Junior Journalistwedstrijd Davidsfonds Matthias Vanlanduyt



Dovnload 16.61 Kb.
Datum03.10.2016
Grootte16.61 Kb.
Junior Journalistwedstrijd – Davidsfonds
Matthias Vanlanduyt

Ter Walle 10

8740 Egem

De graalqueeste

Carof een minder bekende filmschrijver krijgt de opdracht een nieuwe film te maken over een niet bestaande wereld. Hij heeft al een idee in z’n hoofd maar alles is nog zo vaag. De dichte mist die er rond hangt, probeert hij te doorgronden. Plotseling ziet hij z’n idee helder en met een razende snelheid krast z’n pen over het papier:

De graalqueeste


De New Pacific wereld bestaat voornamelijk uit zeeën. De kleine continenten worden door de natuurelementen beheerst. In het noorden en zuiden van de wereldbol leven de wilde stammen van de Contadoriërs. Al eeuwen voeren ze oorlog met de verschillende natuurelementen. Maar telkens weer worden de stammen teruggeslagen. Toch maakt een onderlinge oorlog tussen de elementen dat ze steeds machtiger worden. Alleen de graal kan een einde maken aan de ketting van moordzuchtige, bloeddorstige invallen… Een visionair Courtières had een profetie uitgesproken over de graal: ‘Een meestermagiër moet de proeven doorstaan, door naar de koningsdraak te gaan. Alleen hij met heldenmoed, doet het goed. Vuur en vlam zal hij weerstaan. Omdat hij weet waarvoor ze gaan.’ Meestermagiër Silas die het bevel voerde over het kapersschip Atalanta van de Lichtnatie, stelde zich kandidaat om de graal te halen. Hij was er van overtuigd dat hij zo de vader van Irene, de hertog van New Royal Port, kon overtuigen om hem en niet de Baron van Lichtenacht de hand van zijn dochter te geven. Irene en Silas hadden al lang in het geheim een relatie.
Snel voerde de Atalanta weg. De kust werd opgeslokt door de eeuwige mist die de haven van New Royal Port aan het oog ontrok. Silas keek niet om. Hij wist dat het onbekende voor hem lag. Niemand had ooit een tocht naar het land der draken overleefd. Zijn norse luitenant kwam bij hem staan en meldde met een fluisterstem: ‘Kapitein, we hebben iemand gevonden in het ruim en naar uw kajuit gebracht. U zult haar zeker herkennen.’ Silas die wist dat zijn luitenant zelden grapjes maakte, ging naar zijn kajuit. Tussen twee matrozen stond een jonge vrouw met lang zwartbruin haar. Het getik van zijn hakken deed haar het hoofd omdraaien. De felgroene ogen van Irene keken hem recht aan. Een gevoel van geluk overspoelde hem. Eén van zijn mooiste dromen was uitgekomen: haar meenemen op zijn schip. Zonder na te denken renden beiden op elkaar af. Stevig sloot Silas Irene in zijn armen. Ze kusten elkaar lang op de mond vol liefde en hartstocht. De twee matrozen keken elkaar even fronsend aan en gingen weg. Na die heerlijke kus maakte Silas Irene duidelijk dat ze nu lid van de bemanning was. Maar Irene beweerde alle gevaren op zee te kennen en aan te kunnen. ‘Men zegt dat jij de mythische kapitein van de diamantenkrijgers bent, dus waarom bang zijn.’ ‘En wie is die ‘men’ wel om dit te weten?’ antwoordde Silas raadselachtig.
De Atalanta bereikte het drakeneiland zonder problemen. Silas zat te praten met Irene toen zich plots zich een vreemd verschijnsel voordeed aan de boeg van het schip. Silas werd er bij geroepen. Het water van de oceaan leek te koken. Het dampende water voor de boeg bubbelde en krioelde van de vele bewegingen. Duizenden zilveren lijven dansten in het water op elkaar, door elkaar, onder elkaar. Grote en kleine slangen. Mijlenver strekte zich de dans uit van de slangen. Silas aarzelde niet en liet zijn mannen hun wapenuitrusting aantrekken en hun wapens gereedhouden. Het tapijt van slangen week niet toen de Atalanta verder voer. Ze antwoordden met een nijdig gesis. Enkele grote slangen hadden het schip in het oog gekregen en kropen tegen de wanden op naar de reling. Enkele mannen bleven als versteend staren in de ogen van de slang. Eén had echter nog de tegenwoordigheid van geest om z’n kruisboog te richten op de slang. Het gesis ging door merg en been. Maar de slang viel terug in het water. ‘Kijk vooral niet in hun ogen!’, schreeuwde een oude zeerot. In het water vraten de slangen hun makker op. Steeds meer slangen rezen uit het water omhoog. De zingende pijlen van de kruisbogen joegen ze telkens terug. Silas gebruikte al zijn krachten om de slangen op afstand te houden. In z’n hand vormde hij een donkerpaarse bol. Met een krachtige zwaai gooide hij die midden de slangen. Het water kleurde zwart. Lijken van gedode slangen kwamen bovendrijven. De andere slangen die dit zagen, vluchtten zo snel mogelijk weg. Hun instinct vertelde hen dat hun prooi over iets beschikte waarvoor ze bang waren: duistere magie.

Nadat de slangen verdwenen waren, viel de wind plots weg. Toch bleef het schip rechtdoor varen als door een vreemde kracht opgezogen. De lucht werd donkerzwart. Voor hen doemden grillige rotsen op. De mannen vielen op hun knieën en baden tot Boreas om wind. Irene ging bij Silas staan. Ze fluisterde dat ze vreselijk bang was. Ook Silas voelde de verschrikkelijke dreiging en antwoordde haar: ‘We moeten blijven hopen. Laten we samen bidden tot Arauosio en Arminius zodat ze ons van deze kwalijke geesten verlossen.’ De rotsen kwamen steeds dichterbij. Het leek of de Atalanta nog versnelde. Nog even en ze sloegen te pletter op de uitstekende pieken van de rotsen. Enkele mannen sprongen uit angst overboord. De kameraden die hen probeerden tegen te houden, werden door een onzichtbare kracht teruggesmeten. Silas merkte dat Irene in de richting van de reling ging. Ze leek betoverd. Silas rende haar achterna. Op het moment dat ze van de reling wou springen, lukte het hem haar bij de pols te pakken. Maar ook hij werd meegesleurd naar het water. Hij sloot zijn ogen om het water niet te zien. Het enige dat hij kon, was bidden tot de goden. Z’n laatste hoop. Met een klap kwam hij op iets hards terecht. De kwade kracht verdween. Toen hij zijn ogen opende, zag hij het zwartbruine haar van Irene. En boven hem de zeilen met het teken van de Lichtnatie. Hij besefte dat hij op z’n eigen Atalanta was. Toen hij probeerde recht te staan, rolde Irene van hem af. Wankelend stond hij op en zag dat een handjevol mensen was overgebleven. Langzaam ontwaakten de anderen. Ook Irene. Haar groene ogen boorden zich in die van Silas. Traag kwam ze overeind en viel hem om de hals. ‘We hebben het gehaald’ stamelde ze. Het gebulder van een zware stem werd door de wind meegenomen. Ze hoorden het allemaal: ‘Wie de hoop verliest, blijft in het eeuwige niets.’


Ze zeilden verder. Op de rotsen kropen allerlei vreselijke wezens. Een aantal schepen lagen aangemeerd lagen op een zanderig kust. Achter de schepen stonden tien draken. En achter hen troonde de Koningsdraak. ‘Welkom’ zei de Koningsdraak. ‘U hebt de slangen overleefd en Acheron heeft u gezuiverd van alle kwade geesten. Om de graal te ontvangen moet u zich eerst meten met een draak uit het geslacht van Fenrir de Eerste. Kom van je schip en betreed het kampveld!’ Silas nam zijn zwaard en schild van diamant en stelde zich op voor de aangeduide draak op. Hij voelde zich klein en nietig tegenover de enorme draak voor hem. ‘Leg je wapens neer.’ Zei de draak. ‘Wij strijden enkel met onze krachten. Ik neem u mee naar het rijk der duisternis. Daar zullen we zien wie wint of verliest.’ Silas stak zijn zwaard in de grond en zette zijn schild er tegen. Toen hij terug opkeek, merkte hij dat de lucht donker was geworden. Ook de vloer onder hem. Alles rond hem was zwart geworden. Met zijn schaduwogen kon Silas de draak zien. ‘We beginnen!’ riep de draak en hij zwiepte zijn staart omhoog om Silas te verpletteren. Silas gebruikte zijn schaduwvuur. Maar het haalde niets uit tegen de met schubben bedekte huid. ‘Kun je me alleen maar strelen?’ treiterde de draak. In de mond van de draak vormde zich een duistere bol. Een zwarte straal schoot weg richting Silas. Het was een aanval die magiërs gebruikten om een eind te maken aan het gevecht. Grimmig besefte Silas dat de duisternis bleef de draak in het voordeel stelde. Met zijn handen vormde hij een lichttornado. Beide aanvallen raakten elkaar. Eerst leek het of de zwarte bol de lichttornado zou doorklieven. Maar langzaamaan werd de duistere bol opgezogen door de tornado. De zuil van licht kwam op de draak af. De tornado hield de draak even bezig en gaf Silas wat tijd om na te denken. Plots herinnerde hij zich wat zijn leermeester ooit had gezegd: ‘Licht overwint altijd.’ Hij had wel wat zilverlicht. Maar wat kon hij hiermee aanvangen tegen dat kolossale gevaarte. Langzaam rijpte een idee. De draak had de tornado van licht overwonnen en brieste: ‘Kleine snotneus! Op genade moet je niet rekenen!’ Koortsachtig prevelde Silas in zichzelf de spreuk van het zilverlicht. Het wit straaltje licht spoot uit zijn vinger tegen het schild van diamant dat het in alle richtingen weerkaatste. Het rijk van duisternis die de draak had opgeroepen werd plots verlicht door een hel wit licht. De draak schreeuwde van pijn toen de zilveren lichtstralen zijn borstkas raakten. Donkerrood bloed vloeide uit de wonde. Met een smak viel de draak neer. De duisternis verbleekte. Silas stond terug op Drakeneiland. ‘U bent de enige die de draak van de duisternis kon verslaan. U bent de uitverkoren graalridder. Hier is de graal.’zei de Koningsdraak. ‘Pas op voor de man die onder de gargouille van Arminus zit, de god van listen. Hij is uw vijand en heeft uw koning verraden. Geef hem de graal en de graal zal het hem vertellen.’. Zonder problemen raakten ze in de haven van New Royal Port. Daar vernamen ze dat de koning alle krijgsheren had uitgenodigd. Irene en Silas haastten zich naar het paleis. ‘Wat brengt u hier, heer Silas?’ vroeg de koning. ‘Mijn heer, ik heb de graal gevonden. Er is mij ook een geheim meegedeeld: hier onder ons is een verrader. Die man daar, onder de waterspuwer van Arminus, is de verrader.’ Alle hoofden draaiden zich in de richting van de Baron van Lichtenacht. Hij stond op en sprak kalm: ‘Wat Silas liegt. Jullie allen weten dat wij beiden strijden om de hand van Irene.’ ‘Is dat zo?’ vroeg de koning. ‘Ja. Irene is mijn ware liefde. Maar dit is het bewijs de Baron liegt.’ Silas haalde de graal tevoorschijn. Een fel licht verblindde allen in de zaal en een diepe warme stem weerklonk: ‘Hij die onder de gargouille van Arminius zit, is de verrader, maar zijn ondergang door de Lichtnatie is nabij.’ De Baron van Lichtenacht was even uit zijn lood geslagen, maar herstelde zich ongelofelijk snel en trok uit zijn gordel een lichtpistool. ‘Inderdaad. Mijn koning heb ik verraden. Maar voor ik sterf, wil ik nog iets rechtzetten.’ Niemand durfde te reageren. De stilte van de angst beheerste de zaal. De vinger kromde zich om de trekker. Een dodelijke lichtstraal suisde door de lucht. Silas voelde een stekende pijn in zijn borst. Alles begon te draaien. Hij plofte neer op de vloer. Irene zakte op haar knieën en begon te huilen. De demonische lach van de Baron klonk door de zaal. Van alle aanwezigen vond de hertog van Ravenna als eerste zijn zelfbeheersing terug. Met een ijzige stem zei hij: ‘U bent verleden tijd, baron.’ In een boog gooide hij z’n zwaard naar de baron dat de hersenen van de Baron doorkliefde. Irene had zich ondertussen over Silas gebogen. Haar lange zwartbruine haar ging als een gordijn neer en beschermde haar voor de blikken van de krijgsheren. Ze boog zich voorover en kuste Silas op de mond. Ze keek nog even naar het gezicht van de man om wie ze het meest gaf. Ze werd gestoord door een hand die haar haren opzij streek. Een zachte stem fluisterde: ‘Onkruid vergaat niet zo snel.’ Ze greep de hand vast die haar haren opzij geschoven had. Aan die hand zag ze een goudgele ring met zwarte strepen. Ze herkende de ring die elke magiër krijgt bij zijn aanstelling tot meester. Haar oog viel op een paars vlekje dat op een oog geleek. ‘Weet je wie ik ben?’ vroeg de stem die ze zo liefhad. ‘Silas!’ schreeuwde ze. ‘Inderdaad. Ik ben er nog. De goden vonden het nog te vroeg om mij ben hen te roepen.’
Silas en Irene trouwden enkele dagen later in de tempel van Arauosio. Enkele maanden daarop vielen de Barbaren aan. met succes werden ze teruggeslagen. Verschillende zeeslagen en veldtochten volgden. Die oorlogen werden later aangeduid als de eerste graaloorlog.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina