Japan, impressies van een boeiend verblijf



Dovnload 53.92 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte53.92 Kb.

Japan, impressies van een boeiend verblijf

In november '99 bezocht ik twee weken Japan, op uitnodiging van de Japan Foundation. Deze organisatie promoot de Japanse cultuur en taal wereldwijd. Jaarlijks krijgen een 300 leraren uit het secundair onderwijs uit de hele wereld de kans om aan de twee weken durende 'study tour' deel te nemen.


Ik vertrok naar Japan met een hele reeks vooroordelen. Vooroordelen die via de media gevoed worden: Japan als supertechnologische maatschappij, overvol met jachtige mensen die over straat lopen naar hun werk; leerlingen die massa's bijlessen volgen - zelfs in speciale 'summer schools' - om toch maar naar die speciale universiteit te kunnen gaan; consumptie ten top …

Heel wat van deze vooroordelen zijn, achteraf bekeken, correct maar daarnaast heb ik ook een heel ander Japan ontdekt.




Reliëf

Een eerste foute voorstelling van Japan is de ligging van het land zelf op het gradennet. Japan bestaat namelijk uit 4 grote en enkele tientallen kleine eilanden die zich vooral ten zuiden en oosten van de hoofdeilanden uitstrekken, tot 20° NB.

Het binnenland van de hoofdeilanden is bergachtig, met toppen tot meer dan 3000 m (hoogste berg de Mt Fuji: 3776 m). Amper 20 % van het oppervlak is een vlakte of laagplateau, en daar is dan ook bijna alle menselijke activiteit geconcentreerd. Geen enkele m2 gaat verloren, en steeds meer wordt extra ruimte gewonnen op zee (bv. Tokyo Bay en de haven van Kyoto). Echter een riskante onderneming, gezien de ligging op de lithosfeerplaten.


Platentektoniek

De eilanden van Japan zijn allemaal van vulkanische oorsprong.

Japan ligt op de subductiezone van 4 lithosfeerplaten: de Noord-Amerikaanse, Pacifische en Filippijnse lithosfeerplaten enerzijds en de Euraziatische plaat anderzijds. Ter hoogte van de Kanto regio (Tokyo Bay) ligt het knelpunt tussen de 4 platen, zodat deze regio het meest kwetsbaar is voor zware aardbevingen.

In Tokyo schrikt men niet op van een lichte beving; gemiddeld elke vier maand is er een beving met kracht 3 op de Richterschaal, wat een lichte trilling betekent. In 1923 werd de regio getroffen door een zeer zware aardbeving, die de geschiedenis ingaat als de Great Kanto Earthquake. De beving had een kracht 8,2 en resulteerde in meer dan 140.000 doden en bijna 600.000 gebouwen die vernield werden. Eén van de lessen die men leerde uit de beving is het risico van domino-effect bij rijwoningen. Om dit te voorkomen is er tussen elke woning een open ruimte, en meestal bevinden de schakelkasten voor elektriciteit enz. zich in die tussenruimte.


Tegenwoordig is deze regio nog kwetsbaarder wegens de landwinning in Tokyo Bay. Bij een hevige aardbeving is het risico van liquificatie zo groot dat grote delen van de nieuwe havenontwikkelingszone zouden omgevormd worden in drijfzand. Tevens zorgt de toegenomen hoogbouw voor extra risico's.
Meer recent is de Hanshi-Awaji earthquake van 17 januari 1995, genoemd naar de plaats waar het epicentrum van de beving lag, en thans een museum gevestigd is: het Hokudan Municipal Earthquake Memorial Park. Deze beving zorgde vooral in de havenstad Kobe voor veel schade en menselijk leed: 40.000 doden, bijna 250.000 woningen vernield en ruim 440.000 daklozen. De kracht van de beving - 7,2 - heeft niet alleen gebouwen vernield, ook de verkeersinfrastructuur en de haven werden zeer zwaar getroffen: een groot deel van de haven is uitgebouwd op 2 kunstmatige eilanden in zee - Harbor Island en Rocco Island. Door de beving veranderde de ondergrond in drijfzand, zodat grote delen van de infrastructuur wegzakten.
Na de beving kwam er kritiek op de overheid. Vermits de Kanto regio het meest kwetsbaar is voor bevingen ligt het zwaartepunt van de hulpverlening in Tokyo en omgeving. Er is een volledig reddingsplan opgezet, het 'Disaster Prevention System', dat gecentraliseerd zit in het Central Metropolitan Building. Van daaruit wordt via allerlei kanalen de informatie verzameld, en kunnen alle hulpdiensten bestuurd worden. Elk kwartier van de stad heeft een eigen nummer, dat op het dak van hoge gebouwen is geschilderd, zo kan de hulp het correcte kwartier snel bereiken indien nodig. Op deze daken is meestal ook een landingsplaats voor helikopters voorzien; bij een hevige aardbeving zullen de veelal smalle straten immers niet meer bruikbaar zijn.

Japan bereidt zich voor op aardbevingen als bij een echte invasie: naast allerhande plannen zijn er ook frequent kleine en grote rampoefeningen.




Narita

Wie met vliegtuig naar Japan reist, landt in Narita, de nieuwe luchthaven van Tokyo, zo'n 40 km van de hoofdstad verwijdert. Er wordt in Japan veel met het vliegtuig gereisd, zodat de oude luchthaven Haneda tegenwoordig bijna uitsluitend voor binnenlandse vluchten dient. Via de autosnelweg is het een groot half uur rijden van Narita naar Tokyo-centrum. Onderweg zijn de symptomen van de suburbanisatie duidelijk merkbaar: nieuwe woonwijken, industrieterreinen, kantoorwijken, recreatiecentra (zoals Disneyland Tokyo) spreiden zich steeds verder uit. Gevolg van de groeiende economie enerzijds, en van de peperdure prijzen in Tokyo-centrum anderzijds: meer dan 1 miljoen BEF / m2 koopprijs! Let wel: dit is al heel wat minder dan halfweg de jaren 1980, toen de prijzen bijna dubbel zo hoog waren. Overheidsinmenging heeft de prijzen doen afnemen.

Dat deze verdere groei van de stad ook op tegenkantingen stuit is bij Narita duidelijk: de volledige luchthaven is omheind met een ijzeren gordijn, inclusief wachttorens en patrouilles; de inplanting van de luchthaven heeft veel kritiek meegebracht. Er is weinig vlak gebied, en de inplanting van de luchthaven heeft andere functies verdreven, vandaar het protest. Actievoerders hebben al meermaals gedreigd de luchthaven te saboteren.


Tokyo-centrum

Tokyo is een stad met zeer uiteenlopende karakters. Tijdens mijn bezoek heb ik 6 wijken bezocht: Shinjuku, Ikebukuru, Ginza, Asakusa, Yanaka en Ueno.

Ik was met de andere deelnemers gelogeerd in Sunroute Hotel Tokyo, in de wijk Shinjuku. Shinjuku geldt als het nieuwe CBD van Tokyo. Van overal is de wijk makkelijk te herkennen aan zijn moderne en soms zeer originele kantoorgebouwen, zoals de 'tempel': het nieuwe gebouw van de 'Tokyo Metropolitan Office', met prachtig panorama over de stad. Tegelijk is Shinjuku ook een grote shoppingwijk, met grote splinternieuwe shopping-malls. Shinjuku bevestigt twee vooroordelen over Japan: de jachtige maatschappij, en de consumptie.

Shinjuku station verwerkt elke dag zo'n 2 miljoen pendelaars, die massaal soms al lopend de voetpaden inpalmen. Het is leuk om de drukte op straat en in het station te observeren: een mierennest. Reizen met de metro heeft je hetzelfde gevoel. De wagonnen zitten overvol (tot 200 % van de capaciteit!), maar toch komt hier een ander en spijtig genoeg minder bekend kenmerk van de Japanse samenleving naar voor: de beleefdheid. Ondanks de drukte wacht iedereen op het perron in rijen op aangegeven plaatsen; als de trein stopt laat men eerst rustig iedereen uitstappen, en daarna gaat men in volgorde van de rij de wagon binnen. Geen duwen en trekken, probeer je dat maar eens in België voor te stellen.

Shinjuku is ook de wijk met massa's computer-, hifi- en andere elektronicasnufjes. Waar in ons land de keuze beperkt is tot maximum enkele 10-tallen laptops of digitale camera's bv, is de keuze daar al snel meer dan 100. Het is ook een wijk met een druk uitgangsleven: dag of nacht het is er altijd druk. Ontspanning voor ieder wat: karaoke kun je overal, meestal in kleine ruimtes met een vriendengroep. Of wat dacht je van dansautomaten: op het scherm komt de tekst van het lied in een pijl; je moet je voet zetten op de ronde met die pijl, en zo dansen. Dit komt zeker nog naar België.

Wat waarschijnlijk niet komt is pachinko: een oorverdovend lawaai, mensen die uren voor een kastje zitten en op een knop drukken, met als doel zoveel mogelijk metalen balletjes er uit krijgen. De obsessie voor dit spel kan ik helemaal niet vatten, maar daar stoort de Japanner zich zeker niet aan: het is ontspanningsspel nummer één voor jong en oud, man en vrouw.


Ginza is het bekendste shoppingcentrum, waar je naast grote ketens ook nog de meer exclusieve en klantgerichte winkels aantreft.

Yanaka is het enige overblijfsel van hoe Tokyo er vorige eeuw heeft uitgezien; het is de enige wijk die niet geleden heeft onder de grote Kanto-aardbeving van 1923. Je hebt er meer de indruk in een klein dorp te wandelen dan in een grootstad.

Ueno is vooral bekend voor het grote park, met centraal een laan afgezoomd met kersenbomen (elk jaar het "cherryblossom" feest) en de grote musea.

Asakusa staat dan weer model voor een wijk met veel kleinhandel en ambachtelijke bedrijfjes, naast de grote en oudste tempel van Tokyo, de Senso-ji tempel.


Naast het moderne jachtige karakter toont Tokyo ook op verschillende plaatsen de traditionele Japanse waarden. Zo is er het tempelbezoek door oud en jong (zoals bij Schichi-go-san, het feest voor kinderen van 3, 5 en 7 jaar), aandacht voor de theeceremonie, het typische kabukitheater bijwonen in traditionele klederdracht (de kimono).

Dit duale karakter heb ik overal en op alle domeinen in Japan ontmoet: aan de ene kant de hypermoderne maatschappij met continue evolutie en vooruitgang, aan de andere kant het respect voor de traditionele waarden.




Evolutie in de maatschappij

Veruit een van de grootste aanpassingen voor de Japanse maatschappij is het verdwijnen van de traditionele band van werknemer en werkgever. De beelden zijn bekend: arbeiders die 's morgens op een open ruimte van het bedrijf ochtendgymnastiek doen, werknemers die in het weekend met het bedrijf op uitstap gaan …

Traditioneel zijn er enkele karakteristieken voor de Japanse samenleving:


  • Er is zo goed als geen werkloosheid.

  • Men is meestal zijn hele loopbaan verbonden aan hetzelfde bedrijf, waarvoor men ook buiten de normale werkuren veel tijd voor vrijmaakt.

  • Het traditionele gezin is als volgt opgevat: de man gaat werken in het centrum, staat zijn loon af aan zijn echtgenote, en krijgt van haar 'zakgeld'. Daarmee kan hij na het werk in shoppingcentra inkopen doen of afzakken met zijn collega's in een karaokebar. Rond middernacht zal hij dan terugkeren naar zijn woning. Opvoeding van kinderen is niet aan hem besteed: daar zorgt zijn echtgenote voor.

Aan deze karakteristieken is een eind gekomen

  • Sinds de crisis in Japan eind de jaren 1990 is er wel degelijk werkloosheid in Japan: zo'n 4 % van de actieve bevolking heeft geen job. Ook daklozen komen voor in Japan: in Ueno parc bv. Hebben ze een volledig tentenkamp. Bedelen gebeurt echter niet, daarvoor zijn deze mensen nog te trots.

  • Als bijkomend gevolg van de crisis merkte de Japanse werknemer dat zijn bedrijf, waarvoor hij zich altijd heeft ingezet, hem toch ontslaat. Zo evolueert de mentaliteit meer naar de Amerikaanse en Europese trend: goede werknemers verlopen van bedrijf naarmate de voorwaarden en lonen beter zijn. De verbondenheid met het bedrijf is verdwenen.

  • Ook de vrouwen gaan nu werken in de 'hogere' jobs in het CBD. Gevolg: ofwel willen ze niet meer trouwen, omdat ze ook willen genieten van het uitgaan 's avonds; ofwel maken ze concrete afspraken met hun echtgenoot wie welke avond mag 'uitgaan'; ofwel verbieden ze hun echtgenoot om nog langer 's avonds in de stad rond te hangen. Dit laatste tot grote spijt van een 'harde kern' ambtenaren, met wie we op een avond laat een gesprek voerden.


Ruimtelijke structuur en problemen in Tokyo.

Tokyo is een stad die sinds begin deze eeuw een serieuze expansie kent.

Transport is een groot probleem in Tokyo. Niet alleen de metro zit overvol, ook de wegen zitten frequent in file. Op de ringweg - die omwille van plaatsgebrek boven de gewone wegen gebouwd werd - sta je frequent stil.

Dit brengt me bij een volgend probleem in Tokyo: ruimtegebrek. De schaarse ruimte is peperduur, en dus zie je overal allerhande plaatsbesparende oplossingen: hangende benzinepompen, huizen en kantoren volgebouwd tot op de perseelsgrenzen, gebouwen over de wegen en spoorwegen.

Het plaatsgebrek heeft tot gevolg dat Tokyo een wereldstad is met % zeer weinig groen: amper 5,2 m2 openbaar groen/inwoner (ter vergelijking: London 25 m2, New York 29m2). De enkele parken die Tokyo telt zijn dan ook een verademing, maar van rust is er in de weekends zeker geen sprake; vele families veroveren dan de groene ruimtes.
De recentste ontwikkelingen in het centrum van Tokyo spelen zich af in Tokyo Bay. De oude haven- en industriële activiteit is grotendeels verschoven naar Yokohama (ten zuiden in Tokyo Bay). Op de vrijgekomen grond en nieuwe kunstmatige eilanden komt een nieuwe wijk tot ontwikkeling met kantoren, winkels en recreatie. Deze wijk is bereikbaar via nieuwe bruggen en nieuwe metroverbindingen.

Hiroshima

Vanuit Haneda-airport, ten zuiden van de Harbor-area van Tokyo namen we een binnenvlucht naar Hiroshima, amper een uurtje vliegen.

Op de luchthaven waren we getuige van de discipline op Japanse scholen: alle leerlingen zaten er muisstil in rijen op de grond te luisteren naar de richtlijnen van de leraars. Rij voor rij gingen ze dan in alle rust richting vliegtuig. Even proberen in onze scholen?
Rondwandelen in Hiroshima heeft een eigenaardig gevoel. Al wat je ziet is amper 50 jaar oud, en continu zit je in je hoofd met de atoombom.

Op 6 augustus 1945, om 8.15 dropt de Enola Gay de eerste atoombom boven Hiroshima. 43 seconden na de dropping ontploft de bom op 580 m hoogte, vlak boven het gebouw van de Industriële promotie. Een immense vuurbal - met in het centrum een temperatuur van meer dan 1.000.000 °C - en de bekende paddestoelwolk volgen in de lucht. Op de grond breekt de hel los.

De temperatuur aan het oppervlak bedraagt gedurende 3 seconden 3 à 4.000 °C: sommige mensen verdampen bij misschien nog hogere temperaturen, enkel hun schaduw is door de lichtflits op de muur gebrand; dakpannen smelten opnieuw tot een vormloze massa.

Er volgt een schokgolf en een enorme wind, met snelheden tot 440 m/sec (wat een druk van 3,5 kg/cm2 vertegenwoordigd): muren worden omver getrokken, stalen poorten knakken als ware het riet.

En dan is er nog de straling. Een korte blootstelling aan de straling is fataal.
De gevolgen zijn tot op vandaag merkbaar. Nog steeds sterven mensen aan de gevolgen van de straling.
Het epicentrum van de explosie is nu een park met bijhorend museum. Centraal in het park staat een Cenotaph, een stenen uitvoering van wat in vroegere tijden een schuilplaats was bij ontij.

Het geeft een raar gevoel in dit park rond te wandelen. Het is er rustig, het prachtige weer heeft ouderen naar het park gebracht, die rustig een gezelschapsspel spelen of genieten van de zon. Iets verder luistert een lagere schoolklas naar het verhaal van een overlevende. Nog verder neemt een klas vijf minuten stilte in acht voor het monument voor de gesneuvelde kinderen. Op de achtergrond zie je het karkas van de Industriële promotiehal.

Was het nodig die bom? Deze vraag stelt men zich hier niet. Alleen de gevolgen tellen: meer dan 300.000 doden, een verbetenheid die tot op vandaag bij de bevolking leeft. Normale relaties aanknopen met de vele Amerikanen is voor oudere inwoners onmogelijk: achter het gezicht van een Amerikaan ziet men het silhouet van de paddestoelwolk. Deze strijd eindigt nooit.


Miyajima

Hiroshima ligt aan de Japanse binnenzee, die bezaaid is met kleine eilandjes. Elk eilandje heeft wel ergens een heiligdom en bijhorende tempel. Wij bezochten het eiland Miyajima.

Op het eiland ligt het Itsukushima shrine, een oude shintoïstische tempel, met voor zich in zee de Torii: een houten poort in het water uit 1875 (16 m hoog, 23 m breed); deze poort scheidt het heilig schrijndomein af van de buitenwereld.

De belangrijkste godsdiensten in Japan zijn het shintoïsme en het boeddhisme. Het shintoïsme vereert 'kami', heilige krachten die in heel de kosmos aanwezig zijn. Alles kan een kami zijn, en voor elke kami is er een eigen 'jinja', schrijn. Frequent zie je er een muur met houten plaatjes, 'ema', waarop je een verzoek aan de kami weergeeft, of draden met papiertjes: ongelukken die je kwijt wil.

In deze shintoïstische heiligdommen vind je frequent Boeddhabeelden. Hoe verklaren? In de 6de eeuw bracht de keizer het boeddhisme binnen in Japan, omdat dit hem wel aanstond: een belangrijk idee van het boeddhisme is immers dat de keizers een Hemels Mandaat verkrijgen om in de natie orde te brengen.

Zodoende werden de twee godsdiensten met elkaar verzoend: Boeddha is een kami als vele andere, en kan dus in een shintoïstisch heiligdom. Het zenboeddhisme in Japan is ook de basis voor de theeceremonie, met als essentie een aanbidding van het mooie tussen de gewone, alledaagse feiten van de dag. Voor een theeceremonie neem je inderdaad de tijd. Ook in het jachtige Japan. Traditie en toekomst.

Het christendom kreeg vroeger geen kans. Wanneer de eerste missionarissen verkondigden dat God boven alles staat viel dat niet in goede smaak bij de keizer, die prompt het christendom verbood. Pas na de Meiji restauratie halfweg 19de eeuw - met de vernieuwde openheid van het land naar het westen - werd het christendom toegelaten, maar het blijft een minderheid. Het deed wel vreemd om op zondagmorgen in Kobe de klokken te horen luiden voor de hoogmis.
Geloof is voor vele Japanners nog steeds betekenisvol. Overal zie je mensen, die naar de tempel komen om te bidden. Ook jongeren, en sommige van hen zijn zeer overtuigd: hangen een ema bij de jinja, met het geloof dat dit hen zal helpen. Zelf vroeg ik twee schoolmeisjes waarvoor ze kwamen 'bidden'. Nogal beschaamd antwoordden ze 'omdat wij nog geen boyfriend hebben. 'Geloof je dan dat dit zal helpen?' vroeg ik hen, en nogal verontwaardigd antwoordden ze 'natuurlijk'.
Heiligdom of niet: commercie moet er overal zijn, en dus puilt ook dit eilandje uit van restaurantjes en souvenirshops, sommige met een originele naam.


Kyoto

De Shinkansen, het terechte paradepaardje van de JR - Japanese Railway - brengt ons aan 270 km/u naar Kyoto.

Veruit de mooiste stad die we bezocht hebben: de oude hoofdstad van het Japanse rijk is vol met prachtige tempels, tuinen en paleizen.

Naast het modernere centrum (bv. het shoppingcentrum rond het station) heb je er ook typische oude stadswijken zoals Gion, met houten woningen en zeer smalle straatjes. Daar gaan eten is je compleet onderdompelen in Japan: niemand verstaat jou en omgekeerd, dus probeer je met aanwijzen een maaltijd te krijgen, wat ook perfect lukt. Een fantastische maaltijd, nooit beter gehad. Moet ik zeker nog eens teruggaan.


Maar Kyoto is de stad met de tuinen en tempels, gelegen aan de rand van de stad, waar de bebouwing bij de overgang van vlakte naar bergland bruusk stopt.

Bekendst is wellicht het Gouden Paviljoen, Kinkaku-ji. Een houten tempel, belegd met bladgoud, die prachtig weerspiegelt in de vijvers rond het paviljoen. In zijn boek 'Het Gouden Paviljoen' vertelt Yukio Mishima de op waarheid rustende geschiedenis van een lelijke monnikleerling die uit frustratie en als aanklacht tegen de houding van het geloof dit paviljoen in brand steekt. Verplichte literatuur.

Japanse tuinkunst is een uiting van hun geloof. Kami komen overal in de natuur voor, dus wil men de natuur in miniatuur rond zich hebben. De Japanse tuin is dan ook geen strakke tuin, maar bezaaid met vijvers met stenen erin (klifkusten), verschillende miniatuurbomen (de extreme variante hiervan is de bonzaï).
sOnder invloed van het boeddhisme kwam ook een andere tuinkunst in Japan binnen: de zen-tuin: een meditatietuin, meestal met kleine kiezelsteentjes die elke dag geharkt worden, en daarin enkele miniatuurbomen. Op de UNESCO lijst staat Ryoan-ji. Naar mijn mening een ongelooflijke belevenis. In deze tuin staan tussen de kiezelsteentjes 14 met mos begroeide grote stenen. Deze zijn echter zodanig in de tuin opgesteld dat je ze nooit alle 14 tegelijk kunt zien: altijd wordt minstens één verborgen door een ander. De tuin is ommuurd, en wanneer je aan de rand zit voel je werkelijk een rust over je komen. Klinkt misschien belachelijk, maar er weggaan was zeer moeilijk.
In het centrum is het oude Nijo kasteel, een van de oudste gebouwen van Kyoto. Een dergelijk paleis moet je eigenlijk bekijken met de schuiframen (in rijstpapier) open, zodat het gebouw een open ruimte wordt, één met de omringende tuin. De vloer maakt een piepend geluid (de nightingale floor). Opzettelijk zo blijkt. Tussen de 17de eeuw en halfweg de 19de eeuw was de keizerlijke macht verdwenen. Allerhande krijgsheren -shoguns - hadden de macht, en probeerden hun rivaal uit de weg te ruimen. De shoguns hadden als bescherming rond zich een groep samoerais, die perfect met het zwaard konden omgaan. Wie 's nachts met slechte bedoelingen ongewenst het kasteel betrad, werd verraden door de nightingale floor, en prompt een kopje kleiner gemaakt. Leuke tijd was dat.


Hyogo prefecture

Met onze groep verbleven we 5 dagen in Hyogo prefecture, met als hoofdplaats Kobe.



Kobe

Kobe is de tegenwoordig de tweede haven van Japan, na Yokohama. Het was echter de eerste stad waar in 1860 onder druk van de Verenigde Staten het isolationisme van Japan doorbroken werd (enkele jaren later in de Meiji tijdperk werd dat volledig opgegeven). De niet-Japanners kregen er een wijk waar ze hun eigen woningen neerzetten, tegenwoordig bijna allemaal musea.

Ook de Chinezen bouwden in deze stad hun eigen 'China town'.

Door deze gebeurtenis werd eind vorige eeuw Kobe de belangrijkste haven, die zeer snel uit zijn voegen groeide. Samen met Osaka en Wakayama werd deze streek de Hanshin industrieregio. In de jaren 1960-1970 werd het ruimtegebrek zo nijpend, dat men besliste tot de aanleg van twee kunstmatige eilanden: Rocco Island en Harbor Island. De concurrentie met Yokohama heeft ervoor gezorgd dat op het grootste eiland naast havenactiviteit ook woningen en recreatieparken gevestigd zijn.


In Kobe bleven we ook een nacht bij een gastgezin. Ik had geluk: mijn gastouders en hun oudste zoon en een nicht spraken zeer goed Engels, zodat een conversatie mogelijk was. De familie Kashiro woont in de buitenwijken van Kobe, in een oudere houten woning. Aparte woningen zijn duur in Japan, en veel grond buiten de woning heb je dan ook niet: de tuin van hun huis is amper 2 meter breed.

Gastvrijheid is voor de Japanners geen leeg begrip. Je wordt als gast werkelijk overstelpt met geschenken, een uitstekende maaltijd, men brengt je overal waar je maar wilt, en de centrale living (in tatami) wordt volledig afgestaan aan jou.


Awaji

Vanuit Kobe bezochten we enkele scholen (zie volgend punt), maar ook het eiland Awaji. Dit eiland is met het 'vasteland' verbonden via een hangbrug (grootste overspanning ter wereld). Pikant detail: de breuklijn waarlangs de Hanshi-Awaji aardbeving van 1995 plaatsvond loopt dwars tussen de beide pijlers van de hangbrug; de brug zelf heeft geen schade geleden.

Awaji gaf ons de kans om een meer landelijk Japan te ontmoeten, met kleine dorpjes, de typische terrasbouw langs de hellingen, kleinschalige fabriekjes (zoals een 'essence factory', een fabriek van wierookstokjes, die we bezochten). De productie is er nog voor een groot deel handenarbeid.

Ook de overnachting in de ryokan herberg is uniek: van zodra je binnenkomt wordt je ondergedompeld in de traditionele Japanse cultuur.

Je logeert met 4 personen in een kamer met tatami-matten op de vloer. Als je binnenkomt moet je je eerst verkleden: een yanaka (soort kimono) en pantoffels. Op het (lage) tafeltje staat thee voor je klaar.

Voor het avondmaal moet je eerst een bad nemen. Dat gebeurt in grote publieke baden (man en vrouw gescheiden of wat had je gedacht), en ook dat hoor je volgens de regels te doen. Eerst je volledig wassen in kleine douches, en pas als je proper bent mag je in de verschillende baden: mineraalbaden, relaxerende saunabaden, … Probeer niet te verbranden is de leuze.

Na het bad kun je aan tafel. In een grote ruimte met tatami-matten is de tafel gedekt: elk z'n eigen laag tafeltje, en op een kussen zitten. Continu word je bediend door diensters in kimono. Een zeer gevarieerde maaltijd, met voortreffelijke warme saké ("op de perfecte temperatuur" opgediend, en neen je krijgt er geen zwaar hoofd van).

Alles zeer traditioneel: je waant je terug in de tijd … tot onze gids Kazuo-san rechtstaat en begint met het tweede deel van deze avond: karaoke. Een supermoderne installatie wordt binnengebracht, en iedereen wordt geacht te zingen. Ondergetekende heeft met z'n collega uit Liechtenstein (kleine landjes moeten elkaar steunen nietwaar) Wieslaw Piechocki meerdere keren een duet gedaan (Frank Sinatra, John Lennon, the Beatles…); de aanwezigen leven nog steeds…

Na de maaltijd neem je volgens de etiquette opnieuw een bad, volgens dezelfde regels. Onthoudt dit: als je bij een Japans gezin logeert, en men biedt je na het eten een bad aan, is dat niet omdat je stinkt, maar het hoort zo. En laat het water in het bad staan.

De rest van de avond loop je rond in yanaka, genietend van de rust in de ryokan. Intussen zijn in je kamer de bedden opgemaakt: het tafeltje is aan de kant gezet en op de tatami's zijn vier matrassen gelegd.

De volgende ochtend neem je opnieuw een badcyclus (het hoort zo!), en dan pas het ontbijt.

Na het ontbijt kun je terug je gewone kleren aandoen, en uitchecken.

Voor wie ooit naar Japan gaat: zeker doen zo'n overnachting!!!


Onderwijs in Japan

Het onderwijs in Japan is de laatste jaren in volle evolutie. Het voortouw van deze evolutie wordt genomen door Hyogo prefecture. In deze prefectuur hebben we vier scholen bezocht: één basisschool, een lager secundaire en twee hoger secundaire scholen (een 'Public' en een 'Private').



Ontwikkeling van het onderwijs in Japan.

In 1853 is de oproep van Commandant Perry de voorbode van het einde van de isolatiepolitiek in Japan. Onder de toenemende internationale druk wordt in 1868 het Meiji-tijdperk ingeluid: Japan zal moderniseren met de Europese landen als model. In 1872 wordt met dat doel het onderwijs aangepakt: alle studenten moeten een basiskennis hebben, zodat ze in de fabrieken niet allen kunnen werken, maar er tegelijkertijd kunnen (be)studeren en verbeteren: de actieve medewerking van de arbeider aan het bedrijf.


Na de nederlaag in 1945 is het idee van de geallieerden om Japan verder te moderniseren en democratiseren, o.a. via het onderwijs.

In 1947 worden de 'Fundamental Law of Education' en de 'School Education Law' goedgekeurd. In de daaropvolgende jaren wordt het onderwijs uitgebouwd zoals wij het kennen: kleuterklas van 3 tot 6 j, basisschool (6 leerjaren) tot 12 j, aparte lagere en hogere secundaire school (telkens 3 leerjaren) tot 18 j, daarna hoger onderwijs.

Het idee van deze hervormingen is dubbel:


  • enerzijds alle Japanners gelijke kansen geven in het onderwijs; om dit te bereiken was de inmenging van de staat in alles wat het onderwijs aanbelangt zeer groot

  • anderzijds respect opbrengen voor de mensenrechten en voor het individu.

De uniformiteit in het onderwijs is bijzonder groot: alles wordt beslist door de centrale overheid: welke leerstof, welke handboeken (enkel de staat kan handboeken uitgeven), dagschema … alles is in alle prefecturen van het land en zelfs in de Japanse scholen in het buitenland gelijk. Ook de uniformen ogen meestal gelijklopend: jongens in een gewoon donkerblauw pak met das of met zwarte hoogsluitende jas (zoals een militair uniform); meisjes een uniform in bootstijl.
Op het eerste zicht is het curriculum van een Japanse leerling niet zo verschillend als dat van een Vlaamse leerling: kleuterschool, basisschool, middelbaar en hoger onderwijs zijn in tijdsduur gelijklopend. Ook het lesverloop lijkt op eerste zicht gelijklopend, maar schijn bedriegt.
Een normale schooldag ziet er als volgt uit:

- 8.20 u - 12 u: vier lestijden van 45/50 min (voor basis/secundair)

- middagmaal: iedereen eet in school, in de meeste scholen zelfs in de klas

- 13.30 u - 15.30 u: twee lestijden, daarna schoonmaak van het schoolgebouw

- daarna clubactiviteiten (meestal sport of muziek)

- vanaf ca. 18 u: Juku en/of Okeiko-goto: dit zijn private bijscholingen. Bij Juku wordt vooral extra kennis ingepompt om de moeilijke toegangsexamens voor lager secundair, hoger secundair en universiteit; bij Okeiko-goto wordt kennis ingepompt op vlak van muziek, dans, …. Deze bijscholingen zijn zeer duur (2000 ¥/kind/uur)

- na Juku of Okeiko-goto (duurt meestal tot 20 of 21 u) moeten de leerlingen dan thuis nog hun huiswerk doen.
Typerend in de meeste scholen is de zeer ex cathedra lesmentaliteit. Tijdens het bezoek aan de verschillende secundaire scholen viel vooral het verschil tussen de public en private schools enorm op. Op het eiland Awaij bezochten we een de Hyogo Sumoto Upper Secundary school, waar geen computerklas was, minimale uitrusting van vaklokalen. Er was wel een prachtige turnzaal, en veel plannen voor nieuwe lokalen. Daartegenover stond de upper Sumanoura Girls' Upper Secundary school in Akashi (voorstad van Kobe). Het gebouw werd door de Hanshi-Awaij aardbeving volledig verwoest. Nu staat er een prachtig nieuw gebouw, met perfecte inrichting: prachtige computerklassen, turnzaal, cafetaria, openluchttheater op het dak. Duidelijk zoals overal: in de private schools is er meer geld beschikbaar dan in de public schools.

Toch verschilt de methode van lesgeven in de beide scholen niet zoveel: het accent ligt op kennisoverdracht, en dat merk je in de klas: een groot bord vooraan, kleine bankjes voor de leerlingen. Als leerlingen in groepswerk bv. een gesprek in een vreemde taal moeten houden lukt dat bijna niet.

Eenzelfde situatie in de Ichinomiya Municipal Lower Secundary School: ex cathedra les is schering en inslag.

Opvallend verschil merken we in de Akashi Municipal Okubo Minami Elementary School. Daar is het accent veeleer gericht op vaardigheden. Je merkt het aan het lesverloop, en ook aan de afwezigheid van uniformen. Wellicht mijn mooiste ervaring met het Japans onderwijs: het bezoek aan deze school, en het verblijf in de klas van het 3de jaar. Ik voelde mij zo beschaamd en hulpeloos dat ik hen niet kon verstaan, en zij probeerden met hun beperkte kennis aan Engelse woordjes mij te doen thuis voelen. Achteraf heb ik de foto's die ik bij het bezoek genomen heb opgestuurd naar Japan. Later kreeg ik een dikke brief terug van het 3de leerjaar, vol met tekeningen van de klas uit dank.



Hervormingen in het onderwijs.

Tot de jaren 1970 was er geen probleem in het onderwijs in Japan. Vanaf de jaren 1980 wordt de Japanse samenleving geconfronteerd met toenemend geweld op school, met school drop-outs. Er zijn duidelijk problemen met het onderwijssysteem:



  1. Het ingangsexamen is te zwaar. Niet alleen voor de universiteit, maar ook voor de overgang naar lower en upper secundary school is er een ingangsexamen nodig. Gevolg: na de gewone schooltijd en club activities volgt ca 60 % van de leerlingen Juku of Okeiko-goto, gemiddeld 2 u, 2 dagen per week. Leerlingen hebben hierdoor geen leven meer: vooral in de twee laatste jaren van de upper secundary school neemt de druk toe om nog meer bij te leren; summer schools met een ware militaire dril zijn dan de enige oplossing.

  2. Het sterk gecentraliseerde en uniform onderwijssysteem wordt meer en meer bekritiseerd. Vroeger werd gezegd "dit principe is goed, want het geeft ieder kind gelijk waar gelijke kansen"; tegenwoordig verwijt men het systeem te weinig de individualiteit van de leerlingen te aanvaarden.

  3. De evolutie van de informatietechnologie en de globalisering en internationalisering van de maatschappij lijken aan het onderwijs voorbij te gaan. Centraal in de klas zijn nog steeds het handboek (met veel tekst), de leraar die doceert en de leerling die alles inslikt. Aandacht voor de vorming van de leerling in andere vaardigheden en gebruik ICT bv. is er niet.

  4. Er is ook het financieel probleem: ook de Japanse maatschappij moet besparingen doorvoeren. Door bv. de schooltijd van 6 naar 5 dagen per week te herleiden kan heel wat bespaard worden op het onderwijsbudget. Interessant voor onze minister van onderwijs: tegelijk wordt de positie van de leraar verbeterd.

In de periode 1997-2000 worden hervormingen doorgevoerd, die vanaf het schooljaar 2001 (het nieuwe schooljaar begint in april) overal merkbaar zal zijn. De belangrijkste hervormingen:


van 6 naar 5 schooldagen (ook besparing)

  • lower and upper secundary school worden één school

Welke hervormingen




  1. Meer aandacht voor de opleiding en maatschappelijke waardering van het leraarsambt. De weddes van de leraren zijn hoger dan die van de overige ambtenaren, "omdat hun job belangrijk is voor de opleiding van de toekomstige generatieontwikkeling". Tevens is sinds 1998 een aanpassing gebeurd van de opleiding en training van de leraren.

  2. Meer aandacht voor de persoon i.p.v. opstapelen van kennis. Het aanleren van vaardigheden via projectweken zelfstandig werk en groepswerk, het ontwikkelen van sociale ethische waarden zijn maar enkele van de nieuwe accenten. Ook vakoverschrijdend werken ('comprehensive houres') komt meer voor.

  3. Meer diversiteit in de scholen bekomen, zodat leerlingen meer keuze hebben. Nu kiest bijna iedereen voor het 'ASO', dat de weg biedt naar de universiteiten. Naast de eerder 'TSO'-gerichte scholen, die veel leerlingen verliezen, is er nu ook een soort combinatie van beide: de 'Comprehensive secundary school'.

  4. Het gecentraliseerd onderwijs wordt vervangen door meer autonomie van local boards of school. Tevens mogen de prefecturen zelf accenten leggen betreffende een deel van het lespakket.

  5. Promotie van universiteit en wetenschappelijk onderzoek, en meer samenwerking tussen de industriële wereld en het wetenschappelijk onderzoek.

  6. In het kader van 'lifelong learning' worden de scholen beter uitgerust op vlak van ICT.

  7. De lower en upper secundary schools worden samengevoegd tot één school, zodat het ingangsexamen voor de upper high schools verdwijnt.

  8. De schooltijd wordt van 6 tot 5 dagen per week herleid, zodat het aantal lestijden verminderd.

Deze hervormingen lijken ons niet vreemd. Ook bij ons gaat het onderwijs meer en meer die kant op. Alleen staan wij al veel verder dan zij. Critici beweren dan ook dat Japan te laat aan de hervormingen begonnen is: binnenkort zit ook Japan opgezadeld met een enorme groep gepensioneerden, en zal het budget van onderwijs misschien niet toereikend zijn om die hervormingen (die lopen tot 2003 vooraleer alles is uitgevoerd) te betalen. Tevens waarschuwen ze ervoor dat veel ouders hun kinderen zullen opleggen om de vrijgekomen tijd op te vullen met Juku: je mag dan wel het onderwijs hervormen, de mentaliteit van de ouders is nog steeds 'kennisgericht'.




Conclusie: Japan oud en nieuw


Een eenvoudige conclusie trekken over Japan is moeilijk. Ik heb zeker niet alles gezien. Een groot tekort in het bezoek vond ik dat we (bijna) geen contact hadden met de economische wereld, noch met het meer natuurlijke landschap van Japan.



Vast staat echter dan Japan een samenleving is die slingert tussen traditie en toekomst: tussen traditionele waarden enerzijds, en supermoderne consumptiemaatschappij anderzijds. Deze slingerbeweging maakt dat Japan steeds blijft zoeken naar hervormingen, maar die zeer moeizaam aanvaardt of verwerkt. De evolutie in het onderwijs is daarvan een mooi voorbeeld: enerzijds weet men dat de hervormingen nodig zijn, maar anderzijds is men bang dat de enige grote sterkte van het onderwijs (veel kennis) zal kwijtgeraken, en of dat kan vervangen worden door meer vaardigheden weet men niet.
Bovenal blijft Japan voor mij een prachtig en uiterst gastvrij land, en een unieke ervaring met deze enerzijds westerse en anderzijds oosterse cultuur.
Sayonara Japan.
Luc Zwartjes



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina