Kaag polder kaai – aanlegplaats, gier, ka(de), losplaats, rede, ree, perron, waterkant kaaiman



Dovnload 1.11 Mb.
Pagina18/19
Datum22.07.2016
Grootte1.11 Mb.
1   ...   11   12   13   14   15   16   17   18   19

krijtwit   doodsbleek, lijkwit

kryoliet   ijssteen

krypt - hol, krocht, spelonk

krypton - kr., edelgas

ksi-deeltje - cascadedeeltje

ku - aars, achterste

kub - fuik, visfuik

kubbe - aalkorf, fuik

kubiek - derde macht, kubusvormig, teerlingvormig

kubiekecentimeter - cc., ccm.

kubieke maat - wisse

kubieke meter   stère

kubieke meter brandhout - wisse

kubiekwortel - derdemachtswortel

kubisch - kubiek, kubusvormig

kubus - dobbelsteen, hexaëder, teerling, zesvlak

kubus met startnummer en prestatiemededelingen - annoncekubus

kubusvormig dropje - griotje

kuch - commiesbrood, kazernebrood, hoest

kuchen - hoesten, kuimen

kudde   aantal, drift, horde, juk, koppel, mandra, massa, menigte, roedel, schaar, troep, vee, verzameling, zwerm

kuddedier - massamens

kuddedieren - vee

kudde herten - roedel

kuddehoeder - cowboy, herder

kudde hoedster - herderin

kuddemens - massamens

kudderen - ploeteren, wassen

kuf - bordeel, kroeg, stroschoen

kui - koekalf

kuier - ommetje, wandeling

kuieren - lopen, slenteren, stappen, wandelen

kuiering - loopje, wandeling, slentering

kuierlatten - benen, kuierstokken

kuierstok - wandelstok

kuif   bos, bosje, boeket, dot, haarbos, haardos, pluk, pruikje, toef, toupet, tuiltje

kuifaap   meerkat

kuifarend   ruigpoothavik

kuifachtige tooi van edelstenen   aigrette, reigerskuif

kuifbal   volant

kuifeend - kamduiker, topper, toppereend, veldduiker, winterduiker

kuifpotigenm - copepoda

kuif van een haan - hanenkam

kuiken   broed, domoor, kieken, poulet, pul

kuiken dat het laatst uitkomt - nestkuiken

kuikendief - blauwschild (gew.), wouw

kuikenvlees - poult

kuil   del, diepte, fossa, fovea, gat, graf, groef, groeve, holte, kolk, laagte, put, silo, uitholling, visnet, visvangst

kuil boven het sleutelbeen - jugulum

kuil in de flanken van magere dieren - lendengroeve

kuil in de weg - del

kuil waarin wilde zwijnen legeren - ketel

kuildek - tussendek

kuilen - inleggen, inmaken

Kuilenburg - Culemborg

kuil in de weg - del, put

kuilnet - kuil, treil

kuil van wilde zwijnen - ketel

kuiltje - holte

kuiltje bij golven - hole

kuilvoer - mais

kuimen - kermen, klagen, kuchen, zuchten

Kuinder - Tjonger

kuip   bad, badkuip, bak, balie, kaar, karn, stander, teil, tob, tobbe, ton, trog, vat

kuip in badkamer - mandibak

kuip of trog om laken te walken en te weken - volkuip

kuipboter - margarine

kuipen   bedriegen, intrigeren, knoeien, konkelen, machineren, stoken

kuiper - arglistig, haringpakker, intrigant, konkelaar, omkoper, tonnenmaker, vatenmaker

kuipersbijl - baars, dissel

kuipersdissel - hamerbijl

kuipersgereedschap - trekhaak

kuipersmes - bereimes, gergelmes, lasmes, reemes

kuipersterm - gergel, kroos

kuiperij   bedrog, gekonkel, geknoei, intrige, konkelarij, kunstgreep, list, machinatie, mollenwerk, servilisme, verwikkeling

kuiphout - duigen, klaphout, vathout

kuipje in badkamer - bidet, lavet, voetbad, zitbad

kuipplant - maagdenpalm

kuip voor de bereiding van boter   karn

kuis   bescheiden, eerbaar, ingetogen, kies, kuiskalf, maagdelijk, net(jes), preuts, proper, pudicus, pudiek, rein, sereen, zedelijk, zedig, zuiver

kuise vrouw - Lucretia, Suzanne

kuisen   louteren, ontsmetten, reinigen, schoonmaken, zuiveren

kuiser - schoonmaker

kuisheid - castimonia, eerbaarheid, reinheid, preutsheid, pruderie, pudeur, pudiciteit, zedigheid

kuisheidgordel - venusband

kuisvrouw - schoonmaakster, werkster

kuise vrouw - maagd

kuising - abrasio, opruiming

kuit - roge

kuit (Z.N.) - kijt

kuit van een inktvis - zeedruif

kuit van een vis - caviaar, kijt

kuit van steur - kaviaar

kuitbal - volant

kuitbeen - fibula

kuitbroek - plusfour

kuitenflikker - kruissprong

kuiter - kuitvis, wijfjesvis

kuitharing - roge

kuitschieten - paaien, scharen

kuitsteen – eiergesteente, eiersteen, granito, oöliet, tufsteen,

kuit van de steur - kaviaar

kuitvis - kuiter, wijfjesvis

kuitzak - eierstok

kukeleku - hanengekraai

kukelen - buitelen, kraaien, tuimelen, vallen

kul - roede, sul, teelbal

kulkoek - fopperij, kullage

kullebroer - fopper

kullen - bedriegen, beetnemen, foppen

kultuur   beschaving, teelt

kultuurgewas   soja

kummel - karwij, komijn

kummelolie, bestanddeel van - carvon, limoneen

kunde   bekwaamheid, kennis, weten

kunde betreffende de holen - holenkunde

kundig   bedreven, bekend, bekwaam, capabel, deskundig, ervaren(heid), geleerd, geleerdheid, gis, kennis, knap, onderlegd, ontwikkeld, techniek, vaardigheid, weten, wetende

kundig in de letteren - letterwijs

kundigheid   bedrevenheid, bekwaamheid, ervarenheid, geleerdheid, kennis, talent, vermogen

kundigheid van een timmerman - sofia

kunne   geslacht, sekse, sexe

kunnen - bestaan, mogen, vermogen, weten

kunnen hebben - verdragen, velen

kunnen leven - bestaan, existeren, subsisteren, zijn

kunnen plaatsen - begrijpen

kunnende bestaan   levensvatbaar

kunnende betalen - solvent

kunnende gebeuren - eventueel

kunnende geschieden - mogelijk

kunnende leven - leefbaar

kunnende weerstaan - bestand

kunnende zien - ziende

kunst   arti, foef, frats, gebaar, gril, grimas, handigheid, kneep, koddig, kuur, truc, vaardigheid

kunst   (Lat) ars, (Fr.) art

kunst der kleurenmenging - chromatiek

kunst of leer van de stijl - stilistiek

kunstaas - spinner
kunstantraciet - syntraciet

kunstarm of been - prothese

kunstasfalt - mastiek

kunstbalein - balaniet

kunst om door opplakking van figuren op glaswerk porselein te imiteren   potichomanie

kunst om gezond en gelukkig te leven en ziekten te voorkomen   eubiotiek

kunst van het plaatsnijden   graveerkunst

kunst van het waarzeggen   mantiek

kunstbeoefenaar uit liefhebberij   amateur, dilettant

kunstbeoordelaar   kunstcriticus

kunstbeschermer - maecenas, mecenas,

kunstboter - margarine

kunstdiamant - stras

kunstdicht - romance

kunsteloos - eenvoudig, naïef

kunstenaar   acteur, artist, artiest, auteur, beeldhouwer, bohémien, componist, danser, dichter, dirigent, etser, filmer, fotograaf, graveur, kunstschilder, literator, maestro, musicus, pianist, poëet, portretschilder, pottenbakker, schilder, schrijver, solist, tekenaar, violist, virtuoos, zanger

kunstenaar van zekere richting   realist

kunstenares   artieste, diva, schilderes, zangeres

kunstenboek - goochelboek

kunstenmaker   aansteller (fig.), acrobaat, boeienkoning, clown, degenslikker, equilibrist, goochelaar, gymnast, jongleur, kermisgast, koorddanser, kunstspringer, saltimbanque, slangenmens, vuurvreter,

kunstenmakerij - aanstellerij, grimas

kunstgebit   mondstuk, prothese, ratelier

kunstgesteente   eterniet

kunstgevoel - esthetiek

kunstgevoelige   estheet, esteet

kunstgips - seleniet

kunstglas - flexiglas, plexiglas, ijsglas

kunstgoud   doublé, oreid

kunstgraniet - terrasso

kunstgreep   akal, foef(je), greep, intrige, handgreep, kneep, kunststuk, list, manier, manipulatie, toer, truc, vaardigheid

kunsthaar - pruik

kunsthaarstuk - toupet

kunsthars - bakeliet, filite

kunsthars uit koffie - cafelite

kunsthoorn - caseïneplastic

kunstharssoort - philiet

kunsthoorn - gelaliet, keratine

kunsthout - xylolieth

kunstig - artificieel, bedreven, handig

kunstige dans   ballet

kunstige sprong   salto

kunstig samengesteld werktuig - machine

kunstig vaatwerk - vaas

kunstig vlechten - knopen

kunstivoor - eburine, ivorice, ivorine

kunstje -akal, foefje, kunstgreep, manipulatie, stunt, toer, truc

kunstkabinet - museum

kunstkenner - connaisseur, deskundige, expert

kunstledemaat   prothese

kunstleer - boekbindersleer, lederdoek, lincrusta, pegamoid, skai, veritex, wasdoek

kunstlichaamsdeel   prothese

kunstlicht - baak, fanaal, faros, farus, vuurbaak

kunstlichtpapier - bromide, clorobromide

kunstlinnen - baai

kunstmaan   gaga, gemini, satelliet, spoetnik, telstar

kunstmateriaal   plastic

kunstmatig   artificieel, factitius, gedwongen, mechanisch, nagemaakt, onnatuurlijk, synthetisch

kunstmatig element   americium(Am), curium(Cm), einsteirlium, fermium(Fm), mendelevium(Me), neptunium(Np), plutonium(Pu)

kunstmatige afwatering   drainage

kunstmatig bereid graan - mout

kunstmatig bevloeide vlakte - vega

kunstmatig element - americium (am), curium (cm.), einsteinium, fermium (fm.), mendelevium (me.),

kunstmatig gefabriceerd - cement, portlandcement

kunstmatig gekiemd graan - mout

kunstmatig gesteente - eterniet

kunstmatig gevormde taal - hulptaal

kunstmatig leidingkanaal - aquaduct

kunstmatig verwekte slaap - hypnose

kunstmatige afwatering - drainage

kunstmatige bevloeiing   irrigatie

kunstmatige broedplaats - kweekbak

kunstmatige bron   fontein

kunstmatige bron voor ultraviolette stralen - hoogtezon

kunstmatige etterwonde - fistel

kunstmatige haarbedekking - pruik, stukje

kunstmatige hartstimulator - pacemaker

kunstmatige hoofdbedekking - haarstukje, pruik, toupet

kunstmatige hoogte - woerd

kunstmatige inseminatie - bevruchting, k.i.

kunstmatige lichtbron bij de jacht - lichtbak

kunstmatige mens   homunculus, robot

kunstmatige moederkip - broedmachine

kunstmatige nier - kunstnier

kunstmatige overbrenging van organen - transplantatie

kunstmatige schijndood - abiose, gironde

kunstmatige slaap   hypnose

kunstmatige springbron - fontein,

kunstmatige taal   Esperanto, Ido, novial, occidental Volapuk

kunstmatige verdoving   narcose

kunstmatige verzwering ter zuivering - fontanel

kunstmatige vezels - rayon

kunstmatige visteelt   piscicultuur

kunstmatige voor ontleding weer gedroogd graan - mout

kunstmatige vruchtafdrijving - abortus provocatus

kunstmatige warmtebron   kachel, oven, centrale verwarming

kunstmatige waterkering – sluis

kunstmatige wonderlijke geroepen schijndood - abiose

kunstmatige zon - hoogtezon

kunstmens   androïde, golem(door toverspreuken van leem),

homunculus, robot



kunstmest   ammoniumsulfaat, beendermeel, chilisalpeter, compost, fosfaat, fosforzuur, gonst, guano, kali, kaliumzout, kalk, patentkali, poudrette, salpeter, salpetersuperintendent, schelpaarde, slakkenmeel, superfosfaat

kunstmiddel   handigheid, truc

kunstminnend - artificieel, kunstlievend

kunstmoeder - broedmachine, lepmoeder

kunstnaaldwerk - borduurwerk, kantkloswerk

kunstneus   prothese, rinoplastiek

kunstnijverheid begunstigend - filotechnisch

kunstoefening - performance

kunstperiode - classicisme

kunstprodukt   beeld, brug, compositie, doek, ets, etude, gebouw, gedicht, kerk, kopergravure, (kunstkjewrocht, kunststuk, kunstwerk, monument, plaat, plastiek, prent, roman, schilderij, standbeeld, (steen)gravure, tekening, viaduct

kunstpuimsteen - litholiet

kunstrechter - aristarch, criticus, madis, recensent

kunstrichting   dada, dadaïsme, expressionisme, futurisme, impressionisme, naturalisme, realisme, surrealisme, zero

kunstrijder - voltigeur

kunstrijdster - amazone

kunstschilder - fijnschilder

kunstschildergereedschap - ezel, palet, penseel, verf

kunstschilderskwastje - penseel

kunstspelorgel - orchestrelle

kunststeen van geperste houtstof - xyloliet

kunststeen   granito

kunststijl   barok, classicisme, empire, gotiek, kubisme, maniërisme, rococo, romantiek

kunststof   alpaca, celluloid, eboriet, nylon, plastic, plastiek, polyester, rekartan (voor sportvelden enz.), rubberoïd

kunststofweefsel - orlon

kunststuk - behendigheid, foefje, kneep, kunstgreep, list, meesterstuk, stunt, toer, treek, truc, trucje,

kunststukje - stunt, toer, treek, truc

kunsttaal   code, Esperanto, Ido, Volapük

kunsttanden - prothese

kunsttempel - kabinet, museum

kunsttempel (fig.) - parthenon

kunsttijdperk - renaissance

kunstuiting - beeld, ets, schilderstuk, schilderij, standbeeld

kunstuitleeninstelling - artoteek

kunstvaardig   artistiek, bekwaam, stunt, virtuoos

kunstvaardigheid - artisticiteit, articiteit, bedrevenheid, bravour, kundigheid, meesterschap, vakkennis, virtuositeit

kunst van waarzeggen - mantiek

kunstveiling - auctie

kunstvernieler - vandaal

kunstverrichting - stunt, toer

kunstverwoester - barbaar, beeldenstormer, bruut, cultuurbarbaar, vandaal

kunstvezel - acryldralon, acrylvezel, dacron, draion, echfalon, enkalon, lanital, melkwol, merkaklon, nylon, orlon, perlon, polyamiden, polyestervezel, rayon, terlenke, trevira, vinylvezel

kunstvliegen - stunten

kunstvlieger - stunter, stuntvlieger

kunstvlucht - stunt, vrille

kunstvoortbrengsel - artefact

kunstvoortbrengsels - manufacturen

kunstvoorwerp   beeld, bibelot, chinoiserie, ets, gravure, schilderij, urn, vaas

kunstvoorwerp (Chin.) - chinoiserie

kunstvriend - maecenas

kunstwaterwerk - fontein, vijver

kunstwereldtaal - esperanto

kunstwerk - aquarel, beeld, collage, compositie, creatie, drama, ets, gedicht, roman, schepping, schilderij

kunstwol - alpaca, lanital, melkwol, mungo

kunstwol uit lompen - mungo

kunstwoord - term

kunstwoordenleer - techniek

kunstzaal   galerie, galerij, kabinet, museum

kunstzijde   delana, rayon, rayonne, travise

kunstzilver - argentaan, pleet

kunstzin   artisticiteit, smaak

kunstzinnig - artistiek, smaakvol
kunstzinnige smaak - artisticiteit

kunstzinnigheid - artisticiteit

kunstzweer - fistelzweer, fontanel

kunziet - spodumeen

kuras   borstpantser, borstharnas, harnas, pantser

kurassier   cavalerist, manwijf, ulaan

kuren   genezen, fratsen, parten

kurenmaker - august, clown, dwaas, gek, grimassenmaker, nar, pierrot, potsenmaker, zot

kurk - afsluiter, sim, stop, spon

kurk met kruid - knalkurk

kurk van hengel - sim

kurkarbeider - bekker

kurkcambium - fellogeen

kurkdroog   vochtvrij

kurkensnijder - riemer, ronder

kurkenzak - stootkussen

kurkhout - flokhout

kurkjebreien - punniken

kurkstof - cutine, suberine

kurktapijt - linoleum

kurk van fles - sto

kurk van hengel   sim

kurkuma - geelwortel

kurkweefsel - felleem

kurkzeil - linoleum

kurkzuur - suberinezuur

kus  mokkel, pakkerd, smakkerd, smok, toot, zoen

kus (Eng.) - kiss

kus voor het slapen gaan   nachtkus, nachtzoen

kussen - peluw, zoenen

kussenblok - lager

kussenondersteuning - peluw

kussenovertrek   sloop, fluwijn, tijk

kussensloop   fluwijn, kussenovertrek

kussentje - tampon

kussentje van snoep - ulevel

kussenvulling - dons, - eierdons

kussenzetel - canapé, kussenstoel, ottomane, sofa

kust   grens, landstrook (langs de zee, grote rivier), lijwal, oever, rand, strand , wallekant, zeeoever, zoom

kust aan de Barentszzee - Timan

kust betreffende - litoraal

kust (It.) - riviera

kust (Sp.) - costa

kust van Kleln Azië   Levant

kusteilanden - scheren

kusteilandjes voor Noorwegen   scheren

kuster - coaster, kustvaarder

kustgebied - duinen, strand

kustgebied van W.-Afrika - Guinea

kusthandel - cabotage

kusthandel drijven - caboteren

kusting   hypotheek

kustinsnijding - geleding, haf, inham, via

kustland - litoraal, riviëra

kustlicht - baken, bakenvuur, blinkvuur, fanaal, farus, havenlicht, lichtbaak, oeverlicht, vuurtoren

kustmeer   etang, haf, lagune, tang

kust onder de wind - lijwal

kustplaats in Gelderland - Harderwijk

kuststreken - litoraal

kuststrook - strand

kustvaarder   coaster, kuster, smak, snauw, zie ook schepen en vaartuigen

kustvaart - cabotage

kustvaartuig - coaster, tartaan

kust van Klein-Azië - levant

kustvorm   cara, fjord, liman

kustwater - etang

kuur - aanstellerij, behandeling, bui, caprice, frats, gebaar, gebeuzel, geneeswijze, grap, gril, grimas, grol, koddig, krul, kunst, luim, nuk, pert, perte, remedie, streek, stuip, therapie, tureluur

kwaad   arg, bezeten, bits, boos, boosheid, chagrijnig, dol, doortrapt, duivels, erg, euvel, gebelgd, gebeten, gebrek, grammoedig, gramstorig, grimmig, hels, kregel, kwaal, laaiend, leed, lelijk, nors, nijdig, ontstemd, ontsticht, razend, schadelijk, serpentig,slecht, slim, snood, toornig, vals, venijnig, verbolgen, verderfelijk,verdorven, vergramd, verkeerd, verstoord, vertoornd, verontwaardigd, vinnig, woest, woedend, zondig, zorgelijk

kwaadaardig - agressief, boosaardig, gevaarlijk, heftig, helleveeg, maligne, nijdig, pernicieus, schadelijk, slecht, venijnig, verderfelijk, virulent

kwaadaardig gezwel - aetenoma, saccoma, sarcoom, tumor

kwaadaardigheid - maligniteit

kwaadaardig roofdiertje   fret

kwaadaardig wijf - feks

kwaadaardige vrouw - feeks, kreng, prij

kwaad bejegenen - attaqueren, bedreigen, benadelen, dreigen

kwaad doen   deren



kwaaddenkend - achterdochtig, argwanend, ergdenkend, wantrouwig

kwaaddenkendheid - argwaan

kwaaddoener - boosaard, naarling, snoodaard, zondaar

kwaadgezind - vijandig

kwaadheid - toorn, woede

kwaad maken - stangen

kwaadsappig - kwaadbloedig

kwaadschiks - gedwongen, nolens, ongaarne

kwaadspreekster - klappei

kwaadspreken - achterklappen, bekallen, beschimpen, klappen, kletsen, konkelen, lasteren, misspreken, opstoken, roddelen

kwaadsprekend - laatziek

kwaadspreken over - belasteren

kwaadspreker - lasteraar, oorblazer, roddelaar

kwaadsprekerij   achterklap, eerroof, geroddel, laster, lasterpraat, lastertaal, oorblazerij, roddel, smaad

kwaad te weeg brengen - berokkenen

kwaad toewensen - verwensen

kwaad vermoeden   argwaan, verdenking

kwaadwillig   boosaardig, gemeen, kwaadaardig, malicieus, opstandig, weerspannig

kwaadwillige beschuldiging   aantijging.


1   ...   11   12   13   14   15   16   17   18   19


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina