Kaag polder kaai – aanlegplaats, gier, ka(de), losplaats, rede, ree, perron, waterkant kaaiman



Dovnload 1.11 Mb.
Pagina10/19
Datum22.07.2016
Grootte1.11 Mb.
1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   ...   19

kleurig - bont, brutaal, genuanceerd, levendig, luchtig,vrolijk

kleurigheid - aantrekkelijkheid, geurigheid, jeu, luister, opschik, spel

kleur Ind. weefsel - batik

kleuring - liplap, lipper, tinctuur

kleurkrijt - bont, keurstift, pastel

kleurling   creool, halfbloed, Indiaan, Indo, Maori, mesties, moor, mulat, mustie, naturel, neger, negrito, roodhuid, sinjo, tercerone, zambo

kleurlinge - mulattin, negerin, negering, negeringe

kleurlingenhater - pigmentvreter

kleurloos   achromatisch, blank, bleek, dof, duf, flets, grauw, karakterloos, neutraal, saai, vaal, wit

kleurloos gas - aardgas, argon, cyaan, butaan, ethaan, etheen, ethileen, koolzuur, methaan, moerasgas, ozon, propaan, zuurstof

kleurloos mineraal - euklaas

kleurloos zout - ammoniumchloride, salmiak, salmoniak

kleurloosheid - achromatisme, albinisme, apathie, neutraliteit

kleurloze olieachtige stof - creosoot

kleurloze vloeistof - aniline, water

kleurmenging   koloriet

kleur menselijke huid - bleek, carnaat, teint

kleurmiddel   aniline, beits, email, geelsel, henna, kleursel, lak, lakmoes, laksel, loodwit, menie, saffraan, verf, vernis, witsel, zwartsel,

kleurnuance   sepia, tint

kleur op wangen - blos

kleurpotlood - verfstift

kleurrijk - bont

kleurschakering   coloriet, koloriet, nuance, tint, toon

kleurschifting   dispersie, spectrum

kleurschikking - schakering, tint

kleursel - beits, geelsel, kleurkrijt, kleurstof, pastei, waterverf

kleurspeling - nuance, schakering, tint

kleurstift   krijtje, pastel

kleurstof - alkannine, aniline, beits, emlamine, eosine, fuchsine, garancine, geelsel, henna, indigo, karmijn, lakmoes, meekrap, menie, oker, omber, orseille, pastel, pigment, saffraan, sepia,taan, verf, verfstof, vermiljoen, vernis, waterverf

kleurstof in de huid   pigment

kleurstof in rode wijn - purpriet

kleurstof uit aardsoort   oker, omber, sien(n)a, terra

kleurstof voor de vervaardiging van indiennes - alapin

kleurstof voor hout - beits

kleurstofdragers - chromatoforen

kleur van de regenboog - blauw, geel, groen, indigo, oranje, rood, violet

kleur van het gelaat - teint, tint

kleurveranderend dier - kamelion

kleuter   baby, dreumes, hummel, keutel, kind, kleintje, peuter, puk, uk, wurm

kleuterschool - bewaarschool, Fröbelschool

kleuterspeelgoed - rammelaar

kleven - aanbakken, gommen, hechten, lijmen, plakken

kleverig - glurinosus, glutineus, klam, kleems, klef, lijmerig, plakkerig, tets, vleierig

kleverig broodsmeersel - siroop, sptoop

kleverig plantensap - hars

kleverig speeksel - slijm

kleverige stof   bisonkit, gluton, gom, hars, kauwgom, kit, lijm, pek, pik, plaksel, slijm, stijfel, siroop, stroop, teer

kleverige plantensap - hars

kleverige vloeistof   lijm

klewang - hakmes, sabel

klieder - morskont

kliederen   broddelen, kladden, klodderen, knoeien, modderen, morsen

kliek - bende, clan, club, coterie, etensrest, factie, groep, kamaraderie, karwij, kluit, klus, kongsi, kring, overschotje, prak, rest, staartje

kliekje - hapje, klusje, overschotje, prakje

klier   amandelen, bijnier, epifyse, ètre, glandula; gonade, hypofyse, lever, mispunt, naarling, schildklier, spinorgaan (spinnen), thymus, tonsil, zanik, zwezerik

klier tussen mond  en keelholte   amandel

klierachtig   glanduleus, scrofuleus

klierafscheiding - hormoon

klier bij het oog - traanklier

klierblaasje - acinus

klieren - pesten, zaniken, zeuren

kliergezwel - adenoma, adenoom

klierig mens - mispunt

klierkruid - helmkruid

klierontsteking - adenitis

klierster - (bloem)bol, lijster

kliertje   papil(la)

klier van een mannetjesvis - hom

klierziekte   scrofulose

kliester   (bloem)bol, lijster

kliet - scholekster

klieven   divideren, doorhakken, kloven, scheiden, splijten, splitsen

klif - steilte

klik - roerhaak

klikken - aanbrengen, klappen, verlinken, verklikken, verraden

klikspaan - aanbrenger, verklikker, verrader

klim - klauter, steilte

klimaat - luchtstreek, weer

klimaatgordel - luchtstreek, (sub)tropen, noordpool, zuidpool

klimaatkamer - fytotron

klimaatkunde   klimatologie

klimaatkundige   klimatoloog



klimaatsindeling   Köppen, Thorntwaite

klimaatstation in België   Ukkel

klimaattype   bergklimaat, gematigd, landklimaat, moessonklimaat, polair, steppe-klimaat, subtropisch, tropisch, warm-gematigd, vastelandsklimaat, woestijnklimaat, zeeklimaat

klimbrander - vergasser

klimbuideldier - koala, koeskoes, koesoe

klimkers - kanariekers, tropeulum

klimmen - betreden, klauteren, omhooggaan, rijzen, steigeren, stijgen

klimmende peperplant in Zuidoost-Azië - betel

klimmen in een touw - touwklimmen

klimmiddel - lader, leer, trap

klimop - boom, boomveil, eifte, eiloof (Eng.), ifte, ivy, klimmerkruid, klijf, veil

klimopachtigen - araliaceeën

klimopstaf - thyrsus

klimplant - boomveil, bruidssluier, clematis, eiloof, geiteblad, iefie, ifte, hop, kamperfoelie, klimboon, klimmer, klimmerkruid, klimop, klimroos, lathyrus, liaan, liane, moffepijp, olifantsvoet, siererwt, sterkers, tuinkers, veil, wingerd, winterjasmijn, wijnstok

klimstaf (myth.)   thyrsus

klimstok voor bonen   bonenstaak, staak

klimtoestel   ladder, leer, trap, trapleer

klimtol - jojo

klimtouw bij leerlingmatrozen - dag

klimvis - klautervis, klimbaars

klimvogel   boomklever, boomkruiper, hop, ijsvogel, jako, kaketoe, koekoek, lachvogel, parkiet, papegaai, specht

klimvogel (kleine) - boomklever

klimwerktuig   ladder, leer, trap, trapleer

kling - bajonet, degen, heuvel, lemmer, lemmet, zwaard

Klingalees - kodja

klingel - bel, belletje, schel, schelletje

klingelen - beieren, bellen

klingmaker   zwaardveger

kliniek - hositaal, inrichting, verpleeghuis, ziekenhuis

klink   aars, bout, deurknop, fazel, grendel, handvat, handgreep, inklinking, knop, kruk, naad, oorveeg,reet, scheur, sluitijzer, valijzer, voeg

klinkbout   bout, klinknagel, nagel, overval

klinkdicht   sonnet

klinken - betekenen, bevestigen, boeien, dreunen, galmen, hechten, hoorbaar, ketenen, lassen, luiden, nieten, toasten, toosten, vastnagelen, vastsmeden, vastspijkeren

klinkend - hel, sonoor, weids,

klinkende klap - klets

klinkende munt   specie

klinkende slag   klets, pats, pets, tets

klinker   assonant; baksteen, kei, metselsteen, mop, (straat)steen, vocaal

klinker die onvoldoende is gebakken - blekerd

klinkerrijm - assonantie, halfrijm

klinkerverandering - umlaut

klinkerweg - straat

klinkhamer - schelijzer

klinket - deurraampje, sluipdeurtjevaldeurtje

klinkklaar - onvermengd, puur, rein, zuiver

klinkklank - klatergoud

klinkklare onzin - klateren

klinkletter - vocaal

klinknagel - bout, neet, niet, spijker, tivet

klinknageltje   klinkbout, neet, niet

klinksteen - fonoliet

klip   beletsel, hindernis, hinderpaal, kaap, koraal, rif, rots, scheer, zandhoogte, zandverstuiving

klipdas - hyrax

klipdas (Zuid Afrikaans zoogdier)   procavia

klipdassen - hyracoidae

klipgeit - gems, steengeit,

klipgrond - rotsbodem

klipkop - alpenraaf, steenraaf

klipkous - porseleinhoorn

klipper - driemaster

klipvis - chaetodon

klipzout - steenzout

klipzwaluw - gierzwaluw, salangaan

klis   arctium, dot, kladdebos, klamp, klit, knoop, winkelschuld

klissen - kleefkruid

klisteer - clysma, darmspoeling, lavement

klister - bijbol, bolknop

klit - dod, knoop, strengtis,

klits - kklis, nikker, streng

klitten - kleven, vasthechten

klitworten - arctium

kloakadier -vogelbekdier

klodde - los, vod

klodder - kladder, klak, klompje, klont, klonter, massa, plakkaat, smet, spat, vlek

klodderen - kliederen, knoeien, morsen, smeren

kloek   dapper, energiek, ferm, fier, fiks, flink, fors, geducht, geestkracht, gezond, groot, hen, hooghartig, kip, klokhen, koen, kordaat, krachtig, kranig, manhaftig, moed, moedig, onversaagd, onverschrokken, onvervaard, opperbest, robust, robuust, schrander, sterk, stevig, stoer, stoutmoedig, struis, trots, verstandig, voedzaam, waker, wakker, welgebouwd, welvarend, wijs

kloek (statig) - luisterrijk, weids

kloek en flink - wakker

kloek en kranig - kordaat

kloek en sterk - fors

kloek gebouwd - struis

kloekhartig - moedig, onversaagd

kloekheid - dapperheid, durf, kordaatheid, lef, moedigheid

kloekmoedig - dapper, kloekhartig, manhaftig, moed, onversaagd, strijdbaar

kloekmoedigheid - drift, gemoed, intrepiditeit, moed, onverschrokkenheid, onversaagdheid, stemming, verbolgenheid, zogestemd

kloek persoon - kerel, man

kloekzinnig - verstandig

kloen   bos, kluwen, knot, lomperd, lumel

kloen wol - kluwen

kloet   baars, dissel, glijgoot, kalkstok, klamp, klomp, klos, lomperd, polsstok, schippersboom, stok, sul

kloffie - kledij, kostuum, pak

klojo – kluns, slungel, sufferd, sukkel

klok   ankerhorloge, bel, dameshorloge, Friese klok, hangklok, herenhorloge, horloge, kerkklok, keukenklok, koekoek, pendule, polshorloge, remontoir, schoorsteenklok, slingerklok, staartklok, stolp, torenklok, tijdmeter, uurwerk, wandklok, wekker, zakhorloge

klok, deel van een - bengel, klepel, wijzer

klok die geluid wordt als de beurs aanvangt   beursbengel

klok- en hamerspel - schimmelspel

klok in Londen   Big Ben

klok van glas - stolp

klok van luchtpomp   recipiënt

klok zonder lepel - timbre

klokbloem - akelei, alpenklokje, petunia

klokdiertje   afgietseldiertje

klokgelui   gebeier, klinkklank

klokhen - broedkip, kloek

klokhuis - kernhuiskreus, kroos,

klokje - angelus, bengel

klokjes (muz.) - sonaglio

klokjesachtigen - campanulaceeën .

klokjesachtige plant - akkerklokje, bel, campanula, duivelsnaaigaren, grasklokje, rapunzel, venusspiegel, vrouwenspiegel, weideklokje, zandblauwtje, zandklokje

klokjesbloem   akelei, campanula

klokken - timen

klokkend spoelen - gorgelen

klokkengieter   Hemony

klokkenist   beiaardier

klokkenmaker - horlogier, horlogemaker, uurwerkreparateur

klokkenolie - amandelolie

klokkenspel   beiaard(concert), bierd, carillon, speelwerk

klokkenspeler - beiaardier

klokkenstoel - luidstoel

klokketong - klepel

klokkentoren - belfort, campanile

klokkentouw - hijstouw, klokkereep, klokzeel, luitouw, zeel

klokvan glas - stolp

klokvormig neteldier - kwal, poliep, zeeanemoon

klokwinde - hagewinde

klokzeel - klokkentouw

klomp   blok, bonk, brok, holsblok, hacht, homp, klodder, kloef, kloet, klont, klot, kluit, massa, mop, stol, stuk, turf, wegge

klomp goud - baar, pepite

klomp klei - bezoen (metselaarsstenen), walk (voor dakpannen)

klomp klei of potaarde - kloet

klomp grond - kluit

klomp planten   pol, zode

klomp ruw blok - bonk

klomp viseieren - kuit

klomp vlees   homp, kwab

klompenmaker - kloefmaker

klompenschool   armenschool

klompenvolkje - canaille, grauw, plebs

klompje - klodder, klonter

klompje planten met de wortels en de aardkluit - pol

klompje protoplasma met kern - cel

klompje stuifmeel - pollen

klompvis   beenvis, kogelvis, maanvis

klompvoet - horlevoet, paardevoet

klont   blokje, bonk, brok, homp, klodder, klomp, kluit, klonter, mop

klonter   klont, klodder

klonteren   schiften, stremmen, verdikken

klonters vormen - klonteren

klontje - brokje

klontjes suiker - kandij

klontjesgruis - kandijgruis

kloof   afgrond, afstand, barst, breuk, canon, canyon, fissura, gaping, groef, keen, kerf, klove, kluft, opening, ravijn, reet, rhagus, rima, rotsdal, scheiding, scheur, snee, spleet, split, verwijdering

kloofbijl - houthakkersbijl

klooflip   hazenlip

kloofsel - diamant

klooi - sufferd

klooien - klunzen, lummelen

klooier - stuntel, zeur

kloon - ééncelcultuur

klooster   abdij, convent, hospitium, konvent, monasterium, munster, priorij, sticht, stift

kloosterachtige opsluiting - clausuur

kloosterbewoner - broeder, kloosterling, monnik, non, novice, zuster

kloosterbibliotheek   boekerij, librije

kloosterbinnenplaats, zuilengang om de - claustrum

kloosterbinnenplaats   pandhof

kloosterbroeder   fra, frater, monnik

kloostercongregatie -

2 AA. CM, CP, FC,PA, SM, SS

3 FMS, FSC, FSG, MSC, OMI, SCI, SMM, SSS,SVD

4 CSSp, CSSR, SSCC

8 Maristen

10 Lazaristen, Salesianen

11 Marianisten

12 Montfortianen, Passionisten

13 Salvatorianen

14 Redemptoristen

15 Assumptionisten

kloostercour   pandhof

kloostereetzaal   refter

kloostergang - claustrum

kloostergeestelijke   zie: kloosterling

kloostergehoorzaal   auditorium

kloostergelofte, iemand die de - heeft afgelegd - profes

kloostergemeente - congregatie

kloostergenootschap - Barnabieten

kloostergewaad   habijt, pij

kloosterhoofd   abt, abdis, overste, prior, priores

kloosterkerk - domkerk, munster

kloosterkind - oblaat

kloosterkleed   habijt, pij

kloostrleven - monastiek

kloosterling   abt, asceet, Augustijner, barnabiet, Benedictijn, Bernardijn, broeder, camiliaan, capucijner, celestijn, cenobiet, Cistercliëner, conventueel, Dominicaan, Franciscaan, frater, Jezuïet, Karmeliet, Karthuizer, kruisheer, Minderbroeder, monnik, Norbertijn, observant, pater, priester, regulier, Trappist,

kloosterling in proeftijd - novice, postulant

kloosterlinge   abdis, benedictines, bernardijne, non, noviet, zuster

kloosterlijk - claustraal

kloosterlijke gehoorzaamheid - obsequium

kloostermaagd - non

klooster met en abt - abdij

kloostermoeder   abdis, moeder overste, overste, priores

kloosterorde  

2 OP, SJ


3 OCD,CR, OFM, OSA, OSB, OSC, OSM, SOC

5 OCram, OCart

6 OFMCap, OPraem

8 Jesuaten

9 Clarissen, Jezuïeten, Kapucijnen, Servieten, Ursulinen

10 Augusijnen, Kartuizers, Kruisheren, Trappisten

11 Casperianen Dominicanen, Karmelieten, Witte Paters

12 Benedictijnen, Conventuelen, Franciscanen,

Montfortanen, Witte Zusters,

14 Cistercienzers, Minderbroeders



15 Delfsche Zusters

kloosteroverste   abt, abdis, gardiaan, prior

kloosteroverste, vrouwelijk - abdis, priores

kloosterpand   klooster, kruisgang

kloosterproeftijd   postulaat

kloosterraad   kapittel

kloosterschrijfzaal   scriptorium

kloosterslaapzaal   dormitorium, dormter, dormtoir

kloostervader - abt, prior

kloostervergadering - convent

kloostervertrek   boekerij, cel, dormter, refter

kloostervoogd   abdis, abt, archimantriet, overste, prior, priores, proost, superior

kloostervoogdes - priores, priorin

kloosterzuster - lekenzuster, non

kloot - aarbol, bol, kogel, (teel)bal

klop   begijn, bons, dreun, slag, tik

klopboor - muurboor

klopgeestenrij   spiritisme

klophout - dresseerplank, klaphout

klopjacht - drijfjacht, razzia

klopje – tik(je)

klopkever   boorkever, doodkloppertje, houtkever, kloptor

klop op de deur - bons, bonzen

kloppartij   vechtpartij

kloppen   aanzetten, afranselen, beuken, bonken, bonzen, duwen, hameren, klappen, klutsen, overeenkomen, overwinnen, palpiteren, percuteren, poken, popelen, pulseren, rijmen, slaan, tikken, uitkomen, verslaan, wekken

kloppen van eiern - klutsen

kloppen van het hart - pulseren

kloppend - pulsatief

klopper - drijver, porder

klopper of garde - klutser

klopping - palpitatie, pulsatie

kloptor - klopkever

klopvogel - specht

klos   bal, beugel, beugelbal, bobijn, bobine, bocage, dupe, klamp, kloet, (mislukt) biljartstoot, rolletje, sigaar, spindel, spoel

klos met twee uitsteeksels - klamp

kloskant (soort) - rosaline

klot - klomp, turf

klotsen - botsen, kabbelen

kloven   barsten, kenen, klieven, splijten, splitsen

klovenier   (boog)schutter, busschieter

klown - clown, dwaas, grapjas, guit, kwant, nar, olijkerd, pias, snaak, zot, zie ook: clown

klub   vereniging, zie ook: club

klucht   aardigheid, blijspel, boerde, boert, burleske, clute, comedie, esbattement, farce, gag(Amer.), grap, harlekinade, klute, komedie, poets, pots, snakerij, sotternie, vertoning, zotternij, zwerm,

kluchtig   aardig, aardigheid, boertig, burlesk, grappig, koddig, komiek, komisch, lachwekkend, leuk, potsierlijk, snaaks, vertoning, zonderling, zot

kluchtig verhaal - boerde

kluchtige nabootsing van iets   parodie

kluchtspel   sotternie, burleske

kluif   beentje, been, bonk, bot, hand(en), karwei, klauw, knar, macht,

kluiffok - kluiver

kluifje - beentje

kluifjeszwam - helvella

kluis   brandkast, cel, ermitage, geldkast, gevangenis, graf, grafkelder, loket, safe

kluisgat - ankergat

kluister - band, boei, gareel, handboei, keten

kluisteren - binden

kluit - aardklont, blok, brok, dod, geldstuk, homp, kliek, kloet, klomp, klont, klot, kluut, massa, plag, plant, pol, stol, stuk, troep, turf, veel(geld), vogel(pluvierachtige), wortelbrok

kluit boter - klompstul (Z.N.), wegge

kluitden - polmast

kluit planten - pol

kluiven   afbijten, afknagen, aftrekken, knabbelen, knagen, knauwen, nibbelen

kluivend zuigen - sabbelen

kluiver   fok, kluiffok, stagzeil, zeil

kluizenaar   anachoreet, asceet, eenzaat, eremiet, heremiet, maraboet (moh.), monnik, nonvlinder, recluse(r.k.), solitair

kluizenaar in een klooster - recluse

kluizenaar in N.W.-Afrika - marabout

kluizenaarschap, Hindoes - asjran

kluizenaarshut - eremitage,ermitage, hermitage, kluis

kluizenaarskrab - heremietkreeft, kokerluit

kluizenaarster die zich heeft laten inmuren   recluse

kluizenaarskreeft   (h)eremietkreeft

kluizenaarswoning   cel, ermitage, hermitage, kluis, kluizenaarshut

klungel   beuzelaar, domoor, ezel, kluns, knoeier, lap, lapzwans, lomp, oen, straatloopster, straatmeid, stumperd, slungel, sukkel, vod,

klungelaar - knoeier, prutser

klungelen   broddelen, knoeien, otteren, prutsen, rondhangen, slungelen, stumperen, sukkelen, treuzelen, verbeuzelen, verspillen,

klungelwerk - knoeierij

kluns - domoor, klojo, klungel, oen, knoeier, stuntel, sufferd, sukkel,

klunzen - klooien, stumperen, stuntelen

klunzig - knullig, krukkig, onhanig, stuntelig

klusje   groepje, karweitje, kliekje, overschot, prutserijtje, prutswerkje, schnabbeltje, troepje, werkje

kluster - boel, keten

klutsen - kloppen, slaan

klutser - klopper, mixer

kluut - kluitvogel, raan, sabelbek


1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   ...   19


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina