Kaderstellende documenten



Dovnload 328.45 Kb.
Pagina1/4
Datum16.08.2016
Grootte328.45 Kb.
  1   2   3   4

Landelijke redactie standaardteksten omgevingsvergunning

Geactualiseerd: juli 2016



Externe veiligheid




    1. Kaderstellende documenten



Dit kaderstellend document externe veiligheid moet gelezen worden in samenhang met de Externe Veiligheid werkstandaard vVergunningverlening (zie website Kenniscentrum Infomil, http://www.infomil.nl/onderwerpen/hinder-gezondheid/veiligheid/werkstandaarden, die op de website van Infomil staat (voorheen de Wegwijzer externe veiligheid in de omgevingsvergunning). Hierin zijn voor de vergunningverlener en EV-specialist informatiebladen opgenomen met een overzicht van wet- en regelgeving, normen en noodzakelijke maatregelen; voor considerans en voorschriften wordt verwezen naar dit kaderstellend document. In deze werkstandaard is het beleid voor externe veiligheid beschreven en is informatie opgenomen hoe de vergunningverlener het thema externe veiligheid moet meenemen in het vergunningverleningsproces.

In de Werkstandaard is onder andere informatie opgenomen over de aspecten waaraan, in aanvulling op de vragen van het OLO (Omgevingsloket Online), aan welke aspecten aandacht moet worden besteed in het vooroverleg.

In de toelichting bij de teksten voor overwegingen (1.3) en voorschriften (1.4) wordt gesproken over ‘inrichtingen waar externe veiligheid (mogelijk) een rol speelt' . Voor de definitie hiervan wordt verwezen naar de Werkstandaard EV.

Volgens de Werkstandaard is eEen inrichting waar externe veiligheid (mogelijk) een rol speelt is een Wabo-vergunningplichtige inrichting met:



  • gevaarlijke stoffen

  • brandbare stoffen met een hoge vuurbelasting

  • brandbare stoffen met toxische verbrandingsproducten

  • een gasdrukmeet- en regelstation (gastoevoer > 20 inch)

Inrichtingen met gevaarlijke stoffen waarvoor geen vergunningplicht geldt op grond van de Wabo, vallen onder de 8.40 AmvB’s van de Wet milieubeheer (onder andere het Activiteitenbesluit).









    1. Selectiepakket aanvraagformulier

      De vragen die relevant zijn met betrekking tot externe veiligheid zijn opgenomen in het OLO.





In de EV wWerkstandaarden Externe Veiligheid is onder andere informatie opgenomen, in aanvulling op de vragen van het OLO (Omgevingsloket Online), aan welke aspecten aandacht moet worden besteed in het vooroverleg. Het voornemen is om de EV werkstandaard uit te breiden met informatie over aspecten zoals gasdetectiesystemen, bliksembeveiliging, e.d..

      Aanvullend daarop moet in ieder geval worden beschreven:


      - gasdetectiesystemen
      - bliksembeveiliging
      - beschrijving onderhoudssysteem
      - beschrijving maatregelen en voorziening m.b.t. brandveiligheid
      - voldoende gegevens om te beoordelen of/hoe aan BBT wordt voldaan. (PGS-richtlijnen ; voor externe veiligheid relevante gedeeltes uit op de inrichting van toepassing zijnde BREF's (maatregelen m.b.t.’Preventing incidents and (major) accidents, ‘Safety and risk management’, Operational procedures and training’; voldoen aan wettelijke eis plaatsgebonden risico)


    1. Selectiepakket overwegingen




Toetsing bij externe veiligheid komt neer op toetsing aan het plaatsgebonden risico (PR) of geldende (vaste) veiligheidsafstanden en het verantwoorden van het groepsrisico (GR, dit is een oriënterende waarde). (zie Wegwijzer EV)

Bij het bepalen van de beste beschikbare technieken moet rekening gehouden worden met BBT conclusies en met bij ministeriële regeling aangewezen informatiedocumenten over beste beschikbare technieken. Dit staat in artikel 5.4 eerste lid van het Besluit omgevingsrecht (BOR). Het betreft hier in ieder geval de PGS-richtlijnen, en voor IPPC-inrichtingen ook de van toepassing zijnde BREF's.



Algemeen
Onderstaande tekst opnemen voor bedrijven waar geen gevaarlijke/brandbare stoffen aanwezig zijn en waar externe veiligheid geen rol speelt; daarnaast alleen nog het gedeelte over 'Bouwbesluit' opnemen.

Bij <> zijn geen gevaarlijke stoffen of brandbare stoffen met hoge vuurbelasting en/of toxische verbrandingsproducten aanwezig; ook is geen sprake van een gasdrukmeet- en regelstation met een gastoevoer > 20 inch. Daarom is bij dit bedrijf niet te verwachten dat gevaarlijke stoffen vrijkomen. Het aspect externe veiligheid is voor deze inrichting niet relevant en daarom zijn in deze vergunning geen specifieke voorschriften opgenomen.


Onderstaande tekst opnemen voor bedrijven waar beperkte hoeveelheden gevaarlijke/brandbare stoffen worden opgeslagen en waar externe veiligheid (nagenoeg) geen rol speelt; daarnaast alleen nog het gedeelte over 'Bouwbesluit' opnemen.

Bij <> zijn de volgende gevaarlijke stoffen aanwezig: <<…stoffen…>>

De processen, de aard en hoeveelheid van de gebruikte gevaarlijke stoffen zoals vermeld in de aanvraag kunnen een risico vormen voor de omgeving.

Deze risico's worden voldoende afgedekt door het voldoen aan de van toepassing zijnde richtlijnen met betrekking tot de opslag van gevaarlijke stoffen <<…PGS 15, PGS30 …>>


Onderstaande tekst opnemen voor bedrijven waar externe veiligheid een rol speelt.
Bij <> zijn de volgende gevaarlijke stoffen aanwezig: <<…stoffen…>>.

De processen, de aard en hoeveelheid van de gebruikte gevaarlijke stoffen zoals vermeld in de aanvraag kunnen een risico vormen voor de omgeving.

Het externe veiligheidsbeleid in Nederland is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van activiteiten voor de omgeving (mens en milieu). Het gaat hierbij onder meer om de risico's die verbonden zijn aan de opslag en het gebruik van gevaarlijke stoffen.

Zoals in het NMP4 (Vierde Nationaal Milieubeleidsplan) is aangegeven, is de basis van het huidige risicobeleid dat het gevaar van een activiteit acceptabel is wanneer:



  • het plaatsgebonden risico niet hoger is dan is genormeerd;

  • de kans op een groot ongeluk met veel slachtoffers kan worden verantwoord (het groepsrisico).

Het plaatsgebonden risico is een maatstaf om te bepalen welke afstand nodig is tussen de risicodragende activiteit en de bebouwde omgeving.

Het plaatsgebonden risico is de kans dat zich op een bepaalde plaats over een periode van één jaar een dodelijk ongeval voordoet als direct gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen, indien zich op die plaats 24 uur per dag en onbeschermd een persoon zou bevinden. De gehanteerde norm voor het plaatsgevonden risico in Nederland is in beginsel 10-610-6 per jaar (d.w.z. een kans van 1 op de miljoen per jaar). Deze norm is opgenomen in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). In het Bevi is aangegeven in welke gevallen hiervan (tijdelijk) kan worden afgeweken.


Het groepsrisico voegt daar als maatstaf aan toe de verwachte omvang van een ongeval uitgedrukt in het aantal dodelijke slachtoffers, gegeven de kans op dat ongeval. Het groepsrisico geeft de kans aan dat in een keer een groep personen die zich in de omgeving van de risicosituatie bevindt, overlijdt vanwege een ongeval met gevaarlijke stoffen. Met de grootheid groepsrisico is getracht een maat voor maatschappelijke ontwrichting te creëren. In het Bevi is een niet-normatieve benadering van het groepsrisico neergelegd. Het groepsrisico moet altijd verantwoord worden. Bij de beoordeling van het groepsrisico is de vraag aan de orde welke omvang van een ramp, gegeven de kans daarop, maatschappelijk aanvaardbaar is.

Onderstaande tekst opnemen indien de hoeveelheden gevaarlijke stoffen in een bedrijf de grenzen uit de drempelwaardentabel overschrijden.


Registratiebesluit/Regeling provinciale risicokaart

        Het Registratiebesluit externe veiligheid geeft aan welke inrichtingen en welke informatie opgenomen moet worden in het Risicoregister. Daarnaast moeten ook inrichtingen die vallen onder de reikwijdte van de Regeling provinciale risicokaart worden opgenomen in het register. De criteria van het besluit en de regeling zijn samengevoegd in de drempelwaardentabel die is opgenomen in de Leidraad Risico Inventarisatie. [bedrijfsnaam] valt onder de criteria van het Registratiebesluit en/of de Regeling; na afronding van de vergunningprocedure worden de gegevens in het risicoregister geactualiseerd.


Beoordeling plaatsgebonden risico en groepsrisico
Onderstaande tekst opnemen indien bedrijf niet onder Bevi valt, maar de 10-610-6 plaatsgebonden risicocontour buiten de inrichting valt.
<> valt niet onder Bevi, maar gezien het feit dat de 10-610-6 plaatsgebonden risicocontour buiten de inrichting ligt en er mogelijk dodelijke slachtoffers buiten de inrichting kunnen vallen sluiten wij in onze beoordeling aan bij het Bevi.

<<… beoordeling PR en GR…>>

Onderstaande tekst opnemen voor categoriale Bevi-inrichtingen.


Op grond van artikel 2, eerste lid, sub <<.....>>, valt de inrichting onder de reikwijdte van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Op grond van artikel 4, vijfde lid, betreft het een zogenaamde categoriaale bedrijfinrichting. Dit betekent dat door ons is getoetst aan de in de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) genoemde afstanden tot al dan niet geprojecteerde kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten.

<<… toets aan van toepassing zijnde afstanden uit het Revi…>>

Onderstaande tekst opnemen voor niet-categoriale Bevi-inrichtingen


Op grond van artikel 2, eerste lid, sub <<...>>, valt de inrichting onder de reikwijdte van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

Op grond van artikel 4 betreft het een zogenaamde niet-categoriaalel bedrijfinrichting. Dit betekent dat voor de activiteiten een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) moet worden uitgevoerd waarmee het PR en GR berekend kunnen worden. In de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) is aangegeven dat de daarin voorgeschreven Rekenmethodiek Bevi moet worden gebruikt voor het berekenen van deze risico’s met toepassing van het softwareprogramma Safeti-NL (versie 6.54) en de Handleiding Risicoberekeningen Bevi (versie 3.3). In de Handleiding Risicoberekeningen Bevi is vastgelegd op welke wijze het PR (middels een kaart met contouren) en GR (een FN-curve) dienen te worden gepresenteerd. De toetsing van de QRA aan het Bevi wordt hierna beschreven.



Plaatsgebonden risico

Indien de aanvraag betrekking heeft op een verandering die nadelige gevolgen heeft voor het plaatsgebonden risico, dient er getoetst te worden aan het Bevi (=PR toets en verantwoording groepsrisico).


Toelichting:

Het Bevi kent een overgangsregeling voor saneringssituaties: wanneer deze binnen drie jaar worden opgelost door een bestemmingsplan wijziging dan mag er met de vergunning op vooruit gelopen worden. Deze tekst is met name voor oprichtingssituaties of uitbreidingen van bedrijven met nieuwe activiteiten waardoor het Bevi van toepassing wordt


Het Bevi koppelt de Wabo en de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). De toegestane grenswaarde voor het plaatsgebonden risico (PR) ter plaatse van een (geprojecteerd) kwetsbaar object is 10-6 per jaar. Dit is eveneens de richtwaarde voor een (geprojecteerd) beperkt kwetsbaar object. Door de koppeling met de WRO wordt het bestemmingsplan, in geval er sprake is van strijdigheid met het bestemmingsplan, hierop aangepast (voor zover dat nodig mocht zijn). Om inzicht te krijgen in de groep mensen die potentieel blootgesteld wordt aan de gevolgen van een ramp is ook beoordeeld of het groepsrisico (GR) een relevant aspect is. De uitvoering heeft in gezamenlijkheid met de Veiligheidsregio en de afdeling RO van de gemeente <> plaatsgevonden.
Tekst voor die situaties dat er geen beperkt kwetsbaar object binnen de 10-6 aanwezig is.
De plaatsgebonden risicocontour 10-6 10-6 komt <> buiten de inrichting.

Binnen de PR 10-6 10-6 contour komen bevinden zich wel/ geen (geprojecteerde/ aanwezige beperkt)/ kwetsbare objecten voor. . In het Het vigerende bestemmingsplan <> geborgd dat er laat wel/geen (beperkt) kwetsbare objecten toebinnen de 10-6 contour mogelijk zijn. Daarmee. Hiermee wordt wel/niet voldaan aan de normeringgrenswaarde respectievelijk de richtwaarde van het Bevi. voor het plaatsgebonden risico.


Tekst voor die situaties dat er een beperkt kwetsbaar object binnen de 10-6 aanwezig is.
De plaatsgebonden risicocontour 10-6 komt <> buiten de inrichting.

Binnen de PR 10-6 contour komen geen (beperkt) kwetsbare objecten voor. In het bestemmingsplan is/zal worden geborgd dat er geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen de 10-6 contour mogelijk zijn Wel <> er binnen de 10-6 contour (een) beperkt kwetsbare (kwetsbaar) objecten (object) voor. Daarmee voldoet de aangevraagde activiteit niet aan de richtwaarde van het Bevi. Binnen de 10-6 contour is een  <>. Wij accepteren de overschrijding van de richtwaarde. <>. In het bestemmingsplan <> dat er geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten binnen de 10-6 contour mogelijk zijn.

De uitgangspunten voor de QRA kunnen zijn vastgelegd door de QRA uit de aanvraag onderdeel uit te laten maken van deze vergunning; ook kan bijvoorbeeld indien het stikstofgehalte van de opgeslagen stoffen cruciaal is voor de QRA, het stikstofpercentage in een voorschrift worden vastgelegd. Daarnaast kan bv. een registratie van het stikstofgehalte in de opslagcompartimenten worden voorgeschreven. Ook kan bv worden voorgeschreven dat geen stoffen mogen worden opgeslagen die N, Cl, F, of S bevatten, of dat geen brandbare stoffen mogen worden opgeslagen.
Uit de QRA blijkt dat de volgende scenario's bepalend zijn voor het plaatsgebonden risico:…

Omdat deze scenario's zo bepalend zijn voor het risico zijn de uitgangspunten die in de QRA zijn gebruikt vastgelegd.

Indien de aanvraag betrekking heeft op een inrichting gelegen in een gebied waarvoor een veiligheidscontour op grond van art. 14 van het Bevi is vastgesteld dan zijn de grens- en richtwaarden uit art. 6,7 en 8 niet van toepassing.
Voor <> is een veiligheidscontour op grond van artikel 14 van het Bevi vastgesteld. <> is gelegen binnen de veiligheidscontour van het gebied <>. Wij hebben geconcludeerd dat de plaatsgebonden risicocontour 10-6 geheel gelegen is binnen de vastgestelde veiligheidscontour. Nu de veiligheidscontour van <> is vastgesteld, hoeven wij niet meer te toetsen aan de grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico op de dichtstbijzijnde (geprojecteerde) bestaande en nieuwe kwetsbare of nieuwe beperkt kwetsbare objecten binnen de veiligheidscontour.
Opnemen bij vestiging (beperkt) kwetsbaar object:
Voor <> is een veiligheidscontour op grond van artikel 14 van het Bevi vastgesteld. Vestiging van een beperkt kwetsbaar object is mogelijk omdat sprake is van een functionele binding met een binnen de veiligheidscontour gelegen inrichting dan wel met het gebied waarvoor de veiligheidscontour is vastgesteld. <>.
Conclusie plaatsgebonden risico

De conclusie is dat het plaatsgebonden risico geen belemmering vormt voor het verlenen van de vergunning voor <>.


Groepsrisico
Onderstaande tekst opnemen als door de aangevraagde verandering geen toename van het plaatsgebonden risico plaatsvindt.
Aangezien door de aangevraagde verandering geen toename van het plaatsgebonden risico plaatsvindt, is op grond van artikel 12, eerste lid van het Bevi geen beoordeling van het groepsrisico nodig
Onderstaande tekst opnemen voor zowel categoriale als niet-categoriale Bevi-inrichtingen indien door de aangevraagde verandering sprake is van een toename van het plaatsgebonden risico 10-6
Het groepsrisico is verantwoord aan de hand van de volgende punten:

de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de inrichting;

de vergelijking van groepsrisico met de oriëntatiewaarde;

de verandering van het groepsrisico;

maatregelen om het (groeps)risico te beperken;

mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en van beperking van een ramp;

de zelfredzaamheid van personen binnen het invloedsgebied.

De Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico (hierna Handreiking GR) is toegepast als achtergronddocument.


Op <> is aan de regionale brandweer (of Veiligheidsregio) <> verzocht om in verband met het groepsrisico advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van de inrichting. Op <> is een advies van de regionale brandweerde Veiligheidsregio <> ontvangen. Bij onze overwegingen hebben wij het advies meegenomen.
Deze tekst opnemen voor een categoriaal bedrijf, als de bevolking homogeen over het invloedsgebied is verdeeld. Het groepsrisico kan dan worden bepaald met de dichthedentabellen uit het Revi. In veel gevallen is de bevolking niet homogeen verdeeld, en dient het GR vastgesteld te worden met een QRA. (zie Handreiking GR).

Het door de inrichting veroorzaakte groepsrisico is vastgesteld aan de hand van het Revi.



<< uitleg, beschrijving, toets aan max. personendichtheid uit Handreiking GR>>

Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat <> het groepsrisico inpasbaar is binnen de tabellen zoals opgenomen in het Revi.


Deze tekst opnemen voor niet-categoriale Bevi inrichtingen, en voor categoriale Bevi-inrichtingen waar het groepsrisico moet worden bepaald middels een QRA omdat de bevolking niet homogeen is verdeeld.

Het door de inrichting veroorzaakte groepsrisico is vastgesteld in de QRA. Het groepsrisico is weergegeven in bijlage <<…>>. Het groepsrisico is maximaal <> maal de oriëntatiewaarde, namelijk bij <<…>> slachtoffers maximaal <>. <




  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina