Jurre Keijzers Student Biomedische Wetenschappen Communicatiestage Samenvatting



Dovnload 215.01 Kb.
Pagina1/7
Datum20.08.2016
Grootte215.01 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7




Onderzoek afdeling persvoorlichting UMC St Radboud, 2011





Jurre Keijzers

Student Biomedische Wetenschappen

Communicatiestage

Samenvatting

Popularisatie van wetenschappelijk onderzoek is een belangrijk proces. Maar waar het aantal wetenschappelijke publicaties en de publieke interesse stijgen, blijft de exposure van het wetenschappelijk onderzoek in de media achter. Zo viel het de afdeling persvoorlichting van het UMC St Radboud op dat sommige afdelingen weinig in de media verschenen.


Met een kwantitatieve en kwalitatieve opzet werd onderzocht waarom wetenschappelijk onderzoek de pers haalt, of niet. Enerzijds is naar de prestaties gekeken van de afdelingen wat betreft media-exposure en publicaties in wetenschappelijke tijdschriften. Anderzijds zijn er interviews afgenomen bij de betreffende afdelingen.

Wat betreft de media-exposure scoorden de minder scorende afdelingen in totaal 2 onderwerpen met 3 bronnen in de periode 2009 tot en met het eerste kwartaal 2011. De goed scorende afdelingen scoorden in dezelfde periode 219 onderwerpen en 623 bronnen. Daarnaast publiceerden de minder scorende afdelingen 240 publicaties met een gemiddelde impact van 6.004. De goed scorende afdelingen publiceerden 680 publicaties met een gemiddelde impact van 4.937. Dus het verschil in media-exposure is groter dan het verschil in wetenschappelijke publicaties. Uit interviews met vertegenwoordigers van de afdelingen blijkt dat de minder scorende afdelingen het minder belangrijk vinden om media-aandacht te krijgen dan goed scorende afdelingen. Daarnaast zou 10 procent van de publicaties van de slechtst scorende afdeling (endocriene ziekten) in aanmerking zijn gekomen voor een persbericht of ander nieuwsbericht, terwijl dit niet gebeurd is.

Op basis van dit onderzoek wordt de goed scorende afdelingen geadviseerd om hun collegae op de afdeling ook te motiveren om de afdeling persvoorlichting te benaderen. Mogelijk barrières kunnen zo bij hen weggenomen worden. De minder scorende afdelingen moeten worden overtuigd van het belang om in de media te komen. Maatschappelijk verantwoording en onjuiste beeldvorming over medische onderwerpen te voorkomen in de samenleving zijn argumenten die daarbij helpen. De afdelingen kunnen ook worden geïnformeerd over de adviestaak van de afdeling persvoorlichting en is het belangrijk dat de afdelingen weten dat ze in overleg een persbericht maken en daar altijd invloed op kunnen uitoefenen. De persvoorlichters kunnen ook nog winst behalen op enkele zaken. Zo kunnen ze overwegen de mediatrainingen standaard aan te bieden bij een nieuwe hoogleraar, meer actief contact opnemen met de afdelingen, hun adviestaak meer benadrukken en zorgen dat ze standaard in het onderzoek/publiceer-traject komen.

Inhoud




1 Achtergrond
5

2 Methode


7

2.1 Kwantitatief


7

2.2 Kwalitatief 7

2.4 Tijdsplan 8

3 Resultaten 10

3.1 Kwantiteitsanalyse
10

4 Discussie


25

5 Advies 28

6 Definities 31

7 Referenties

32

8 Bijlagen


33

1 Achtergrond



Onderzoekers bevinden zich in een ivoren toren, wordt wel eens gezegd.1 Los van de maatschappelijke verantwoordelijkheid om te laten zien waar het geld van het onderzoek naar toe gaat, begint popularisatie van wetenschappelijk onderzoek steeds belangrijker te worden. De gemeenschap verlangt tegenwoordig meer op de hoogte te worden gesteld van technologie en innovatie. Daarnaast stelt kennis over hedendaagse wetenschap de leek in staat om beter keuzes af te wegen ten aanzien van eigen levens en gezondheid.2 Natuurlijk is het ook belangrijk voor een ziekenhuis als bedrijf om goed in het nieuws te komen. Het kan zorgen voor nieuwe subsidiëring voor onderzoek of aantrekking van nieuwe patiënten. Ervaren onderzoekers dat ook zo?

Onderzoekers moeten steeds meer rekening houden met het feit dat ze ook in ‘lekentaal’ hun onderzoek moeten kunnen verdedigen. Zo geeft 57% van de populatie in de Europese Unie aan geïnteresseerd te zijn in wetenschappelijk onderzoek, waarbij geneeskunde de grootste interesse wekt. Na televisie is de krant en het magazine de belangrijkste bron voor presenteren van populair wetenschappelijk onderzoek. Daarna komen de websites pas als bron.3 Om een onderwerp nieuwswaardig te laten zijn, moet het of controversieel, relevant voor de lezer, interessant voor een langere periode, belangrijk, baanbrekend of uniek zijn.4 Nu bevat veel onderzoek wel iets van bovenstaande dingen, maar niet elke afdeling komt met zijn onderzoek vaak in het nieuws. Wat ligt hieraan ten grondslag?

Popularisatie van wetenschappelijk onderzoek is dus een belangrijk proces. Maar waar het aantal wetenschappelijke publicaties en de publieke interesse stijgen, doet de exposure van het wetenschappelijk onderzoek in de media dat niet. De wetenschappers falen in het communiceren van wetenschap naar de leek.5 Daarom is de afdeling persvoorlichting een belangrijk onderdeel van dit proces. Ook in het UMC St Radboud verzorgt de afdeling persvoorlichting het contact met de pers. Afdelingen in het ziekenhuis kunnen bij de persvoorlichting terecht als ze contact willen zoeken met de media. Afhankelijk van het bericht gebeurt dit via een persbericht, een medianieuwsbrief, de website en/of persoonlijk contact met een of meerdere individuele redacteur(s).6 De persvoorlichting, op zijn beurt, kan bij de afdelingen terecht wanneer de pers naar de betreffende afdeling vraagt. Het doel van het persbeleid in het UMC St Radboud is driedelig. Allereerst heeft het als doel het bevorderen van een optimale zichtbaarheid van het UMC St Radboud in de redactionele uitingen van de algemene publieksmedia. Daarnaast het leveren van een bijdrage aan de verspreiding van kennis over geneeskunde en zorg. En als derde het leveren van een bijdrage aan het maatschappelijk debat over de ontwikkeling van de gezondheidzorg en de geneeskunde.6

Op de afdeling persvoorlichting van het UMC St Radboud viel het op dat sommige afdelingen weinig in de media verschenen; over deze afdelingen worden weinig persberichten geschreven en uit gedaan. Daarnaast is er een aantal afdelingen die het juist heel goed doen en voortdurend in de media aandacht hebben door middel van bijvoorbeeld persberichten. Er waren wel enkele ideeën over dit fenomeen, maar nooit is uitgezocht wat de werkelijke redenen hiervoor kunnen zijn. Het doel van dit onderzoek is om hier meer helderheid over te geven. Met een kwantitatieve en kwalitatieve opzet wordt onderzocht waarom wetenschappelijk onderzoek de pers haalt, of niet.


Dit gesignaleerde probleem binnen het UMC St Radboud bracht ons op de volgende onderzoeksvraag:

  • Waarom scoren sommige afdelingen niet of nauwelijks in de media terwijl andere dat wel doen?

Daarbij zijn de volgende vragen ook van belang om te beantwoorden:

  • Is er een verband tussen het aantal wetenschappelijke publicaties van een bepaalde afdeling en de aanwezigheid van die afdeling in de media?

  • Wat zijn de wetenschappelijke impacts (volgens citatiescore) van die publicaties?

Om deze vragen te toetsen hebben we een aantal hypotheses opgesteld:



  1. Zaken rondom kinderen en geboorte van kinderen doen het goed.

  2. Mediagevoelige wetenschappers zijn nodig om genoeg in de media te komen

  3. Fundamenteel onderzoek is minder toegankelijk voor leken en zal daarom minder vaak voorkomen in de media dan toegepast onderzoek.

  4. De onderwerpen zijn te moeilijk qua stof.

  5. Minder scorende afdelingen publiceren minder wetenschappelijke publicaties.

  6. De mensen op de afdeling hebben geen behoefte aan media-aandacht of vinden het niet belangrijk genoeg hier moeite voor te doen.

  7. Persvoorlichters zijn niet capabel genoeg om moeilijke stof om te zetten in een persbericht




  1   2   3   4   5   6   7


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina