Justitie: de vervanging van de magistraten afkomstig van de militaire auditoraten en werkzaam buiten kader op het federaal parket, derwijze dat de uitoefening van de ‘militaire bevoegdheden’ van het federaal parket ook in de toekomst zou kunnen verzekerd blijven.

Stand van zaken op 31.12.2008
In 2007 werd nagedacht over de wijze waarop dit wetgevend initiatief het best zou kunnen worden verwezenlijkt en werden de eerste informele contacten gelegd met het kabinet van de minister van Justitie en de FOD Justitie.
Dit wetgevend initiatief werd vervolgens per brief van 2 oktober 2008 aan de minister van Justitie voorgesteld.
Het wetgevend initiatief werd opgenomen in het voorontwerp van wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie (I).


Stand van zaken op 31.12.2009
Artikel 22 van de wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen betreffende Justitie I, B.S. 15 januari 2010, kwam aan dit beleidsinitiatief, in de door het federaal parket gewenste zin, tegemoet.

Stand van zaken op 31.12.2010
Afgehandeld.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   42


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina