Kernwoorden: Aandelenmarkt, rendement, ols, januari-effect, weekendeffect, vakantie-effect Inhoudsopgave 2 Introductie 2 Theorie en Literatuur 4



Dovnload 232.68 Kb.
Pagina1/7
Datum23.08.2016
Grootte232.68 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7


frame1

Een dynamische analyse van het voortbestaan van het weekendeffect, het januari-effect en het vakantie-effect in Nederland, België en Frankrijk



SAMENVATTING

Deze studie onderzoekt het bestaan van kalendereffecten voor Nederland, België en Frankrijk. Er is bewijs gevonden voor het bestaan van het weekendeffect in Nederland, België en Frankrijk. Het weekendeffect is voor alle drie de landen na verloop van tijd wel verdwenen. Het januari-effect is gevonden in België van 1991 tot 1999 Na het jaar 1999 is het januari-effect verdwenen in België. In Nederland en Frankrijk heeft het januari-effect nooit bestaan op de AEX index en de CAC-40 index. Het vakantie-effect bestaat in Nederland, België en Frankrijk en bestaat ook voort.



Kernwoorden:

Aandelenmarkt, rendement, OLS, januari-effect, weekendeffect, vakantie-effect



frame2

Inhoudsopgave


Inhoudsopgave 2

Introductie 2

Theorie en Literatuur 4

Weekendeffect 5

Januari-effect 6

vakantie-effect 8



Toepassing literatuur 8

Empirische resultaten 9

Data 9


Conversie data 9

Methodologie 10

Resultaten 12

weekendeffect 12

Januari-effect 13

Vakantie-effect 15

Conclusie 18

Appendix 20

Referenties 25

Introductie


Het bewijs voor kalender- en seizoenspatronen in rendementen op aandelenmarkten is al bijna vijftig jaar onderwerp van discussie tussen academici. Fama (1965) rapporteerde een verschil in patronen van aandelenrendementen rond het weekend vergeleken met de ‘normale’ dagen dinsdag, woensdag en donderdag op de Amerikaanse aandelenmarkt. Cross (1973) vond empirisch bewijs voor het weekendeffect in de S&P 500 index en in de jaren ’80 werd er veel onderzoek gedaan naar rendementen in januari [Lakonishok en Smidt (1984), Haugen en Lakonishok (1988)].

Deze kalenderanomalieën kunnen niet verklaard worden aan de hand van de gangbare Asset-Pricing modellen en zijn in strijd met de efficiënte markthypothese die aangeeft dat alle informatie verdisconteerd is in de prijs van aandelen en zodoende er geen abnormale rendementen behaald kunnen worden. Hier zal verder op ingegaan worden bij de theorie en literatuur.

De onderzoeksmethoden en statistische modellen verschillen aanzienlijk per onderzoek. Wat voor soort data wordt er gebruikt, wat voor soort statistisch model is het beste? Hier is geen algemeen geaccepteerd antwoord op te vinden. Er zijn voordelen en nadelen, de discussie hierover gaat vandaag de dag nog steeds door.

Deze bachelorscriptie zal een dynamische analyse geven over het voortbestaan van het weekendeffect, het januari-effect en het vakantie-effect in Nederland, België en Frankrijk. Het is aan te nemen dat een kalendereffect niet zal voortbestaan als hierover empirisch bewijs is geleverd, omdat het gedrag van investeerders en beleggers hiermee rekening zal houden.

Eerst zal de achterliggende theorie en literatuur worden besproken. Kalendereffecten in het algemeen zullen worden onderzocht en daarna zal per kalendereffect (van toepassing op dit onderzoek) bekeken worden welke theorieën en verklaringen voor het betreffende kalendereffect gevonden zijn. Vervolgens gaat de aandacht uit naar de toepassing van de literatuur op dit onderzoek. Het derde punt van bespreking zijn de empirische resultaten met de subonderwerpen data, methodologie en resultaten. De conclusie zal als laatst aan bod komen.

Theorie en Literatuur


Het is opmerkelijk dat er geen enkel ex-ante theoretisch model bestaat die kalendereffecten heeft voorspeld. Theorieën achter kalendereffecten zijn pas gevormd nadat een kalendereffect is waargenomen.

Volgens Samuelson (1965), Leroy (1973) en Lucas (1978) verlopen aandelenprijzen een martingaal proces; er zijn daarom geen systematische patronen aanwezig in rendementen als het risico niet verandert, kortom kalenderanomalieën kunnen niet bestaan.

Als er gekeken wordt naar het random-walk-model van Fama (1965), biedt deze theorie ook geen uitkomst bij het verklaren van kalendereffecten. Volgens het random-walk model is het toekomstige pad van rendementen en prijzen net zo voorspelbaar als het gedrag van een serie willekeurige nummers. Als empirisch bewijs is gevonden voor het bestaan van kalendereffecten, is dit voorspelbaar en volgen prijzen en rendementen geen random-walk.

Als kalendereffecten daadwerkelijk bestaan, is dit ook niet in lijn met de efficiënte markthypothese (vanaf hier EMH). Het algemene idee achter de EMH is dat prijzen (hier: aandelenprijzen) bepaald worden door vraag en aanbod van rationele investeerders en beleggers die meteen handelen op basis van nieuwe informatie. Als nieuwe informatie vrijkomt, zal dit gelijk aandelenprijzen beïnvloeden. Aangezien het nieuws (positief of negatief) in beginsel niet te voorspellen is, is de verandering van prijzen en rendementen die daar uit voortvloeit ook niet te voorspellen [Marquering (2002)]. Er worden drie verschillende vormen van de EMH onderscheiden. De EMH in de sterke vorm zegt dat alle private en publieke informatie in de prijs van een aandeel verwerkt is. Zodoende is het niet mogelijk een abnormaal rendement te halen. Als een investeerder weet dat een kalendereffect bestaat, zal deze door middel van een aanpassing in de beleggingstrategie in de koers verwerkt zijn. De tweede vorm van de EMH, met minder restricties, is de semisterke vorm. Deze vorm geeft aan dat alle nieuwe publieke informatie en historische data in de koers verwerkt zijn. Private kennis is dus nog niet in de prijs verdisconteerd. Kalendereffecten kunnen niet voorspeld worden op basis van historische data en zijn niet verenigbaar met de semisterke vorm van de EMH. De laatste vorm van de EMH, de zwakke vorm, zegt dat er geen voorspellingen gedaan kunnen worden aan de hand van historische data. Kalenderanomalieën kunnen dus niet voorspelt worden aan de hand van de geschiedenis en zijn al verwerkt in de koers.

Verder kan er gekeken worden naar rationele verwachtingen en voorspellingen van investeerders en beleggers. Op basis van rationeel gedrag zullen kalendereffecten verdwijnen nadat ze ontdekt zijn. Economische agenten zullen hun toekomstige verwachtingen baseren op wat ze weten van het verleden. Als een kalendereffect dus is ontdekt door ex-post te kijken, voorspellen economische agenten dat het kalendereffect ook in de toekomst zal voortbestaan. Investeerders en beleggers zullen op basis hiervan hun strategie aanpassen en het kalendereffect zal zo geen invloed meer hebben.

Het gedrag van beleggers en de structuur van de economie zijn twee belangrijke factoren om kalendereffecten te kunnen verklaren. Aangenomen wordt dat beleggers en investeerders zich zo gedragen dat hun nut (voorbeeld: winst) maximaal wordt. Door bijvoorbeeld institutionele constructies zoals de belastingstructuur, settlement procedures, de structuur van dividenduitkeringen (jaarlijks, halfjaarlijks) en de structuur en mate van vrijkomen van informatie (voorbeeld: tijdens handelsdagen of in het weekend) kunnen kalendereffecten bestaan.

Daarnaast kan een kalendereffect lijken te bestaan door dataproblemen, zoals de data-mining bias. Dit betekent dat er conclusies worden gemaakt op basis van de onderzochte data, zoals statistisch significantie, terwijl er een kans is dat de hypothese ten onrechte is verworpen [Sullivan (2001)].

Verder kan risico een rol spelen om kalendereffecten te verklaren. Het is moeilijk om risicoveranderingen te voorspellen. De daaruit volgende patronen van prijzen en rendementen zijn dan ook moeilijk te voorspellen. Zo kan het zijn dat er wordt gesproken van een kalenderanomalie, terwijl deze in werkelijkheid het resultaat is van het verkeerd interpreteren en voorspellen van de risicoverandering van een aandeel.

Nu zullen de kalendereffecten van toepassing op dit onderzoek individueel worden besproken.



  1   2   3   4   5   6   7


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina