Kiesstelsels : Evenredige Vertegenwoordiging en Meerderheidsstelsel



Dovnload 8.2 Kb.
Datum27.08.2016
Grootte8.2 Kb.
Kiesstelsels: Evenredige Vertegenwoordiging en Meerderheidsstelsel

1. Evenredige vertegenwoordiging (b.v. in Nederland)

|
| definitie = een kiesstelsel waarbij het percentage behaalde
stemmen (door een politieke partij) ongeveer gelijk
is aan het percentage behaalde zetels dat die politieke
partij zal bezetten in het parlement

|

| alle uitgebrachte stemmen op kandidaten van één


politieke partij worden bij elkaar opgeteld:
het gehele land is één groot kiesdistrict !
|
 omzetten van behaalde stemmen in zetels m.b.v.

K I E S D E L E R = aantal geldig uitgebrachte stemmen

150
= dus het aantal stemmen dat je als politieke partij moet
halen voor 1 zetel

Het kiesstelsel van evenredige vertegenwoordiging kan worden gecombineerd met


een zogenaamde K I E S D R E M P E L = onbekend in NL, wel in DTSL en ZWE
|

| om te voorkomen dat er te veel kleine partijen in


het parlement worden gekozen wordt een drempel
ingevoerd van b.v. 5%; politieke partijen mogen pas
meedoen in de verdeling van zetels als ze de kies-
drempel hebben gehaald.

Kenmerken van evenredige vertegenwoordiging:
I. In het parlement zijn veel politieke partijen vertegenwoordigd; ook veel kleintjes met maar enkele zetels.
II. Geen enkele politieke partij haalt – in zijn eentje- een meerderheid van zetels in het parlement. Een kabinet –gevormd uit partijen uit het parlement- is dus altijd een coalitiekabinet.
III. Een kabinetsformatie is dus noodzakelijk en kan lang duren als gevolg van veel (en kleine) partijen in het parlement.
IV. Het parlementslid kent zijn electoraat niet persoonlijk.

V. Het parlementslid is een specialist op één of een beperkt aantal onderwerpen.

2. Districtenstelsel / Meerderheidsstelsel (b.v. in Groot-Brittannië)
|

| definitie = een kiesstelsel waarbij het land is opgedeeld in


kiesdistricten. Per kiesdistrict nemen een beperkt
aantal kandidaten –één per politieke partij-
het tegen elkaar op. De winnaar van een
district is diegene met procentueel de meeste
stemmen. Hij vertegenwoordigt namens zijn
partij dit district in het parlement.

Kenmerken van districtenstelsel:
I. ‘The winner takes all’-principe oftewel ‘first past the post’: De kandidaat met de meeste stemmen in een bepaald district is de vertegenwoordiger van dat district in het parlement. Nummer 2, 3 enzovoorts krijgen niets !
II. Slechts een beperkt aantal politieke partijen in het parlement. Meestal 2 grote partijen met soms een enkele kleine partij, b.v. de Conservative Party (Tory’s) en de Labour Party en de kleinere Liberal Democratic Party (Lib Dem).
III. Eén politiek partij haalt (meestal) de absolute meerderheid (= helft + 1)
IV. Kabinetsformaties zijn (meestal) overbodig. Parlementsleden die plaatsnemen in het kabinet behouden hun parlementszetel (=monisme).
V. Het parlementslid kent zijn electoraat persoonlijk; hij/zij weet wat er speelt in zijn/haar district omdat vertegenwoordigt hij/zij dit district in het parlement vertegenwoordigt.
VI. Het parlementslid is een generalist.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina