Je kunt me maar beter geloven; achttien jaar na zijn dood worden er nog duizenden boeken van deze schrijver verkocht



Dovnload 20.26 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte20.26 Kb.

  1. Je kunt me maar beter geloven; achttien jaar na zijn dood worden er nog duizenden boeken van deze schrijver verkocht.

You had better believe me: eighteen years after his death thousands of books by this author are still (being) sold

2. Men heeft me net verteld dat ze elkaar al een lange tijd kenden toen ze trouwden.
I have just been told that they had known each other for a long time when they got married.
3. Pas vanmorgen ontdekte hij dat hij veel te hard gereden had en dat hij honderd dagen niet mocht rijden.
Only yesterday did he tell me that he had driven much too fast and that he couldn’t drive for a hundred days consequently.

4. Verscheidene mensen zouden verdronken zijn toen hun schip voor de Nederlandse kust verging, als Superman er niet was geweest.


Several people would have (been) drowned when their ship was wrecked off the Dutch coast, if Superman hadn’t been there.

5. Hoewel deze schaar nogal slecht knipt, kan ik hem niet laten vervangen door een nieuwe; hij is altijd van mijn oma geweest.


Although this pair of scissors cuts badly, I cannot have it replaced by na new pair; it used to be my grandmother’s.



  1. Vindt u het vreemd dat ik, als Nederlander, u een brief schrijf over de fouten die de Engelse politie de laatste tijd heeft gemaakt?

Do you find it strange that I, being Dutch, am writing to you about the faults that the English police have made lately.





  1. Hij beloofde dat hij me zou schrijven zodra hij aangekomen was in Groot-Brittanie.

8. Zou je het erg vinden als we wat later komen? We moeten ons haar nog verven.

9. Een vriend van me zei dat ze hem op school hadden verteld dat "Alice in Wonderland" geen kinderboek is maar een boek voor volwasseneen.
A friend of mine said that he had been told at school that “Alice in Wonderland” is not a children’s book but a book for adults/grown-ups

10. Twee miljoen mensen, waarvan driekwart vrouw was, keken naar de wedstrijd waarin veel minder goals werden gemaakt dan men had verwacht.


Two million people people,three quarters of whom were women, were watching the game in which far fewer goals were scored than had been expected.

11. Voor zijn vertrek in de vorige eeuw heeft hij me beloofd achttien scharen mee te brengen. Pas gisteren heeft hij ze me gegeven!

12. Hoewel er hier veel te hard gereden wordt, vind ik dat vissen, luizen en schapen niet naar gassen van bussen moeten ruiken.
Although people drive much/far too fast here, I think that fish, lice and sheep should not smell of gases of buses.

13. Mijn familie, bestaande uit vijf mensen die hun hele leven al in Groot-Brittanië wonen, vindt het niet erg om in de rij te staan.

My family, consisting of five people/persons who have lived/been living in Great Britain all their lives, don’t mind queuing

14. Op Koninginnedag droegen de meeste mensen vroeger verschillende oranje voorwerpen op hun hoofd.


On the Queen’s Birthday most people used to wear several orange objects on their heads.

15. Hij heeft een oudere broer en een jongere. Wie heeft de Londense politie zojuist gearresteerd?


He has an elder brother and a younger one. Which have the London police just arrested?

16. Toen de overige aanwezigen hun jas uit deden, stond een van hun beiden zich nog te scheren, nietwaar?


When the other people present took off their coats, either of them was still shaving, wasn’t he?
17. De laatste tijd zijn er weinig mooie programma's op tv. Daarom zie ik er naar uit met jou naar de film te gaan.
Lately there have been few beautiful programmes on television. Therefore I’m looking forward to going to the film with you.
18. Als ik het u had gevraagd, zou u me dan verteld hebben hoe ik deze zinnen moet vertalen in het Engels?
If I had asked you, would you have told me how to translate these sentences into English?


  1. Ik heb een brief gekregen van een kennis van me die al sedert drie jaar in Australië woont.

B. CHOOSE THE RIGHT WORDS





  1. Today people are used to .... (walk/walking) a lot.

  2. The girl sitting .... (in front of/before) me, .... (who/which/that) had never left home, was .... (quite/quiet) naive.

  3. .. .. (For/Since) I want to make .... (a/an) honest living, I don’t want to have .... (nothing/something/anything) to do with you!

  4. Nothing ....(which/that) they say is true.

  1. No sooner was I in bed, ....(when/then/than) the phone rang.

  2. The proud mother stood .... (between/among) her twins.

  3. I have always disliked .... (to disappoint/disappointing) people.

  4. We .... (must/have to) eat to survive.

  5. You .... (needn’t/don’t need to) do it if you don’t want to.

  6. .... (Fewer/Less) beer ....(then/than) expected was drunk tonight.

  7. Both Carol .... (and/as well as) Joan .... (is/are) pretty.

  8. He suggested .... (to wait/waiting) .... (another/an other) hour.

  9. She .... (has got/has had) a driving licence since she was 18.

  10. We’d better go home at once, .... (didn’t/hadn’t) we?

  11. I .... (cannot/can not) .... (borrow/lend) you this book, it’s not .... (mine/my own one)

  12. He looked .... (tired/tiredly) to me.

  13. It is ten degrees .... (beneath/below/under) .... (nil/zero).

  14. He broadcast his own show, .... (doesn’t/didn’t) he?

  15. He jumped .... (of/off) the wall.

  16. Are you here .. .. (on holiday/on vacation)?

  17. The boy claims he has .....(hard/hardly) hit the dog on the nose.

  18. I...(advice/advise) you to listen to my ...(advice/advise/advices).

  19. Anything ....(which/that) is missing will show up again.

  20. Ah, there you are! Where ....(have you been/were you) all day?

  21. ....(To sail/Sailing) around the world you need a lot of money.

  22. I wish I .... didn't spend/hadn't spent) all my money last night.

  23. The ship .... (lay/laid) .... (at/on) the bottom of the ocean.

  24. He looked like a salesman, .... (who/which) he was.

  25. The .... (historic/historical) city of Canterbury is famous ....(of/for/about) ....(it’s/its) cathedral.

  26. .... (Fewer/Less) people ....(then/than) expected showed up tonight.

  27. Would you mind if I .... (come/came/would come) late?

  28. He avoided .... (to see/seeing) her as much as he could.

  29. She .... (has/has got/has had) a driving licence since she was 18.

  30. He is a wonderful person. I .... (had been able to listen/could have listened) to him all night.

  31. Have you ever seen .... (a/an) UFO?

  32. Do you know ....(how/what) that plant is called in Latin?

  33. It is typical .... (of/from) him to depend .. .. (from/on) your help.

  34. This team consists of 10 players ....(except/beside)the goalkeeper.

  35. That friend of (your’s/yours/you) is a dentist, isn’t he?

  36. Have you really been promoted ....(head of the department /

department’s head)? Congratulations!




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina