Jaarverslag 2010 federaal parket



Dovnload 2.08 Mb.
Pagina7/42
Datum19.08.2016
Grootte2.08 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   42

Nieuw beleidsinitiatief 5: de beveiliging van de gerechtelijke informatie-uitwisseling.


Het federaal parket vervult een cruciale rol in de uitwisseling van gerechtelijke informatie, onder meer in de nationale en internationale strijd tegen het terrorisme.


Tot op heden gebeurt deze externe informatie-uitwisseling uitsluitend via niet beveiligde kanalen, een enkele zending per drager niet te na gesproken. Terrorisme-informatie wordt bijvoorbeeld via fax, via het internet, zelfs via gewone e-mail, zonder enige versleuteling of beveiliging welkdanige dan ook, verstuurd.
Dit is niet professioneel en niet langer verantwoord. Sommige informatie (bijvoorbeeld in zaken van terrorisme) wordt dan ook nu reeds niet langer door het federaal parket ‘in real time’ met zijn binnenlandse en buitenlandse partners gedeeld, omdat de vertrouwelijkheid van de gebruikte communicatiekanalen niet kan worden gegarandeerd en een verspreiding ervan per drager praktisch niet haalbaar is. Dit betekent dat uitsluitend om die reden sommige partners voortaan verstoken blijven van deze informatie.
Ingevolge een beslissing van het Ministerieel Comité voor Inlichting en Veiligheid wordt thans een systeem, genaamd het BINII-systeem in plaats gesteld, dat mits enige aanpassingen aan het gevraagde zou kunnen tegemoet komen.
De problematiek stelt zich uiteraard ook wat de beveiliging van de informatie-uitwisseling binnen het federaal parket betreft.
Gevraagd aan de minister van Justitie: de inplaatsstelling van een beveiligd communicatiesysteem intern het federaal parket en tussen het federaal parket en zijn partners.

Stand van zaken op 31.12.2008
Het BINII-systeem wordt verder geïmplementeerd.
Voor de uitwisseling van informatie met Eurojust is een beveiligd kanaal in ontwikkeling.
Zonder gevolg van de minister van Justitie en/of de FOD Justitie wat het beveiligd communicatiesysteem intern het federaal parket betreft.

Stand van zaken op 31.12.2009
Het BINII-systeem wordt verder geïmplementeerd.
Voor de uitwisseling van informatie met Eurojust is een beveiligd kanaal in plaats gesteld.
Op 26 februari 2009 richtte de federale procureur een brief aan de minister van Justitie wat het beveiligd communicatiesysteem intern het federaal parket betreft. Op 30 oktober 2009 werd dit besproken met de directeur van de beleidscel van de minister van Justitie.
Zonder gevolg van de minister van Justitie en/of de FOD Justitie.


Stand van zaken op 31.12.2010
Ook in 2010 was het BINII-systeem nog steeds niet geïmplementeerd. Oorzaak hiervan was het aanslepen van de veiligheidsonderzoeken voor de leden van het federaal parket die toegang moeten hebben tot het BINII-systeem, alsmede de klaarblijkelijk moeizame samenwerking tussen het ICT FOD Justitie en de FOD Defensie betreffende de beveiliging van de communicatielijnen.
De uitwisseling van informatie met Eurojust gebeurde in 2010 ook via een beveiligd kanaal.
Gelet op het uitblijven van beveiligde externe communicatielijnen besliste de federale procureur bepaalde documenten (zoals de wekelijkse “monitor terrorisme”) niet langer via het internet aan de externe partners (bijvoorbeeld de federale politie) van het federaal parket toe te sturen.

  • Nieuw beleidsinitiatief 6: de taalpremie.


Artikel 43bis, §4 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken bepaalt: “De helft van de federale magistraten moeten door hun diploma bewijzen dat zij het examen van doctor of licentiaat in de Rechten in het Nederlands hebben afgelegd. Ten minste een derde van deze federale magistraten moeten het bewijs leveren van de kennis van de Franse taal. De helft van de federale magistraten moeten door hun diploma bewijzen dat zij het examen van doctor of licentiaat in de Rechten in het Frans hebben afgelegd. Ten minste een derde van deze federale magistraten moeten het bewijs leveren van de kennis van de Nederlandse taal. Ten minste een federale magistraat moet het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal.”


Het federaal parket bestaat uit één federale procureur en 22 federale magistraten.
Dit houdt in:


  • 1 tweetalige federale procureur

  • 11 Nederlandstalige federale magistraten, waarvan minstens 1/3 of 3 wettelijk tweetaligen

  • 11 Franstalige federale magistraten, waarvan minstens 1/3 of 3 wettelijk tweetaligen.

Wettelijk tweetalige federale magistraten van het Nederlands taalregime: de federale procureur, de federale magistraat die voorzitter is van het controleorgaan artikel 44/8 WPA en 6 federale magistraten.


Wettelijk tweetalige federale magistraten van het Franse taalregime: 3 federale magistraten.
De federale procureur en de wettelijk tweetalige federale magistraten hebben allen recht op een tweetaligheidspremie. Dit wordt bepaald door artikel 357, §4, vierde lid van het Gerechtelijk Wetboek.
In werkelijkheid betaalt de FOD Justitie echter slechts aan 3 Nederlandstalige en de voorzitter van het controleorgaan en aan 3 Franstalig federale magistraten die wettelijk tweetalig zijn deze premie uit.
De FOD Justitie argumenteert daartoe dat het federaal parket eveneens onder de algemene regeling bepaald in artikel 357, §4 eerste tot en met derde lid Ger.W. valt, waar voorzien wordt in een bepaalde plafonnering.
Deze redenering is juridisch niet juist en wel om de volgende redenen.
Algemeen bepaalt artikel 357, §4 Ger.W. dat een taalpremie wordt toegekend aan de magistraten die de kennis hebben bewezen van een andere taal dan die waarin zij de examens van het doctoraat of van de licentie in de rechten hebben afgelegd, voor zover zij benoemd zijn in een rechtscollege waar (ten minste) een gedeelte van de magistraten het bewijs moet leveren van de kennis van meer dan één landstaal.
Het artikel voert ook een plafond in per rechtscollege ten aanzien van het aantal rechthebbenden onder de laureaten van het taalexamen: ofwel het minimumaantal, ofwel het aantal als voorgeschreven door de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.
Voor het federaal parket is echter een specifieke regeling voorzien in het vierde lid van artikel 357§4 Ger.W. De tekst ervan luidt als volgt: “Deze premie wordt eveneens toegekend aan de federale procureur en aan de federale magistraten die de kennis hebben bewezen van een andere taal dan die waarin zij de examens van het doctoraat of van de licentie in de rechten hebben afgelegd”.
Dat het inderdaad om een specifieke regeling gaat, bewijst:


  • het loutere feit dat de regeling in een afzonderlijk lid werd ingevoegd, waartoe geen noodzaak zou hebben bestaan indien de algemene regeling toch van toepassing zou zijn;




  • de algemeen aanvaarde stelling dat het federaal parket geen ‘rechtscollege’ is, zoals vermeld elders in artikel 357 Ger.W., aangezien er uitsluitend met mandaten wordt gewerkt;







  • de ratio legis voor de oprichting van een federaal parket als een parket met een nationale bevoegdheid, waarin de tweetaligheid bij de federale magistraten de regel zou moeten zijn en als dusdanig gehonoreerd zou worden;

In die zin hebben de federale procureur en alle federale magistraten die wettelijk tweetalig zijn, recht op deze taalpremie.


De objectieve vaststelling dat de federale magistraten niet alleen de Nederlandse en Franse taal moeten beheersen, maar ook, en in steeds toenemende mate, het Engels, dient hierbij zeker ook in overweging te worden genomen.
Ofschoon de tekst van de wet dus duidelijk is, weigert de FOD Justitie ten onrechte de uitbetaling van de taalpremie boven een zekere plafonnering (het aantal verplicht tweetalige magistraten) onder de verkeerde verwijzing naar de paragraaf 4, tweede lid van het artikel 357 Ger.W.
Deze zienswijze van de FOD Justitie wordt binnen het federaal parket algemeen ervaren als onrechtvaardig, bovendien ontmoedigend, en juridisch onjuist.
Om een volledig idee te geven hoe de situatie in werkelijkheid op vandaag is: de jongst aangewezen federale magistraat van het Franse taalregime krijgt de taalpremie, daar waar anderen die eveneens wettelijk tweetalig zijn en reeds van in het begin werken op het federaal parket hiervan verstoken moeten blijven. Dat dit sociale onrust creëert in het korps hoeft weinig of geen betoog. Ook de federale procureur krijgt overigens, omwille van de eigen interpretatie van de FOD Justitie, de taalpremie niet.
In ondergeschikte orde, indien de ‘interpretatie’ van de FOD Justitie zou worden gevolgd en er momenteel geen wettelijke basis zou zijn om de talenkennis van alle tweetalige federale magistraten te honoreren, quod non, dient een dergelijke basis zo snel mogelijk te worden gecreëerd. De praktijk wijst immers uit dat de federale magistraten in een volledig tweetalige omgeving werken en dat de tweetaligheid aldus een essentiële vereiste is.
Het is ook het beleid van de federale procureur dat de federale magistraten voor alles trachten de tweetaligheid te verwerven en te slagen in het tweetaligheidsexamen. Het is duidelijk dat de positie van de FOD Justitie over het uitbetalen van taalpremie dit beleid helemaal niet ondersteunt, integendeel zelfs ontmoedigt.
Een laatste anomalie, betreft het bijzonder geval van de heer Clément Van Avermaet, gedelegeerd federale magistraat, afkomstig van de militaire auditoraten. De heer Van Avermaet was voorheen eerste substituut-krijgsauditeur, en genoot de tweetaligheidspremie. Door zijn delegatie naar het federaal parket, geniet hij deze niet meer… daar waar hij in militaire zaken zowel Franstalige als Nederlandstalige dossiers behandelt.
Gevraagd aan de minister van Justitie: een wijziging van de interpretatie van de FOD Justitie over artikel 357 §4, vierde lid van het Gerechtelijk wetboek, opdat de federale procureur en alle federale magistraten die wettelijk tweetalig zijn, zouden kunnen genieten van de taalpremie; en een rechtzetting van de onrechtvaardige situatie van gedelegeerd federale magistraat Clément Van Avermaet.

Stand van zaken op 31.12.2008
Zonder gevolg van de minister van Justitie en/of de FOD Justitie.
Op 2 december 2008 richtte de federale procureur een brief hierover aan de betrokken beleidsmedewerker van de minister van Justitie.
De betrokken federale magistraten beraden zich momenteel over het inspannen van een rechtsprocedure.


Stand van zaken op 31.12.2009
Op 26 februari 2009 richtte de federale procureur een brief hierover aan de minister van Justitie. Op 30 oktober 2009 werd dit besproken met de directeur van de beleidscel van de minister van Justitie. Op 3 september 2009 en 14 december 2009 besprak de federale procureur dit met de voorzitter van het directiecomité van de FOD Justitie. Op 16 december 2009 werd alle documentatie hieromtrent toegezonden aan de accountmanager van de FOD Justitie voor het federaal parket.
Zonder gevolg van de minister van Justitie en/of de FOD Justitie.


Stand van zaken op 31.12.2010
Zonder gevolg van de minister van Justitie en/of de FOD Justitie.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   42


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina