Jehovah’s Getuigen en het Kruis van Christus M. Kurt Goedelman, 1996



Dovnload 41.62 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte41.62 Kb.
Het Christelijke Kruis

Jehovah’s Getuigen en het Kruis van Christus

M. Kurt Goedelman, 1996, http://www.pfo.org/

Alle Schriftaanhalingen komen uit de Statenvertaling (1977 of HSV)


Vertaling (ingekort), plaatjes en voetnoten door M.V. Update 25-12-2009.



De apostel Paulus waarschuwde herhaaldelijk tegen valse leraars en profeten. In zijn brief aan de gelovigen te Filippi noemde hij deze valse broeders “vijanden van het kruis van Christus” (Fil. 3:18).

Zij die de leringen volgen van het Wachttorengenootschap (Watch Tower Bible and Tract Society) verachten geen christelijk symbool zo erg als het kruis. Zij noemen dat een heidens en fallisch symbool.(1)

Het Wachttorenconcept voor dit symbool van Christus’ verzoenende offergave is een van haar “herziene” openbaringen. Want van bij haar begin, en een halve eeuw lang, hield het Wachttorengenootschap (WTG) het kruis in hoog aanzien. Vele van de vroege WTG-publicaties bevatten verwijzingen


naar Christus’ dood aan het kruis - soms met levendige illustraties.

Het vroege WTG-symbool - een kruis en een kroon - stond o.a. op de cover van elke editie van The Watch Tower magazine. Stichter Charles Taze Russell kreeg een piramide als grafmonument, in het Rosemont United Cemetery van Pittsburgh, met ook dit symbool. Vandaag noemen zij het kruis echter heidens.







Hoe het kruis verlaten werd


Het Jaarboek van Jehovah’s Getuigen van 1975 legt uit waarom het WTG het kruis wegdeed uit haar symbolisme:

“Vanaf haar uitgave van 15 oktober 1931, droeg The Watchtower niet langer het kruis en de kroon als symbool op de cover. Enkele jaren later leerde Jehovah’s volk voor het eerst dat Jezus Christus niet stierf aan een T-vormig kruis. Op 31 januari 1936 bracht broeder Rutherford een nieuw boek uit: Riches. Het zegt, gedeeltelijk, op pagina 27: ‘Jezus werd niet gekruisigd aan een kruis van hout, zoals het wordt voorgesteld in vele plaatjes die door mensen gemaakt werden. Jezus werd gekruisigd door zijn lichaam aan een boom te nagelen’” (2)

Het volgende jaar drukte president Joseph Rutherford de gewijzigde zienswijze uit in zijn 1937-publicatie Enemies. Hier schreef hij opnieuw, op pagina 187: “Jezus werd niet gekruisigd aan een kruis”.

Overeenkomstig Rutherfords openbaring portretteren huidige WTG-publicaties Jezus aan een opgerichte staak, met Zij handen boven Zijn hoofd, in plaats van uitgestrekt op een horizontale balk.(3) De 1 april 1965 uitgave van The Watchtower beschrijft hun versie van hoe Jezus werd gedood:

“Zijn handen werden op elkaar gehouden, tot de spijker doorheen het vlees in het hout werd gedreven. Het rode bloed begon zijn handen te kleuren terwijl een andere spijker door Zijn voeten werd gedreven. Daarna werd de staak recht getrokken tot Zijn volle gewicht aan deze twee punten hing”.(4)

Het WTG staat erop dat hun zienswijze op de Schrift is gebaseerd en citeert een ‘accuratere’ interpretatie van het originele Grieks. De Appendix van hun The Kingdom Interlinear Translation of the Greek Scriptures, 1985, zegt:

“Er is geen bewijs dat het Griekse woord stauros hier [Matth. 27:40] een kruis betekent zoals eeuwenlang vóór Christus de heidenen gebruikten als religieus symbool. In het klassieke Grieks betekent stauros louter een opgerichte staak, of paal, zoals gebruikt voor een fundering. … De apostelen Petrus en Paulus gebruikten ook het woord xylon om te verwijzen naar het marteltuig waaraan Jezus genageld werd, en dit toont aan dat het om een opgerichte staak gaat, zonder kruisbalk, want dat is wat xylon hier betekent. … Het bewijs ontbreekt daarom compleet dat Jezus Christus gekruisigd werd aan twee dwars over elkaar geplaatste stukken hout. Wij willen niets toevoegen aan Gods geschreven Woord door het heidense kruisconcept in de Schrift te voegen, maar wij herleiden stauros en xylon tot hun eenvoudigste betekenissen”(5)

Overeenkomstig schrijft een recent Wachttorentijdschrift:

“De Bijbel toont aan dat Jezus helemaal niet geëxecuteerd werd op een conventioneel kruis maar, veeleer op een simpele staak, of stauros. Dit Griekse woord, dat in Matth. 27:40 verschijnt, betekent in wezen een simpele opgerichte boom of paal, zoals die gebruikt worden in funderingen van gebouwen. Vandaar dat het kruis nooit het ware Christendom vertegenwoordigd heeft”.(6)

Maar de WTG-uitleg over de Griekse definitie van stauros is een ander voorbeeld van verbale acrobatie die de Jehovah’s getuigen moeten toepassen om hun verdraaide leer te ondersteunen. Want alhoewel het woord stauros primair de betekenis heeft van een opgerichte staak of paal, heeft dat woord ook een alternatieve betekenis, namelijk die van kruis. Dat woord betekent dus heel wat meer dan wat het WTG zegt en doet.

Het Theological Dictionary of the New Testament van Gerhard Kittel geeft drie verschillende betekenissen voor stauros. De eerste komt overeen met dat van het WTG, de volgende hebben andere, onderscheiden betekenissen:

“De stauros is een marteltuig voor ernstige overtredingen, … Qua gedaante vinden we drie fundamentele vormen. Het kruis was een verticale, puntige staak … of het bestond uit een rechtop staande balk en een horizontale kruisbalk bovenaan … of het bestond uit twee elkaar snijdende balken van gelijke lengte”.(7)

Kittel legt de eigenheden uit van de terechtstelling aan een stauros:

“Kruisiging vond plaats als volgt. De veroordeelde persoon droeg het patibulum (kruisbalk) tot de plaats van de executie -- de staak was reeds opgericht. Dan werd hij op de grond met uitgestrekte armen aan de kruisboom gebonden met touwen, of bevestigd met spijkers. De kruisbalk werd dan opgetrokken met het lichaam en dan bevestigd aan de opgerichte staak”.(8)

Joseph H. Thayer is het met deze dubbele betekenis van stauros eens:

“Een opgerichte staak, in het bijzonder een gepunte, .. een kruis; a. het welgekende instrument van de afschuwelijkste en schandelijkste straf, ontleend door Grieken en Romeinen van de Feniciërs; hieraan werden door de Romeinen, tot in de tijd van Constantijn de Grote, de schuldigste criminelen gehangen, in het bijzonder de laagste slaven, rovers, opstandelingen en de aanzetters tot opstand, en af en toe in de provincies, voor het willekeurige plezier van de gouverneurs, ook eerbare en vreedzame mensen, en zelfs Romeinse burgers”.(9)

Ook xulon1 bezit meer definities dan wat het WTG biedt. Kittel interpreteert een van de betekenissen als: “Kruis. Een uitgesproken nieuwtestamentisch gebruik van xulon is die in de betekenis van ‘kruis’”.(10)

De Britse geleerde W.E. Vine vertaalt xulon als “hout, een stuk hout, alles wat gemaakt is van hout” en geeft zijn toepassing als die “van het Kruis, de boom als zijnde de stauros, de opgerichte paal of staak waaraan de Romeinen degenen nagelden die aldus geëxecuteerd werden”.(11)

Er is aangetoond dat verschillende definities kunnen gegeven worden aan de woorden die gebruikt worden om het instrument te beschrijven van Jezus’ dood. Als dat het enige punt van dispuut was dan zouden wij nu een patstelling kunnen uitspreken, maar er is veel meer getuigenis beschikbaar dat, zonder twijfel, elke mogelijkheid wegneemt van een enkelvoudige staak.

Archeologisch bewijs


Het WTG zelf heeft beroep gedaan op de archeologie door het werk te citeren van Rooms-katholiek geleerde Justus Lipsius (1547-1606), in een poging haar martelpaaltheorie te ondersteunen. Maar hun aanvoeren van de 16de eeuwse schrijver is weer een ander voorbeeld van hun oneerlijkheid om een valse leer te bekrachtigen. In de appendix van de 1950-editie van de New World Translation of the Christian Greek Scriptures, wordt één van de vele houtsneden weergegeven van Lipsius’ De Cruce Liber Primus. De illustratie beeldt een man af die gepaald werd aan een opgerichte staak, en gebaseerd op de tekening wordt de lezers gezegd: “Dit is de manier waarop Jezus werd gepaald”.(12)

Maar wanneer men de eigenlijke De Cruce Liber Primus onderzoekt, dat deel uitmaakt van het grotere werk Opera Omnia, smelt het WTG-argument weg als sneeuw voor de zon.

Het boekwerk, een Latijns werk dat nog moeilijk te vinden is, bezit verscheidene houtsnede-illustraties van het palen of kruisigen. Veruit de meeste illustraties beelden niet een man op een staak af, maar een opgerichte staak met daaraan een kruisbalk - met andere woorden: een kruis.




Een bijkomende misleiding is het feit dat Lipsius’ werk niet stelt dat de enkelvoudige staak de manier is waarop Jezus werd gepaald, zoals het WTG haar leden wilt laten geloven. Lipsius argumenteerde duidelijk voor een “kruis” door te zeggen: “het kruis werd ingevoerd en een ander, kruiselings stuk werd toegevoegd en verbonden met de opgerichte paal…”.(13)

Lipsius voegde eraan toe: “Wanneer een man, met uitgestrekte handen, God aanbidt met een zuiver hart, dan lijkt hij op een kruis”.(14) Maar vandaag blijft het WTG beroep doen op Lipsius in de recentste editie van haar Griekse Nieuwe Testament.

De archeologische bewijzen ten voordele van een kruis zijn veel overtuigender. Dr. Paul Maier geeft bewijzen aan dat de kerk reeds in de eerste eeuw het symbool van het kruis gebruikte. In zijn 1976-werk First Christians, schrijft Maier:

“Er waren reeds christenen gevestigd in Puteoli2 [kort bij Napels] - Paulus’ reputatie is hem daar al voorafgegaan … Van deze vroege congregatie kan het geloof uitgebreid zijn rond de Baai van Napels, omdat er kort nadien christenen waren nabij Herculaneum. Eén van de huizen van deze toevluchtstad, dat vandaag bevrijd werd vanonder zijn lavabedekking van de berg Vesuvius, toont duidelijk de contouren van een metalen kruis dat aan de wand was bevestigd boven een verschroeide prie-dieu in een bovenkamer. Het kruis is duidelijk net zo oud als christelijk symbool als de vis”.(15)







Links: deze foto uit mijn Van Goor’s Encyclopedisch Woordenboek der Godsdiensten, 1970, p. 90, draagt het onderschrift:

In het jaar 79 werd Herculaneum onder de lava van de Vesuvius bedolven. Na de opgravingen in onze tijd vond men deze christelijke huiskapel. De vondst is in hoge mate boeiend, want niet alleen hebben we een getuigenis van christelijk geloof, we hebben er vermoedelijk ook één van de vervolgingen. Het oorspronkelijke houten kruis is namelijk niet verkoold, maar van de muur gerukt, waarschijnlijk bij de eerste grote vervolging onder Nero, in het jaar 64”.

Welke visie ook: wij hebben hier een vroeg getuigenis van het kruis als symbool van het Christendom. (M.V.)

De Baai van Napels

Links: Het “House of Bicentenary” te
Herculaneum
, waar men het kruis vond in de bovenkamer.

Op de betreffende pagina is een foto van de bovenkamer weergegeven, met de contouren van het kruis in de muur. De foto draagt als onderschrift:

“Een primitieve christelijke huiskapel in de bovenkamer van het zogenaamde ‘House of Bicentenary’3 te Herculaneum. Een witachtig gepleisterd paneel toont de indruk van een groot kruis, mogelijk van metaal, …Ervoor staan de overblijfselen van een klein houten altaar, verschroeid door lava van de uitbarsting van de Vesuvius in 79 n.C.” (16)

Ook andere geleerden stemmen in met Maier’s beoordeling dat het kruis door de Kerk snel geadopteerd werd als christelijk symbool. Michael Green stelt in zijn boek Evangelism in the Early Church:4

“Sommige experts betwijfelen of het kruis al zo vroeg een christelijk symbool was, maar recente ontdekkingen van het kruis, de vis, de ster en de ploeg, alle welbekende christelijke symbolen uit de tweede eeuw, op begraafplaatsen van de Joods-christelijke gemeenschap in Judea, stellen de mogelijkheid buiten kijf”.(17)

In 1873 groef de Franse geleerde Charles Clermont-Ganneau bijna 30 ossuaria op, zuidoostelijk van Jeruzalem. De kleine begraafdozen van kalksteen met menselijke beenderen droegen Hebreeuwse en Griekse namen. Sommigen droegen een kruis boven de naamsinscriptie. De datum van de oorspronkelijke begraving wordt geschat tussen 70-135 n.C.(18) Volg deze link.

Nog verrassender zijn de 1945-ontdekkingen in Talpioth. Hier werden 11 ossuaria gevonden van christelijke grafsites in Bethanië. Ook deze begraafdozen waren gegraveerd met kruisen en hun begraafdatum werd geschat op 42-43 n.C. - nauwelijks meer dan één decennium na de dood en opstanding van onze Heer. Sommige ossuaria waren zelfs gegraveerd met het Griekse monogram voor Christus (Px) en laten geen twijfel bestaan aan de wijze van terechtstelling van de Heiland en het daarna gevolgde gebruik van het kruis als christelijk symbool.(19)

Ook anderen, buiten de christelijke gemeenschap, geven aan dat het gewicht aan historische bewijzen het kruis aanwijzen in plaats van een staak. In 1971 rapporteerde Time magazine een archeologische vondst die verscheidene maanden geheim werd gehouden:

“Israëlische archeologen kondigden aan dat zij de overblijfselen hebben geïdentificeerd van de ongelukkige jonge man en vonden duidelijk bewijs van zijn griezelige executie. De Israëlische geleerden die de vondst meer dan twee jaar onderzochten, vóór hun bekendmaking, waren begrijpelijkerwijs omzichtig. Wat zij blootlegden en staafden, is het eerste krachtige bewijs van een actuele kruisiging in de oude mediterrane wereld. … Het enige fysieke bewijs van kruisiging was tot dan toe erg onbeduidend. Dat waren enkele beenderen, opgegraven in Italië en Roemenië, met gaten in de voorarmen en hielen, die kunnen aangebracht zijn tijdens een kruisiging. … Het nieuwe archeologische bewijs echter - een bijproduct van intensieve opgraving en bouwactiviteiten door de Israëli’s in de gebieden die zij veroverden in de Zesdaagse Oorlog - is veel substantiëler”.(20)


ALEXAMENOS AANBIDT ZIJN GOD”


De vroegste
afbeelding van het christelijke
kruis


In het Paedagogium, een gebouw in het oude Rome, werden veel graffiti gevonden uit ca 200 n.Chr. die zijn geschreven door de slaven die er verbleven. Tot deze graffiti behoort ook de vroegste afbeelding die is gevonden met het christelijk kruis, de zgn. “Alexamenos graffito” (nu te zien in het Antiquarium op de Palatijn). Afgebeeld is Alexamenos terwijl hij knielt voor de gekruisigde Christus met ezelskop, waaronder in het Grieks de woorden staan: “Alexamenos aanbidt god” - Wiki-NL.



In deze tekening valt op:

1. Een man met uitgestrekte armen aan een kruis (eerder een T dan een †); 2. het hoofd afgebeeld als een ezelskop; 3. Hij is volledig naakt; 4. De voeten worden ondersteund met een kleine voetbalk (suppedaneum); 5. Er is ook een horizontale zitbalk (sedile) te zien. (M.V.)

De beschuldiging dat christenen aan onolatrie (ezel-aanbidding) deden lijkt algemeen te zijn geweest in die tijd. Tertullianus, die in de late 2de eeuw schreef, of begin 3de eeuw, schrijft dat christenen, samen met de joden, beschuldigd werden van het aanbidden van een god met een ezelskop. Hij schrijft ook van een afvallige jood die in Carthago een karikatuur ronddroeg van een christen met ezelsoren en hoeven, met het opschrift: Deus Christianorum Onocoetes (“De God van de christenen voortgebracht door een ezel”) - Wiki-EN ; zie verder Hier.

Bijbels getuigenis


De meest wenselijke getuige van het traditionele kruis is dat van de Schrift zelf. In het gedeelte hierboven hebben we de verschillende weergaven behandeld van het grondwoorden die o.a. met “kruis” vertaald worden, maar hierna zullen we ons richten tot de bijbelpassages die indirect, maar betrouwbaar, de geldigheid van het kruis bevestigen. Het eerste vers komt uit het Johannesevangelie en brengt het getuigenis van de apostel Thomas:

“De andere discipelen dan zeiden tegen hem: Wij hebben de Heere gezien. Maar hij zei tegen hen: Als ik in Zijn handen niet het litteken van de spijkers zie, en mijn vinger niet steek in het litteken van de spijkers, en mijn hand niet steek in Zijn zij, zal ik beslist niet geloven” (Joh. 20:25).

De discipelen hadden Thomas verteld dat zij de opgestane Christus hadden gezien en het antwoord van de apostel is van overwegend belang. Terwijl het WTG zegt dat Jezus’ handen op elkaar lagen en doorboord met één enkele spijker(21), gebruikt Thomas, een ooggetuige van de kruisiging, de meervoudsvorm “spijkers”, terwijl “litteken” enkelvoudig is. Dat geeft aan dat er één spijker werd gebruikt voor elke hand, met één litteken in elke hand.

Het is ook goed Mattheüs’ verslag over de dood van de Heer in beschouwing te nemen. Zijn verslag geeft bovendien volgende informatie:

“En zij brachten boven Zijn hoofd een opschrift aan met de beschuldiging tegen Hem: DIT IS JEZUS, DE KONING VAN DE JODEN” (Matth. 27:37).

Er moet zorgvuldig omgegaan worden met de exacte beschrijving in Gods geïnspireerde Woord. De Romeinse gouverneur Pontius Pilatus had de beschuldiging van Jezus’ veroordeling geschreven en Mattheüs zegt dat dit opschrift “boven Zijn hoofd” werd geplaatst. Als Christus zou gepaald zijn geweest, zoals het WTG dat beschrijft, dan zou het vers weergegeven zijn als: “boven Zijn handen”.

Nog een laatste Schriftverwijzing is even krachtig om de foute positie van het WTG te bekrachtigen. Het gaat om Jezus’ eigen profetische woorden over Petrus’ martelaarschap:

“Voorwaar, voorwaar, zeg Ik u: Toen u jonger was, omgordde u uzelf en wandelde u waar u wilde; maar als u oud geworden bent, zult u uw handen uitstrekken, en een ander zal u omgorden en u brengen waar u niet heen wilt. En dit zei Hij om aan te duiden met wat voor dood hij God verheerlijken zou. En nadat Hij dit gezegd had, zei Hij tegen hen: Volg Mij!” (Joh. 21:18-19).

Christus openbaarde dat Petrus ooit zijn handen zou moeten uitstrekken, zich laten binden, om naar zijn dood geleid te worden. Hier zien we een ander selectief woordgebruik in de Schrift, want Jezus zegt dat Petrus’ handen zouden uitgestrekt worden, niet opgeheven boven zijn hoofd. En de vervulling van Jezus’ profetie werd bevestigd door de vroege kerkvaders. The Bible Almanac zegt:

“De vroege christelijke apologeten Tertullianus en Origenes stellen dat Petrus werd geëxecuteerd door kruisiging, met het hoofd naar beneden, in Rome. Zij zeggen dat hij een van de duizenden christenen was die stierven onder de vervolging van Nero”.(22)

De opmerkingen van de Almanac werden herhaald door Adam Clarke met zijn commentaren over bovenstaande verzen uit het Evangelie van Johannes:

“Wetstein merkt op dat het in Rome de gewoonte was om de hals van de veroordeelden die gekruisigd moesten worden in een juk te zetten en hun handen uitgestrekt aan de uiteinden daarvan te bevestigen; en wanneer zij zo door de stad geleid waren, werden zij uitgeleid om gekruisigd te worden. … Oude schrijvers stellen dat ongeveer 34 jaar hierna [Christus’ veroordeling] Petrus gekruisigd werd; en dat hij er zo naar verlangde voor Christus te sterven dat hij smeekte om met zijn hoofd naar beneden gekruisigd te worden, zich niet waardig achtend om in dezelfde houding te sterven als die van Zijn Heer”.(23)

Petrus werd door zijn Heer gezegd dat ook zijn martelaarschap zou komen. Hij zei tot Petrus: “volg Mij”. En hij volgde zijn Heer, zelfs tot op de wijze van de terechtstelling.

EINDNOTEN


1. The Watchtower, July 1, 1964, pg. 395.

2. 1975 Yearbook of Jehovah’s Witnesses, pp. 148-149.

3. See for example, The Watchtower, Aug. 15, 1987, pg. 24; My Book of Bible Stories, pg. 100; and From Paradise Lost to Paradise Regained, pg. 141 for characterizations of the torture stake by Watchtower artists.

4. The Watchtower, April 1, 1965, pg. 211.

5. The Kingdom Interlinear Translation of the Greek Scriptures, 1985 edition, pp. 1149, 1151. Nearly identical statements to this effect are also found in the 1969 edition of the KIT on pages 1155 and 1157.

6. The Watchtower, Nov. 15, 1992, pg. 7.

7. Gerhard Kittel, Theological Dictionary of the New Testament, Vol. VII, pg. 572.

8. Ibid., pg. 573.

9. Joseph H. Thayer, Thayer’s Greek-English Lexicon of the New Testament, pg. 586.

10. Kittel, Theological Dictionary, Vol. V, pg. 39.

11. W.E. Vine, The Expanded Vine’s Expository Dictionary of New Testament Words, pg. 1165.

12. New World Translation of the Christian Greek Scriptures, 1950 edition, pg. 770. The woodcut and quotation are also found in other subsequent versions of New World Translation, including the 1951 edition (pp. 769-770); the 1971 large print edition (pp. 1360-1361); and The Kingdom Interlinear Translation, 1969 edition, (pp. 1155-1156).

13. Justus Lipsius, De Cruce Liber Primus, Chapter IX, pg. 24. Translated from Latin by Marie Shively Tseng, teaching assistant, University of Southern California. Tseng’s translation was verified as accurate by Dr. J. Donato, head of the Language Department of USC.

14. Ibid., pg. 25.

15. Paul Maier, First Christians, pg. 140.

16. Ibid., pg. 141.

17. Michael Green, Evangelism in the Early Church, pp. 214- 215.

18. See further, Jack Finegan, The Archeology of the New Testament, pp. 238-240.

19. Ibid., pp. 240-243.

20. Time magazine, Jan. 18, 1971, pg. 64.

21. The Watchtower, April 1, 1965, pg. 211.

22. James I. Packer, Merrill C. Tenney and William White, Jr., The Bible Almanac, pg. 532.

23. Adam Clarke, Adam Clarke’s Commentary on the Bible, pg. 955.

Lees verder via deze links:

http://www.leaderu.com/theology/burialcave.html

http://www.frontline-apologetics.com/symbol_cross.htm

http://www.dtl.org/cults/article/cross.htm

http://www.verhoevenmarc.be/jg.htm

E-mail: verhoevenmarc@skynet.be

Homepage: www.verhoevenmarc.be of users.skynet.be/fa390968

Ga hier naar de Nieuwste Artikelen



1 Xulon (), komt voor in Hd 5:30; 10:39; 13:29; 16:24 (hier [voeten]blok!); Gl 3:13; 1Pt 2:24; Op 2:7 (boom [des levens]); 18:12 (2x; [kostbaar] hout); 22:2 (2x; boom [tot genezing]); 22:14 (boom [des levens]).

2 Paulus 4de zendingsreis liep langs Puteoli. Zie Hd 27:1 tot 28:16.

3 House of Bicentenary: lett. “Huis van de 200-jarige gedenkdag”.

4 Of in de Nederlandse versie: “Evangelie-verkondiging in de eerste eeuwen”, door Miachael Green, Rector St. Aldate’s, Oxford, Uitgave Oosterbaan & Le Cointre B.V. - Goes, 1979, pag. 247. Telos-uitgave.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina