Jaarverslag en signalering



Dovnload 224.87 Kb.
Pagina1/4
Datum20.08.2016
Grootte224.87 Kb.
  1   2   3   4


Jaarverslag en signalering

De beoordeling van een jaarverslag aan de hand van cijfers en verslagen

Erasmus University Rotterdam

Erasmus School of Economics

Sectie Accounting

Datum: 30 augustus 2010

Begeleidster: mw. van Cappelle – Konijnenberg

Naam: Mick Enthoven

Nummer: 302957

Inhoudsopgave

Samenvatting 3

Inleiding 4

Theorie 5

Hypothese 10

Toetsing 13

Conclusie 25

Literatuurlijst 26

Bijlagen 28

Samenvatting

De kredietcrisis heeft impact gehad op heel de wereld, zo ook op Nederland. Ter voorkoming van een volgende kredietcrisis is er een commissie ingesteld om de kredietcrisis te onderzoeken. De commissie stelde onder andere vast dat het risicomanagement van besturen en de controle van de externe accountant z’n wensen over laat.

Vandaar dat in deze scriptie is onderzocht in hoeverre het beeld dat geschetst wordt door de cijfers overeenkomt met het beeld dat het bestuur en de externe accountant schetsen. Dit is onderzocht aan de hand van een jaarverslag analyse van reeds failliete bedrijven. Deze analyse is verricht aan de hand van financiële ratio’s, indicatoren uit de winst- en verliesrekening, het kasstroomoverzicht, het verslag van bestuur en de accountantsverklaring. Uit deze analyse is een score wat betreft de situatie van een bedrijf gekomen waarbij verondersteld is dat een hogere score staat voor een gezonder bedrijf. Verwacht is dat deze score niet hoog zal zijn vanwege het feit dat de onderzochte bedrijven reeds failliet zijn. Uit het onderzoek is gebleken dat de cijfers over het algemeen een negatief beeld schetsen. Het bestuur en de externe accountant daarentegen waren in sommige situaties beduidend positiever over de situatie en opvallend eenduidig in hun oordeel.

Inleiding

Het is begin 2007, er ontstaan problemen op de Amerikaanse huizenmarkt. Huishoudens hebben te hoge hypotheken en kunnen de lasten ervan niet meer dragen. Het onderpand is niet genoeg waard om door middel van verkoop de uitstaande lening aan de bank terug te betalen. Er ontstaat onrust in de bankensector; banken krijgen last van financiële tegenvallers en sommigen staan zelfs op omvallen. Ter bescherming van het bancaire stelsel heeft de Amerikaanse overheid ingegrepen; banken werden financieel ondersteund of in een nijpender geval zelfs genationaliseerd. Vanwege de verwevenheid van het internationale bankwezen, verspreidde de bankencrisis zich snel naar andere delen van de wereld.

Zo had de bankcrisis ook z’n impact op de Nederlandse banken; huizenprijzen daalden, hypotheken moesten worden afgewaardeerd. Banken kregen lagere kredietwaarderingen waardoor ze grotere reserves moesten aanhouden.1 Uiteindelijk zijn in Nederland de banken Fortis en ABN AMRO genationaliseerd. Naast dat de bankensector specifiek gestimuleerd werd, stelde de overheid 90 miljard euro beschikbaar als stimulans voor de economie in het algemeen. 2 Er werden regelingen in het leven geroepen, een voorbeeld hiervan is de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) om de huizenmarkt te stabiliseren.

Ondanks deze stimuleringsmaatregelen van de overheid, kromp de Nederlandse economie vanaf het laatste kwartaal in 2008 tot en met het einde van 2009.3 De inkrimping van de economie was het gevolg van minder consumptieve bestedingen van consumenten, minder uitvoer en minder investeringen in vaste activa. Minder consumptie door consumenten heeft als gevolg dat bedrijven minder vraag naar hun goederen en diensten hebben. Deze daling heeft voor een aanzienlijke toename in de hoeveelheid faillissementen gezorgd. Waren er in 2008 nog 6847 uitgesproken faillissementen, in 2009 steeg dit aantal met 54% naar 10559. (CBS, statline)

Als reactie op de crisis stelde de overheid een commissie in die de crisis moest gaan onderzoeken. Vragen als het ontstaan, de ontwikkeling maar vooral de voorkoming van een volgende crisis moesten beantwoord worden. Op 24 juni 2009 werd commissie de Wit onder leiding van Jan de Wit (SP) geïnstalleerd. Na het onderzoek met daarin een parlementaire enquête verwerkt werd op 10 mei 2010 het eerste, voorlopige, rapport ‘Verloren krediet’ gepresenteerd. Hierin werden 27 aanbevelingen gedaan die betrekking hadden op verscheidene partijen.

Een belangrijk punt dat naar voren komt in de aanbevelingen van de commissie is het herkennen en managen van risico’s. In het rapport gaat om de financiële sector en specifieker de bedrijven die werkzaam zijn in deze sector. Hierbij gaat het onder andere om de raden van bestuur en de raden van commissarissen die verantwoordelijk zijn voor het risicomanagement van bedrijven. Daarnaast wordt er door de commissie gepleit voor een betere controle van buitenaf. Aanbeveling 27 stelt dat de taak van de externe accountants verbeterd moet worden. Er mag volgens de Commissie verwacht worden dat de controle van de jaarrekeningen van financiële instellingen deugdelijk wordt uitgevoerd. Hieraan wordt pas voldaan als zowel aandeelhouders als andere gebruikers van deze financiële informatie er op kunnen vertrouwen dat de cijfers een betrouwbaar beeld geven van de onderneming.4

Als het gaat om de raden van bestuur, raden van commissarissen en de externe accountant komen deze allen ter sprake in het jaarverslag van een bedrijf. Alle partijen verstrekken informatie of controleren deze om op die manier een beeld van de situatie van het bedrijf te schetsen. Gezien de kritiek van de commissie op de rol van het bestuur, de commissarissen en de externe accountant is de vraag in hoeverre zij betrouwbaar zijn met betrekking tot hun verslaggeving. Daarom zal er bekeken worden welk beeld er geschetst wordt door zowel de cijfers als door de verslagen van respectievelijk de raad van bestuur en de externe accountant. Welk beeld wordt er door de cijfers, het verslag van de raad van bestuur en de accountsverklaring van de externe accountant geschetst? In hoeverre komen deze beelden overeen en zijn er ook verschillen waarneembaar?

Aan de hand van de volgende vragen zullen de bovenstaande vragen geprobeerd te worden beantwoord:



  • Aan de hand van welke criteria word jaarverslag gescreend?

  • Hoe is de (financiële) situatie van het bedrijf?

  • Wat is het beeld dat het raad van bestuur en de externe accountant schetsen?

Onderzoeksmethode
Middels een jaarverslagonderzoek zal de vraag betreffende de geschetste beelden onderzocht worden. Er zullen 6 reeds failliete bedrijven geanalyseerd worden. Specifieker zullen het bedrijven zijn die beursgenoteerd waren, oftewel Naamloze Vennootschappen. Aan de hand van de financiële cijfers, het verslag van het bestuur en de accountantsverklaring zal bekeken worden in hoeverre het jaarverslag een beeld schetst dat ‘hoort’ bij een bedrijf dat uiteindelijk failliet is gegaan. Deze beoordelingscriteria zullen aan de hand van een theoretisch kader nader toegelicht worden. Het uiteindelijke doel is om te kijken welk beeld de cijfers schetsen en in hoeverre de verslagen van respectievelijk het bestuur en de externe accountant hiermee overeenkomen.

Gezien de onderzoeksmethode zal er eerst bekeken worden welke onderzoeken er reeds gedaan zijn met betrekking tot de voorspelling van een faillissement. Aan de hand van deze eerdere onderzoeken zullen de criteria bepaald worden die de jaarverslagen zullen gaan toetsen.



Werkwijze
Er zal begonnen worden met de theoretische onderbouwing van de indicatoren die gebruikt gaan worden bij de analyse. In het hoofdstuk Hypothese zal aan de hand van normen die betrekking hebben op de indicatoren een hypothese bepaald worden die getoetst zal worden in het hoofdstuk Toetsing. Aan de hand van de resultaten die in dat hoofdstuk zichtbaar worden zal afgesloten worden met de Conclusie.

Theorie

Om te komen tot een vergelijking van de cijfers met de verslagen zal begonnen worden met het opstellen van criteria die gebruikt zullen worden voor de financiële analyse. Deze criteria zullen worden bepaald aan de hand van reeds uitgevoerde onderzoeken naar faillissementen. De voornaamste manier waarop onderzocht is in hoeverre bedrijven financieel gezond zijn is aan de hand van financiële ratio’s.

Er zijn verscheidene onderzoeken gedaan naar de voorspellende functie van financiële ratio’s met betrekking tot een faillissement. Er zullen 3 onderzoeken besproken worden die aantonen welke ratio’s het meest betrouwbaar zijn bij een voorspelling.

Uit onderzoek van William H. Beaver is gebleken dat de ratio’s ‘Cash Flow / Total Debt’ en ‘Net Income / Total assets’ het meest accuraat zijn. Deze conclusie kan getrokken worden nadat onderzocht is welke ratio’s aan de hand van een ‘Dichotomous Classification Test’ het meest betrouwbaar zijn bij de voorspelling van een mogelijk faillissement van een bedrijf. (Beaver, 1966)

De ratio ‘Firm’s retained earnings / Total assets’ levert de meeste bijdrage bij de kansbepaling van een faillissement volgens het ZETA model. In het model levert de ratio een bijdrage van 25%. Het ZETA model blijkt behoorlijk accuraat te zijn; bij de analyse van bedrijven één jaar voor faillissement bleek de sample in 90% van de gevallen de juiste voorspelling te doen. Als er gekeken werd naar een 5 jaar analyse bleek dit percentage te dalen naar 70%. (Altman, 1977)

Het laatste onderzoek met betrekking tot financiële ratio’s is het K&P model. In dit model wordt aan de hand van 4 ‘Risk Attributes’ met daarbij horende maatstaven het risico bepaald. Kijkende naar de ‘Risk Attributes’ bleek dat Earning Power en Financial Flexibility 80% van het totale risico bepalen. De maatstaven die daarbij horen zijn Net Profit Margin, Return on Investment, Interest Coverage, Debt ratio en Debt/Equity ratio. (Clark, 1997)

Als laatste zal de Quick-ratio worden toegevoegd aan de ratio’s die bekeken zullen worden. Dit vanwege het feit dat hiermee de korte termijn liquiditeit van een bedrijf wordt getest. In hoeverre is het bedrijf in staat z’n kortlopende schulden te betalen aan de hand van de hoeveelheid middelen die snel in geld om te zetten zijn. (Gallinger, 1997)

Gekeken hebbende naar de onderzoeken die verricht zijn naar de financiële ratio’s zullen de volgende ratio’s gebruikt worden ter analyse van de financiële positie van de te onderzoeken bedrijven:



  • Debt-to-Equity ratio

  • Interest Coverage ratio

  • Return on Investment

  • Quick ratio

Nadat de financiële ratio’s besproken zijn, zal er nu naar andere financiële aspecten van een bedrijf gekeken worden. Het gaat hierbij om de omzet, het bedrijfsresultaat en de kasstroom uit operationele activiteiten. De omzet kan bepalend zijn voor een bedrijf als het gaat om een extreme daling of stijging. (Ooghe, de Prijcker, 2007) Bij een extreme stijging kan gedacht worden aan een bedrijf dat zich graag wil uitbreiden of snel wilt penetreren in een bepaalde markt. Uitbreidingen moeten gefinancierd worden, intern of extern, wat risico’s met zich meebrengt. Het bedrijfsresultaat wordt naast dat het in sommige financiële ratio’s gebruikt wordt ook nog apart behandeld. Dit om aan te geven in hoeverre de bedrijfsvoering van een bedrijf geleid heeft tot een winst of verlies.

Nadat de winst- en verliesrekening behandeld is aan de hand van de omzet en het bedrijfsresultaat zal er gekeken worden naar een ander onderdeel van de jaarrekening; het kasstroomoverzicht. Deze bestaat uit het 3 kasstromen; kasstromen uit operationele, investerings- en financieringsactiviteiten. De meest belangrijke kasstroom is de kasstroom uit operationele activiteiten. Een negatieve kasstroom uit operationele activiteiten is een slecht teken en zou een signaal voor een bedrijf moeten zijn om iets aan de situatie waarin het bedrijf zich bevind te doen. (Dennis, 1994) Deze kasstroom zal dan ook een van de bepalende factoren zijn als het gaat om de analyse van de financiële situatie van een bedrijf. De andere twee kasstromen hebben een stuk minder waarde voor de analyse en zullen dan ook niet worden gebruikt.

Naast de analyses die betrekking hebben op de financiële kant van het bedrijf zal er ook gekeken worden naar de verslagen van respectievelijk het bestuur en de externe accountant. In het verslag van de raad van Bestuur wordt uiteengezet hoe het bedrijf in het afgelopen jaar gefunctioneerd heeft, welke ingrijpende gebeurtenissen er mogelijk geweest zijn en welke factoren invloed hebben gehad op het resultaat. Er zal door het bestuur ook vooruit worden gekeken; wat zijn de verwachtingen met betrekking tot de toekomst van het bedrijf. Onderzocht zal worden in hoeverre het bestuur de situatie juist inschat. Een juiste inschatting van de situatie is van invloed op de manier waarop het bestuur beslissingen zal nemen bijvoorbeeld met betrekking tot het nemen van risico’s.

Het laatste aspect van het jaarverslag dat belicht zal worden is de accountantsverklaring. In de accountantsverklaring staan voornamelijk verklaringen waarin de verantwoordelijkheden van bepaalde personen zijn vastgelegd. Dat deel zal niet onderzocht worden, het zal gaan om extra informatie die mogelijk gepresenteerd wordt door de externe accountant. Heeft de accountant iets opgemerkt in het jaarverslag dat extra toelichting nodig heeft en mogelijk de continuïteit van het bedrijf in gevaar brengt? Aan de aan- of afwezigheid van de extra toelichting kan worden opgemerkt in hoeverre de externe accountant de situatie juist inschat.



Hypothese

Reeds zijn de aspecten bepaald waarmee het jaarverslag geanalyseerd zal gaan worden. Om de vraag te kunnen beantwoorden of het verslag een positief of negatief beeld schetst moeten deze begrippen eerst gedefinieerd worden. Daarom zal er gewerkt gaan worden met normen waaraan de gegevens moeten voldoen om ze als positief te bestempelen. Dit zal voor elk onderzochte onderdeel van het jaarverslag apart gedaan worden.



Normen
Begonnen zal worden met het bepalen van de norm waaraan voldaan moet worden met betrekking tot de financiële ratio’s van het bedrijf. Het bepalen van een precieze norm is niet altijd even makkelijk, de literatuur is niet altijd eenduidig over welke norm er precies gehanteerd moet worden. Uiteindelijk is er gekozen voor de norm waarvoor de meeste ondersteuning te vinden was.

Voor de Debt-to-Equity ratio zal een norm van 0.61 tot 1 gelden. Deze norm is afgeleid van de omgekeerde ratio Equity-to-Debt. Daar staat een norm van 1.65 tot 1 voor (Kristy, 1994). De Interest Coverage ratio is de verhouding tussen het bedrijfsresultaat en de rentelasten van het bedrijf. Als norm wordt gesteld dat het bedrijfsresultaat minimaal 2.5 keer zo hoog moet zijn als de rentelasten. (Financieel Management, 17 aug. 2010) Bij de Return On Investment (ROI) gaat het om de nettowinst in verhouding tot de totale boekwaarde van de activa. Deze verhouding geeft aan wat het behaalde rendement is op de activa die het bedrijf bezit. Er is geen algemene norm voor deze ratio gevonden. Om toch tot een norm te komen, is er gekeken naar de prestatie van een index. Het gemiddelde rendement dat behaald is door de S&P 500 over de periode 1989 en 2009 is 10.66%. (Bijlage 3) Omdat een bedrijf beter wil renderen dan de index is er voor de grens van 12% gekozen. De laatste financiële ratio die gebruikt zal worden is de Quick ratio. Er wordt van een bedrijf verwacht dat het z’n kortlopende schulden kan betalen door z’n kortlopende activa snel om te zetten in geld. Vandaar dat er een norm van 1 zal gelden bij de verhouding tussen kortlopende activa en kortlopende passiva. (Vijn, 2003)

Naast dat de jaarrekening bekeken is aan de hand van financiële ratio’s zullen er ook specifieke aspecten uit de jaarrekening geanalyseerd worden. Te beginnen met de omzet van een bedrijf, groeit of krimpt een bedrijf? Een reden van faillissement kan zijn dat een bedrijf te ambitieus is en zo te snel wilt groeien. Een bedrijf dat wilt groeien, moet daar wel de (financiële) middelen voor hebben. Een gebrek aan middelen kan tot problemen leiden. Daarom zal er naar de verandering in grootte van de omzet gekeken worden. Als een bedrijf meer dan 20% groeit in één jaar zal dit worden aangeduid als extreme groei. Deze norm is afgeleid uit het feit dat een bedrijf dat 4 jaar achter elkaar 20% groeit wordt aangeduid als een snel groeiend bedrijf. (Birch 1987)

Net als de omzet zal het behaalde bedrijfsresultaat gebruikt worden bij de analyse. Met een positief bedrijfsresultaat kan het bedrijf weer nieuwe investeringen doen of schulden af betalen om een gezonder bedrijf te worden. Bij een negatief resultaat moet het bedrijf alert zijn, deze situatie is niet wenselijk en het bedrijf moet er voor zorgen op een zo kort mogelijke termijn weer winst te genereren. Als norm voor het bedrijfsresultaat zal gesteld worden dat een negatief bedrijfsresultaat als een negatief signaal zal worden beschouwd.

Het volgende onderdeel van het jaarverslag is het kasstroomoverzicht. Er zal alleen naar de kasstroom uit operationele activiteiten gekeken worden. Deze kasstroom wordt bepaald door de nettowinst of -verlies te corrigeren voor een aantal stroomgrootheden. Een negatieve operationele kasstroom geeft aan dat het bedrijf in een moeilijke situatie zit. Het zou een signaal voor een bedrijf moeten zijn om maatregelen te nemen want als deze kasstroom negatief blijft gaat het bedrijf mogelijk failliet. Vanwege de signalerende functie van de operationele kasstroom zal een negatief bedrag als een signaal voor een naderend faillissement beschouwd worden. (Dennis, 1994)

Een bedrijf wordt geanalyseerd aan de hand van cijfers, maar ook de verslagen zijn van belang bij de analyse. In het verslag van het bestuur geeft het bestuur aan hoe zij de huidige situatie van het bedrijf zien en hoe zij de toekomst voor het bedrijf inschatten. Aan de ‘toon’ van het bestuur kan worden afgelezen in hoeverre het bestuur een goed beeld heeft van de situatie van het bedrijf. In hoeverre komt de toon van het bestuur overeen met de financiële cijfers? Vanwege het feit dat reeds bekend is dat het bedrijf failliet gegaan is, kan worden bekeken in hoeverre het bestuur op de hoogte was een mogelijk faillissement. Een positieve ’toon’ van het bestuur zal als positief genoteerd worden.

Het laatste aspect dat onderzocht zal worden is ook het laatste onderdeel van het jaarverslag; de accountantsverklaring. Gekeken zal worden of de accountant een extra paragraaf aan de accountantsverklaring heeft toegevoegd om iets te benadrukken of toe te lichten. Hiermee zal bekeken worden of de accountant na z’n controle het nodig vond om iets over de situatie van het bedrijf te melden. Als de accountant iets heeft toegevoegd aan de verklaring wordt dit als negatief ervaren; de accountant heeft iets opgemerkt waar extra aandacht aan besteed moet worden.

Score
Al de punten die hierboven gemeld zijn zullen in de praktijk getoetst worden. Wat geven de cijfers en verslagen in het jaarverslag aan en in hoeverre wordt een mogelijk faillissement gesignaleerd door deze aspecten? De toetsing zal plaatsvinden op 9 punten. Aan de hand van de criteria met bijhorende norm zal een positief of negatief oordeel over dat aspect van het bedrijf worden genoteerd. Nadat alle criteria zijn afgegaan, zal er een score uitkomen over de kans van een faillissement. Aangezien de kasstroom uit operationele activiteiten het meest zorgwekkende signaal is dat een bedrijf kan krijgen over z’n situatie zal dit criterium dubbel tellen. Dit heeft als gevolg dat een bedrijf 10 punten kan halen. Haalt een bedrijf alle punten, dan is het bedrijf financieel gezond en kan het met goede moed de toekomst tegemoet zien. Haalt een bedrijf minder dan 6 punten, zal dit worden aangemerkt als een bedrijf dat in de problemen zit en maatregelen moet nemen om een faillissement te voorkomen.

Aangezien reeds bekend is dat de bedrijven die onderzocht zijn failliet gegaan zijn zou het jaarverslag een negatief beeld moeten schetsen. Een negatief beeld gaat gepaard met een lage score. Vandaar dat de hypothese stelt dat de onderzochte jaarverslagen maximaal 5 punten scoren. Scoort een bedrijf een hoger aantal punten, dan geeft het jaarverslag een te positief beeld van de situatie van een bedrijf en kan het verslag volgens onze indicatoren als misleidend worden aangemerkt. Hierbij moet worden opgemerkt dat het mogelijk is dat ontwikkelingen na afloop van het boekjaar het faillissement kunnen verklaren.



Toetsing

Aan de hand van de reeds bepaalde criteria zal de inhoud van het jaarverslag geanalyseerd worden. Er zal gewerkt gaan worden met 2 tekens bij de toetsing van de criteria: en . Als er een positief beeld geschetst wordt zal dit worden aangegeven met een . Het tegenovergestelde is het geval bij , deze wordt getoond als de uitkomst een negatief beeld ondersteund. Bij de financiële ratio’s gaat het erom of de uitkomst ervan voldoet aan de norm. Als er wordt voldaan is dit een positief punt en zal een zichtbaar zijn. Kijkende naar de omzetgroei, dan geld dat een procentuele groei groter dan 20% negatief is en dit zal duidelijk worden gemaakt door een . Bij het bedrijfsresultaat en de kasstroom uit operationele activiteiten geldt hetzelfde; een positief getal krijgt een en een negatief getal een . Als laatste wordt de rol van het bestuur en de accountant in het jaarverslag onderzocht. Ziet het bestuur de toekomst somber in, zal dit zichtbaar zijn door een . Dit teken zal ook zichtbaar zijn als de accountant een toelichting aan de accountantsverklaring heeft bijgevoegd die betrekking heeft op de (negatieve) cijfers uit het jaarverslag.

Elk bedrijf zal aan de hand van een korte inleiding geïntroduceerd worden; wat is het precies voor een bedrijf en wat is er bekend over het faillissement. Deze informatie is aan de hand van het jaarverslag of via internet verkregen. Daarna zal het bedrijf geanalyseerd worden aan de hand van het toetsingsraamwerk om vervolgens een conclusie uit de toetsing te trekken. Alle informatie die gebruikt is voor de toetsing is afkomstig uit het onderzochte jaarverslag van het getoetste bedrijf.

Econcern NV

Econcern hield zich bezig met het opwekken van energie op een duurzame manier. Zo liet het bedrijf windparken bouwen. Hier zijn grote investeringen voor nodig terwijl de inkomsten vaak nog enkele jaren op zich laten wachten. Als gevolg van de kredietcrisis durfden banken en andere investeerders minder snel te investeren. Hierdoor ontstonden er vertragingen bij projecten of moesten reeds gestarte projecten worden stilgelegd. Hierdoor kwam Econcern in de problemen; er stonden grote leningen uit maar vanwege het uitblijven van inkomsten konden de schulden niet worden terugbetaald. Uiteindelijk werd op 26 mei 2009 gemeld dat het bedrijf uitstel van betaling had aangevraagd. Het is niet gelukt om het bedrijf overeind te houden; 12 juni 2009 werd Econcern samen met haar dochterbedrijven door de rechtbank in Utrecht failliet verklaard. Er wordt als oorzaak van het faillissement gemeld dat Econcern ten onder gegaan is aan zijn eigen ambities en de plotseling toegeslagen kredietcrisis.5

O

Financiële ratio’s




  • Debt-to-Equity



  • Interest Coverage ratio



  • ROI



  • Quick ratio









Omzetgroei









Bedrijfsresultaat









Operationele kasstroom









Toon van het bestuur

*







Toelichting door de accountant




  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina