Jelle Visser, aias, Universiteit van Amsterdam Kea Tijdens, aias, Universiteit van Amsterdam



Dovnload 14.67 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte14.67 Kb.




Amsterdams Instituut voor ArbeidsStudies (AIAS)

Universiteit van Amsterdam




E-science en E-survey



Jelle Visser, AIAS, Universiteit van Amsterdam

Kea Tijdens, AIAS, Universiteit van Amsterdam

Amsterdams Instituut voor ArbeidsStudies (AIAS)

Universiteit van Amsterdam

Plantage Muidergracht 4, 1018 TV Amsterdam

tel. 020 – 525 4199, aias@fee.uva.nl www.uva.nl/aias

10 juni 2004


E-science en E-survey


In de sociale wetenschappen is het survey een van de belangrijkste onderzoeksinstrumenten voor dataverzameling en geavanceerde statistische analyse. Surveys zijn duur, bewerkelijk en het non-respons probleem wordt steeds ernstiger. Sinds de opkomst van Internet wordt aan alternatieven gewerkt, aanvankelijk als aanvulling (bijvoorbeeld naast het computergestuurde automatische telephonische interview-CATI), in de toekomst wellicht als alternatief. De onderzoeksgroep Arbeid (ASSR/AIAS) experimenteert als een der eersten, sinds 2000, met het E-survey via een eigen website: http://www.loonwijzer.nl/. Meer dan 55.000 mensen hebben inmiddels de enquête ingevuld, waarmee een rijke dataset is ontstaan die is gebruikt voor analyses van beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen naar etniciteit en leeftijd, van uitbesteding van huishoudelijke taken bij werkende vrouwen, factoren die overwerk beïnvloeden, van pensioenverwachtingen enz.. Recent hebben we een KP6-subsidie van de EU ontvangen voor een uitbreiding van de loonwijzer naar 8 andere landen, onder de naam WOLIWEB: http://www.wageindicator.org/.

Het E-survey staat aan het begin van een ontwikkeling die de komende jaren een grote vlucht zal nemen. DG Research (EU) heeft dit onder meer erkend door al in het 5e Kaderprogramma FP5 een project over Internet surveys te financieren (http://WebSM.org).

Voor de UvA, en voor onze onderzoeksgroep in het bijzonder, is het belangrijk voorop te lopen. De volgende ontwikkelingen zijn van belang:


  1. Internet-enquêtering is aanmerkelijk geavanceerder dan papieren of telefonische enquêtering door de mogelijkheid van complexe routes door de vragenlijst, van uitgebreide checks en van vignetten (random voorgelegde keuzemogelijkheden). Deze mogelijkheden zijn nog maar ten dele geëxploreerd en vergen gecontroleerde experimenten.

  2. Internet-enquêtes leveren data tegen een relatief lage prijs. Dat betekent dat niet alleen wetenschappers, maar elk willekeurig individu of organisatie een enquête op Internet kan houden. Daarbij blijken grote verschillen in omvang, kwaliteit en integriteit. Voor de toekomst van het sociaal-wetenschappelijk onderzoek wordt essentieel dat het publiek hen blijvend kan onderscheiden van anderen.

  3. Bij Internet-enquêtering spelen de zgn. vrijwillige enquêtes een veel grotere rol dan bij traditionele enquêtering. Daarbij vragen methodologische problemen om aandacht. Gebruikelijke begrippen als steekproefkader, steekproeffractie en responsepercentage verliezen hun betekenis. De response bias noopt tot onderzoek om methoden te ontwikkelen om deze bias op te sporen en te corrigeren.

  4. Het Internet biedt nieuwe mogelijkheden om internationaal vergelijkende enquêtes te houden. Er bestaat echter weinig inzicht in sociaal-culturele verschillen tussen landen als het om Internet-gebruik (digitale kloof) en – enquêtering.

  5. De interfaces bij Internet-enquêtering moeten verder ontwikkeld worden, met name in het domein van de beeldschermergonomie.

  6. Tenslotte biedt de programmatuur om het bezoek aan een website bij te houden nog ongekende onderzoeksmogelijkheden. Voor Internet-enquêtes wordt het mogelijk te traceren bij welke vraag respondenten vaak ophouden met invullen, hoeveel tijd ze nodig hebben om een vraag of een scherm met vragen in te vullen, enz. Inzicht hierin kan de vraagstelling in Internet-enquêtes sterk verbeteren.

Binnen de Faculteit der Maatschappij en Gedragswetenschappen is de belangstelling voor E-science en van E-survey groeiende. Op 10 juni j.l. is een bijeenkomst georganiseerd om webonderzoekers van de faculteit met elkaar in contact te brengen. Webonderzoekers hebben presentaties gegeven over diverse aspecten die samenhangen met webonderzoek. Daarbij was ook aandacht voor de ontwikkeling van onderwijsmodules om deze nieuwe tak in de onderzoeksmethodologie te doceren.

Het AIAS, en in het bijzonder de onderzoeksgroep Arbeid van ASSR/AIAS, is van plan de komende jaren deze vormen van E-science en van E-survey verder te ontwikkelen. In het genoemde WOLIWEB project is veel aandacht voor de evaluatie van de methode van web-onderzoek. De komende jaren verschijnen de eerste rapportages, worden verdere onderzoeksplannen ontwikkeld en worden bijdragen aan het onderwijs in de steigers gezet. Van E-science en van E-survey zulen we in de toekost meer horen.

Jelle Visser en Kea Tijdens

Jelle Visser is hoogleraar empirische sociologie bij de Faculteit der Maatschappij en Gedragswetenschappen (FMG), hij is onderzoeksleider van de Onderzoeksgroep ‘Arbeid’ van de ASSR/FMG, en wetenschappelijk directeur van AIAS

Kea Tijdens is onderzoeker bij de Faculteit der Economische Wetenschappen en Econometrie (FEE), ze is onderzoekscoordinator van AIAS en wetenschappelijk projectleider van de Loonwijzer en de European Wage Indicator

Het loonwijzer-project bestaat uit een website www.loonwijzer.nl met een salarischeck voor de lonen van ruim 130 beroepen toegespitst op de situatie van de bezoeker, beschrijvingen van beroepen, een doorlopende enquête en nog veel andere informatie. De auteurs zijn betrokken bij de analyse van de enquête. In de loonwijzer-enquête zijn jongeren en vrouwen wat oververtegenwoordigd, maar de gegevens zijn gewogen zodat ze een betere afspiegeling vormen van de Nederlandse beroepsbevolking.



****





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina