Jezus in de Islam ( Allah's vrede en genade zij met hem) Auteur: Ahmed Deedat Vertaald door: Abdoul-Jabar van de Ven



Dovnload 241.03 Kb.
Pagina1/4
Datum22.07.2016
Grootte241.03 Kb.
  1   2   3   4


Jezus in de Islam

( Allah's vrede en genade zij met hem)



Auteur: Ahmed Deedat
Vertaald door: Abdoul-Jabar van de Ven


المسيح عليه السلام في الإسلام

المؤلف: أحمد ديدات

المترجم: عبد الجبار فن دفن
revisie: Aboe Abdillah Al-belgikie

مراجعة: أبو عبد الله البلجيكي

Kantoor voor da'wa Rabwah (riyadh)

1431-2010

Islam voor iedereen








Ahmed Deedat



Vertaald door

Abdoul-Jabar van de Ven
Titel:

Jezus in de islam (vzmh)


Vertaald door:

Abdoul-Jabar van de Ven.


Lay-out en vormgeving:

Abou Sayfoullah


Uitgegeven door:
St. Alwaqf, Moslim Jongeren Holland

Blinkertstestraat 2


5701 ND Helmond

Tel: 0620505787 / 0620013394

E-mail: elkhatab@chello.nl

URL : http://www.samjh.org


S.A.M.J.H. © 1421- 2000 copyrights, All rights reserved.

Alles uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, zonder aanpassingen of toevoegingen, mits deze niet voor financiële doeleinden gebruikt wordt.

Inhoudsopgave:
Over de schrijver… 5
Christelijke Moslimantwoorden 9
Jezus (vzmh) in de Koran 15
Moeder en zoon 20
Het goede nieuws 29
Koranische en Bijbelse versies 50
Antwoord op Christelijke dilemma’s 72
In den beginne 93
Wat blijft er over? 99

-“Degene die de Waarheid bestrijdt, zal er spoedig door worden onderuitgehaald.”

(‘Ali ibn Abi-Talib; 4e Khaliefa van de. Islam, neef van de Profeet 1).
“En zie, iemand kwam tot hem en zei: Meester, wat voor goeds moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven? Hij zei tot hem: Wat vraagt gij mij naar het goede? Één is de Goede. Maar indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoud de geboden.”


Over de schrijver…

Ahmed Hoosen Deedat werd geboren in het jaar 1918 in het westen van India.

Gedreven door armoede en zonder enige opleiding, vertrok hij naar zijn vader in Zuid-Afrika, die daar reeds negen jaar werkte als kleermaker.

Door ijverig studeren was de negenjarige jongen niet alleen in staat over de taalbarrière heen te komen, maar blonk hij ook uit op school.

Zijn vurige passie voor het lezen van boeken hielpen hem steeds hogerop, tot aan groep 8 van de basisschool. Door een gebrek aan geld was hij gedwongen te stoppen met school, en rond zijn zestiende begon hij met de eerste van zijn vele baantjes in de kleinhandel.
De belangrijkste van deze baantjes was het baantje dat hij had in 1936, toen hij in een winkel werkte die in handen van Moslims was, gelegen nabij een Christelijk seminarium, aan de zuidkust van Zuid-Afrika.

De onophoudelijke beledigingen die de leerling-missionarisen tegen de Islam rondstrooiden tijdens hun korte bezoekjes aan de winkel, ontvlamde een hardnekkige passie in de jonge Ahmed om hun valse propaganda tegen te gaan werken.


Zoals Allah voor hem had voorbeschikt, ontdekte Ahmed Deedat bij stom toeval een boek, getiteld “Izharul – Haq”, wat zoveel betekent als: “De Waarheid onthuld.”

In dit boek stonden de technieken (en de enorme successen) beschreven die de Moslims in India gebruikten om tegenstand te bieden aan de kwellingen van Christelijke missionarisen tijdens de Britse bezetting van India. Met name het idee van debatten voeren hadden een blijvend effect op Ahmed Deedat. Gewapend met zijn ijver en strijdlust, kocht Ahmed Deedat zijn eerste Bijbel, en begon debatten te voeren met de leerling-missionarisen. Toen zij zich haastig terugtrokken voor zijn scherpe tegenargumenten, stapte hij persoonlijk naar hun leraren, en zelfs naar priesters in de omliggende streek.

Deze successen brachten hem ertoe de mensen op te roepen tot de Islam.

Zelfs zijn huwelijk, geboortes van zijn kinderen, en een 3-jarig verblijf in Pakistan, lieten zijn enthousiasme en zijn wens de Islam te verdedigen niet doven.

In de vele jaren die daarop volgde, gaf hij lessen in Bijbelstudie, en gaf talloze lezingen. Hij stichtte een instituut om Islamitische missionarisen op te leiden, en bouwde, bijna eigenhandig, alle gebouwen, inclusief de bijbehorende moskee, die tot op de dag van vandaag een herkenningsteken voor haar omgeving is.

Hij was ook een van de oprichters van

“the Islamic Propagation Centre International” (IPCI), en werd hier van de president. Hij heeft meer dan 20 boeken geschreven, zoals “50 000 Errors in the Bible?”, “What is His Name ?”, “What the Bible says about Muhammed” , en het boekje “Christ in Islam”, waarvan u nu de Nederlandse vertaling in handen heeft.

Hij heeft wereldwijd duizenden lezingen gegeven en succesvolle debatten gevoerd met bekende Christelijke Evangelisten, zoals de Amerikaanse tv-dominee Jimmy Swagart.

Duizenden mensen zijn naar aanleiding hiervan overgegaan tot de Islam.

Moge Allah hem zegenen voor dit boek, en voor al zijn andere inspanningen voor de Islam.

* JEZUS IN DE ISLAM *

(Allah’s vrede en zegeningen zijn met hem )


“Christelijke Moslimantwoorden.”

Aan het eind van het debat “Christendom en Islam”, welke te zien was op het t.v.-programma “Cross questions” op de Zuid-Afrikaanse t.v. op zondag 5 juni 1983, maakte de voorzitter, meneer Bill Chalmers, de volgende opmerking:


“Ik denk dat er uit deze discussie opgemaakt kan worden dat er van Islamitische zijde op dit moment wat meer inschikkelijkheid is voor de grondlegger van het Christendom dan dat er van Christelijke zijde is voor de grondlegger van de Islam. Wat de betekenis daar van is laten we aan u over, de kijker, om te bepalen, maar ik denk dat u het er mee eens zult zijn dat het een goede zaak is dat we samen in gesprek zijn.”

“Bill”, zoals hij door alle mensen in zijn pannel, in al zijn programma’s in het algemeen wordt genoemd, is een erg charmante en nederige man. Hij is een afbeelding van wat de Heilige Koran beschrijft van een goede Christen:


“…en jij zult zeker vinden dat zij die het dichtstbij in liefde voor de gelovigen zijn, degenen zijn, die zeggen: “Voorwaar, wij zijn Christenen.”

Dat is omdat er onder hen priesters en monniken zijn en omdat zij niet hoogmoedig zijn.”

(Nederlandse vertaling van de Edele Koran, 5:82).
Waren de Moslims in het panel aan het proberen de kijkers tevreden te stellen uit bedachtzaamheid, bedrog of diplomatieke redenen? Niets van dat!

Ze articuleerden alleen maar wat de Almachtige Allah hen heeft opgedragen te zeggen in de Heilige Koran. Als Moslims hadden ze geen andere keus. Zij hadden in zoveel woorden gezegd:

“Wij moslims geloven, dat Jezus één van de machtigste boodschappers van Allah was, dat hij de Messias was, dat hij op wonderbaarlijke wijze is geboren – zonder enige mannelijke tussenkomst (wat veel moderne Christenen vandaag de dag niet geloven), dat hij leven aan de doden heeft gegeven met Allah’s toestemming, en dat hij de blindgeborenen en melaatsen genas met Allah’s toestemming. In feite is een moslim geen moslim als hij niet gelooft in Jezus!”

Meer dan 90% van de mensen die dit debat aanschouwden moet aangenaam, maar sceptisch verrast zijn. Misschien geloofden ze hun oren niet.

Ze moeten het vermoeden hebben gehad dat de Moslims een goedkoop effect aan het najagen waren – dat ze aan het proberen waren in de smaak te vallen bij hun Christelijke landgenoten; dat als de Moslims enkele goede woorden over Jezus zouden zeggen, dat de Christenen dan als tegenprestatie enkele goede woorden over Mohammed zouden zeggen (moge Allah’s Vrede en Zegeningen zijn met al Zijn rechtgeaarde dienaren, zoals Mozes, Jezus, Mohammed,etc.); dat ik jouw rug krab en jij mijn rug krabt, wat verlakkerij zou zijn, of hypocrisie.
We kunnen de Christenen niet de schuld geven voor hun scepticisme; zij zijn zo eeuwenlang geprogrammeerd. Ze werden gevormd het ergste te denken van de man Mohammed en zijn religie.

Hoe gevat had Thomas Carlyle, meer dan 150 jaar geleden, over zijn Christelijke broeders gezegd: “De leugens die door welmenend ijver zijn opgehoopt rond deze man (Mohammed ) zijn alleen een schande voor onszelf.”

Wij Moslims zijn deels verantwoordelijk voor deze ontstellende onwetendheid van de 1,2 miljard Christenen in de wereld; we hebben niets substantieels gedaan om de spinnenwebben te verwijderen.


- Oceaan van christendom;
Zuid-Afrika is een oceaan van Christendom. Als Libië opschept het hoogste percentage Moslims te hebben van het Afrikaanse continent, dan zou de Republiek Zuid-Afrika kunnen opscheppen het hoogste percentage Christenen te hebben.

In deze oceaan van Christendom (Zuid-Afrika), maakt de Moslim nauwelijks 2% van de totale bevolking uit. We zijn een minderheid zonder stemrecht 2 - in aantal stellen we niets voor; op politiek gebied stellen we niets voor; en economisch gezien zou een blanke, zoals Oppenheimer, heel wat van ons kunnen opkopen; alles inbegrepen.

Dus als we hadden gehuicheld om te verzoenen, zouden we kunnen worden vrijgesteld. Maar nee! We moesten de wil van onze Heer verkondigen; we moesten de Waarheid verklaren, of we het nou leuk vonden of niet. In de woorden van Jezus (vzmh): “Dan zult ge de waarheid kennen en de waarheid zal u vrij maken.” (Joh. 8:32).

“Jezus in de Koran.”


De Christen weten niet dat de werkelijke gemoedsstemming van mildheid die de Moslim altijd aan de dag legt , ten aanzien van Jezus (vzmh) en zijn moeder Maria, voortkomen uit de bron van zijn geloof; de Heilige Koran.

Hij weet niet dat de Moslim de heilige naam “Jezus” niet in zijn mond neemt, zonder te zeggen “Hazrat ‘Iesa”

(= Eerwaardige Jezus) of “Iesa ‘alai-his-Salaam” (=Jezus, Vrede zij met hem).

Telkens als de Moslim de naam Jezus noemt (vzmh) zonder deze woorden van respect, word hij als een oneerbiedig, eigenaardig of barbaars persoon beschouwd.

De Christen weet niet dat in de Koran Jezus (vzmh) bij naam vijf keer zo veel wordt genoemd als het aantal keren dat de Profeet van de Islam (vzmh) wordt genoemd in het boek van Allah. Om precies te zijn: 25 keer tegen 5.

Bijvoorbeeld:


“…en Wij gaven Jezus, de zoon van Maria, de duidelijke bewijzen. En Wij versterkten hem met de heilige Geest…” (Nederlandse vertaling van de Edele Koran, 2:87)
“…”O Maria, voorwaar, Allah kondigt jou met een Woord van Hem een verheugende tijding aan : zijn naam is de Messias, Jezus, zoon van Maria…” (Nederlandse vertaling van de Edele Koran, 3:45)
“Voorwaar, de Messias Jezus, zoon van Maria, is een boodschapper van Allah…” (Nederlandse vertaling van de Edele Koran, 4:171)
“En Wij lieten Jezus, zoon van Maria, in hun voetstappen volgen…” (Nederlandse vertaling van de Edele Koran, 5:46)

“En Zakariyya (Zacharias) en Yahya (Johannes) en ‘Iesa (Jezus) en Ilyas : allen behoorden tot de oprechten.”

(Nederlandse vertaling van de Edele Koran, 6:85)
Alhoewel Jezus (vzmh) op 25 plaatsen in de Heilige Koran bij naam wordt

Genoemd, wordt hij ook aangesproken met titels die betrekking hebben op hem, zoals “Ibne Maryam” (zoon van Maria), als “Masih” (Messias, vertaald als Christus), “Abd-ullah” (dienaar van Allah) of “Rasul-ullah”(Boodschapper van Allah).


Er wordt over hem gesproken als “het woord van Allah”, als “de Geest van Allah”, als “een teken van Allah”, en talrijke andere eervolle bijnamen, verspreid over 15 verschillende soera’s (hoofdstukken). De Heilige Koran eert deze machtige Boodschapper van Allah, en de Moslims zijn de laatste 1400 jaar niet tekort geschoten om hetzelfde te doen.

Er is geen enkele kleinerende opmerking in de gehele Koran waar zelfs de meest bevooroordeelde persoon onder de Christenen bezwaar tegen kan maken.





  • Iesa” gelatiniseerd tot “Jezus”:

De Heilige Koran verwijst naar Jezus met de naam “Iesa”, en deze naam wordt meer gebruikt dan enige andere titel, omdat dit zijn “Christelijke” naam was. In feite was zijn echte naam “Iesa” (Arabisch) of “Esau” (Hebreeuws); klassiek “Yeheshua”, wat de Christelijke naties van het westen latiniseerden tot “Jezus”. Noch de “J”, noch de tweede “s” in de naam “Jezus” kan worden teruggevonden in de originele taal – zij worden niet aangetroffen in de Semitische talen.


Het woord is erg simpel – “Esau” – een algemene Joodse naam, alleen al meer dan zestig keer gebruikt in het allereerste boek van de Bijbel; in het deel genaamd “Genesis”. Er was op zijn minst een “Jezus” die op het beklaagden-bankje zat, tijdens het proces van Jezus voor het Sanhedrin. Josephus de Joodse historicus noemt zo’n 25 Jezussen in zijn “Boek van de Oudheden”. Het Nieuwe Testament heeft het over “Bar-Jezus”; een tovenaar en een valse profeet (Handelingen 13:6) en ook “Jezus-Justus”; een Christelijke missionaris, een tijdgenoot van Paulus (Kolossenzen 4:11). Deze personen staan los van Jezus, de zoon van Maria. Het omvormen van “Esau” tot (J)ezu(s) – Jezus- maakt het uniek. Deze unieke (?) naam is onder de Joden en Christenen uit de roulatie geraakt vanaf de tweede eeuw na Christus. Onder de Joden omdat het een naam van slechte reputatie werd; de naam van iemand die godslastering in het Jodendom had begaan, en onder de Christenen raakte de naam uit de roulatie omdat het de echte naam van hun god (?) werd; hun geïncarneerde God. De Moslim zal niet twijfelen zijn zoon “Iesa” te noemen, omdat het een geëerde naam is, van een rechtgeaarde dienaar van de Heer.

“Moeder en zoon.”


Het tweede hier bovengenoemde onderwerp (zijn geboorte) wordt op twee plaatsen beschreven; Soera 3 en Soera 19. Lezende vanaf het begin van zijn geboorte in soera 3, komen we het verhaal van Maria tegen, en de hooggeachte positie die zij bekleedt in het Huis van de Islam, voordat de werkelijke aankondiging van de geboorte van Jezus wordt gegeven:
“En toen de Engelen zeiden : “O Maryam (Maria), voorwaar, Allah heeft jou uitverkoren en jou gereinigd en jou boven de vrouwen van de werelden uitverkoren.” 3 (Nederlandse vertaling van de Edele Koran, 3:42)

“…Jou boven de vrouwen van de werelden uitverkoren.” Men kan in de Christelijke Bijbel niet vinden dat er zo een eer aan Maria wordt gegeven! Het vers gaat verder :


“O Maryam, gehoorzaam jouw Heer en kniel je voor Hem neer en buig je met de buigenden.” (Nederlandse vertaling van de Edele Koran, 3:43)
Wat is de bron van deze prachtige en sublieme recitatie die, in zijn originele Arabisch, mensen tot extase en tranen roert? Vers 44 hier beneden legt uit :

“Dat zijn berichten over het verborgene die Wij aan jou (o Mohammed!) mededelen. En jij was niet met hen toen zij door hun pennen te werpen verlootten wie van hen verantwoordelijk was voor de zorg voor Maryam, en jij was ook niet bij hen toen zij hierover redetwistten.” (Nederlandse vertaling van de Edele Koran, 3:44)


Het verhaal is zo, dat de grootmoeder van Jezus, Hannah, tot dusver onvruchtbaar was geweest. Ze stortte haar hart uit bij Allah; als Allah haar maar een kind zou schenken, dan zou ze zeker zulk een kind opdragen aan de dienst van Allah in de tempel.

Allah beantwoordde haar gebed, en Maria werd geboren. Ze was teleurgesteld; ze verlangde naar een zoon, maar in plaats daarvan was ze bevallen van een dochter;

en in geen geval lijkt de vrouw op de man, voor wat ze in gedachten had.

Wat moest ze doen? Ze had Allah een belofte gedaan.

Ze wachtte totdat Maria groot genoeg was om voor haarzelf te zorgen.

Toen dat moment kwam, nam Hannah haar lieve dochter mee naar de tempel, om haar te overhandigen voor tempeldiensten. Elke priester eiste de peetoom van dit schattige kindje te worden. Ze deden een loting door met pennen (pijlen) te werpen, zoals het tossen van een munt; kop of munt?

Uiteindelijk won Zakariya de loting, maar niet zonder twist.
Zo ging het verhaal. Maar waar had Mohammed deze wijsheid vandaan gehaald? Hij was een “ummi” (analfabeet); hij kon niet lezen of schrijven.

Het was de Almachtige Allah die hem deze vraag heeft laten beantwoorden in de hiervoor genoemde Koranvers, door te zeggen dat het allemaal door goddelijke inspiratie kwam. “Nee!” zegt de tegenstander. “Dit is Mohammed’s eigen verzinsel. Hij heeft zijn openbaringen overgenomen van de Joden en de Christenen.

Hij heeft plagiaat gepleegd, hij heeft het vervalst.”

Hoewel we maar al te goed weten en geloven dat de gehele Koran het ware Woord van Allah is, zullen we, omwille van discussie, toch even instemmen met de vijanden van Mohammed , dat hij het heeft geschreven.

We kunnen nu tenminste wat medewerking van de ongelovige verwachten.

Vraag hem : “Heb je er enige moeite mee om toe te geven dat Mohammed een Arabier was?” Alleen een eigenzinnige dwaas zal twijfelen hier aan toe te geven.

In dat geval heeft het geen zin om de discussie voort te zetten. Hou op met praten, sluit het boek!

Met de verstandige persoon gaan we verder; “Dat deze Arabier, in eerste instantie, sprak tot andere Arabieren. Hij sprak (in eerste instantie) niet tot Indiase Moslims, Chinese Moslims of Nigeriaanse Moslims; hij sprak tot zijn eigen mensen : de Arabieren. Of ze het nou met hem eens waren of niet; hij vertelde hen op de meest sublieme manier (woorden die in de harten en gedachten van de luisteraars werden “geschroeid”) dat Maria, de moeder van Jezus (vzmh) – een jodin – boven de vrouwen van alle naties was verkozen. Niet zijn eigen moeder, noch zijn vrouw, noch zijn dochter (moge Allah’s Welbehagen met hen zijn!), noch enige andere Arabische vrouw, maar een Jodin! Kan iemand dit uitleggen? Want voor iedereen staan zijn eigen moeder of vrouw, of dochter boven andere vrouwen.

Waarom zou de Profeet van de Islam een vrouw eren van zijn oppositie ?!

En ook nog eens een Jodin; behorende tot een ras dat voor 3000 jaar op zijn mensen had neergekeken, net zoals ze nu nog steeds neerkijken op hun Arabische broeders !





  • Sarah en Hagar:

De Joden halen hun blinde racisme uit hun Bijbel, waar hen wordt verteld dat hun vader, Ibrahim (Abraham, vzmh) twee vrouwen had; Sarah en Hagar. Ze zeggen (=de Joden) dat zij de kinderen zijn van Ibrahim (vzmh) en zijn wettige vrouw Sarah, en dat hun Arabische broeders afstammen van Hagar, een “slavin”, en dat om die reden, de Arabieren een minderwaardig ras zijn.


Wil iemand alsjeblieft het abnormale feit uitleggen waarom Mohammed (als hij de schrijver zou zijn) deze Jodin uitkoos voor zo’n hoge eer ?

Het antwoord is simpel; hij had geen keus, hij had geen recht om te zeggen wat hij zelf verlangde. Zoals we in de Heilige Koran kunnen lezen (53:4) :


“Het is niets anders dan een Openbaring die aan hem geopenbaard is.”


  • Soerat Maryam:

Er staat een hoofdstuk in de Heilige Koran, genaamd “Soera Maryam”

(“Hoofdstuk Maria”) (soera19), zo genoemd ter ere van Maria, de moeder van Jezus (vzmh). En opnieuw kan men in de Christelijke Bijbel nergens vinden dat er zo’n eer aan Maria wordt gegeven. Van de 66 boeken van de Protestanten, en 73 van de Rooms-katholieken, is er niet een vernoemd naar Maria of haar zoon (vzmh). Je zult er boeken aantreffen die zijn vernoemd naar Matteus, Marcus, Lucas, Johannes, Petrus, Paulus en nog een aantal onbekende namen , maar geen een van die namen is Jezus (vzmh) of Maria !
Als Mohammed de schrijver van de Heilige Koran zou zijn, dan zou hij het niet achterwege hebben gelaten om samen met “Maryam”, de moeder van Jezus(vzmh) ook de namen toe te voegen van zijn eigen moeder “Amina”, zijn dierbare vrouw “Khadidja”, of zijn geliefde dochter “Fatima” (moge Allah’s welbehagen met hen zijn!). Maar nee! Nee! Dit kan nooit, omdat de Koran niet zijn eigen werk is!

“Het goede nieuws”.


“(Gedenkt) toen de Engelen zeiden : “O Maryam (Maria), voorwaar, Allah kondigt jou met een Woord van Hem een verheugende tijding aan : zijn naam is de Masih (Messias), ‘Iesa (Jezus), zoon van Maryam, in deze wereld en in het Hiernamaals is hij een man van eer en hij behoort tot degenen die dicht bij Allah staan.” (Nederlandse vertaling van de Edele Koran, 3:45)
“Dichtbij Allah” wordt niet lichamelijk bedoeld, noch geografisch, maar spiritueel. Vergelijk dit met :
“…werd hij (=Jezus) ten hemel opgenomen, en zit aan de rechterhand van God.” (Nieuwe Testament, Marcus 16:19) 4
Het grootste deel van het Christendom heeft dit vers verkeerd begrepen, zoals ze ook andere verzen uit de Bijbel verkeerd hebben begrepen.

Zij stellen zich “de Vader” (God) voor, zittende op een troon, een verheerlijkte

zetel, en Zijn “zoon” Jezus (vzmh) zittende aan Zijn rechterkant.

Kun je het beeld voor de geest halen? Als je dat kunt, ben je afgedwaald van de ware kennis van Allah! Hij is geen oude kerstman. Hij is een spirituele macht, voorbij het voorstellingsvermogen van het menselijke brein. Hij bestaat, Hij is echt, maar Hij lijkt op niets wat we voor de geest kunnen halen of ons kunnen voorstellen.

In oosterse talen betekende “rechterhand” een plaats van eer, welke de Heilige Koran passender omschrijft als “Degenen die dicht bij Allah staan.”

De hier bovenvermelde Aya (=Koranvers) bevestigt dat Jezus (vzmh) de CHRISTUS (= Messias) is, en dat hij het WOORD is dat Allah aan Maria heeft geschonken.

En opnieuw leest de Christen in deze woorden een betekenis die er niet staat.

Ze stellen het woord “Christus” gelijk aan het idee van een geïncarneerde god, en dat het WOORD van Allah, Allah zelf is.





  • Christus, geen naam:

Het woord “Christus” is afgeleid van het Hebreeuwse woord “Messiah”; in het Arabisch “Masih”, van de stam

“m-a-s-a-h-a”, wat zoveel betekent als: “wrijven”, “masseren”, “zalven”. Priesters en koningen werden gezalfd als ze in hun ambt werden ingewijd. Maar in zijn vertaalde, Griekse vorm “Christus” lijkt het wel uniek; alleen op Jezus toepasbaar (vzmh).

De Christen heeft er een handigheid in om schroot te veranderen in blinkend goud.

Wat hij gewend is te doen, is namen te vertalen naar zijn eigen taal, zoals “cephas” is vertaald naar “Petrus”, en “Messiah” naar “Christus”

Hoe doet hij dat toch? Heel gemakkelijk; “Messiah” betekent in het Hebreeuws “gezalfd”. Het Griekse woord voor “gezalfd” is “christos”. Nu hoef je alleen nog de “o” te veranderen in een “u”, en blijft er “Christus” over.

Verander nu nog even de kleine “c” in een hoofdletter “C”, en voila! hij heeft een unieke (?) naam gecreëerd!

Christos betekent “gezalfd”, en “gezalfd” betekent “AANGESTELD” (in een functie) in zijn religieuze betekenis. Jezus (vzmh) was in zijn doop aangesteld (gezalfd) als Allah’s boodschapper, door Johannes de Doper. Zo is elke Profeet van Allah “gezalfd” of “aangesteld” (vrede zij met hen allen).

De Bijbel staat vol met “gezalfden”. In het originele Hebreeuws een “messiah”, maar laten we ons bij de Nederlandse vertaling “gezalfd” houden. Niet alleen Profeten en priesters en koningen werden gezalfd (“christos”), maar ook hoorns, lantaarnpalen en engelen;
“Ik ben de God van Beth-el, waar gij een lantaarn ZALFDE…” (Genesis 31:13)

“Als de priester die GEZALFD is een zonde begaat…” (Leviticus 4:3)


“En Mozes…ZALFDE het tabernakel, en alles wat zich daarin bevond…” (Leviticus 8:10)
“…Hij verheft de hoorn van Zijn GEZALFDE ! “ (1 Samuel 2:10)
“Zo spreekt Jahweh tot Zijn GEZALFDE, tot Cyrus…” (Isaias 45:1)
“Gij zijt de GEZALFDE cherubijn…”

(Ezekiel 28:14)


Er zijn nog honderd meer van zulke verwijzingen in de Bijbel.

Elke keer dat je het woord gezalfd tegenkomt in je Nederlandse Bijbel, kun je er van uit gaan dat woord Christos zou zijn in de Griekse vertalingen, en als je dezelfde vrijheid hanteert met het woord als de Christenen hebben gedaan, dan krijg je dus : Christus Cherubijn, Christus Cyrus, Christus Priester, Christus Zuil, etc.


Alhoewel elke Profeet van Allah een Gezalfde van Allah is, een Messias, is de titel “Masih” of “Messiah”, of de vertaling daarvan (Christus) exclusief voorbehouden aan Jezus (vzmh), de zoon van Maria; zowel in de Islam als in het Christendom. Dit is niet ongebruikelijk in religie; er zijn zekere andere eervolle titels die kunnen worden toegepast voor meer dan een Profeet, maar toch exclusief gemaakt voor een door gebruik; zoals “Rasul-ullah” (=Boodschapper van Allah), welke titel in de Koran voor zowel Mozes (19:51) als ook voor Jezus (61:6) wordt gebruikt. Maar toch is “Rasul-ullah” onder de Moslims een synoniem geworden voor Mohammed alleen .

Elke Profeet is in feite een “vriend van Allah”, maar het Arabische equivalent van dit woord (=Khalil-ullah), is exclusief verbonden met Abraham (vzmh).

Dit betekent echter niet dat de anderen niet Allah’s “vrienden” zijn.

Kalimul-lah (iemand die sprak met Allah) wordt nooit gebruikt voor iemand anders dan Mozes (vzmh), maar toch geloven we dat Allah met al Zijn Profeten heeft gesproken; inclusief Jezus en Mohammed (moge Allah’s Vrede en Zegeningen met hen allen zijn).

Door bepaalde titels te associëren met bepaalde personen, maakt hen dat nog niet exclusief of uniek op welke manier dan ook. We eren ze allemaal, in variërende termen.
Terwijl het goede nieuws werd aangekondigd aan Maria (zie Koranvers 3:45 aan het begin van dit hoofdstuk), werd haar verteld dat haar ongeboren kind “Jezus” genoemd zou worden, dat hij de Messias zou zijn, een “Woord”5 van Allah, en dat…

“…hij spreekt tot de mensen vanuit de wieg en als volwassene, en hij behoort tot de rechtschapenen.”

(Nederlandse vertaling van de Edele Koran 3:46)
Deze voorspelling kwam erg kort daarna uit. Dit kunnen we vinden in “Soera Maryam”: “Toen ging zij naar haar volk, hem ( =Jezus ) dragend. Zij zeiden : “O Maryam, jij bent waarlijk tot iets ontstellends gekomen. O zuster van Haroen, jouw vader was geen slechte man, en jouw moeder was geen onzedelijke vrouw.” (Nederlandse vertaling van de Edele Koran, 19:27-28)

- De joden zijn verbaasd:


Er komt hier geen Jozef de timmerman in voor. Onder deze uitzonderlijke omstandigheden had Maria, de moeder van Jezus (vzmh), zichzelf teruggetrokken naar een afgelegen plek in het oosten (zie Koran 19:16).

Na de geboorte van het kind, keert ze weer terug.




  1. Yusuf ‘Ali legt in de door hem vertaalde Koran (Engels) hierbij uit :

-“De verbazing van de mensen kende geen grenzen. In elk geval waren ze bereid het ergste van haar te denken, omdat ze voor een tijdje uit de omgeving van haar familie was verdwenen;maar nu komt ze schaamte - loos pronken met een baby in haar armen! Wat had ze het huis van Haroen (Aaron) ten schande gemaakt; de bron van het priesterschap!


“Zuster van Haroen”: Maria wordt aan haar afstamming herinnerd en de voortreffelijke zeden van haar vader en moeder.

Wat was ze diep gezakt, zo zei men, en wat had ze de naam van haar voorvaders ten schande gemaakt!
Wat kon Maria doen? Hoe kon ze het uitleggen? Zouden zij, in hun bedillende gemoedstoestand haar uitleg aanvaarden? Het enige wat ze kon doen, was naar het kind wijzen, dat, zoals ze wist, geen gewoon kind was. En het kind redde haar uit deze situatie; door een wonder sprak hij, verdedigde zijn moeder, en predikte, tot een ongelovig publiek.”
Zoals we in de Heilige Koran kunnen lezen : “Daarop wees zij naar hem. Zij zeiden : “Hoe kunnen wij spreken met een baby, die nog als kind in de wieg ligt ?” Hij (=Jezus) zei: “Voorwaar, ik ben een dienaar van Allah. Hij heeft mij de Schrift gegeven en mij tot een Profeet gemaakt. En Hij heeft mij gezegend waar ik ook ben en Hij heeft mij bevolen de salat (=het gebed) te verrichten en de zakat (te betalen), zolang ik leef. En om goed te zijn voor mijn moeder. En hij heeft mij niet als een arrogante ongehoorzame gemaakt. Vrede zij met mij op de dag dat ik geboren werd en op de dag dat ik sterf, en op de dag dat ik tot leven word opgewekt.” (Nederlandse vertaling van de Edele Koran 19:29-33)



  • Zijn eerste wonderen:

Aldus verdedigde Jezus (vzmh) zijn moeder tegen de ernstige laster en beschuldigingen van haar vijanden. Dit is het allereerste wonder dat in de Heilige Koran aan Jezus (vzmh) wordt toegeschreven ,-dat hij als een zuigeling sprak vanuit zijn moeder’s armen.

Vergelijk dit met zijn eerste wonder in de Christelijke Bijbel, dat geschiedde toen hij al ouder dan dertig jaar was :
“Op de derde dag was er een bruiloft te Kana in Galilea, waarbij de moeder van Jezus aanwezig was. Jezus en zijn leerlingen waren eveneens op die bruiloft uitgenodigd. Toen de wijn opraakte, zei de moeder van Jezus tot hem: “ze hebben geen wijn meer.”

Jezus zei tot haar : “Vrouw, is dat soms uw zaak? Nog is mijn Uur niet gekomen.” Zijn moeder sprak tot de bedienden:

“Doet maar wat hij u zeggen zal.” Nu stonden daar volgens het reinigingsgebruik der Joden zes stenen kruiken, elk met een inhoud van twee of drie metreten. Jezus zei hun: “Doet die kruiken vol water.” Zij vulden ze tot Bovenaan toe. Daarop zei hij hun : “Schept er nu wat uit en

brengt dat aan de tafelmeester.” Dat deden ze, en zodra de tafelmeester het water proefde dat in wijn veranderd was (hij wist niet waar die wijn vandaan kwam, maar de bedienden die het water geschept hadden, wisten het wel), riep hij de bruidegom en zei hem : “Iedereen zet eerst de goede wijn voor en wanneer men eenmaal goed heeft de mindere. U hebt de goede wijn tot nu toe bewaard.”(Nieuwe Testament, Johannes 2:1–10)


Sinds dit wonder heeft wijn gevloeid als water in het Christendom.

Menig dwaas beredeneert dat wat goed was voor zijn leraar, ook goed genoeg is voor hemzelf. “Jezus was geen spelbreker”, zeggen ze. Maakte hij geen goede sterke wijn, dat zelfs de beschonken personen, degenen wiens verstand was versuft, het verschil konden merken? ,– dat het beste tot het laatste was bewaard.”

Dit was geen pure vruchtensap. Het was dezelfde W-I-J-N die, volgens de Christelijke Bijbel, de dochters van Lot (vzmh) in staat stelden hun vader te verleiden (Genesis 19:32-33).6

Het was dezelfde W-I-J-N die de Christen wordt geadviseerd te vermijden in Efeziers 5:18 : “En bedwelmt uzelf niet met wijn…”
Het is die “onschuldige” (?) 1% alcoholpercentage die uiteindelijk miljoenen de goot in helpt. Amerika heeft 11 miljoen dronkaards, te midden van 70 miljoen “born-again” Christenen! De Amerikanen noemen hun dronkaards “probleemdrinkers”.

In Zuid-Afrika worden ze “alcoholisten” genoemd -; dronkaard is een te sterke uitdrukking voor mensen om te verdragen.

Maar de minister-president van Zambia, Dr. Kenneth Kaunda, heeft er geen moeite mee de dingen bij hun naam te noemen. Hij zegt : “Ik ben niet bereid een land vol dronkaards te leiden” – verwijzende naar zijn eigen mensen die sterke drank consumeren.

Of het water nu rood werd of niet; we kunnen Jezus (vzmh) of zijn volgelingen niet kwalijk nemen voor de drinkgewoonten van zijn tijdgenoten.7


Want hij had terecht gesteld :
“Nog veel heb ik u te zeggen, maar gij kunt het nu niet verdragen…” 8

(lees Johannes 16:12–14)


De mensheid had nog niet de fase bereikt om de gehele Islamitische Waarheid te ontvangen. Heeft hij ook niet gezegd :
“…ook doet men geen jonge wijn in oude zakken…” ( Matteus 9:17)


  • Moeder “of ”vrouw”?

Volgens (het evangelie van) Johannes, op de vorige bladzijde, waarin de bruiloft in Kana wordt beschreven, wordt ons verteld dat Jezus (vzmh) zich onbeschaamd gedraagt tegenover zijn moeder (zie zin 4). Hij noemt haar “vrouw”, en om nog meer zout in de wond te wrijven, wordt er geschreven dat hij zegt : “is dat soms uw zaak?” Zou hij misschien vergeten hebben dat deze zelfde “vrouw” hem negen maanden lang had gedragen, en misschien wel twee jaar lang de borst had gegeven, en eindeloze beledigingen en krenkingen had moeten verdragen voor

Hem? Is ze niet zijn moeder? Is er in zijn taal geen woord voor “moeder “?
Hoe gek het ook mag lijken, dat terwijl de missionarisen opscheppen over de nederigheid, zachtmoedigheid en lankmoedigheid van hun meester, -(ze noemen hem de “Prins van de Vrede”, en ze zingen dat “hij tot het slachtblok werd geleid als een lam, en als een schaap dat voor zijn scheerder zwijgzaam is; hij deed zijn mond niet open”)-, ze toch tegelijkertijd trots vermelden dat hij altijd klaarstond met scheldwoorden voor de ouderlingen van zijn ras, en altijd hunkerde om stennis te schoppen; dat wil zeggen : als hun verslagen kloppen :
-“Gij huichelaars!”

-“Gij goddeloze en overspelige generatie!”

-“Gij witgepleisterde graven!”

-“Gij generatie van adders!”, en dan nu tegen zijn moeder: -“Vrouw…”



-“Jezus verdedigd” :
Mohammed , de Boodschapper van Allah, heeft de opdracht gekregen om deze valse beschuldigingen en laster van Jezus’ vijanden te weerspreken:

(Jezus zei:)


“En (Allah heeft mij bevolen) om goed te zijn voor mijn moeder. En Hij heeft mij niet als een arrogante ongehoorzame gemaakt.”(Nederlandse vertaling van de Edele Koran 19:32)
Op het ontvangen van het goede nieuws dat er een rechtschapen zoon op komst was (zie Koran 3:46, en 4 blz. terug in dit boek ), antwoordt Maria : “Zij zei : “O mijn Heer, hoe kan ik een kind krijgen terwijl geen man mij heeft aangeraakt ?” Hij ( Allah ) zei : “Zo is het : Allah schept wat Hij wil, als Hij over een zaak bepaalt, dan zegt Hij er slechts tegen : “Wees ! “, en het is.

En Hij onderwijst hem de Schrift, en de Wijsheid en de Taurat en de Indjil.” (Nederlandse vertaling van de Edele Koran 3:47–48) 9

“Koranische en Bijbelse versies.”
-“Ontmoeting met de eerwaarde”:
Ik hoop dat je het advies van onderaan de vorige bladzijde serieus hebt genomen.

Ik probeer in de praktijk te brengen wat ik predik. Overeenkomstig met mijn advies aan jullie, heb ik ook zelf de verzen van buiten geleerd.

Mogelijkheden om ze te gebruiken hebben zich veelvuldig voorgedaan.

Zo was ik bijvoorbeeld op bezoek in het “Bible House” in Johannesburg.

Terwijl ik door de stapels Bijbels en religieuze boeken snuffelde, pakte ik er een Indonesische Bijbel tussenuit, en had ik net een Grieks/Engelse Nieuw Testament in mijn handen ,-een groot, duur exemplaar. Ik had niet in de gaten dat ik werd bekeken door de inspecteur van het Bible House.

Nonchalant liep hij op me af. Misschien dat mijn baard en mijn Islamitische hoofdbedekking aantrekkingskracht uitoefende, en een uitdaging was ?

Hij informeerde naar mijn interesse in dat kostbare exemplaar. Ik legde uit, dat ik zo’n boek nodig had, als student in de vergelijking van religies.

Hij nodigde mij uit om thee met hem te komen drinken in zijn kantoortje. Het was erg aardig van hem en ik nam het aanbod aan.

Tijdens het kopje thee, legde ik hem het Moslimgeloof in Jezus uit (vzmh).

Ik legde aan hem de verheven positie van Jezus (vzmh) in het Huis van de Islam uit. Hij leek nogal sceptisch over hetgeen ik hem vertelde.

Ik stond versteld van zijn schijnbare onwetendheid, omdat alleen gepensioneerde geestelijke heren inspecteur kunnen worden van een Bible House in Zuid-Afrika.

Ik begon ayah (vers) 42 van soera 3 voor te dragen: “En toen de Engelen zeiden : “O Maryam, voorwaar, Allah heeft jou uitverkoren…”


Ik wilde dat de eerwaarde niet alleen naar de betekenis van de Koran luisterde, maar ook naar de klanken van haar ritme toen het in het Arabisch werd voorgedragen.

Eerwaarde Dunkers (want zo heette hij) ging achterover zitten en luisterde met verzonken aandacht naar Allah’s “Kalaam” (het Woord van Allah).

Toen ik het einde van aya 49 had bereikt, maakte de dominee de opmerking dat de Koranische boodschap hetzelfde was als die van zijn eigen Bijbel. Hij zei dat hij geen verschil zag tussen wat hij geloofde als een Christen, en wat ik aan hem had voorgedragen. Ik zei : “Dat is waar.” Als hij deze verzen enkel in het Engels was tegengekomen zonder hun Arabische evenbeeld, naast elkaar, was hij in nog geen honderd jaar in staat geweest te raden dat hij uit de Heilige Koran aan het lezen was.

Als hij een protestant was geweest, zou hij gedacht hebben dat hij de Rooms-katholieke versie aan het lezen was, als hij die nog nooit gezien had, of de versie van de Jehova’s Getuigen of Grieks-orthodoxe, of de honderd-en-één andere versies die hij nog nooit gezien had; maar hij zou nooit geraden hebben dat hij de Koranische versie aan het lezen was. De Christen zou hier, in de Koran, alles over Jezus lezen wat hij zou willen horen, maar met een zeer nobel, verheven en subliem taalgebruik. Hij zou het niet kunnen helpen erdoor ontroerd te worden.

In deze acht verzen van 3:42 t/m 49 wordt ons verteld :


  1. Dat Maria, de moeder van Jezus (vzmh), een deugdzame vrouw was, en geëerd boven de vrouwen van alle werelden.




  1. Dat alles wat gezegd was, Allah’s eigen openbaring aan de mensheid was.




  1. Dat Jezus (vzmh) het “Woord” van Allah was.




  1. Dat hij de gezalfde was waar de Joden op hadden gewacht.




  1. Dat Allah deze Jezus kracht zou geven om wonderen te verrichten, zelfs in zijn kindertijd.




  1. Dat Jezus op wonderbaarlijke manier geboren was, zonder enige mannelijke tussenkomst.




  1. Dat Allah hem een openbaring zou brengen.




  1. Dat hij leven aan de doden zal geven met Allah’s toestemming, en dat hij de blindgeborenen en melaatsen zal genezen met Allah’s toestemming, etc.



  • Hemel en aarde:





  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina