John McLeod – An Introduction to Counselling. 4e druk 2009



Dovnload 0.77 Mb.
Pagina1/24
Datum27.08.2016
Grootte0.77 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   24

John McLeod – An Introduction to Counselling. 4e druk 2009

Samenvatting en vertaling door Renée Schoffelen. Juni 2010
>Hoofdstuk 1: een introductie in counsellen

Gewoonlijk kunnen we de problemen in ons leven aan. Soms hebben we hulp nodig. Counsellen is een goed hulpmiddel: snel, betaalbaar.

Een counseller stelt geen diagnose maar doet zijn/haar best naar je te luisteren en met je te werken om je probleem te begrijpen en op te lossen.

Voor de counseller is het werk bevredigend: je kunt een verschil maken in het leven van anderen. Het werk is uitdagend.


Counsellen omschrijven

Door aandachtig en geduldig te luisteren kan de counseller de moeilijkheden zien vanuit het oogpunt van de cliënt en hem helpen om kwesties helderder te zien of er anders tegen aan te kijken. Counselling biedt keuzes of verandering of verkleint verwarring. Het geeft geen advies en zal cliënten niet in een bepaalde richting duwen. De counseller kan de cliënt helpen het gedrag of de situatie waar hij problemen ondervindt in detail te onderzoeken en een gebied te vinden waar met verandering begonnen kan worden.


Enkele kern aannames:

-1) Counsellen kan alleen plaatsvinden als de persoon die hulp zoekt dat wil.

-2) Counsellen is niet gericht op symptoombestrijding maar op het mogelijk maken van een bevredigende manier van leven.

-3) Counsellen is gebaseerd op conversatie. Op actie door dialoog.

-4) Counsellen is afhankelijk van de relatie tussen counseller en cliënt.

-5) De gecounselde bezit krachten en hulpbronnen die gevonden kunnen worden.

-6) Counsellen is gegrondvest op gewone menselijke kwaliteiten als luisteren, sensiviteit, integriteit, en vindingrijkheid.

-7) De gecounselde vraagt een ander tijd vrij te maken voor hem/haar om hem/haar de volgende zaken te geven die er in het dagelijkse leven niet altijd zijn:



A) Aanmoediging en toestemming om te spreken

B) Respect voor verschillen

C) Vertrouwen: wat gezegd wordt, blijft tussen counseller en cliënt.

D) Bevestiging: dit gebeurt door een relatie tot stand te brengen die gekenmerkt wordt door eerlijkheid, integriteit, zorg, geloof in de waarde van het individu, dialoog en samenwerking, reflectie, wederzijdse afhankelijkheid, algemeen nut.

-8) Counsellen vertegenwoordigt een gebied voor steun, reflectie en vernieuwing dat uniek is binnen de moderne maatschappij.

-9) De mogelijke resultaten van counsellen kunnen liggen op het gebied van:


      • oplossen van het oorspronkelijke probleem.

      • leren van nieuwe inzichten, vaardigheden of strategieën

      • sociale betrokkenheid.

-10) Counselling bestaat binnen een sociale en culturele context. Counseller en cliënt zijn sociale rollen.
De gecounselde zoekt actief en vindingrijk naar oplossingen voor problemen en ondergaat geen behandeling.

Embedded counselling is ingebed in een andere professionele rol: geestelijkheid, onderwijs, gezondheidszorg, sociaal werk, juridisch werk, personeelswerk en management etc.
De relatie tussen counsellen en psychotherapie

Psychotherapie zou gewoonlijk langer duren en een diepergaand, fundamenteler proces van verandering bij patiënten betreffen. Het zou meer in de medische context toegepast worden. Counsellen is duidelijk op de context gericht, op krachten gebaseerd en een pragmatische praktijkvorm. Counseling wordt ook gedaan door niet-professionele vrijwilligers. Psychotherapie is voorbehouden aan professionals.




De diversiteit van theorie en praktijk in counsellen.

De diversiteit kan toegeschreven worden aan het feit dat counsellen op kwam gedurende de 20e eeuw als respons op een mengeling van culturele, economische en sociale krachten. Door de flexibiliteit kan het reageren op een veelheid aan maatschappelijke problemen. Wat is er zoal:



  • Counsellingbureaus die worden betaald door de zorgverzekeraars

  • Gespecialiseerde counsellers voor AIDS, kanker, Alzheimer etc

  • Verbintenissen en samenwerking met medische zorgverlening

  • Werkgerelateerde bureaus

  • Studiegerelateerde bureaus

  • Trauma verwerking zoals scheiding, verkrachting en verlies

  • Verslavingszorg

De doelen van counsellen

- Inzicht verkrijgen

- Relatie met anderen verbeteren

- Zelfbewustzijn ontwikkelen

- Tot zelfacceptatie komen

- Zelf actualisatie of individuatie

- Verlichting en spirituele ontwikkeling

- Problemen oplossen

- Psychologische educatie en gedragscontrole

- Verwerven en trainen van sociale vaardigheden

- Cognitieve denkwijze veranderen

- Gedragsverandering bij zelfdestructief gedrag

- Systemische verandering binnen families

- Innerlijke kracht ontwikkelen

- Herstellen van vroeger inadequaat gedrag

- Bijdrage aan maatschappelijke belangen.
Counseling als een interdisciplinaire praktijk


  • De term psychologische therapieën wordt gebruikt om het veld te beschrijven. Door de sterke banden met psychologie en psychiatrie kan counselling gezien worden als een toegepaste wetenschap.

  • Een aantal belangrijke ideeën van counsellen komen uit de filosofie zoals het onbewuste. Fenomenologie en het idee van authenticiteit komen uit het existentialisme.

  • Invloed is er ook vanuit de religie en de zoektocht naar spiritualiteit (Jung). Counsellen is joods-christelijk georiënteerd al komen er ook invloeden van het zenboeddhisme voor en mindfulness.

  • Er is invloed vanuit de kunsten. Gebruik van methoden en technieken van drama, beeldhouwen, dans om expressie te geven aan gevoelens en relatiepatronen. Idem literatuur: gebruik van (auto)biografie, dagboek schrijven en bibliotherapie

  • Meest recent zijn de milieu en omgevingsstudies

  • Het is een holistische manier van werken door de synthese van wetenschap, filosofie, religie en kunst.

Conclusies

Counsellen is een activiteit die opkwam binnen de Westerse geïndustrialiseerde maatschappij in de 20e eeuw als een manier om de individuele mens sterker te maken en te beschermen tegenover de eisen van de grote bureaucratische instituten en kapitalistische economische systemen.

>Hoofdstuk 2: De culturele en historische oorspong van counsellen.

Inleiding

In alle tijden en maatschappijen zijn er mensen geweest die in emotionele, psychologische of gedragsproblemen raakten. Iedere maatschappij heeft daar wel zijn manieren voor gevonden om hiermee om te gaan.


De handel in krankzinnigheid (lunacy)

Tot aan ± 1700: Mensen die ernstig gestoord waren of krankzinnig werden getolereerd als deel van de gemeenschap. Minder ernstige vormen werden behandeld door een plaatselijke priester. Rol van biecht en penitentie was belangrijk.

De industriële revolutie: wetenschappelijke waarden vervangen die van de religie. Er is sprake van veranderingen in de sociale structuur, in de relationele sfeer, fragmentatie van het familieleven, lange werkdagen. Kapitalisme vereist enerzijds een rationele benadering, anderzijds de controle van (seksuele) impulsen, de ontwikkeling van arbeidsmoraal, persoonlijke autonomie en onafhankelijkheid. Er vind een verschuiving plaats van traditie naar individualisering (innerlijke richting).

In een traditionele context is de sociale controle is gebaseerd op gevoelens van schaamte bij het vertonen van niet sociaal gedrag.

Door urbanisatie er is meer anonimiteit. Sociale controle wordt geïmplementeerd door verinnerlijkte normen en een gevoel van schuld bij overtreding van die normen. Problemen liggen op het bordje van de individu, niet meer van de gemeenschap.

Mechanisatie en winstbejag maken dat er geen ruimte meer is voor oude, zieke, arme of krankzinnige mensen: de staat gaat de zorg hiervoor op zich nemen en er ontstaan werkhuizen. Al snel blijkt dat de krankzinnigen daarbinnen niet kunnen verblijven en

vanaf 1845 bestaan er asylums, krankzinnigengestichten. Dat is de eerste systematische betrokkenheid van de staat bij de zorg voor en controle van geesteszieken. Eerst waren het vooral opbergplaatsen en werd er niets gedaan voor de bewoners. Vanaf ± 1900 realiseert de medische stand zich dat er geld verdiend kan worden aan de krankzinnigen. Er is dan een verschuiving van moraal en religie naar wetenschap in de benadering van zieken. Wreedheid werd steeds minder geaccepteerd.

Het merendeel van de bewoners van die krankzinnigengestichten waren vrouwen. Ze werden daar vaak opgesloten als ze ‘onaangepast’ waren, niet wilden trouwen bijvoorbeeld.

Enkele conclusies over het soort zorg dat mensen met emotionele problemen kregen in de moderne geïndustrialiseerde maatschappij:


  1. Emotionele problemen en gedragsproblemen werden gemedicaliseerd.

  2. Er ontstond handel in krankzinnigheid door de marktwerking.

  3. De krankzinnigen werden verworpen en wreed behandeld en de sociale controle was groter.

  4. De diensten werden door mannen gecontroleerd en gebruikt om vrouwen te onderdrukken.

  5. Wetenschap verving religie als kader.


De opkomst van psychotherapie

Eind 19e eeuw: De krankzinnigen werden nu geesteszieken genoemd en vanuit de psychiatrie ontstond een nieuw specialisme psychotherapie: “de genezing van het lichaam door de geest, geholpen door de invloed van de ene geest op de ander.” (Van Eeden in Amsterdam)

Er werd gebruik gemaakt van hypnose bij bijvoorbeeld hysterische patiënten.

Twee aspecten van deze toepassing zijn nog steeds van belang:



  1. het belang van de goede dokter – patiënt relatie. Anders werkt hypnose niet.

  2. toegang verkrijgen tot het onbewuste.

Sleutelfiguur in de overgang van hypnose naar psychotherapie was Freud. De context waarin hij zijn ideeën ontwikkelde, kenmerkte zich door:

    • Individuele sessies met een analist.

    • Biologische theorieën die al uit gingen van een levensenergie (libido).

    • De overtuiging dat emotionele problemen een seksuele oorzaak hebben.

    • Het idee van het onbewuste.

Freud was in staat al deze ideeën in een coherent theoretisch model te voegen. Hij ging er van uit dat iedereen min of meer neurotisch is.

De vroegste ontwikkeling van de psychoanalyse in Engeland wordt geassocieerd met de elitaire literaire Bloomsbury groep. Pas toen de psychoanalyse naar Amerika verhuisde werden psychotherapie en later counsellen breder toegankelijk.


Psychotherapie als reactie op het ‘lege zelf’

Historicus Cushman beschrijft in 1990:

De USA was een nieuwe natie waarin de 19e eeuwse bevolking werd onderworpen aan massieve sociale verandering en transformatie. De mensen moesten zich aanpassen aan de eisen van het economische systeem. Ze moesten ook zichzelf verkopen.

Er was een enorme sociale mobiliteit, sociale structuren als familie en gemeenschap verdwenen en daarmee het gevoel belangrijk te zijn en ergens bij te horen.

Cushman noemt dit het sleutel begrip van het ‘lege zelf’: een opvallende afwezigheid van gemeenschap, traditie en gezamenlijke betekenis. Dat vertaalt zich in een chronische emotionele honger waardoor er enorm geconsumeerd en gekocht wordt ter compensatie.

Hier uit ontstond volgens hem de psychotherapie én het consumentisme/ adverteren.

Je kunt kiezen of je naar een therapeut gaat of een nieuwe auto koopt.
Pfister (1997) onderzocht de rol van muziek: veel therapeutische folkrock diende als culturele soundtrack die het wite psychologische individualisme aan de man bracht.
De groei van psychotherapie in de USA.

Context:


  • Toen het fascisme opkwam vertrokken Ferenczi, Rank en Erikson naar de VS. Ze vonden daar een gewillige groep cliënten.

  • Door de sociale mobiliteit in de USA zoeken veel mensen bevredigende relaties of een veilig gevoel van persoonlijke identiteit.

  • De American dream gaat er vanuit dat ieder zich kan verbeteren. En benadrukt het najagen van geluk als een legitiem levensdoel.

  • Psychotherapie biedt een methode van radicale zelfverbetering aan.

  • Er is al een sterke traditie van toegepaste psychologie (Watson). Bij voorbeeld: psychologische tests in onderwijs en bij de selectie van werknemers.

  • Freud’s denken moest echter wel veramerikaniseerd worden. Freud kwam uit een hiërarchische, klassengedomineerde samenleving. Hij werd opnieuw geïnterpreteerd door o.a. Rogers, Berne, Ellis, Beck, Maslow.

Op academisch niveau is er weerstand tegen de psychoanalyse omdat men het behaviorisme was toegedaan. Degene die psychoanalyse gebruikten, moesten vaak buiten de universiteiten, in eigen praktijk of in ziekenhuizen werken. Veel theorieën en benaderingen van counsellen zijn ontwikkeld in eigen praktijken.

Rogers, Berne en Ellis ontwikkelden onderscheiden vormen van Amerikaanse therapie.

Een van Rogers’ grote bijdragen was dat hij een een systematische methode van onderzoek van het therapeutisch proces en de resultaten uitvond en zo respect en de status van toegepaste wetenschapper verwierf.

Na de tweede wereldoorlog kwamen veel soldaten thuis met psychisch letsel. De cliënt gerichte therapie van Rogers was de meest geloofwaardige vorm die voorhanden was, kort en betaalbaar en therapeuten konden relatief snel worden opgeleid. Er werd flink geïnvesteerd en in de jaren 50 was de cliënt gerichte therapie dominant in de VS.

Cliënt gerichte therapie deelde met psychoanalyse dat het werd opgebouwd rond het exploreren van het zelf en de zoektocht naar het ware zelf.


Box 2.1 van Psychotherapie naar Psychotechnologie: hoe therapie hervormd wordt door geleide zorg (managed care)

Door de steeds grotere druk op het budget van de gezondheidszorg ontstaat managed care : een rantsoen op de hoeveelheid zorg die iemand mag ontvangen. In de geestelijke gezondheidszorg betekent dat psychotechnologie: meer aandacht voor technieken en meetinstrumenten dan voor een helende relatie. Cushman noemt het accepteren van deze vorm van zorg door het publiek de volgende stap in de evolutie van het ‘lege zelf’ naar een reeks oppervlakkige meervoudige zelven.
De secularisatie van de maatschappij

Het afnemen van aantallen geestelijken en de toename van counsellers gaat gelijk op. Geloof wordt vervangen door geloof in counsellers. Existentiële levensvragen worden bij de counseller gesteld. Sommige therapievormen lijken op een geloof.

Er kan een parallel gezien worden tussen de biecht en therapie hoewel de meeste theorieën weinig beweren over religieuze en spirituele dimensies. Ze zijn meer ingebed in de wetenschappelijke visie op de wereld.
De rol van Carl Rogers.

Bij hem zijn invloeden van religie en wetenschap vast te stellen. Invloed van het protestantse geloof blijkt uit de nadruk op het vermogen van ieder individu om eerder met behulp van gevoel en intuïtie dan door doctrines of rationaliteit te komen tot een persoonlijk begrip van zijn bestemming.

De aandacht gaat meer uit naar het gedrag in het heden dan in het verleden.

Amerikaanse invloeden zijn: wantrouwen tegen experts of autoriteiten, nadruk op de methode in plaats van op de theorie, nadruk op de behoefte van het individu boven gemeenschappelijke sociale doelen, gebrek aan interesse voor het verleden, waardering van onafhankelijkheid en autonomie.


Box 2.2 De rol van psychotherapie in oorlogstijden

Onder totalitaire regimes is psychotherapie gecompromitteerd omdat niemand eerlijk durft te zijn uit angst voor de autoriteiten. Dat was zo in Duitsland, Chili, Argentinië en de Sovjet Unie.

Psychotherapie heeft een democratische pluralistische cultuur ontwikkeld, veel van de basisgedachten lijken op de democratische principes.
Psychotherapie in haar culturele context

De belangrijkste culturele thema’s die de historische ontwikkeling van psychotherapie hebben gestimuleerd zijn:



    • Groeiend individualisme en verdwijnen van collectieve manieren van leven

    • Een gevoel van fragmentatie in het zelf gevoel

    • Druk om rationeel te handelen en emoties te onderdrukken

    • De behoefte een identiteit te construeren

    • Het vervangen van sprituele/religieuze systemen door wetenschappelijke

    • Nadruk op medische oplossingen voor sociale en persoonlijke problemen

    • Groeiend consumentisme als bron van betekenis en identiteit

Freud legde de seksuele onderdrukking van de Victoriaanse tijd bloot, Rogers (ea) schreef over de verwarring rond zelf en identiteit door de economische groei na de 2e wereldoorlog. Hedendaagse therapeuten vragen aandacht voor de gevoelens van depressie en hopeloosheid die bij deze maatschappij lijken te horen.

Aan de sociale constructie van psychotherapie liggen twee gedachten ten grondslag:



  1. Je ongelukkig voelen is slecht, iedereen verdient het gelukkig te zijn.

  2. Ongelukkig zijn kan opgelost worden door het individu te veranderen.

Gergen schreef hierover dat de taal van psychotherapie er een is van gebrek: de duizenden dingen die er mis kunnen zijn met een individu. Vandaar het enthousiasme over CBT technieken die dat snel lijken te verhelpen.
Box 2.3 Het concept postmoderniteit: een perspectief op de aard van het hedendaagse sociale leven.

In de laatste 20 jaar heeft er een grote verandering plaats gevonden in de manier waarop mensen zich tot elkaar verhouden en de wereld zien. Deze nieuwe postmoderne culturele beweging kenmerkt zich door een sceptische positie ten opzichte van de ‘grote verhalen’, totaliserende ideeën die de waarheid in pacht lijken te hebben, zoals marxisme, psychoanalyse, christendom etc. Die worden ingeruild voor meer gerelativeerde, genuanceerde en lokale kennis. Nu alles globaliseert zijn de eenvormige autoritaire versies van de realiteit minder overtuigend voor mensen en ontstaat er een beweging die praktische ideeën die werken binnen groepen en gemeenschappen samenvoegt.
De opkomst van counsellen

Counsellen wordt volwassen eind jaren 40. Het kan gezien worden als een uitbreiding van psychotherapie. Het vindt dan vooral plaats in onderwijs en in vrijwilligerswerk.

Psychotherapie vindt plaats binnen het medische circuit, uitgevoerd door professionals, counsellen vindt ook daarbuiten plaats en wordt ook door non-professionals uitgevoerd.

Vrijwilligers zetten groepen op om hulp te bieden bij o.a. verkrachting, verlies, homoseksualiteit, vrouwenmishandeling en kindermishandeling.

Ook op de werkvloer verschenen counsellers. De werknemers konden met hen praten over alle onderwerpen die hun functioneren in de weg stonden.

Hieruit blijkt wel dat counsellen ook voort komt uit sociale actiegerichtheid en minder uit een pathologische kijk op mensen en hun problemen.

Oorzaken van de groei van counsellen:


  • Het succes van die eerste counseldiensten die zich bezig hielden met een breed aanbod aan maatschappelijke problemen

  • In deze gefragmenteerde maatschappij leven veel mensen die emotionele en sociale steun missen

  • Counseldiensten zijn binnen de gemeenschappen te vinden

  • Counsellen komt regelmatig gunstig in de media.

  • Counsellen wordt meer verspreid door mond op mond reclame dat het werkt, dan door wetenschappelijke bewijzen

  • Hulpverleners in de zorg hebben geen tijd meer om de luisteren naar cliënten. Dit aspect wordt overgenomen door counsellers.

  • Veel zorgverleners hebben counselvaardigheden geleerd en gebruiken die ingebed in hun werk of als vrijwilliger.

  • Veel counsellers zijn nogal ondernemend.

  • Counsellen is een zeer diverse activiteit die op veel manieren geleverd wordt: als vrijwilliger, in een privé praktijk, in sociale zorg, onderwijs, welzijn etc


Box 2.4 Morele behandeling- een vroeg voorbeeld van de praktijkvorm die de geest van counsellen vertegenwoordigde.

In 1796 stichtte de quaker familie Tukes een instelling die de Retreat heette.

Uitgangspunten waren: goed eten, beweging, contact. De omgeving was licht en vriendelijk. En er werd over problemen gepraat. Ze geloofden in de helende kracht van goede alledaagse relaties en in een innerlijk licht dat iedereen heeft.

Deze benadering werd de morele behandeling genoemd (het moreel versterkend). Het was gebaseerd op praktische probleemoplossingen en zorg en niet op ideologie of technologie.
Gevolgen voor de hedendaagse theorie en praktijk

Wat betekenen die historische factoren in het hier en nu voor counsellers?

1) Begrip voor het beeld dat mensen van counsellen hebben. Mensen komen naar counsellen met hun eigen idee van wat dat is. Hun beeld is gevormd door de media, cartoons, grappen, films en een ondergrond van angst dat er echt iets mis is.

2) De metaforen die ten grondslag liggen aan hedendaagse psychotherapie begrijpen.

Enkele metaforen: beest, machine, computer, botanische termen als groei etc

3) Bevestigen dat counsellen in een voortgaande traditie hoort met een duidelijke set waarden en gedragscodes. Niet-medisch, sociaal georiënteerd en pragmatisch.

4) Zonder historisch inzicht stelt hedendaagse kennis niks voor.

5)Het betekenis van de krachtige relatie in counsellen. Je beweegt je altijd op het snijvlak van controle en bevrijding. Wees je altijd bewust van conformistische neigingen en de macht die je hebt als counseller.


Box 2.5 een kritische blik

Er zijn ook stemmen tegen de rol van psychotherapie en counsellen om te leren omgaan met de druk van de hedendaagse wereld. Furedi en Smail noemen het een valse en destructieve respons op deze druk. Ze vestigen ook de aandacht op de opgeblazen claims van sommige therapeuten dat ze transformatie kunnen brengen en genezing. De individualisering van problemen zorgt dat maatschappelijke misstanden niet meer worden aangepakt. Masson noemt de enorme machtsverschillen.
Conclusie:

De cliënt heeft wellicht te maken met een gebrek aan specifieke informatie over de diverse benaderingen, een hoeveelheid culturele uitgangspunten die hij meeneemt, angst voor geestelijke ziekte, schaamte om hulp te vragen, het ritueel van de biecht, een beeld van de dokter als genezer.

De counseller heeft te maken met eveneens een hoeveelheid culturele uitgangspunten, de taal en terminologie en ideologie van de benadering waarin hij getraind is en de impliciete normen en waarden van zijn praktijk.

>Hoofdstuk 3: Theorie in counsellen: het gebruik van conceptuele tools om begrip te vergemakkelijken en tot actie te komen


Inleiding

Dit boek gaat uit van het standpunt dat psychotherapie zich baseert op een enkele benadering. Psychotherapeuten noemen zichzelf psychodynamisch of cognitieve gedragstherapeut bijv.

Counsellen is daarentegen baseert zich op een reeks aan theoretische benaderingen die uitgezocht worden op hun bruikbaarheid voor een bepaalde cliënt of groep. Zij noemen zich naar hun specialisme zoals rouw- en verlies counseller.

Counsellers moeten wel een reeks theorieën leren en bestuderen en zo een goed kader ontwikkelen om te kunnen kiezen.


Het begrip ‘benadering’

In de vorige hoofdstukken werd het domein van psychotherapie en counselling gekarakteriseerd als bestaande uit een reeks in elkaar grijpende tradities die zich bezighielden met het helpen van mensen die problemen in hun leven ervaren.

Ook de counselling traditie bestaat uit een complex systeem van ideeën en gedragingen met de volgende elementen:


  • Een georganiseerde en bij elkaar horende set begrippen of theorie.

  • Een taal of manier van spreken.

  • Een herkenbare set therapeutische procedures of interventies.

  • Een kennis gemeenschap, een dynamisch netwerk.

  • Een set waarden

  • Mythologie

Wat is een theorie

Er zijn drie opvattingen mogelijk:

1. Theorie als een gestructureerde set ideeën.

Een set ideeën of opvattingen probeert betekenis te geven aan een dimensie van de werkelijkheid. Het doet dat op formele wijze, in helder gedefinieerde termen, het is getest of kritisch geëvalueerd en is consistent met andere wetenschappelijke opvattingen.

Het werkt op drie niveaus van abstractie:



  1. op het niveau van observeerbare gegevens. Counselling theorieën hanteren eigen observatie-etiketten. Dat kan ondersteunend zijn voor de counseller maar draagt ook het risico in zich dat daardoor vooronderstellingen over de cliënt worden gevormd die veroorzaken dat belangrijke informatie wordt gemist

  2. op het niveau van veronderstellingen die een link leggen tussen de observaties. Dit is een bruikbaar niveau van de theorie voor in de praktijk. Het betreft tastbare oorzaak – en – gevolg effecten en geven de counseller een handvat over hoe hij veranderingen moet faciliteren.

  3. op het niveau van metapsychologie: filosofische vooronderstellingen. Constructen en concepten van hoger niveau kunnen niet zo maar los gezien worden van de filosofische vooronderstellingen van waaruit zij gevormd zijn. (bijvoorbeeld Freud – libido; of: Rogers – zelfactualisatie.)

Alle drie de niveaus zijn noodzakelijk om een theorie goed te leren kennen en toepassen. Helaas hebben maar weinig theorieën hun structuur helder gedefinieerd.

2. Theorie als een serie sociale handelingen.

Het is mogelijk een theorie van counselling te schrijven in de vorm van wetenschappelijke formules. Maar aan elke theorie, van elke wetenschap zit een sociale, menselijke kant: theorieën worden gevormd en onderhouden in wetenschappelijke gemeenschappen. Zonder daar van deel uit te maken is het niet mogelijk een theorie te begrijpen. In die gemeenschappen wordt de deelnemer gesocialiseerd om de wereld op een bepaalde manier of zaken aan te pakken.

Zo’n gemeenschap is georganiseerd rondom literatuur, tijdschriften en conferenties. Binnen deze gemeenschap ontstaat een ‘impliciete kennis’ die op informele en onbewuste wijze wordt opgepakt.

Voor counselling is deze sociale dimensie zeer belangrijk. Leren over counsellen houdt in: zien, horen en doen, deelnemen aan een training, supervisie ontvangen, de orale traditie bestendigen waarin de kennis van de ene praktijkbeoefenaar op de ander wordt overgedragen. Veel concepten kunnen slechts door het te ervaren worden begrepen.

Implicaties van het sociale aspect:



  • de orale traditie is altijd veelomvattender dan de geschreven traditie.

  • Het is beter te spreken van benaderingen dan van theorieën. Een benadering omvat o.a.: filosofische vooronderstellingen, stijl, traditie en impliciete kennis.

  • Theorie is als een taal. Er is niet een taal die beter is dan een andere maar soms is het gemakkelijker over bepaalde dingen te praten in een bepaalde ‘taal’.
    Als een theorie bijvoorbeeld geen taal heeft om in positieve bewoordingen over homoseksualiteit te praten worden homoseksuele en lesbische counsellers en cliënten tot zwijgen gebracht en uitgesloten.

3. Het doel van theorie: toelichting of begrip?

  • Vanuit een traditioneel, wetenschappelijk-technisch standpunt benadert een theorie een objectieve, externe realiteit. Het legt gebeurtenissen uit en voorspelt ze.

  • Er is ook een theorieopvatting die wil begrijpen: gebeurtenissen worden geïnterpreteerd om ze te begrijpen. Daar is een gevoelsmatige aanname van diverse factoren voor nodig. Deze benadering doet geen toekomstvoorspellingen maar stelt je wel in staat te anticiperen op de toekomst. Mogelijke motieven voor menselijke bedoelingen en keuzes worden geformuleerd (in tegenstelling tot het mechanistische beeld dat uitgaat van oorzaken en geen ruimte laat voor de menselijke keuze).

  • Counselling benaderingen claimen wel een wetenschappelijke status. Maar de oorzaak-gevolg basis van bij voorbeeld natuurkunde en scheikunde is niet mogelijk in counsellen. In dat laatste geval wordt vooral betekenis gegeven aan voorvallen die al hebben plaats gevonden. Daarin kunnen redenen vastgesteld worden waarom mensen iets doen, maar geen oorzaken.

  • 1982, Spence maakt het onderscheid tussen de narratieve waarheid (een verhaal waarmee de cliënt zijn leven beter kan begrijpen door een plausibel verhaal met mogelijke redenen voor actuele problemen neer te zetten) en historische waarheid (resultaat van onderzoek naar voorbije gebeurtenissen). Er kan objectief vastgesteld worden dat eerdere gebeurtenissen invloed hebben op latere.

  • 1979 Rorty stelt voor de vruchtbare metafoor van ‘het gesprek’ te gebruiken: een theorie moet opgevat worden als een doorgaand gesprek waarin de betrokkenen een theorie vormen, testen, bediscussiëren en verfijnen.

  • De trend nu is om theorieën te zien als een interpreteerbaar kader waarmee mensen beter begrepen kunnen worden.
    Risico: te veel relativeren en ontkennen van een objectieve werkelijkheid.

De huidige theorieën kweken meer begrip dan dat ze uitleg verschaffen
Waarom hebben we theorie nodig? Het gebruik van conceptualisering in de counselpraktijk.

Hebben we theorie nodig? Waarom dan? Hoe dan?



- Iets om je aan vast te klampen: structuur te midden van de chaos

  • De counseller heeft behoefte aan structuur in de chaos van het verhaal van de cliënt. De cliënt komt vaak met complexe en verwarrende verhalen, vol tegenspraak. Een poging tot een coherent verhaal te komen wordt niet meer ondernomen. Je kunt de controle verliezen bij het onderzoeken van pijnlijke ervaringen.

- Begrip bieden aan de cliënt

  • Recent is het inzicht ontstaan dat het voor cliënten ook waardevol is een theoretisch kader te verwerven waarbinnen zij hun problemen kunnen duiden. Zij kunnen die theorie dan in de praktijk toepassen. Vaak lezen cliënten al de nodige achtergrondliteratuur.

- Het construeren van de formulering van een casus

het formuleren van een casus bestaat uit de hypothese waar het probleem vandaan komt, de onderliggende factoren, wat houdt het in stand, wat zijn remmende factoren waar zitten hulpbronnen. Als er geen basis van theorie onder zit wordt het een lijst problemen.



- Professionele status verwerven

  • Werken vanuit een theorie werkt statusverhogend voor het beroep.

- Een kader voor onderzoek bieden

Onderzoek kan gezien worden als het delen van inzicht en begrip door de observaties en conclusies van een groot netwerk van onderzoekers samen te brengen.


Box 3.1 Metaforen in theorie

  • bouwen , structuur, kader

  • Verlichten, licht schijnen op

  • Vergrootglas

  • Spiegel

  • Gereedschap, handvat

  • Landkaart

  • Netwerk

  • Dialoog tussen perspectieven

- Het bouwen van een kennisgemeenschap

  • Veel praktijkkennis verwerven counsellers niet door een theoretische basis maar al doende, en door in gesprek te zijn met collega’s. Theorie presenteert vaak een lineaire, logische, gesystematiseerde versie in boekvorm. Maar de orale traditie van waaruit het schrijven komt bevat altijd een rijkere, begrijpelijkere, meer opengewerkte versie van wat er gedacht en geloofd wordt.

  • 1962 Gendlin. Veel counselling is gebaseerd op het vermogen van de counseller om zijn emotionele gevoeligheid in het belang van de cliënt te gebruiken.
    Gendlin bedenkt het model van de felt sense, de gevoelde betekenis: een lichamelijk, veelzijdig gevoelsgebied dat de persoon ervaart in reactie op gebeurtenissen. Het behelst alle mogelijke betekenissen die een gebeurtenis kan hebben voor een persoon. Maar deze betekenissen kunnen alleen bereikt worden door te symboliseren – gewoonlijk in woorden maar ook door beelden. Als het symbool de betekenis in het gevoel omvat is er het gevoel dat het ‘past’, dat het verheldert. Dat creëert ruimte voor andere betekenissen om te verschijnen. Deze benadering om ervaringen te begrijpen is zeer invloedrijk geweest in het persoongecentreerde counsellen.
    Dit model valideert het gebruik van een theorie. Een theorie heeft zowel een subjectieve waarde als een objectieve, wetenschappelijk bewezen waarde. Door zijn netwerk van taal en concepten stelt het counsellers in staat met elkaar te communiceren.

-Het onderscheid tussen theorie waarmee je getrouwd bent en gebruikte theorie

De gebruikte theorie (theory-in-use) beschrijft wat de persoon feitelijk doet.

De aangetrouwde, formele (espoused) theorie wordt gebruikt om te praten over wat er in het verleden gedaan is, vooral in communicaties met professionele collega’s.

Als je therapeut wordt is het belangrijk na te denken hoe je je bestaande theorie-in-use op een lijn brengt met de formele aangeleerde theorie van je opleiding.



- Conceptuele analyse: de betekenis van theoretische ideeën uitpakken.

Conceptuele analyse stelt de vraag: Wat bedoel je nu eigenlijk?

Cliënten gebruiken vaak woorden die we wel kennen, maar die misschien niet overeen komen met de manier waarop wij die woorden gebruiken. Het is dan handig de mogelijke betekenissen te onderzoeken.

Ook op professioneel gebied wordt er gebruik gemaakt van opvattingen als zelf en geestelijke ziekte, die iets anders kunnen betekenen.

Je kunt ook onderzoeken of aan elkaar verbonden woorden verschillende betekenissen hebben. Ego, persoon, identiteit, individu, zelf en zelfmutilatie, zelfactualisatie.

Zijn ego en zelf hetzelfde? Volgens Bach niet.

De techniek van conceptuele analyse is gereedschap dat niet genoeg gebruikt wordt en heeft veel te beiden bij het ophelderen van overeenkomsten en verschillen tussen de verschillende theorieën die bedacht zijn.
De diversiteit in theorieën over therapie

Er is een grote theoretische diversiteit en creativiteit in counsellen en psychotherapie. Er bestaan wel 400 verschillende benoemde benaderingen.

Die veelheid komt voort uit een aantal factoren

1)- Het historische ontvouwen van theorieën in psychotherapie

Verschillende theorieën komen op in verschillende tijden als reactie op verschillende sociale en culturele omstandigheden.

Geen van de hoofdmodellen is ooit verdwenen. In volgorde qua ontwikkeling:

Psychoanalyse, Cliënt gecentreerd, Gedrags, psychodynamische object relaties, existentieel, psychodynamische zelf theorie, RET, Familie/systemisch, gestalt, Transactionele analyse, CBT, feministische, multiculurele, psychodynamisch integratieve, filosofisch, verhalend, derde golf CBT, emotie gericht, postmodern.

Counselling en psychotherapie bestaan niet in een intellectueel, sociaal of professioneel vacuüm maar worden voortdurend herzien en gereconstrueerd als reactie op externe invloeden.


2)- De geestelijke gezondheidszorg industrie: merknamen en speciale ingredienten.

Alles therapeuten bieden in principe het zelfde: iemand om tegen te praten. In onze markteconomie is het een belangrijk marketingtool je te onderscheiden. Merknamen wekken vertrouwen en lijken kwaliteit te bieden. Je hebt Amerken (psychodynamische therapie bijvoorbeeld) en B merken zoals bijv feministische therapie.

O.i.v. de vraag naar de kostenbaten analyse consolideren benaderingen zich rond de voordeligste en snelste merknamen. (CBT)
Box 3.3 Het perspectief van de cliënt in de counselling theorie

Cliënten zijn ook vaak actief bezig met theorie. Ze lezen zelfhulpboeken (veelal CBT)of achtergrond boeken over bijvoorbeeld Rogers. Dat heeft invloed op de toewijding tot de therapie. Als therapeut kun je onderzoeken wat je cliënt al allemaal weet en je strategie opbouwen rond de aanwezige kennis.
3)- De beweging richting theoretische integratie.

De veelheid aan theorieën is zowel een kracht door de weelde aan ideeën waar je als counseller uit kunt putten, als een zwakte omdat de beroepsgroep zo gefragmenteerd is.

Sinds 1970 is er toenemende belangstelling voor theoretische integratie. De gedeelde factoren worden belangrijker. Zie hoofdstuk 13
4)- De persoonlijke dimensie van theorie

In counsellen en psychotherapie worden theorieën vaak met hun stichters geïdentificeerd. Freudiaans, Rogeriaans etc.

Daaruit blijkt de erkenning dat de theorie in meerdere of mindere mate de persoonlijkheid en wereldvisie van de stichter reflecteert.

Uit de theorie kun je soms halen wat hun eigen problemen in het leven waren, hoe hun jeugd verliep en tot welke klasse ze behoorden.

Magai en Haviland hebben daar uitgebreid onderzoek naar gedaan.

Elke therapeut maakt ook weer zijn/haar eigen statement op grond van zijn/haar eigen ervaringen.


Box 3.4 een theorie kiezen: een sleutelbegrip in je ontwikkeling tot counseller

Het vinden van een theorie mengsel dat zowel persoonlijk betekenis heeft als professioneel effectief is, is een terugkerende taak. Veel grote counsellers veranderden hun strategie of bleven nieuwsgierig op zoek naar nieuwe theorie.
5)- Therapie theorieën – gereedschap of waarheid?

Er is een scheiding tussen diegenen die de theorie opvatten als absolute waarheid over de wijze waarop de wereld in elkaar zit en degenen die de theorie zien als een gereedschap/hulpmiddel om de wereld te begrijpen.

Tot de eerst groep behoren de leidende figuren die hun werk in wetenschappelijk termen vatten en formele theorieën construeerden die de vorm van waarheden hebben.

Freud en Skinner bijvoorbeeld. En ook Rogers dacht dat de actualiseringneiging een waarheid was.

Als alternatief voor deze objectivistische benadering kun je een relativerend standpunt innemen, zoals de constructivisten bijv. Die vragen zich niet af of een theorie waar is maar of hij werkt.

Veel counsellers bekijken of een theorie of opvatting strookt met hun overkoepelende ideologie of hun beeld van een goed leven.


6)- De culturele nauwkeurigheid van therapietheorieën.

Niet-westerse culturen hebben hele andere theoretische systemen ontwikkeld om menselijk onbehagen en genezing te begrijpen. Zie hoofdstuk 11


7)- De rol van theorie in het counsellen

Psychotherapeutisch onderzoek is nog steeds grotendeels gebaseerd op de evaluatie van de effectiviteit van de interventies van een enkele theorie op bijzondere klinische aandoeningen zoals CBT voor angstaanvallen.

Binnen psychotherapie traint men in pure modellen.

De situatie in counsellen verschilt enorm



  1. Een substantieel aandeel in counsellen wordt geleverd door minimaal opgeleide vrijwilligers en paraprofessionals. Hun theoretische kennis is niet voldoende om te kunnen zeggen dat wat ze doen wordt geleid door formele theorie opvattingen.

  2. Counsel diensten worden gebouwd rond speciale sociale problemen en kwesties en niet rond aandoeningen als depressie. Counsellers moeten dus meer weten van de theoretische kaders die de sociale problemen verklaren. Hij/zij moet een breed repertoire aan theorie leren en gebruiken met daarin sociologische perspectieven.

  3. De geschiedenis, traditie en ethiek van counsellen is tegengesteld aan vaste ideologieën. Je werkt met een persoon of groep op een manier die zij snappen. Vaak is counsellen een tweede carrière later in ervaringrijk leven.

De neiging in de counselling wereld is om veel en breed te lezen en te studeren.
Conclusies

Als counseller blijf je je levenslang verder ontwikkelen. In het werken met cliënten ontdek je steeds gaten in je kennis.



  • welke theorie heb ik nodig?

  • Wat beschouw ik als een goed leven?

  • Welke metaperspectieven beïnvloeden me?

  • Welke theoretische taal spreek ik?

  • Welke opvattingen gebruik ik bij de volgende taken

a) inschatten of een cliënt klaar is voor counsellen

b) nadenken over gebrek aan vooruitgang

c) nadenken over het beëindigen van therapie

d) nadenken hoe ik emotioneel betrokken ben

e) de invloed van sociaal/cultureel milieu op de cliënt

f) de probleem ervaring van de cliënt begrijpen

- hoe coherent en consistent zijn is de theorie die ik gebruik

- wat laat theorie me doen

- begrijpt mijn cliënt de woorden die ik gebruik?

- hoe effectief kan ik me verplaatsen in cliënt?

- hoe gebruik ik supervisie

- in hoeverre reflecteren de theorieen die ik gebruik mijn persoonlijke ervaringen?

- Wat is mijn theoretische thuisbasis?
>Hoofdstuk 4: thema’s en onderwerpen in de psychodynamische benadering van counsellen.
Inleiding


  • Psychodynamisch counsellen legt een sterke nadruk op de vaardigheid van de counseller om te gebruiken wat er in de zich ontwikkelende relatie tussen hem en de cliënt gebeurt om het soort gevoelens en relationele dilemma’s die problemen veroorzaken in het dagelijks leven te exploreren.

  • Doel is inzicht en begrip te verwerven rondom de oorzaak en dit inzicht op een volwassen wijze toe te passen op huidige en toekomstige moeilijkheden.

  • Een veilige omgeving is voorwaarde.

  • Freud is grondlegger maar de praktijk heeft zich verder ontwikkeld tot een socialere, relatie-georiënteerde benadering. Counsellers noemen zich eerder psychodynamisch dan psychoanalytisch.


De oorsprong van psychodynamisch counsellen: het werk van Sigmund Freud.

Freud ontwikkelde de vrije associatie methode. Cliënten lagen op een bank en vertelden wat in hun op kwam. In die stream of consciousness zaten sterke emoties en verborgen herinneringen en seksuele ervaringen uit de kindertijd. Talking cure.

Uit de psychoanalyse ontwikkelde zich de psychodynamische benaderingen. Die delen de volgende uitgangspunten:



  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   24


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina