Jezus in de Islam ( Allah's vrede en genade zij met hem) Auteur: Ahmed Deedat Vertaald door: Abdoul-Jabar van de Ven



Dovnload 241.03 Kb.
Pagina3/4
Datum22.07.2016
Grootte241.03 Kb.
1   2   3   4

Hoe kan iemand zo blind zijn om niet de nauwkeurigheid van de eindes van de laatste twee verzen te zien ? Maar spirituele oogkleppen zijn nog moeilijker te verwijderen dan lichamelijke afwijkingen.

Hij vertelt de Joden, en legt vast voor het nageslacht, wat de werkelijke eenheid of relatie is tussen de Vader en de zoon. Het meest cruciale vers :

“Ik en de Vader zijn ÉÉN.” (Johannes 10:30)


EEN in wat? In hun Alwetendheid? In hun Aard? In hun Almacht?

Nee! EEN in hun doel!

Dat zodra een gelovige het geloof heeft aangenomen, de Boodschapper er voor zorgt dat hij een gelovige blijft, en ook de Almachtige God er voor zorgt dat hij een gelovige blijft.

Dit is het doel van de “Vader” en de “Zoon” en de “Heilige Geest” en van elke man en elke vrouw die gelooft. Laat dezelfde Johannes zijn genostische mystieke woordenstroom eens uitleggen:

“…opdat zij allen EEN zijn, gelijk Gij, Vader, Gij in mij en ik in U , dat ook zij in ons zijn; “…ik in hen en Gij in mij, dat zij volmaakt zijn tot EEN… (Johannes 17:20-23)
Als Jezus (vzmh) “één” is met God, en als die “eenheid” hem tot God maakt, dan is de verrader Judas, en de twijfelende Thomas, en de duivelse Peter (zie Matteus 16:23), plus de andere negen die hem in de steek lieten toen hij hun het hardst nodig had ook God(en), omdat dezelfde eenheid die hij beweerde met God te hebben in Johannes 10:30, nu door hem wordt beweerd voor “Allen“die hem alleen lieten en vluchtten.” (zie Marcus 14:50), en Alle “kleingelovigen” (Matteus 8:26) – Alleen van “het ongelovig en verkeerd geslacht (Lucas 9:41).

Waar en wanneer zal de Christelijke godslastering eindigen ?!

De uitdrukking “Ik en mijn Vader zijn één” was erg onschuldig, waarmee niet meer dan een gemeenschappelijk doel met God werd bedoeld. Maar de Joden zochten problemen, en elk excuus zou niet voldoende zijn, en daarom -;
“droegen de Joden weder stenen aan om hem te stenigen.

Jezus antwoordde hun : Ik heb u vele goede werken doen zien vanwege mijn Vader; om welke van die werken wilt gij mij stenigen ?” De Joden antwoordden hem : Niet om een goed werk willen wij u stenigen, maar om godslastering en omdat gij, een mens, uzelf tot God maakt.” (Johannes 10:31-34)


In reeds eerder vermeld vers 24, beweerden de Joden onterecht dat Jezus (vzmh) dubbelzinnig sprak.

Toen die aantijging op bekwame wijze was weerlegd, begonnen ze hem te beschuldigen van godslastering, wat in het spirituele rijk als verraad is. Dus zeggen zij dat Jezus (vzmh) beweert God te zijn in: “Ik en mijn Vader zijn één.” De Christenen zijn het met de Joden eens dat Jezus (vzmh) zo’n bewering heeft geuit; maar ze verschillen met de Joden dat het geen godslastering was, omdat de Christenen zeggen dat hij God was, en recht had zijn goddelijkheid op te biechten. De Christenen en de Joden zijn het er beiden over eens dat de uitspraak ernstig is. Voor de een als een excuus voor goede “verlossing”, en voor de ander als een excuus om hem aan de kant te vegen. Laat de arme Jezus sterven tussen die twee. Maar Jezus (vzmh) weigert om mee te doen met dit smerige spelletje, dus;


“antwoordde Jezus hun: Is er niet geschreven in uw wet: Ik heb gezegd: gij zijt goden? Als hij hen goden genoemd heeft, tot wie het woord Gods gekomen is, en de Schrift niet kan gebroken worden, zegt gij dan tot hem, die de Vader geheiligd en in de wereld gezonden heeft: Gij lastert, omdat ik heb gezegd: Ik ben God’s zoon ?” 12 (Johannes 10:34-37)
Hij is een beetje sarcastisch in vers 34, maar in elk geval, waarom zegt hij: “Uw wet”? Is het niet ook zijn wet? Heeft hij niet gezegd:

“Meent niet dat ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. Want voorwaar, ik zeg u : Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet ÉÉN jota of EEN titel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied.”

(Matteus 5:17-19)

-“Gij zijt Goden”;
“Gij zijt goden” : Kennelijk haalde hij vers 6 aan van Psalm 82:

“Wel heb Ik gezegd: Gij zijt goden, ja, kinderen van de Allerhoogste.”


Jezus (vzmh) vervolgt: “Als hij (=de Almachtige God) hen goden genoemd heeft, tot wie het woord God’s gekomen is (bedoelende dat de profeten van God “goden” werden genoemd), en de Schrift niet kan gebroken worden (in andere woorden: Jullie kunnen mij niet tegenspreken!).” -Jezus (vzmh) kent zijn Schrift; hij spreekt met autoriteit; en hij argumenteert met zijn vijanden dat “als goede mensen, heilige mensen, Profeten van God met “goden” worden aangesproken in onze Boeken van Autoriteit, waarin jullie geen gebreken zien.

-Waarom maken jullie dan een uitzondering op mij?


-Wanneer het enige wat ik doe is, dat de bewering die ik over mezelf uit in onze taal veel inferieurder is, namelijk “een zoon van God”, terwijl anderen “Goden” worden genoemd door God Zelf.

Zelfs als ik (=Jezus) mezelf als “god” in onze taal zou omschrijven, zou u, volgens Hebreeuws gebruik, mij daar niet op aan kunnen spreken.”

Dit is de onversierde lezing van het Christelijke Schrift. Ik geef hier geen esoterische betekenissen aan woorden of interpretaties van mezelf!

“In den beginne”.


Waar zegt Jezus (vzmh) : “Ik ben God “, of: “Ik ben gelijk aan God”, of : “Aanbid mij“? vroeg ik de eerwaarde uit Canada (zie p.25) opnieuw.

Eerwaarde Morris haalde diep adem en deed nog een poging. Hij citeerde het meest herhaalde vers van de Christelijke Bijbel, nl : Johannes 1:1:13


“In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.”
Neem alsjeblieft notitie van het feit dat dit niet de woorden van Jezus (vzmh) zijn; het zijn de woorden van Johannes (of wie ze dan ook opgeschreven heeft). Het is door elke geleerde Christelijke Bijbelgeleerde bevestigd dat het oorspronkelijk de woorden zijn van een andere Jood, nl. Philus van Alexandrie, die deze woorden had geschreven voordat Johannes en Jezus (vzmh) zelfs waren geboren.

En Philus beweerde niet dat hij deze woorden door “goddelijke inspiratie” had verkregen.

Het maakt niet uit welke mystieke betekenis Philus rond deze woorden had gevlochten (waarop onze Johannes plagiaat heeft gepleegd), we zullen ze aannemen voor wat ze waard zijn.

- GRIEKS IS GEEN HEBREEUWS :


Sinds de manuscripten van de 27 Boeken van het Nieuwe Testament in het Grieks zijn, heeft een Christelijke sekte zijn eigen versie vervaardigd, en zelfs de naam van deze selectie van 27 Boeken veranderd in “Christelijke Griekse geschriften” ! Ik vroeg de eerwaarde of hij Grieks kende. “Ja”, zei hij, hij had 5 jaar Grieks gestudeerd voor zijn kwalificatie. Ik vroeg hem wat het Griekse woord voor “GOD” was als het de eerste keer opduikt in het vers : “…en het Woord was met God.”? Hij bleef staren maar gaf geen antwoord.

Dus zei ik : “Het woord is “Hotheos”, was letterlijk “De God” betekent. Aangezien de Europeaan (inclusief de Noord-Amerikaan) een systeem heeft ontwikkeld van het gebruiken van hoofdletters om een eigennaam mee te beginnen en kleine letters voor gewone zelfstandige naamwoorden, zouden we het moeten accepteren dat hij een hoofdletter “G” aan God geeft; in andere woorden is “Hotheos” weergegeven als “de god”, wat op zijn beurt weer is weergegeven als “God”.

“Vertel me nu eens wat het Griekse woord voor God is in de tweede keer dat het verschijnt in uw citaat –

“en het Woord was God”? De eerwaarde bleef nog steeds stil. Het was niet dat hij geen Grieks kende, of dat hij had gelogen -, maar hij wist meer dan dat: het spel was over.

Ik zei hem dat het woord “Tontheos” was, wat “een god” betekent.

Volgens jullie eigen systeem van vertalen had je dit woord God voor de tweede keer met een kleine “g” moeten spellen, dus : “god”, en niet “God” met een grote “G”. In andere woorden: “Tontheos” moet worden weergegeven als “een god”. Zowel “god” als “een god” zijn correct.


Ik vertelde de eerwaarde: “Maar in 2 Korintiers 4:4 hebben jullie op oneerlijke wijze jullie systeem omgeschakeld door een kleine “g” te gebruiken bij het spellen van “GOD” – namelijk;

“Satan, de god van deze wereld, heeft hen verblind…”

Het Griekse woord voor “de god” is “Hotheos”, hetzelfde als in Johannes 1:1.

Waarom zijn jullie niet consequent gebleven in jullie vertalingen ? Als Paulus was geïnspireerd (?) om “hotheos” te schrijven; de God voor de Duivel, waarom misgun je hem dan die hoofdletter “G”? En in het Oude Testament (Exodus 7 : 1), sprak de Heer tot Mozes (vzmh) :


“Zie, ik stel u als god voor Farao…” 14 Waarom gebruiken jullie een kleine “g” voor God waarneer jullie verwijzen naar Mozes (vzmh), in plaats van een hoofdletter “G”, zoals jullie doen voor een gewoon woord -;”Woord”- in : “en het Woord was God.”?!
“Waarom doen jullie dit? Waarom nemen jullie het niet zo nauw met het Woord van God?” vroeg ik de dominee. “Ik heb het niet gedaan”, antwoordde hij.

“Dat weet ik wel”, zei ik, “maar ik praat over de onvervreemdbare belangen van het Christendom, die vastbesloten zijn Christus te vergoddelijken door hoofdletters hier te gebruiken en kleine letters daar, om de onbezonnen massa’s van het volk te misleiden, die denken dat elke letter, elke komma en punt, en de hoofdletters en kleine letters gedicteerd zijn door God.”

“Wat blijft er over ?”
Men kan niet verwachten dat in een kleine publicatie van deze aard alle vermeldingen worden behandeld over Jezus (vzmh), verspreid over 15 verschillende hoofdstukken van de Heilige Koran .



1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina