Kerstdag 25 december of 6 januari ?



Dovnload 9.47 Kb.
Datum16.08.2016
Grootte9.47 Kb.
KERSTDAG

25 december of 6 januari ?
In de eerste periode van het christendom bestond Kerstmis helemaal niet. Er was in die tijd niemand die zich bezig hield met ‘het kindje Jezus’ of de ‘geboortedag’ van Jezus. Het was niet eens de gewoonte om een verjaardag te vieren, alleen de Romeinen vierden verjaardagen. Voor christenen en Joden was het daardoor helemaal ondenkbaar om een dergelijk feest in te stellen. Naarmate het christendom zich meer en meer uitbreidde onder heidense volkeren, kwamen ook steeds meer heidense gebruiken binnen de leefwereld van de christenen. Romeinen die gewend waren hun verjaardag te vieren, stopten daar niet altijd mee nadat ze bekeerd waren tot het christendom. In 221 opperde Julius Africanus, een belangrijk Romeins legerofficier die zich bekeerd had tot het christelijk geloof, dat het goed zou zijn een gedenkdag in te stellen voor de geboorte van Jezus. Omdat de Romeinen op 25 december al een feest vierden, namelijk dat van Sol Invictus (de Onoverwinnelijke Zon), in 274 ingesteld, werd het opportuun bevonden dat om te vormen tot de geboorte van Jezus. Die werd dan beschouwd als de ‘Zon der gerechtigheid’ en het ‘Licht van de wereld’. In de latere Germaanse cultuur, die met de volksverhuizingen aan het einde van het West-Romeinse Rijk onze streken begon te kenmerken, viel het samen met het feest van de winterzonnewende. Dat stelde de afwisseling van het duister door het licht centraal. Ook daar was de parallel niet ver weg. In de besluiten van de Merovingische concilies (6de en 7de eeuw) wordt niet vermeld dat die overgang problematisch verliep. Dat kan erop wijzen dat de kerstening van het midwinterfeest in de Frankische wereld zonder veel problemen gebeurd is1.
Rond het jaar 300 ontstond onenigheid over de datum waarop de geboorte van Jezus diende gevierd te worden: 25 december viel samen met de al geldende feestdag binnen het Romeinse rijk; 6 januari genoot de voorkeur in het Oostelijke deel van het Rijk, waarbij het bezoek van de Wijzen en Jezus’ doopsel als het hoofdmotief van Gods openbaring wed beschouwd. Dat dubbele feest is trouwens ouder dan Kerstmis zelf. Onder druk van keizer Constantijn de Grote werd 25 december steeds populairder. Vooral omdat het christendom met het Edict van Milaan (313) weliswaar door de keizer erkend was, maar nog lang niet de meerderheid van de bevolking, op een deel van de leidende klasse na, voor zich gewonnen had. Om meer heidenen te bekeren, werd onder andere de liturgische kalender meer gestoffeerd. Die bestond toen uit de 52 zondagen (met Pasen inbegrepen) en de herdenking van een lokale martelaar. Dat was weinig aantrekkelijk voor heidenen die aan een massa feesten voor goden en godinnen gewend waren. Vanuit dat oogpunt werd overgegaan tot het Kerstfeest. Paus Liberius besloot in 354 dat op 25 december de geboorte van Jezus gevierd zou worden. De Oosterse kerken volgden die beslissing echter niet en vieren tot op heden Kerstmis steeds op 6 januari.
Er zijn in feite twee essentiële verschilpunten tussen de Westerse (Latijnse of Katholieke) en de Oosterse (Byzantijnse of Orthodoxe) visie. Het eerste betreft de keuze van Gods openbaring in Jezus van Nazaret. Sommige strekkingen in het Oosten geven de voorkeur aan de aanbidding der Wijzen of het moment van Jezus’ doop. Bij dit laatste is de Bijbeltekst van belang waarin gezegd wordt dat God zich in Jezus openbaart wanneer Hij uitspreekt dat het Zijn Zoon is (Mt. 3:17). Anderen geven de voorkeur aan de bruiloft te Kana als moment van openbaring, omdat Jezus daar het eerste openbare wonderteken verricht (Joh. 2:11).
Het tweede verschilpunt doet zich voor wanneer in 1582 Paus Gregorius XIII de Gregoriaanse kalender invoert om fouten uit de vorige berekeningen recht te zetten. De jaarlengte van 365 en een kwart dag maakte de toen algemeen aanvaarde Juliaanse kalender elk jaar iets langer dan de werkelijkheid toeliet. In de 16de eeuw (na vijftienhonderd jaar gebruik) liep men tien dagen voor. Toen besliste men om ineens tien dagen over te slaan en om de vier jaar een schrikkeldag in te lassen (één extradag in februari). Vermits de meeste Orthodoxe kerken deze nieuwe kalender niet hebben ingevoerd en zich nog steeds aan de Juliaanse houden, vieren zij Kerstmis en de aanverwante feesten dertien dagen later. Bij hen valt 25 december op onze 6 januari. Sommige Orthodoxe gemeenschappen in het Westen, gesticht ten behoeve van bijvoorbeeld Belgische Orthodoxen, vieren Kerstmis dan weer wel op 25 december om beter aan te sluiten bij de plaatselijke cultuur.





Aanbidding van het kind Jezus

door de engelen te Bethlehem. De wijzen uit het Oosten.
(Hugo van der Goes, 1480)


1 Zie daarvoor: Pierre Trouillez, Bevrijd en Gebonden, blz. 193-194.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina