Kaag polder kaai – aanlegplaats, gier, ka(de), losplaats, rede, ree, perron, waterkant kaaiman



Dovnload 1.11 Mb.
Pagina2/19
Datum22.07.2016
Grootte1.11 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   19

kaliumcarbonaat - potas, loogzout

kaliumchloride - KCI., zoutzuur

kaliumcyanide - cyaankalium

kaliumferricyanide - roodbloedloogzout

kaliumhydroxide - kali

kaliumnitraat   kalisalpeter, salpeter, salpeterzuur, steenzout

kaliumrhodanide - KCNS

kaliumwaterglas - opaal

kaliumzout - meststof (verbinding van zuren met kalium)

kaliveldspaat - kaliumsilicaat, maansteen, orthoklaas

kalizout - kainiet

kalk   calcium, krijt, kunstmest, metselspecie, mortel, pleister, stuc, witsel

kalk met zand   cement, mortel,specie

kalk, koolzure - calciumcarbonaat

kalk, ongebluste - CaO

kalkaarde - calciumoxyde

kalfachtig gruis   graveel

kalkachtig maken - calcineren

kalkachtig zandgesteente - macihno

kalkachtige aardsoort - mergel, perelle

kalkachtige delfstof - krijt, mergel

kalkachtige stof - krijt, sepia

kalkafzetting, in een ketel   ketelsteen

kalkbak - metselbak, mouw

kalkbord - raapbord

kalkbranden - calcineren

kalkbranderij - kalkoven

kalken - gipsen, pleisteren, schrijven, stukadoren, witten

kalketrip - sterredistel

kalkgebergte   Helvetiden, karst

kalkgesteente - dolomiet, kalkspaat, karaat, krijt, lias, marmer, mergel, nummuliet, mummuliticum, muntsteen, schelp

kalkgroeve - kalksponning

kalkhoudend oker - omber

kalkhoudende grond - kalkgrond, krijtgrond

kalkhoudende klei - mergel

kalkkist - blusbak

kalkklieren (med.) - favus, kletskop

kalkklopper - kloet

kalkmengsel - plaaster, pleister

kalkmeststof - cartonslib, dolokal, dolomietmergel, kalikiezelkalk, kalkmergel, kencica, landbouwkalk, landbouwpoederkalk, magnesiakalkmergel, marmer magnesiakiezelkalk, magnesiapoederkalk, schuimaarde

kalkmengsel - pleister

kalkmetaal - calcium

kalknaad   voeg

kalkplant - aarddistel, bergdravik, driedistel, duindoorn, engbloem, kruisdistel, nachtsilene, vliegenarchis, wondklaver

kalkrijk - hard

kalkschelp - troffel

kalkschepper - troffel

kalksinter - kalktuf, travertijn

kalksoort - calx

kalkspaat - calciet

kalksteen - ooliet

kalksteen van fijne korrel - marmer

kalksteensoort - dolomiet, liaskalk

kalkstikstof - calciumcyaanamide

kalkstok   kloet

kalktuf - kalksinter

kalktufsteen - travertijn, travertine

kalle - kraai

kallen - praten, redeneren

kalligraaf - schoonschrijver

kalligraferen - schoonschrijven

kalligrafie - pennekunst, schoonschrijfkunst

kalm   bedaard, bedachtzaam, beheerst, bezadigd, evenwichtig, flegmatiek, gedeisd (barg.), gedekt, geduldig, gelijkmatig, gematigd, gerust, gezapig, goedig, ingetogen, koel, koelbloedig, koelzinnig, koest, lakoniek, lauw, lijdzaam, mak, ongestoord, placide, rustig, sereen, stil, tam, vast, voorzichtig, vredig, vreedzaam, zacht, zacht(jesaan), zeeg (gew.)

kalm en beraden - nuchter

kalm en helder - sereen

kalm en koel - nuchter

kalm en lieflijk   vredig

kalm en onbewolkt - sereen

kalm en ongestoord - sereen, vredig

kalm en rustig - stil

kalm en verstandig - bezadigd, koelzakelijk, naïef, nuchter, onnozel

kalm mens - stoïcijn

kalme berusting   geduld, gelatenheid, lijdzaamheid, onderwerping, stoïcisme, zenoïsme

kalme gemoedstoestand - berusting, geduld

kalmeren - bedaren, luwen, matigen, stillen, sussen, troosten, wiegen

kalmerend - sedatief, sedativum

kalmerend middel - adaline, bromide, broom, injectie, kinine, librium, narcofin, sedatief, sedativum, sigaret, tablet, valeriaan, valium

kalmerende drank voor of van bromiden - broomdrank

kalmer worden - bekoelen, luwen

kalmoes - kalmus, zwanenbloem, zwanenbrood

kalmoesolie, bestanddeel van - eugenol

kalmpjes - bedaard, onberoerd, onbewogen, ongestoord, onverschillig, rustig

kalmpjes aan - largo, lento, moderato

kalmte   bedaardheid, beheerstheid, bezadigdheid, bezinning, flegma, geduld, gelatenheid, gemak, gematigdheid, gerustheid, koelheid, laconisme, placiditeit, rust, sereniteit, stilte, stoïcisme, vrede

kalmte en rust - gemak

Kalmuks epos - Djangaride



kalmweg - doodleuk, gemoedereerd

kalomel - kwikchloride

kalot   bolkap, muts, pruik

Kalvarie - Golgotha

kalven - baren, braken, overgeven

kalverachtig   dartel, kinderachtig, onnozel, speels

kalverknieën - X-benen

kalverkramp   bloei, brul, bulk, lal

kalveroog - madelief

kalverziekte - bloei, brul, bulk, colibacillose, lal, polyarthritis

kalvijn - rammelappel,

kam   bergrug, christa, graat, hanekam, luishark, roskam, ruguitwas (op rug van slang), weverskam

Kama - Mara

Kama, vrouw van - Rati

kamblad - weverskam

kamduiker - kuifeend

kameel   alpaca, dromedaris, guanaco, kemel, lama

kameelgeit - lama

kameelhaar - mohair

kameelhalsvliegen - rhaphidides

kameelharen stof - camel, kamelot

kameelkleurig - camel

kameelruiter - meharist

kameelschaap - lama

kameleon - anolis, calotes, chamacleo, hagedis

kamen - beschimmelen

kamenier   kamerjuffer

kamenier in harem   odalisk

kamenierster - kamermeisje

kamer   afdeling, appartementlokaliteit, ruimte, salon, suite, oda (Turks), vertrek, woonruimtezaal

kamer met planten - serre

kameraad - amice, anti, boezemvriend, compeer, deelgenoot, gabber, genoot, gezel, kokkei, kornuit, krijgsmakker, lotgenoot, maat, makker, medescholier, medestudent, metgezel, trawant, vriend, vrind

kameraadschap - cameraderie, fraterniteit, sodaliteit, vriendschap

kameralistiek - cameralisme

kamerbediende - bode

kamercloset - stilletje, w.c.

kamerden - araucaria

kamerdienaar   lakei, lijfbediende, valet

kamerdoek - batist, klaterkatoen, lijnwaad (fijn)

kameren - mainteneren

kamerfiets - hometrainer

kamergemak - stilletje

kamergenoot - contubernaal

kamerheer   camerlengo (paus, hof), edelman (in hofdienst), euneuch, eunuuk, hoveling, kamerling

kamerheer van de Paus   camerlengo

kamerjapon - housecoat

kamerjas   chamberloek, kimono, negligé, peignoir, sjamberloek

kamerjongen - huisbediende, huisknecht

kamerjuffrouw   kamenier, soubrette

kamerkruid - moerasspiraea

kaderlid   afgevaardigde, parlementariër, senator

kamerling - eunuch

kamermeisje   binnenmeisje, kamenierster

kamermeisje in een harem   odalisk, odaliske

kamer met planten - serre

kamermuil - pantoffel

Kameroen, berg in - Etinde, Fako

Kameroen, bevolkingsgroep in - Bamiliké, Bamoen, Bassa, Doeala, Foelbe, Hauss's, Mpangwe, Pahouin

Kameroen, hoofdstad van - Yaoende

Kameroen, oorspronkelijke bewoners van - Pygmeeën

Kameroen, plaats in - Edea

Kameroen, rivier in - Cross, Moengo

kamerorgel - harmonium

kamerplanten - abutilon, agave, anthurium, aronskelk, asparagus, aspedistra, azalea, balsemien, begonia, bladbegonia, bougainvillea, bromelia, bruidsbloem, cactus, camelia, cineraria, cissus, clivia, colchica, coleus, chrysanthemum, croton, cyclaam, cyperus, digitalis, euphorbia, ficus, fuchsia, geranium, gloxinia, hedera, hertshoorn, hertshoornvaren, hibiscus, hortensia, kamerlinde, kerstroos, kerstster, knolbegonia, lidcactus, lobelia, moederplant, nestvaren, oleander, parapluplant, sanseferia, sierasperge, siernetel, sierpeper, venushaar, vetplant, vingerplant

kamerpot - nachtspiegel, po, stilletje

kamerrot - boekenwurm, kamergeleerde

kamerscherm   kamerschut, paravent, tochtscherm

kamerspeler - acrobaat, toneelspeler

kamerstoel - kakdoos, stilletje

kamertemperatuur, op laten komen - chambreren

kamerterm   amendement, interpellatie, reces, repliek, M.v.A., V.V.

kamertje   cel, hokje, kabinet

kamertje boven de stal - hild, hilt

kamer van Koophandel - K. v. K.

kamertje voor examinandi - zweetkamertje

kamertje voor passagiers - hut

kamerverhuurder   hospes, kostbaas, ploert

kamerverhuurster   hospita

kamervogel   kanarie, parkiet, piet

kamervoorstel - motie

kamerzalf - opodeldoc

kamerzuur - zwavelzuur

kamferballetje - mottenbal

kamferboom - dryobalanops

kamferbrandewijn - kamferspiritus

kamferzalf - opodeldoc(h)

kamgaren - etamine, gabardine, popeline

kamgaren weefsel - gabardine, popeline, moreen, travers

kamgier   condor

kamhagedis   leguaan , veraan

kamhout - schegbord

kammen   harken, ontwarren, uitkammen

kamig - schimmel(acht)ig

kamille - matricaria

kamille (stinkende) - koedille, paddenbloem, stinkbloem

kamizool - borstrok, onderlijfje

kamkever - schallebijter

kamkieuwwormen - pectinaria

kamlijster - kransvogel

kammen - harken, ontwarren, uitkammen

kamneus - hoefijzerneus

kamoes   gemzenleer

kam op strijkinstrument - ponticello

kam van een molenwiel - boetkam

kam van een snaarinstrument - scagnello

kamp   afgescheide, bivak, camping, castra, effen, gelijk, gevecht, honk, hooiland, kampement, kavel(grondstuk), krijg, lager, kantonnement, leger, legering, legerkamp, legerplaats, oorlog, quitte, race, slag, strijd, toernooi, tweegevecht, tweekamp, wedstrijd, wijk, worsteling

kampaan - kapiteel, klokvaas

kampeerauto - caravan

kampeerder - recreant, trekker

kampeergerei   bestek, grondzeil, haring, kroes, luchtbed, mok, primus, shelter, slaapzak, tent, watertank

kampeerkaart - kampkaart

kampeermiddel - tent

kampeertent - shelter

kampeerterrein   camping

kampeerverblijf   caravan, hondehokje, shelter, tent camping

kampeerwagen - camper, caravan, karavaan

kampement – bivak, kazerne, legerplaats

kampen   ageren, knokken, strijden, vechten, wedijveren, worstelen

kampen (het - der oudheid in Thracië) - abdera

kampen of twisten - strijden

kamper - kampioen, strijder, vechter, verdediger, worstelaar

kamperen   legeren

kamperfoelie   balroos, boksblad, geiteblad, geitenklaver, lonisera, memmekenskruid, sneeuwbes, vlier, zevenblad

kamperfoelieachtige plant - vledder, vlier

kampernoelie - champignon, paddestoel, zwam

kampersteen - koraalspons, zwamsteen

kampioen - kampvechter, overwinnaar, primus, recordhouder, titelhouder, uitblinker, voorvechter, winnaar

kampioenschap - meesterschap, titel, titelstrijd

kampkaart - kampeerkaart

kamplant - kaardedistel

kamponderkomen - tent

kampong - buurtschap, dessa, dorp, gehucht, negorij

kamponghoofd (Ind.) - gladakker, kapala

kampplaats   arena, bivak, camping, krijt, piste, ring, slagveld, stadion, strijdperk, strijdterrein, strijdveld, toernooiveld, vechtplaats

kamprechter - arbiter, referee, scheidsman, scheidsrechter

kampspel - toernooi

kampstrijd - tweegevecht

kampterrein van het leger - legerkamp

kampvechter   atleet, gladiator, kampioen, pugilist,strijder, verdediger

kamrad - kamwiel, tandrad, tandwiel

kamspier - schammbeenspier

Kamtsjatka, bewoners van - Aleoeten, Itelmenen, Korjaken

Kamtsjatka, hoofdstad van - Petropavlovsk

kam van een snaarinstrument   scagnello

kamvorming - pectinaat

kamwiel - kamrad, kamwiel, tandrad

kan   heer, herberg (oosterse), kit, kruik, lampetkan, liter, markt, melkkan, pink, pint, pot, pul, snel, steekkan, stoop, tul, urn, vaatwerk, vorst (Arab.),

kan dodelijk zijn - gasvergiftiging

kan met deksel - flak, flapkan

kan met schenkpijp - tuitkan

kan niet   onmogelijk

kan of kop - liter

kan voor bier - pul

kan voor waswater   lampetkan

kanaal   aorta, bron, buis, delft, diep, dilve, doorvaart, ductus, gracht, grift, leiding, maar, pijp, trekvaart, vaart, waterweg, wetering, zeeëngte

kanaalbeambte - bruggewachter, sluiswachter

Kanaaleilanden, een van de - Alderney, Breechou, Guernsey, Herm, Jersey, Jethou, Lithou, Sark

Kanaanitische- Fenicische godin - Anat

kanaal geschikt voor scheepvaart   waterweg

kanaal gevormd door wervelholten - wervelkanaal

kanaal in België - Albertkanaal, Leopoldkanaal

kanaal in Brabant - Mark

kanaal in Drenthe - Beilervaart, Drostendiep, Loodiep, Norgervaart, Oranjekanaal, Stieltjeskanaal

kanaal in Egypte - Suezkanaal

kanaal in Friesland - Boorn, Ee, Engelenvaart, Herensloot, Tjongerkanaal, Zwettekanaal

kanaal in Gelderland - Bylandskanaal

kanaal in Groningen - Boterdiep, Damsterdiep, Eemskanaal, Hoendiep, Oosterdiep, Reitdiep, Winschoterdiep

kanaal in Groot-Brittannië - Caledoniankanaal

kanaal in Limburg - Julianakanaal, Noordervaart

kanaal in Nederland   Beatrixkanaal, Damsterdiep, Dedemsvaart, Drechtkanaal, Eemskanaal, Enservaart, Halomavaart, Heerensloot, Heimanswetering, Hoendiep, Julianakanaal, Kolonelsdiep, Kuindervaart, Lemstervaart, Markkanaal, Merwedekanaal, Noordervaart, Noordzeekanaal, Passageule, Reitdiep, Ringvaart,

Schonebekerdiep, Stadskanaal, Twentekanaal, Urkervaart,

Valleikanaal, Vlaardingervaart, Winschoterdiep, Wilhelminakanaal

kanaal in Noord-Brabant - Beatrixkanaal, Eindhovenskanaal, Wilhelminakanaal

kanaal in Noord-Holland - Hoofdvaart, Noordhollandskanaal

Noordzeekanaal, Ringvaart, Weespertrekvaart



kanaal in Overijssel - Creilervaart, Meppelerdiep, Urkervaart, Willemsvaart

kanaal in Roemenië - Begakanaal

kanaal in Utrecht - Merwedekanaal

kanaal in Zuid-Holland - Giessen, Zijl

kanaal in Zweden - Falsterbokanaal

kanaal tussen twee plantages - trens

kanaal (urineleider) - ureter

kanaal zonder sluizen   niveaukanaal

kanaalpeil   k.p.

kanaalstelsel voor drinkwater in Rome - aquaduct

kanalje - gepeupel, janhagel

Kananga-olie - ylang-ylang-olie

Kanarees - Kannada

kanarie   geelvink, piet(je), politieagent (Ind.)

kanarieboom - kenari

kanariekruid - kruiskruid

kanariepokken - gaapziekte

kanarievogel - piet

kanarieorgeltje - serinette

Kanarische eilanden, een der - Algeranza, Ferro, Fuerteventura, Gomera, Grasiosa, Hierro, Lanzarote, Palma, Tenerife

Kanarische eilanden, oorspronkelijke bewoners van - Guanchen

kanaster - knaster, korf riet, krandjang (Ind.)

Kandeel - drank (warm), kruidenwijn

kandelaar   armkandelaar, armluchter, blaker, boom, girandole, kaarsdrager, kandelaber, kroon, kroonluchter, lichter, lichtdrager, lichtkroon, luchter, luister, luster, menora (liturg.),

kandelaber   armluchter, kroonkandelaar

kandidaat   cand., candidatus, dinger, examinandus, gegadigde, proponent, sollicitant

kandidaat predikant   proponent

kandidaatsexamen   kantjes

kandidatenlijst   groslijst, nominatie

kandiet   kaoliniet

kandij   (suiker)klontje

kaneel-aldehyde - fenyl-propenal

kaneelappek - annona

kaneelbast - pijpkaneel

kaneelbloemen - kassiabloemen

kaneelkleurig - bruin

Kaneelolie, Chinese - Kassia-olie

kaneelsteen - hessoniet

kaneelwijn   bruidstranen, hipocras

kanefas   canvas

kangoeroe   buideldier, buidelmuis, pademelon, springhaas, walaby, walaroe

kangoeroerat - potoroe

kanis - beun, ben, kaar, kubbe, vissersmandje, viskorf

kanjer   bom, knoert, kokkerd, kolos, loei, neus,

kankeraar   mopperaar

kankerblaren - waterlelie

kankerbloem - akkerwinde, dotterbloem, duizendblad, klaproos, paardenbloem, waterlelie, waterranonkel, weegbree

kankeren   klagen, mopperen, toeteren, zeuren

kankergezwel - carcinoom, sarcoma, woekering

kankerpit - kankeraar, mopperaar

kankerroos - klaproos

kankervrees - carcinofobie

kan met een tuit - schenkkan

kanneberg - veenbes

kanneboenders - kaardebol, lisdodden

kannetje - pul,

kannekenskruid - bekerplant, nepent(hes)

kannewassers - kaardebol, lisdodden, schaafstro

kannibaal   antropofaag, menseneter, wilde,

woesteling, wreedaard



kannibalisme - antropofagie, menseneterij

kano - kajak

kanoet - strandloper

kanoetvogel - knot

kanon   canon, geschut, houwitser, kn, kartouw, kettingzang, mortier, regel, snelvuurkanon, stuk, veldkanon, vuurmond, wet,

kanon - geschut, vuurmond

kanon, gegoten - goteling

kanon, inwendige van een - ziel

kanon, licht - falconet

kanon, onderstel van een - affuit

kanon, ouderwets - coluvrijn, kulverijn

kanonbank - barbete

kanonieke wet - kerkwet

kanonikes - stiftsjuffer

kanonisatie - heiligverklaring

kanonmondstuk - tromp

kanonnade - beschieting, feestdronk, gebulder, geschutvuur, toost

kanonneren - beschieten, bombarderen

kanonnier - artillerist

kanonnierplantje - donderplantje

kanonskogel - granaat, projectiel

kanonskogelboom - bertholletia

kanonvuur - beschieting, bombardement

kans   fortuin, gelegenheid, geluk, gelukje, gevaar, geval, gok, hazard, kijk, lot, mogelijkheid, risico, toeval, tref, uitzicht, wisselvalligheid

kansbiedend - speculatief

kansbriefje - lot

Kansas, hoofdstad van -Topeka

kansel - ambo, bema(Gr.), katheder, praatstoel, preekstoel, pulpitum

kansel in moskee - mimbar

kanselarij - griffie

kanselrede   homilie, leerrede, preek, predikatie, sermoen

kanselredenaar   dominee, homileet, predikant, prediker

kanselvoordracht - homilie

kans of gok - waaggokken

kans op onheil – gevaar

kansspel   bingo, canasta, farao, faro, geluksspel, hazard, kaarten, loterij, lotspel, lotto, poker, roulette, saturnus, toto, trio, waagspel

kansspeler - gokker, pokeraar, speler, wedder

kant   aspect (van een zaak), boord, buitenrand, facet, flank, flink, gat, gedeelte, gereed, grens, (kant)stof, knap, lijst, neg, oever, plaats, plek, rand, randje, richting, rugsnede, strook, uiteinde, vlak, vleugel, zoom, zij, zijde, zijvlak

kant aan een muts van de minste soort - langet

kant aan water - kade

kant maken - kanten, kantklossen

kant, soort - blonde, guipure

kantbeschikking - apostil

kant van de pagina   kantlijn, marge

kant van de deur   post, stijl

kant van de weg   berm, talud

kant van de zaak   aspect

kanteel - tinne, trans

kantelen   kanten, kapseizen kenteren, kiepen, knel, omrollen, omslaan, omvallen, overladen, uitkepen, uittanden, wentelen

kantelig - labiel, onvast, wankel

kanteloep   knobbelmeloen, wratmeloen

kanten pelerine - berthe

kanten plooisel - jabot

kanthaak - kenterhaak

kanthalf   linksachter, rechtsachter

kantiek - kerkgezang

kantig gebeente   graat

kantine - clubgebouw, koffiekamer, mess, overblijflokaal, schaftlokaal

kantinebeheer van het leger - cadi


1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   19


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina