Jaarverslag O2A5 2011



Dovnload 0.67 Mb.
Pagina9/14
Datum21.08.2016
Grootte0.67 Mb.
1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   14

4. Personeel



4. 1 Introductie
Het meest waardevolle kapitaal van een organisatie zijn de mensen die er werken. Onze mensen bepalen de kwaliteit van onze organisatie en de kwaliteit van ons onderwijs.
Een goed personeelsbeleid is een essentiële voorwaarde om personeel met plezier te laten werken

aan een optimale ontwikkeling van leerlingen. Door professionalisering, de mogelijkheid tot zelfontplooiing en mobiliteit wordt het personeel gestimuleerd om te werken aan de eigen ontwikkeling.

In de gesprekkencyclus vindt afstemming plaats tussen de individuele ontwikkelingswensen en de organisatiedoelstellingen. Zorg en aandacht voor personeel speelt binnen het personeelsbeleid een belangrijke rol.
4. 2 Bestuursformatieplan en werkgelegenheidsgarantie
Tot en met 31 juli 2011 heeft O2A5 het Arnhems (FPE) model gehanteerd bij de toekenning van de formatie aan de scholen. In 2011 is ervoor gekozen om het Arnhems (FPE) model met ingang van 01-08-2011

af te schaffen en over te gaan naar het ‘geldmodel’ . De verdeling van de middelen op basis van het Arnhems (FPE) model vertoonde namelijk te veel afwijkingen met de werkelijke inkomsten en uitgaven.


Op basis van het geldmodel vindt de berekening van de lumpsum plaats per school. Daarbij wordt rekening gehouden met de schoolkenmerken, zoals: omvang van de school, de gewichten van de leerlingen en de leeftijd van het onderwijzend personeel per teldatum 1 oktober. De toekenning van de lumpsum vindt plaats op stichtingsniveau. Het bestuur van de stichting verdeelt de inkomsten vervolgens over de scholen. Daarbij worden de schoolspecifieke toekenningen ten gunste gebracht van de betreffende school.
In 2011 heeft O2A5 opnieuw een werkgelegenheidsgarantie afgegeven voor personeel dat in vaste dienst is benoemd en voor (verlengd) tijdelijk aangestelden met uitzicht op een vast dienst-verband. Deze werkgelegenheidsgarantie geldt voor de komende drie schooljaren.


    1. Convenant Leerkracht van Nederland

Met het Convenant Leerkracht hebben sociale partners en de minister van OCW afgesproken dat de versterking van de aantrekkelijkheid van het beroep leraar nodig is.


Betere beloning

Het akkoord Convenant Leerkracht strekt zich uit over meerdere jaren. De volgende maatregelen zijn met ingang van 1 januari 2011 gerealiseerd:

- het inkorten van de salarislijnen van 16 periodieken naar 15 periodieken. Daarmee is het inkorten van de salarislijnen volledig gerealiseerd;

- het toekennen van een schaaluitloopbedrag aan leerkrachten in schaal LA die aan het einde van hun schaal zitten (bij voldoende functioneren).


Functiemix

De afspraken in het Convenant Leerkracht om de positie van de onderwijssector op de arbeidsmarkt te verstevigen, brengt veel veranderingen met zich mee. Scholen krijgen extra middelen om leraren in hogere salarisschalen te belonen. Gekoppeld aan deze investering zijn doelstellingen afgesproken voor de zogenaamde functiemix.


Invoering Functiemix O2A5

In het kader van de functiemix heeft de PGMR op 1 juli 2010 ingestemd met Beleidsnota ontwikkeling functiemix O2A5. In deze nota wordt o.a. voorgesteld om de functie leraar basisonderwijs LB in te voeren en de functie leraar op niveau C vooralsnog niet in te voeren.

In de beleidsnota ontwikkeling functiemix O2A5 zijn doelstellingen opgenomen. In 2011 is op positieve wijze uitvoering gegeven aan deze beleidsnota. De volgende doelstellingen zijn in 2011 gerealiseerd:


  • de visie en uitgangspunten ten aanzien van de invoering van de functiemix;

  • de promotiecriteria waaraan moet worden voldaan om in aanmerking te komen voor een LB functie;

  • de sollicitatieprocedure die gevolgd wordt bij een vacature voor een LB functie;

  • invoering van bekwaamheidsdossier als instrument voor de werknemer om professionele ontwikkeling vast te leggen en mogelijk aan te tonen dat wordt voldaan aan de promotie-criteria voor een LB functie.

De invoering van de functiemix wordt gerealiseerd in de periode van 01-08-2010 tot 01-08-2014.

Binnen O2A5 is met ingang van het schooljaar 2010-2011 gestart met de invoering van de functiemix. Voor 2011 had O2A5 het doel gesteld om met ingang van 01-08-2011 19% van de leerkrachten op bestuursniveau in een LB-schaal te hebben geplaatst. Op de peildatum 01-08-2011 waren er in totaal 209,9686 fte leerkrachten in dienst. Om het gestelde doel te kunnen behalen, diende hiervan 19%, zijnde 39,8940 fte, te zijn geplaatst in een LB-schaal. Op 01-08-2011 was 34,8057 fte geplaatst in de LB-schaal.
Overzicht gerealiseerde functiemix binnen O2A5 per 01-08-2011


Per 01-08-2011

Aantal leerkrachten

Doel LB

39,8940

Gerealiseerd LB

34,8057

Tekort

5,0883

Het behaalde percentage kwam daarmee uit op 16,5% op bestuursniveau. De consequenties van het niet behalen van de doelstelling zijn op dit moment onbekend. De verwachting is dat in het voorjaar van 2012 vanuit het ministerie van OCW bekend zal worden gemaakt op welke wijze de controle van de gerealiseerde functiemix wordt uitgevoerd.


Per 1 augustus 2014 moet per school minimaal 30% van de leraren in een LB functie zijn benoemd. Op bestuursniveau is dat minimaal 46%. Gebaseerd op een gelijk blijvend personeelsbestand, zijnde tussendoelen en einddoel op bestuursniveau ofwel binnen O2A5

als volgt:




Peildatum

Bestuursniveau

Aantal leerkrachten

Schoolniveau (*)

01-08-2012

27%

56,6914 fte

18%

01-08-2013

35%

73,4889 fte

24%

01-08-2014

46%

96,5854 fte

30%

(*) dit zijn de minimaal te realiseren percentages op schoolniveau ofwel per brinnummer.



    1. Functieboek en Functiebouwwerk

Het functieboek geeft een overzicht van functies in het primair onderwijs, die binnen het eigen bestuur beschikbaar zijn. Door het beschrijven en waarderen van alle beschikbare functies wordt inzicht gegeven in de loopbaanmogelijkheden binnen O2A5.


Bij aanvang van het schooljaar 2010–2011 is het functieboek uitgebreid. Daarmee is het functieboek functioneel, want in het verdere verloop van 2011 zijn er geen wijzigingen geweest.
Het functiebouwwerk op bestuursniveau bestaat uit die functies uit het functieboek van O2A5 die structureel in de formatie zijn opgenomen. Jaarlijks wordt bekeken of wijziging of inkrimping van het functiebouwwerk gewenst is.
Op schoolniveau wordt tijdens de formatiebesprekingen vastgesteld welke functies uit het functieboek van O2A5 in aantal en omvang worden ingezet voor het schooljaar 2011–2012. Hiermee ontstaat het functiebouwwerk per school, wat leidt tot het functiebouwwerk op bestuursniveau.

Het functiebouwwerk ziet er bij de start van het schooljaar 2011-2012 als volgt uit:


(note bij LB: alle 41 personen tellen per 1-8-2011 mee voor de functiemix)

Peildatum 01-08-2011




 

Standaard

 

 

Aantal

Perc.

01

1

0,29%

03

6

1,73%

04

19

5,49%

05

1

0,29%

06

1

0,29%

07

3

0,87%

09

2

0,58%

10

1

0,29%

12

1

0,29%

13

3

0,87%

14

1

0,29%

AB

3

0,87%

DA

2

0,58%

DB

24

6,94%

LA

236

68,21%

LB

41

11,85%

onbekend

*1

0,29%

Totaal:

346

100,00%

*Betreft een leerkracht met oude rechten. Salarisschaal bestaat derhalve niet meer.
4.5 Personeelsverloop
Per 1 januari 2011 starten we met 363 personeelsleden (273,42 fte). De uitstroom, die in de loop van 2011 is ontstaan, vond plaats op eigen verzoek van personeel (negen personen), in het kader van (pre)pensioen (zeven personen) en op grond van wederzijds goedvinden (één persoon).

De overige uitstroom is ontstaan door afloop van langdurige vervanging of het verstrijken van de benoemingstermijn (drie personen).


Door de fusie met Jenaplanschool De Wilgenhoek in Leerdam is per 1 januari 2011 een personele groei van vijftien personen ontstaan. Per 31 december 2011 sluiten we het jaar af met 358 personeelsleden (269,39 fte).

Leeftijdsopbouw personeel Leeftijdsopbouw personeel



Peildatum 01-01-2011 Peildatum 31-12-2011


 

Man

Vrouw

Totaal:

0-25

 

21

21

25-35

6

73

79

35-45

9

54

63

45-55

20

76

96

55-60

18

54

72

60-100

7

25

32

Totaal

60

303

363



 

Man

Vrouw

Totaal:

0-25

 

20

20

25-35

5

71

76

35-45

10

56

66

45-55

16

69

85

55-60

20

56

76

60-100

7

28

35

Totaal

58

300

358


 

Dir

Oop

Op

Totaal:

0-25

 

8

13

21

25-35

 

5

74

79

35-45

4

11

48

63

45-55

16

10

70

96

55-60

8

5

59

72

60-100

2

4

26

32

Totaal:

30

43

290

363



 

Dir

Oop

Op

Totaal:

0-25

 

5

15

20

25-35

 

4

72

76

35-45

4

11

51

66

45-55

10

9

66

85

55-60

13

6

57

76

60-100

3

4

28

35

Totaal:

30

39

289

358


Wisseling directiefuncties

Het kalenderjaar kende een aantal wisselingen in de schooldirecties. Er zijn directiefuncties ontstaan door het vertrek van directeuren. Vooruitlopend op een nieuwe visie op onze managementstructuur is de invulling van deze vacatures gerealiseerd door het aanstellen van directeuren die reeds werkzaam zijn binnen onze stichting.

Op onze 25 scholen met 30 onderwijslocaties werken 15 mannelijke en 9 vrouwelijke directeuren.
4.6 Vervanging
Het samenwerkingsconvenant met Personeel in Onderwijs (PIO) is met ingang van het schooljaar 2011-2012 verlengd; opnieuw voor een periode van twee schooljaren. PIO coördineert een gemeenschappelijke invalpool en inkomende vervangingsaanvragen.

Over het gehele kalenderjaar 2011 zijn er 346 vervangingsaanvragen ingediend voor 3814 dagdelen. Voor 76 dagdelen (1,99%) is het niet gelukt om vervanging te regelen. Het oplossingspercentage van de vervangingsaanvragen is daarmee 98,01%.


Over het schooljaar 2010-2011 is er meer premie aan het Vervangingsfonds betaald dan dat er is gedeclareerd wegens ziekte. Daarom hoeft O2A5 geen toeslag terug te betalen (malus). Doordat het is gelukt om het ziekteverzuimpercentage in het schooljaar 2010-2011 terug te dringen is er recht op restitutie ontstaan.
Naast de inzet van vervangers van de PIO-invalpool is O2A5 met ingang van 1 januari 2010 gestart met een vaste vervangerspool. Met ingang van het schooljaar 2010-2011 is de vervangingspool uitgebreid van vijf leerkrachten naar negen leerkrachten.

De mogelijkheid van een vaste vervangerspool is aangereikt door het Vervangingsfonds. Het salaris van personeelsleden in de pool wordt volledig door het Vervangingsfonds betaald, mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden.

Belangrijkste voorwaarde is dat de leerkrachten in de vervangerspool voor ten minste 98% worden ingezet in vervangingswerkzaamheden. Het Vervangingsfonds heeft inmiddels vastgesteld dat we ruimschoots aan deze voorwaarde hebben voldaan in het schooljaar 2010-2011.
Op deze manier is het vasthouden van goede leerkrachten binnen O2A5 gewaarborgd. Bovendien biedt de vervangerspool die leerkrachten de mogelijkheid om in aanmerking te komen voor een vast dienstverband bij O2A5.
4.7 Ziekteverzuim


O2A5 stichtingsniveau

2009

2010

2011

Ziekteverzuimpercentage

8,37%

6,56%

8,52%

Meldingsfrequentie

1,33

1,26

1,26

Gemiddelde verzuimduur

22,31

19,10

24,59

Begin januari 2012 is er een uitgebreide ziekteverzuimanalyse opgemaakt over de periode januari 2011 tot en met december 2011. In deze analyse is gekeken naar de ziekteverzuimkengetallen op stichtingsniveau. Ook is er gekeken naar de ziekteverzuimkengetallen van de individuele scholen.


Uit de ziekteverzuimanalyse blijkt dat het ziekteverzuimpercentage van 2011 is gestegen ten opzichte van 2010. Op het eerste oog lijkt dit een ongunstige ontwikkeling op stichtingsniveau, maar uit de ziekteverzuimanalyse blijkt dat de stijging van het ziekteverzuimpercentage voornamelijk wordt veroorzaakt door een aantal scholen, waarvan het ziekteverzuim flink is gestegen. Voor de scholen, die zijn geconfronteerd met een sterke stijging van het ziekteverzuim, zijn duidelijk aanwijsbare redenen.
Het ziekteverzuimpercentage van O2A5 op stichtingsniveau van 2011 is, ten opzichte van 2010, gestegen met 1,96 procentpunt. De meldingsfrequentie is gelijk gebleven en de gemiddelde ziekteverzuimduur is gestegen. Opmerkelijk is dat de meldingsfrequentie gelijk is gebleven aan 2010, terwijl het ziekteverzuimpercentage is gestegen. Concreet betekent dit dat de stijging van het ziekteverzuimpercentage wordt veroorzaakt door het sterk toegenomen langdurig ziekteverzuim. Voor verdere informatie verwijzen wij naar de ziekteverzuimanalyse.
Ook in 2011 heeft de samenwerking met de Arbo Unie centraal gestaan. Zo hebben in 2011 o.a. drie beleidsgesprekken plaatsgevonden tussen de beleidsmedewerkers van O2A5 en de mede-werkers van de Arbo Unie. Doel hiervan was o.a. de dienstverlening van de Arbo Unie en het ziekteverzuimbeleid van O2A5 nog beter op elkaar af te stemmen. Tijdens deze gesprekken is volop aandacht besteed aan de realisatie van het dienstverleningscontract, voortgang en evaluatie van de dienstverlening, de ziekteverzuimcijfers en de speerpunten van het ziekteverzuimbeleid. Daarnaast is er veel aandacht besteed aan het bespreken van de casuïstiek.
Het ziekteverzuimbeleid van O2A5 is gericht op de aanpak van het ziekteverzuim, het begeleiden en re-integreren van zieke medewerkers en het voorkomen van ziekteverzuim door het inzetten van preventieve ziekteverzuiminstrumenten. Op grond van de ziekteverzuimanalyse kan worden geconcludeerd dat het ingezette ziekteverzuimbeleid niet hoeft te worden gewijzigd. Gezien de aard van de problematiek verdient het wel de aanbeveling om het ziekteverzuimbeleid aan te scherpen door volop in te zetten op preventief ziekteverzuimbeleid. Hierbij kan optimaal gebruik worden gemaakt van de gesprekkencyclus en het aanbieden van ondersteuning (begeleiding, coaching e.d.) indien daar aanleiding en/of behoefte aan is.
In het dienstverleningscontract is als preventief ziekteverzuiminstrument onder meer het arbeids-omstandighedenspreekuur opgenomen. Medewerkers kunnen op eigen initiatief (bijvoorbeeld zonder dat er direct sprake is van ziekteverzuim) een afspraak maken met de verzuimconsulente van de Arbo Unie. In 2011 is het arbeidsomstandighedenspreekuur goed benut.
In het kader van preventief ziekteverzuimbeleid heeft O2A5 in 2011 deelgenomen aan het project PO-Actief van het Vervangingsfonds. Dit project was gericht op preventief ziekteverzuimbeleid voor medewerkers van 45 jaar en ouder. Helaas heeft de deelname aan dit project niet geleid tot het beoogde resultaat. Dit is gelegen in het feit dat de uitvoering van het project onvoldoende was. Het project werd uitgevoerd door een externe bureau dat was ingehuurd door het Vervangingsfonds.

Vanuit O2A5 is het teleurstellende resultaat teruggekoppeld aan het Vervangingsfonds.


4.8 Professionalisering
Persoonlijke ontwikkeling van personeelsleden neemt binnen O2A5 een belangrijke plaats in. Door scholing kunnen individuele competenties ontwikkeld en versterkt worden. De zelfontplooiing van onze medewerkers komt ten goede aan de onderwijskwaliteit.
De ontwikkelingsdoelen van de school zijn in het jaarplan vastgesteld. De benodigde professionalisering wordt in teamverband en op individueel niveau gerealiseerd. Een zorgvuldige afweging tussen de professionele ontwikkelingswensen van de werknemer en de ontwikkelingsdoelen van de organisatie vindt plaats tijdens het functioneringsgesprek. De uitkomst wordt vastgelegd in het Persoonlijk Ontwikkelingsplan (POP). Mochten de totale scholingskosten een vastgesteld maximum bedrag overschrijden, dan wordt een scholingsovereenkomst opgesteld.
In hoge mate is geïnvesteerd in scholing:

  • Scholing voor directeuren in de vorm van schoolleiderstraining, een ontwikkelassessment, een congres en een cursus leidinggeven;

  • Daarnaast is een kweekvijvertraject voor werknemers met leidinggevende ambities gerealiseerd;

  • Aan een negental scholen zijn kosten voor vervanging betaald, zodat activiteiten als intervisie, scholing en collegiale consultatie mogelijk gemaakt konden worden;

  • In het kader van scholing die passend onderwijs beter mogelijk zal maken, werden aan 13 scholen gelden beschikbaar gesteld voor diverse activiteiten;

  • Ook vond er een scholingstraject voor directie en stafleden van O2A5 plaats.

Het ministerie van OCW biedt ook in 2011 weer de mogelijkheid om een Lerarenbeurs aan te vragen. Er zijn zes personeelsleden die een Lerarenbeurs toegekend hebben gekregen.


Bestuursbreed wordt elk schooljaar een scholingsaanbod samengesteld, bestemd voor alle personeelsleden. In samenwerking met diverse externe partners, waaronder Openbaar Verenigd Onderwijs Gorinchem wordt een na- en bijscholingsaanbod gerealiseerd.

Een groot aantal personeelsleden heeft deelgenomen aan cursussen op het gebied van onder meer taalonderwijs en taalbeleid, bewegen en motoriek, leerlingenzorg, gedrag, werkhouding en klassenmanagement, omgaan met ouders, feedback en collegiale consultatie.


De organisatie van na- en bijscholing is uitgegroeid tot een samenwerkingsvorm: De Regio Academie. Hierin participeren het samenwerkingsverband Gorinchem e.o. VO-SVO 41-01, SWV

41-02 Rivierenland Midden Nederland en Federatief SWV WSNS Regio 41-07.


In 2011 heeft O2A5 van het ministerie van OCW het bericht ontvangen dat de mogelijkheid om subsidie aan te vragen, in het kader van de subsidieregeling voor scholing van overblijfleerkrachten en coördinatoren, voor het schooljaar 2011-2012 is verlengd.
Doel van de subsidieregeling is het bevorderen van de deskundigheid van overblijfmedewerkers en het verbeteren van de kwaliteit van overblijven. In de regeling is vastgelegd dat met ingang van 1 augustus 2011 de helft van het aantal overblijfmedewerkers geschoold moeten zijn.

De verlengde subsidieregeling is in september 2010 gepubliceerd. O2A5 heeft hierop geanticipeerd door subsidie aan te vragen. Verdeeld over een drietal trainingen gehouden in juni, september en november 2011 hebben 36 overblijfmedewerkers scholing gevolgd bij het IOS. De doelstelling om de helft van de overblijfmedewerkers per school een scholing te laten volgen, is eind 2011 gerealiseerd. Doordat er regelmatig wijzigingen zijn in de samenstelling van het team overblijfmedewerkers op een school, zal ook vanaf 2012 scholing aangeboden worden.


4.9 Personeelsratio
O2A5 kende op de peildatum 1 oktober 2010 3653 leerlingen en 213,12 fte’s leerkrachten c.q. onderwijzend personeel.

Dit levert een personeelsratio op van 17,14.


O2A5 kende op de peildatum 1 oktober 2011 3499 leerlingen en 217,02 fte’s leerkrachten c.q. onderwijzend personeel.

Dit levert een personeelsratio op van 16,12.





    1. Verklaring omtrent gedrag (VOG)

Vanuit het ministerie van OCW wordt met ingang van het kalenderjaar 2011 het ‘Handhavingsbeleid VOG’s’ gevoerd.


De Verklaring Omtrent het Gedrag is een wettelijke voorwaarde voor het uitoefenen van werkzaamheden binnen een onderwijsinstelling. Voor zowel onderwijzend personeel, onderwijsondersteunend personeel als medewerkers met een vrijwilligerscontract moet een Verklaring Omtrent het Gedrag aanwezig zijn. Aan deze voorwaarde wordt door O2A5 veel waarde gehecht. In 2011 is aan deze voorwaarde voldaan.


    1. Realisatie van de doelen

Zoals in het bestuursjaarplan 2011 is vastgesteld, zijn in 2011 de volgende doelen gerealiseerd:

- Aanbieden van een breed scholingsaanbod;


  • Scholing, intervisie en collegiale consultatie organiseren en faciliteren;

  • Uitvoering ziekteverzuimbeleid.

De volgende doelstellingen voor 2011 zijn niet gerealiseerd en worden in de planning voor de komende jaren meegenomen.



  • Er wordt een beoordelingssysteem ontwikkeld specifiek gericht op school en organisatie;

  • Er vindt een nulmeting competentieprofiel directeuren plaats, gericht op managementcontracten.





1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   14


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina