K. opslag in douane-entrepot van het type d



Dovnload 156.38 Kb.
Datum18.08.2016
Grootte156.38 Kb.

Ontwerp internet 1.5.2007

K. OPSLAG IN DOUANE-ENTREPOT VAN HET TYPE D




Indien in een vergunning voor het douane-entrepot type E wordt bepaald dat het bijzonder kenmerk van het type D van toepassing is, moet de toelichting K worden gebruikt.


Legende

1) In bepaalde gevallen worden aanwijzingen gegeven betreffende het type en de lengte van

de gegevens. De codes betreffende het type gegeven zijn:
a : alfabetisch;

n : numeriek;

an : alfanumeriek (tegelijk cijfers en alfabetische karakters bevattend).
Het na de code vermelde getal geeft de toegestane lengte van het gegeven aan. De twee punten die in sommige gevallen de aanduiding van de lengte voorafgaan, betekenen dat het gegeven geen vaste lengte heeft, maar uit maximaal het aangegeven aantal tekens kan bestaan.
Voorbeeld : an (2) : B3 of 4C of D5, enz…

an..14 : BE103 ou F6000BE ou 585CDD285640, enz… (max. 14 alfanumerieke karakters)

2) CBW : Communautair basiswetboek (Verordening (EEG) Nr. 2913/92 van de Raad

van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (1))

CTW : Toepassingsbepalingen van het communautair basiswetboek (Verordening (EEG)



nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele

bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot

vaststelling van het communautair douanewetboek (2))


Vak 1: Aangifte



Eerste deelvak

In het eerste deelvak worden de communautaire codes “IM” of “EU” (of eventueel

“CO”) vermeld.
De codes worden als volgt gebruikt:

IM - voor plaatsing van niet-communautaire goederen onder de douaneregeling “douane-

entrepot van het type D” in het handelsverkeer met landen en gebieden die zich buiten het douanegebied van de Gemeenschap bevinden, met uitzondering van de EVA-landen (1)
- voor plaatsing van niet-communautaire goederen onder de douaneregeling

“douane-entrepot van het type D” in het handelsverkeer met lidstaten


EU in het handelsverkeer met de EVA-landen (1) :
- voor de plaatsing van niet-communautaire goederen onder de douaneregeling

“douane-entrepot van het type D”.


CO - voor opslag in “douane-entrepot van het type D” van communautaire goederen
- voor plaatsing onder de douaneregeling “douane-entrepot van het type D” van

communautaire goederen in het handelsverkeer tussen delen van het

douanegebied van de Gemeenschap waar richtlijn 77/388/EEG niet van toepassing is

en delen van dit gebied waar deze richtlijn wel van toepassing is


- voor plaatsing van communautaire goederen onder de douaneregeling

“douane-entrepot van het type D” die in het handelsverkeer met nieuwe lidstaten gedurende de overgangsperiode na toetreding aan bijzondere maatregelen zijn onderworpen




Tweede deelvak

In het tweede deelvak wordt het type aangifte vermeld overeenkomstig onderstaande communautaire codes.


Hiervoor zijn de volgende codes (a1) vastgesteld:
A gewone aangifte (normale procedure, artikel 62 van het CBW).
B onvolledige aangifte (vereenvoudigde procedure, artikel 76, lid 1, onder a), van het CBW).
C vereenvoudigde aangifte (vereenvoudigde procedure, artikel 76, lid 1, onder b), van het CBW).
D gewone aangifte (als bedoeld onder code A) die wordt ingediend voordat de aangever de goederen heeft kunnen aanbrengen.
E onvolledige aangifte (als bedoeld onder code B) die wordt ingediend voordat de aangever de goederen heeft kunnen aanbrengen.
F vereenvoudigde aangifte (als bedoeld onder code C) die wordt ingediend voordat de aangever de goederen heeft kunnen aanbrengen.
X aanvullende aangifte in het kader van een vereenvoudigde procedure als bedoeld onder code B.
Y aanvullende aangifte in het kader van een vereenvoudigde procedure als bedoeld onder code C.
Z aanvullende aangifte in het kader van een vereenvoudigde procedure als bedoeld in artikel 76, lid 1, onder c), van het CBW (inschrijving van de goederen in de administratie).
De codes D, E en F mogen uitsluitend worden gebruikt in het kader van de in

artikel 201, lid 2 van het CTW bedoelde procedure wanneer de douane toestaat dat de aangifte wordt overgelegd voordat de aangever de goederen heeft kunnen aanbrengen.




Derde deelvak

Dit deelvak behoeft niet te mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.




Vak 2: Afzender/exporteur

Dit vak behoeft in de BLEU niet te mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.




Vak 3: Formulieren



Dit gegeven mag enkel in het kader van niet-geautomatiseerde procedures worden

gevraagd.
Het volgnummer van de set in het totale aantal gebruikte sets vermelden (zowel gewone als aanvullende formulieren). Bijvoorbeeld wanneer een IM formulier en 2 IM/c formulieren worden overgelegd, op het IM formulier 1/3, op het eerste IM/c formulier 2/3

en op het tweede IM/c formulier 3/3 invullen.


Wanneer de aangifte slechts op een enkel artikel betrekking heeft, behoeft dit vak niet te worden ingevuld, aangezien het cijfer “1” reeds in vak 5 is vermeld.


Vak 4: Ladingslijsten

Dit vak behoeft in de BLEU niet te mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.




Vak 5: Artikelen

In cijfers het totale aantal artikelen vermelden dat door de belanghebbende op al

de formulieren en aanvullende formulieren (of ladingslijsten of commerciële lijsten) is aangegeven. Het aantal artikelen stemt overeen met het aantal vakken 31 dat moet worden ingevuld.

Zie eveneens de aanwijzingen bij vak 3 en vak 32.




Vak 6: Totaal colli

Dit vak behoeft in de BLEU niet te mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.




Vak 7: Referentienummer

Facultatief voor de aangevers.


Dit is het commerciële referentienummer dat de belanghebbende aan de zending heeft toegekend. Dit nummer kan de vorm hebben van het Unique Consignment Reference Number (UCRN) (1).


Vak 8: Geadresseerde

Identificatie

De naam en voornaam of de handelsnaam en het volledige adres van de belanghebbende vermelden.


Bij plaatsing van goederen onder de regeling douane-entrepot in een particulier entrepot (type D), vermelding van de naam en het volledige adres van de entrepositaris indien deze niet de aangever is.


Identificatienummer

Vermelding van het BTW-nummer van de geadresseerde, daaronder begrepen de letters die het nummer voorafgaan.


Vermelden “geen” indien het een niet-belastingplichtige betreft of indien het een niet in het land gevestigde BTW-belastingplichtige betreft die er niet toe gehouden is een BTW-identificatienummer van het land te bezitten.


Vak 9: Financieel verantwoordelijke

Dit vak mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.




Vak 10: Land laatste herkomst

Dit vak mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.


Vak 11: Handels-/productieland

Dit vak mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.




Vak 12: Gegevens inzake waarde

Dit vak behoeft in de BLEU niet te mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.



Vak 13: Gemeenschappelijk landbouwbeleid (G.L.B.)
Dit vak mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.


Vak 14: Aangever/vertegenwoordiger




Identificatie

De naam en voornaam of de firmanaam en het adres van de belanghebbende vermelden (wanneer de aangever en de geadresseerde niet dezelfde persoon zijn).


Indien de aangever tevens de geadresseerde is, de vermelding « geadresseerde » en de code « 00500 » vermelden.
De aangever of de status van vertegenwoordiger worden aangegeven door voor de naam en het adres een van de volgende codes (n1) te vermelden:


  1. Aangever.




  1. Vertegenwoordiger (directe vertegenwoordiging in de zin van artikel 5, lid 2, eerste streepje, van het CBW).




  1. Vertegenwoordiger (indirecte vertegenwoordiging in de zin van artikel 5, lid 2,

tweede streepje, van het CBW).
Indien de aangever of vertegenwoordiger van de geadresseerde een

douane-expediteur is, moeten de naam van de douane-expediteur, de plaats van

de zetel of van het bijkantoor en – in voorkomend geval – het volgnummer van de inschrijving van het document in het repertorium worden vermeld.
Voorbeeld : 3. Peeters N.V.

Binnenstraat 295

9000 GENT

inschrijvingsnummer : 10240


Wanneer de aangever en de geadresseerde dezelfde persoon zijn, dient de naam en het adres niet vermeld te worden na de code 1.
Wanneer de code op een drager van papier is gedrukt, wordt deze tussen vierkante

haken geplaatst ([1], [2] of [3]).



Identificatienummer
Het door de douane aan de belanghebbende toegekende identificatienummer vermelden.
Wanneer identificatienummers worden gebruikt, is de code als volgt samengesteld:
- landencode (a2); identificatiecode van de aangever/vertegenwoordiger (an..16).
Wanneer de aangever en de geadresseerde dezelfde persoon zijn, dient geen identificatienummer vermeld te worden.
Voorbeeld : BE + inschrijvingsnummer van de douane-expediteur: BE 103

LU + inschrijvingsnummer van de douane-expediteur: LU 50


De landencodes (ISO alfa-2) zijn opgenomen in bijvoegsel 1 bij deze bijlage.


Vak 15: Land van verzending/uitvoer

Dit vak behoeft in de BLEU niet te mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.




Vak 15a: Code land van verzending/uitvoer

Dit vak behoeft mag in de BLEU niet te worden ingevuld worden.




Vak 15b: Code regio van verzending/uitvoer

Dit vak mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.




Vak 16: Land van oorsprong

Dit vak mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.




Vak 17: Land van bestemming

Dit vak behoeft in de BLEU niet te mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.




Vak 17a: Code land van bestemming

Dit vak behoeft mag in de BLEU niet te worden ingevuld worden.



Vak 17b: Code regio van bestemming

Dit vak behoeft mag in de BLEU niet te worden ingevuld worden.




Vak 18: Identiteit en nationaliteit van het vervoermiddel bij aankomst

Dit vak behoeft in de BLEU niet te mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.



Vak 19: Container (Ctr.)
Vermelding, volgens de daartoe vastgestelde communautaire code, van de situatie bij het overschrijden van de buitengrens van de Gemeenschap aangeven.
De te gebruiken codes (n1) zijn:
0: niet in containers vervoerde goederen.
1: in containers vervoerde goederen.


Vak 20: Leveringsvoorwaarden

Dit vak behoeft mag in de BLEU niet te worden ingevuld worden.




Vak 21: Identiteit en nationaliteit van het grensoverschrijdende actieve vervoermiddel

Dit vak behoeft in de BLEU niet te mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.


Vak 22: Valuta en totaal gefactureerd bedrag
Eerste deelvak
Indien de aangever vak 22, tweede deelvak, invult, moet hij vak 22, eerste deelvak, invullen.
In het eerste deelvak, de valuta van de factuur vermelden door middel van de

ISO alfa-3-muntcodes (Code ISO 4217-valuta's en fondsen) die opgenomen zijn in

bijvoegsel 1 bij deze bijlage.
Voorbeelden : EUR voor de euro, AUD voor de Australische dollar, CHF voor de

Zwitserse frank.


Indien een factuur is opgesteld in euro en in vreemde deviezen, moet het in vak 22 te vermelden bedrag worden uitgedrukt in euro.

Tweede deelvak
Facultatief voor de aangevers.

Vak 23: Wisselkoers
Dit vak behoeft in de BLEU niet te mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.

Vak 24: Aard van de transactie
Dit vak behoeft in de BLEU niet te mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.

Vak 25: Vervoerwijze aan de grens
Dit vak behoeft mag in de BLEU niet te worden ingevuld worden.

Vak 26: Binnenlandse vervoerwijze
Dit vak behoeft mag in de BLEU niet te worden ingevuld worden.

Vak 27: Plaats van lossing
Dit vak behoeft in de BLEU niet te mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.

Vak 28: Financiële en bankgegevens
Dit vak mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.

Vak 29: Kantoor van uitgang
Dit vak behoeft mag in de BLEU niet te worden ingevuld worden.


Vak 30: Plaats van de goederen



Een nauwkeurige vermelding van de plaats waar de goederen kunnen worden onderzocht.

 

Deze plaats wordt aangeduid met de UN/LOCODE, bestaande uit 5 letters: BE voor België en de drie laatste cijfers voor de aanduiding van de gemeente.

 

Voorbeeld: BE BRU = UN/LOCODE voor Brussel.

 

De lijst van de UN/LOCODES kan men raadplegen op volgend internetadres: http://www.unece.org/cefact/locode/service/location.htm


De lijst van de UN/LOCODES is tevens opgenomen in bijvoegsel 8 bij deze bijlage.
Wanneer de op eenzelfde aangifte vermelde goederen worden gelost op meerdere plaatsen, is de plaats van lossing deze waar het belangrijkste deel in gewicht van de zending

wordt gelost.



Vak 31: Colli en omschrijving van de goederen; merken en nummers – container(s)

nr. (s) – aantal en soort
In dit vak de merken en nummers, het aantal en de soort van de colli of, voor onverpakte goederen het aantal voorwerpen vermelden, evenals de voor de identificatie van de goederen vereiste gegevens. Onder omschrijving van de goederen wordt de gebruikelijke handelsbenaming verstaan. Deze benaming dient dermate duidelijk te zijn dat de goederen op basis daarvan kunnen worden geïdentificeerd en onmiddellijk en met zekerheid ingedeeld.

In dit vak worden eveneens de krachtens bijzondere voorschriften vereiste gegevens (belasting over de toegevoegde waarde (BTW), accijnzen, enz.) vermeld. De aard van de colli wordt volgens de daartoe vastgestelde communautaire code aangegeven. De lijst van de codes is opgenomen in bijvoegsel 4 bij deze bijlage.


Indien containers worden gebruikt, dienen in dit vak bovendien de merktekens daarvan te worden vermeld.
Wanneer eenzelfde collo goederen bevat met verschillende goederencodes, moet in de desbetreffende vakken 31 – teneinde elke verwarring te vermijden – volgende vermelding aangebracht worden : « deel van collo nr. ………. » (verwijzing naar het nummer van de betreffende collo).
Voor vervoermiddelen moeten de volgende vermeldingen aangebracht worden:

  • het merk, het type en het volledig chassisnummer als het een voertuig betreft;

  • de naam, het merk, het type en het volledig serienummer als het een vaartuig betreft;

  • het merk, het type en het volledig serienummer als het een luchtvaartuig betreft



Vak 32: Artikelnummer
In dit vak het volgnummer van het betrokken artikel vermelden in het totale

aantal artikelen, opgegeven in vak 5, dat in de formulieren en aanvullende formulieren

is aangegeven.

Vak 33: Goederencode
Vermelding van het codenummer van het betrokken artikel overeenkomstig hetgeen hierna volgt.
De Taric-code moet volledig worden ingevuld (altijd minstens 10 cijfers). Ongebruikte deelvakken worden ingevuld met « 0 » (nullen).

Eerste deelvak (8 cijfers)
In te vullen overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur.

Tweede deelvak (2 tekens)
In te vullen overeenkomstig Taric (2 tekens voor de toepassing van specifieke communautaire maatregelen ter vervulling van de formaliteiten op de plaats van bestemming).

Derde deelvak (4 tekens)
In te vullen overeenkomstig Taric (eerste aanvullende code).

Vierde deelvak (4 tekens)
In te vullen overeenkomstig Taric (tweede aanvullende code).

Vijfde deelvak (4 tekens)
Vermelding van de nationale aanvullende code.



  1. Inzake BTW voor België

Bij aangifte volgens het geautomatiseerd systeem dienen, om van de betreffende lagere BTW-heffingsvoet te kunnen genieten, de volgende aanvullende codes te worden ingegeven :


- verlaging van 21 % naar 12 % : aanvullende code 1013

- verlaging van 21 % naar 6 % : aanvullende code 1000

- verlaging van 21 % naar 0 % : aanvullende code 1002

- verlaging van 6 % naar 0 % : aanvullende code 1007



1 bis) Inzake BTW voor het Groothertogdom Luxemburg
- verlaging van 15 % naar 12 % : aanvullende code 1003

- verlaging van 15 % naar 6 % : aanvullende code 1004

- verlaging van 15 % naar 3 % : aanvullende code 1005

- verlaging van 15 % naar 0 % : aanvullende code 1006
NIHIL
De codes voor het Groothertogdom Luxemburg mogen enkel door en in

Luxemburg gebruikt worden. De tekst bij deze codes mag niet officieel vertaald worden in het Nederlands en is bijgevolg enkel opgenomen in de Franstalige toelichting.



  1. Inzake vergunningen

In bepaalde gevallen is slechts een vergunning vereist voor een gedeelte van de bij de code bedoelde goederen (ex-posten). Om bij de automatische dedouanering aldus vrijstelling van het overleggen van vergunning te verkrijgen dient de aanvullende code 1400 te worden ingegeven :





  1. Inzake accijnzen

De lijst van de nationale aanvullende codes inzake accijnzen (of gelijkgesteld) is opgenomen in bijvoegsel 7.


De lijst van de nationale aanvullende codes inzake accijnzen (of gelijkgesteld) voor het Groothertogdom Luxemburg is opgenomen in bijvoegsel 8.

Vak 34: Code land van oorsprong
Code land van oorsprong
Vermelding in vak 34a volgens de communautaire code van het land van oorsprong als bedoeld in Titel II van het CBW (artikelen 22 t/m 27).
De landencodes (ISO alfa-2) zijn opgenomen in bijvoegsel 1 bij deze bijlage.

Code regio van oorsprong
Vak 34b behoeft in de BLEU niet te mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.

Vak 35: Brutomassa (kg)
De brutomassa (kg) vermelden van de in vak 31 omschreven goederen.

De brutomassa is de massa van de goederen vermeerderd met de massa van al hun verpakkingen, met uitzondering van het transportmaterieel en met name van de containers.


Wanneer een aangifte op meerdere soorten goederen betrekking heeft, kan ermee worden volstaan de totale brutomassa in het eerste vak 35 te vermelden, terwijl de andere vakken 35 niet worden ingevuld.
Wanneer de brutomassa meer dan 1 kg bedraagt en een fractie van een eenheid (kg) omvat, mag de volgende afronding worden toegepast:

- van 0,001 tot 0,499: afronding op de lagere eenheid (kg),

- van 0,5 tot 0,999: afronding op de hogere eenheid (kg).
Wanneer de brutomassa minder dan 1 kg bedraagt, verdient het aanbeveling deze in de vorm „0,xyz” te vermelden (bijvoorbeeld: „0,654” is gelijk aan 654 gram).


Vak 36: Preferentie

Vak 34b behoeft in de BLEU niet te mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.




Vak 37: Regeling

Vermelding van de regeling waarvoor de goederen zijn aangegeven in de daartoe vastgestelde communautaire en nationale code.



Eerste deelvak (regeling)
De in dit deelvak in te vullen codes zijn viercijfercodes waarvan de eerste twee de gevraagde regeling en de laatste twee de voorafgaande regeling weergeven. De lijst van deze tweecijferelementen volgt hierna.
Onder voorafgaande regeling wordt verstaan de regeling waaronder de goederen zich bevonden alvorens onder de gevraagde regeling te worden geplaatst. Indien er geen voorafgaande regeling is geweest, wordt code 00 gebruikt.
De plaatsing van goederen onder een opschortende regeling bij wederinvoer na tijdelijke uitvoer wordt als een gewone invoer onder dat stelsel beschouwd. De wederinvoer wordt pas bij het in het vrije verkeer brengen van de goederen in aanmerking genomen.
Voorbeeld:
Gelijktijdige aangifte ten verbruik en voor het vrije verkeer van goederen die in het kader van de regeling passieve veredeling werden uitgevoerd en bij wederinvoer onder het stelsel van douane-entrepots worden geplaatst = 6121 (en niet 6171)
Eerste verrichting : 2100 = tijdelijke uitvoer voor passieve veredeling

Tweede verrichting : 7121 = plaatsing onder het stelsel van douane-entrepots

Derde verrichting : 6121 = aangifte tot verbruik en in het vrije verkeer brengen
In onderhavig geval wordt de tweede verrichting tussen haakjes geplaatst en doet ze niet ter zake.
De in de hiernavolgende lijst met de letter (a) aangemerkte codes mogen niet worden gebruikt als eerste element van de code die de regeling aangeeft, doch verwijzen naar de voorafgaande regeling.


Lijst met codes

Deze basiselementen worden twee per twee tot een viercijfercode gecombineerd.




  1. Plaatsing onder het stelsel van douane-entrepots.


Toelichting: Plaatsing onder het stelsel van douane-entrepots van het type D.


  1. Opslag van goederen in een vrije zone waar controlevoorschriften van het

type II van toepassing zijn

Tweede deelvak
Wanneer in dit vak een communautaire regeling wordt vermeld, dan wordt een code

bestaande uit een letterteken gevolgd door twee alfanumerieke tekens gebruikt, waarbij het eerste teken een van de volgende categorieën maatregelen aangeeft:


Diversen Fxx

Diversen (geregeld op communautair vlak)

Opgelet ! de volgende codes worden niet gebruikt in de BLEU



Procedure of regeling

Code

Onder de regeling passieve veredeling geplaatste goederen die zonder schorsing van accijnzen onder een regeling douane-entrepot van het type D worden geplaatst

F31

Onder de regeling actieve veredeling geplaatste goederen die zonder schorsing van accijnzen onder een regeling douane-entrepot van het type D worden geplaatst

F32

Goederen die zich in een vrije zone van controle-type II bevinden en die zonder schorsing van accijnzen onder een regeling douane-entrepot van het type D worden geplaatst

F33

Goederen die zich onder de regeling be- of verwerking onder douanetoezicht bevinden en die zonder schorsing van accijnzen onder een regeling douane-entrepot van het type D worden geplaatst

F34

Diversen (2de onderverdeling geregeld op communautair vlak)





Procedure of regeling

Code

Opslag in een bevoorradingsdepot (artikelen 40-43 van Verordening (EG) nr. 800/99)

F63


Gebruik van meerdere codes in vak 37, 2de deelvak
Volgens de communautaire wetgeving dienen zowel de communautaire als de nationale codes vermeld te worden in vak 37, 2de deelvak. Dit is praktisch gezien onmogelijk daar er in vak 37, 2de deelvak slechts plaats is voor één code.

De communautaire code wordt vermeld in vak 37, 2de deelvak en de nationale code wordt vermeld in vak 44 (in het deelvak in de rechterbenedenhoek).


Bij gebruik van meerdere communautaire en/of nationale codes wordt de eerste communautaire code vermeld in vak 37, 2de deelvak en de andere communautaire en/of nationale codes worden vermeld in vak 44 (in het deelvak in de rechterbenedenhoek).

Een communautaire code wordt in vak 44 steeds vóór een nationale code geplaatst.



Ter herinnering

Een communautaire code bestaat uit 3 tekens: een letter, gevolgd door twee cijfers.

Een nationale code bestaat eveneens uit 3 tekens maar heeft een andere structuur: een cijfer, een letter en een cijfer.
In vak 37, 2de deelvak is plaats voor 3 tekens, m.a.w. maximum 1 code.

In vak 44 is plaats voor 10 tekens, m.a.w. maximum 3 codes.


Hieronder volgen een aantal (fictieve) voorbeelden van onze werkwijze :


  1. één communautaire code en één nationale code



VAK 37 (2)





A

0

0


VAK 44



1

Z

1






















 blanco vakken 


  1. twee communautaire codes en één nationale code



VAK 37 (2)





A

0

0


VAK 44



A

0

0

1

Z

1













 blanco 

  1. drie communautaire codes en één nationale code



VAK 37 (2)





A

0

0


VAK 44



A

0

0

A

0

0

1

Z

1




blanco



  1. vier communautaire codes



VAK 37 (2)





A

0

0

VAK 44



A

0

0

A

0

0

A

0

0




blanco


Opgelet: de niet ingevulde vakken worden blanco gelaten (dus niet opgevuld met nullen!)

Vak 38: Nettomassa (kg)
De nettomassa (kg) vermelden van de in vak 31 omschreven goederen. De nettomassa is de eigen massa van de goederen zonder enige verpakking.


Vak 39: Contingent

Dit vak behoeft in de BLEU niet te mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.




Vak 40: Summiere aangifte/voorafgaand document

Vermelding, volgens de daartoe vastgestelde communautaire code, van de referenties van de eventueel in de lidstaat van invoer gebruikte summiere aangifte of van de eventuele voorafgaande documenten vermelden.


De lijst van de codes is opgenomen in bijvoegsel 5 bij deze bijlage.

Vak 41: Aanvullende eenheden
In voorkomend geval voor het betrokken artikel de hoeveelheid vermelden in de

eenheid die in de goederennomenclatuur is aangegeven.




Vak 42: Prijs van de goederen

De prijs van de betreffende goederen vermelden in de valuta voorzien in vak 22.



Vak 43: Code M.W. (methode waardevaststelling)
De vastgestelde communautaire code vermelden van de methode die gebruikt is voor

het bepalen van de douanewaarde.


De bepalingen op grond waarvan de douanewaarde van ingevoerde goederen wordt vastgesteld, worden als volgt gecodeerd:



Code

Artikel van het CBW

Methode

1

29, lid 1 CBW

Transactiewaarde van ingevoerde goederen

2

30, lid 2, onder a) CBW

Transactiewaarde van identieke goederen

3

30, lid 2, onder b) CBW

Transactiewaarde van soortgelijke goederen

4

30, lid 2, onder c) CBW

Afgeleide waarde

5

30, lid 2, onder d) CBW

Berekende waarde

6

31 CBW

Waarde op basis van beschikbare gegevens (zogenaamde "fall back"-methode)

In geval van waardevaststelling volgens de code E01 (toepassing van eenheidswaarden voor het bepalen van de douanewaarde van bepaalde aan bederf onderhevige goederen) of de code E02 (forfaitaire invoerwaarden) in vak 37, 2de deelvak, in dit vak de code “4” vermelden.




Vak 44: Bijzondere vermeldingen; voorgelegde stukken; certificaten en vergunningen

In dit vak, met gebruikmaking van de daartoe vastgestelde codes, de communautaire en nationale vermeldingen aanbrengen samen met de referentienummers van de tot staving van de aangifte overgelegde communautaire en nationale documenten, certificaten en vergunningen, met inbegrip van, in voorkomend geval, de controle-exemplaren T5.


Wanneer de aangifte tot plaatsing van goederen onder het stelsel van douane-entrepots bij een ander douanekantoor dan het controlekantoor wordt overgelegd, de naam en het adres van het controlekantoor vermelden.



  1. Deelvak Code B.V. (code bijzondere vermeldingen)

Vermelding van de letter die betrekking heeft op de toelichting in kwestie.


In het geval van deze toelichting, « K » vermelden voor de opslag in douane-entrepot van het type D.



  1. Bijzondere vermeldingen

De bijzondere vermeldingen op douanegebied worden gecodeerd door middel van

een code van vijf cijfers. Deze code wordt na de betrokken vermelding ingevuld, tenzij de communautaire wetgeving voorschrijft dat deze code de tekst vervangt.
De communautaire wetgeving schrijft voor dat in andere vakken dan vak 44 bepaalde

bijzondere vermeldingen moeten worden aangebracht. Deze worden evenwel volgens dezelfde regels gecodificeerd als de vermeldingen die specifiek in vak 44 moeten worden aangebracht. Wanneer in de communautaire wetgeving niet is bepaald in welke vakken een vermelding dient voor te komen, dient deze eveneens in vak 44 te worden aangebracht.


Voorbeeld: Indien de aangever tevens de geadresseerde is, wordt in vak 14 :

“Geadresseerde - 00500” ingevuld.


Alle bijzondere communautaire vermeldingen zijn opgenomen in een lijst in bijvoegsel 6 bij deze bijlage.
Het gebruik van bijzondere nationale vermeldingen is eveneens voorzien in

bijvoegsel 6 bij deze bijlage.





  1. Overgelegde documenten, certificaten en vergunningen

a) De tot staving van de aangifte overgelegde documenten, certificaten en

communautaire of internationale vergunningen worden opgegeven door middel van een code bestaande uit 4 alfanumerieke tekens gevolgd door, hetzij een identificatienummer, hetzij een ander kenmerk. De lijst van documenten, certificaten en vergunningen en de overeenkomstige codes zijn in de TARIC-databank opgenomen.
b) Het verdient aanbeveling de tot staving van de aangifte overgelegde nationale documenten, certificaten en vergunningen te vermelden in de vorm van een code bestaande uit een numeriek teken gevolgd door 3 alfanumerieke tekens (bijvoorbeeld 2123, 34d5...), eventueel gevolgd door, hetzij een identificatienummer, hetzij een ander kenmerk.
De lijst met nationale codes is opgenomen in bijvoegsel 6 bij deze bijlage.



  1. Vermelding van een nationale code “regeling” (ter aanvulling van vak 37) in het

deelvak in de rechterbenedenhoek
De hiernavolgende nationale codes moeten worden gebruikt in de onderstaande

gevallen. Deze code bestaat uit een numeriek teken gevolgd door twee alfanumerieke tekens, volgens de nationale nomenclatuur.



Bij gebruik van de code 71 in het eerste deelvak van vak 37 (geregeld op nationaal vlak)



Procedure of regeling

Code

Inslag in entrepot van het type D van niet-communautaire goederen

7A4

Inslag in entrepot van het type D van communautaire goederen

7A6



Vak 45: Aanpassing
Dit vak behoeft mag in de BLEU niet te worden ingevuld worden.

Vak 46: Statistische waarde
Vermelding van de waarde van de goederen met inbegrip van de vervoers- en verzekeringskosten tot aan de BLEU-grens.
De statistische waarde moet worden uitgedrukt in euro.


Vak 47: Berekening van de belastingen

De maatstaf van heffing (waarde, gewicht of andere) opgeven. Op elke regel, indien nodig met gebruikmaking van de daartoe vastgestelde communautaire codes, de volgende gegevens vermelden :


- type belasting (invoerrechten, BTW, enz.),
- maatstaf van heffing.

Eerste kolom: Type belasting


  1. Hiervoor worden de volgende codes gebruikt:




Douanerechten op industrieproducten

A00

Douanerechten op landbouwproducten

A10

Aanvullende rechten

A20

Definitieve anti-dumpingrechten

A30

Voorlopige anti-dumpingrechten

A35

Definitief compenserend recht

A40

Voorlopig compenserend recht

A45

BTW

B00

Achterstandsrente (BTW) (Nalatigheidsinterest (BTW))

B20

Achterstandsrente (Nalatigheidsinterest)

D00

Compensatierente (bijvoorbeeld actieve veredeling)

D10

Voor rekening van andere landen ingevorderde rechten

E00



  1. Er dienen louter nationale codes bestaande uit een numeriek teken gevolgd door twee alfanumerieke tekens te worden vastgesteld overeenkomstig de nomenclatuur.

Code keuringsrecht en controlerecht: 700

De lijst van de codes inzake accijnzen (of gelijkgesteld) is opgenomen in bijvoegsel 7.
De lijst van de codes inzake accijnzen (of gelijkgesteld) voor het Groothertogdom

Luxemburg is opgenomen in bijvoegsel 8.

Tweede kolom: Maatstaf van heffing
De douanewaarde invullen.

Derde kolom: Heffingsvoet
Dit vak mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.

Vierde kolom: Bedrag van de verschuldigde belasting
Dit vak mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.

Laatste kolom: De gekozen wijze van betaling
Dit vak mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.

Vak 48: Uitstel van betaling
Dit vak behoeft in de BLEU niet te mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.

Vak 49: Identificatie van het entrepot
Vermelding van het entrepot van het type D volgens de daartoe vastgestelde communautaire code.
De te vermelden code bestaat uit drie elementen en heeft de volgende structuur:


  • de letter die het type entrepot aangeeft (D) volgens de omschrijving in artikel 525 van het CTW (a1). :

D voor een particulier douane-entrepot waarbij de verantwoordelijkheid bij de

entreposeur ligt die tevens de entrepositaris is, maar die niet noodzakelijkerwijs de eigenaar van de goederen is (wanneer het in het vrije verkeer brengen van de goederen gebeurt volgens de domiciliëringsprocedure en kan worden gebaseerd op de aard, de douanewaarde en de hoeveelheid van de goederen bij de plaatsing ervan onder de regeling).


Voor andere dan de in artikel 525 van het CTW vermelde entrepots het volgende vermelden:
Y voor een entrepot dat geen douane-entrepot is,

Z voor een vrije zone of een vrij entrepot.




  • het door de lidstaat bij de afgifte van de vergunning toegekende identificatienummer (an..14).




  • de landencode van de lidstaat die de vergunning heeft afgegeven, zoals vermeld in

bijvoegsel 1 bij deze bijlage (a2).
Voorbeeld : D D-2658-B BE is een entrepot van het type D met het

identificatienummer D-2658-B toegekend aan de firma X te Willebroek.



Vak 50: Aangever communautair douanevervoer en gemachtigde vertegenwoordiger;

plaats, datum en handtekening
Dit vak behoeft in de BLEU niet te mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.

Vak 51: Voorziene kantoren (en landen) van doorgang
Dit vak behoeft in de BLEU niet te mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.

Vak 52: Zekerheid
Dit vak behoeft in de BLEU niet te mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.

Vak 53: Kantoor (en land) van bestemming
Dit vak behoeft in de BLEU niet te mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld.

Vak 54: Plaats en datum, handtekening en naam van de aangever of zijn

vertegenwoordiger
In dit vak plaats en datum van de aangifte vermelden.
Behoudens nog vast te stellen bijzondere bepalingen betreffende het gebruik van informatica, wordt op het door het kantoor van invoer bewaarde exemplaar de originele handtekening van de betrokkene aangebracht, gevolgd door diens naam en voornaam. Wanneer het een rechtspersoon betreft, dient de handtekening te worden gevolgd door de

naam, de voornaam en de functie van de ondertekenaar.




(1) zie http://europa.eu.int/eur-lex/nl/consleg/pdf/1992/nl_1992R2913_do_001.pdf

(2) zie http://europa.eu.int/eur-lex/nl/consleg/pdf/1993/nl_1993R2454_do_001.pdf

(1) Aanbeveling van de Internationale Douaneraad betreffende het voor douanedoeleinden te gebruiken Unique Consignment Reference Number (UCRN) (30 juni 2003)

zie http://www.wcoomd.org/ie/en/topics_issues/facilitationcustomsprocedures/ucr recommendation_final.htm










De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina