Kanttekeningen bij het thema ‘geloof en gevoel’



Dovnload 14.16 Kb.
Datum24.07.2016
Grootte14.16 Kb.

Kanttekeningen bij het thema ‘geloof en gevoel’

Het behoeft geen vraag te zijn, of het geloof van een chris­ten ook verdiept moet worden. Geloven is nooit iets dat men op zak heeft en waarover men bij dagen en bij nachten be­schikt. Het­ moet dagelijks worden onderhouden, versterkt en uitgebouwd.


Stilstand in het geestelijk leven betekent vroeg of laat: achteruitgang. Dat is een levensgroot gevaar. Daarom worden wij in de Bijbel opgeroepen om onze roeping en verkiezing vast te maken, om in te groeien in de gemeenschap met Christus, om van een kind een volwas­sen man in de genade te worden (2 Petr.1 : 10; Ef.4 : 11vv). Daarom worden wij in de Bijbel ook ge­waar­schuwd om onze eerste liefde niet te verlaten (Openb.2 : 4; 3 : 15vv). Wij hebben onze natuur er niet in mee om dicht bij de Heere te blijven.
Groeien in het geloof (verstand, wil en gevoel)

Het geloof van een christen vraagt om dagelijkse vernieuwing en verdieping. We moeten er ons in oefenen. Oefening baart ‘kunst’', de ‘kunst’ van Gods verborgen omgang: meer en meer entree krijgen tot Gods Vaderhart in Christus; steeds dieper daarin doordrin­gen. Als zelfs de Geest van God de diepten van God door­zoekt (1 Kor.2 : 10), zouden wij het dan niet doen?


Deze oefening in Gods verborgen omgang nu is iets van heel ons mens-zijn, van onze totale existentie. Heel ons wezen, al onze geestelijke functies, ons innerlijk en ons uiterlijk zijn erbij betrokken. Het beeld van God dat door de zonde alleszins ge­schonden is, moet steeds ‘gepolijst worden’ (J.Calvijn).
Ons verstand - zo verduisterd als het is, zo autonoom en hoog­moedig - moet worden verlicht, ‘opdat wij zouden weten de din­gen die ons van God geschonken zijn’ (1 Kor.2 : 12).

Onze wil – ‘incurvatus in se’ (op zichzelf gericht; Luther) - moet van dag tot dag worden omgebogen tot de gehoorzaamheid van Christus, tot zelfverloochenende liefde.

En ons gevoel - zo onbewogen, hartstochtelijk en ‘driftig’ - moet voortdurend worden gezuiverd.
Groeien in de kennis van de drieënige God door Gods heiligende Geest is: steeds weer en steeds meer de Heere lief krijgen met verstand, wil en gevoel. Met alle drie.


  • Niet alleen met het verstand. Want dat zou betekenen, dat we verstandschristenen zijn, die alles heel goed beredeneren kunnen. We verzanden dan een twee drie in dogmatisme.

  • Niet alleen met de wil. Want dan verval­len we gemakkelijk tot een wettisch ijveren in moralisme.

  • Niet alleen met het gevoel, want geloven is nu eenmaal meer dan verkeren in een gezellige sfeer of iets dat lekker voelt.

Geloven is dus per definitie niet hetzelfde als het hebben van gevoelige ervaringen.
Een geloofservaring moet authentiek zijn, maar elke authentieke ervaring is nog geen geloofs­ervaring

In een postmoderne tijd als de onze krijgt het laatste sterk de nadruk. Hoe voelt het aan? Ervaring lijkt de beste leermeester te zijn. Genieten is mode. De (jonge) mensen vragen om een gevoelvolle benadering in de prediking waarin een lan­dingsbaan wordt gezocht in hun wereld van gevoel en ervaring.

Toch heeft dit alles zijn schaduwzijde. Wanneer wij eenzijdig in de beleving van ons geloof nadruk leggen op wat wij ervan gevoelen en ervaren, komen we gemakkelijk op drijfzand te staan. Vandaag hebben we het. Morgen zijn we het weer kwijt. Bovendien zijn alle ervaringen - hoe authentiek ze ook kunnen zijn - nog niet altijd echte geloofservarin­gen. Het kunnen ook privé - bele­vingen zijn waar een ander respect voor kan opbrengen, maar die niet corresponderen met de ‘bevinding’ van de gelovigen in de heilige Schrift. En deze zijn immers kenmerkend voor een waar geloof in God. Dat is dus nog wat anders dan een vage ‘spiritualiteit’ waar menigeen vandaag zo hoog van opgeeft.
Het lijkt mij goed, dat wij om te groeien in het geloof voort­durend drie dingen goed bij elkaar houden.


  • de heiliging van ons verstand: meer en meer kennis opdoen van wat God van Zichzelf geopenbaard heeft in de Schrif­t;

  • de vernieuwing van onze wil: zich laten inspireren om de Heere in de kleinste dingen van het leven te dienen; en

  • de reiniging van ons gevoel (echte vreugde in God, omdat het Hem behaagde Zijn Zoon in ons te openbaren’; Gal.1 : 15v).

Deze drie dingen moeten in evenwicht zijn met elkaar.

Welnu, in deze evenwichtigheid heeft ook het gevoelvol ervaren van Gods genade en liefde een wettige plaats. Kohlbrugge schre­ef eens, dat het goed is om elke dag een hoofdstuk of twee, drie uit de Bijbel te lezen. Niet alles van wat wij dan lezen, blijft ons altijd direct in de herinnering. Het zakt soms diep in ons onderbewuste weg om er in de nood weer uit tevoorschijn te komen. ‘Ik ben nog in geen nood geweest’, aldus Kohlbrugge, ‘of er was een Woord van God dat er mij uithielp’.

Geloofservaringen, geënt op het Woord van de levende God. Ja, want Hij is een God Die ‘krachtig bevonden wordt een Hulp in benauwdheden’ (Ps.46 : 2).
Ootmoed, overgave, afhankelijkheid

Deze geloofsgroei in Godservaring houdt drie dingen in:



  • Een verbroken en verslagen hart.Een christen kan niet zonder dat. Hij moet gedurig groeien in zelfkennis en zelfont­ledi­ging. Elke dag zij een dag van: ootmoed, ootmoed, ootmoed (Augustinus). In de geschiedenis van de kerk zijn er tijden geweest van geestelijke opwekking. Maar altijd ging een geeste­lijke opwekking gepaard met een hartelijk en smar­telijk berouw over de zonde, heel concreet.

  • Een radicale en ongereserveerde overga­ve aan Chris­tus.Wie zichzelf mag leren prijsgeven, mag Christus overhouden als zijn enige gerechtig­heid voor God. Von Zinzendorf heeft eens gezegd: ‘1k heb maar één harts­tocht en dat is Hij, slechts Hij’. ‘Doe intocht, Heer’ in mijn gemoed’. Jezus Christus tot Koning uit­roepen over heel mijn leven.Genieten van Zijn genadige tegen­woordigheid, ook al mis ik soms Zijn gevoeli­ge tegenwoor­dig­heid.

  • In alle dingen van mijn dagelijks leven aangewezen zijn op Zijn leiding. ‘Heere,wat wilt Gij dat ik doen zal’. Als ik op een kruispunt sta en niet goed weet, welke weg ik moet inslaan en welke beslissing ik zal nemen, is daar dan niet vaak een Woord van God dat als een wolk - en vuurkolom mij de weg wijst? Om op elke weg en elke plaats die Hij mij wijst, Hem te dienen in een koninklijke, profetische en priesterlijke dienst, God tot eer en de naaste tot heil. Zo mag mijn leven één aaneenschakeling zijn van gebedsverhoringen (vgl. 1 Joh.5 : 14). Want de Heere redt mij keer op keer (Ps.116 : 1slot ber.)










De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina