Kain en abel



Dovnload 13.01 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte13.01 Kb.
KAIN EN ABEL
Wat voorafgaat
Even in vogelvlucht: wat staat er tussen de Schepping en de teksten over Kaïn en Abel? De “verdrijving uit de tuin”. Daarin vraagt de slang aan de vrouw: “Heeft God werkelijk gezegd dat je van geen enkele boom mag eten?” Maar God had eigenlijk gezegd: “je mag van alle bomen eten, behalve van één.” Da’s dus de perfecte manier om ruzie te stoken. De vrouw probeert zich nog wel even verzetten, maar er is iets geraakt van een verlangen naar wat verboden was. De slang gaat verder: als je eet, zal komen tot “de kennis van goed en kwaad.” Dat betekent: “alles”. Het heeft geen ethische connotatie. Vrije vertaling: “de kennis van ’t één en ’t ander” … En er zal wel ’t één en ’t ander te zien zijn dadelijk … De Bijbel kent geen duale wereld die de termen ‘goed en kwaad’ voor ons oproepen.
Beider ogen gaan open en ze merken … dat ze naakt zijn. Er wordt van alles zichtbaar, maar zij maken zich onzichtbaar om het niet meer te moeten zien. God stelt hier de mens de eerste grote vraag: “WAAR BEN JE?” Mens waar zijt gij? Da’s de eerste vraag die God stelt in de Bijbel. Als christen is de eerste beweging niet: God zoeken; Hij staat al aan je deur, en Hij vraagt jou waar jij bent …
De mens neemt geen verantwoordelijkheid voor wat gebeurd is, maar tracht de schuld door te schuiven. De schuld valt uiteindelijk op de slang: “omdat je dit gedaan hebt, ben je vervloekt.”
Nu krijgt de vrouw een naam: “Eva”, betekenis: “moeder van alle levenden”. Nu blijkt dat ze van de boom van het eeuwig leven ook niet mogen eten. Die boom komt terug bij Jezus en zijn kruis: de levensboom. En op het einde van Schrift staat ook de boom van het leven in het eindtijdelijke paradijs: dan mogen we als mens opnieuw van de boom eten en zullen we elkaar zien van aangezicht tot aangezicht … Door het kruis is de oorspronkelijke breuk hersteld.
Het verhaal …
Deze Adam had Eva, zijn vrouw ‘gekend’ Dit ‘kennen’ mag je ook seksueel verstaan. Dit soort kennen is niet ‘van buiten leren’, maar van ‘binnenuit’ kennen; met iemand een relatie aangaan. Eva baart Kaïn: betekent: “verkregene, verworvene, aanwinst” en vervolgens Abel: komt van Hebel, wat betekent: “zuchtje wind, eentje van niks”. Geen aanwinst dus. Vaak werd gedacht dat het om een tweeling ging, maar dat kan je niet met zekerheid uit de tekst afleiden. Een intrige met ‘twee zonen’ komen we wel regelmatig in de Bijbel tegen. Degene die de grond bewerkt, werkt écht: da’s Kaïn. Abel doet maar iets met de dieren: wordt niet als echt werk beschouwd. Kaïn heeft goed geboerd en brengt een offer van de opbrengst van het land. Abel offert ook en nog wel zijn beste vee.
God slaat geen acht op het offer van Kaïn. Hoe weet Kaïn dat eigenlijk? Toch blijkt hij woest te worden. Meestal noemen we dit jalousie. Maar strikt genomen staat dat er niet. Misschien zien we hier al eerste besef in van de omgekeerde logica van God: wat door mensen nietig wordt beschouwd merkt God juist op. Abel telde niet mee: daar naar keek God juist om.
Kaïn ontbrandt dus in hevige toorn. En in die omstandigheden vraagt God doodleuk: “Wat is er aan de hand. Je weet toch – deze aanhef heeft iets vaderlijks – als je het goede doet, is er verheffing, maar als je het goede niet doet, loert de zonde aan de poort.” De keuze is dus: het goede doen, of het goede niet doen. Maar niet het slechte doen. Het woord “Tov” - goed - kan je beter vertalen met “Gelukt”. Ik had een plan in m’n hoofd en het is er gekomen; ’t is gelukt dus. De beweging die ik wil bewerkstelligen is ten volle gerealiseerd. Het is af, aangekomen.
Een goed voorbeeld van die gerichtheid is Joh 8 (de overspelige vrouw): “Ga heen en zondig vanaf nu niet meer”, “richt u niet naar het zondige.”
“En Kaïn zei tot Abel zijn broer”, maar dat breekt de communicatie af. Abel antwoordt niet. Kaïn geraakt zelfs niet meer in gesprek met zijn broer. Er komt geen relatie tot stand. En het gebeurde dat ze op het veld waren … Da’s dus het gebied van Kaïn. “Kom eens mee naar mijn terrein, ‘k zal eens laten zien hoe het er hier aan toe gaat”. Kaïn, de belangrijke, rees op tegen het ‘zuchtje wind’. Als Kaïn oprijst, op zijn terrein, … daar valt niks goeds van te verwachten … Hij doodt hem.
En dan komt de tweede grote vraag: Waar is je broer?, waar is dat zuchtje wind, je broer? En Kaïn geeft het zwakst mogelijke antwoord: “ik weet het niet”. “Ben ik soms de hoeder van mijn broeder”, Abel was eigenlijk de hoeder, “moet ik dan ook hoederen?” “Het leven is toch ne strijd hé, mijnheer” Je ziet Kaïn al bezig. Toen zei God: “Wat heb je gedaan? Het vergoten bloed roept uit de grond, de adama.”
Nu dan, je bent vervloekt …Betekenent: afgesneden zijn van je levensbronnen. Bij ons klinkt vervloekt dramatisch, smerig, slecht. Maar Bijbels is het “afgesneden zijn van je eigen bronnen”. De grond waar je vruchten uit moet halen, blijkt niet meer vruchtbaar. “Vervloekt” heeft dus niks magisch of moreel, maar wat je gedaan hebt, heeft u al ‘vervloekt’. Door je handeling zelf ben je afgesneden van je wortels. Het afgesneden zijn is dus een gevolg van het kwaad.
Dit stelt de vraag naar de immanente rechtvaardigheid. Als je blind bent, doof, lam, dan ben je dus afgesneden van je levensbron. Dat wordt – doorgedacht – uiteindelijk een gevaarlijke redenering. Jezus zal er zich sterk tegen verzetten. Het idee dat je in het leven gewoon pech kunt hebben, telt niet: de vraag is altijd: ‘wie is er de oorzaak van?’
“Zwerver zal je zijn en ronddolen op aarde “… Dat lijkt op de job van de overleden Abel, maar daar heette deze actie: ‘hoeden’. Bij Kaïn wordt het doelloos. Merkwaardig pas nu zegt Kaïn: “Sterke, Onuitsprekelijke”. Nu voelt Kaïn wat Abel gevoeld had toen Kaïn hem overtroefde. Nu is hij de kleine geworden: “ te groot is mijn kwaad dan dat het vergeven kan worden”: dit is de pure wanhoop.
Wat is eigenlijk vergiffenis en hoe zwaar kan een kwaad zijn dat het nog vergeven kan worden? Concreet: Michelle Martin …
Kaïn: “U hebt me verdreven”, maar dat klopt niet, want het was God helemaal niet die hem verdreven had, het is gewoon het gevolg van zijn kwaad. Deze taalverschuiving is vergelijkbaar met die van de slang. Zelfbeklag: zie mij, arme stakker, … maar waar de knoop zit, snapt hij eigenlijk nog altijd niet. “Ieder die mij aantreft zal mij doden” Plots is er dus sprake van andere mensen. Nu heeft Kaïn schrik; nu wordt hij de zwakke.
Maar dan valt Gods reactie enorm op: al was Kaïn echt heel en al moordenaar, nog straft God niet. Er zelfs al zou het kunnen dat iemand helemaal moordenaar is, dan nog zal ik pas straffen na zeven generaties. Dus krijgt Kaïn enorm veel kansen om terug de draad op te pikken en zich terug op naar het goede te richten. Dit vertaalt zich b.v.: kwaad gaat generaties mee en kost soms meerdere generaties om het weer goed te maken. “Pas na zeven jaar straffen” is eigenlijk een boodschap van barmhartigheid. Wij lezen er bijna het omgekeerde in. In onze vertaling staat zelfs “hij zal zevenvoudig boeten”, maar dat staat er dus helemaal niet.
Als de kerk zegt “echtgescheidenen niet mogen te communie komen” gaat het eigenlijk over hetzelfde; je kan niet naar de gemeenschap met God komen, als je zelf de gemeenschap hebt onmogelijk gemaakt. Hoe spijtig dit ook was, het is feitelijk niet mogelijk. Maar in feite is het niet ‘uitsluiten’ van de gemeenschap, het is ‘feitelijk uitgesloten zijn’. Meer nog: God zegt zelfs: je mag in mijn huis binnen, tot aan de tafel zelf.
Kaïn trekt zich weg van voor Gods aanschijn. Er staat dat God hem wegstuurt, het is Kaïn zelf die zich terugtrekt … Wie weet hoe gelukt, denkt God, heb ik het geregeld gekregen dat die mens zo kan terugkeren, zich zo kan her-richten.
Kaïn vestigt zich in het land van Nod, ten Oosten van Eden …
Hoe gaan we om met kwaad dat door de generaties doorwerkt? Wat is dan onze boodschap?
Tegen volgende keer lezen we van p 20 - 30



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina