Kaag polder kaai – aanlegplaats, gier, ka(de), losplaats, rede, ree, perron, waterkant kaaiman



Dovnload 1.11 Mb.
Pagina17/19
Datum22.07.2016
Grootte1.11 Mb.
1   ...   11   12   13   14   15   16   17   18   19

Kroatië, hoofdstad van - Zagreb

krodde - duizendknoop, hederik, herik, knopherik, pad, perzikkruid

kroeg   bar, bierhuis, bodega, café, doening, drankhuis, dranklokaal, estaminet, fut, herberg, kit, knijp, kot, kuf, osteria, pub, sociëteit, soos, staminee, taphuis, tapperij, taveerne,

taverne, wijnhuis, wijnlokaal



kroegbaas   gelaghouder, kastelein, herbergier, waard

kroeghouder - herbergier, kroegbaas, tapper, waard

kroegloper   boemelaar,drinkebroer, habitué, stamgast

kroep - difterie, kruis

kroepoek, grondstof voor - ikan, kerbo, melindjo, oedang

kroes   beker, drinkbak, brinkbeker, gekruld, kom, kruik, mok, nap, pint, pot, vat

kroesharige bewoner van Melanesië - papoea

kroesharige hond   poedel

kroeskarper   giebel, steenkarper

kroeskop - krullenkop

kroet - appelstroop, wintertaling

kroezelig - gekroesd, gekruld, kroezig

kroezen - kronkelen, krullen

kroezig   gekruld, krullerig

krok - hooizaad, kreukel, kronkel, plooi, vogelwikke

krokkeling - zeeweegbree

krokodil   alligator, boeaja, gangesgaviaal, gaviaal, kaaiman, lijstkrokodil, nijlkrokodil, reptiel

krokodil met lange smalle bek - aviaal, snavelkrokodil

krokodil (Ind.) - boewaja

krokodillendoder   ichneumon

krokodillensoort - alligator, boeaja, brilkrokodil, ganges, gaviaal, kaaiman, lijstkrokodil, nijlkrokodil

krokus - saffraan

krollen - lollen

krols   hitsig, loops, paarlustig, paarzuchtig

krom   gebogen, gebrekkig, onrechtvaardig, scheef, slecht, verdraaid

krom gedeelte van een touw - bocht (touwtje springen)

krom praten - tatewalen

krom spreken - koeteren

krom wezen - gedrocht

krom worden - krommen

kromachtig - bochtig, krom

krom gebeente - rib

krombaan geschut   houwitser, mortier

krombeen - o-been

krombek - inbrekerswerktuig, peulen, smidstang

kromgebogen buis der bloemkroon - kromhals

kromgebogen glazen kolf - retort

kromgebogen mes - renet

kromhals - helm, kolf, koffles, retort

kromhoorn - keratine

kromhout - knie, steven

kromme   curve

kromme blaashoorn   kornet

kromme dolk of kort zwaard   jatagan

kromme hoorn - kornet

kromme klephoorn - kornet

kromme lijn   boog, cirkel, curve, kegelsnede, parabool, spiraal

kromme lijn die zich om een middelpunt slingert   spiraal

kromme nagel - klauw, krauwel

kromme Poolse ruitersabel - sarras

kromme sabel - klewang

kromme Turkse dolksabel - jatagan

kromme vrucht - banaan

krommen - buigen, kronkelen

krommesprong - buiteling, tuimeling

krommig - bocht, boog, zeeg, kronkeling, meander, ronding, rondte, slingerlijn

kromming   bocht, boog, buiging, curve, curvatuur, flexuur, krinkel, kromonocline, kronkel

krommingsbeweging van plantendelen - nastie

kromp - cyprina

kromsnavel - duikeend

kromstaf - krootse

kromtaal   boerentaal, brabbeltaal, koeterwaals, dieventaal, jargon, potjeslatijn, vaktaal

kromtong - brabbelaar, hakkelaar, koeteraar, koeterwaal, kromprater, stotteraar

kromte   kromheid

kronen   bekransen, bekronen, belonen, betonen, eren, gravenkroon, hertogskroon, keizerskroon, koningskroon, prijzen, ridderskroon, verheerlijken

kroniek   annalen, annuarium, blad, dagboek, geschiedenis, geschiedverhaal, jaarboek, jaarverslag, journaal, maandblad, tijdsrelaas, tijdschrift, periodiek, verhaal, verslag, wereldkroniek

kroniekblad - historieblad

kronieken - paralipomena

kroniek van een Jaar   annalen ,

kronieken van een jaar - annalen

kroniekschrijver - chroniqueur, teboeksteller

kroning - bekransing, bekroning

kroningsinsigne - rijksinsigne

kroningsstad der Duitse keizers   Trier

kroningsstad der Franse Koningen   Reims

kroningsstad der Nederlandse vorsten en vorstinnen   Amsterdam

kronkel   bocht, draai, kink, krinkel, kromming

kronkelberg   omloopberg

kronkeldarm - ileum

kronkelen   buigen, draaien, kapittelen, krinkelen, krommen, serpenteren, slingeren

kronkelend - meandrisch



kronkelende laan - slingerlaan

kronkelige haal - sliert, slinger

kronkelige stengel   rank

kronkeling - arabesk, crispatie, meander, versiering

kronkellijn - meander, slingerlijn
kronkelpad   slingerpad

kronologie - tijdrekenkunde

krontjong - gitaar

kroon   bloemkroon corona, diadeem, heerschappij, kr, krans, kruin, luister, lichtkroon, munt, regering, tiaar, tiara, top, voortreffelijkheid

kroon der pausen   tiara

kroon van de stedemaagd (voorstellende muren en torens der stad) - stedekroon

kroon van een hertog - hertogskroon

kroon van een hertogin - hertoginnenkroon

kroon van een tand - corona

kroon van het dal bij Los Angeles - Pasadena

kroonappel   aagt

kroonblad - bloemblaadje, petaal, vlag

kroonbladloze plant   abeel, berk, betel, beuk, biet, boekweit, brandnetel, cassave, duindoorn, eik, els, esp, gagel, hazelaar, hennep, hop, iep, kamfer, kaneel, kastanje, kattenstaart, knotwilg, laurier, melde, muskaat, notenboom, olijf, wilg, olm, peper, plataan, populier, postelein, rabarber, spinazie, treurwilg, vijgenboom, vogellijm, wilg, wolfsmelk, zuring,

kroondomein - kroongoed

kroonduif - goüra

kroonduiker   fuut

kroongoed - domein, kroondomein

kroonjaar   feestjaar

kroonkandelaar - armluchter, luchter, luster

kroonkolonie - gemenebest

kroonkraan - kroonreiger

kroonkruid - coronilla

kroonkurk - flessendop

kroonluchter - armkandelaar, kandelaar, kandelaber, kroon, kroonkandelaar, kroonlamp, lichtkroon

kroonlijst - corniche, kornis, uitstek

kroonlijstversiering - attiek

kroonopvolger - kroonprins

kroonopvolgster - kroonprinses

kroonprins (Frans)   dauphin

kroonprinses   dauphine

kroon ranonkel   akkerboterbloem, kransbloem

kroonreiger - kroonkraan

kroonslagader   kransslagader

kroonstuk - dekstuk

kroontjeskruid - wrattenkruid

kroonvogel   kroonduif, kroonfazant, kroonkraan, kroonreiger

kroonvorderaar - pretendent

kroos   bosbes, eendekroos, gergel, glee, gorgel, gruit, lemma, linze, moeras, moeraslinze, veenbes, waterlelie, waterlinze

kroosje - kriek (gew.), mirabel, mirabelle, pruim

kroost   afkomst, afstammelingen, hielenlikker, kinderen, mansoir, nageslacht, nakomelingen, ogendienaar, oir, onderkruiper, strooplikker, zaad

kroot   beetwortel, biet, pee, peen

krop   andijviestruik, hals, halsgezwel, sla, struma, voormaag

kropaar - dactylis

kropduif - kropper

kropgans   pelikaan

kropgezwel   struma, wen

kropkool   buiskool

kropmens - cretin

kropooievaar   maraboe, marabout

kroppen - doorzetten, mesten, samenpakken, verduren, voederen

kropper - kropduif

kroppig   bitter, haatdragend, wrang, wrokkig

krotter - beunhaas

kruiden   dille, foelie, kamille, komijn, laurier, nootmuskaat, peper, saffraan, salep, sesam, specerij, thijm, vanille, venkel

zie ook keukenkruid



kruidenboek - herbarium

kruidendokter - kwakzalver

kruidendrank - thee

kruidenier - grutter, krentenweger, winkelier

kruidenier op het water - parlevinker

kruidenierswinkel   grutterij, komenij

kruiden leer   rizologie

kruidensuiker - conserf

kruidenthee   tisane

kruidentuin - plantentuin

kruldenverkoper   drogist

kruidenwijn   kandeel, hippocras

kruidenzoeker - herborist

kruiderij   anijs, foelie, kaneel, komijn, kruidnagel, laurier, lavas, mosterd, muskaat, nootmuskaat, tijm, zie ook keukenkruid

kruidig - geurig pittig

kruidige geur   aroma, bouquet, boeket

kruidkaas - komijnekaas, nagelkaas

kruidkunde - botanie

kruidkundige - botanicus

kruidmoes - groenmoes, kruudjemous, melkmoes

kruidnagelolie, bestanddeel van - eugenol

kruidnoot – pepernoot

kruidworteldrank - salep

kruien   opstapelen (ijs), vervoeren, verslepen

kruier   kofferdrager, pakjesdrager, sjouwer, witkiel

kruihaspel - molenwindas

kruik   amfora, bedwarmer, fles, kan, kubbe, pul, tul, urn, vaas

kruikje-roer-me-niet – mimosa

kruikje voor as - urn

kruik, geglazuurde, van aardewerk - baardman

kruim - pit, verstand

kruimel   beetje, gremel, korrel, stukje, ziertje

kruimelaar - gierigaard, prutser

kruimelarij   gierigheid

kruimelen   afbrokkelen, brokkelen, peuteren, prutsén

kruimig - bloemig, jeuig, korrelig

kruin   bladeren, boomtop, bovendeel, gebladerte, hoofd, kroon, schedel, top

kruinoot - nootmuskaat, pepernoot

kruinpunt - schedelpunt

kruinschering - tonsuur

kruintje van een appel - navel

kruipen - sluipen

kruipend - slaafs

kruipend dier   adder, anaconda, boa, hagedis, krokodil, pier, reptiel, slak, slang, worm

kruipelings - heimelijk, steelsgewijs

kruipende tarwe   kweek

kruiper - ogendienaar

kruiperig   deemoedig, onderdanig, serviel, slaafs, vleiend

kruiperig doen - slijmen

kruiperig persoon   hielenlikker, kruiper, ogendienaar, onderkruiper, slaaf, slijmerd, strooplikker, vleier

kruiperig vleien - aduleren, flikflooien, pluimstrijken

kruiperige gediensligheid - serviliteit

kruiperige verering   byzantinisme

kruiperij   byzantisme, intrige, nederigheid, ogendienst, onderdanig, onderwerping, serviel, servilisme, slaafsheid, vleierij
kruipertje - muizegerst

kruiphaantje - krielhaantje

kruiphennetje - krielhennetje

kruiphol - sluiphol

kruipkoren - kweek

kruiplank   badding, richter

kruipplant - maagdenpalm

kruipvogels - certhiïdae

kruipwilg - geil

kruireep - kruitoord

kruiriem - kruizeel

kruis   broekdeel, crux, kop, leed, lendenstreek, lijden, muntteken, muziekteken ordeteken, plaag, ramp, stuit, wederwaardigheid

kruisarm   dwarsbalk

kruis in de vorm van een letter T   Antonius, St. Antoniuskruis

kruis van een broek - spier (Z.N.)

kruis van een paard - kroep

kruis van 2 balken (liggend) - St. Andreaskruis

kruis voor onbewaakte overweg   Andreaskruis

kruisafdoening   kruisafneming

kruisarm - dwarsbalk

kruisbeeld   crucifix

kruisbeeld langs de openbare weg - devotiekruis

kruisbeen   heiligbeen

kruisbekken - loxia

Kruisberg   Calvarieberg , Golgotha

kruisbes - klapbes, stekelbes, whitesmith

kruisbestuving - allogamie, kruisbevruchting

kruisbeuk   transept, dwarsbeuk

kruisbeuk aan een kruiskerk - transept

kruisbindsel - knoop, vloekwoord

kruisblad - kruiskruid, perzikkruid

kruisbladig gewas   radijs

kruisbloemig kruid - raket

kruisbloemig lepelblad - lepelblad

kruisbloemigen - cruciferen

kruisbloemige plant   akkerkool, arabis, aubretia, barbarakruid, bitterkers, bloemkool, boerenkers, cricufeer, damastbloem, dodder, hauw, herderstasje, herik, huttentut, judaspenning, kapper, knolraap, knopherik, kool, koolraap, koolzaad, krodde, kruidkers, lepelblad, mierik, mosterd, muurbloem, peperkers, peulraapzaad, pinkstrerbloem, raap, raapkool, radijs, raket, ramenas, rapistrum, rodekool, scheefbloem, scheefkelk, schildzaad, (steen)raket, sterkers, tasjeskruid, torenkers, tuinkers, varkenskers, veldkers, vinkenzaad, violier, vlasdodder, vroegeling, waterkers, wede, zeeraket

kruisbloemige woestijnplant   jerichoroos

kruisbloemigen - arabis, cruciferae, damastbloem, dubbelkruid, hauw, herderstasje, iberis, judaspenning, mierikswortel, mosterd, pinksterbloem, radijs, randjesbloem, scheefbloem, schildje, waterkers

kruisboog - armborst, ogief, schietboog, spitsboog

kruisboog met gewelf - diagonaalboog

kruisboog van een gewelf - ogief

kruisboom - christuspalm, kruis, kruishout, mollenkruid, wonderboom

kruisbramzeil - grietje

kruisbroeder   flagellant, geselaar, geselbroeder, kruisheer, rampgenoot

kruisdistel   akker, dennendistel, eryngium, meer, veld,

wallendistel, zeedistel



kruisdoorn - kruisbes

kruisdorenmoes - kruisbessenkost

kruisen - traverseren

kruisen bij wegontwerp - traverseren

kruiser   oorlogsschip

kruiser om berichten over te brengen - aviso

kruisgentiaan - kruisbladgentiaan

kruisgetuige - martelaar, martelares

kruisgewelf in een klooster - xystus

kruisgezant - apostel, zendeling

kruisheer - O.S.Cr.

kruisheuvel - Golgotha

kruishout - ritshout

kruising   doorsnede, doorsnijding, intersectie knooppunt, kruispunt, paring, snijpunt

kruising tussen ezel en merrie - muildier, muilpaard

kruising tussen leeuw en tijger - liger, tigeon

kruising van bison en koe - beefalo

kruising van ezel en paard - halfezel, muildier, muilezel, muilos, onager, osmuil

kruising van haas en konijn - haaskonijn, leporide

kruising van hengst en ezelin - muilezel

kruising van spoorweg met gewone weg - overweg

kruising van wegen   driesprong, knooppunt, viersprong

kruising van zebra en ezel - zezel

kruisjesdag   Aswoensdag

kruisingsproduct - hybride

kruiskanarie - kruisbek

kruiskarper - kroeskarper, steenkarper

kruisklamp - belegstuk

kruiskool - houtskool

kruiskruid - senecio

kruislaan - dwarslaan

kruisletters - I.N.R.I.

kruismast - bazaanmast

kruismast op een driemaster - bezaan

kruismes - dolk

kruisnet - hefnet, ophaalnet, totebel

kruisopschrift - INRI

kruispunt - kruising, voersprong

kruisrad   draaikruis, tourniquet

kruisschip - kruiser

kruissprong - kruispas

kruisstaf van de paus   ferula

kruissteen - chiastholiet, holspaat

kruisstelling - chiasme

kruistocht – bedevaart, kruisvaart

kruisvaan - labarum

kruisvaart   kruistocht

kruisvormig   kruiselings

kruiswant - bazaanswant

kruisweegss - kruiselings

kruisweg - statie

kruiswoordraadsel - cryptogram, doorloper, kruiswoordpuzzel, puzzel

kruiswortel - zeedistel

kruiswijze - decussatim

kruiswijze plaatsing - decussatie

kruitdoop   vuurdoop

kruitkoker - kardoes

kruitmengsel - sas

kruitmijnen aanleggen - mineren

kruitwagen - beschermer, caisson, kordewagen (Z.N.),

kruiven - kroezen, krullen

kruiwagen   kordewagen, kruikar, relatie

kruizing - hydridatie

kruk - brodelaar, deurknop, domoor, drievoet, dwarsstuk, greep, handel, handgreep, handvat, hefboom, klink, knoeier, knop, knuppel, schabel, schamel, sufferd, sukkel, taboeret, voertuig (met 1 wiel), voorspraak, voorthelper, zetel, zwengel

kruk aan deur - klink

krukboor   avegaar, fretboor

krukel   alikruik, kreukel

krukje - stoeltje

krukkast - carter

krukken - stuntelen

krukkig   gebrekkig, knoeierig, onbekwaam, onhandig, stumperig, stuntelig, sukkelachtig, sukkelend, ziekelijk

krul - afschaafsel, gril, haarbos, kronkel, kuur, lok, nuk, pennentrek, schaafsel

krulfloers - crèpe

krul haar - lok

krulhond   poedel, spaan

krulkop - kroeskop, krullekop

krullatuw - kruisla

krullen - kroezen

krullenbol - kroezelbol

krullende bontsoort - astrakan, persianer

krullige stof - astrakan

krullerige stijl - rococo

krullige wollen stof   ratiné, ratijn

krullijn - spiraal

krulpapiertjes in het haar - papillotten

krulspeld - roller

krultang - haarkruller

krulvormige zuilversiering - volute

krulijzer   friseertang

krulijzer van paarden - krepijzer

krijg   gevecht, kamp, oorlog, slag, strijd

krijgen   aannemen, bekampen, bekomen, beuren, gewinnen, grijpen, langen,opdoen, strijden, ontvangen, verlangen, verwerven

krijger   combattant, krijgsman, milicien, militair, soldaat, strijder, vechter

krijgertje   nalopertje, tikje, tikkie, vangertje

krijgsbanier   oorlogsvlag, vaandel

krijgsbehoefte   ammunitie

krijgsbeschrijving - stratografie

krijgsbouwkunst   genie

krijgsgehuil - oorlogskreet

krijgsgevangenkamp - stalag

krijgsgewoel - mêlee

krijgsgezang der Germanen - barditus

krijgsgezant   heraut

krijgsgezel - spitsbroeder, wapenbroeder

krijgsgezind - oorlogszuchtig

krijgsgod   Ares, Janus, Mars, Mavors

krijgsgodin   Ballona, Minerva, Walkure

krijgshaftig   dapper, martiaal, militant, guerriero (muz.), soldatesk, strijdlustig, strijdvaardig

krijgshaftigheid - dapperheid, krijgslustigheid, martialiteit, moed

krijgshandel - oorlogsbedrijf, oorlogvoering

krijgsheir - leger

krijgsknecht - militairsoldaat

krijgskunde - strategie, tactiek

krijgkundig - strategisch

krijgskundige - strateeg, tacticus

krijgskundige term - beleg, front, omsingeling

krijgslist - stratageem, stratagème

krijgsmacht   armee, divisie, heer, heir, leger, legerkorps, militie, troepen, troepenmacht, weermacht

krijgsmakker   slapie, spitsbroeder, strijdgenoot, wapenbroeder

krijgsman – krijger, marinier, militair, soldaat, strijder

krijgsman uit vroeger tijd   dragonder, musketier, ruiter

krijgsoefening - exercitie, leeroefening, manoeuvre

krijgsoperatie uitvoeren - opereren

krijgsoverste   paladijn, veldheer

krijgsraad   rechtbank, vergadering

krijgsschool - H.K.S.,

krijgsstandaard - labarum

krijgsslagorde - falanx

krijgstocht   heervaart, raid, veldtocht

krijgstoneel - slagveld

krijgstrompet bij de oude Egyptenaren   meleket

krijgstucht   discipline

krijgstuchtgelijke straf   berisping, licht, streng, verzwaard

krijgsvaandel van het Romeinse leger   labarum

krijgsverrichting   krijgsbedrijf, oorlogshandeling, operatie

krijgsvolk   leger, legertros, militairen, soldaten

krijgswezen   leger, legermacht, militie

krijgszang - strijdlied

krijs - schreeuw

krijsen - bleren, gieren, gillen, jammeren, knarsen, krijten, razen, schreeuwen, snerpen, tekenkrijt,

krijt   arena, delfstof, kalk, kampplaats, kleurkrijt, pastei, ring, schoolkrijt, strijdperk, witte delfstof

krijt, etage uit het - albien, aptien barremien, campanien, cenomanien, coniacien, hauterivien, maastrichtien, santonien, senonien, turonien, valanginien

krijtdiertjes - foraminiferen

krijten   gieren, gillen, huilen, krijsen, roepen, schreien, schreeuwen, wenen, witten

krijtend   schreeuwend

krijtkleur - bleek, wit

krijtrotsen op Wihgt - Needles

krijttekening - crayon


1   ...   11   12   13   14   15   16   17   18   19


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina