Kaag polder kaai – aanlegplaats, gier, ka(de), losplaats, rede, ree, perron, waterkant kaaiman



Dovnload 1.11 Mb.
Pagina15/19
Datum22.07.2016
Grootte1.11 Mb.
1   ...   11   12   13   14   15   16   17   18   19

korte dikke stok - knuppel

korte dolk - dagge, stilet, stiletto

korte dracht - mini

korte droge hoest - kuch

korte duur - amerij, even, eventjes, kortstondig, moment, mum, ogenblik, oogwenk, poos(je), seconde, tel, tijdstip

korte eindsprint - spurt

korte filmopname - shot

korte fuik - kub

korte golf   k.g., breker

korte handstaaf - halter

korte harde regen – bui

korte hengel – mets

korte herenjas – bonker, jekker

korte herensok - anclet

korte herhaling   epanodos, recapitulatie

korte hevige bui – stortbui

korte hevige pijn - scheut

korte hevige windvlaag   rukwind

korte hevige windvlaag met stortregen   travaat

korte inhoud   abrégé, compendium, excerpt, extract, resumé, summarium, uittreksel

korte jas   jekker, tuniek

korte klucht - mime

korte kous   sok

korte lans - javelijn

korte leuze - chrie (punten van een opstel), motto

korte lichtwerkingen - tinkelen

korte maand - februari

korte mansoverjas - paletot

korte mantel - chlamys, paletot

korte mededeling - memo

korte mededeling in een krant - entrefilet

korte mis - missa

korte muziekonderbreking - tussenspel

korte naam voor chr. feestdagen   Paas, Pinkster, Kerst

korte nota - memo

korte ondertekening - paraaf

korte opgave - overzicht

korte overjas   bonker, jack, jekker, paletot, windjack

korte piek met brede punt - partisaan

korte poos   amerij, even, eventjes, handomdraai, haverklap, kort, kortstondig, minuut, moment, ogenblik, oogwenk, pauze, seconde, tel, termijn, tussentijd, voorlopig

korte puntige degen - dagge, rapier

korte puntige gezegden - abrupta

korte regen - bui

korte ren - sprint, spurt

korte rijzing van zeewater   agger

korte ronde vijl - rattenstaart

korte sabel   klewang, lat, ponjaard, slakkensteker

korte samenvatting   abrégé, compendium, referaat, résumé

korte slag bij boksen - hoek

korte spurt - sprint

korte staaf - halter, stang

korte staking - prikactie

korte sterk gekroesde wol - kaardwol

korte stootbeweging - duw

korte stijging tijdens eb - naspui

korte tabakspijp - stommel

korte tak aan een spoorlijn - sliplijn

korte toespraak - allocutie, speech

korte tijd   even, minuut, moment, mum, ogenblik, oogwenk, poos, seconde, tel, wijl

korte tijdsruimte - even, moment, ogenblik, tel

korte tussenzang - graduale

korte uitdrukkingswijze - brachylogie

korte uitlegging - postille

korte uniformjas   tuniek

korte verhandeling   artikel, essay

korte verklaring - motie

korte versregel - epode

korte visfuik - kub

korte voorslag (muz.) - acciacatura

korte vuurmond - mortier

korte wandeling - ommetje, rondje

korte warme overjas - bonker

korte wedren - sprint

korte weergave van de inhoud   excerpt, resumé, samenvatting,

korte windvlaag met stortregen - travaat

korte wijsheid   adagium, aforisme, maxime

korte zeemansjas - jekker

korte zeis - pik

korte zinspreuk - aforisme, gnome, sententie

kortegaard - wachthuis

korteling - afval, bulsterhout, stomp

kortelings - binnenkort, daarnet, dewijl, dra, net, onlangs, pas, recent, omdat, onlangs, poos, redengevend, somtijds, terwijl, weldra, wijl, wijle

korten   afkorten, aftrekken, besnoeien, inhalen, inhouden, kortwieken, minderen, rabatteren

korter - dichterbij, nader

korter maken - bekorten, inkorten

kortgeleden   juist, kortelings, laatst, net, onlangs, pas, recent, zoeven, zojuist, zonet

kortgeleden gewijd priester - neofiet, neomist

kortharige hond - dog, taks, schippertje, terriër

kortheid - beknoptheid

korting   aftrek, bekorting, bonus, defalcatie, disconto, mindering, prijsmindering, rabat, rafactie, reductie, remissie, tarra, verlaging

korting bij het inruilen van een auto - inruilwaarde

korting die is toegestaan - remissie

korting op belasting - remissie

korting op de prijs - rabat

korting op het gewicht   tarra

korting op het gewicht, wegens beschadigde koop - rafractie, refractie

korting op wissel - disconto

korting voor vervroegde betaling   disconto

korting voor wederverkopers   rabat

kortjan - matrozenmes, zakmes

kortlevend insekt - eendagsvlieg, oeveraas

Kortrijk - Coutrai

kortom - enfin, nou

kortsamenvattend - summier

kortschaaf   gerfschaaf, handschaaf

kortschedelig - brachysephaal

kortschrift   steno, stenografie, tachygrafie

kortschrijver - stenograaf

kortsluiting - communicatiestoring, contactstoornis

kortst - naast

kortstaarten   angliseren, couperen

kortstaarten van paarden - angliseren

kortstaartige kreeft - krab

kortste - naaste

kortsteel - brachypodium

kortste weg tussen twee punten   afstand, hemelsbreed

kortsteel - appel, kriek, peer

kortstondig   efemeer, efemerisch, even, kort, momentaan, momenteel, ogenblikje, oligochronisch, tel, tijdelijk, vergankelijk, vluchtig, voorbijgaand

kortstondige aandoening - aanval, attaque

kortstondige huiduitslag - krab

kortstondige regenbui - bui

kortstondige rijzing van het zee water bij eb   agger

kortstondigheid   even, moment

kortstotend - staccato

kortweg - bepaald, botweg, breviter, eenvoudig, kortaf

kortswijl   badinage, boert, grap, joke, raillerie, scherts, spot

kortwieken - fnuiken, knottenkorten, vleugellam maken

kortswijlen   boerten, railleren, schertsen

kortswijlig   grappig, vrolijk

kortteken   paraaf

kortverbander - KV-er

kortverhalend gedicht - ballade

kortvleugelen - kortwieken

kortvleugelige steltloper - emoe, kasuaris, struisvogel

kortvoer   erwten, graan, haksel, haver

kortweg   bondig, breviter, eenvoudig, kortaf

kortwieken   belemmeren, beperken, fnuiken, inbinden, inperken, knotten,

kortzichtig   bekrompen, bijziende, dom, geborneerd, kippig, myoop, onverstandig, stijf

kortzichtigheid - bijziendheid, myopie

kortzichtig zijn - overdrijven

kortzwaard - kortelas

korvee - werk

korzelig   brommerig, driftig, gemelijk, geprikkeld, gramstorig, grillig, humeurig, kortaf, kregel, kriegel, kregelig, lastig, lichtgeraakt, moeilijk, narrig, netelig, ontstemd, opvliegend, prikkelbaar, sporrelig, tips, wrevelig,

korzeligheid   kregeligheid, ontstemdheid

kosmetiek - haarplakmiddel, pommade, schoonheidsmiddel

kosmetisch artikel   lotion, nagellak, rouge

kosmogonie - scheppingsleer

kosmonaut - astronaut, Gagarin

kosmopoliet - wereldburger, wereldreiziger

kosmopolitisme   wereldburgerschap

kosmos   al, heelal, hemelruim, universum, wereld (al)

kossaard - keuterboer

kost   eetwaar, eten, levensonderhoud, menage, spijs, spijze, voeding, voedsel

kost zonder vlees - gust

kostbaar   couteus, dier, dierbaar, dispendieus, duur, duurzaam, edel, geaffecteerd, gekunsteld, onschatbaar, kostelijk, prachtig, precieus, prijzig, sumptueus, waardevol

kostbaar bezit   juweel, kleinood, parel, rijkdom, schat

kostbaar bont   mink

kostbaar gesteente - edelgesteente, jade, lazuur, nefriet

kostbaarheden - preciosa

kostbaarheid - diamant, kleinood, parel, preciosum, schat

kostbaar hoofdsieraad   diadeem

kostbaar iets - schat

kostbaar iets van een bezitter - relikwie

kostbar lijfsieraad - juweel

kostbaar metaal - platina

kostbaar onstoffelijk goed   eer

kostbaar reukwerk - amber, lodderein

kostbaar sieraad - pronkstuk

kostbaar tapijt - pers

kostbaar voorhoofsband - diadeem

kostbaar voorwerp - kleinood, pronkstuk

kostbaar weefsel - kamelot

kostbaarheden   preciosa

kostbaarheid   collier, diadeem, diamant, kleinood, parel, preciosum, ring, schat, sieraad

kostbaas - gastheer, hospes, waard

kostbare diepe schaal   graal

kostbare degen - eredegen

kostbare delfstof - uranium

kostbare diepe schaal - graal

kostbare fraaie stof - kamelot

kostbare harssoort - mastiek

kostbare hoofdbedekking   diadeem, kroon, tiaar, tiara

kostbare schaal ten tijde van koning Arthur - graal

kostbare siersteen - saffier

kostbare steen   diamant, edelgesteente, edelsteen

kostbare stenen - gesteente

kostbare stof   brokaat, edelgesteente, elp, diamant goud, ivoor, paramat, platina, radium, uranium, zilver

kostbare verzameling   schat

kostbare voorhoofdsband - diadeem

kostbare zware stof - kamelot

kosteloos   cadeau, franco, gratis, kostvrij, omniet, present, tjoema, toegift, vrij

kostelijk - delicieus, enig, fijn, geestig, geweldig, heerlijk, kostbaar, lekker, mooi, onvergetelijk, overheerlijk, prachtig, precieus, rijkelijk, schitterend, uniek, vermakelijk, voortreffelijk

kostelijk onthalen - regaleren

kostelijke spijs - godenspijs

kosten - eisen, gelden, leges, tering, uitgaven, vorderen

kosten van de aanleg - aanlegkosten

kosten van levensonderhoud - tering

kosten vergoeden - defrayeren

kosten voor het zegel - zegelkosten

kosten voor koper   k.k.

kostenberekening - begroting, declaratie

kostencurve - kromme

kostenlijst - prijslijst

kostenopgave - tarief

koster - blaker, custos, kerkbewaarder, opzichter, sacristien,

koster van een synagoge - sjammes

kosteres   kerkbewaarster, kostersvrouw

kosterswoning   kosterij

kosterij - kostershuis, kosterswoning

kostganger   commensaal, contubernaal ,medewonende, pensionair, pensiongast, samenwoner,

kostgast - kostganger

kostgeld - pension

kosthuis   pension

kosthuishoudster - hospita, pensionhoudster

kostjuffrouw   hospita

kostkruid - boerenwormkruid

kostleerling - pensionair, pupil

kostkruid   boerenwormkruid

kostprijsberekening   calculatie

kostscholier - kostleerling, pensionair, pupil

kostschool   alumnaat, college, instituut, internaat, pensionaat

kostschoolhouder - instituteur

kostuum   completdracht, kleding, kloffiepak, tenue

kostuumnaaister   costumière

kostuumpop   mannequin

kostvrouw   hospita

kostwinner   broodwinner

kostwinning   baan, beroep, bestaan, broodwinning, nering, stiel

kot   berghok, gat, gevangenis, hok, hut, kooi, krot, nor, opening, stal, schuurtje, verblijfplaats (voor dieren)

kotelet   krab, ribstuk, ribbestuk, ribbetje

koten - bikkelen

koter - kind

koteraar - pook

koteren - wroeten

kots - braaksel, luchtziek, misselijk, overgeefsel

kotsen - braken, overgeven, spugen

kou   kilte, koelte

koubekken   blauwbekken

koud   bar, dood, emotieloos, flauw, flegmatiek, frigide, fris, guur, harteloos, huivering, kalm, kil, koel, liefdeloos, onaangedaan, onbewogen, ongevoelig, onhartelijk, onverschillig, rillerig, stygisch, ijzig, verkleumd, zouteloos

koudbewerking - hameren, persen, trekken, walsen

koud dessert - ijs

koud en vochtig   kil, klam

koud gerecht - slaatje, sla, salade

koud, hard - rigoreus, streng

koud vlees in dril - aspic

koud vlees met dril - gelatine

koud vleesgerecht - filet, paté

koud vuur - fagedaena

koudbewerking   hameren, persen, trekken, walsen

koudbloed   koudbloedpaard

koudbloedig   koelbloedig

koudbloedig dier - hagedis, kikker, kikvors, slang, vis

koudbloedigen - amfibieën

koude   algor, kilte

koude drank   chocomel, fosco, frisdrank, tweedrank, ijswater

koude drank met ijs - sorbet

koude drukte - bombarie, kapsones, lawaai, omslag, opschepperij, poeha

koude klimaatsperiode   ijstijd

koude lekkernij - ijs

koude mengdrank - sorbet

koude minnend - psychrofiel

koude noordwestenwind. in Frankrijk   mistral

koude pampawind - pampero

Koudepool - Oimekon, Werchojansk

koude pudding   chipolata, diplomaatpudding

koude sneeuwstorm   blizzard

koude stoffige wind - pamperio, pampero

koude streek   pool(streek),Siberië

koude tafel - collation

koudetherapie - Kryotherapie

koude valwind   bora

koude visgelei - spica

koude wind   bora, mistral, pampero, papero

kouder worden - killen, strengen

koudheid   indifferentie, koelheid, onverschilligheid

koudjes - onverschillig

koud maken - kelen, vermoorden, wurgen

koudmakend - cryogeen, osteogangreen, verfrissend, verkoelend

koudslachter - vilder

koud vleesgerecht - filet, paté

koud vlees met dril - galantine

koudvuur   afsterving, gangreen, sphacelus

koudvuur in de beenderen - osteogangreen

koudwatergeneeskunde - hydrotherapie

koudwaterkuur - kneippkuur

koudweg - koel, onaangedaan

kous - anklet, katoen, kledingstuk, lampenkatoen, pit

kous(je) - gloeikous, kabelbekleedsel, lampewiekje, nylon, pit, ring (in strop), veldslade, zijgdoek

kousenband - elastiek

kousenbroekje - maillot, panty

kous of anklet - sok

kousophouder - jaretel

kout   conversatie, gebabbel, gekeuvel, geklets, gekwebbel, gepraat

kouten   babbelen, converseren, keuvelen, kletsen, praten, spreken, zeggen

kouter   ploegmes, ploegijzer

kouw – vogelkooi

kouwe drukte - kapsones

kouwelijk   kleums

kozakkendorp   stanitsa

kozakkeneenheid   sotnia

kozakkenhoofdman   ataman, hetman , Jermak, mazeppa

kozakkenmantel   boerka

kozakkenzweep   knoet

kozen   aaien, liefkozen, minnekozen, strelen, strijken, vleien, vrijen

kozen of aaien - strelen, strijken

kozijn   omlijsting, raamwerk, venster

Kozhikode - Calicut

kozijnhout - bestekhout, ribhout

kozijnstijl - deurpost, raampost

kraag - bef, boord, col, hals, keel

kraagbeer - koema

kraagduiker - kuifduiker

kraagmanteltje - pelerine

kraaglijster - beflijster, kraagmerel

kraagomslag van een jas - lapel

kraagplooisel - lob

kraagsteen   karbeel, korbeel

kraagstuk   zinkstuk

kraag van een koorknaap   bef

kraai - aanspreker, corvus, doodbidder, ka, kalle, kauw, raaf, roek

kraaiachtige vogel - ekster, gaai, kauw, kitta, kraai, notekraker, raaf, roef

kraaiachtige zangvogel - notekraker

kraaibessen - wegedoorn

kraaidoorn - kraaidoren, stalkruid

kraaiebloem - koekoeksbloem

kraaien - uitroepen, uitschreeuwen

kraaienmars blazen - doodgaan, sterven, verscheiden

kraaiennest - mastkorf, uitkijkpost

kraaien van hanen - kukelen

kraaiheide - empetrum

kraaivogels - corvidae

kraak   bezetting, diefstal, inbraak

kraakbeen   cartilago, chondros, hyaline, knar, knars, knarsebeen knor

kraakbeenachtig - cartilagineus

kraakbeenachtige beenschijf in de knie - meniscus

kraakbeengezwel   chondroom

kraakbeenlijm   chondrine

kraakbeenschijf in knie – meniscus

kraakbenige vis - doornhaai, driestaart, doornrog, haai, holocefalus, haringhaai, kathaai, mensenhaai, rog, selachius, sidderrog, spijkerrog, steur, zeekat, zaagvis,

kraakbenige vissen   chimaerae, chondrichtyes

elasmobranchii, haaiachtigen, holocephali, roggen



kraakbenige zeevis - haai, rog

kraakhelder - brandschoon

kraaknet - krakend

kraakschoon - brandschoon, kraakzindelijk, zindelijk

kraakijs - bomijs

kraak of diefstal - inbraak

kraakschoon   brandschoon, kraakzindelijk, zindelijk

kraakzindelijk - brandhelder, brandschoon, helder, maltentig

kraal - git, kafferdorp

kraal van een rozenkrans - beier

kraalboom - kralenboom, lijsterbes

kraallijst - astragaal

kraam   stalletje, tent, kermistent, kinderbed, marktent, spul, stal, stand, winkeltent

kraambed   puerperium

kraambezoek - kraamvisite

kraamdrank - kandeel

kraamhulp - baker

kraampje – stalletje

kraamschut - kamerscherm

kraamvertrek - kraamkamer

kraamverzorgster - baker

kraamvisite - kraambezoek

kraamvrouw   baker, moeder, puerpera, zuster

kraamvrouwendrank – kandeel

kraam waar men friet bakt - frituur

kraan - afsluiter, bol, bolleboos, hijstuig, kei, knapperd, kraanvogel, tap, uitblinker

kraanauto   takelwagen

kraanboor   centerboor, cirkelboor

kraandrijver   kraanbestuurder, kraanmachinist

kraanhals - reigersbek, zwanehals

kraankind - sjouwer

kraan met grijper - dragline

kraanoog   braaknoot, oogjesgoed

kraansleutel - mannetje

kraantjelek   tapperij

kraantjeskan - koffiekan

kraanvalk   secretarisvogel

kraanvogel - grus, ibis, kroonreiger

kraanvogel (Austr.) - brolga

kraanvogelpoot - pedegree

kraanwagen - hijskraan, takelauto

kraanzomer   nazomer

krab   haal, krabbel, krap, kras, krauw, schaaldier(IO-potig), schram, schrap, spinkrab

krabbedieverij - gapperij, gegap

krabbekop - favus, hoofdzeer

krabbel - aantekening, haal, hanepoot, krab, notitie, schram

krabbelen - klauteren, klauwen, krabben, peuteren, wurmen

krabbelpootje - kriebelschrift

krabbelschrift - pataraffe

krabbeltje - kattebelletje

krabben   brachyura, krabbelen, krauwen, rooien

krabbenduiker - alk

krabber - breekijzer, knoeier, krabijzer, schrabijzer, schraper, schrapper

krabbescheer - stratiotes

krabsel - schraapsel

krabvogel   auerhaan, fazant, haan, hen, hoen, kapoen, kalkoen, korhoen, kieken, kip, kipsel, kriel, kuiken, kwakkel, kwartel, mesthoen, patrijs, pauw, veldhoen

krabwerktuig bij de chirurgie - raspatorium

krabijzer - krabber, krauwel, schraper, schrapper

krach   bankbreuk, debacle, ineenstorting

kracht - betekenis, bloei, capaciteit, energie, force, fut, geest, geestkracht, geweld, heftigheid, inspanning, intensiteit, jeugd, leerkracht, macht, nadruk, pit, potentie, potestaat, resultante, spirit, sterkte, vaag, vermogen, vigueur, (lat.) vis, werking, werkkracht, werknemer, zenuw (fig.), zwaartekracht

kracht der moleculen - adhesie

kracht geven - bemoedigen, opjutten, sterken, stijven

kracht van de wind - windsterkte

kracht van redenering - betoogkracht

krachtaanduiding - p.k., (Eng.) h.p.

kracht bijzetten - stevigen, versterken


1   ...   11   12   13   14   15   16   17   18   19


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina