Kenmerk: 2008-1704 MvdM/rk



Dovnload 0.81 Mb.
Pagina3/9
Datum22.07.2016
Grootte0.81 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

2Aanwezig vermogen in de PO -sector


1Voor het op macroniveau bepalen van de vermogenspositie van de PO -sector is een goed inzicht in de financiële situatie van de PO -besturen noodzakelijk. In dit hoofdstuk zullen we deze financiële situatie op macroniveau doorspreken.

2Als eerste bekijken we de baten en lasten van de PO -sector in de exploitatierekening. Vervolgens beschouwen we de balans op sectorniveau. Beiden zullen we ook voor verschillende schooltypen apart bekijken.

3Ten slotte lichten we toe hoe deze data in het verdere onderzoek gebruikt zijn.

4Zoals eerder benoemd, zijn de geconsolideerde exploitatierekening en balans overgenomen van de jaarrekeningen zoals aanwezig bij CFI. Schoolbesturen zijn niet uniform met het opstellen van de jaarrekening omgegaan, wat de interpretatie van deze cijfers onzekerder maakt.


      1. 2a Macro exploitatierekeningen


5De exploitatierekeningen tonen de baten en lasten van schoolbesturen. De tabellen 2A en 2B tonen de geconsolideerde exploitatierekeningen van het BO (inclusief het SBO) en het (V)SO.

6Aan de batenkant zien we dat het PO voor het overgrote deel afhankelijk is van de Rijksbijdrage, die meer dan 90% van de inkomsten vormt.

7 Aan de lastenkant maken de personeelskosten 82% van de totale uitgaven uit. Vooruitlopend op de risicoanalyse kan dus opgemerkt worden dat wijzigingen in de Rijksbijdrage en in de personeelslasten de grootste impact hebben op de exploitatie van besturen in het PO.

8Onder de Overige instellingslasten vallen administratie en beheerskosten, inventaris en apparatuur voor zover deze niet worden geactiveerd, dotaties aan voorzieningen, werving- en representatiekosten en een deel van de leermiddelen.

9Naast de reguliere exploitatie kent het PO ook financiële baten en lasten. Besturen hebben effecten, spaartegoeden en in enkele gevallen rentedragende leningen. De financiële baten (rente, dividend) vormen bijna 1% van de totale baten. De financiële lasten zijn op macroniveau verwaarloosbaar.

10Het saldo van de financiële baten en lasten draagt voor 54% bij aan het totale exploitatieresultaat van de sector. Gerelateerd aan de liquide middelen komt dit neer op een percentage van 3,7%. Het totale resultaat is 90 miljoen euro, wat overeenkomt met 1,3% van de totale baten.


tabel 2A Geconsolideerde Exploitatierekening BO, 2006


A. Baten




Bedrag Exploitatierekening (EUR)

Totalen (EUR)

% Totaal




Rijksbijdragen




6.541.152.480




92%




Overige overheidsbijdragen




300.672.200




4%




Baten werk i.o.v. derden




76.990




0%




Overige baten




280.822.285




4%

Totaal baten










7.122.723.955

100%

B. Lasten



















Personele lasten




5.878.469.135




83%




Afschrijvingen
















Immateriële vaste activa

24.439







0%




Gebouwen

3.927.745







0%




Inventaris en apparatuur

68.545.780







1%




Overige materiële vaste activa

10.112.652







0%




Leermiddelen (PO)

42.250.278







1%




Totaal afschrijvingen




124.860.894




2%




Huisvestingslasten




484.489.079




7%




Overige instellingslasten




420.145.360




6%




Leermiddelen (PO)




173.504.171




2%

Totaal lasten










7.081.468.639

100%

Saldo baten en lasten

A-B

 




 

41.255.316

C Financiële Baten / Lasten

 

 




 

 

 

Financiële baten

 




56.219.767

 

 

Financiële lasten

 




7.777.131

 

Saldo fin. baten en lasten

 

 




 

48.442.636

Gewone bedrijfsvoering

A-B+C

 




 

89.697.952

D Buitengewone Baten /Lasten

 




 

 

 

Buitengewone baten

 




11.075.133

 

 

Buitengewone lasten

 




10.565.871

 

 

Buitengewoon resultaat

 




 

509.262

E Aandeel van derden (-/-)

 




 

64

Exploitatieresultaat

A-B+C+D-E

 




 

90.207.278

N=1213 Besturen, Bron CFI, 2008












tabel 2B Geconsolideerde Exploitatierekening (V)SO, 2006


A. Baten




Bedrag Exploitatierekening (EUR)

Totalen (EUR)

% Totaal




Rijksbijdragen




1.112.654.228




91%




Overige overheidsbijdragen




32.115.069




3%




Baten, werk i.o.v. derden




1.328.848




0%




Overige baten




82.572.817




7%

Totaal baten










1.228.670.962

100%

B. Lasten



















Personele lasten




964.830.686




82%




Afschrijvingen
















Immateriële vaste activa

5.876







0%




Gebouwen

1.219.661







0%




Inventaris en apparatuur

8.965.604







1%




Overige materiële vaste activa

1.448.575







0%




Leermiddelen (PO)

1.663.777







0%




Totaal afschrijvingen




13.303.493




0%




Huisvestingslasten




55.079.755




5%




Overige instellingslasten




130.367.023




11%




Leermiddelen (PO)




19.107.974




2%

Totaal lasten










1.182.688.931

100%

C. Financiële baten/lasten
















Financiële baten




8.326.534










Financiële lasten




823.448







Saldo fin. baten en lasten







7.503.086




D. Buitengewone Baten / lasten
















Buitengewone baten




317.029










Buitengewone lasten




652.962







Buitengewoon resultaat







-335.933




E. Aandeel van derden (-/-)







0




Saldo baten en lasten (A – B)







45.982.031




Gewone bedrijfsvoering (A – B + C)







53.485.117




Exploitatieresultaat (A – B + C + D)







53.149.184




N=413 Besturen (incl. samenwerkingsverbanden)
      1. 2b Macro balans


11De balans van het PO toont de totale bezittingen en schulden van de sector. In onderstaande tabellen zijn deze voor het BO (inclusief SBO) en (V)SO apart weergegeven.

tabel 3 Geconsolideerde Balans BO 31-12-2006 (N=1213 Besturen, Bron: CFI,2008)


ACTIVA

BO 31/12-2006 (EUR)

% van Balans totaal

PASSIVA

BO 31-12-2006 (EUR)

% Balans totaal

Vaste Activa







Eigen Vermogen







Immateriële vaste activa

264.287

0,01%

Eigen vermogen

2.078.376.817

60,71%

Materiële vaste activa

699.766.408

20,47%

Aandeel van derden

41.342

0,00%

Financiële vaste activa

447.655.637

13,09%

Totaal Eigen Vermogen

2.078.418.159

60,71%

Totaal Vaste Activa

1.147.422.045

33,57%



















Egalisatierekening

14.906.499

0,44%

Vlottende Activa
















Voorraden

138.839

0,00%

Voorzieningen

445.483.386

13,01%

Vorderingen

710.467.044

20,78%

Vreemd vermogen







Kortlopende Effecten

54.885.298

1,61%

Langlopende schulden

8.814.923

0,26%

Liquide middelen

1.505.789.585

44,04%

Kortlopende schulden

875.744.392

25,58%

Totaal vlottende activa

2.271.280.766

66,43%

Totaal Vreemd Vermogen

884.559.315

25,84%

Totaal activa

3.418.702.811

100%

Totaal passiva

3.423.367.359

100%


tabel 4 Geconsolideerde Balans SO 2006 (N=411 Besturen, Bron: CFI,2008)


ACTIVA

SO 31-12- 2006 (EUR)

% van Balans Totaal

PASSIVA

SO 31-12-2006 (EUR)

% Balans Totaal

Vaste Activa







Eigen vermogen







Immateriële vaste activa

13.287

0,00%

Eigen vermogen

334.143.603

58,66%

Materiële vaste activa

83.007.957

14,57%

Aandeel van derden

0

0,00%

Financiële vaste activa

50.429.592

8,85%










Totaal Vaste Activa

133.450.836

23,43%

Totaal Eigen Vermogen

334.143.603

58,66%

Vlottende Activa







Egalisatierekening

4.898.746

0,86%

Voorraden

60.070

0,01%

Voorzieningen

50.179.109

8,81%

Vorderingen

122.486.828

21,50%

Vreemd vermogen







Kortlopende Effecten

5.229.086

0,92%

Langlopende schulden

4.599.017

0,81%

Liquide middelen

308.387.283

54,14%

Kortlopende schulden

175.793.596

30,86%

Totaal Vlottende activa

436.163.267

76,57%

Totaal Vreemd vermogen

180.392.613

31,67%

Totaal Activa

569.614.103

100%

Totaal passiva

569.614.071

100%

.

12Aan de activazijde van de balans valt te zien in welke hoedanigheid de bezittingen en schulden aanwezig zijn. Aan de passiefzijde zien we hoe dit gefinancierd wordt.

13De benoemde activaposten zijn van groot naar klein: Liquide middelen (44,04%), Overige activa (vooral vorderingen, 20,78%), Materiële vaste activa (20,47%), Effecten (13,09%), Financiële Vaste Activa (1,61%) en Immateriële vaste activa (0,01%).

14Een vijfde van de balans is dus aanwezig in de vorm van materiële vaste activa, in het PO zijn dat met name de inventaris, apparatuur en leermiddelen.

15Hierbij dient alvast opgemerkt te worden dat er in de sector pas sinds 2006 de verplichting bestaat om het baten/lastenstelsel volledig toe te passen voor de gehele financiële administratie.

16Tevens worden onderhoudsactiva die aard en nagelvast aan het gebouw zitten, zoals vloerbedekking, kapstokken en brandblussers, niet geactiveerd. De overweging hiervoor is dat schoolbesturen de gebouwen niet in eigen bezit hebben, en zaken die hiermee verbonden zijn dus ook niet op hun eigen balans opnemen. De nieuwe verslaggevingrichtlijn RJ 660 biedt meer mogelijkheden om deze zaken toch op de balans op te nemen.

17Concluderend kan dus worden gezegd dat de EUR 783 miljoen (EUR 700 miljoen BO en EUR 83 miljoen SO) materiële vaste activa die nu op de balans staan, niet de feitelijke omvang zullen weergeven.

18De passivazijde van de balans laat zien hoe de activa gefinancierd zijn. In het PO is dit voor meer dan de helft met eigen vermogen, namelijk EUR 2,41 miljard. Dit is in overeenstemming met wat men zou verwachten in deze sector, aangezien schoolbesturen doorgaans geen gebouwen in eigen bezit hebben, en dus geen onderpand hebben om leningen aan te gaan.

19Het vreemd vermogen dat onderdeel uitmaakt van de balans bestaat dan ook voornamelijk uit kortlopende schulden, waaronder crediteuren en overlopende passiva. Deze laatste bevat bijvoorbeeld vooruit ontvangen subsidies.

20Verder bevat de passivazijde ook 12,4% voorzieningen (13,0% in het BO en 8,8% in het SO). In het PO gaat het hier voornamelijk om lastenegalisaties voor onderhoud, BAPO en spaarverlof.

21Hoewel besturen niet uniform omgaan met het gebruik van deze voorzieningen, kan gesteld worden dat ze een permanent karakter hebben.

22In tegenstelling tot voorzieningen die gereserveerd zijn om een eenmalige uitgave in de toekomst te doen, zijn de voorzieningen in het PO vrij stabiel. Ze functioneren vooral om pieken in deze uitgaven op te vangen. RJ 660 zal ook op het gebied van voorzieningen voor ontwikkelingen zorgen. In hoofdstuk 5 zal nader ingegaan worden op de consequenties hiervan voor de onderzoeksuitkomsten.


      1. 2c Verdere opzet kwantitatieve onderbouwing onderzoek


23Bovenstaande gegevens zijn gebaseerd op alle jaarrekeningen zoals beschikbaar gesteld door CFI. Voor het verdere onderzoek bleken niet alle gegevens bruikbaar. Het ontbreken van leerlingaantallen, bepaalde balansposten of bekostigingscijfers waren redenen om deze besturen niet in de analyse mee te nemen.

24Ook de jaarrekeningen van besturen die zowel PO als Voortgezet Onderwijs (VO) in hun portefeuille hebben, zijn niet in de analyse meegenomen, aangezien hiervan alleen geconsolideerde balansen beschikbaar waren. Gegevens over de PO -specifieke onderdelen van de balansen zijn niet beschikbaar.

25De uiteindelijk gebruikte dataset is vervolgens onderverdeeld in besturen voor BO, SBO en (V)SO. Deze indeling is gemaakt op basis van de classificatie door CFI. Een aantal BO -besturen hebben ook scholen voor SBO of SO binnen hun portefeuille. Toch zijn deze als BO geclassificeerd. Dit heeft voor de verdere kwantitatieve analyses van de benodigde risicobuffers en berekende vervangingswaarden van de materiële vaste activa (zoals in Hoofdstuk 3 en 4 gebeurt) echter geen consequenties.

26Deze berekeningen zijn allemaal op de Rijksbijdrage gebaseerd. Besturen met SO -scholen in hun portefeuille ontvangen daarvoor ook bijhorende bekostiging en zullen dus in de berekeningen naar rato van deze hogere bekostiging ook hogere benodigde risicobuffers en materiële vaste activa hebben.

27Tevens zijn op basis van CFI gegevens schoolbesturen ingedeeld in de denominaties Openbaar, Algemeen Bijzonder. Rooms Katholiek en Protestants Christelijk/Overig bijzonder onderwijs.

28Een laatste bestuurskenmerk dat van belang is voor het verdere onderzoek is de omvang van het bestuur. Op basis van de Rijksbekostiging is de volgende indeling gemaakt:


tabel 5 Besturen ten behoeve van de analyse gecategoriseerd naar rijksbekostiging


 Categorieën


Rijksbekostiging (in EUR)


Aantal besturen

 

Van

Tot

 

BO

 

 

 

Zeer kleine besturen

0

600.000

151

Kleine besturen

600.000

2.000.000

382

Middelgrote besturen

2.000.000

4.000.000

126

Grote besturen

4.000.000

10.000.000

219

Zeer grote besturen

10.000.000

en meer

173

 

 

 

1051

SBO

 

 

 

Kleine besturen

0

2.000.000

24

Middelgrote besturen

2.000.000

en meer

27



 

 

51

SO

 

 

 

Middelgrote besturen

0

6.000.000

41

Grote besturen

6.000.000

en meer

44

 

 

 

85

totaal

 

 

1.187

In totaal zijn er 1187 besturen meegenomen in de analyses. Om de uiteindelijke bedragen wel te kunnen vergelijken met de totale actuele sectorbalans, zijn de aanbevolen financiering- en bufferfunctie geëxtrapoleerd tot het totaal van de besturen. Deze extrapolatie is gedaan op basis van het volgens de Kerncijfers OCW totaal aantal leerlingen in het BO, SBO en (V)SO.

29De 182 besturen die niet zijn meegenomen in de analyses zijn helaas geen representatief deel van de totale besturenpopulatie. Er zijn relatief veel openbare besturen uitgesloten uit de dataset. Het beeld van de vermogenspositie van het openbaar onderwijs is dus nog niet volledig. De uitgesloten besturen vertegenwoordigen ook een relatief groter aantal leerlingen dan op basis van het aantal besturen verwacht zou worden. De uiteindelijk gebruikte dataset is dus helaas niet helemaal representatief te maken voor het totale PO –veld.



1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina