Jimi Gantois: Notities bij de snelcursus



Dovnload 79.32 Kb.
Datum18.08.2016
Grootte79.32 Kb.

Jimi Gantois: Notities bij de snelcursus PowerPoint





1. Beginnen



  • Open via de startknop en kies:
     Alle programma’s  (MsOffice ) Microsoft PowerPoint

Je bekomt het volgende venster:

Bovenaan herkennen we de gebruikelijke balken: titelbalk; menubalk; werkbalk (of knoppenbalk)

In het midden vinden we het werkvenster (een lege dia) met links een overzicht van de reeds bestaande dia’s en rechts een taakvenster. Dit taakvenster wisselt van inhoud al naar gelang de taak die we verrichten.

Indien je na het opstarten een ander openingsscherm krijgt kan je de weergave aanpassen door te klikken op het knopje uiterst links onderaan.



  • Open de tekenbalk als dit nog niet nog niet gebeurd is. We kiezen hiervoor uit het menu: BeeldWerkbalken en we vinken Tekenen aan. Onderaan het scherm verschijnt de tekenbalk.





  • Sla vanaf nu regelmatig je werk op (Ctrl S).



2. Titel - ondertitel - tekst invullen, wissen, verplaatsen



  • K
    Bits en Bytes
    lik in het bovenste tekstvak en vul de titel in:

PowerPoint kiest voor een bepaald lettertype en lettergrootte. Je kan dit (ook de kleur en achtergrondkleur) te allen tijde aanpassen.

  • Ondertitel wissen: Je kan de titel indien nodig invullen. In ons voorbeeld wissen we de ondertitel door te klikken op de rand van het tekstveld en op de delete knop te drukken.

  • We verplaatsen de titel:
    Klik op de rand van het tekstveld en versleep met een ingedrukte muisknop de titel hoger op de dia.


  • Tekst op de dia plaatsen:

We klikken op tekstvak onderaan op de tekenbalk en trekken met de linkermuisknop ingedrukt een rechthoek op een vrije plaats op de dia. Tik de tekst in:

O


Als je op een computersysteem gegevens invoert en opslaat, moet de computer die gegevens begrijpen. De computer heeft daartoe net als wij een taal nodig.

m een woord te accentueren: selecteer dit woord en geef het een andere kleur of zet het in vetjes of cursief..

Bij de animatie (zie verder) kan je een tekstvakken afzonderlijk laten verschijnen. Daarom is het aangewezen om de verschillende alinea’s in afzonderlijk tekstvakken weer te geven.

Tik daarom ook nog het volgende tekstvak op dezelfde dia in:




Men is dan ook op zoek gegaan naar een eenvoudige computertaal. Uiteindelijk heeft men gekozen voor een taal die uit slechts twee tekens bestaat: 1 en 0






3. Een nieuwe dia invoegen

Om een nieuwe dia in te voegen hebben we keuze uit de volgende handelingen:

  • Kies uit het menu InvoegenNieuwe dia

  • De sneltoets Ctrl M

  • Klik op de knop Nieuwe dia

PowerPoint kiest voor een bepaalde indeling. In het rechter taakvenster vind je de verschillende mogelijkheden. We onthouden naast een lege dia vooral dia’s met figuren, grafieken, opsommingen, organogrammen, filmpjes.. We kiezen voor de lege dia.



4. Objecten kopiëren

  • Titel kopiëren

Klik in het linker overzichtsvenster op de eerste dia.
Klik op de titel Bits en Bytes en nog eens op de rand. Druk de sneltoets Ctrl C .

Selecteer in het linker overzichtsvenster de nieuwe (lege) dia. Klik in het werkvenster op de dia en druk de sneltoets Ctrl V in.

Versleep de titel naar de gewenste plaats.


  • Dia kopiëren

We zullen deze lege dia-met-titel meerdere malen nodig hebben. Klik in het overzichtsvenster op de tweede dia. Druk éénmaal Ctrl C en zo vaak als nodig (bijv. 6 maal) op Ctrl V .
(Alleen) in Powerpoint werkt de sneltoets Ctrl D (dupliceren) ook!

Wanneer de dia reeds voorzien zijn van de nodige animaties (zie verder) worden deze eveneens gekopieerd.

(Je kan bij het kopiëren en plakken ook gebruik maken van de knoppen uit de werkbalk of de opdrachten uit de menubalk Bewerken Kopiëren / Plakken. Je kan eveneens selecteren en met een ingedrukte Ctrl-toets verslepen!)

Tik de volgende tekst in op de 3de dia:


De twee tekens 1 en 0 worden ook in andere toepassingen gebruikt.



Bijvoorbeeld:




5. Tekstvak met opsommingstekens

Wanneer je kiest voor een tekstvak met opsommingstekens kan je de opsomming later punt voor punt laten verschijnen.

  • S

    • Lichtschakelaar: 1 = aan 0= uit

    • Temperatuur: 1 = warm 0= koud

    • Elektrische stroom: 1 = stroom 0= geen stroom



    electeer in de tekenwerkbalk de knop tekstvak en trek een rechthoek met de ingedrukte muisknop in de derde dia.
    K lik in de bovenste werkbalk op de knop opsommingstekens. Tik in het tekstvak de volgende tekst in:

Telkens je op de entertoets drukt, krijg je een nieuw opsommingsteken.
De cijfers kan je uitlijnen door vóór het cijfer op de tabtoets te drukken.





  • Je kon ook in het rechter taakvenster een dia selecteren met een tekstveld met de opsommingstekens. Behalve het feit dat je dan opnieuw je titel moet kopiëren werkt dit op exact dezelfde manier.





6. Figuur invoegen



  • Een opgeslagen figuur: Selecteer de eerste dia en klik in de tekenwerkbalk op de knop Figuur invoegen,
    of kies uit het menu
    Invoegen Figuur Uit bestand…
    Zoek een passende figuur uit je voorraad (bijvoorbeeld pc.bmp) en klik op invoegen.
    Je kan net zo goed een dia met figuuroptie uit het taakvenster selecteren.


  • Een figuur uit een ander geopend dokument (Word, andere PowerPointpresentatie..):

    • selecteer de figuur druk Ctrl C klik op je dia en druk Ctrl V .

    • Je kan ook met je rechtermuisknop op de figuur klikken, kiezen voor kopiëren. Klikken in je dia met de rechtermuisknop en kiezen voor plakken.

    • Een mengvorm van beide (rechtermuisknop en sneltoetsen) is ook mogelijk.

  • Een figuur van het internet inlassen:
    Klik met de rechtermuisknop op de figuur en kies voor kopiëren. Klik op de dia en tik de sneltoets Ctrl V. Je evenwel ook kiezen voor (rechtermuisknop en uit het snelmenu:
    Afbeelding opslaan als..

  • Een illustratie (van Windows) invoegen:
    Klik op de knop een illustratie invoegen. Tik in het rechter venster een zoekopdracht in (bijvoorbeeld: mensen). Klik op zoeken. Klik op een figuur en deze wordt in je dia geplaatst. Je kon ook zelf kiezen uit de Mediagalerie onderaan het rechter taakvenster: de “Office-Collecties” biedt enkele mogelijkheden.


  • Een figuur uit de autovormen kiezen of zelf maken:

Met de knoppen op de tekenwerkbalk kan men naast lijnen, pijlen, ovalen en rechthoeken ook meerdere autovormen creëren. Bij PowerPoint heb je bovendien “actieknoppen” als extramogelijkheid (zie verder)



7. Een figuur aanpassen

Als je een figuur in PowerPoint selecteert verschijnt de werkbalk “Figuur”

(Is dit niet zo, dan kan je deze werkbalk als volgt oproepen: klik met de rechtermuisknop op een werkbalk en vink Figuur aan.)

Experimenteer met deze knoppen­balk.

Wanneer je met de rechtermuisknop op de figuur klikt kan je bovendien de figuur als watermerk laten fungeren (Volgorde Naar achtergrond). Een watermerk moet je eerst minder contrastrijk maken.

Ook kan je meerdere figuren of een figuur met een tekstvak groeperen: Klik met de rechtermuisknop op de figuur en met de Shifttoets ingedrukt op de tweede figuur. Klik nu met de rechtermuis op de selectie en kies voor Groeperen  Groeperen



Al deze wetenswaardigheden werken ook bij Word en Excel!



8. De diavoorstelling voorstelling bekijken

Om je diavoorstelling te bekijken, kan je

  • Ofwel kiezen uit het menu : DiavoorstellingVoorstelling weergeven

  • Ofwel door te kiezen uit BeeldDiavoorstelling

  • Ofwel klikken op de knop

  • Ofwel door te klikken op het kleine knopje onderaan links op je horizontale schuifbalk.

  • Ofwel door op F5 te drukken!
    Mogelijkheden genoeg dus.

Je gaat naar de volgende dia door op enter te drukken of met de linker muisknop te klikken.

Ook de toetsen Page up Page down werken in dit geval.

Je onderbreekt de presentatie met de Escape –toets.

Bij F5 begint de voorstelling altijd bij de eerste dia, bij de andere mogelijkheden bij de geselecteerde dia.



9. Dia’s van plaats veranderen, wissen



  • Je verandert dia’s van plaats door ze met een ingedrukte linkermuisknop te verslepen van plaats in het linker overzichtsvenster.

  • Je kan ook de dia wegknippen met de sneltoets Ctrl X , de cursor op een andere plaats te zetten en plakken met de sneltoets Ctrl V.

  • In plaats van de sneltoetsen kan je eveneens gebruik maken van het menu: Bewerken Knippen / Plakken.

  • Met de rechter muistoets kan je kiezen uit een snelmenu om te knippen en plakken.

  • Ook de knoppen uit de werkbalk helpen je met dit knip en plakwerk

Wissen doe je door een dia te selecteren in het overzichtsvenster en op de Delete-toets te drukken.

Ongedaan maken kan je door te klikken op de knop Ongedaan maken of met de sneltoets Ctrl Z





10. Ontwerpsjabloon toepassen

Klik in het linker overzichtsvenster met de rechter­muisknop en kies uit het snelmenu “Diaontwerp…”.



Diaontwerp kan je eveneens kiezen uit het menu Opmaak

Of selecteren door op de knop in de werkbalk te klikken.



Je bekomt in het rechter taakvenster een schat aan ontwerpsjablonen. Probeer ze even uit.

Elk sjabloon kan je ook in en ander kleuren schema weergeven. Klik hiervoor op “kleurenschema’s” bovenaan het linker taakvenster.

Je kan elk sjabloon eveneens voorzien van een kleine animatie.



Wees echter zuinig met de animatie bij elke overgang naar een andere dia. Beperk eventueel de animatie tot het openingsscherm.



11. Diaovergangen

Je kan de diaovergangen eveneens aanpassen naar eigen smaak.

Klik met de rechtermuisknop in het linker overzichtsvenster
en kies Diaovergang…

Dit item kan je eveneens vinden in de menubalk:


Diavoorstelling Diaovergang…

  • Je kan de overgang toepassen op de geselecteerde dia of op alle dia’s.

  • Je kan de snelheid van de overgang aanpassen.

  • Je kan de overgang met geluid begeleiden.

  • Je kan de overgang laten plaats vinden met een muisklik (of entertoets) of automatisch.

Ook hier geldt het moto soberheid voor alles!



12. Aangepaste animatie

Wil je elke dia tijdens de presentatie opbouwen dan klik je met de rechtermuisknop op een object van die dia en je kiest voor Aangepaste animatie…
Je vindt dit item ook in het menu Diavoorstelling

Elk effect heeft enkele varianten (snelheid, richting, bij klikken..)

Je kan meerdere animaties aan één object toekennen.

Je kan de volgorde van de animaties wijzigen.





13. Acties instellen



Je hebt bij PowerPoint de mogelijkheid om een object te laten oplichten en zelfs een geluid weer te geven wanneer je het object aanwijst tijdens de presentatie.
Klik met de rechtermuisknop op het object en kies
Actie-instellingen… en kies het tweede tabblad: Muisaanwijzer op object

Je kan een object verbinden met een andere dia met het eerste tabblad uit het menu


Actie-instellingen.



14. Linken



  • Je kan een object (bijvoorbeeld een actieknop) linken aan een andere dia (“home”) Je kan de actie instellen door op het object te klikken met de rechtermuisknop en te kiezen voor:
    Actie-instellingen.

  • Je kan een object verbinden met een ander bestand (tekst, figuur, rekenblad, databank, muziek, filmpje, een andere PowerPoint show..

Plaats vooraf je extra bestanden in dezelfde map als je presentatie. Wanneer je de PowerPoint-presentatie op verplaatsing moet weergeven, vergeet dan niet die extra bestanden mee te nemen op je stick, diskette, cd..

Klik op het object met de rechtermuisknop. En kies Hyperlink..


Je vindt de knop “hyperlink” eveneens in de werkbalk
Klik op het bewuste bestand zodat dit in de adresblak verschijnt.

  • Je kan een object eveneens een hyperlink geven naar het “World Wide Web”. Zorg ervoor dat het adres volledig in de adresbalk wordt weergegeven (http://www.google.com)

Het is handig om bij die links eveneens wat informatie te geven, zodat je een jaar later (of een andere gebruiker) weet waar die link naar verwijst. Klik hiervoor op de knop Scherminfo

Wanneer je tijdens de presentatie klikt op een object met een link, opent PowerPoint het bestand en het bijhorend programma. Je sluit de toepassing op de klassieke manier:
(klik op sluiten
x of Alt F4).



15. Powerpoint show

Wanneer je presentatie af is kan je ze ook opslaan als een show. Wanneer je het bestand opent start de presentatie onmiddellijk. Jijzelf noch een ander kunnen er nog iets aan veranderen. Je bewaart dus best beide versies. Het bespaart je echter wel een groot gedoe bij het begin van je les of spreekbeurt.

Kies uit menu Bestand Opslaan als..


en kies in het dialoogvenster bij Opslaan als: voor PowerPoint-voorstelling (*.pps)



16. Hand outs

Wanneer je voor jezelf of je klas een papieren versie van je presentatie wilt. Kan je elke dia afzonderlijk uitprinten maar dit is een grote verspilling van papier en inkt. Beter lijkt het om te kiezen voor meerdere dia’s per blad met eventueel nog ruimte op het blad om notities te nemen.

Kies uit het menu Bestand Afdrukken ..


(of druk op de sneltoets Ctrl P)

Kies uit het dialoogvenster Hand-outs.


Je kan eveneens beslissen hoeveel dia’s je per pagina wil en of je ze in zwart-wit kleur of grijswaarden wil. Drie per pagina in grijswaarden en de dia’s “in frame” zijn de meest gangbare keuzes.

Je kan eveneens je notiepagina’s of een overzicht ( de titels van je dia’s afdrukken.





17. Hulp tijdens de constructie

Heb je een probleem tijdens het maken van de diavoorstelling? Druk F1!

Tik (als oefening) één van de volgende woorden in en laat PowerPoint je helpen

Diasorteerder


  • Weergaven in PowerPoint

  • Een dia met inhoudsopgave maken met koppelingen naar aangepaste voorstellingen

Notities

Hand-outs



  • Notities, hand-outs of een overzicht verzenden naar Word





18. Weetjes tijdens de presentatie

Muis met spoor / contrast

Snelkoppeling op bureaublad

Alt Tab


F1 tijdens voorstelling




18. Tenslotte: grafieken, diagrammen, organogrammen, filmpje

Druk op de sneltoets [Ctrl M] en kies uit het taakvenster de juiste dia.
Of kies uit het menu: Invoegen
Of klik op de bewuste knop in de werkbalk

S cholengemeenschap Dilbeek -Ternat






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina