July 18, 2006 section: Economie; Pg. 12 Length



Dovnload 11.19 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte11.19 Kb.
Top of Form

Bottom of Form


Copyright 2006 PCM Uitgevers B.V.


All rights reserved

NRC Handelsblad


July 18, 2006


SECTION: Economie; Pg. 12



LENGTH: 1130 woorden

HEADLINE: Nederlander moet vooral niet schrikken van een kwade Roemeen;
zomerserie: Nederlanders in het buitenland 'zo zijn onze manieren'

BYLINE: Tijn Sadée

BODY:

Veel Nederlandse bedrijven trekken naar Roemenië waar het 'pure, avontuurlijke ondernemen nog mogelijk is'. De Roemeen op zijn beurt went maar moeilijk aan het ongeduld van de Hollander. Deel 6 van een serie.

Er waren problemen ontstaan bij de aanleg van de badkamers in het Rembrandt Hotel in Boekarest. De Nederlandse horecaondernemer Jerry van Schaik, die naast het hotel ook grand café Amsterdam in de Roemeense hoofdstad onder zijn hoede heeft, belde de verantwoordelijke aannemer. Of die kon uitleggen wat er met de badkamers mis was gegaan. "Vijf minuten later stond de aannemer briesend van woede in de hotellobby", zegt van Schaik. "Gelijk in de aanval! Maar na vijf minuten was de bui over, en konden we weer zaken doen."

Het voorval besprak Van Schaik met zijn Roemeense business coach. "Die stelde me gerust. 'Dit is de typische Balkan-manier van ondernemen', zei hij. 'Eerst trommel je flink op je borst, en laat je zien hoeveel kloten je hebt. Intimidatie speelt hier een cruciale rol. Maar je moet de Roemeen even laten uitrazen. Pas daarna is er ruimte voor onderhandelen'."

Bij aanvang van zijn Roemeense avontuur ergerde Van Schaik zich groen en geel aan de Roemeense manier van doen. "Waarom neemt niemand het initiatief om een kapotte lamp te vervangen" Uit frustratie besloot hij een Roemeense business coach in de arm te nemen. "Iemand die me helpt bij het leren kennen van de lokale cultuur. Ik moet in de geest van de Roemeen kruipen. De coach fungeert als een soort bedrijfspsycholoog. Hij luistert vooral. En legt uit waarom de dingen hier zo gaan."

Zoals Van Schaik trokken de laatste tien jaar veel Nederlandse ondernemers naar Roemenië. Omdat 'hier nog het pure, avontuurlijke ondernemen mogelijk is', zeggen veel Nederlanders. De meesten kiezen voor de noordwestelijke regio Transsylvanië. "Daar heerst toch meer orde", zegt ICT-ondernemer Cor Geertsma die er een dochteronderneming opzette. Volgens Geertsma, tevens voorzitter van de Dutch Business Club in Transsylvanië, heeft het te maken met de erfenis van de Duitse kolonisten die zich in het verleden in de streek vestigden en er de 'typisch Duitse discipline' introduceerden. Geertsma: "Maar ga je meer naar het zuiden van Roemenië, naar Boekarest, dan tref je de chaos van de Balkan aan."

Op het terras aan het Plein van de Rozen, in de Transsylvanische stad Târgu Mures, doet Herman van der Veen een voorzichtige poging tot zelfanalyse. "Natuurlijk noemen ze mij 'die rare Hollander'. Je doet dingen die volgens jou volstrekt logisch zijn, maar waarmee de Roemeen slechts de spot drijft."

Drie jaar geleden kwam Van der Veen (35) naar Târgu Mures om er een webdesignbedrijf op te zetten. Hij heeft inmiddels twintig man in dienst. Zijn bedrijf, Camel Web Creations, maakt onder andere websites voor de internationale Pampers-verkoopafdeling van Procter & Gamble.

In Nederland was Van der Veen verliefd geworden op een Roemeense, die hem af en toe voor familiebezoek meenam naar haar vaderland. Van der Veen zag er mogelijkheden. Het was voor zijn vriendin even slikken. "Zij was juist vertrokken uit Roemenië, omdat ze daar géén toekomst zag. En nu moest ze terug, omdat ik een plan had. Ze is, met tegenzin, meegegaan."

Roemenië, dat kandidaat is om in januari toe te treden tot de Europese Unie, worstelt met grootschalige corruptie. Maar dat is voor de Nederlandse ondernemers niet het grootste struikelblok, zegt Van der Veen. "Je moet wel zorgen dat je je zaken netjes op orde hebt. Maar de corrupte inspecteurs van de keuringsdienst van waren spelen hun spelletje eerder met de Roemenen." Bij zijn buurman, die een vleeshandel heeft, komen ze om de twee weken de hygiëne testen. "Pure pesterij. Buurman heeft de zakken met ingevroren vlees voor de 'inspecteurs' al klaar staan, om maar snel van ze af te zijn."

Waar Van der Veen wel tegenaan loopt is het ongemak dat Roemenen voelen met 'de Hollandse voortvarendheid'. Snel ter zake willen komen heeft in het onderhandelen met Roemenen geen zin. "Je moet vriendelijk en meegaand werken naar dat punt waar je uiteindelijk toch wil komen. Dat spel dien je, in al zijn traagheid, mee te spelen."

Onlangs toonde een werknemer trots een website die hij had gemaakt. Van der Veen: "Ik click 'm open, en de site crasht. De kritiek die ik toen gaf kwam hard aan. Roemeense tenen zijn érg lang. Wij Nederlanders kunnen er onderling goed tegen als je bot bent. Maar hier wordt kritiek hoogstpersoonlijk opgevat."

Het verschillend denken over ondernemen, en over de duur ervan, levert wrijvingen op. Tijdens een bedrijfsuitje in een restaurant liep de discussie hoop op. Van der Veen: "Ik verdedigde mijn stelling dat ondernemen gaat om kwaliteit leveren en klanttevredenheid opbouwen. Waarop de meest getalenteerde jongen in mijn bedrijf me verbaasd aankeek. Wat wil die rare Hollander toch Hij zei: 'Je moet gewoon snel leveren, tegen scherpe prijzen, in vijf jaar binnenlopen en dan de tent verkopen.' Zijn kortetermijndenken is begrijpelijk: hij komt uit een nest van ouders die in het communisme opgroeiden en nooit verantwoordelijkheid kenden, en zelf leeft hij nu in een cultuur van pakken-wat-je-pakken kunt."

De grootste misverstanden komen volgens Van der Veen voort uit de botsing tussen de Nederlandse assertiviteit en de reactieve cultuur in de regio Transsylvanië waar Van der Veen opereert. Anders dan in hoofdstad Boekarest, waar men het hart op de tong heeft, is de Transsylvaniër een binnenvetter. "Ik denk altijd meteen in oplossingen, en zie daardoor processen over het hoofd. Een Nederlander gooit zijn probleem snel op tafel. Bij een Roemeen uit Transsylvanië moet je er naar gissen. Hij heeft de angst dat als hij met een probleem komt, zélf het probleem wordt. Dus moet je dóórvragen, het eruit trekken."

Dankzij zijn coach begrijpt horecaondernemer Van Schaik, in Boekarest, nu iets beter wat er leeft onder zijn tachtig werknemers. Desondanks blijven er momenten dat hij het even niet meer weet. Van Schaik: "Een jongen was net een maand in dienst, achter de bar van ons grand café Amsterdam. Zegt ie: 'Ik wil meer salaris.' Ik maakte hem duidelijk dat het daar nog wat vroeg voor was. Nota bene de barmanager klaagde erover dat de jongen een prutser was. Zijn reactie daarop was fenomenaal. Hij zei: 'Ik weet dat ik pruts. Daarom moet je me meer betalen. Dan pruts ik niet meer.' Ik heb 'm vervolgens maar ontslagen."

Met Nederlandse expats, die regelmatig zijn grand café Amsterdam aandoen, kan Van Schaik de frustraties delen. "We hebben allemaal dezelfde ervaringen, en maken allemaal dezelfde fouten. Ik zeg wel eens voor de grap dat we een klaagmuur moeten bouwen. Vooralsnog fungeert de bar als zodanig."

'Woedend! Maar na vijf minuten konden we weer zaken doen'

'Ik weet dat ik pruts. Je moet me meer betalen, dan pruts ik niet meer'



LOAD-DATE: July 18, 2006

Your use of this service is governed by Terms and Conditions. Please review them.


Copyright ©2006 LexisNexis Group a division of Reed Elsevier (UK) Ltd. All rights reserved.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina