Jaarverslag 2010 federaal parket



Dovnload 2.08 Mb.
Pagina8/42
Datum19.08.2016
Grootte2.08 Mb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   42

Nieuw beleidsinitiatief 7: taalstages Ceran.


Dat de kennis van meerdere talen voor de federale magistraten van het allergrootste belang is , werd hiervoor reeds uitvoerig beargumenteerd.


De praktijk toont aan dat een taal dient te worden onderhouden en dat de in hoofde van sommige federale magistraten aanwezige talenkennis absoluut nog kan worden verbeterd.
Om die reden lijkt het nuttig om, zoals bij de aanvangsfase van het federaal parket, de federale magistraten in de tweede helft van 2008 opnieuw een “taal-bad” te laten ondergaan in Spa – Ceran.
Gevraagd aan de minister van Justitie: de mogelijkheid voor de federale magistraten om in de periode september – december 2008 een taalstage te doorlopen in Ceran – Spa.

Stand van zaken op 31.12.2008
Positieve reactie van de FOD Justitie.
Na evaluatie werd geopteerd voor een taalopleiding die tijdens de middaguren ter plaatse op het federaal parket zou kunnen worden gevolgd. Dit wordt thans uitgewerkt.


Stand van zaken op 31.12.2009
Op 26 februari 2009 richtte de federale procureur een brief hierover aan de minister van Justitie. Op 30 oktober 2009 werd dit besproken met de directeur van de beleidscel van de minister van Justitie.
Aangezien deze materie voortaan onder de bevoegdheid van het Instituut Gerechtelijke Opleiding (IGO) valt, schreef de federale procureur op 22 juli 2009 en 23 november 2009 de directeur van het IGO aan met de vraag of de federale magistraten en juristen taalopleidingen (Nederlands (6), Frans(2), Engels(14) en Duits(3)) konden volgen. Op 16 december 2009 berichtte de directeur van het IGO dat zij bij de onderwijsinstellingen die afhangen of gefinancierd worden door de Gemeenschappen laat nagaan of en onder welke voorwaarden zij taalopleidingen verrichten.


Stand van zaken op 31.12.2010
De federale procureur bracht op 21 juni 2010 zijn vraag, verwoord in zijn brief van 22 juli 2009 aan de directeur van het IGO, met betrekking tot de taalopleidingen die de federale magistraten en juristen zouden willen volgen en rekening houdende met diens antwoord op 16 december 2009, in herinnering. Zonder gevolg in 2010 van het IGO.

  • Nieuw beleidsinitiatief 8: mogelijke wetgevende initiatieven in het domein van het terrorisme en de georganiseerde criminaliteit.


In het domein van het terrorisme, maar bij uitbreiding in vele gevallen ook in het domein van de georganiseerde criminaliteit, verdienen volgende voorstellen tot wetgevend initiatief een bijzondere reflectie:


Wijziging van artikel 143 §3 van het Gerechtelijk wetboek, teneinde de federale procureur toe te laten de vervallenverklaring van de nationaliteit te vorderen tegen personen bedoeld in artikel 23 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit van 28 juni 1984, wanneer hij de strafvordering lastens hen uitoefent.
Wettelijke afscherming van de identiteitsgegevens van politiemensen in de strafrechtsprocedure.
Het strafbaar stellen van personen die, met welk uitdrukkingsmiddel dan ook, de identiteit van informanten, van undercoveragenten en van politieambtenaren wiens opdrachten omwille van veiligheidsredenen de eerbiediging van de grootste discretie vereisen, bekend maken
Wettelijke regeling voor het gebruik van dwangmaatregelen in het kader van een proactief onderzoek, onder rechterlijke controle.
Wijziging van de wetgeving inzake de bedreigde getuigen.
Wettelijke regeling voor de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden in het kader van de strafuitvoering.
Wettelijke regeling voor het infiltreren op het internet, zonder te moeten vervallen in de procedure van artikel 47octies/novies Wetboek van Strafvordering.
Wijziging van artikel 88bis en 90ter van het Wetboek van Strafvordering, teneinde het Openbaar Ministerie toe te laten een telefoontap of een telefoonobservatie/localisatie te bevelen ingeval van een aan de gang zijnde gijzelingssituatie, in het bijzonder een terroristische gijzeling, “zolang de heterdaad-situatie duurt”.

Wijziging van artikel 12 van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering, teneinde de federale procureur toe te laten personen in België te vervolgen die zich buiten het grondgebied van het Rijk schuldig gemaakt hebben aan terroristische misdrijven gepleegd tegen een Belgische onderdaan of instelling.


Wettelijke regeling van de opsporingsmethode waarbij de gerechtelijke autoriteiten de politiediensten kunnen machtigen buiten medeweten van de betrokkenen, al dan niet met behulp van technische middelen, valse signalen, valse sleutels of valse hoedanigheden,:


  • toegang te krijgen tot een informaticasysteem

  • er de beveiliging van op te heffen

  • er technische voorzieningen in aan te brengen teneinde de door het informaticasysteem opgeslagen, verwerkte of doorgestuurde gegevens te ontcijferen en te decoderen

  • er de door het informaticasysteem relevante opgeslagen, verwerkte of doorgestuurde gegevens op eender welke manier van over te nemen.

Strafbaar stellen van het publiekelijk ter beschikking stellen op internet van informatie die door derden kan worden gebruikt bij het voorbereiden en plegen van terroristische misdrijven, zoals het aanmaken van explosieven en bommen (voor meer details zie het hoofdstuk Terrorisme en meer bepaalde de omzetting van het Europees Kaderbesluit 2008/919/JBZ in de Belgische wetgeving)


Verfijning van de wettelijke regeling van de inkijkoperatie (artikel 46quinquies en 89ter Wetboek van strafvordering) teneinde het mogelijk te maken tijdens een inkijkoperatie ook kennis te nemen van de inhoud van gesloten voorwerpen en, indien dit niet ter plaatse zou kunnen gebeuren, het voorwerp mee te nemen voor een strikt beperkte duur en onder de verplichting het zo spoedig mogelijk terug te plaatsen, tenzij het goede verloop van het onderzoek dit in de weg zou staan.
Verfijning van de wettelijke regeling in verband met de frontstore (artikel 7 van het Koninklijk besluit van 9 april 2003 betreffende de politionele onderzoekstechnieken), door de modaliteiten vast te leggen waaronder de opgerichte rechtspersoon, desgevallend in afwijking van de wettelijke bepalingen, kan worden ontbonden en vereffend.


Stand van zaken op 31.12.2008
Vrijwel al deze wetgevende initiatieven worden ondersteund door het College van procureurs-generaal en werden opgenomen in het rapport wetsevaluatie 2007-2008 van het College van procureurs-generaal en/of in het (de) jaarrapport(en) van het College van procureurs-generaal.


Stand van zaken op 31.12.2009
Vrijwel al deze wetgevende initiatieven worden ondersteund door het College van procureurs-generaal en werden opgenomen in het rapport wetsevaluatie 2007-2008, herhaald in 2008-2009, van het College van procureurs-generaal en/of in het (de) jaarrapport(en) van het College van procureurs-generaal.
In 2009 bood het federaal parket in het bijzonder op zeer actieve wijze ondersteuning aan de wetgevende initiatieven van de beleidscel van de minister van Justitie inzake de bijzondere opsporingsmethoden (reparatiewetgeving) en de bedreigde getuigen.


Stand van zaken op 31.12.2010
Vrijwel al deze wetgevende initiatieven worden ondersteund door het College van procureurs-generaal en werden opgenomen in het rapport wetsevaluatie 2007-2008, herhaald in 2008-2009 en in 2009-2010, van het College van procureurs-generaal en/of in het (de) jaarrapport(en) van het College van procureurs-generaal.
Geen van al deze voorgestelde wetgevende initiatieven leidde in 2010 tot nieuwe wetgeving.



1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   42


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina