Jongeren(sub)culturen : Jongeren en jeugdbeweging



Dovnload 0.64 Mb.
Pagina1/7
Datum20.08.2016
Grootte0.64 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7




Jongeren(sub)culturen :

Jongeren en jeugdbeweging




Eliene Craninx

Ilse Emmers

Inge Goijens

Sofie Verstappen


    Inhoudsopgave

    1. KLJ p. 1



    1. Wat is KLJ? P. 1

1.2 Historiek p. 2

1.3 Structuur p. 3 - 4

1.4 Werking p. 4


    2. Chiro p. 5

2.1 Wat is Chiro? P. 5

2.2 Historiek p. 6 - 7



    1. Structuur p. 7 - 8

2.4 Werking p. 8


    3. Scouts en gidsen p. 9

3.1 Wat is Scouts en gidsen? p. 9 - 10

3.2 Historiek p. 10 - 11

3.3 Structuur p. 11 - 13

3.4 Werking p. 13




    4. KSJ–KSA–VKSJ p. 14

4.1 Wat is KSJ-KSA-VKSJ? P. 14

4.2 Historiek p. 15 - 16

4.3 Structuur p. 16 - 17

4.4 Werking p. 17 – 18

5. Conclusies p. 19 – 23




    6. Bijlagen p. 24 - 78

    1. Interview 12-jarig lid KLJ

6.2 Interview 15-jarig lid KLJ

6.3 Interview hoofdleider KLJ

6.4 Interview 12-jarig lid Chiro

6.5 Interview 15-jarig lid Chiro

6.6 Interview hoofdleider Chiro

6.7 Interview 12-jarig lid Scouts en Gidsen

6.8 Interview 14-jarig lid Scouts en Gidsen

6.9 Interview hoofdleider Scouts en Gidsen



    1. Interview 13-jarig lid KSJ

    2. Interview 16-jarig lid KSJ

    3. Interview hoofdleider KSJ

6.13 Interview 11-jarig lid KSA

6.14 Interview 16-jarig lid KSA



    1. Interview hoofdleider KSA

6.16 Ledenaantallen jeugdbewegingen

6.17 Bronnen


  1. KLJ




    1. Wat is KLJ?



KLJ, wat staat voor Katholieke Landelijke Jeugd, werd hoofdzakelijk opgericht voor kinderen en jongeren op het platteland. In totaal telt deze beweging zo’n 300 afdelingen, wat overeenkomt met zo’n 26 000 leden. KLJ is dan ook één van de grote jeugdbewegingen in Vlaanderen. Anders dan andere jeugdbewegingen richt de werking van KLJ zich ook op jongeren tussen 16 en 35 jaar, waardoor ze zich de grootste jongerenbeweging in Vlaanderen mag noemen.

Naast afdelingen in Vlaanderen telt KLJ ook zo’n 28 afdelingen in de Oostkantons, wat goed is voor nog eens 1600 leden.

De activiteiten van de KLJ situeren zich vooral in de vrije tijd. Het zijn dus grotendeels ontspannende activiteiten. Toch probeert KLJ ook activiteiten in te richten die de jongeren bewust leert kijken naar de maatschappij, de wereld, … Via deze activiteiten leren de kinderen en jongeren ook discussiëren, een eigen mening vormen, …


Hoewel er tussen de verschillende afdelingen wel wat verschillen zijn, zullen ze toch alleen proberen de algemene doelstellingen of missie van de beweging te realiseren.

Zo zijn er eigenlijk drie grote doelstellingen waarrond KLJ werkt:



  • KLJ wil jonge mensen samenbrengen. Hierbij ligt de nadruk vooral op het verenigen van de jongeren van een dorp.

  • KLJ werkt aan de persoonlijke vorming en aan de groepsvorming van de leden. Naast gewone activiteiten waar sowieso steeds een stukje vorming in zit, ontwerpt KLJ ook activiteiten rond verschillende maatschappelijke thema’s.

  • KLJ wil meewerken aan de opbouw van de samenleving. Zowel op nationaal als regionaal vlak neemt KLJ standpunten in. Op nationaal vlak is KLJ vertegenwoordigd in verschillende organen zoals bijvoorbeeld de Vlaamse jeugdraad. Daarnaast zetelt er ook vaak een vertegenwoordiger van een afdeling in de plaatselijke jeugd – en/of parochieraad.



1.2 Historiek
Het verhaal van KLJ begint in 1927. De traditionele Boerenbond en Boerinnenbond vonden het toen een noodzaak om ook een werking op te richten voor jonge boeren en boerinnen. Zo ontstond de BJB, de Boerenjeugdbond. De ontplooiing van land – en tuinbouwjongeren was het hoofddoel van deze werking.
Ontspanning werd na WOII steeds belangrijker. Zo ontstond er binnen de BJB ook een sportfeestwerking met vendelen en wimpelen. Deze sportfeestwerking bestaat tegenwoordig nog steeds en organiseert iedere zomer talrijke sportfeesten, waaraan heel wat afdelingen meedoen. Ook dansen maakt momenteel deel uit van deze sportfeestwerking.
Naar aanleiding van de sterke daling van het aantal land – en tuinbouwers krijgt BJB in 1965 een nieuwe naam: KLJ of voluit Katholieke Landelijke Jeugd.

Vanaf dat moment richt de vereniging zich dan ook vooral op de jongeren van het dorp.


Vanaf de jaren ’70 worden ook gemengde groepen opgericht, terwijl er voordien een aparte werking bestond voor jongens en meisjes.

Ondanks de daling van het aantal land- en tuinbouwjongeren blijft dit voor KLJ een belangrijke doelgroep. Daarom wordt er een aparte werking voor hun opgericht: de Groene Kring.


Sinds het ontstaan van de BJB zijn de +16-jarigen de belangrijkste doelgroep. De -16 werking werd dan ook voornamelijk beschouwd als een aanloop naar de +16.

Pas sinds de jaren ’80 waren er afdelingen met kinderen jonger dan 12 jaar. Deze werden op dat moment echter nog niet erkend door KLJ en waren dus ook niet verzekerd. In 1994 werd het bestaan van deze leeftijdsgroep toch erkend. Sindsdien is er dus een heuse -12 werking en worden ook zij beschouwd als volwaardige KLJ’ers.



1.3 Structuur
Een KLJ-afdeling staat er natuurlijk niet alleen voor. Ze maakt deel uit van een groot netwerk.
De afdeling

De afdeling op zich bestaat uit leden en leiding.

De leden zijn zowel jongens en meisjes en zijn tussen 6 en 35 jaar oud. Ze worden ingedeeld in 5 leeftijdscategorieën: -9, -12, -16, +16 en +20.

Naast de leden valt of staat een afdeling natuurlijk met de leidingsploeg. Dit is een groep geëngageerde jongeren die de verantwoordelijkheid van de KLJ-werking op zich neemt.


Het gewest

Het gewest verenigt afdelingen uit éénzelfde streek. In het gewestbestuur zetelen één of meerdere personen van een afdeling. Binnen een gewest kunnen 2 tot zelfs 11 afdelingen vertegenwoordigd zijn.

De taak van het gewest bestaat uit het organiseren van activiteiten voor leden en het opzetten van vorming voor leiders.
Het provinciaal bestuur

Op provinciaal niveau wordt er een provinciaal bestuur samengesteld dat maandelijks bijeenkomt. Dit bestuur bestaat uit de provinciale voorzitter en één vertegenwoordiger per gewest. Deze vertegenwoordigers noemt men de provinciale bestuursleden.

Naast het provinciaal bestuur worden er ook twee vrijgestelden aangeduid. Wanneer er in de provincie nog een provinciale proost is, maakt deze ook deel uit van het provinciaal bestuur. (in Limburg is dit nog het geval)

Het provinciaal bestuur geeft richting aan het provinciaal beleid, er wordt informatie uitgewisseld, men geeft advies aan het nationaal bestuur,…


Het nationale beleid
Op nationaal vlak bestaan er binnen KLJ 3 organen: de nationale raad, het nationaal bestuur en de nationale leiding.
De nationale raad komt jaarlijks een weekend samen. Het is zowat het parlement van de KLJ. In de nationale raad zetelen alle provinciale bestuursleden, de leden van het nationaal bestuur en de pedagogische beroepskrachten. De nationale raad is het hoogste bewegingsorgaan en heeft dus ook heel wat taken zoals bijvoorbeeld het vastleggen van de jaarthema’s, de driejaarlijkse beleidsnota,…
Het nationaal bestuur komt in tegenstelling tot de nationale raad maandelijks samen. Het nationaal bestuur is samengesteld uit de provinciale voorzitters, de nationale ondervoorzitters en de nationale voorzitter. Het nationaal bestuur geeft permanente sturing aan de jeugdbeweging en neemt de nodige beslissingen om het inhoudelijk beleid van KLJ in praktijk om te zetten. Het nationaal bestuur bepaalt ook welk standpunt KLJ in maatschappelijke debatten inneemt. Ten slotte is het nationaal bestuur ook bevoegd met het schorsen of schrappen van KLJ-afdelingen en/of KLJ-leden.
Het laatste orgaan is de nationale leiding. Dit is zo'n beetje de hoofdleiding van de KLJ. Het orgaan bestaat uit de twee vrijwillige nationale ondervoorzitters en de nationale voorzitter. Net zoals het nationaal bestuur vergaderen ze maandelijks.

De nationale leiding is eigenlijk het dagelijks bestuur van de jeugdbeweging. Zij zijn ook de officiële spreekbuis van de beweging.


1.4 Werking
Zoals eerder gezegd werkt KLJ met vijf leeftijdsgroepen: -9, -12, -16, +16 en +20.

Het is echter niet zo dat alle leeftijdsgroepen ook daadwerkelijk vertegenwoordigd moeten zijn binnen een afdeling. De afdelingen zijn vrij om afhankelijk van de situatie andere opsplitsingen te maken. Wel streeft KLJ er naar om steeds een werking op te zetten voor leden ouder dan 16. Dit was namelijk bij de oprichting van de beweging de belangrijkste groep. Ook in deze tijd vind KLJ het nog belangrijk om ook voor deze leeftijdscategorie activiteiten in te richten.


In tegenstelling tot Chiro of Scouts bestaan er bij KLJ geen afspraken rond tijdstip of ritme van activiteiten. De afdeling beslist zelf hoe vaak en wanneer ze samen komen.


Naast activiteiten binnen de eigen afdeling worden er ook activiteiten georganiseerd door het gewest. Ook vinden er vaste provinciale activiteiten (bv. Provinciaal volleybaltoernooi) en nationale activiteiten (bv. Landjuweel) plaats.



  1. Chiro


2.1 Wat is Chiro?


De Chiro bestaat uit een duizendtal groepen en een regionale en Vlaamse structuur die deze groepen ondersteunt. Hiermee is de Chiro dan ook de grootste jeugdbeweging van Vlaanderen en België.

Op dit moment telt de Chiro in België ongeveer 950-tal groepen wat overeenkomt met een ledentotaal van ongeveer 80 000.
Aangezien elke leeftijd een andere aanpak vraagt zijn de leden opgesplitst per leeftijd. Zo bestaat de Chiro uit 6 verschillende afdelingen:
- De Speelclub : 6 tot 9 jaar

In Chirogroepen waar er voldoende leiding is, wordt deze afdeling vaak in twee groepen gesplitst. De jongste zijn dan bijvoorbeeld de ribbels, maar ze kunnen ook sloebers, pinkels of pagadders heten.

- De Rawki’s : 9 tot 12 jaar

- De Tito’s : 12 tot 14 jaar

- De Keti’s: 14 tot 16 jaar

- De Aspi’s: 16 tot 18 jaar


Hoewel er verschillen zijn tussen de verschillende Chirogroepen, toch heeft men dezelfde doelen die men wil realiseren.

Het hoofddoel van de Chiro bestaat eruit om kinderen en jongeren, zonder onderscheid, in hun vrije tijd samen te brengen.

Aan de hand van spelen wil men hen ervaringen laten opdoen, leren samenleven, een kijk bieden op zichzelf en op de wereld.

Vervolgens wil deze jeugdbeweging ook streven naar een zogenaamde ‘ Chirodroom’ : een wereld waarin de Chirowaarden (samenwerken aan verbondenheid, respect hebben , niet pesten,… ) graag zien, rechtvaardigheid en innerlijkheid centraal staan.

Ten slotte wil deze jeugdbeweging jongeren aanzetten om zich te engageren in de buurt en in de samenleving. Men wil hun leden dus vormen tot geëngageerde en kritische wereldburgers.

Deze doelstellingen worden bereikt met behulp van de Chiromethoden : de participatieve, de gemeenschapsgerichte en de intuïtieve methode.




2.2 Historiek
Over het ontstaan van de Chiro bestaat er wat onenigheid dit komt omdat het ontstaan van de Chiro een proces is dat zich over een lange periode uitstrekt. Het is dus geen gebeurtenis die we op één tijdstip kunnen vastpinnen.
Halverwege de 19e eeuw waren er bepaalde parochies in Vlaanderen waar er 'patronaten' opgericht werden. Patronaten waren organisaties die op zondag de plaatselijke jeugd ontspanning wouden aanbieden. Het eerste patronaat werd opgericht in 1850, maar al gauw volgde andere parochies met de oprichting hiervan.
In deze patronaten vinden we duidelijk de eerste kenmerken van een Chirogroep terug: parochiaal georganiseerd, spelend bezig zijn, alle jongeren zijn welkom,...

Wel was er nog geen sprake van een nationale vereniging. De meeste patronaten werkten onafhankelijk van elkaar.


In de periode na de Eerste Wereldoorlog kwam er meer en meer samenwerking, ook op nationaal niveau.

In 1934 start E.H. Jos Cleymans met een radicale vernieuwing. Hij introduceerde nieuwe elementen zoals spelen in open lucht, de Christus-Koninggedachte, uniformen, kentekens,...

E.H Jos Cleymans wordt dan ook beschouwd als de 'stichter' van Chiro zoals we die nu kennen.

In 1936 werden er 'gewestelijke verbonden' opgericht, als tussenstap tussen 'nationaal' en de 'basis'. Deze gewestelijke verbonden waren de verre voorlopers van de huidige structuur met nationaal, regio's, verbonden, gewesten en groepen.


Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zorgde voor de nodige problemen maar toch hield dit de vernieuwing van de Chiro niet tegen.

Op Paasmaandag 14 april 1941 werd het definitieve startsein gegeven : er werd een eerste leidingsdag gehouden.

In 1946 volgde dan een officiële erkenning.

Op vrij korte termijn kende de Chiro een grote vooruitgang : het aantal groepen groeiden van 200 tot 500, er werden er cursussen georganiseerd, een gewestelijk kader werd uitgebouwd, …


In de jaren 50 werd de Chiro op verschillende vlakken verder uitgebouwd.
In een belangrijke toespraak op de landdag in 1961 werd de Chiro opengegooid: A.F. Peeters stelde dat de Chiro geen gesloten vereniging mag zijn maar dat ze smaak en kleur aan de omgeving moest geven.

Halverwege de jaren ‘60 was er sprake van allerlei veranderingen in de maatschappij, ook in de Chiro. Zo veranderde er in de periode '65 en '70 heel wat: namen, symbolen , vormen veranderden, voorstander van coëducatie (jongens en meisjes samen), …

In de jaren 70’ stuurde de Chiro zijn eigen methoden bij.

De Chiro zag zichzelf als een spelbeweging en als een maatschappijbeweging. Ze wilde tegen de stroom van de maatschappij ingaan. Heel wat veranderingen vonden plaats: nieuw uniform, jongens – en meisjeschiro kregen één structuur, …


In de jaren ’80 kreeg de Chiro het erg moeilijk. Er was sprake van een culturele en economische crisis die hun visie sterk onder druk zette.

In deze zwarte periode verloor de Chiro 20.000 leden en een honderdtal groepen.


Om deze moeilijke periode te boven te komen werden hun methoden opnieuw onder de loep genomen. Zo werd er o.a. werk gemaakt van een betere bekendmaking (vb: 1986 : Chiro lanceert een nationale affiche en folder).

De gevolgen van deze aanpassingen bleven niet uit: in de jaren ’90 breken er betere tijden aan voor de Chiro en zien ze hun ledenaantal weer toenemen.




    1. Structuur


In België vinden we een 1000-tal autonome Chiro-afdelingen.  Dit wil zeggen dat de leiding van elke Chiro-afdeling het heft, het initiatief en het beslissingsrecht in eigen handen heeft.


Maar een Chiro-afdeling staat er natuurlijk niet alleen voor. Om deze groepen te ondersteunen is er een Chirostructuur van gewesten, verbonden en een nationaal niveau.


Overzicht van alle Chiro-afdelingen in Limburg



De afdeling

De Chiro-afdeling bestaat enerzijds uit leiders en leidsters en anderzijds uit leden.

Aangezien elke Chirogroep verschilt is het moeilijk om hiervan een algemeen beeld te schetsen. Sommige groepen zijn gemengd, andere bestaan enkel uit jongens/meisjes, sommige hebben 15 leden terwijl andere 150 leden hebben, …

Wat wel vaststaat is dat de Chiroleden tussen de 6 en 18 jaar zijn. Ook worden de leden opgedeeld in 5 groepen. (zie hoofdstuk: Wat is Chiro?)


De hele werking van de Chirogroep wordt verzorgd door de leidingsploeg. Deze leidingsploeg bestaat uit jonge vrijwilligers die wekelijks vele uren vrije tijd in de Chirowerking steken. In de leidingsploeg worden er ook nog eens één of twee hoofdleiders gekozen. Zij zitten vergaderingen voor, bewaren het overzicht over hun Chiro-afdeling, …
Het gewest

Enkele groepen uit nabijgelegen steden en gemeenten vormen samen een gewest. In totaal ondersteunen 73 gewesten de Chirogroepen.

Deze gewesten krijgen ook elk een originele naam. Zo vormen 10 Chiro’s uit Genk samen het gewest Mejoge.

Het verbond

Een aantal gewesten samen vormen het verbond.  Er zijn ongeveer een 10-tal verbonden.


Regionale secretariaten

In elke provincie is er een secretariaat, waar de leiding terecht kan met allerlei vragen. 


Stads- en studentenwerkingen

In een aantal verstedelijkte buurten is het moeilijker om Chirogroepen draaiende te houden. Daarom vinden we in de een aantal grootsteden stadswerkingen terug (vb : Antwerpen, Brussel, …)

Ook bestaan er in een aantal grootsteden studentenwerkingen. Deze studentenwerkingen zijn opgericht om leiders/leidsters die door de week op kot zitten te helpen ontspannen en andere leiding te leren kennen.

Het nationaal niveau

Op nationaal niveau houden tientallen vrijwilligers en enkele beroepskrachten zich bezig de uitgaven, het verzorgen van cursussen, uitwerken van afdelingsactiviteiten, …



2.4 Werking
Zoals eerder vermeld worden de Chiroleden onderverdeeld in 5 leeftijdsgroepen: De Speelclub (6 tot 9 jaar), De Rawki’s (9 tot 12 jaar), De Tito’s (12 tot 14 jaar), De Keti’s ( 14 tot 16 jaar) en De Aspi’s (16 tot 18 jaar).

Het is echter niet zo dat we in elke Chiro-afdeling deze 5 leeftijdsgroepen aantreffen aangezien Chiro-afdelingen soms genoodzaakt zijn om andere indelingen te maken ( vb: tekort aan leiding).


De meeste activiteiten gebeuren per afdeling. Toch wordt er ook belang gehecht aan momenten met de hele Chirogroep.


De activiteiten van de Chiro vinden wekelijks plaats op zaterdag of zondag. De verschillende Chiro-afdelingen zijn ook hier weer vrij in.

Ook vergadert de leiding wekelijks. Meestal vinden deze vergaderingen vrijdagavond plaats.


Een aantal keer per jaar worden er ook activiteiten (vb. spel zonder grenzen) per gewest georganiseerd.


  1. Scouts en gidsen


3.1 Wat is Scouts en gidsen?

Scouts en gidsen is een jeugdbeweging in Vlaanderen die zich richt naar alle kinderen en jongeren vanaf 6 jaar. Er zijn zo’n 650 plaatselijke scouts – en gidsengroepen in Vlaanderen, wat overeenkomt met ongeveer 75.000 kinderen en jongeren die aangesloten zijn bij deze jeugdbeweging.


De activiteiten van de scouts en gidsen situeren zich vooral in de vrije tijd. Men organiseert dus voornamelijk ontspannende activiteiten voor de kinderen en jongeren. Toch zijn er ook enkele grenzen! Scouting is vrije tijd die niet vrijblijvend is. De spelen bevatten een boodschap en veiligheid staat voorop. Diversiteit en creativiteit staan op nummer één bij de Scouts en Gidsen.
De leden van Scouts en Gidsen Vlaanderen worden onderverdeeld in verschillende groepen op basis van hun leeftijd en op basis van hun geslacht. Bij deze jeugdbeweging bestaan zowel de landscouts als de zeescouts. Het merendeel van de jongeren is aangesloten bij de landscouts. Wanneer men in de volksmond over de scouts praat, denkt men ook onmiddellijk aan landscouts en weet men dikwijls niet dat de zeescouts bestaan. Hieronder staat een overzicht:





landscouts

zeescouts

leeftijd

jongens

meisjes

samen

jongens

meisjes

samen

6 – 8

kapoenen

zeehondjes

8 -11

welpen

kabouters

toto’s of wouters

zeewelpen

11 - 14

jongverkenners

jonggidsen

jonggivers

scheepsjongens

scheepsmeisjes

scheepsmakkers

14 – 17

verkenners

gidsen

givers

zeeverkenners

zeegidsen

zeegivers

17 - 18

jins of voortrekkers

loodsen

Deze jeugdbeweging heeft een ideaal voor ogen dat ze proberen te realiseren: een plaats geven aan jongens en meisjes waar ze samen kunnen opgroeien en zich ontplooien. Hier krijgt men de kans om een eigen visie en levenshouding te vormen en leren ze rekening houden met anderen. Scouting wil voornamelijk kinderen en jongeren aanzetten om hun eigen mogelijkheden te verkennen en om hun talenten te ontwikkelen. De methode die de Scouting gebruikt, berust op vijf basispijlers: engagement, dienst, medebeheer, ploegwerk en zelfwerkzaamheid.

De belangrijkste doelstellingen van de scouts zijn:


  • Scouting richt zich op kinderen en jongeren als individuen . Ze willen dat de kinderen zich amuseren bij de scouts.

  • Scouting richt zich op de groep in zijn geheel. Ze willen samen op pad gaan met een groep, omdat men zo het meeste leert van een ander.

  • Scouting richt zich op kinderen en jongeren in de samenleving. Door zich te leren inzetten voor de kwaliteit in de groep, leren Scouts en Gidsen ook hoe ze zich kunnen inzetten voor de kwaliteit in onze samenleving.


3.2 Historiek

Scouts en Gidsen kent een rijke geschiedenis. Het begon al ruim zo’n honderd jaar geleden toen Scouting opgericht werd door Robert Baden – Powell in 1907.


In 1910 waren de eerste sporen van Scouting in België zichtbaar. E.H. Petit richtte in Brussel de eerste katholieke scoutsgroep, Belgian Catholic Scouts, op. De niet – katholieke groepen verenigden zich in de Boyscouts de Belgique. In 1912 verving men de naam ‘Belgian Catholic Scouts’ in ‘Baden Powell Belgian Boy Scouts. In het jaar 1913 stichtte Georges de Hasque te Antwerpen de eerste Nederlandstalige scoutsgroep op dankzij de toestemming van de BPBBS (Baden Powell Belgian Boy Scouts). Op datzelfde moment ontstond ook de eerste katholieke meisjesafdeling van de scouts, Baden – Powell Belgian Girls Guides, onder leiding van M. Verpoorten in de Brusselse Marollenwijk.


In 1916 stichtte Georges de Hasque in Antwerpen de eerste katholieke Vlaamse groep van zeescouts op, de Baden – Powell Belgian Boy and Sea Scouts. Het ontstaan van taalproblemen en cultuurverschillen leidde tot een officiële splitsing van de BPBBSS in 1930. Deze scoutsgroep werd opgesplitst in twee federaties: de Nederlandstalige federatie (‘Vlaamsch Verbond der Katholieke Scouts’) en de Franstalige federatie (Fédération des Scouts Catholiques).
Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog vroeg het nationaal secretariaat van de VVKS (Vlaamsch Verbond der Katholieke Scouts) aan haar trouwe leden om zoveel mogelijk aan dienstbetoon te doen. Enkele gekende voorbeelden van sociale acties waren winterhulp, dienstbetoon aan behoeftigen in eigen rangen en hulp bieden aan kinderen van krijgsgevangenen en oorlogsweduwen. In deze periode werd scouting niet verboden, maar men mocht het uniform niet dragen.

De Katholieke Meisjesgidsen van België, KMGB, kreeg erkenning als zelfstandige beweging door het wereldbureau en besloot haar naam te veranderen in ‘Vlaams Verbond van Katholieke Meisjesgidsen’, VVKM. In het jaar 1973 verenigen het VVKM en het VVKS zich met elkaar. In 1982 richtte de verbondsraad VVKM – VVKS het ‘Vlaams Verbond van Katholieke Scouts en Meisjesgidsen’ op, het VVKSM. Rond de jaren 1980 verminderde de populariteit aanzienlijk van de traditionele jeugdbewegingen. Omwille van deze reden startte het VVKSM een nationale campagne.


Er werd een nieuw uniform verspreid voor alle leden van deze jeugdbeweging. Scouts en Gidsen Vlaanderen streeft ernaar dat iedereen kan deelnemen aan deze jeugdbeweging en daarom werd AKABE opgericht, wat staat voor ‘Anders kan best’. Deze organisatie is voor mindervalide jongeren opgericht.
Op het groepsleidingcongres, 24 april 2005, werd gesproken over de identiteit van het VVKSM. Men moet deze jeugdbeweging aanbieden in een vreedzaam en multicultureel Vlaanderen. Een jaar later, in 2006, besliste de Verbondsraad om de naam VVKSM te veranderen in Scouts en Gidsen Vlaanderen.
Sedert 2007 verwijst het logo van Scouts en Gidsen Vlaanderen door de schikking van de letters naar een steenman. Met dit logo wil men duidelijk maken dat men de scout al spelenderwijs doorheen avonturen gidst.
3.3 Structuur
Scouts en Gidsen is een grote jeugdbeweging en vraagt dus een degelijke organisatiestructuur zodat alles vlot kan verlopen. Onderling hanteren de leden van deze jeugdbeweging een samenhangend geheel van afspraken waaraan iedereen zich hoort te houden.
Groep
De plaatselijke scouts – en gidsengroepen zijn de basis van deze beweging. Elke groep mag zelf beslissen op welke manier men te werk gaat: gemend of niet gemengd, de planning en inhoud van de activiteiten, beheer van financiën, …

De groepsraad wordt voorgezeten door een groepsleid(st)er en deze raad bepaalt de werking van de groep. Behalve de groepsraad is er soms ook nog een oudercomité die een ondersteunende rol spelen. In de beweging wordt de jeugd geleid door de jeugd zelf. De belangrijke beslissingen worden door de groepsraad genomen.


District
Een district groepeert een tiental groepen uit dezelfde buurt. Alle groepleid(st)ers uit hetzelfde district zitten samen in de districtraad en stellen een districtcommissaris aan als eindverantwoordelijke. In totaal zijn er 56 districten.
Gouw
Een viertal districten vormen samen een gouw. Ook hier stellen de verschillende districtcommissarissen een eindverantwoordelijke aan. Scouts en Gidsen Vlaanderen telt 12 gouwen en vormt een belangrijke schakel tussen die districten en het verbond.
Verbond
Alle gouwen samen, 12 in totaal, vormen het verbond dat geleid wordt door een verbondsraad, waarin alle eindverantwoordelijken van de gouwen en districten vertegenwoordigd zijn. De taak van de verbondsraad bestaat erin het algemeen financieel en pedagogisch beleid van de jeugdbeweging te bepalen. Meerdere commissies, commissariaten, ploegen en diensten werken dat beleid concreet uit.
Hieronder staan de belangrijkste nationale besturen en commissies van deze jeugdbeweging op een rijtje:


  1. Verbondsraad: de algemene vergadering van Scouts en Gidsen Vlaanderen die het pedagogisch en financieel beleid vastlegt.

  2. Groepsleidingcongres: dit congres raadt de verbondsraad het meest geschikt beleid aan. De standpunten van dit congres zijn bepalend voor de werking van Scouts en Gidsen Vlaanderen.

  3. Verbondsbureau: dit bureau bestaat uit de verbondsvoorzitter, de verbondscommissaris en de verbondsbeheerder. Hun taak is de globale verbondenstructuur te coördineren.

  4. Verbondsbestuur: dit bestuur bestaat uit een beperkt aantal vertegenwoordigers van zowel de pedagogische als de beheersmatige sector van Scouts en Gidsen Vlaanderen. Deze vergadering voert het dagelijks beleid van de beweging, opgelegd door de verbondsraad.

  5. Verbondscommissie: dit is de ‘Nationale Leiding’ van de jeugdbeweging. Hun taak bestaat erin de pedagogische prioriteiten vast te leggen. De commissie wordt geleid door een verbondscommissaris.

  6. Pedagogische commissie: in deze commissie zitten alle eindverantwoordelijken van de pedagogische verbondsleiding. Hier diept men het pedagogisch beleid verder uit.

  7. Beheerscommissie: hier komen alle gouwbeheerders en beheersverantwoordelijken van de verbondsleiding samen. Hier coördineert men de uitwerking van het beheer in Scouts en Gidsen Vlaanderen en geeft advies inzake begroting en balans. Deze commissie wordt geleid door de verbondsbeheerder.


Wereldwijd
Deze jeugdbeweging vormt samen met het FOS (Federatie Open Scoutisme) het Scouts en Gidsenlandschap in Vlaanderen. In het Franstalige gebied in België vormen 3 federaties het Waals Scouts en Gidsenlandschap. In totaal zijn er 5 federaties die samen het G.S.B. (Gidsen en Scouts van België) vormen:


  • Scouts en Gidsen Vlaanderen

  • FOS (Federatie Open Scoutisme)

  • Les Scouts (Waalse Katholieke Scouts Federatie)

  • GCB (Guides Catholiques de Belgique)

  • SGP (Scouts et Guides Pluralistes de Belgique)

Wereldwijd hebben Scouts en Gidsen een aantal overkoepelende organisaties waar ze bij aangesloten zijn:




  • WOSM (World Organisation of the Scouts Movement)

  • WAGGGS (World Association of Girl Guides and Girl Scouts)

  • WOSM Europe (de Europese afdeling van WOSM)

  • WAGGGS Europe (de Europese afdeling van WAGGG)


3.4 Werking
Zoals eerder vermeld worden de Scoutsleden opgedeeld in verschillende groepen op basis van hun leeftijd en op basis van hun geslacht. Scouting is tot op heden de enige jeugdbeweging met een aanbod voor kinderen en jongeren met een handicap. Er zijn een aantal groepen voorzien met een specifieke tak, bij de andere groepen doen ze gewoon mee met de andere takken.
De meeste activiteiten gebeuren per afdeling, maar er wordt ook aandacht besteed aan activiteiten met de hele groep. Om de twee weken worden er op zondag activiteiten van Scouts en Gidsen georganiseerd. De leiding vergadert meestal elke vrijdagavond om de activiteiten, kampplaats zoeken, … te bespreken.
Naast activiteiten binnen de eigen afdeling, organiseert Scouts en Gidsen Vlaanderen zelf een aantal grote projecten of neemt er aan deel, zoals bijvoorbeeld Flamboree. Dit is een internationaal scouts- en gidsenkamp waar zo’n 1500 Scouts en Gidsen over de hele wereld aan kunnen deelnemen.


  1. KSJ–KSA–VKSJ





  1   2   3   4   5   6   7


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina