Kennis tekststructuur Gedicht



Dovnload 33.94 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte33.94 Kb.
Kennis tekststructuur – Gedicht A
Tekstsoorten

Van de vier tekstsoorten die we kennen is het gedicht het vaakst verhalend. Je zult misschien ooit eens een gedicht vinden, waarin de tekstsoort overredend is, maar is een gedicht geschreven ter ontspanning.


Een gedicht is vaak geschreven om de gevoelens van de schrijver te laten zien. Het kan bijvoorbeeld gaan over de liefde of juist om tegen iets te protesteren. Soms rijmt een gedicht, maar soms ook niet. Daar zijn geen regels voor. De dichter mag het allemaal zelf weten.

Heel vroeger rijmde de gedichten wel. Zeker toen er nog geen papier was uitgevonden of toen het nog een luxe was als je in staat was om te leren lezen en schrijven. In die tijd maakten ze hun verhalen op rijm, zodat ze het makkelijker konden onthouden. Sinds de jaren 1950 – 1960 kwam het in de mode om gedichten niet meer te laten rijmen. Een voorbeeld van een dichter, die dat deed, is Lucebert.



Lay-out

Maar hoe kun je nu een gedicht herkennen, als de dichter helemaal zelf mag weten hoe het eruit ziet ? Enkele kenmerken :



  • Meestal korte regels;

  • Vaak begint iedere regel met een hoofdletter;

  • Soms is een vorm van rijm;

  • Er zijn vaak coupletten of strofes (dit zijn een soort alinea’s)

De afgelopen week is er iedere dag “Een gedicht van de dag” geweest. Weet je ze nog ?

Maandag Baby-zitten (uit Licht op Zolder blz 14)

Dinsdag Zoek (uit Licht op Zolder blz 27)

Woensdag De kleine jongen en de oude man (uit Licht op Zolder blz 95)

Donderdag Vriendschap (uit Licht op Zolder blz 132)

Vrijdag Gekinderlokt (uit Licht op Zolder blz 159)

Opdracht 1

We pakken de vijf gedichten er nog eens bij. Zoek uit welke van de bovengenoemde kenmerken er wel of niet in de vijf gedichten voorkomen. Zet in de kolom een J (van ja) of een N (van nee) als je hebt uitgezocht of een kenmerk wel of niet voorkomt.




 

Korte regels

Hoofdletter

Rijm

Coupletten

Baby-zitten

 

 

 

 

Zoek

 

 

 

 

De kleine jongen en de oude man

 

 

 

 

Vriendschap

 

 

 

 

Gekinderlokt

 

 

 

 

Rijmschema

Van een gedicht dat rijmt, zeggen ze dat het een “rijmschema” heeft. Er zijn verschillende rijmschema’s. Dit laten we zien door middel van de letters van het alfabet :

Rijmschema 1 : ABAB Rijmschema 2 : ABCB

Rijmschema 3 : AABB Rijmschema 4 : ABBA

Rijmschema 5 : AABBA
Rijmschema 1 :

Als een gedicht rijmschema ABAB heeft, dan rijmen de eerste en de derde regel op elkaar, en ook de tweede en vierde regel.

Dit is zo in het onderstaande gedicht :
Twee lepeltjes in een doosje,

Die lagen daar zoet en stil.

Ze lagen daar al een poosje,

De hele maand april


Rijmschema 2 :

Als een gedicht rijmschema ABCB heeft, dan rijmen de tweede en de vierde regel op elkaar, maar de eerste en derde regel zijn heel anders. Die rijmen helemaal nergens op.


Ik schrijf een vers en nog een vers

Maar ik weet niet hoe dat gaat

Wanneer ik het geschreven heb

Dan zie ‘k pas wat er staat.


Rijmschema 3 :

Rijmschema AABB gebruik je vaak voor sinterklaasgedichtjes. Kijk maar naar dit voorbeeld.

Lieve ,
Sint en Zwarte Piet keken door het raam

En zagen daar Emiel aan het blokuur gaan.

Hij is wel erg druk bezig, zei Piet

Maar wat hij precies doet, zie ik niet.

Hij werkt aan zijn handschrift, zei de Sint

Zodat Bayonne het straks supermooi vindt.


Opdracht 2

Op de volgende bladzijden staan vijf gedichten. De vijf rijmschema’s komen allemaal een keertje voor. Werk met iemand uit je tafelgroepje samen en zoek van ieder gedicht uit, welk rijmschema het heeft.

Sebastiaan

Dit is de spin Sebastiaan.


Het is niet goed met hem gegaan.

LUISTER!


Hij zei tot alle and're spinnen:
Vreemd, ik weet niet wat ik heb,
maar ik krijg zo'n drang van binnen
tot het weven van een web.

Zeiden alle and're spinnen:


0, Sebastiaan, nee, Sebastiaan,
kom, Sebastiaan, laat dat nou,
wou je aan een web beginnen
in die vreselijke kou?

Zei Sebastiaan tot de spinnen:


't Web hoeft niet zo groot te zijn,
't hoeft niet buiten, 't kan ook binnen
ergens achter een gordijn.

Zeiden alle and're spinnen:


0, Sebastiaan, nee, Sebastiaan,
toe, Sebastiaan, toom je in!
Het is z— gevaarlijk binnen,
z— gevaarlijk voor een spin.

Zei Sebastiaan eigenzinnig:


Nee, de Drang is mij te groot.
Zeiden alle and'ren innig:
Sebastiaan, dit wordt je dood...

0, o, o, Sebastiaan!


Het is niet goed met hem gegaan.

Door het raam klom hij naar binnen.


Eigenzinnig! En niet bang.
Zeiden alle and're spinnen:
Kijk, daar gaat hij met zijn Drang!

PAUZE


Na een poosje werd toen Žven
dit berichtje doorgegeven:
Binnen werd een moord gepleegd.
Sebastiaan is opgeveegd.

De Ziekte Van...


Oma, ik word snikverkouden.
Bel de dokter. Ik ga dood.
In mijn buik hoor ik gerommel,
en m'n ogen worden rood.
Oma, ik krijg gele vlekken,
voel, mijn haar is kleddernat.
Ik laat hele vieze scheten,
oma toe, ik kots zowat.

Oma, ik krijg koude voeten.


Ik poep bijna in m'n broek.
Nee oma, geen aspirientje.
Doe nog maar een pannenkoek

Een nieuw woord


Ik heb een nieuw woord geleerd:
verliefd. Mijn zus is verliefd
op haar krullen en de mus
op de broodkruimels en is de stoel
niet verliefd op de tafel?
Verliefd is een woord
waarmee ik toveren kan.

Als pappa het niet ziet, dan


tik ik het op zijn schrijfmachine
in het rood
en ik zie aan zijn gezicht
dat het werkt: het woord
brandt als een lichtje
en ik zeg het dan ook elke dag:
ik ben verliefd op de bloem
en ik ben verliefd op de kat
Een uiltje uit Ukkel
Een uitzonderlijk uiltje te Ukkel

Had verdriet van een heel grote pukkel

Ik ben dan wel rijk

Maar ik sta te kijk

Met zo’n ding blij je eeuwig een sukkel

Een zebra uit Zaltbommel




Voor een zebra uit zuinig Zaltbommel

Ging de nacht vaak gepaard met gestommel

Het licht hield hij uit

Dat gaf veel geluid

Als hij struikelde over de rommel



Alleen
Ik ben met ruzie van tafel gegaan
en doe het raam van mijn kamer open.
Beneden zie ik mensen lopen,
die denken allemaal ergens aan.

Een meisje met een hond aan de lijn;


wat zullen haar gedachten zijn?

Wanneer ze mij hier boven ziet,


denkt ze aan mij en ik aan haar,
ontmoeten onze gedachten elkaar.
Maar dat ik kwaad ben, weet ze niet.

Ze kijkt trouwens niet eens naar mij,


ze loopt gewoon ons huis voorbij.
Zwartbessie

Er was er 's een zwarte kip. Zwartbessie was haar naam.


Die zat aldoor te jammeren en te meieren voor het raam.
Ze wou zo graag gespikkeld zijn. Ze dacht het o, zo dikkels:
Waarom ben ik zo effen zwart? Waarom heb ik geen spikkels?
Och, dacht Zwartbessie verder, och, ik heb ze wel misschien,
maarja, 't zijn zwarte spikkeltjes, je kunt ze dus niet zien!
Het was een goed idee. En voortaan zei Zwartbessie dus:
Ik ben een zwarte kip, hoera, met zwarte spikkeltjes.
Ze zei het overal, ook aan de 14 andere kippen:
Ik ben een mooie zwarte kip, met mooie zwarte stippen.
Maar al de kippen lachten. En de haan die zei geprikkeld:
Je bent gewoon een zwarte kip, en niet in 't minst gespikkeld!

Wat zielig voor zwartbessie, o, wat zielig voor zwartbessie!


Ze ging heel treurig zitten en toen kreeg zij een depressie.

Ze at niet meer, ze dronk niet meer, ze legde nooit meer eieren.


Ze wou alleen maar suffen en ze wou alleen maar meieren.
Ze had al in geen eenentwintig dagen meer gekakeld.
Ze deed nergens meer aan mee, ze was uitgeschakeld.
En als ze riepen: Kom toch eten! opende ze haar snavel
en stamelde: Ik wil niet meer. Ik kom niet meer aan tafel.

En op een mooie morgen lag zij naast het kippenhok.


Ze had haar ogen dicht. Ze zei geen tak meer en geen tok.
Toen huilden alle kippen en schreiend zei de haan:
Nu is Zwartbessie dood. Nu is Zwartbessie heengegaan.
Ze gingen haar begraven, met een hele lange stoet.
De haan had hele mooie zwarte veren op zijn hoed.

Ze gingen haar begraven. En de haan die hield een rede.


Zwartbessie, onze lieve kip, is heden overleden.

Wij staan dus aan het graf van onze dierbare Zwartbessie,


en naar men mij vertelt, is zij gestorven aan een depressie.
Wat of dat is dat weet ik niet. Het enige dat ik weet,
is dat je dan niet leggen wil en dat je dan niet eet.
We hopen dat we niet hetzelfde krijgen, dat is het voornaamste.
Zij was de allerliefste kip, en zeker de bekwaamste.

Voorts wil ik dit nog zeggen, ook al klinkt het ingewikkeld:


zij was een zwarte kip, en zij was prachtig zwart gespikkeld!

En toen hij dat gezegd had, zweeg hij even en hij schrok:


Zwartbessie deed haar ogen open en zei vrolijk: TOK!
Ze sprong springlevend overeind en zei: Zo is het dus!
ik ben een zwarte kip en ik heb zwarte spikkeltjes!
Je hebt het toegegeven, dus nu is het wel in orde.
Ik denk dat ik dus echt niet meer begraven hoef te worden.

De kippen hebben het allemaal een beetje sneu gevonden.


Nu hadden ze voor niets gehuild en dat is altijd zonde.

Maar goed, ze gingen weer naar huis. En alles kwam terecht.


Zwartbessie heeft diezelfde dag twee eieren gelegd.
Ze heeft een hele grote kom met graantjes opgesmikkeld.
Ze was een zwarte kip en ze was prachtig zwart gespikkeld.
Ze meierde niet meer, ze had ook nooit meer een depressie.
Dat was het dus, het verhaaltje van Zwartbessie.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina