Kerstliturgie 2008 Komt laten wij aanbidden… Zingen: Psalm 96: 1, 6 en 8



Dovnload 65.74 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte65.74 Kb.
Kerstliturgie 2008


Komt laten wij aanbidden…

Zingen: Psalm 96:1, 6 en 8

Zingt, zingt een nieuw gezang de HEERE;

zing, aarde, zing die God ter ere;

Looft 's HEEREN Naam met hart en mond;

vermeldt Zijn heil op ’t wereldrond!

Dat dag aan dag Zijn roem vermeêre.


Aanbidt Hem need’rig al uw leven,

Hem, Die in 't heiligdom verheven,

een Godd’lijk licht van Zich verspreidt;

Leer, aarde, voor Zijn majesteit,

Leer voor Zijn aangezichte beven!
Dat zich de hemelen verblijden;

verheugd zij d' aard', aan alle zijden,

verheugd de volheid van de zee!

Het veld spring' op met al het vee,

en 't woud moet juichend God belijden.
Schriftlezing: Mattheüs 2:1 en 2

Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem, gelegen in Judea, in de dagen van de koning Herodes, ziet, enige wijzen van het Oosten zijn te Jeruzalem aangekomen.

Zeggende: Waar is de geboren Koning der Joden? Want wij hebben gezien Zijn ster in het Oosten, en zijn gekomen om Hem te aanbidden.
Gedicht: Ster van David (Ilse Hoogendoorn)

Ster van David

groot van pracht

al die eeuwen

lang verwacht

heeft in 's werelds

donk're nacht

voor miljoenen

ongedacht

onverdiende

vrede aangebracht

Ster van David

wil ook heden

als wij eind'lijk

moegestreden

onze zonden

van 't verleden

en vandaag aan

U beleden

hier in onze

harten treden

Stem:

Mattheüs spreekt over enige wijzen uit het Oosten. In het Grieks wordt er over magiërs gesproken. Mannen die zich bezighielden met sterrenkunde. Wanneer Jezus is geboren, verschijnt er een ster. Teken van Zijn geboorte. Zo heeft hij vele manieren om Zichzelf bekend te maken. God leidt de wijzen door een bijzondere ster naar de Koning der Joden. Zo leidt Hij nog steeds een ieder van ons, op Zijn eigen wijze!


Schriftlezing: Johannes 3 : 16

Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.
Stem:

Jezus is gekomen voor zondaren. Mensen die de duisternis liever hebben dan het licht. Voor de wijzen uit het Oosten, de herders in het veld, voor u en voor mij.

Wat moeten we dan doen opdat we zalig worden?

Geloven en komen tot het licht, opdat onze werken openbaar worden dat zij in God gedaan zijn (Joh 3:21).
Gedicht (dichter onbekend)

Er is een aantal zeer geleerde heren,

dat nachtenlang de sterrenhemel onderzoekt,

in oude boeken zit men te studeren,

het duurt soms lang, voordat men resultaten boekt.
Maar op een keer zien zij met eigen ogen,

Een ster, die helder oplicht in de nacht,

En na uitvoerig zoeken en langdurig pogen

Zegt één: ‘Dit handelt over Israël, naar ik verwacht.


Er is een koningszoon in ’t verre land geboren,

Hij werd al lang verwacht, het moet belangrijk zijn.

Daar zou ik graag wat meer van willen horen,

ik wil er zelfs wel heen, dat lijkt me fijn.’


En dit gesprek wordt omgezet in daden,

ze gaan met voedsel en cadeaus op reis,

ze reizen lang, in prachtige gewaden,

ze komen in Jeruzalem en vinden het paleis.


En daar gebeuren hele vreemde zaken,

want niemand weet van een geboren kind,

de koning dreigt zelfs in paniek te raken,

dit is nu iets, wat hij vervelend vindt.


De schriftgeleerden weten waar ze moeten zoeken,

de Zaligmaker komt in Bethlehem.

Ze doen dat even haarfijn uit de doeken,

maar niemand heeft gerekend op de komst van Hem.


De wijze mannen trekken verder, wat een wonder,

zij vinden Jezus door de meegereisde ster

en zij aanbidden Hem als Koningszoon,

het is bijzonder,

zij zagen ’t schijnsel van Zijn Licht en kwamen toen van ver.


Zingen: Gezang 8:1, 2, 3 en 4

Nu daagt het in het oosten,

het licht schijnt overal:

Hij komt de volken troosten,

die eeuwig heersen zal.

De duisternis gaat wijken

van d' eeuwenlange nacht.

Een nieuwe dag gaat prijken

met ongekende pracht.
Zij, die gebonden zaten

in schaduw van de dood,

van God en mens verlaten,

begroeten 't morgenrood.

De zonne, voor wier stralen

het nacht'lijk duister zwicht,

en die zal zegepralen,

is Christus 't eeuwig licht!


Schriftlezing: Mattheüs 2:3 t/m 6

De koning Herodes nu, dit gehoord hebbende, werd ontroerd, en geheel Jeruzalem, met hem.

En bijeenvergaderd hebbende al de overpriesters en schriftgeleerden des volks, vraagde van hen, waar de Christus zou geboren worden.

En zij zeiden tot hem: Te Bethlehem, in Judea gelegen; want alzo is geschreven door de profeet:

En gij Bethlehem, gij land Juda! zijt geenszins de minste onder de vorsten van Juda; want uit u zal de Leidsman voortkomen, Die Mijn volk Israël weiden zal.
Stem:

Hoewel de woonplaats van Jozef en Maria Nazareth was, kondigde de profeet Micha aan dat Christus in Bethlehem, de geboorteplaats van David, geboren moest worden; en deze belofte werd vervuld door toedoen van de Romeinse keizer.


Schriftlezing: Micha 5:1 t/m 3

En gij Bethlehem Efratha! zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal Mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israël, en Wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid.

Daarom zal Hij hen overgeven, tot de tijd toe, dat zij, die baren zal, gebaard heeft; dan zullen de overigen van Zijn broeders zich bekeren met de kinderen Israëls.

En Hij zal staan, en zal weiden in de kracht des HEEREN, in de hoogheid van de Naam van de HEERE, Zijn God, en zij zullen wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde.
Gedicht: Advent (Nel Benschop)

De morgen is gekomen, maar nóg, Heer, is het nacht.

De ster heeft wel geschenen, maar U heeft men veracht.

De engelen, zij zongen, maar wie hoort nú hun lied?

De herders knielden neder, maar wij, Heer, doen dat niet.
Wij trekken door woestijnen, maar òns geleidt geen ster.

Omdat wij U niet zoeken, blijft ook Uw licht ons ver.

Maar zijt Gij niet gekomen voor ’t volk, dat U niet zocht?

En hen, die U niet kenden, die hebt Gij vrijgekocht.


’t Is weer Advent en stralend ontsteekt Ge Uw grote licht.

Wij staan met blinde ogen – Heer, open ons gezicht!

En open onze oren, opdat uw vredegroet

onze nú stomme monden, voor eeuwig danken doet!


Stem:

De ster alleen gaf de wijzen niet genoeg aanwijzingen om Jezus te vinden.

Door te vragen en de belofte van Micha weten ze nu waar ze Jezus kunnen vinden.

Door het Woord, wordt de wijzen de weg naar Jezus gewezen. Het Woord blijkt hier al

onmisbaar. Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods. (Rom. 10:17) Laat nu nog steeds het Woord een gids op ons levenspad zijn. Een gids die wijst naar Hem.
Zingen: Lofzang van Zacharias : 4 en 5

Dus wordt des HEEREN volk geleid,

Door 't licht, dat nu ontstoken is,

Tot kennis van de zaligheid,

In hunne schuldvergiffenis;

Die nooit in schoner glans verscheen,

Dan nu, door Gods barmhartigheên,

Die, met ons lot bewogen,

Om ons van zond' en ongeval t' ontslaan,

Een ster in Jakob op doet gaan,

De zon des heils doet aan de kimmen staan.
Voor elk, die in het duister dwaalt,

Verstrekt deez' zon een helder licht,

Dat hem in schâuw des doods bestraalt,

Op 't vredepad zijn voeten richt.


Gedicht: Als een lichtend Licht (Elze de Gier)

In een donkere nacht.


kwam een heel klein Kind.
't Was reeds lang verwacht,
Hij, die mensen mint.
 
Jezus kwam op aard',
als een lichtend Licht.
Hij is alles waard,
maakt je wonden dicht.
 
Ook voor jou kwam Hij,
kent echt al je smart.
Zie Zijn heerschappij,
en geef Hem je hart.
Schriftlezing: Mattheüs 2:7 en 8

Toen heeft Herodes de wijzen heimelijk geroepen, en vernam naarstig van hen de tijd, wanneer de ster verschenen was;

En hen naar Bethlehem zendende, zeide: Reist heen, en onderzoekt naarstig naar dat Kindeke, en als gij Het zult gevonden hebben, boodschapt het mij, opdat ik ook kome en Dat aanbidde.
Stem:

Herodes doet alsof hij geïnteresseerd is. Maar hij is een koning die zijn koninkrijk niet wil delen. Hij wil alleen aanbeden worden en duldt geen Koning der Joden naast zich.

Hoe is dit in ons leven? Zijn wij ook niet vaak uit op eer voor onszelf en maken we keuzes uit eigen belang?
Zingen: Psalm 72:6 en 11
Ja, elk der vorsten zal zich buigen
En vallen voor Hem neer;
Al 't heidendom Zijn lof getuigen,
Dienstvaardig tot Zijn eer.
't Behoeftig volk, in hunne noden
In hun ellend' en pijn,
Gans hulpeloos tot Hem gevloden,
Zal Hij ten redder zijn.

Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen;


Men loov' Hem vroeg en spa;
De wereld hoor', en volg' mijn zangen,
Met amen, amen na.
Stem:

Jezus Christus is De Koning die alle lof, eer en aanbidding verdient. Nu en tot in eeuwigheid. Die Koning kwam in alle nederigheid. Zijn wieg was een kribbe, Zijn troon was een kruis. Omdat Hij de drinkbeker heeft gedronken, de wil van Zijn Vader heeft gedaan heeft Hij onze straf gedragen en zo verlossing voor ons teweeggebracht.


Gedicht: Wij willen U aanbidden (Ina van der Welle)

De herders kwamen U aanbidden

en knielden voor U neer,

het Licht scheen in hun midden,

de liefde van de Heer.
De wijzen kwamen U aanbidden

en brachten U de eer,

de Ster scheen in hun midden,

de liefde van de Heer.


Wij willen samen U aanbidden,

erkennen U als Heer,

als kind eens in ons midden,

als Heerser komt U weer.


U heerst over dood en leven,

Opgestane Heer,

U wilt ons het leven geven,

dank voor zoveel liefde Heer.


Zingen: Gezang 138:1, 2 en 4


Komt allen tezamen

jubelend van vreugde:


komt nu, o komt nu naar Bethlehem!
Ziet nu de vorst der eng'len hier geboren.

Komt, laten wij aanbidden,

komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden, die Koning
De hemelse eng'len

riepen eens de herders


weg van de kudde naar 't schamel dak.
Spoeden ook wij ons met eerbied'ge schreden!

Komt, laten wij aanbidden,

komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden, die Koning
O Kind, ons geboren,

liggend in de kribbe,


neem onze liefd' in genade aan!
U die ons liefhebt, U behoort ons harte!

Komt, laten wij aanbidden,

komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden, die Koning
Schriftlezing: Mattheüs 2:9 en 10

En zij, de koning gehoord hebbende, zijn heen gereisd; en ziet, de ster, die zij in het oosten gezien hadden, ging hun voor, totdat zij kwam en stond boven de plaats, waar het Kindeke was.

Als zij nu de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde.
Stem:

Dat ze de ster hebben ontdekt, wil nog niet zeggen dat ze de Koning Jezus hebben gevonden. Zo moeten wij in ons leven niet stil blijven staan bij een bepaalde tekst of gebeurtenis. Die kan wel van grote waarde zijn, als een richtingwijzer of oase op ons levenspad. De wijzen gaan verder en volgen de ster, ook als deze hun voorgaat van Jeruzalem naar Bethlehem. Laten we daarom Gods woord blijven onderzoeken en vragen naar het Kerstkind.


Gedicht: 't Christuskind is ons geboren (naar J.A. van Tricht)

't Christuskind is ons geboren,

hoor de eng'len zingen d' eer.

Zie het hemels licht thans gloren,

dalend uit de wolken neer.

God heeft in de mens behagen,

schenkt in liefde ons Zijn Zoon.

Om de zonden weg te dragen,

ons te wassen wit en schoon.

En ons weer met Hem verzoenend,

terug te leiden naar Zijn troon.
Wijzen uit het verre oosten,

uit een land hier ver vandaan

namen wierook, goud en mirre

en zijn toen op reis gegaan;

vonden de geboren Koning,

knielden vol aanbidding neer,

schonken Hem hun koningsschatten,

gaven zo de Heiland eer.

Vrede Gods daalde in hun harten,

als een zegen van de Heer.


Laat ons jubelen laat ons juichen,

Hem ook brengen lof en eer.

Samen onze dank betuigen,

Hem, de koning, onze Heer.

Die de hemel heeft verlaten,

om in nederige staat

ons te dienen en te redden,

komende met woord en daad.

Om Gods vrede ons te brengen,

die 't verstand te boven gaat.


Stem:

Een licht en ster gaat hen in het donker voor. Jezus zegt over Zichzelf: Ik ben Het Licht der wereld. We moeten Hem volgen en niet op onszelf zien, want dan blijven we in het donker lopen. Wanneer we zien op onszelf betekent dat ook dat we Hem vergeten en Hem niet aanbidden, terwijl Hij centraal moet staan in ons hele leven.


Zingen: Psalm 89:1 en 3

'k Zal eeuwig zingen van Gods goedertierenheên;

Uw waarheid t' allen tijd, vermelden door mijn reên.

Ik weet, hoe 't vast gebouw van Uwe gunstbewijzen

naar Uw gemaakt bestek, in eeuwigheid zal rijzen;

zo min de hemel ooit uit zijnen stand zal wijken,

zo min zal Uwe trouw ooit wank’len of bezwijken.
De hemel looft, o HEER, Uw wond’ren dag en nacht!

Uw waarheid wordt op aard' de glorie toegebracht;

daar Uw geheiligd volk van Uwe trouw mag zingen;

Want wie is U gelijk bij al de hemellingen?

En, welke vorsten ooit het aardrijk moog' bevatten,

wie hunner is, o HEER, met U gelijk te schatten?


Schriftlezing: Mattheüs 2:11 en 12

En in het huis gekomen zijnde, vonden zij het Kindeke met Maria, Zijn moeder, en neervallende hebben zij Het aangebeden; en hun schatten opengedaan hebbende, brachten zij Hem geschenken: goud en wierook, en mirre.

En door Goddelijke openbaring vermaand zijnde in de droom, dat zij niet zouden weerkeren tot Herodes, vertrokken zij door een andere weg weer naar hun land.
Stem:

De wijzen kwamen om de Koning te aanbidden. Aanbidden wil nog meer zeggen dan bidden. Je bidt en dankt niet alleen om wat Hij doet en geeft, maar vooral om wie Hij is! In de aanbidding geef je jezelf aan God over, met lichaam en ziel. In de Tien Geboden staat: Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben. Wij mogen alleen God aanbidden en geen andere koning. Hij heeft er alle recht op omdat Hij onze Redder en Heiland is!


Gedicht: Wij hebben niets voor U (Leo Lens)

Wij hebben niets voor U, wij staan met lege handen.

O Koning, bij Uw krib, op Uw geboortefeest;

Wij hebben niets voor U, dan een verslagen geest

En een gebroken hart, waarin de zonden branden.
Wij hebben niets voor U, geen zuiv’re hemelzangen

En geen geschenk in goud of zoete specerij;

Wij hebben niets voor U van enige waardij,

Alleen behoefte aan U, een diep en stil verlangen.

Wij knielen biddend neer: Gij kunt ons alles geven,

Gij zijt de Liefde zelf, Gij zijt onzegbaar rijk,

Gij opent ons de poort naar ’t eeuwig Vrederijk,

Gij geeft ons rust voor ’t hart, genezing, kracht en leven.


Gij geeft opnieuw een lied, Gij leert ons reine klanken,

Gij geeft Uzelf aan ons, die u tot schande zijn,

Die leven door Uw dood, genezen door Uw pijn,

O, leer ons, hier op aard’, o Heiland daarvoor danken.


Zingen: Gezang 26:1, 3 en 4

Daar is uit 's werelds duist're wolken

een licht der lichten opgegaan.

Komt tot zijn schijnsel, alle volken,

en gij, mijn ziele, bid het aan.

Het komt de schaduwen beschijnen,

de zwarte schaduw van de dood.

De nacht der zonde zal verdwijnen,

genade spreidt haar morgenrood.

Wat heil, een Kind is ons geboren,

een Zoon gegeven door Gods kracht!

De heerschappij zal Hem behoren,

zijn last is licht, zijn juk is zacht.

Zijn naam is ‘wonderbaar’, zijn daden

Zijn wond'ren van genaad’ alleen.

Hij doet ons, hoe met schuld beladen,

verzoend voor 't oog des Vaders treên.

 

O Vredevorst, Gij kunt gebieden



de vreed' op aard en in mijn ziel!

Doe alle volken tot U vlieden,

dat al wat ademt voor U kniel!

Des Heren ijver zal bewerken,

dat Hij de zetel, U bereid,

met recht en met gericht zal sterken.

Hem zij de lof in eeuwigheid!
Stem:

De wijzen brachten mirre, wierook en goud mee. Waardevolle geschenken, waar wij mensen misschien veel waarde aan hechten. Waar hechten wij veel waarde aan en wat leidt ons af van Hem? Leg deze schatten neer aan Zijn voeten en laat ze daar staan.

Dat betekent dat we dan met lege handen staan en onszelf volledig moeten overgeven, ja klein worden, knielen voor Hem neer. Toch word je dan pas echt rijk!
Gedicht: De wijzen (F. den Harder)

De wijzen volgden eens de ster,

gezonden als Gods bode.

Het heil is ook voor u niet ver,

dit feest wil u ook noden.

Ga met hen mee, zeg toch niet: ‘nee’;

u mag bij Jezus komen

als deze vreemden, vromen.

De wijzen kwamen bij de Heer,

en knielden voor de Redder;

zij gaven Hem de hoogste eer

en reisden daarna verder.

Zij zingen voort,

het grote woord -

ook u mag er van horen:

‘De Christus is geboren.’


Stem:

In Zijn komst naar deze wereld was Jezus de eerste om ons op te zoeken. Daarin zien we Zijn liefde en genade. Dit mogen we beantwoorden door net als de wijzen op zoek te gaan naar God. Hij gebiedt het ons. We kunnen dus niet passief gaan zitten wachten, maar moeten actief met Gods Woord bezig zijn. Dan wordt Zijn woord een licht op ons pad. En: Hij die ons roept is getrouw, Die het ook doen zal!


Schriftlezing: Mattheüs 7:7 en 8

Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.

Want een ieder, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, die zal opengedaan worden.
Zingen: Op Toonhoogte 75:1, 2, 3 en 4

Laat ieder het horen,

dat eens werd geboren,

de Redder der wereld,

de Heer van 't heelal.

De engelen melden, in Efratha's velden,

dat Hij werd geboren in Bethlehems stal.
Refrein:

Komt, laten wij eren, de Heere der heren,

zo groot van ontferming en van gena.

Want Hij wil ons geven,

dicht bij Hem te leven.

De Heiland der wereld, halleluja!


En herders, zij kwamen

bij 'n kribbe tezamen,

omringden eerbiedig het Kindeke teer.

De flonk'rende sterre,

riep wijzen van verre;

zij knielden ontroerd bij het Kindeke neer.



(Refrein)
In doeken gewonden,

voor al onze zonden,

ligt hier in een kribbe het Godd'lijk Kind.

De sterre gaat stralen,

voor wie moe van 't dwalen,

bij 't wonder van Bethlehem vrede vindt.



(Refrein)
Wil daarom niet klagen,

maar dankbaar gewagen,

van blijdschap en vrede, voor ons bereid.

Van 't Kind dat het leven,

weer glans heeft gegeven,

Hem zij al de glorie in eeuwigheid.…



(Refrein)
Stem:

Met Kerst denken we niet alleen aan Jezus’ eerste komst, maar mogen we ook stilstaan bij Zijn wederkomst. Dan zal alle knie zich voor Hem buigen en zal Hij alle lof, eer en aanbidding krijgen die Hem toekomt!


Schriftlezing: Filippensen 2:7 t/m 13

Maar heeft Zichzelf vernietigd, de gestaltenis van een dienstknecht aangenomen hebbende, en is de mensen gelijk geworden;

En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelf vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot de dood, ja, de dood des kruises.

Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven alle naam is;

Opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn.

En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader.
Lofzang van Simeon: 2

Een licht, zo groot, zo schoon,


gedaald van 's hemels troon,
straalt volk bij volk in d' ogen,
terwijl 't het blind gezicht
van 't heidendom verlicht
en Isrêl zal verhogen.
E. Bakker-ten Hove, Rijssen

M. Blankesteijn-van den Brink, Nijkerk



van


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina