Kaag polder kaai – aanlegplaats, gier, ka(de), losplaats, rede, ree, perron, waterkant kaaiman



Dovnload 1.11 Mb.
Pagina14/19
Datum22.07.2016
Grootte1.11 Mb.
1   ...   11   12   13   14   15   16   17   18   19

kop van een draaibank - center

kop van een komeet - koma

kopal   barnsteen, harssoort

kopboom - knotwilg

kopen - aanschaffen, afnemen, inslaan, opdoen, overnemen, verkrijgen

kopen en verkopen   handel, negotie, nering

kopen en verkopen om winst te maken - speculeren

Kopenhagen , amusementspark in - Tivoli

kopen op crediet - poffen

kopen van wissel - disconteren

koper - aanschaffer, abonnee, afnemer, begunstiger, blazers, cliënt, consument, klant, koopman, mineraal, nemer, orkestpartij

koper (scheik.)   Cu., cuprum

koper van Jozef - Potifar

koper (metaal) - Cu., cuprum, geelkoper, latoen, messing, roodkoper, tombak,

koperblik - bladkoper

koperbus   helicon

koperdiepdruk   rotogravure

koperdraad - metaaldraad

koperdruk - chalcotypie

koperen emmer - aker

koperen bekken - gong

koperen blaasinstrument - althoorn, bariton, bazuin, bombardon, bugel, hoorn, horen, klaroen, kornet, piston, saxofoon, schuiftrompet, trompet, trombone, tuba, waldhoorn

koperen draadletters op de papiervorm - filagram, filigram, watermerk

koperen emmer - aker

koperen ketel - marmiet, marmite, vleesketel (Z.N.)

koperen munt in Nederland - cent, stuiver

koperen muziekinstrument - baroxyton, trompet, tuba, waldhoren

koperen Nederlandse munt uit 1700-1847 - duit

koperen of bronzen voorwerp - als

koperen ploert - zon

koperen stifje met platte kop - punaise

koperen stift in clavichord - tangent

kopererts - borniet, koperglazuur, koperkies, lazuursteen, malachiet

koperfolie - bladkoper

kopergeld - biljoen, rodeloop

kopergeld (schertsend) - aes, rodeloop

kopergieter - geelgieter

koperglans - chalkosien, redruthiet

koperglazuur - azuriet, chessyliet

kopergraveerkunst - chalcografie

kopergraveur - chalcograveur, etser, plaatsnijder

kopergravure - chalcograaf, koperdruk, kopersnee

kopergroen   koperoxyde, koperroest, malachiet, patina

koperhoudend erts - matte

koperkever   boorkever

koperkies - chalkopyrie

koperkleurig - koperrood

koperland - Chili

koperlazuur - kopererts

koperlegering   brons, messing, tombak

koperoxidule - cuproöxyde

koperrayon - bembergzijde

kopers - volk

koperskeus - k.k.

koperslager - blikslager, ketellapper

kopersmaragd - dioptaas

koper met tin - brons

koper of klant - afnemer

koper op crediet - pofklant

koperslager - bankwerker, ketellapper

kopersnede - kopergravure

kopersnijder - etser, kopergraveur

kopersstaking - boycot

kopersulfaat   kopervitriool

kopertor - koperkever

kopertijd - aeneolithicum, chalkolithicum

koper van gestolen goed - heler

kopervitriool - calcitarin, kopersulfaat

koperwiel - noorman

koperworm - engerling, hardworm, meikeverlarve, ritnaald

koper-zinkarsenaat - barthiet

kopglas - laatkop

kopie - afdruk, afschrift, copie, doordruk, doorslag, duplicaat, minuut, replica, reproductie, transcript

kopieerpapier - carbonpapier, calqueerpapier

kopieertoestel - hectograaf, printer, stencilmachine

kopieus - 1overvloedig, rijkelijk

kopiëren - namaken,naschilderen, naschrijven

kopiist   nabootser, naschrijver, overschrijver

kopij - afdruk

kopje - capitulum, drinknap, heuvel, hoofdje, kom

kopje duikelen - buitelen

kopje kofie - leut, tas troost

kopje zonder oor - kom

kopklepper - kopklepmotor

koplijst - deklijst, entête

kopman - lijsttrekker

kop of hoofd - kanis

koppel   (draag)riem, duo, gespan, kudde, leis, menigte, paar, span, stel, team, toom, tweetal, vlucht, zwerm

koppelaar – makelaar

koppelaarster - alcahuete, huwelijksmakelaarster

koppelarij - proxenetisme

koppelbalk - kalf, ringbalk

koppeldicht - distichon

koppelen   aaneensluiten, aaneenschakelen, bijreenvoegen, combineren, copuleren, coupleren, embrayeren, gespan, lijmen, paren, samenbinden, samenvoegen, verbinden, verenigen

koppel eenden - toom, vlucht

koppel herten - roedel

koppel honden - meute

koppel schapen - kudde

koppel vogels - toom, vlucht

koppelletter - ligament

koppeling - copulatie, kluts, paring, samenvoeging, verbinding, vereniging

koppelletter - ligament, ligatuur

koppel of paar - span

koppelriem voor jachthonden - ceintuur, leis

koppelstuk   koppeling, mof, nippel, verbindingsstuk

koppelstukje van een ritssluiting - kramp

koppelteken - divisie, hyphen, streepje, verbindingsteken

koppeltouw - staartlis

koppelvers - distichon, koppeldicht

koppelwerkwoord   blijken, blijven, dunken, heten, lijken, schijnen, voorkomen, worden, zijn

koppelwoord   copula

koppen zetten - scarificeren

koppensnellen - skalpjacht

koppensneller - Daja(k)

koppensnellersmes   mandan

koppensnellerszwaard - mandau

koppig - bokkig, dwars, eigenwijs, eigenzinnig, halsstarrig, hardhoofdig, hardleers, hardnekkig, hoofdig, obstinaat, onbuigzaam, onhandelbaar, ontoegeeflijk, onwillig, opiniater, recalcitrant, stijfhoofdig, stuurs, vasthoudend, warrig, weerbarstig, weerspannig

koppigheid   dwarsheid, eigenwijsheid, eigenzinnigheid, hoofdigheid onhandelbaarheid, onwilligheid,

stijfhoofdigheid, stijfkoppigheid, weerbarstigheid



koppig mens - dikkop, stijfkop

koppijn   hoofdpijn, migraine

koppotig weekdier   achtarm, ammoniet, bolemniet, cephalopoda, cephalopoda, inktvis, nautilus, octopus, zeekat

koprol - buiteling

koproliet - dreksteen

kops - loodrecht

kopschurft bij schapen - moelrui

kopschuw - bang, bevreesd, nerveus, schichtig, wantrouwend

kopspijkertje - taats, tengel

kopstation - beginstation, eindstation

kopstem - falset

kopstoot - masse

kopstuk   bolleboos, hoofd, hoofdman, kapiteel, kei, koppigaard, koppige, kraan, leider, mondstuk, sommiteit, summiteit, tap, vooraanstaande

kop van een bosgod - saterkop

kop van een draaibank - center

kopvoorn   hesseling, meun, viesvis, zeegrondel

kopvorming bij geleedpotigen - cefalisatie

kopwerk   hoofdarbeid, verstandswerk

kopij - handschrift, tekst, zetmateriaal

kopijhouder - visorium

kopyhouder - tenakel

kopzeer - hoofdpijn

kopziekte - grastetanie

kopzorg - bekommering

kor   net, oesternet, schrobnet, sleepnet

koraal   kerkgezang, koorgezang, koorknaap, koorzanger, koraalkalk, kraal, lithofiet, meisje, popje, psalm, gezang

koraalbank - koraalrif, rif

koraalboom - poliepenstok

koraaldieren - anthozoa, blauwkoraal, bloemdieren, bloempoliepen, neteldieren, orgelpijpkoraal, zeeanemoorf, zeeroos

koraaleiland   atol

koraalhout   kornel, kornoelje, koraal

koraalkleurig - rood

koraalkruid - asperge, zeekraal

koraalmos - koralijn

koraalmuziek   kerkmuziek

koraalpolyp   koraaldiertje

koraalrif   koraalbank

koraalverstening - koraliet

koraalzwam - clavaria, knotszwamclavaria

Koran, eerste hoofdstuk van de - fatiha

Koran, hoofdstuk van de - soera

Koran, vers uit de - aja

Koranschool - langgar

korbeel - balksleutel, karbeel, kraagsteen, steunpunt, steunsteen, zwing

kordaat   dapper, doortastend, energiek, ferm, flink, franciscaner, hartelijk, kloek, koen, kordelier, kranig, moedig, oprecht, resoluut, rond, ronduit, onversaagd, onverschrokken, stoer, trankiel, vlug, wakker

kordaatheid   dapperheid, kloekheid ,onversaagdheid

kordeller - franciscaner, kloosterling, minderbroeder

kordon - afsluitlijn, afzettinh, band, geweerriem, keten, lijn

Korè - Persefone

Koreaanse liederen - changga, hyangga, sijo

Koreaanse munt   hwan, won

Koreaanse vechtsport - taekwondo

koren - boekweit, garven, gerst, gierst, graan, haver, maïs, rogge, tarwe

koren zuiveren - wannen

korenaar - halm

korenaarverband   zwachteling

korenakker - korenveld

korenbeurs   graanbeurs

korenbloem - klaproos, roggebloem

korenbloem   centaurea, klaproos, roggebloem

korenbloem, rode - klaproos

korenbijter   kalander, klander

korenbrand   zwamziekte

korenbrander   jeneverstoker

korenbijter - kalander, klander, korentor

korendistel   akkervederdistel

korenes - korenveld

korenfactor - graanmakelaar

korengras - kweek

korengras, zandig - zandhaver

korenharp - tochtmaker

korenheul   klaproos

korenhoop - mijt, schelf

korenkaf je   blees

korenkraai - roek

korenland   graanakker

korenmaat   (Eng.) bushel, halster, mud, schepel

korenmot, zwarte - klander

korenomhulsel - blees, kaf

korenopper - schelf

korenpakhuis   silo

korenroos   bolderik, klaproos, papaver

korenschoof   garf

korenschrijver   ortolaan

korenschuur   graanschuur

korensteen   molensteen

korentor   kalander, klander, korenbijter

korenveld - korenakker, korenes

korenvink - ortolaan

korenvlieg   fritvlieg

korenvoel - bosrietzanger

korenvogel   bosrietzanger

korenwet   graanwet

korenwolf   graanhandelaar, hamster

korenworm - kalander, klander

korenziekte - brand,

korenzeef   treem, tremel, trijzel, wan, wanmolen

Kores - Cyrus

korf   aalkorf, (Eng.) basket, ben, bun, bijenkorf, cabas, draagmand, hengselmand, kaar, kanis, karbies, kieps, klepmnd, knaster, mand, mars, paander, seroen

korf in de mast - kraaienest

korf voor suiker - krandjang

korf voor tabak - kanaster, knaster, krandjang

korfdrager - marsdrager, marskramer, vleier

korffles - denijohn, mandfles

Korfoe - Kerkyra

Korfoe, een der eilanden behorende tot het district - Antipaxos, Ithaka, Kalamos, Leukas, Paxos

korf in de mast - kraaiennest

korf of ben - mand

korf voor verzending van tropische produkten   kanaster, knaster, krendjang

korftabak - knaster

korfvoor vis - kaar

korfwagen - mandewagen

korhoen - berkhoen, korhaan, korhen, moerhoen

korfvormig visnet - fuik

korhaan - kokkei

korhoen - berkhoen, korhaan, korhen, moerhoen

koriander - coriandrum

korianderolie, bestanddeel van - koriandrol, limalool, pineen

koriskruid – akkerzenegroen

korist - zanger

Koritza - Korcë

kormoraan - aalscholver, waterraaf

kornalijn - edelsteen

kormalijn, rode variëteit van - karmeool

kornak   olifantsoppasser

kornet   aspirant officier, blaashoorn, hoorn, ruiterbende, standaard, trompet, vaandrig, vaartuig

kornis - kroonlijst

kornoelje - cornus

kornoeljeachtigen - cornaceeën

kornuit - gabber, genoot, gezel, kameraad, maat, makker, vriend

korporaal - brigadier, brigges, ritmeester

korporaal bij een bereden wapen   brigadier

korps   groep, legerafdeling, personen

korps scherpschutters - bersaglieri

korpulent   dik, dikbuikig, gezet

korpulentie   gezetheid, zwaarlijvigheid

korpus   lichaam

korre - oesternet

korrekt - keurig, onberispelijk, zuiver

korrektheid - juistheid, onberispelijkheid, zuiverheid

korrel   decigram, kruimel, graantje, grein, pit, vizierkorrel, ziertje, zaadpit

korrelachtig   granuleus, greinachtig, ruw

korrelen   granuleren, greineren

korrelgrootte betreffend   granulair

korrelig   gekorreld, granulatie, granuleus, greinig, kruimelig, los, mul, rul

korrelig gesteente - graniet

korrelig leer - segrijn

korrelig maken - granuleren

korrelig, sneeuwijs   firn

korrelige bruine of grauwe graniet soort   porfier

koreling - granulatie

korrelklieren - speekselklieren

korreltje - greintje, zaadje

korreltje brood - kruimel

korreltjes (hoofdzakelijk uit kwarts bestaande materie) - zand

korrelvorming - granulatie

korren - kirren

korretouw - korlijn

korrigeren   berispen, bestraffen, herstellen, nakijken, nazien, rectificeren, verbeteren

korsak - steppevos

korset   keurs, keurslijf, rijglijf

korset met baleinen - baleinkorset

korsetje - stepin

korsetstaafje - balein

korst   bast. bolster, buitenkant, buitenlaag, roof je (wond), schil

korstige boterham - kapje

korst op of in kookpannen - ketelsteen

korst van de aarde   lithosfeer

korst van een wond   raf, roof

korst van huidziekte - rap

korstgrond (Sur.) - bouwgrond

korstmos - baardmos, bekermos, evernia, heikorst, koraalmos koralijn, leermos, lichen, lichenes, longkorstmos, rendiermos

korstmossen - lichenes

kort – afval, begrensd, beknopt, beperkt, bondig, bruusk, even, gedrongen, gezet, kortstondig, klein, laconiek, mini, pyknisch, succint, summier

kort (Eng.) - short

kort aangebonden   afgemeten, bars, beknopt, bits, bruusk, driftig, grof, heetgebakerd, kortaf, kregel, lakoniek, onverhoeds,

opvliegend



kortademig - aamborstig, astmatisch, dampig

kortaf - bits, bondig, bot, bruusk, kortweg, korzelig, laconiek, ronduit

kort, afdoende - peremtoir, peremtorisch

kort afgebroken - abrupt

kort afgebroken geluid   kets, kik

kort, afgeknot stuk - stomp

kort afsnijden   scheren

kort begrip - compendium, excerpt, overzicht, resumé, uittreksel

kort bericht - precis, memorandum

kort bezoek - aanloop

kort bezoek brengen - aanwippen

kort breed zwaard - kortelas

kortbuikige fles - pul

kort dagbericht - bulletin

kort dagbladartikel   asterisk, cursiefje, driestar, entrefilet, rubriek

kort damesbovenkleed - tunica, tuniek

kort damesjasje - bolero, topper

kort damesmanteltje - camail, topper

kort dik mens - bulletje, dwerg, kriel, pad, padde, papzak, potjerol, propje

kort, dik persoon - balletje, pad, potjerol, prop, propje

kort, dik spijkertje - tengel

kort droog geluid - knak

kort dun riet - sluik

kort durende regenbui   gietbui, plensbui, stortbui

kort durende stemming   bevlieging, bui, drift, gril, nuk,

kort eindje - stompje

kort eind touw (dat blok draagt) - schinkel

kort en beknopt - bondig

kort en beslist - botweg

kort en bondig - botaf, beknopt, doodkalm, doodleuk, lakoniek, pittig, puntig

kort en breed gebouwd - gedrongen

kort en dik   bulletje

kort en droog hoesten   kuchen

kort en gezet - pycnisch

kort en krachtig   bondig, gedrongen, gesmeerd, kernachtig, lakoniek, lapide, lapidair, pittig, sententie

kort en krachtig gezegde - aforisme, kernspreuk, motto,

kort en pittig - doodkalm, doodleuk, kernspreukig, laconiek, lakoniek

kort en suggestief geformuleerde bewering - slagzin, slogan

kort en zinrijk - epigrammatisch, scherp, stekelig

kort gebedje - prevelementje, schietgebedje

kort gedicht   epigram, kwatrijn, limerick, rondeel, puntdicht

kort geding voor de president van de arrondissements rechtbank - réferé

kort, gedrongen van lichaamsbouw en met rond gelaat - pyknisch

kort behakt stro - haksel

kort geleden   daarnet, juist, net, onlangs, pas, recent, zoeven, zojuist, zonet

kort geweer - buks

kort hekeldicht   epigram

kort gewiekte zeevogel - zeeduiker

kort gewijde priester - neomist

kort grappig verhaaltje - anekdote

kort handschrift - M.S., manuscript

kort hekeldicht - epigram

kort herenjasje - colbert

kort hooiijzer - pook

kort humoristisch gedicht - humoresque

kort innig gedicht - madrigaal

kort Japans zwaard - wakizasji

kort jasje - buis, jack

kort kanon - mortier

kort, kernachtig van stijl - lapidair

kort koorhemd - rochet

kort levend insect - eendagsvlieg

kort levensbericht van een overlevende - necrologie

kort lyrisch gedicht - canzone

kort maar krachtig   lapidair

kort meerstemmig kerkelijk zangstuk   motet

kort moment   even, flits, ogenblik, tel

kort moraliserend verhaal - fabel

kort officieel stuk   bulletin

kort ogenblik   amerij, even, eventjes, moment, mum, tel, oogwenk

kort overzicht - abrégé, aperçu, epitome, excerpt, geferaat, referaat, résumé, samenvatting, schema, syllabus, uittreksel

kort pittig gezegde - laconisme

kort prozaverhaal   novelle

kort pijpje - smeugeltje

kort reisje   trip

kort romantisch verhalend gedicht - ballade

kort samengevat - beknopt

kort samenvatten - abregeren, recapituleren, resumeren

kort samenvattend   resumerend, summier

kort schriftelijk verslag van hetgeen in een vergadering behandeld is - notulen

kort spits stootwapen - dagge, dolk

kort spijkertje - tengel

kort stenen pijpje   neuswarmertje

kort streepje - lijntje

kort stukje - eindje

kort toneelstuk - eenakter, klucht, novellette, sketch

kort tussentijds bericht - bulletin

kort tijdsbestek - even

kort uitstapje - minitrip

kort uitstel   respijt

kort uniformjasje - tuniek

kort van duur   even, kortstondig

kort van haar - kortharig

kort van stof - beknopt

kort vergaderingsverslag   notulen

kort verhaal - anekdote, novelle

kort verhalend gedicht - ballade

kort vertelsel - apoloog

kort voor een zeker tijdstip - onlangs

kort wandelingetje   ommetje

kort wit koorhemd - rochet

kort zicht - kz

kort zwaard - kortelas

kort zwaard (Jap.) - wakizasji

kortaangebonden - kregelig

kortademig   aamborstig, ademloos, amechtig, astmatisch, dampig, dempig, dyspnoe

kortademigheid   aamborstigheid

kortademigheid van een paard - cornage

kortaf   bondig, bruusk, lakoniek

korte afstand   nabijheid, vlakbij

korte aria inzonderheid als slot van een recitatief - cavatine

korte badkuip   lavet

korte basaltzuil - kopsteen

korte beweging - hort, schok, stoot

korte blik - lonk

korte brede roeispaan - pagaai

korte brede sabel - klewang, kortelas

korte broek - culotte, kuitbroek, pants, plusfours

korte damesmantel - topper

korte degen   dag(ge), dolk, ponjaard

korte dikke man - poen


1   ...   11   12   13   14   15   16   17   18   19


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina