Kaag polder kaai – aanlegplaats, gier, ka(de), losplaats, rede, ree, perron, waterkant kaaiman



Dovnload 1.11 Mb.
Pagina6/19
Datum22.07.2016
Grootte1.11 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   19

keton-alcoholen - ketonen

kets   (hooi)opper

ketsen   afstuiten, afschampen, afspringen, kletteren, weigeren

ketter   afvallige, ariaan, bogger, geloofsverzaker, ongelovige, raskolnik, renegaat, vrijdenker

ketterachtig - ketters

ketteren   kiften, kijven, razen, schelden, tieren, twisten, uitvaren, vloeken

kettergericht - autodafé, geloofsrechtbank, inquisitie

ketterhemd   sanbenito

ketterjacht - heksenjacht, inquisitie

ketterjager - grootinquisiteur, inquisiteur

kettermeester - geloofsonderzoeker, inquisiteur, kettervervolger

ketters   eucheten, heterodox, massalianen, onrechtzinnig

ketterij   dwaalleer, dwaling, haeresie, heresie

ketting   boei, collier, keten, kluister, snoer, streng

kettingbrug   ophaalbrug

kettingdraad – schering

kettingfluweel - velvet

kettingganger   dwangarbeider

kettinghond – rekel, waakhond

kettinglijn - catenaria

kettingloze fiets   acatène

ketting met emmers   noria

ketting van een molen - bezetketting

ketting voor vee op stal staande - grampel

ketting waaraan de ketel boven het vuur hangt - haal

ketting zonder eind - bakkentrijs, noria, paternoster,

rozenkrans



kettingbloem - paardebloem

kettingbrief - sneeuwbal

kettingbrug - ophaalbrug

kettingdraadje in een uurwerk   snek

kettingring   schakel, schalm

kettingstraf - dwangarbeid

kettingtricot - milsnsise

kettingwinkel   filiaalbedrijf

ketting zonder einde   noria, rozenkrans, paternoster

kettingzang   canon, kanon

keu   biljartstok, big, rij, stok, varken, zwijn

keuen - biljarten

keuken – cuisine, komguis

keukenbediende - vatenwasser

keuken betreffende   culinair

keukenboter - margarine

keukendoekje – aanvattertje, pannenlap

keukengerei  

3 kan, mes, pan, pot, rek

4 blik, bord, oven, rasp teil, vork, zeef

5 emmer, garde, grill, ketel, lepel, mixer, tobbe

6 hakmes, opener, sachaal, treef

7 bakoven, fornuis, gasstel, klopper, klutser, schotel, vergiet

8 braadpan, koekepan, pollepel, snijplank, steelpan

9 beslagkom, braadslee, keukenrol, koekenpan, melkkooer,

pannenlap, soeplepel, vleesvork

10 blikopener, afdruiprek, deegroller, eierwekker, fluitketel, weegschaal

11 citroenpers, dunschiller, gehaktmolen, koffiemolen,

roomklopper, schuimspaan, snelkookpan

12 afwasmachine, matteklopper, pannekoekmes

14 vaatwasmachine



keukenhulp - keukenmeid

keukenkachel – fornuis

keukenkleding - schort

keukenkluster - garde

Keukenkruid -

2 ui


3 tijm

4 anijs, prei

5 amoon, dille, karwij, komijn, lavas, salie, sesam

6 amomum, borago, dragon, foelie, hyssop, kaneel, kerrie,

kervel, mierik, sjalot, venkel

7 kamille, mosterd, oregano, selderij, snijlook, wijnruit

8 bieslook, bernagie, knoflook, maanzaad, majoraan,

tuinkers


9 basilicum, bonekruid, komijnzaad, koriander, marjolein,

pepermunt, pimpernel, rozemarijn

10 kattekruid, kruidnagel, kruizemunt, peterselie

11 nootmuskaat

12 citroenkruid, scharenkruid

13 mirikswortel



14 citroenmelisse

keukenlepel - pollepel

keukenmeester   kok

keukenmeid – dienstbode, keukenhulp

keukenpiet - pottenkijker

keukenschel - wildemanskruid

keukentje - pentry

keukenzout   cloornatrium, jozo, natriumcloride, nezo, steenzout

keule   bonenkruid

Keulen - domstad

keur   bloem, elite, essaai, electie, handvest, indruk, keuze, merk, oorkonde, puik, r.k. selectie, stempel, stempelmerk, top, verordening, ijk

keurbende   elite, falanx, garde, keurkorps, legioen, puik, stoottroep

keurder   beoordelaar, controleur, (fijn)proever, ijker, kijker, taxateur

keuren   beoordelen, beproeven, controleren, essaieren, inspecteren, monsteren, onderzoeken, proeven, roemen, schatten, schouwen, taxeren, testen, toetsen

keuren van eten – proeven

keurgroep - elite

keurig   behoorlijk, beleefd, betamelijk, chic, correct, fair, fatsoenlijk, gepast, jofel, korrekt, mooi, net, netjes, onberispelijk, oppassend, ordelijk, passend, perfect, proper, rein, schoon, smaakvol, subliem, verzorgd, volmaakt, voorbeeldig

keurig en ontwikkeld – beschaafd

keurig en schoon – rein

keurigheid – gepastheid

keur in artikelen - merk

keuring   beoordeling, ijking, inspectie, onderzoek, oordeel, schouwing,

keuring van ambtenaren, instantie voor de - gezondheidscommissie

keurkorps   elite, elitekorps, garde, keurbende

keurmeester (dijken)   schouwer

keurmeester (gewichten) – controleur, ijker , inspecteur

keurmeester (goud en zilver)   essaieur, essayeur

keurmeester (in het algemeen)   controleur, criticus, inspecteur, jurylid

keurmerk - ijkteken, stempel

keurregiment   garde

keurs   korset, lijfje, rijglijf

keurslijf   bedwang, dwangbuis, korset

keursoldaat - grenadier

keursoldaat der vroegere Egyptische sultans   mammeluk

keurstempel   ponsoen

keurteken - stempel, waarborgteken

keurtroep   bloem, elite, garde, keurbende, stoottroep

keurvorst - elector, rijkvorst

keus   elite, keuze, mogelijkheidoptie, selectie, sortering, voorliefde, uitverkiezing, voorkeur, voorliefde, uitverkiezing

keus van kleding – smaak

keus van onaangename zaken - dilemma

keutelaar – draler, talmer

keuvelaar - babbelaar

keuvelen   babbelen, kletsen, kouten, praten, spreken

keuze   alternatief, electie, keur, keus, optie, selectie, sortering, variatie, verkiezing, verscheidenheld, voorkeur

keuze boven het ander   voorkeur

keuze doen, een - opteren

keuze uit gedichten   anthologie

kevel - kaalbeen

kevelen   mummelen

kever   aastor, boktor, duinkever, domkop, domoor, glimworm, goudhaan, kalander, kniptor, meeltor, achtvlinder, scarabee, scharrebijter, spektor, stekworm, tor, watertor, zandkever,

keveren - maffen

kever met zeer lange sprieten   boktor

Khoisamiden - Bosjesmannen, Hottentotten

kibbelen   bekvechten, harrewarren, herriën, kibbelen, kiften, kijven, krakelen, ruziën, strijden, strubbelen, twisten, vitten

kibbelpartij   dispuut, geharrewar, gekissebis, heibel, krakeel, onmin, ruzie, twist

kidang - muntjak

kidde - hit

kidnap - ontvoering

kidnappen - ontvoeren

kidnapper - kinderrover, mensenrover, ontvoerder

kidnapping - kinderroof, ontvoering

kiek   foto, opname, plaat, prent

kiekdoos - kijkdoos

kieken - fotograferen, knippen

kiekendief - rietwouw, schor

kiekje - foto, opname

kiekkast - rarekiek

kiel - bloes, blouse, bodembalk, borzeroen, buis, hes, jak, mots, motse

kiel met lange mouwen - boezeroen

kielbalk - buitensteven, voorsteven

kielen   kielhalen

kielklos - slemphout

kielman - dagloner, kruier, sjouwer, witkiel

kielvaartuig zonder vlerken - orembaai

kielwater - zog

kielzog - spoor, vaartuigspoor

kielzuur zout - silicaat

kielzuurpreparaat - silicagel

kiem   aanleg, afkomst, bacil, bacterie, begin, beginsel, bron, cel, ei, eicel, eikiem, embryo, foetus, gameet, germe, grondslag, keen, keest, kern, knol, microbe, ontstaan, oorsprong, oorzaak, ovum, pit, spruit, treedsel, uitloper, wortel, zaad

kiemblaas(je) - blastula

kiemblad - blasoderma, zaadlob

kiemcel - eicel, geslachtscel, ovum, spore

kiemdrager - suspensor

kiemen - germineren, kenen, ontkiemen, ontbotten, ontspruiten, uitlopen, uitspruiten

kiem in een ei   treedsel, hanentree

kiem van granen - keest

kiemklier - geslachtsklier, gonade

kiemkorrel - spore

kiemmaand   germinal

kiemschijf - blastoderm

kiemstof - blasteem, enzym, ferment

kiemvlies - blastoderma, hymenium

kiem van graan   keest

kiemvrij   steriel, ontsmet

kiemwortel - radicula

kien - alert, bijdehand, geraffineerd, gewiekst, gis, handig, pienter, slagvaardig, slim, uitgekookt, uitgeslapen, wakker

kienspel - bingo, lotto

kiep   korf, hengselmand, mars

kiepen - kantelen, omslaan

kieperen   gooien, kapseizen, omslaan, tuimelen, vallen

kier   reet, spleet, opening, voeg

kier of spleet - naad

kies   behoorlijk, bescheiden, betamelijk, delicaat, discreet, eerbaar, fatsoenlijk, fijn (gevoelig), gepast, hachelijk, keurig, kieskeurig, maaltand, nauwnemend, net, netelig, oorbaar, preuts, tactisch, tactvol, teer, zwak, zedig

kies   molenaar

kies van een spil - koeklauw, pal, pen, zetter

kiesbaar - eligibel

kiesgebied   district, kiesdistrict

kiesgerechtigde - stemmer

kiesheid   betamelijkheid, delicatesse, discretie, fijngevoeligheid, gekuistheid, ingetogenheid, keurigheid, kieskeurigheid, takt, welvoeglijkheid, zedigheid

kiesheid vereisend - behoorlijk, delicaat, discreet, fatsoenlijk, fijngevoelend, fijngevoelig, kieskeurig, nauwnemend, welvoeglijk,

kieskauwen - leuteren, wauwelen, zeuren

kieskauwer - chicaneur, langtand, langtong, treuzel, zeur

kieskeurig - delicaat, kreen(gew.), nauwlettend, scrupuleus, susceptibel, veeleisend, vies

kieskring - district

kiespijn - odontalgie

kiespijnmiddel - tilmentor

kiesrecht vrouw - suffragette

kiesschijf - kiezer, nummerschijf

kiesstelsel   e.v.

kiesstelsel in Engeland - districtenstelsel

kiesstem - votum

kiesstemmen - vota

kiet - even, gelijk, onbeslist

kietelen - kittelen, kriebelen

kieuw - kakebeen, kavel

kieuw van een vis - kaak

kieuwdeksel - branchiostegiet

kieuwslak -

4 wulk


5 kauri

6 zeeoor


7 slipper, zeehaas

8 aliktuuk, penhoren, sterslak

9 fuikhoren, tijgerslak, wadslakje

10 kegelhoren, moerasslak, purperslak, tepelhoren

11 schaalhoren, vleugelslak

12 cassisschelp, tritonshoren, zeenaaktslak

13 bisschopsmuts, pelikaansvoet

kieuw van een vis - kaak

kievit   kieft

kievitsbloem - fritillaria, pinksterbloem

kiezel   gres, grind, grint, kruimel, kwarts, silicium

kiezelaarde - siliciumdioxyde

kiezelaardeverbinding - silicide

kiezelachtig gesteente - hoornsteen, kiezelgoer, kiezelsintel

kiezelalgen - diatomeeën

kiezelgesteente (vulk., heldergrijs) - trachiet

kiezelgoer - bergmeel, diatomeeënaarde, infusoriënaarde

kiezellei - lydiet

kiezels - grind

kiezelsoort - hoornsteen, kwarts, kwartsiet

kiezelsteen - agaat, biggel, gries, grint, keitje, kwarsiet, kwarts, zandsteen

kiezelverbinding - silicaat

kiezelwoestijn   serir

kiezelwand   gries, grind, grint

kiezelwier - diatomee

kiezelwieren - diatomeeën, infusioriën

kiezelwoestijn - serir

kiezelzand - gaspeldoorn, genst, ginst, gres,gries, grind,

grint, heidebren



kiezelzandsteen - gres, grauwakkeien

kiezelzure kalkstof - speksteen

kiezelzure potas - waterglas

kiezelzuur - kwarts

kiezelzuur mineaal - silicaat

kiezelzuur zout - silicaat, silikaat

kiezen - aanwijzen, opteren, selecteren, uitzoeken

kiezen en tanden   gebit

kiezen met stembriefjes - scrutinium

kiezen van nieuwe leden - coöptatie

kiezen van regering - stemmen

kiezentrekker - pelikaan

kiezentrekkerstang - polikaan

kiezer - electeur, elector, keurvorst, stemgerechtigde stemvee, votant

kiezer van een telefoon - kiesschijf, nummerschijf, nummerschijf

kiezerskorps   electoraat

kiezersvolk   electoraat

kift - afgunst, herrie, jaloezie, nijd, ongenoegen, ruzie

kiften   bekvechten, herriën, kibbelen, kijven, krakelen, ruziën, twisten

keivage - gekibbel

kikken   reppen

kikker   grondstamper (automatische), kikvors , klamp (steigerpaal), pui, puid, puit, rana, vors, wervel(tje)

kikkerbeet - duitblad, hydrocharis

kikkerbil - puibil

kikkerbloem - duitblad, koekoeksbloem, zwanebloem

kikkerdril - rit

kikkereieren - kuit

kikkereitjes   dril, rit, kikkerrit

kikkerig - kil, verkleumd

kikkerkruid - duitblad, kikkerbeet, pijlkruid

kikkerkuit - kikkerdril, kikkereieren, kikkerrit, rit

kikkerland - Nederland

kikkerlarve   dikkop, kikkervisje, klabotskop, tjeblong

kikkerrit - kikvorseschot, rit

kikkerspog - koekoeksspog, lenteschuim

kikkerstoelen - watervenkel, waterviolier

kikkertje - borrel

kikkervet - kwikzalf

kikkervisje - dikkop, donderkopje

kikvors   kikker, puit, vors, work

kikvorsachtigen -

3 pad


5 padde

6 hylida, kikker, ranida

7 kikvors

8 klauwpad

9 gifkikker, heikikker

10 boomkikker, bruikikker

11 boomkikvors, brulkikvors, fluitkikker, hoornkikker, klauwkikker, knoflookpad, microhylida, rhacophorus, tlmatobius, vuurbuikpad

12 buidelkikker, hoornkikvors, staartkikker

15 geelbuikvuurpad, vroedmeesterpad

kikvorsman - duiker

kikvorsgezwel - ranulia

kikvorsman - duiker, galvani

kil - baai, boezem, doods, fris, gat, guur, haven, huiverig, kalm, kelderkoud, koel, koud, nattig, onaangenaam, onbehaaglijk, onhartelijk, onverwarmd, rivierbed, riviertoegang, schraal, stroombed, vochtig, waterdiepte, waterkoud, wetering, ijzig

kil gevoel - killing

kil worden - killen

kilheid - frigiditeit, huiverigheid, kil, kilte, koelheid,

onbewogenheid



kilkoud - rillerig, vochtig, waterkoud

kille hoogvlakte in Z.Am. - puna

Kilipico – Nano

killen – doden, vermoorden

killer - moordenaar

kilocalorie - kcal.

kilogram   kg

kilogrammeter - arbeidseenheid, kgm

kilogrammolecule - kilomol

kilohertz   khz

kiloliter   stére, wisse

kilometer   km

kiloton - megaton

kilovolt   kv

kilovolt ampère   kva

kilowatt   kw

kilowattuur   kwh

kilte - frisheid, guurte, kelderkou, klamheid, koelte, kou, koude

kim   einder, evenaar, gezichtseinder, horizon, kaam, kaamsel, kaan, kant, linie, rand, schimmel

kim (Eng.) - bilge

kimduiking - depressie

kimono - judojas, kamerjas, negligé, ochtendjas, peignoir

kimonogordel - obi, sjitajime

kinbaardje - sik

kind   afstammeling, aver, baby, blaag, boorling, boreling, dochter, dreumes, infans, jong, jongen, kleuter, koter, kregel, kriel, meisje, nageslacht, nakomeling, nazaat, oir, oor, peuter, spruit, telg, uk, wicht, zaad, zoon, zuigeling

kind (Barg.) - koter,

kind met teveel praatjes - blaag

kind dat bij iemand in de kost is - kostkind

kind dat een klas doubleert - zittenblijver

kind dat gedoopt wordt - dopeling

kind dat steeds huilt   huilebalk

kind dat veel zorgen baart - zorgenkind

kind van blanke en Indonesiër - indo

kind van blanke en indiaan   cabocio, cafuso, mesties

kind van blanke en Javaanse - liplap

kind van blanke en Mesties - fustie

kind van blanke en negerin - mulat

kkind van eigen zoon of dochter - kleinkind

kind van creool en mulattin - tercerone

kind van Europeaan en inlander - indo

kind van europeaan en Inlandse - sinjo

kind van Europese ouders geboren in Zuid-Amerika - creool

kind van Gaucho en Indiaanse - chino

kind van Indiaan en negerin - cafuso

kind van mannelijk geslacht - zoon

kind van mulat en mesties   tercerone

kind van mulat en mulattin - casco

kind van neger en mulattin - griffio

kind van neger en indiaanse - zambo

kind van Odin en Friggia - Ase

kind van roodhuid en negerin - bok

kind van zambo en negerin - mango

kind van zelfde vader met tweede moeder - agnaat

kind zonder ouders   wees

kinderachtig - beuzelachtig, candide, ergfeëriek, flauw, infantiel, kinderlijk, kinds, laf, mal, naïef, onbeduidend, onbeholpen, onbenullig, pueriel, stumperig, zeer

kinderarts - pediater

kinderbewaarplaats - crèche, dagverblijf

kinderdagverbljf - creche

kinderdoek   luier

kinderen - grut, kroost, nazaten

kinderen grootbrengen - opvoeden

kinderen van Odin   Asen

kinderfluitje - mirliton

kindergeneeskunde   pediatrie

kindergroet   da, tata, dada

kinderhand - knuistje

kinderhoofddeksel - kaper

kinderhoofdje - straatkei

kinderjodium - mercurochroom

kinderjuffrouw   baboe, bonne, duenna, gouvernante, juf, njonja, nurse

kinderkleding   hansop, luier, trappelzak

kinderkunde   pedalogie

kinderledikantje - bedje

kinderlijk - argeloos, eenvoudig, filiaal, infantiel, kinderachtig, kinds, lichtgelovig, menselijk, naïef, natuurlijk, onbedorven, onbevangen, onnozel, onschuldig, oprecht, onvolwassen, pueriel

kindermeid   baboe, baker, nurse,

kindermeisje - bonne

kindermeisje(Ind.) - baboe

kinderoppasser   babysitter

kinderpek - meconium

kinderpoeder - lycopodium

kinderpokken - variolen

kinderroof   kidnapping

kinderschrik - boeman, bouwdoos, bullebak, krulleboes, walhond

kinderspeelgoed   autoped, bal, beer, bikkel, blokken, blokkendoos, bromtol, diabolo, draaitol, hobbelpaard, hoepel, jojo, kienen, knikker, legkaart, lego, lotto, meccano, pop, poppenhuis, poppenwieg, puzzel, rammelaar, rolschaatsen, schommel, teddybeer, springtouw, stelten, step, stuiter, toeter, tol, trein, vlieger, wip

kinderspeelplaats   speeltuin, zandbak

kinderspel   aftellen, ballen, bikkelen, blindeman, blokkendoos, bokspringen, bouwdoos, buten, diabolo, haasje-over, hinkelen, hinken, hoepelen, honken, jellen, jonassen, kiekeboe, kienen, knikkeren, koten, krijgertje, legkaart, lotto,overlopertje, puzzel, schommelen, steltlopen, steppen, tikkertje, tollen, wippen, vliegeren, zakdoekje-leggen

kindertrompetje - toeter

kinderuitroep   ta, da

kinderverblijf - box,crèche, loophek, zandbak

kinderverlamming   polio(myelitis)

kindervermaak - poppenkast, spelen

kinderverzorgster   baker, nurse

kindervoorwerp   dot, speen

kinderziekte - bof, difterie, kinderverlamming, kinkhoest, kroep, mazelen, pokken, roodvonk, tetanus

kinderzitplaats – kinderstoel

kindje - baby

kindoekje - barbette

kinds - gaga, gage, geheugenloos, halfwijs, kierewiet, kinderachtig, kinderlijk, naief, onnozel, seniel, suf

kindsheid   begin, dementie, jeugd, onnozelheid, seniliteit, sufheid

kind zonder ouders - wees

kinematograaf -cinematograaf, filmtoestel

kinesthesie - bewegingszin

kinetica - kinetiek

kinine bevattend mineraalwater - tonic

kinine, morfine en nicotine - alkaloïden

kinine, dervaat van - euchinine

kink   beletsel, bezwaar, bocht, draai, kronkel, slag, stomp, stoot, vuistslag

kinkel - boer, botterik, guil, loebas, lomperd, pummel, vlegel, vlerk

kinkhoest - pertussis

klinkhoorn - wulk, zeehoorn, zeetrompet


1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   19


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina