Jakob en Esau



Dovnload 13.25 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte13.25 Kb.
Jakob en Esau

Het is belangrijk om Jakob als een echte mens proberen te verstaan. Het is in de opbouw van het boek Genesis tot nu toe de meest gekleurde figuur. Figuurlijk. Het is een realistisch verhaal; hij komt er gekwetst uit. Geen Hollywood story dus. Je had het al bijna kunnen voorspellen: Rebekka zal onvruchtbaar zijn. De boodschap is eigenlijk: als God er niet was geweest, waren we niks geweest in de geschiedenis. De onvruchtbaarheid wordt een kans om te laten zien hoe God met de mens op weg blijft.

De eerste oppervlakkige lezing lijkt erg vrouwonvriendelijk. Maar op de cruciale momenten zijn het toch de vrouwen die een belangrijke rol spelen. Rebekka voelt dat het een conflicterende tweeling wordt. Edom en Kanaän zijn in deze tijd de gebieden van Israël en Syrië. Er zit ook een vraag onder: hoe komt het dat die volkeren op een zo gespannen voet leven? De ene is rossig en erg behaard en daarna komt het broertje tevoorschijn; hij grijpt nog snel de hiel van de vorige. Jakob betekent: bedrieger, Esau betekent harig. Je merkt hier een parallel met Kaïn en Abel: daar en hier ook zullen ze elkaar naar het leven staan.

Al die aartsvaders hebben honger gehad. De mens is een hongerend wezen, waar vind je als mens je levensnoodzakelijke voedsel? Jezus wordt geboren in Betlehem: huis van het brood. Wie Zijn brood eet, krijgt geen honger meer.



Het eerstgeboorterecht

Esau verlangt naar rode linzenbrij en verkoopt er zijn eerstgeboorterecht voor. Esau trouwt met vrouwen die een ergernis blijven voor zijn ouders, Isaak en Rebekka. Het risico in de ballingschapscontext is: opgaan in de vreemde cultuur en je eigenheid opgeven. Mogelijk schemert dit thema hierin ook door.

Isaac was oud geworden en kon niet meer goed “zien”. Hij zag de strijd tussen de broers niet meer. Hij roept zijn zoon Esau, ‘Hier ben ik’ antwoordt die. De zegen staat voor het doorgeven van de lijn, de scepter doorgeven. Dat kan je eigenlijk maar één keer doen. Rebekka staat te luisteren. Ze heeft het gesprek gehoord en ze vertelt het aan Jakob. En ze neemt initiatief: ze stuurt Jakob om een geitenbokje, kookt het zelf gaar, en zorgt voor een verschansing. Maar Jakob is nen bangerik en reageert terughoudend: “als mijn vader mij zal aanraken, zal hij weten dat ik het ben.” Av, vader, komt van ava: liefde die zo ver reikt dat ze je kan aanraken. Jakob speelt daarop in: als m’n vader ziet wat er te zien is en uitreikt naar mij, zal hij het bedrog beseffen. Maar in reactie daarop neemt Rebekka de vloek op zich: “doe het toch maar.” Ze haalt de kleren van Esau en ze verkleedt Jakob in huiden. Helemaal aangekleed. Hij gaat naar z’n vader die zegt: “wie ben je, mijn zoon?” … Als God vraagt in de tuin van Eden: waar ben je? Dan loopt het mis. Hier loopt het ook mis. Als straks de worstelaar vraagt: wie ben je, antwoordt hij ‘Jakob’, dus de bedrieger. Hier bedriegt hij z’n vader: “ik ben Esau”. Vader blijft sceptisch: hoe heb je dat wild zo snel gevonden?” “De Heer UW God heeft het op mijn weg gebracht”. Vader: “ik hoor de stem is van Jakob, maar voel de handen van Esau”. Maar Jakob weet hem te overreden en hij dient z’n eten op. Isaac kust Jacob. En als hij de geur van Esau’s kleren ruikt is hij ‘zeker’: dit is Esau. Dan komt de zegen.

Meteen daarna komt de echte Esau aan en hij begint z’n wild te bereiden. Zelfde vraag: “wie ben je?”. Nu beseft Isaac dat er iets is misgelopen. “Terecht heet hij Jakob, [Bedrieger] want hij heeft me al twee keer bedrogen”. Esau vraagt naar nog een zegen, maar Jakob zegt: hij is als heerser boven jou aangesteld”. Daar zie je de betekenis van de zegen. Het feit dat je koren en most ontvangt is een teken van het feit dat de zegen op je rust. Esau blijft smeken om nog een zegen. “Ver van de vruchtbare grond zul je wonen”. M.a.w.: de woestijn in. Over de Golanhoogte. “als je hem losrukt, schudt je de juk van je broer van je nek”. Esau haat Jakob omwille van de zegen die Jakob had weggekaapt. En hij zegt bij zichzelf: ‘als m’n vader dood is, vermoord ik hem’. Rebekka komt dit (ook) te weten; ze luistert dus zelfs naar wat in Esau’s hart klinkt. Anderzijds druipt de haat tussen de twee ook af. We zijn nu niet ver meer van dezelfde situatie als Kaïn en Abel. Weer neemt Rebekka initiatief: “ga naar mijn broer in Haran”. Laban betekent ‘wit’. De broer van de Rosse gaat naar de Witte. “Blijf daar een tijdlang tot de woede van je broer bekoeld is”. “Waarom zou ik jullie alle twee op één dag moeten verliezen?” Als de ene de andere vermoordt, verliest een moeder ze allebei.

Rebekka haalt het tgo Isaac met het argument: “ik heb geen leven meer als ook hij nog een meisje van hier trouwt”. Hij krijgt opnieuw de zegen van Abraham: word vader van vele volkeren: [je wordt Avraham].

Ze mogen daar wel veel vrouwen hebben; in sommige strekkingen van het jodendom komt dat zelfs vandaag nog voor.



Jakob in Betel

Betel: huis van God. De zon is ondergegaan. Hij wil slapen. In de slaap verdwijnen. Een van de stenen die er liggen neemt hij tot hoofdkussen. Denk aan Jezus; die zelfs geen steen meer had om z’n hoofd op te leggen. Daar waar mensen in slaap vallen kan God mensen wakker maken. Venster en droom zijn verwant: zijn droom wordt een venster op God. Een ladder tot in de hemel is Babel. N.l. de toren van Babel: wat de mens bouwt om de hemel te bezorgen. Nu is het andersom: nu komt de ladder uit de hemel. Langs die ladder dalen en stijgen Gods engelen. “Ik ben de God van uw vader Abraham en Isaac; ik ga wel mee!” “In u zullen de anderen gezegend zijn. Wees niet bang, ik ben met u. Ik zal u behoeden en terugvoeren naar dit land” Jakob wordt wakker, gewekt door God. “Waarlijk, de Heer was hier, en ik wist het niet”. Hij heeft een enorme stap gezet: hier begint hij God zelfs te erkennen. Dit kan niets anders zijn dan het huis van God, dus [Betel]. Het echte Babel is Betel; het huis van God. Jakob zet z’n steen als een wijsteen overeind; hij heeft kracht gekregen. Maar Jakob blijft sjacheraar: als God voedsel geeft, en kleding en hem ongedeerd laat terugkeren, dan zal hij erkennen dat het God is. Hij durft nogal. Hij blijft van “ver komen” om iets van God te begrijpen. Hij belooft ‘tienden te geven’: dat verwijst naar een veel latere situatie van ‘giften aan de tempel’ …



Jakobs verblijf bij Laban

Op een gegeven ogenblik ziet hij ergens een put. Er ligt een hele zware steen op: alle herders moeten samen zijn om die steen te lichten. Jakob spreekt hen aan: “waar komt u vandaan, kent u Laban? Hoe maakt hij het?” Letterlijk: [is hij in vrede], [ja in vrede]; het betekent ook: is die mens gezegend, in rijkdom, welvarend? “Daar komt net zijn dochter Rachel met de schapen”. Op cruciale momenten zijn het vrouwen die met schapen rondlopen. Op slag is Jakob smoorverliefd. Hij rolt de steen weg in z’n eentje. Daarom kust Jakob Rachel en weende luid. Love at first sight. Rachel loopt vlug naar haar vader. Ook Laban loopt vlug. Er komt schot in de zaak: het lijkt beklonken.

Laban; “waarlijk vlees van mijn vlees”: “waarlijk wij zijn van hetzelfde hout gesneden”. Het ‘bedriegersspel” begint al meteen: al ben je familie; daarom hoef je nog niet voor niets voor mij te werken. Laban heeft 2 dochters: Lea [Koe] en Rachel [Ooi]. Lea had fletse ogen. Rachel was welgevormd en mooi zodat Jacob verliefd was op Rachel. Daarop stelt hij voor: ik blijf zeven jaar bij u werken voor uw jongste dochter Rachel. Zeven: werken tot het klaar is. Laban stemt toe. Na zeven jaar: “ik wil met haar samenleven”: [ik wil in haar komen]; maar Laban brengt de Koe, Lea, bij Jacob. De volgende ochtend, als hij zijn roes uitgeslapen heeft stelt hij het bedrog vast: ‘wat hebt u nu met mij uitgehaald’. Koekje van eigen deeg: de bedrieger bedrogen! Hij die z’n broer zo bedrogen heeft, is er nu zelf ingeluisd. De huwelijksnacht is gepasseerd, dus hij hangt eraan vast. Daarop reageert Laban: “De ander kan je ook krijgen, als je nog eens zeven jaar voor mij werkt” Jakob draagt dan toch zijn lot. Hij verzint geen listen meer. Na zeven jaar heeft hij ook gemeenschap met Rachel. Hij houdt meer van haar. Nu komt God weer tussen: Lea’s schoot wordt eerst geopend: Ruben [zie: zoon]; kreet van enthousiasme. Nu krijgt ze hoop dat Jakob haar meer zal beminnen: “zie, een zoon!!!”. Ze is getrouwd, maar ze staat buitenspel. “Nu zal mijn man wel van mij gaan houden”. Ze wordt opnieuw zwanger: Simeon [gehoord]. Ze wordt nog eens zwanger: ditmaal zal mijn man zich wel aan mij gaan hechten: Levi [Verbonden]. Nog eens zwanger: Juda [Dank(lied)]. Daarna krijgt ze geen kinderen meer. Misschien nog wel dochters, maar dat weten we niet. Rachel wordt jaloers op Lea; “Geef mij toch kinderen” zegt ze tegen Jakob. Die wordt kwaad: “neem ik soms de plaats in van God die je geen kinderen laat krijgen?” Jakobs godsgeloof begint toe te nemen. Daarop zegt ze: “Heb gemeenschap met mijn slavin Bilha”. Een soort draagmoederschap. Die krijgt een zoon: Dan [oordeel]. Tweede zoon: Naftali [Strijd]. De stand is 4,2; Lea schiet in actie. Als zij geen kinderen meer krijgt, geeft ze ook haar slavin aan Jacob: weer komen er zonen; Gad [Geluk, emotioneel] en Aser [Zalig, op de goede weg zijn] In de ‘telling’: nu staan we ver voorop.

Ruben gaat eropuit en vindt liefdesappels en geeft ze aan zijn moeder Lea. Maar Rachel wil ook van die trucs gebruikmaken. “Geef mij ook van die appels”. Maar Lea antwoordt: is ’t nog niet genoeg dat je mijn man al afneemt”. Lea verplicht Jakob om bij haar te komen slapen; dat heeft ze zo onderhandeld met Rachel. In het Jodendom is dat nog altijd zo: de vrouw heeft recht op gemeenschap met haar man. Niet omgekeerd. Lea krijgt nog een zoon: Issakar [betaling]. Lea wordt nog eens zwanger: Zebulon [rechtop] ‘ditmaal zal mijn man wel bij mij blijven’. Daarna nog een dochter: Dina; is nr 7: dat betekent dat de reeks vol is.

Nu is de stand wel te zwaar uit evenwicht. Nu wordt Rachel zwanger: Jozef [God voegt toe]; God moge nog een zoon geven. Die komt later …

Nu komt dat spannend verhaal van de bokken en de geiten.



Rachel met haar huisgoden. Israël is nog aan het worstelen met vele goden en één God. Als je die beeldjes mee kan nemen en onder je zadel terwijl je ongesteld bent, is dat wel het laagste dat die goden kunnen terechtkomen.

Leesopdracht tegen volgende keer: p. 121-161



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina