Jaarverslag O2A5 2011



Dovnload 0.67 Mb.
Pagina8/14
Datum21.08.2016
Grootte0.67 Mb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   14

2.9 Organisatorische ontwikkelingen

De organisatie is volop in beweging. Belangrijke ontwikkelingen in 2011 waren onder meer:



  • Het verder vormgeven van het prestatiegericht werken op de scholen;

  • Het streven naar een goed werkbare medezeggenschapsstructuur en daartoe investeren in termen van opleiding en faciliteiten;

  • Het implementeren van de nieuwe bestuursstructuur en de inspanningen daarvoor in alle lagen van de organisatie;

  • De vormgeving van de twee nieuwe samenwerkingsverbanden: Weer Samen Naar School.

2.10 Vertrouwenspersoon

In overeenstemming met de klachtenprocedure beschikt O2A5 over een vertrouwenspersoon die bij klachten kan functioneren als aanspreekpunt. De vertrouwenspersoon gaat na of door bemiddeling tot een oplossing kan worden gekomen. De vertrouwenspersoon begeleidt degene met een klacht desgewenst bij de verdere procedure en verwijst in voorkomende gevallen naar andere instanties.


Door het bestuur is de heer F. de Bruijn benoemd als vertrouwenspersoon van O2A5. Hij is dit jaar niet aangesproken als vertrouwenspersoon, een schriftelijk verslag is daarom niet aan de orde.

2.11 Klachten en klachtafhandeling

In het verslagjaar heeft de directeur bestuurder van O2A5 vier klachten ontvangen.


Eén klacht was gericht tegen de directeur van een school. Eén klacht was gericht tegen een leerkracht van een school. Eén klacht was gericht tegen zowel de leerkrachten als de directeur van een school. Eén klacht was gericht tegen de directeur van de school en de regiodirectie en werd geuit door een leerkracht.

Er zijn geen klachten bij de landelijke klachtencommissie neergelegd.


Alle klachten zijn na gesprekken met betrokkenen op basis van hoor en wederhoor en na onderzoek naar tevredenheid afgehandeld. In alle gevallen zijn de betrokkenen geïnformeerd en waar nodig zijn passende maatregelen getroffen.


    1. Realisatie van de beleidsdoelen organisatie

In hoofdstuk 1 werd aangegeven dat aan het eind van elk hoofdstuk wordt besproken in hoeverre de beleidsdoelen zijn gerealiseerd.




  • Een open en vooral transparante nieuwe governance structuur implementeren.

  • In 2011 wordt gewerkt aan het implementeren van het kwaliteitssysteem voor het bestuursbureau.

  • De organisatie staat open voor schaalvergroting, mits dat een meerwaarde heeft voor het aanbod van de organisatie voor alle betrokkenen.

  • Het bestuur werkt als een bestuur op hoofdlijnen.

  • De scholen en het bestuur werken met jaarplannen en jaarverslagen, d.m.v. jaarverslagen wordt verantwoording afgelegd aan derden.

  • De bestuurder legt met kwartaalverslagen (managementrapportages) verantwoording af aan de Raad van Toezicht.

  • De integraal verantwoordelijke schooldirecteuren en de leden van de regiodirectie leggen in 2011 met een jaarverslag verantwoording af over het gevoerde beleid aan de directeur bestuurder.

  • Het bestuur legt jaarlijks in het bestuurlijk jaarverslag verantwoording af voor het gevoerde beleid.

De organisatiedoelstellingen voor 2011 zijn gerealiseerd.
3. Onderwijs

3.1 Profiel
Er is bij de start van de stichting principieel gekozen om ruimte te laten voor de autonomie van de scholen. De scholen dragen zelf zorg voor:

  • continuïteit van de onderwijsvernieuwing en –verbetering;

  • onderwijskundige profilering;

  • eigen oriëntatie op passend onderwijs;

  • versterken van de zorg voor leerlingen;

  • focus op de opbrengsten;

  • actualisering van de onderwijsmethoden.

In een eigen plan geeft iedere school aan hoe deze processen worden vormgegeven.


Door ontwikkelingen binnen specifieke scholen en op basis van het Strategisch Beleidsplan ‘Bij de tijd 2010-2013’ beraden alle scholen zich nu over hun profilering. Hun doel is herkenbaar te zijn, sterke punten te accentueren en de noodzakelijke nuances aan te brengen om goed onderwijs te kunnen blijven verzorgen.


    1. Onderwijskundig beleid

Ieder jaar worden de beleidsvoornemens door elke school in een schooljaarplan verder uitgewerkt en geactualiseerd. De verantwoording voor de behaalde resultaten vindt plaats door middel van een schooljaarverslag. Voor beide documenten is een format ontwikkeld, dat jaarlijks wordt aangescherpt en verbeterd.


Door steeds planmatig te werken zorgen de scholen voor continuïteit van het onderwijsvernieuwingsproces. Dat blijkt uit de continue actualisering van de onderwijsmethoden en blijkt ook uit de aandacht voor passend onderwijs.

Door verbeterd klassenmanagement, interne begeleiding en zorgarrangementen zijn al onze scholen in toenemende mate in staat om kinderen met leerachterstanden en beperkingen zelf op te vangen. En voor leerlingen met grote leerachterstanden worden ontwikkelingsperspectieven opgesteld. Daardoor stromen nog maar zelden leerlingen uit naar speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs.


Dit jaar heeft iedere school een schoolplan voor de schooljaren 2011/2012 tot en met 2014/2015 opgesteld.
Strategisch beleidsplan

In het kader van het Strategisch Beleidsplan ‘Bij de tijd 2010-2013’ zijn er veel activiteiten ontplooid. Voor een klein deel betrof het activiteiten op het gebied van huisvesting en organisatie. Het overgrote deel betrof het direct en vooral ook indirect activiteiten op het gebied van onderwijs en kwaliteit.

Ten behoeve van onderwijskundige profilering, marketingonderzoek en –plannen en het versterken van het imago werden aan een dertiental scholen gelden beschikbaar gesteld. Dit varieerde van een onderzoek naar draagvlak voor een brede school, het opstellen van een schoolondernemings-plan tot het ontwikkelen naar een Daltonconcept en maken van een gezamenlijke promotiefilm voor enkele scholen.

In alle scholen hebben de conclusies uit de tevredenheidonderzoeken van november 2010 geleid tot verwerking in de beleidsvoornemens in het schoolplan en het jaarplan.

Ten behoeve van directe kwaliteitsverbetering is aan een tweetal scholen een tijdelijke impuls in de vorm van extra inzet van personeel toegekend. Voor het verder ontwikkelen van het stichtingskwaliteitsbeleid is begeleiding ingehuurd; dit resulteerde in een kwaliteitsbeleidsplan met procesbeschrijvingen.

In hoge mate is geïnvesteerd in scholing:



  • Scholing voor directeuren in de vorm van schoolleiderstraining, een ontwikkelassessment, een congres en een cursus leidinggeven;

  • Daarnaast is een kweekvijvertraject voor werknemers met leidinggevende ambities bekostigd. Aan een negental scholen zijn kosten voor vervanging betaald, zodat activiteiten als intervisie, scholing en collegiale consultatie mogelijk gemaakt konden worden;

  • In het kader van scholing die passend onderwijs beter mogelijk zal maken, werden aan 13 scholen gelden beschikbaar gesteld voor diverse activiteiten;

  • Ook vond er een scholingstraject voor directie en stafleden van O2A5 plaats;

  • Aan 22 scholen is een bijdrage toegekend voor het verbeteren van het taal- en leesonderwijs; uitkering van die bijdrage zal spelen in 2012 en 2013. Het betreft hier een samenwerking met het Samenwerkingsverband 41-07;

  • In samenwerking met Kennisnet is voor O2A5 een zgn. ambassadeursnetwerk op het gebied van ICT opgestart; vanuit alle scholen worden ICT-coördinatoren gezamenlijk geschoold tijdens de schooljaren 2011-2012 en 2012-2013. Naast een subsidie van Kennisnet is vanuit het Strategisch Beleidsplan geld beschikbaar gesteld om de coördinatoren voor een deel van de scholingsdagen te kunnen uitroosteren.


Taalleesverbetertraject

In de Kwaliteitsagenda Primair Onderwijs ‘Scholen voor Morgen’ ligt de focus op het verbeteren van taal/lezen en rekenen. Basisvaardigheden die belangrijk zijn voor alle kinderen.

Het taalleesverbetertraject is gericht op het meetbaar verbeteren van de taalleesprestaties van leerlingen. Zeven scholen, te weten Hendrik van Brederode, Prinses Wilhelmina, Klim-Op, De Knotwilg, De Boomgaard, De Vuurvlinder en De Verrekijker, namen samen met enkele andere scholen in het samenwerkingsverband 41-07 deel aan het taalleesverbetertraject. Dit traject is gestart in 2008 en liep door in schooljaar 2010-2011. De resultaten zijn niet voor alle scholen aantoonbaar positief geweest.

Om scholen die al deelnamen te ondersteunen in een voortzetting van dit traject en om andere scholen ook de gelegenheid te geven om de opbrengsten op het gebied van taal/lezen te verbeteren, is besloten vanuit het Strategisch beleidsplan een nieuw traject te ondersteunen, waarbij het SWV 41-07 mede subsidiegever is. Dit betreft de kalenderjaren 2012 en 2013.


Passend onderwijs

Het beleid van het ministerie van OCW is gericht op het verbeteren van passend onderwijs. Scholen krijgen de plicht een passende onderwijsplek te bieden aan leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. In dit kader is afgelopen jaar de samenwerking met lokale en regionale zorgnetwerken voortgezet.

Op de scholen is er meer focus op klassenmanagement. Alle scholen binnen SWV 41-07 hebben een onderwijszorgprofiel opgesteld via Framework. Als voorbereiding op invoering van de Wet Passend Onderwijs is er voor alle scholen binnen SWV 41-07 een zogenaamd diversiteitsprofiel opgesteld op basis waarvan ook extra bekostiging vanuit dit SWV wordt gedaan.
Cultuureducatie

Binnen het schoolbudget krijgt iedere school een geoormerkt budget voor activiteiten op het gebied van cultuureducatie van € 10,90 per leerling. In dit kader wordt vaak samengewerkt met Kunstgebouw, TOON en Erfgoedspoor; in de enige Gelderse gemeente Lingewaal werd ook samengewerkt met Edu-Art. De scholen in Lingewaal ontvangen een extra subsidie van de gemeente voor cultuureducatie van € 10 euro per leerling voor het jaar 2011, dat is besteed aan projecten via TOON en Edu-Art.


Techniek

In het kader van het Programma Verbreding Techniek Basisonderwijs konden basisscholen tot en met 2010 drie jaar lang financieel, organisatorisch en inhoudelijk worden ondersteund om wetenschap en techniek een structurele en geïntegreerde plek in het onderwijs te geven. In 2010 waren De Lingewaard, De Vuurvlinder, Klim-Op, De Buurtschool en De Wiekslag hier nog mee bezig. Een deel van de subsidie was besteed aan leer- en hulpmiddelen. Het overgebleven saldo van 2010 is meegenomen naar 2011 en ingezet voor de bekostiging van leer- en hulpmiddelen.




    1. Kwaliteitsbeleid

Het bestuur van O2A5 en de scholen zelf zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van het geleverde onderwijs. Hierdoor gaat het interne kwaliteitsbeleid een steeds belangrijker plaats innemen.

In 2011 is een kwaliteitshandboek voor de totale organisatie tot stand gekomen, toegespitst op het bestuursbureau en het managementteam. Het INK-model vormt hiervoor de basis.
Over de resultaten en de kwaliteit moet verantwoording worden afgelegd aan de ouders en aan de overheid via de Inspectie van het onderwijs.

Iedere school heeft daartoe in een jaarplan voor het schooljaar 2011-2012 de beleidsvoornemens concreet uitgewerkt, gebaseerd op een nieuw opgesteld schoolplan voor 2011-2015. Daarbij is rekening gehouden met resultaten uit voorgaande jaren op het gebied van onderwijsontwikkeling, leerlingenopbrengsten en materieel. Over het schooljaar 2010-2011 is door iedere school bovendien een jaarverslag geschreven.

De schoolgidsen zijn verder aangepast aan de normen van de Wet op het Primair Onderwijs en de Wet op het Onderwijs Toezicht.
Tijdens schoolbezoeken hebben regiodirecteuren en schooldirecteuren de voortgang van de schoolontwikkeling en de onderwijsopbrengsten besproken.
Het bestuur neemt de toezichtstaak zeer serieus. Om zicht te krijgen op de onderwijskwaliteit van de scholen worden er daarom sinds 2009 audits uitgevoerd door de portefeuillehouder onderwijs. Uit de audits komen aanbevelingen voor de betreffende scholen naar voren, die meegenomen worden in beleidsvoornemens en in specifieke verbeterplannen.

Dit jaar werden audits uitgevoerd in De Boomgaard, De Kiezel en de Kei, De Overstap, De Verrekijker locatie Leerdam, De Zandheuvel, Prinses Wilhelmina, De Gaard locatie Tijl Uilenspiegel en De Rietput.

Het actuele toezichtkader WOT vormt het uitgangspunt bij deze audits. Er wordt beoordeeld aan de hand van de indicatoren die de Inspectie van het onderwijs hanteert. Het is de bedoeling dat ieder jaar gemiddeld in acht scholen een audit wordt uitgevoerd.
Opbrengsten

Alle scholen van O2A5 maken nu gebruik van de Cito-Eindtoets Basisonderwijs.

Bij het beoordelen van de resultaten is bij scholen waarbij de getoetste groep groter was dan tien leerlingen uitgegaan van de op leerlinggewicht gecorrigeerde scores en bij een groep kleiner dan tien leerlingen van ongecorrigeerde scores. Uitgaande van de normering van de Inspectie van het onderwijs scoorden elf scholen onder de ondergrens, twaalf scholen voldoende en vijf scholen boven de bovengrens. Met alle scholen zijn de zorgen over de eindopbrengsten besproken, hetgeen heeft geleid tot een grotere focus op opbrengsten in de beleidsvoornemens in schoolplan en jaarplan.
De sterke focus op opbrengstgericht werken heeft ertoe geleid dat er vanaf 2010 door alle scholen grondige diepteanalyses worden gemaakt van de tussentijdse resultaten. Die analyse moeten leiden tot verbeteractiviteiten om tot hogere opbrengsten te komen.

In managementgesprekken tussen directie van O2A5 en de schooldirecteuren krijgen de opbrengsten nadrukkelijk een accent.


De leerlingresultaten worden met behulp van het leerlingadministratiesysteem ParnasSys ook bovenschools gemonitord.
Inspectie

In 2011 werden 14 scholen bezocht door de Inspectie van het Onderwijs.

Tien scholen werd bezocht in het kader van het vierjaarlijks bezoek. Bij al deze scholen oordeelde de inspectie dat er een basisarrangement kon worden toegekend. Het betreft De Kiezel en de Kei, De Lingewaard, De Ammers, De Knotwilg, De Zandheuvel, Den Beemd, De Verrekijker locatie Kedichem, Prinses Wilhelmina, De Rietput en De Gaard locatie Meester Vos.

Op één school, De Verrekijker in Leerdam, vond een kwaliteitsonderzoek plaats. Voor deze school geldt nu een intensief arrangement omdat zij als zeer zwak is beoordeeld.

Nieuw-Lekkerland werd bezocht voor een onderzoek naar kwaliteitsverbetering, omdat deze school in 2009 als zwak werd beoordeeld. De school presteert nu voldoende en heeft een basisarrangement.

Spiegelhof kreeg in 2010 de kwalificatie zwak en werd bezocht voor een tussentijds kwaliteitsonderzoek; de school houdt het intensief arrangement. De Wiekslag kreeg in december 2010 de kwalificatie zeer zwak en werd eveneens bezocht voor een tussentijds kwaliteitsonderzoek. Hoewel er nog sprake is van tekortkomingen is geconstateerd dat de kwaliteit van het onderwijs is verbeterd; de inspectie heeft het arrangement gewijzigd van zeer zwak naar zwak.

Voor één school werd een onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek in de eerste helft van 2012 aangekondigd en voor twee scholen een onderzoek in het kader van het onderwijsverslag.


    1. Zorg

In 2011 behoorden 21 scholen tot het Samenwerkingsverband (SWV) 41-07. Dit SWV is werkzaam in de gemeenten Graafstroom, Giessenlanden, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Leerdam, Liesveld, Lingewaal, Werkendam, Woudrichem en Zederik.

De school in Nieuw-Lekkerland behoorde tot SWV 40-01 (Zuid-Holland Zuid), maar participeerde, vooruitlopend op toekomstige ontwikkelingen, ook in het SWV 41-07. De scholen in Vianen behoren tot SWV 21-02 (Zuidwest Utrecht).
Binnen het SWV 41-07 geldt, sinds het schooljaar 2010-2011, dat het personele deel van de LGF-bekostiging bij nieuwe beschikkingen niet meer in het formatiebudget zijn opgenomen. Dit als voorbereiding op de invoering van Passend Onderwijs per 1 augustus 2013. Zorg en begeleiding van de leerlingen verloopt via het SWV dat de kosten in rekening brengt bij de school.
Door het SWV 41-07 zijn aan enkele scholen gelden beschikbaar gesteld voor personele inzet om inclusief onderwijs en inclusieve groepen te realiseren. Zo konden kinderen met beperkingen worden begeleid binnen de reguliere basisschool. Ook zijn gelden toegekend ten behoeve van twee zogenaamde plusgroepen (groepen met veel zorgbehoefte).
LVS en CITO

Alle scholen maken, naast de methodegebonden toetsen, gebruik van het Cito-leerlingvolgsysteem. Dat maakt het maken van trendanalyses gemakkelijk en levert te vergelijken cijfers op over onderwijsopbrengsten.

In alle scholen worden nu de meest actuele toetsen gebruikt. De scholen maken na de tussentoetsen in januari en juni een diepteanalyse van de resultaten. Een klein aantal scholen heeft dit jaar een volgsysteem voor sociaal-emotionele ontwikkeling ingevoerd.


    1. ICT

Bij O2A5 wordt er gewerkt met twee bovenschoolse ICT-medewerkers. Zij houden zich zowel voor alle scholen als voor het bestuursbureau bezig met zowel beleidsmatige taken als met techniek en beheer.


Beleid

In maart is het beleidsplan Tijd voor ICT vastgesteld, een meerjarenplan dat richting geeft aan de beleidsvoornemens op het gebied van ICT in de schoolplannen. In samenwerking met Kennisnet is met ingang van 2011-2012 een ambassadeurstraject gestart om ICT krachtig op de kaart te zetten binnen O2A5. Van alle scholen neemt een ICT-coördinator deel aan dit traject dat inzet op samenwerking, kennisdeling, enthousiasmering en professionalisering.

De ICT-medewerkers zijn actief in kenniskringen en bezoeken (ook internationaal) scholingsbijeenkomsten.
Websites

De ICT-medewerkers onderhouden zowel de website van O2A5 als de websites van een groot aantal scholen.


Schoolnetwerken

Op drie schoollocaties zijn onder begeleiding van de ICT-medewerkers nieuwe netwerken gerealiseerd. Voor het bestuursbureau werden de voorbereidingen voor een nieuw netwerk en de vervanging van de computers gestart.


Digiborden

Op diverse scholen werd het aantal digiborden uitgebreid; gebruik ervan werd bij de start begeleid.




    1. OVERIGE ONTWIKKELINGEN


Tussenschoolse opvang/Buitenschoolse opvang

Voor de scholen Nieuw-Lekkerland en De Ammers wordt de tussenschoolse opvang verzorgd door Wasko. Alle overige scholen organiseren zelf de tussenschoolse opvang met inzet van vrijwilligers. Er is net als vorig jaar sprake van een toenemend aantal deelnemende kinderen. Op drie van de scholen (Hendrik van Brederode, De Wiekslag, De Gaard, locatie Tijl Uilenspiegel) is er sprake van een continurooster.


Op alle scholen binnen O2A5 is gekozen om de buitenschoolse opvang door andere partijen te laten verzorgen. Er zijn overeenkomsten met diverse aanbieders, afhankelijk van de regio. Het zijn professionele organisaties, die voldoen aan de kwaliteitseisen in de Wet op de Kinderopvang. Er is sprake van een toename van het aantal kinderen dat gebruikmaakt van buitenschoolse opvang.
Bestemmingsbox

Scholen ontvangen via de ‘bestemmingsbox’ lumpsumgeld. Die gelden zijn bedoeld voor het bestrijden van onderwijsachterstanden en het versterken van het taal- en rekenonderwijs.

De ‘bestemmingsbox’ werd voornamelijk ingezet voor taal en rekenen, met als doel de opbrengsten te verbeteren.

In de ‘bestemmingsbox’ zijn ook de middelen voor de bekostiging impulsgebieden ondergebracht. Het Mozaïek in Leerdam en De Gaard, locatie Tijl Uilenspiegel in Vianen krijgen in dit kader extra middelen toegekend, die worden gebruikt voor personele inzet. Daardoor kunnen vroegschoolse educatie en klassenverkleining worden gerealiseerd.


Taalpaleis Leerdam

Met ingang van augustus 2012 valt Het Taalpaleis in Leerdam onder de verantwoordelijkheid van O2A5. Voorheen was dit een activiteit die door het SWV 41-07 gestalte werd gegeven. Het Taalpaleis wordt volledig gesubsidieerd door de gemeente Leerdam vanuit de achterstandsmiddelen. Waar Het Taalpaleis zich voorheen voornamelijk richtte op het verkrijgen en het verbeteren van de technische leesvaardigheid, zal het zich met ingang van 2012 ook nog richten op het verkrijgen/verbeteren van de technische leesvaardigheid, maar veel gaan inzetten op het verminderen van taalachterstanden bij jonge kinderen. Deze voorziening wordt aangeboden aan zowel alle scholen van O2A5 in Leerdam als ook een school op katholieke en een school op islamitische grondslag.



    1. REALISATIE VAN DE DOELEN




  • Het kwaliteitshandboek op stichtingsniveau is bijgesteld.

  • De scholen hebben het kwaliteitsbeleid op schoolniveau in hun schoolplan beschreven.

  • Op alle scholen wordt het onderwijsvernieuwingsproces gecontinueerd. Dat blijkt uit de actualisering van de onderwijsmethoden, het ontwikkelen van passend onderwijs en de implementatie van adaptief onderwijs.

  • Voor de helft van de scholen zijn de eindresultaten minimaal gelijkwaardig of hoger dan het niveau van vergelijkbare scholen.

  • Elke school bepaalt op basis van analyse van de eind- en tussenresultaten op de niet-methodegebonden toetsen de beleidsvoornemens van het volgend schooljaar.

  • De scholen hebben het onderwijsconcept middels doelstellingen, missie en visie als resultaatgerichte afspraken beschreven in het schoolplan 2011-2015, het jaarplan 2011-2012 en de schoolgids.

  • De scholen hebben in het schoolplan 2011-2015 het eigen ontwikkelingsprofiel beschreven.

  • Bijna alle scholen hebben hun eigen zorgprofiel bepaald.

  • De tevredenheid van ouders, leerlingen en personeel werd niet gemeten; dit vindt plaats in 2012.




1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   14


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina