Kaag polder kaai – aanlegplaats, gier, ka(de), losplaats, rede, ree, perron, waterkant kaaiman



Dovnload 1.11 Mb.
Pagina9/19
Datum22.07.2016
Grootte1.11 Mb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   19

kleine oude vrouw - besje, neutje

kleine padinder - welp

kleine pepernoot - kriek

kleine plaats   dorp, gehucht, negorij, vlek

kleine planeet   asteroïde, planatoïde

kleine plantjes - kroos

kleine plas - ven

kleine platvis - schar

kleine pluvier - citroenvogeltje

kleine polder   kaag, koog

kleine profeet uit het O.T.   Amos, Jona, Micha, Nahum

kleine pruim - kroos

kleine punt - stipje

kliene racewagen - scelter

kleine reigersoort - kwak

kleine reis - trip

kleine republiek in Europa   Andorra

kleine rivier   beek, kreek, vliet

kleine rivierkrib - rits

kleine roerdomp   wouwaapje

kleine ronde pruim   bels, kroosje

kleine ronde vlek - punt, stip

kleine ronde vijl - rattestaart

kleine roos - stokroos

kleine rozijn zonder pit   krent

kleine ruimte   cel, kabinet

kleine ruitjes - pepita

kleine samenhangende massa   vlok

kleine samenleving   dorp

kleine scharretjes - kret, krit

kleine schelvis - molenaar, pieper, radio,

kleine schol - keu, schar

kleine schram - krabbel

kleine schroefboor   fret

kleine schutsluis   verlaat

kleine sierlijke plantjes - mos

kleine sieraad - snuisterij

kleine sigaar   cigarillo, sigretto

kleine sinaasappel - mandarijn

kleine slanke vogel - kwikstaart

kleine slanke zuil - colonnet

kleine sloep - jol, roeiboot

kleine slok - nip, teug

kleine sloot - greppel

kleine sluis   sas, verlaat

kleine Soenda ellanden   Bali

kleine som geld   krats

kleine sonate   sonatine

kleine soort haan - krielhaan

kleine soort wilde eend - wintertaling

kleine soort zalm - schot, zeeforel

kleine spanzaag - figuurzaag

kleine speculatie - gok

kleine speet - speetje

kleine springerige haarlok - krulletje

kleine staat aan een groot rijk - randstaat

kleine stad - plaats

kleine stadsvesting - bolwerk, burcht, citadel

kleine stap - pasje

kleine steen - kiezel

kleine steen onder een stijl - neut

kleine steentjes - grind, grint, kiezel

kleine stem (muz.) - vocina

kleine stenen zuil - cippus

kleine ster van de Grote Beer - alcor, snipper

kleine steur - sterlet, zeelt

kleine stip - stippel

kleine stukjes van iets   gruis, poeder

kleine stukjes papier - confetti, snippers

kleine tang   pincet

kleine terts - mineur

kleine teug - nip

kleine ton   breel, joon

kleine toom   trens

kleine trap   muizetrap \

kleine trommel - tamboeret, tabouret, tamboerijn

kleine twist - bisbilles

kleine ui   rocambole, sjalot, zilverui

kleine uiting van verdriet - snik

kleine valdeur - rinket

kleine valk - boomvalk

kleine veranderingen maken in - wijzigen

kleine verhandeling - traktaatje

kleine verschansing - rideau

kleine veldschans - lunet, redoute

kleine versiering - pompon

kleine vesting - citadel

kleine villa - chalet

kleine viool - kwartsviool

kleine vis   katvis, pos, sardine, spiering, stekelbaars, voorn, witvis

Zie ook vissen.



kleine visotter afkomstig uit Noord Amerika - nerts

kleine vissoort - pos, spiering, stekelbaarsvoorn, witvis

kleine vlag op de boegspriet - geus, vaantje

kleine vleierij - compliment

kleine vloot - flottielje

kleine vochtmaat - mudje

kleine vogel uit Afrika - honingzuiger

kleine vogel uit Australië   honingzuiger

kleine vogel uit Zuid Amerika   kolibrie

kleine vouw in bladzijde - ezelsoor

kleine watermolen   staartmolen, standaardmolen

kleine waterval   cascade

kleine weidebloem - boterbloem, madelief, paardebloem,

pinksterbloem, vergeetmijniet



kleine wereld - microcosmos

kleine werkplaats - boet, hok, schuur, werkhok

kleine wig - spie

kleine windhond - whippet

kleine windmolen - tjasker

kleine wilde eend   krakeend, krast, roepertje

kleine winkel - boetiek

kleine wolk als voorbode van slecht weer - osseoog

kleine woning - huisje, optrek

kleine woongemeenschap in Indonesië - kampong

kleine wortel - alruin

kleine ijzerwaren - mitraille

kleine zalm - schot, zeeforel

kleine zee - morbihan

kleine zeeboezem   baai

kleine zeediertjes   radiolariën, straaldiertjes

kleine zeekreeft - garnaal

kleine zeis   pik, sikkel, zicht

kleine zeis met breed handvat   zicht

kleine ziekteverwekker - bacterie, schimmel, virus

kleine zonde   peccadille, pekelzonde

kleine zuil - cippus, colonnet

kleinachten - geringschatten, minachten

kleinburger   filister

kleinburgerlijk   armhartig, bekrompen, bourgeois, enghartig, kortzichtig, zielig

kleinburgerlijk iemand - proleet

kleinburgerlijk persoon - bekrompene, filister

kleinburgerlijkheid   bekrompenheid, filisterij

kleindenkend - benepen

kleindochter van David   Ada

kleindochter van Herodes de Grote - Herodias

klein en tenger - pieterig

kleiner - geringer, minder, minor

kleineren - miskennen, ontgroenen

kleiner maken - inkrimpen, korten, verminderen

kleiner worden van stof - atrofiëren, krimpen, minderen

kleiner wordend - krimpend, schrompelend

kleiner wordende inham - hop

kleineren - afkammen, demoraliseren, denigreren, intimideren, neerhalen, onteren

kleineren van nieuw aangekomen studenten - ontgroenen

kleinerend - geringschattend, minachtend, schamper, spottend

kleingeestig - armhartig, bekrompen, benepen, chicaneus, dun, enghartig, geborneerd, gering, gierig, klein, kleinzielig, knijperig, kortzichtig, krenterig, lichtgeraakt, maltentic, mesquin, min, minutieus, pietluttig, schriel, sikkeneurig, smal, vitziek,

kleingeestig afdingen - pingelen

kleingeestig bedillen - vitten

kleingeestig bekrompen mens - krent, pietlut, zeurkous, zeurpiet

kleingeestig boekbeoordelaar - letterzifter

kleingeestig, mal gehaarklover, doe - chinoiserie

kleingeestig mens   haarklover, krent, krentenweger, kruidenier, kruimelaar, pietlut, vitter

kleingeestig persoon - krent, pietlut

kleingeestig vitten - krenten

kleingeestige aanmerking - bedilling, chicane, haarkloverij, vitterij

kleingeestige beoordelaar van letterkundige arbeid - letterzifter

kleingeestige kritiek - chicane, letterzifterij, muggenzifterij, vitterij

kleingeestige schoolmeester - frik

kleingeestige vitter   haarklover, muggenzifter

kleingeld - cent, moos, munt, pasmunt, wisselgeld, zakgeld

kleingeld voor lopende zaken - zakgeld

kleingoed - allerhande, bijgoed, gebakje, grut, kinderen, kindertjes, koekje, kramerij, kriel, peuzelwerk, prullaria, snuisterij, taartje, uitschot,

klein graafdier - mol

kleinhandel - debiet, detail, detailhandel, markthandel, negotie, nering, slijterij, straathandel, winkelnering

kleinhandelaar - debitant, detaillist, kramer, marktkoopman, neringdoende, parievinker (op het water), scharrelaar, sjacheraar, standhouder, standwerker, venter, winkelier

kleinhandelaar op het water - parlevinker

kleinhandelsprijs - detailprijs

kleinhartig   angstig, bang, bevreesd, kleinmoedig, laf, lafhartig

kleinigheidje   akkefietje, bagatel, beetje, beuzeling, frutje, habbekrats, iet, krats, niemendal, nietigheid, peulenschil, wissewasje

kleinheidswaan - micromanie

kleinheidswaanzin - micromanie

kleinhoofdig - kleinschedelig, microcefaal

kleinhoofdigheid - microcefalie

kleinhout - glassponde, vensterroede

kleinigheden - beuzelarijen, prullen, quisquiliën, vodderijen

kleinigheden beïnvloeden - luisteren

kleinigheden beredderen - kissebissen

kleinigheden wegkapen - struinen

kleinigheid -akkefietje, bagatel, beuzelarij, beuzeling, dem, frutje, futiliteit, gries, habbekrats, iet, iets, inari, jota, kriezel, krats, leur, lomp, niemendal, niemendalletje, nietigheid, nulliteit, onbeduidendheid, prul, peul(e)schilletje, pokje, snars, sners, tikkel, trunt(gewest.), vod, wissewas, zier, ziertje

kleinigheidje - krats, tripje, wissewasje

kleinkind - dochterskind, zoonskind

kleinkinderschool - matresseschool

kleinkunst   cabaret, revue, variété

kleinkunstartiest   cabaretier

kleinmaken - breken

kleinmoedig - bang, bekrompen, benepen, laf, minnetjes, pusillaniem, verlegen, versaagd

kleinmoedig man - armhart

kleinmoedigheid - pusillaniemie, pusillanimiteit

kleinodiënschrijn - juwelenkistje

kleinood   bijou, bijoujuweel, diamant, juweel, kostbaaheid, parel, ring, sieraad

kleinschedelig - kleinhoofdig, microcefaal, microcephaal

kleinschrift - minuskels

kleinst - minst

kleinste afstand van de aarde tot de zon - perihelium

kleinste beentje van de hand - handwortelbeentje

kleinste der sycladen - delos

kleinste bodemdeeltje   klei

kleinste gemene veelvoud   k.g.v.

kleinste levende wezen - bacterie, microbe, virus

kleinste lichtdeeltje - foton, lichtquantum

kleinste hoeveelheid   minimum

kleinste provincie van de Unie van Zuid-Afrika - Natal

kleinste stofdeeltje - atoom

kleinste stofdeeltje met negatieve lading - elektron

kleinste vertrek - toilet, W.C.

kleinste vinger - pink

kleinste waarde   minimum

kleinsteeds   bekrompen, burgerlijk, provinciaal

kleinsteedse bekrompenheid - provincialisme

kleintje - uk, baby

kleintjes - laf

kleintjes (de) - grut, kinderen

kleinvee - geiten, schapen, varkens

kleinzerig - hiep, overgevoelig

kleinzielig   beklemd, bekrompen, benepen, burgerlijk, kleingeestig, knijperig, krenterig, mesquin, min, un, pietluttig

kleinzoon van Adam   Enos

kleinzoon van Ezau   Amalek

kleinzoon van Hillel   Gamaliël

kleinzoon van Noach   Aram

kleinzoon van Ruth en Boaz   Isai

Cleio - Clio

kleipap (vette) - kies

kleisoort - almagra, bolus, knik, loss

klem - aandrang, accent, angel, beklemming, beknelling, betekenis, clip, clips, drang, druk, gewicht, greep, knel, knip, knijper, kracht, mandring, nadruk, neep, praam, pressie, schuif, tetanus, val, vat, voetangel, werk

klem van een molen - molenraam, rem, vang

klemhaak - klemschroef, pranger, ringtang, schroef bout

klem van een windmolen   vang

klemmen   knellen, knijpen, prangen

klemmend   afdoend, drukkend, knellendsterk

klmmend houtj voor de was - knijper

klemmetje - clip

klemming   aandrang, accent, drang, druk, knel, gewicht, knelling, nadruk, onera, prang

klemtoon   accent, inflexie, intonatie, nadruk, stembuiging

klem van een windmolen - vang

klemziekte - tetanus

klem zitten - vast

klens - filtreerdoek, teems, zeef, zijgdoek

klep - afsluiter, bek, belegstuk, blad, deksel, duinklep, duinpan, klap, lats, lid, luik, molenklapper, mond, oogklep, oorklep, plaat, sluiting, sluitstuk, val (duivenhok), valvula, vizierklep, zuigklep

klep in het hart - mitralisklep

klepbrug - basculebrug, ophaalbrug

klepel - bengel, tong

klepmand - karbies, korf

klep of deksel - luik

kleppel - knuppel

kleppen - babbelen, beieren, kletsen, kwekken, roddelen, snateren, tampen

kleppen van klokken - beieren, gebeier

klepper - babbelkous, castagnet, draver, klap, klapperman, klepperman, nachtwacht, nachtwaker, rammelaar, ratel, ratelman, rijpaard,

klepperen   ratelen

klepperman - nachtwacht, nachtwaker, ratelman

kleptomaan - dief, steelzuchtige

klep van een kist - deksel

klep van een openhaard - aanjager

klepvliezen - valculae

kleren - kledij, kleding

kleren aandoen - aankleden

klerenbergplaats   garderobe, vestiaire

klerenhanger - kapstok, knaap, knaapje

klerenkast   garderobe

klerenstaander - knaap

klerenstandaard - kapstok

klerikaal   geestelijk

klerk   bediende, commies, pennenlikker, pennist, schrijver

kles - haarvlecht

klessebessen - babbelen, keuvelen, kouten

klet - kleefkruid, klit

klets - baf, lariefarie, geleuter, gerucht, klap, klats, kletsnat, kletspraat, kwak, larie, lariekoek, mallepraat, nonsens, onzin, pats, pets, praatje, slag, smoes, quatsch

kletsen - babbelen, bazelen, beuzelen, bomen, dazen, kakelen, kauwen, keuvelen, kouten, kwebbelen, kwekken, lariën, lasteren, leuteren, lellen, lullen, oreren, praten, raaskallen, radoteren, razen, roddelen, sabberen, snateren, spreken, smoezen, talmen, vertellen, wauwelen, zaniken, zeggen, zeuren, zwammen, zwetsen,

kletsende slag   klets, pats, pets



kletsende slag - pats, pets

kletser - babbelaar, kwebbelaar, tater, veelprater, wauwel

kletskoek - apekool, flauwekul, gebabbel, geklets, geleuter, gerucht, gewauwel, kletsica, kletspraat, larie, lariekoek, lulkoek, mallepraat, nonsens, onzin, praatjes, wartaal

kletskous - babbel(aar), babbelaar(ster), flappei, klapmuts, flapuit, kakel, klapmuts, klappei, kletser, kletsmajoor, kletsmeier, kletstante, kwebbel, kwek, lariemoer, lasteraar, leuteraar, leutertol, praatal, praatjesmaker, prater, ratel, snapper, snapster, theetante, wauwel, zwamneus, zwetser

kletsmajoor - kakel, leuter(aar)

kletsmeier - leuteraar

kletsnat - doornat, doorwaternat, doorweekt, druipnat, drijfnat, kledder, sliknat

klets op het oor - oorveeg

kletspraat   achterklap, beuzelpraat, borrelpraat, fabel, geleuter, gewauwel, kletskoek, larie, leuter, mythe, onzin, praat, zwets

kletstante - kletskous

kletteren - ketsen, klateren, kletsen, knetteren

kleumen   blauwbekken

kleunen - kloppen, peunen, slaan, vechten

kleur –

3 ros, wit

4 blos, geel, goud, grijs,kaki, keel, lila, oker, olijf, rood, roze, tint

5 azuur, beige, blauw, blond, brons, bruin, cr�me, ebben, geluw, grauw, groen, malve, mouve, opaal, paars, prune, sabel, sepia, taupe,teint, terra, zaluw, zwart



6 asgrijs, bister, cerise, chroma, dofwit, eigeel, fraise, greige, idigo, izabel, karmijn, kobalt, lazuur, oranje, paille, purper, reseda, rossig, sienna, soumon, violet, zilver

7 amarant, asblond, asgrauw, chamois, dofgeel, dofrood, grijswit,

havanna, koralijn,krijtwit, leigrijs, matgeel, melkwit, ponceau, rosgeel, rosvaal, sinopel, smaragd, vaalwit, wasgeel, wijnrood,

zeegrijs

8 amarillo, dofblauw, dofgroen, dofzwart, galgroen, geelgrijs, geeloker, geelrood, gitzwart, goudgeel, grauwwit, grijsgeel, hagelwit, hardgeel, hardrood, helblauw, helbrond, hooggeel, karmozijn, kersrood, knalgeel, knalrood, leliewit, loodgrijs,

molbruin, mosgroen, muisgrijs, okergeel, oudblauw,

oudgroen, parelwit, pikzwart, roodbont, roodgeel, rozerood,

saffraan, spierwit, strogeel, vaalgeel, vaalgrijs, vaalrood,

vuurrood, zeegroen

9 ambergrijs, aquamarga, berggroen, blauwgrijs, bleekgeel, bleekrood, bleumarin, bloedrood, botergeel, bruingeel,

bruinrood, colombine, diepblauw, geelbleek. geelblond, geelbruin, geelgroen, glasgroen, goudblond, goudbrons, goudbruin, grasgroen, grauwgeel, groengeel, grijsblauw, grijsbruin, grijsgrauw, grijsgroen, grijszwart, hardgroen, hoogblauw, hoogblond, hoogbruin, grijsgroen, grijszwart, hardgroen, hoogblauw, hooggroen, inkarnaal, koolzwart, koperrood, lichtgeel, grijsgroen, grijszwart, hardgroen, hoogblauw, lichtgrijs, lichtrood, loodblauw, moorzwart, muisgrauw, olijfbruin, olijfgroen, parelgrijs, pauwblauw, roodbruin, roodpaars, sneeuwwit, staalgrijs, steenrood,

turksrood, vaalbruin, vaalgroen, zilverwit, zwartbont, zwartgeel, zwartrood

10 appelgroen, blauwgroen, blauwzwart, bleekblauw, bleekgroen, bronsgroen, bruingroen, bruinzwart, donkergeel, donkergrijs,

donkerrood, grauwbruin, grauwzwart, groenblauw, heldergeel, honinggeel, indigorood, karmijnrood, koperbrons, kopergroen,

koraalrood, korenblauw, leverbruin, lichtblauw, lichtbrons, lichtbruin, lichtgroen, lichtpaars, omberbruin, paarsblauw,

paarsbruin, purperrood, ravenzwart, roestbruin, scharlaken, staalblauw, staalbruin, terra-cotta, ultramarijn, vermiljoen,

vioolblauw, violetrood, zwartblauw, zwartbruin, zwavelgeel, zwartgroen, zilvergrijs,

1 1 bloedvervig, citroengeel, donkerblauw, donkerbruin, donkergroen, donkerpaars, granaatrood, helderblauw,

hemelsblauw, indigoblauw, kanariegeel, kaneelbruin, koboltblauw, koffiebruin, lijstergrauw, marineblauw, pimpelpaars, roetkleurig, violetblauw, violetbruin, zilvergrauw

12 chromaatgeel, emeraldgroen, fluweelzwart, schalieblauw, saffierblauw, saffraangeel, smaragdgroen,

13 chromaatgroen, kastanjebruin, menistenblauw

14 chocoladebruin,

15 prinsessenblauw, scharlakenrood.

kleur (wapenk.)   goud (geel), keel (rood), lazuur (blauw), sabel (zwart), sinopel (groen), zilver (wit)

kleur bekennen - erkennen, toegeen

kleur der heersers - purper

kleur die men aan onedele metalen geeft door verhitting - aanloopkleur

kleur krijgen - blozen

kleur op de wangen - blos

kleur van de boete   paars

kleur van de haat   geel

kleur van de hoop - groen

kleur van de huid - blank, donker, teint, wit, zwart

kleur van de huid na zonnen - bruin

kleur van de liefde   rood

kleur van de maagdelijkheid   wit

kleur van de regenboog - blauw, geel, groen, indigo, oranje, rood, violet

kleur van de rouw   zwart

kleur van de trouw   blauw

kleur van het gezicht   tint, teint

kleuraanpassend dier   kameleon

kleuraanpassing - achromatopsie, mimicry

kleuraanpassing van dieren ter bescherming - schutkleur

kleurafwisseling   nuance

kleurdrager - chromatofoor

kleurecht   kleurhoudend

kleureffect - kleurmenging, kleurschakering, koloriet,

schilderwijze



kleuren - blozen, enlumeren, enlumineren, monsteren,

tingeren, tinten



kleuren door middel van evenwijdige lijntjes - arceren

kleuren van een regenboog vertonen - iriseren

kleuren van een schild - email

kleuren van een schilderij - koloriet

kleurenband - spectrum

kleurenband verkregen door licht en glazen/prisma - spektrum

kleurenbeeld   kleurengamma, spectrum

kleurenblindheid   achromatopsie, chromopsie, daltonisme, deuteranopie, dyschromatopsie, monochromasie, protanopie, tritanopie

kleurendruk   chromotypie, oleografie, typie

kleurendruk op doorschijnend tussen glas geplakt papier - diafanie

kleureneffect gezamenlijke kleuren van een schilderij - koloriet

kleurenfilmsysteem   technicolor

kleurenfotografie - chromofotografie, heliochromie

kleurengamma   spectrum

kleurengrondstof - aniline

kleurenharmonie - kleurenmuziek, koloriet

kleurenkijker - kaleidoscoop

kleurenleer - chromatiek, chromatologie

kleurenreeks - gamma

kleurenreproductie - oleografie

kleurenschifting - chromatisme, dispersie, kleurenspreiding, spectrum

kleurensteendruk - chromolithografie, lithochromie

kleurentoon - kleurgeving, koloriet, tint

kleuren van schilderij - koloriet

kleurgeving   kleurenmenging, kleurschakering, koloriet

kleurgevoeligheid - fotochromasie

kleurgrondstof   aniline, lak, verf

kleurhoudend   batik, kleurecht


1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   19


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina