Kennen van gods wil



Dovnload 394.25 Kb.
Pagina1/4
Datum21.08.2016
Grootte394.25 Kb.
  1   2   3   4


BIJBELSE PRINCIPES

VOOR HET

KENNEN VAN GODS WIL

Zac Poonen & E.v.d. Pol



Re-edited for the Caribbean, India and Africa by C.B. Beekhuizen
HET LEREN KENNEN

VAN GODS WIL

Zac Poonen & E..v.d. Pol

INHOUDSOPGAVE


HOOFDSTUK 1 5

Leiding door uiterlijke middelen

Het Bijbelse onderricht

Het getuigenis van de omstandigheden

Roeping en tegenstand
HOOFDSTUK 2 11

Hoe om te gaan met obstakels?

Leiding door tekenen?

Slechts éénmaal een teken in het Nieuwe Testament

Geen teken om de eigen wil te bevestigen!

Het advies van andere gelovigen

Vermijd extremiteit

Balans door medeverantwoordelijkheid

Voorzichtig met de toepassing van “profetieën”

De negatieve rol van “vlees en bloed”


HOOFDSTUK 3 18

De tijd van God de Vader

De stem van de Heere Jezus leren kennen

De raad van de Bijbel en medegelovigen

Gods stem in Zijn Woord kennen en gehoorzamen
HOOFDSTUK 4 23

De roeping van ons beroep

Het beroep van Gods keuze

E plaats van Gods keuze

De bediening van de Christen in de zending
HOOFDSTUK 5 28

Enkele slotoverwegingen

Slechts één stap tegelijk!

Bevrijding van besluiteloosheid

Bevrijding van spijt- en angst gevoelens
SAMENVATTING: Gods wil vergelijken in Zijn Woord 36

HOOFDSTUK 1


LEIDING DOOR UITERLIJKE MIDDELEN

Zac Poonen, Bangalore, India
Wanneer we Zijn leiding zoeken spreekt de Heilige Geest ook tot onze geest door de volgende uiterlijke middelen:
1. Het onderricht van de bijbel.

2. Het getuigenis van de omstandigheden.



3. Het advies van andere gelovigen.
Als we de wil van God nauwkeurig hebben vastgesteld, zal het getuigenis van de Heilige Geest door deze uiterlijke middelen overeenkomen met Zijn innerlijk getuigenis in onze geest.
Het Bijbels onderricht
De bijbel is gegeven om ons te onderwijzen in de juiste leer en ons op te voeden in de gerechtigheid (2 Tim. 3:16,17). In een aantal zaken wordt Gods wil daar al duidelijk geopenbaard.
Bijvoorbeeld, als je een huwelijk overweegt met een ongelovige (al is dat ook een naamchristen en een regelmatige kerkganger) is het Woord van God heel duidelijk: “Vormt geen ongelijk span met ongelovigen, want wat heeft gerechtigheid gemeen met wetteloosheid?” (2 Cor. 6:14).
Zo ook, als een broeder in materiële nood verkeert, leert de bijbel duidelijk dat we hem moeten helpen (Jac. 2:15,16; 1 Joh. 3:17). Of als je een geschil hebt met een medegelovige en je wilt weten of je de zaak al of niet voor de rechter zult brengen, zegt de bijbel nadrukkelijk “Nee” (1 Cor. 6:1-8). De bijbel leert ook dat liegen en stelen altijd verkeerd zijn (Ef. 4:25,28). Als er verwijdering is ontstaan tussen jou en een andere gelovige, laat de bijbel opnieuw geen plaats voor twijfel over wat je moet doen. Je moet naar hem toe gaan en je verzoenen. Jij moet het initiatief nemen, zelfs al is het de schuld van de ander (Mat. 5:23,24).
Als we een contract hebben getekend of een zakelijke relatie aangegaan zijn, hoeven we Gods wil er niet over te zoeken of wij het contract kunnen verbreken of uit de relatie stappen, als we ergens anders een aantrekkelijker aanbod tegenkomen. De bijbel zegt dat de persoon die met God leeft en tot zijn schade heeft gezworen, dat niet mag veranderen (Ps. 15:4) en ook dat leugenlippen de Heere een gruwel zijn, maar dat wie trouw handelen, Hem welgevallig zijn (Spr. 12:22). Het is een schande als een gelovige zijn woord niet houdt.
Behalve specifieke geboden geeft het Woord van God ook leidende principes. Over het gokken bijvoorbeeld, om snel rijk te worden, zegt Spreuken 28:22: “Een man, boos van oog, hunkert naar rijkdom, en hij weet niet, dat gebrek hem zal overkomen” (vgl. Spr. 13:11; 28:20; 1 Tim. 6:9-11). Uit deze teksten blijkt duidelijk dat God het niet goedkeurt dat een gelovige deelneemt aan een loterij of aan gokken of wedden.
Gods Woord is inderdaad een lamp voor onze voet, om ons voor struikelen te bewaren (Ps. 119:105). Bij bijzondere gelegenheden kan God Zijn leiding aan ons bekend maken door een bepaald schriftgedeelte in ons dagelijks bijbellezen. Maar we moeten oppassen, want we zijn vaak geneigd om in een gedeelte iets te leggen wat er in wezen niet staat. Meestal worden zulke bijbelverzen onder onze aandacht gebracht zonder dat we ernaar op zoek zijn. Het is heel onverstandig om in onze bijbel te zoeken naar suggestieve bijbelverzen, want dat is niet het doel van stille tijd, en we kunnen dan gemakkelijk misleid worden. Ik heb eens gehoord van een jongeman die stapelverliefd was op een meisje dat Patience (volharding, geduld) heette. Op zoek naar een bijbelse rechtvaardiging voor zijn verlangen om met haar te trouwen, kwam hij deze tekst tegen: “You have need of patience” (“gij hebt volharding nodig”). Dit beschouwde hij als een duidelijk bewijs dat God hem aanmoedigde om door te gaan! Ons hart is bedrieglijk en de duivel is een subtiele vijand. We moeten voor beide op onze hoede zijn.
God kan ons in Zijn bovennatuurlijke wijsheid leiden door een vers dat uit zijn verband wordt gehaald, maar dit is eerder uitzondering dan regel. En als God zo’n methode gebruikt, is het meestal alleen om de leiding die wij via normale kanalen ontvangen, te bevestigen. We moeten zulke verzen nooit de enige basis voor leiding maken in een zaak.
Het getuigenis van de omstandigheden
God is de Voorzienigheid. Hij kan onze omstandigheden leiden en daardoor Zijn wil te kennen geven. Hij laat ons bepaalde dingen overkomen om de leiding die we door het getuigenis van de Geest ontvangen hebben te bevestigen of ons tegen te houden van een verkeerde beslissing. Zoals George Müller gezegd heeft: “Het stoppen van een goed man, alsook de stappen (schreden) worden door de Heere bevestigd” (zie Ps. 37:23).
We moeten niet vergeten dat Satan ook tot op zekere hoogte omstandigheden kan leiden, om ons op een verkeerd spoor te zetten. Velen zijn misleid bij het kiezen van een levenspartner doordat ze zich lieten leiden door omstandigheden die de duivel gebracht had om ze in de val te laten lopen! De manier om aan zijn bedrog te ontkomen is door aan de voorwaarden voor leiding te voldoen zoals we die in hoofdstuk twee genoemd hebben.
Omstandigheden die God geleid heeft, moeten aanvaard worden in volle overgave, terwijl die die door de satan bepaald zijn, weerstaan moeten worden. Als we niet zeker zijn, kunnen we zoiets bidden als “Heer, ik weet niet of deze situatie van U is of van Satan. Maar ik wil echt Uw volmaakte wil doen, wat het ook kost. Behoed mij voor misleiding, waardoor ik het beste van U zou missen. Als dit van U is, aanvaard ik het met vreugde. Als het van Satan is, weersta ik hem en bind hem in Uw naam.” De Heere zal onze weg beschermen en alle dingen doen meewerken ten goede als we oprecht zijn en leven naar Zijn geboden (Spr. 2:8; Rom. 8:28). Satan verhinderde Paulus naar Thessalonica te gaan, maar Timotheüs ging in zijn plaats en Gods voornemen werd toch vervuld (1 Thes. 2:18; 3:1,2).
In het boek Handelingen zien we een paar gevallen van leiding door omstandigheden. God gebruikte vervolging om de gemeente vanuit Jeruzalem te verstrooien, ter wille van de verspreiding van het evangelie (Hand. 8:1). Paulus en Barnabas trokken van de ene plaats naar de andere als de vervolging zo toenam dat het geen zin had om te blijven (Hand. 13:50,51; 14:5,6,19,20). Dit kwam overeen met wat de Heere zelf gedaan had (Mat. 10:23; Joh. 7:1).
God gebruikte een hongersnood om Paulus en Barnabas naar Jeruzalem te brengen (Hand. 11:28-30), waar ze de kracht van voortdurend en aanhoudend gebed leerden kennen (Hand. 12:5). Toen ze terugkwamen in Antiochië brachten ze deze geest van gebed over op hun medewerkers en dit leidde uiteindelijk tot uitbreiding van het werk naar verre streken (Hand. 12:25-13:3).
Moeilijke omstandigheden in Filippi werden door God gebruikt om Paulus en Silas te leiden het evangelie aan een gevangenbewaarder in nood te verkondigen (Hand. 16:19-34). De laatste acht hoofdstukken van Handelingen laten zien hoe God omstandigheden gebruikte om Paulus het evangelie te doen verkondigen aan een aantal mensen die hij normaal nooit ontmoet zou hebben (vgl. Fil. 1:12).
Enkele van de grootste zendelingen in de wereld werden naar hun zendingsveld geleid door omstandigheden. David Livingstone voelde zich aanvankelijk geleid om naar China te gaan en volgde een medische opleiding om zich op dat land voor te bereiden. Toen hij klaar was om te gaan, was China “gesloten” vanwege de opiumoorlog. Het Londens Zendingsgenootschap stelde hem voor naar West Indië te gaan. Hij wees het af om reden dat daar al veel dokters waren. Uiteindelijk, via contact met de pionier zendeling Robert Moffat, ging Livingstone naar Afrika.
Roeping en tegenstand
Adoniram Judson voelde zich geroepen als zendeling naar India te gaan en vertrok uit Amerika daar naartoe. Toen hij aankwam kreeg hij geen toestemming om te blijven. Terwijl hij in Madras was, werd hem gezegd dat hij het land op een bepaalde datum moest verlaten. Hij werd daarom gedwongen het enige schip te nemen dat voor die datum Madras verliet. De boot ging naar Birma en Judson bracht de rest van zijn leven daar door.
Het werk dat deze beide mannen voor God gedaan hebben in die landen toont duidelijk aan dat het God was die de omstandigheden zo geleid had dat ze daar naartoe gingen.
God kan ons tegenhouden op wegen te gaan die Hij niet voor ons gekozen heeft door ons ziek te maken of een trein te doen missen, of een afspraak of een interview. Teleurstellingen kunnen Zijn gelegenheden voor ons worden als wij onder Zijn heerschappij leven. Als we iets waar we erg naar uitgekeken en voor gebeden hebben, niet ontvangen, kunnen we er zeker van zijn dat God iets beters voor ons heeft.
Doordat ik een keer een trein miste en te laat met vertraging arriveerde, had ik een kans om tot een ziel in nood te spreken, die zijn hart diezelfde avond voor de Heere opende. Een andere keer werd ik overgeplaatst naar een schip (ik werkte bij de marine) dat me niet aanstond, en dat was Gods middel om me met een jonge Hindoe matroos in contact te brengen, die zijn leven aan de Heere gaf en gedoopt werd. God vergist Zich niet. Hij is een voorzienig God. We kunnen Hem vertrouwen dat Hij de omstandigheden zo maakt dat ze tot Zijn eer en voor ons bestwil zijn.

HOOFDSTUK 2
Hoe om te gaan met obstakels
Wij kunnen God soms vragen om Zijn wil bekend te maken door omstandigheden te veranderen, als we een obstakel op ons pad aantreffen. Toen de Heere me riep om mijn baan als officier bij de Indiase marine op te geven, schreef ik een ontslagverzoek en deze werd prompt door het hoofdkantoor van de Marine afgewezen. De omstandigheden waren dus tegenstrijdig met wat ik ervoer als het getuigenis van de Heilige Geest in mij. Ik bad dat de Heere de omstandigheden wilde veranderen en mij vrij maken van mijn verplichtingen bij de Marine, en zo Zijn roeping bevestigen.
Ik heb drie keer gevraagd om toestemming mijn opdracht neer te leggen. Uiteindelijk, na twee jaar, kon ik eruit stappen. Het werd me toen duidelijk dat de oorspronkelijke belemmering van de satan kwam. Maar God kwam tussenbeide om mijn geloof in Zijn totale heerschappij over overheden en aardse machten te versterken en mij meer van Zijn wegen te leren.
Hij is inderdaad degene die de sleutel van elke deur heeft. Als Hij een deur opent, kan niemand die sluiten en als Hij een deur sluit, kan niemand die openen (Op. 3:7). Zelfs het hart van een koning kan door God in elke richting omgebogen worden (Spr. 21:1, zie ook Ezra 6:22).
God kan ons ook in strijd met de omstandigheden leiden. Toen de eerste golf van vervolging Jeruzalem trof, liepen de apostelen niet hard weg, maar baden om vrijmoedigheid. God vervulde hen met Zijn Geest en deed Jeruzalem beven toen Zijn macht geopenbaard werd, want de tijd was nog niet gekomen dat de discipelen verstrooid zouden worden (Hand. 4:29-33; 5:11-14).
Toen Filippus uit Samaria weg moest naar de woestijn, was dat in strijd met de omstandigheden, die zijn bediening in Samaria nodig maakten, waar hij van veel nut was (Hand. 8:26).
Omstandigheden zijn dus niet altijd een aanwijzing van Gods wil. Er moet altijd gekeken worden in hoeverre ze samengaan met het innerlijk getuigenis van de Heilige Geest in onze geest en in Zijn Woord, en daaraan onderworpen worden. God verwacht niet dat Zijn kinderen als pionnen door de omstandigheden heen en weer geschoven worden. Hij is de Heer van de omstandigheden en Hij wil dat Zijn kinderen delen in Zijn heerschappij daarover.
Leiding door tekenen?
Is het goed om God te vragen Zijn wil door een teken duidelijk te maken? Het Oude Testament geeft enkele voorbeelden van mannen die God om een teken vroegen waardoor Hij Zijn wil kenbaar zou maken. Abrahams knecht vroeg om een teken en vond zo de bruid die God voor Izak gekozen had (Gen. 24:10-27).
Gideon vroeg God om Zijn wil te bevestigen door een teken. De volgende avond vroeg hij God om het teken om te draaien. God antwoordde bij beide gelegenheden en bevestigde Zijn wil (Richt. 6:36-40).
De bemanning van het schip waar Jona op zat, wierp het lot om uit te vinden wie de oorzaak van de storm was. God antwoordde (Jona 1:7). Het lot werpen werd ook bij andere gelegenheden gedaan (Joz. 7:14; 1 Sam. 10:20; 1 Sam. 14:41-44; vgl. Spr. 16:33).
Slechts éénmaal een teken in het Nieuwe testament
In het Nieuwe Testament is er slechts één voorbeeld waarin mensen God om een teken vragen om daardoor Zijn wil bekend te maken (Hand. 1:23-26). Merk op dat er na de komst van de Heilige Geest geen enkel geval meer genoemd wordt dat gelovigen Gods wil leren kennen door een teken. Dit lijkt een aanwijzing dat het niet langer Gods normale manier is om Zijn leiding bekend te maken. In het Oude Testament, toen de Heilige Geest nog geen woning gemaakt had in de gelovige, was het zinvol, maar nu niet langer.
Geen teken vragen om de eigen wil te bevestigen
God kan Zijn wil bevestigen of onze zwakke geest bemoedigen met een teken nu en dan. Alleen wanneer andere methoden van leiding kennelijk niet duidelijk zijn, mogen we God om een teken bidden. Maar we moeten zelfs bidden over het soort teken waar we om zullen vragen. We mogen tekenen niet gebruiken als een middel om onze eigen wil door te drijven. We moeten God bijvoorbeeld niet vragen om een wonder als teken, als onze werkelijke bedoeling is een excuus te hebben om de weg niet te gaan waarvan wij weten dat Hij die voor ons bedoeld heeft. Tegelijkertijd moeten we God niet vragen om iets zo gewoons dat het in feite helemaal geen teken is, alleen maar een excuus om onze eigen weg te gaan.
We moeten ons ook hoeden voor de manier waarop sommige christenen God om een vers als teken vragen. Ze sluiten hun ogen, openen de bijbel en waar die openvalt wijzen ze met hun vinger een vers aan. Die methode kan ons op het verkeerde spoor zetten en is in elk geval dwaas. De bijbel is geen toverboek!
Om alleen af te gaan op een teken is volkomen onbijbels. We moeten ook niet vergeten dat het vragen om een teken een kenmerk is van geestelijke onvolwassenheid. We moeten dat zo spoedig mogelijk ontgroeien.

Het advies van andere gelovigen
Het Nieuwe Testament legt grote nadruk op de noodzaak dat gelovigen samen als leden van één lichaam functioneren. Geen enkel lid kan onafhankelijk functioneren; iedereen is afhankelijk van anderen om te kunnen overleven. Het is daarom alleszins redelijk om te verwachten dat God zelfs in het geven van leiding grote waarde hecht aan de gemeenschap van de gelovigen. Hij heeft dat bedoeld als een beveiliging ertegen dat we Zijn volmaakte wil zouden missen.
Zelf kunnen we vaak niet alle voor- en nadelen zien van een bepaalde stap. Het advies van andere godvruchtige mensen is van onschatbare waarde om ons de beslissing die we nemen, van verschillend oogpunt uit te doen bezien. Dit is vooral noodzakelijk als we een uiterst belangrijke beslissing onder ogen moeten zien. Als wij door trotse zelfingenomenheid dit door God bepaalde middel van leiding negeren, zullen we verlies lijden. De bijbel zegt: “De overwinning ligt in de veelheid van raadgevers …
Plannen komen tot stand door beraad … Het onderricht van de wijze is een bron des levens, om de strikken des doods te ontwijken … De weg van de dwaas is recht in zijn ogen, maar wie naar raad luistert is wijs …” (Spr. 24:6; 20:18; 13:14; 12:15).
Vermijd extremiteit
We moeten echter twee extremen vermijden. Het ene is dat je volledig onafhankelijk bent van het advies van godvruchtige mensen. Het andere is dat je zo volledig afhankelijk bent van hun advies, dat je het zondermeer accepteert als Gods volmaakte wil. Als we een van deze beide extremen volgen, zullen we of op een dwaalweg komen, of ons hele leven geestelijk beperkt blijven.

Hoe graag God ook wil dat we raad vragen aan medegelovigen, Hij verwacht niet dat we slaafs hun advies opvolgen, ook al zijn het godvruchtige mensen.


De bijbel geeft ons de waarheid altijd in volkomen balans. Helaas heeft de mens de neiging om door te slaan naar een uiterste. Op deze wijze zijn er veel dwalingen in het christendom binnengeslopen.
In het Oude Testament wordt dit evenwichtige standpunt duidelijk beschreven in 1 Koningen 12 en 13. In hoofdstuk 12 had de jonge koning Rehabeam het advies van de godvruchtige oudsten moeten opvolgen in plaats van te luisteren naar jonge mannen zoals hijzelf. Omdat hij dat niet deed, verhaastte hij de scheuring van zijn koninkrijk. In hoofdstuk 13 had de jonge profeet niet moeten luisteren naar het advies van de oudere profeet (vgl. Job 32:9). Omdat hij dat wél deed, kostte hem dat zijn leven.
Balans door medeverantwoordelijkheid
In het Nieuwe Testament zien we deze balans in het leven van de apostel Paulus. In Handelingen 13:1-3 zien we hoe God Paulus geroepen heeft voor zendingswerk. Maar God openbaarde Zijn wil voor Paulus tegelijk ook aan zijn medewerkers. Wat God persoonlijk tot Paulus gesproken had werd zo door de anderen bevestigd. Aan de andere kant zien we in Handelingen 21:1-15 hoe Paulus het advies van al zijn medegelovigen (en zelfs hun profetieën) verwerpt. Hij ging in de richting die hij ervoer als Gods wil voor hem. God bevestigde later dat zijn gaan naar Jeruzalem juist was geweest (Hand. 23:11).
Bij een andere gelegenheid ging Paulus, aan het begin van zijn christenleven, naar Arabië nadat hij volledig zelf Gods wil ontdekt had, zonder iemand om raad te vragen (Gal. 1:15-17).
Deze voorbeelden uit Gods Woord laten zien dat we bij sommige gelegenheden aandacht moeten schenken aan het advies van godvruchtige mensen en bij andere gelegenheden misschien moeten ingaan tegen het advies van dezelfde mensen en bij weer andere gelegenheden moeten we niemand om raad vragen. In ieder geval, of wij nu het advies van anderen aanvaarden of verwerpen of helemaal geen advies vragen, de uiteindelijke beslissing blijft altijd de onze, want wij zijn persoonlijk verantwoording aan God schuldig voor onze beslissingen. Het advies van een man van God kan van onschatbare waarde zijn, maar het is nooit onfeilbaar.
Voorzichtig met de toepassing van “profetieën” !
Michael Harper schrijft in zijn boek “Prophecy – a Gift for the Body of Christ”: “Profetieën die andere mensen vertellen wat ze moeten doen, moeten met groot wantrouwen bekeken worden. Nergens wordt aangegeven dat leiding door profetie wordt gegeven. Aan Paulus werd gezegd wat er met hem gebeuren zou als hij naar Jeruzalem zou gaan, maar er werd niets gezegd over wel of niet gaan. Zijn vrienden mogen hem dan geadviseerd hebben om niet te gaan, maar dit was geen onderdeel van de profetie.
Agabus voorspelde een hongersnood, maar zijn profetie gaf geen instructies over wat er aan gedaan moest worden!
Over het algemeen wordt leiding in het Nieuwe Testament rechtstreeks aan de persoon gegeven, niet door een ander persoon, zoals dat in het Oude Testament gebruikelijk was. Cornelius kreeg bijvoorbeeld van een engel te horen dat hij Petrus moest laten komen (Hand. 10:5). Petrus zelf hoorde via een andere onafhankelijke weg dat hij met hen mee moest gaan (Hand. 10:20).”

De negatieve rol van “vlees en bloed”
In zijn boekje “Guidance” schrijft James McConkey: “Vlees en bloed konden de Christus niet aan Simon Petrus openbaren (Mat. 16:17). Evenmin kunnen ze de dingen van Christus aan ons openbaren. Het doet er ook niet toe of het ons eigen vlees en bloed is of dat van een ander. Want vlees en bloed van iemand anders heeft dezelfde zwakheden en fouten als het onze. Bovendien ontdekt de mens die op zijn vrienden vertrouwt voor zijn leiding, dat de verschillende adviezen die ze geven hem nog meer in verwarring brengen. Bovendien is het een goddelijk principe dat God Zijn plannen voor jouw leven niet aan een ander openbaart.
HOOFDSTUK 3
De tijd van God de Vader
De bestraffing van Christus aan het adres van Petrus, die wilde weten wat Zijn wil voor Johannes was, is het duidelijkste bewijs hiervan (Joh. 21:22). Je kunt het kleine kindje helpen met lopen als het zijn eerste stapjes zet. Maar als het ooit zal leren om alleen te lopen, komt er een tijd dat het jouw hand helemaal los moet laten en ophouden nog langer afhankelijk van je te zijn.
De gelovige die wil leren wandelen met God moet dezelfde les leren. En als een klein kindje het leert ten koste van enkele valpartijen, zo moet ook de christen het leren ten koste van enkele fouten. Het is beter om het op die manier te leren dan helemaal niet. De prijs van een paar blunders is niet te hoog voor zo’n schat als een wandel alleen met God, op de plaats van zijn eigen door God gegeven leiding.
Heeft God dan geen plaats voor je christenvrienden op dit punt van leiding? Zeker wel. Aanvaard alle hulp, alle licht op Gods Woord, alle ervaring van anderen die je maar kunt krijgen. Dat houdt in dat je de feiten van anderen kunt krijgen, maar je moet zelf je beslissingen nemen. Want als wij tot een beslissing moeten komen, kunnen wij niet voorbijgaan aan het persoonlijke, geduldige wachten op God alleen, waardoor we de kostbaarste lessen van Zijn leiding leren.”
Niettemin moeten we onze eigen leiding herhaaldelijk checken als wij tegen het advies van volwassen gelovigen moeten ingaan, en zeker zijn dat het inderdaad God is die ons leidt. Dat moeten we in het bijzonder doen als we heel belangrijke beslissingen nemen.
De stem van de Heere leren kennen
Op de berg der verheerlijking werd Petrus door God bestraft, omdat hij probeerde de Heere Jezus op hetzelfde niveau te plaatsen als Mozes en Elia. Deze mannen waren inderdaad Gods spreekbuizen in het Oude Testament, maar er brak een nieuw tijdperk aan en Petrus moest dat inzien. In dit nieuwe verbond zou er maar één spreekbuis zijn – “Deze is mijn Zoon … de Geliefde. Hoort naar Hem” (Marc. 9:7). En toen de discipelen rondkeken, “zagen zij niemand meer bij zich dan Jezus alleen”. Het is de stem van de Heere die we uiteindelijk moeten horen, wat voor andere middelen God ook mag gebruiken om tot ons te spreken.
Watchman Nee schrijft in zijn boek “Gods Medearbeiders”: “Christendom houdt altijd een persoonlijk kennen van God in, door Zijn Geest, en niet slechts het kennen van Zijn wil door middel van een mens of een boek … We hebben dus vandaag de dag het geschreven woord, vertegenwoordigd door Mozes, en we hebben de levende menselijke boodschapper, vertegenwoordigd door Elia die de dood nooit heeft gesmaakt. Deze twee gaven van God aan iedere gelovige behoren tot de belangrijkste factoren voor de opbouw van ons christelijk leven: het boek van God in onze hand om ons te onderwijzen, en de vriend die dicht bij de Heer leeft en die ons dikwijls duidelijk kan maken wat de Heer hem heeft getoond. Het boek heeft altijd gelijk; de raad van een vriend dikwijls.

  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina