Klapper Pathologie H1+ Syllabus Reumatologie



Dovnload 204.78 Kb.
Datum30.09.2016
Grootte204.78 Kb.

Klapper Pathologie H1+ Syllabus Reumatologie,30/09/2016



1. Infectie 3

1.1. Bacteriën 3

1.2. Virussen 3

1.3. Normale flora 4

1.4. Principes van infectie 4

1.5. Transmissie 5



1.5.1. reservoir (bron van infectie) 5

1.5.2. direct/indirect 5

1.6. Toxinen 5

1.7. Controle van transmissie 5

1.7.1. desinfectans 5

1.7.2. antiseptics 5

1.7.3. sterilisatie 5

1.8. Ontwikkeling van infectie 6

1.9. Gastheer weerstand 6

1.9.1. Pathogeniteit 6

1.10. Diagnostiek 7

2.1. Etiologie 8

2.2. Pathogenese. 9

2.3. Klinische verschijnselen 9

2.3.1. Pijn 10

2.3.2. Verminderde belastbaarheid 10

2.3.3. Verminderde mobiliteit 10

2.3.4. Verminderde spierkracht 10

2.3.5. Verminderde stabiliteit 10

2.3.6. Verhoogde gewrichtstemperatuur 10

2.4. behandeldoel 11



3. Fibromyalgie 12

3.1. Klinische verschijnselen 12

3.2. Vermoeidheid 13

4.1. Klinische verschijnselen 14

4.2. Diagnose 14

4.3. Behandeling 14

4.4. Hyperuricaemie 15

4.4.1. Klachten 15

4.5. Pseudojicht en Ca²+ pyrofosfaat neerslag 15



4.5.1. Klachten 15

4.5.2. Behandeling 15

5. Spondylitis ankylopoïetica (Ziekte van Bechterew) 16

5.1. Klinisch 16

5.2. Diagnose 16

5.3. Fysiotherapeutisch 16

5.4. Behandeling 17

6.1. Klinisch 18

6.2. beloop 18

6.3.1. Lab: 18

6.3.2. Xray 18

7. Polymyalgia Rheumatica 19

Oorzaak onbekend 19

7.1. klinisch 19

7.2. Behandeling 19

8. Arteriitis 20

8.1. Klinisch 20

8.2. Complicatie 20

9. Sclerodermie 21

9.1 Klinisch 21

9.2. PA 21

9.3. Etiologie 22

9.4. Behandeling 22

10. Ziekte van Raynaud 22

10.1. Fenomeen v Raynaud 22

10.2. Behandeling 22

11. Ziekte van Reiter 23

11.1. X-ray afwijkingen 23



12. Arthrosis Deformans (Artrose) 24

12.1. Pathogenese 24

12.2. Etiologie 24

12.3. Xray 25



12.3.1. lab 25

13. Orthopedische aandoeningen van de heup 26

13.1. Heupdysplasie 26



13.1.1. Oorzaak: 26

Geografische verschillen 26

13.1.2. classificatie 27

13.1.3. Behandeling 27

13.2. Epifysiolysis capitis femoris (coxa vara adolescentia) 27



13.2.1. Behandeling 27

13.3. Morbus Perthes (a-septische juveniele osteochodromatosis) 28

13.4. Pyogene Artritis 29

13.5. Osteoartritis 29



14. Orthopedische aandoeningen v.h. knie gewricht 31

14.1. M. Osgood-Schlatter (a-septische juveniele osteochodromatosis) 31

14.2. Habituele luxatie v.d. patella 32

14.3. Chondropathie v.d. patella 32

14.4. Osteo chondritis dissecans 32

14.5. Gonartrose 33

14.6. BURSITIS INFRAPATELLARIS PROFUNDA 33

14.7. BAKER- CYSTE ( kniekuil cyste) 33



15. AANDOENINGEN VAN DE VOET 35

15.1. Pes planus 35

15.2. Pes cavus (holvoet) 35

15.3. Pes Equinovarus (klompvoet) 36

15.4. Hallux Valgus 36

15.5. Metatarsus adductus/varus 37

15.6. Metatarsus adductus (milde vorm) 37

15.7. Metatarsus varus 37

15.8. Hallux Rigidus 37

15.9. Meta Tarsalgie 38

15.10. Sesamoïditis 38

15.11. Digitus Quintus varus supraductus (geen pathologie) 38

15.12. Klauwteen 38

15.13. hamerteen 39

15.14. M. köhler 1 39

15.15. Mars fractuur 39

15.16. Archillodynie 39

15.17 Anterieur Talo Tibiaal Syndroom 39

15.18 Archillespees/spierscheur 39




1. Infectie

“Invasie van het lichaam door micro-organismen”


Micro-organismen verschillen enorm in groei verschijnselen, zij hebben meer of minder behoefte aan:




  • CO²

  • pH

  • temp

  • levende cellen

Al dit soort factoren bepalen de plaats van de infectie




1.1. Bacteriën

Anaeroob/aeroob


Oa bacillen en cocci

vb. diplococci/streptococci/stafylococci


Bacteriën kleuren o.i.v. een GRAM kleuring wel of niet aan:


  • gram+ (kleurt aan, reageert op penicilline)

  • gram -( kleurt niet aan)



  • Sommige bacteriën hebben capsule of slijmlaag (extra bescherming)

  • Sommige kunnen bewegen (autonoom oiv flagellae)

  • Sommige kunnen sporen vormen (soort jas) die extra bescherming biedt.

  • Prokaryoot (geen nucleair membraan)


1.2. Virussen


Obligaat intra cellulair parasiet (heeft levende cel nodig voor reproductie)


Gaat meestal uit van DNA of RNA wat zich in humaan DNA laat inbouwen. Vervolgens is het afhankelijk van gastheer processen om omgezet te worden naar nieuwe virus deeltjes.

Wanneer virus deel extracellulair is heet het een virion


Bestaan meestal uit:

  • jas (coat)

  • capside

  • kern (DNA/RNA)

Latent virus, duurt lang voor activatie


Neiging tot muteren, moeilijk te behandelen (geen metabole structuren)
Ook in staat tot tumor genese.


1.3. Normale flora

Commensale flora, normaal niet pathogeen


pathogeen wanneer:


  • letsel in weefsel

  • ander orgaan

In sommige weefsels (longen, blaas en maag oa) zijn geen commensalen aanwezig ( in principe dus steriel)



1.4. Principes van infectie

Individueel:



  • epidemiën

  • pandemiën

gebied


  • endemisch

1.5. Transmissie




1.5.1. reservoir (bron van infectie)





  • persoon

  • dier

  • water

  • eten

  • aarde

  • materiaal

(laatste drie voorbeelden van een “inanimate object”, fomite)



1.5.2. direct/indirect





  • vector born (dieren vormen een intermediair)

  • nosocomiaal (medisch verworven)


1.6. Toxinen





  • exotoxinen: geproduceerd door gram + bacteriën (lichaamsvloeistoffen)

  • endotoxinen: komen vrij na het ten gronde gaan van gram -


1.7. Controle van transmissie




1.7.1. desinfectans


(vernietigen micro-organismen op inanimate objects)

1.7.2. antiseptics


(opgebracht op de huid, verminderen hoeveelheid organismen in gebied)

1.7.3. sterilisatie


(vernietigen micro-organismen)

1.8. Ontwikkeling van infectie

* incubatie periode

tijd tussen binnenkomst lichaam en klinische verschijnselen
* prodromale periode

periode voor klinische verschijnselen


* acute periode

absolute ziekte verschijnselen


gevolgd door:

* overwinning immuunsysteem

* chronische ziekte

* overwinning micro org. (bacteriaemie, sepsis)




1.9. Gastheer weerstand

soms determinerende factor van ontsteking


factoren van invloed:


  • ouderdom

  • immunodeficiëntie

  • malnutritie

  • chronische ziekten

  • effectieve immuunreactie


1.9.1. Pathogeniteit

Balans gastheersysteem/mogelijkheden micro-organisme


(Virulentie: “the power to cause disease”)

1.10. Diagnostiek

* kweek/stain


* behandeling: bactericide/bacteriostatisch/breed spectrum
* antiviraal
* werking AB

  • interference met bacteriële celwand

  • verhoging membraan permeabiliteit

  • interference met eiwit synthese en reproductie

  • interference met synthese van essenti¨le metabolieten

werking antiviraal






  • verminderen virus reproductie maar dood virus niet

2. Reumatoide Artritis
Systemische aandoening, waarbij polyartritis het belangrijkste kenmerk is.
Diagnose is gebaseerd op een aantal criteria:


  • ochtendstijfheid van tenminste 1 uur;

  • artritis in ten minste drie gewrichten (of gewrichtsgroepen)

  • artritis van de handgewrichten (vanaf pols)

  • symmetrische artritis

  • reuma noduli (knobbels)

  • röntgenologische afwijkingen

  • positieve reumafactor in bloed. (antistoffen)

Diagnose reuma wanneer 4 van bovengenoemde criteria aanwezig zijn.





2.1. Etiologie

Een onbekende factor is verantwoordelijk voor het begin van een auto-immuun proces dat zich in eerste instantie afspeelt in het synovium van gewrichten en pezen.


Het immuun globuline G (IgG) wordt antigeen en geeft aanleiding tot de vorming van immuun globulinen of reumafactoren.
A.g.v. deze reactie ontstaan immuuncomplexen die worden gefagocyteerd. Bij die fagocytose komen proteolytische enzymen vrij die een belangrijke destructieve werking op het kraakbeen uitoefenen.
Er treden zwelling en hypertrofie van het synovium op. Het kraakbeen wordt vanaf de randen door granulatieweefsel (pannus) vervangen en er ontstaat lokale destructie van bot, boterosie.
Chemokines vrijgekomen uit de ontstekings cellen activeren osteoclasten, waardoor het synovium het vrijgekomen bot penetreert:
-juxta artic.erosies

-subchondrale kysten

-osteoporosis



combinatie van kraakbeenverwoesting, pannus en synoviale zwelling leidt tot:


  • dislokaties

  • Fibrose

  • Contractuur vorming

  • Subluxaties

Met name het blijven groeien van de pannus resulteert in verloop van tijd in ankylosering.




2.2. Pathogenese.

Vier belangrijke factoren zijn in wisselende mate van sterkte aanwezig:


-genetische ontvankelijkheid

-primair exogeen artritogeen

-Autoimmuun reactie in syn. membr.

-chemokines.




2.3. Klinische verschijnselen

Symmetrisch optreden van polyartritis

(m.n. van proximale interfalangeale, metacarpofalangeale en metatarsofalangeale gewrichten)

A.g.v. progressieve synoviitis verweken de peri articulaire ligamenten, en door verlies van kraakbeen en cyste vorming in het bot door pannus vorming kan ossale collaps optreden. Gevolg is :




  • toenemende (sub) luxatie stand

  • zichtbaar afwijkende stand.

Bij verdere progressie, wordt kraakbeen volledig verwoest en ontstaat een pijnlijk instabiel gewricht.


Zeer vervelende invadiliteit.

De volgende stoornissen zijn belangrijke aangrijpingspunten voor de fysiotherapeutische behandeling:


*pijn

*verminderde belastbaarheid

*verminderde mobiliteit

*verminderde spierkracht

*verminderd algemeen aëroob uithoudingsvermogen

*verminderde stabiliteit

*verhoogde gewrichts temperatuur





2.3.1. Pijn

op basis van:


-ontstekings proces;

-verhoogde sensitizatie




2.3.2. Verminderde belastbaarheid

kan zijn:

-lokale belastbaarheid

-algemene belastbaarheid




2.3.3. Verminderde mobiliteit

Bij patiënten met RA, is de R.O.M. vaak verminderd in meerdere gewrichten, door m.n. de gewrichtsontsteking, de gewrichtsdestructie, maar ook door inactiviteit en door veranderingen van de spieren rondom de gewrichten




2.3.4. Verminderde spierkracht

Het atrofieëringsproces het sterkst in de snellere type 2 vezels, en treft de langzamere type 1 minder.



2.3.5. Verminderde stabiliteit

A.g.v biomechanische veranderingen van gewrichten




2.3.6. Verhoogde gewrichtstemperatuur

In synovia bevinden zich a.g.v. R.A. destructieve (proteolytische) enzymen. Bij temperaturen onder de 30c zijn deze enzymen nagenoeg inactief. Bij ontstekings reacties (temp 35c of hoger) treden zij in werking. aantasting van collageen houdende weefsels (huid, pezen, ligamenten, gewrichtskraakbeen en synoviaal weefsel)


2.4. behandeldoel



verminderen van beperkingen a.g.v. R.A.
Daarnaast:
leefstijladviezen: vermijd overmatige inspanning;

Neem voldoende rustpauzes;

Wissel regelmatig van houding;

Gewrichts bescherming*


*voorkomen van pijn en beschadiging van gewrichten en omliggende structuren.

Verschil Reumatoide Arthritis en
Artrose Deformans

Reumatoide Artritis

Arthrose Deformans





  • Omvat 3 of meerdere gewrichten

  • Altijd dubbelzijdig

  • Pijn in rust

  • Ochtend stijfheid (langer dan een uur)

  • Alle leeftijden (30+)

  • Klassieke ontstekingsverschijnselen

Op röntgenfoto

  • Gewrichtsspleet versmalling

  • Subchondrale osteoporose

  • Erosies naast het gewricht




  • 1 gewricht

  • In principe enkelzijdig

  • Pijn na belasting

  • Ochtend stijfheid (duurt slechts enkele minuten)

  • Ontstaat na zware arbeid/ trauma/ overbelasting

  • Pas op oudere leeftijd (50+)

Op röntgenfoto

  • Gewrichtsspleet versmalling

  • Osteofyten

  • Subchondrale sclerose







3. Fibromyalgie

Een vorm van reuma waarbij er verschillende klachten voorkomen zoals :


*pijn

*stijfheid

*vermoeidheid

*stemmings wisselingen


Pijn komt voornamelijk voor in de spieren, het bindweefsel en rondom de gewrichten. Zonder dat er een duidelijke oorzaak is te vinden blijven de klachten bestaan.
Ziekte komt meestal tot uiting tussen 25 en 40 jaar, voornamelijk vrouwen.

Vaste afspraken ter diagnostiek:


*chronische pijn en/of stijfheid, op drie of meer plekken in het lichaam, zowel boven als onder de taille, zowel links als rechts.
*aanwezigheid van pijnpunten (tender points) op afgesproken plekken.

(ten minste7 aanwezig)


Wat verder opvallend is dat deze mensen vaak slecht slapen, continue moe zijn


Verder mogelijk aanwezig zijn:
-onverklaarbare hoofdpijn

-veel plassen

-abdominale klachten

-vaak nogal angstig

-komen depressief over (kip of ei ?)


3.1. Klinische verschijnselen





  • dyscongruentie tussen symptomen, stoornis en objectief meetbare parameters

  • geen objectieve synoviitis of neurologische afw.

  • multipele hyperalgetische tender points (verhoogde pijn gewaarwording)

  • negatieve onderzoeksresultaten op gebied van ontstekingen, metabole of structurele problemen

  • vaak niet in staat tot werkzaamheden (binnen of buitenshuis)


3.2. Vermoeidheid

Vermoeidheid is een zeer belangrijk schakel in het tot stand komen en het in stand houden van de klachten.

De ziekte vertoont een regulier pijnsyndroom, veel slaapverstoringen (vooral in de restoratieve slaap), er is sprake van een niet sufficiente (diepe) non REM
Er is sprake van een functionele stoornis (er is dus een rede voor de klacht), er wordt geklaagd over moeheid en de pijn is veelal gelokaliseerd in de tractus locomotorius, er is sprake van conversie (een intern conflict), vaak ligt angst of een life event aan de ziekte ten grondslag.
De behandeling van de ziekte richt zich niet meer op de pijn maar meer op de belasting
4. Jicht
Jicht is een gewrichtsontsteking die ontstaat doordat bepaalde lichaamsprocessen uit balans worden gebracht waardoor er een ophoping van urinezuur ontstaat. De ontsteking gaat niet gepaard met pus
Urine zuur (uraat) veroorzaakt kristallen van urinezuur in de gewrichten. Rond deze kristallen vormt zich in het kapsel een infiltraat van lymfocyten en plasmacellen (zoals bij reuma). Ontstaan van necrotische haarden met kalk afzetting.
Als gevolg hiervan ontstaan jicht aanvallen, die gepaard gaan met hevige pijn.

4.1. Klinische verschijnselen





  • heftige pijn

  • onmogelijkheid van belasten (zeker in geval van grote teen )

  • rode huid , soms met blaren erop.

  • Als voorkeursplekken elleboog en grote teen

  • Er kan een tophi ontstaan (bobbels op gewrichten) door het aantrekken van vocht door een verhoogd eiwitgehalte

  • Er kan calcificatie optreden

DD Alleen infectie kan soortgelijke klachten veroorzaken.


Natuurlijk beloop:

Laat je het met rust (vrijwel altijd onmogelijk) gaat het in de loop van weken over.



4.2. Diagnose

Extractie van synoviale vloeistof, gecheckt op aanwezigheid van uraat kristallen



4.3. Behandeling

*Toedienen NSAID´s werkt vrijwel altijd (anders corticosteroïden injectie) voor de


korte termijn
*Er is een aantal voedingsmiddelen waarvan matig gebruik aanbevolen wordt bij jicht.
Dieet - Producten met een hoog purine gehalte niet eten. (ansjovis, bier, bouilion,
haring, hart, hersenen, jus, lever, mosselen, niertjes en wijn)
NOOT
Wordt geassocieerd met hypertensie en hartziekten.

Vaak wat dikkere oudere mannen.



4.4. Hyperuricaemie

Bij normale nier functie en afwezigheid van medicijnen die de nier functie beinvloeden, hangt de spiegel van urinezuur in het bloed hoofdzakelijk af van de eiwit stofwisseling (katabool) en de opname van buiten af (zie jicht).



4.4.1. Klachten

leid meestal tot jicht, maar kan ook andere klachten veroorzaken (m.n. nieren)

Meestal overigens leid nierfalen tot hyperuricaemie.


4.5. Pseudojicht en Ca²+ pyrofosfaat neerslag


Pseudo jicht is een acute aanval van inflammatoire artritis. Het gewrichtskraakbeen formeert pyrofosfaatkristallen waardoor de ontsteking ontstaat. Dit is een Pyogene ontsteking (met pus).


Chondrocalcinose (radiologische calcificatie van gewrichtskraakbeen) is nodig voor het kunnen stellen van de diagnose.

4.5.1. Klachten

*gewrichtspijn (niet zo erg als bij jicht)

*minder acuut dan jicht

*mogelijke systeem klachten (koorts en malaise)



4.5.2. Behandeling

Goede pijn medicatie.



5. Spondylitis ankylopoïetica (Ziekte van Bechterew)

Primaire pathologische proces is een ontsteking t.p.v. de enthesen (plaatsen waar ligamenten aan bot zijn bevestigd).


Deze enthesis gaat gepaard met erosie van bot ter plaatse, en wordt later gevolgd door een genezingsproces, waarbij bot gevormd wordt dat zich ook uitbreidt in de ligamenten (syndesmofyten )
In wervelkolom begint dit proces m.n. aan voor en zijkant van de annulus fibrosis en het W.L.
Syndesmofyten groeien langs de annulus naar elkaar toe en vergroeien met elkaar. Ankylosering is zo geschied. (bamboo spine)
Karakteristiek is de dubbelzijdige sacro-iliitis (vanuit het synoviale deel van het gewricht) Ook hier treedt ankylosering op.

5.1. Klinisch





  • 3-5 keer vaker bij mannen dan vrouwen

  • eerste symptomen rond 20e , zelden ouder dan 45e

  • begin is sluipend, langdurige episoden met rugpijn, ochtendstijfheid

  • vooral wanneer tevens uveitis, ziekte van Reiter, psoriasis, M. Crohn of reactieve artritis voorkomt, denk dan aan M. Bechterew

  • erfelijk belast



5.2. Diagnose


  • sacro-iliitis, in combinatie met

  • verhoogde BSE

  • HLA-B27 weefsel typering

  • ankylosering (sterk)

  • a – specifieke ontsteking



5.3. Fysiotherapeutisch





  • geleidelijk optredende beperkingen in flexie op lumbaal nivo, in de rotatie mogelijkheden op thoracolumbaal nivo en rotatie mogelijkheden op cervicaal nivo

  • toenemende flexie dwangstand

  • pijn aanvallen in beide bovenbenen

5.4. Behandeling



Contra indicatie: rust en immobilisatie
wel: * actieve oefentherapie

* stevig bed en matras, regelmatig op buik liggen

* mobiliseren

* langdurige behandeling

Extra
Bij de ziekte twijfelt het immuunapparaat over de stof die het in het lichaam tegenkomt of het wel een lichaamseigen stof is. Het betreft hier het HLA B27 (human leucocyt antigen)

Herkenning vindt plaats op basis van MHC(major histo compatability). We kennen er 2 namelijk: I = lichaams eigen


II = lichaams vreemd

Het immuunapparaat pakt de cel niet altijd. Dit gebeurt meestal als het in staat van paraatheid is. Het wordt dus gekenmerkt door exacerbatie(fluctueren van de ziekte)


Na een ontsteking komt er meer weefsel terug, echter geen bindweefsel maar botweefsel. De bindweefsel constructies tussen de wervels verbenen en er ontstaat een spondolydese. De ruimtes tussen de wervels vergroeien.

Dit proces kan ook bij de achillespees voorkomen(Achillodynie)



6. Juveniele Reuma
Chronisch a-specifieke poly artritis
onbekende oorzaak, maar zoals bij RA een ontsporing i.h. immunologische afweer systeem.
Zeer uiteenlopende criteria; in feite kan iedere vorm v chronisch, aspecifieke poly-artritis die zich manifesteert voor het 16e jaar aangeduid worden als:

6.1. Klinisch

kleuterjaren of puberteit




  • aanvankelijk kan er sprake zijn van een aandoening van een gewricht (pijn, zwelling en bewegingsbeperking )

  • Op den duur ook andere gewrichten.

  • extra-articulaire symptomen:

*koorts, lymfadenopathie, huiduitslag

*exacerbatie en remissies


complicatie:
hartaandoeningen (pericarditis), hartkleppen stenoceren en functioneren niet meer

6.2. beloop

50% geneest restloos

50% krijgt destructieve gewrichtsveranderingen

(dit vaker wanneer ziekte later optreedt) Karakteristiek is benige ankylose.



6.3.1. Lab:

negatieve reumafactor (slechts 15%)

ophoping van plasma cellen en lymfocyten en ontstoken synoviaal weefsel. tevens verhoogde immuunglob´s.

6.3.2. Xray

progressieve gewrichtsspleet vernauwing, destructie v gewricht en benige ankylosering.




7. Polymyalgia Rheumatica




Oorzaak onbekend

Syndroom gekenmerkt door:



  • pijn in schouder en bekkengordel

  • ochtendstijfheid

  • bse verhoogt

  • goede reactie op lage dosis cc´s


7.1. klinisch

zelden voor 50e

vrouw: man, 3:1


  • doffe pijn tussen schouders/bekkengordel

  • uitstralend in armen/benen.

  • ochtendstijfheid a.g.v. pijn en immobiliteit

  • vaak ontstekingen van arteriën
    kenmerkt zich door reuscellen (aantal macrofagen die 1 cel formeren)

De doorsnede van de bloedbaan neemt af, er ontstaan ontstekingen met klassieke verschijnselen. Het kan overal voorkomen maar meeste in arterie Temporalis
Algemene versch.: *moeheid

*gebrek aan eetlust

*gewichtsverlies

*koorts


*hoofdpijn
Meestal bilateraal en symmetrisch



Belangrijkst bekende aandoening die gepaard gaat met verschijnselen van PR is reuscel arteriitis. Wanneer bij PR mensen zonder arteriitis biopt neemt heeft 30% afwijkingen horende bij reuscelarteriitis.


7.2. Behandeling

lage dosis cc´s.



8. Arteriitis

Ontsteking die vooral de arterie wand aantast. Reumatologisch belang van deze ziekte beelden is gelegen in het feit dat spierpijn en gewrichtspijn als voornaamste klacht kan optreden


REUSCEL ARTERIITIS
Ontstekingachtige aandoening die de bloedvaten afsluit
Wordt microscopisch gekarakteriseerd door specifieke histologische veranderingen, waaronder het voorkomen van multi-nucleaire reuscellen.
Meestal op opp. schedelvaten.

8.1. Klinisch

*oudere leeftijd(50 +)


Algemeen: *koorts, vermagering en malaise

craniaal: *hoofdpijn, diffuus gelokaliseerd in slaapstreek (kan zeer pijnlijk zijn.)


Art. temporalis kunnen zichtbaar of voelbaar verdikt zijn met roodheid en zwelling van omliggende huid


8.2. Complicatie

Aantasting van de oogarterie:



  • een of dubbelzijdige oogpijn

  • lichtschuwheid

  • wazig zien, verlies van gezichtsvermogen

  • plotseling optredende blindheid



PA: * ontsteking van kleine en middelgrote arteriën met vorming van reuscellen.

* alle lagen van arteriewand zijn betrokken

* de intima is verdikt en fibrotisch

* media is onderbroken.



9. Sclerodermie


Bindweefselprobleem

Een multi-systeem aandoening

Harde wasachtige verdikking van de huid

De aandoening treft nog verschillende andere weefsels en organen m.a.g. verschillende functie stoornissen.

Bindweefselmatrix neigt tot verdikking en oppervlakte verkleining

9.1 Klinisch





  • 30e -50e jaar

  • v : m 2:1

Gedurende lange tijd kunnen huidafwijkingen op de voorgrond staan, maar vroeg of laat ontwikkelen zich afwijkingen aan:



  • longen

  • hart

  • nieren

  • gewrichten

(fenomeen v Raynaud ontbreekt vrijwel nooit bij sclerodermie)


Huidveranderingen:
variërend van lichte induratie vd vingertop (sclerodactylie) tot uitgebreide afwijkingen over armen, benen + bovenste deel romp
verdikking & verharding van huid met typische wasachtige glad aspect

gewrichtsveranderingen:
Weke delen zwelling agv subacute synovitis te zamen met huidafwijkingen

-onderhuidse kalkneerslag

-verlies en verslapping van spierweefsel

9.2. PA

in alle aangetaste weefsels:



  • fibrose

  • homogenisatie van collageen

  • bloedvatsclerose

  • secundaire atrofie



9.3. Etiologie

onbekend


9.4. Behandeling

symptomen



10. Ziekte van Raynaud

Ontwikkeling van trofische veranderingen a.g.v. micro circulatoire schade en langdurige lokale ischaemie.


Vele reumatische aandoeningen zijn gerelateerd aan verminderde perifere doorbloeding.

Er is sprake van homogenisatie van de matrix m.a.g. oppervlakte verkleining

Er kan sprake zijn van Ulcerisatie en afsterven

10.1. Fenomeen v Raynaud

In periodes optredende veranderingen van vingers (soms tenen) als reactie op koude/stress:

fase 1 bleekheid (ischaemie)

fase 2 blauw (stase)

fase 3 rood (reactieve hyperaemie)
Hou rekening met:


  • type werk (outdoors)

  • proximale vaatocclusie

  • medicijnen

  • andere auto-immuun aandoeningen



Noot:

90% zijn v. (meestal onder 25)

5% ontwikkeld andere auto immuun ziekten

10.2. Behandeling

stoppen met roken, andere provocerende factoren opsporen en vermijden

intraveneuze vasodilatatie (prostacyclines)

11. Ziekte van Reiter

Seronegatieve artritis van onbekende oorzaak.

Het is een reactieve artritis (het gevolg van een andere ontsteking in het lichaam)
Vooral mannen tussen 30e en 40e en als gevolg van S.O.A.
Herhaalde aanvallen van polyartritis met voorkeur voor gewrichten van onderste ledematen, SI en WK
TRIAS:

Artritis - gewrichtsontsteking

Uretritis - plasbuis ontsteking

Conjuctivitis- ontsteking van oogwit


tevens HLA-B27 (membraankarakteristiek)
Artritis:

gewoonlijk acuut en polyarticulair


gewrichtsafwijkingen minder symmetrisch dan RA

gewrichtsvocht toont kenmerken van artritis:



  • troebel

  • hoog cel gehalte

  • geringe viscositeit

pees schede ontsteking komt veel voor (m.n. achilles pees en plantaire fascie)


15% recidiverings kans dan meer gelijkend op M. Bechterew.

11.1. X-ray afwijkingen

Erosieve afwijkingen kenmerkend:



  • verspreiding erosieve afwijkingen aan gewrichten

  • para-articulaire ipv subchondraal

  • periostale nieuwvorming

  • sacro-iliitis


12. Arthrosis Deformans (Artrose)

Alle weefsels zijn in wisselende mate onderhevig aan voortschrijdende degeneratieve veranderingen tijdens het ouder worden.



Type I = primair

Artrose is de aanduiding bij gewrichten

Type II = secundair (overbelasting, trauma,
slijtage)

12.1. Pathogenese

Zoals alle bindweefsels bestaat KB uit:



  • cellen (chondrocyten)

  • grondsubstantie (matrix)

  • vezels (collageen)

KB bevat geen bloedvaten


Gewrichtskraakbeen bestaat uit verschaffen van stevig samendrukbare stootkussens dat nauwelijks weerstand biedt aan bewegingen van gewrichten.
Het heeft weinig regeneratief vermogen.
1e aantoonbare laesie is zacht worden v KB oppervlak, dit leidt tot demaskering van oppervlakkige vezels. Er komen schilfers KB vrij in gewrichtsholte en worden gefagocyteerd door synoviale cellen (synoviitis)


Splijting van KB neemt toe (fibrillatie) , er treden dan ook veranderingen op in bot:
-botproliferatie met toenemende vascularisatie

-subchondrale bot wordt dikker (ter bewapening van toenemende belasting)

-osteofyt vorming
In loop van tijd : volledig verlies v normale gewrichtsstructuur + deformiteit

12.2. Etiologie

Enerzijds kwaliteit gewrichtskraakbeen anderzijds factoren die de belasting van het KB gedurende het leven bepalen.


Primaire Artrosis: waarbij degeneratie optreedt in schijnbaar normale gewrichten

Secundaire Artrosis: duidelijk aantoonbare afwijkingen in gewricht.


Verder:


  • genetische factoren (prim artr)

  • metabole fact

  • endocriene f

  • gewrichts ontst f

  • anatom afw

  • trauma


12.3. Xray





  • vernauwing gewrichts spleet

  • osteofyt vorming

  • subchondrale sclerose

  • kyste vorming (ronde ophelderingen ih para-articulaire bot)

  • gewrichts misvormingen


12.3.1. lab





  • BSE normaal

  • geen reumafactoren

  • geen leucocytose


13. Orthopedische aandoeningen van de heup

13.1. Heupdysplasie

van alle aangeboren (congenitale) afwijkingen verreweg het meest voorkomend.


Belang van vroegtijdige herkenning ==> directe behandeling ==> grote slagingskans.

13.1.1. Oorzaak:

a) slecht ontwikkeld heup gewricht (dysplastisch)

b) vorm en functie beïnvloeden elkaar wederkerig


Geografische verschillen

Indianen stammen: zuigelingen met gestrekte beentjes en geadduceerd op plank binden en vervoeren (tikonagan)- hoog % heupdysplasie

Afrika: Gespreide beentjes op rug bij moeder -> laag %
conclusie
biomechanica en houding spelen dus ook belangrijke rol:


  1. anteversie collum femoris (hoek v collum m frontale vlak)

  2. anteversie acetabulum (hoek v acetabulum m sagitale vlak)

  3. spierkracht M.Psoas en adductoren

Derde factor aanwezig:


geslachtshormonen, want  geslachtsratio v:m =4:1
Bij baby’s wordt de test van Ortolami gedaan – twee voeten bij de enkel vastgepakt en een soort zwemslag maken. Na het horen van een klik in de heup zal er relatief beenlengte verschil zichtbaar zijn.

Been kan niet meer verder naar buiten(abductie beperking)

Kenmerkend voor de dysplasie is een extra bilplooi.
Op latere leeftijd (30 – 50 jaar) ontstaat Artrosis Deformans.

13.1.2. classificatie





  1. primair dysplastisch

acetabulum reeds bij geboorte dysplastisch (primaire ontwikkelingsstoornis acetabulum) is dus slecht aangelegd

Leidt tot luxatie(s)



  1. secundair dysplastisch

Pathologische biomechanische verhoudingen, gewrichtskapsel te zwak, gewricht instabiel, omgevingsomstandigheden spelen een rol
Indeling in gradaties:

relatie femurkop + acetabulum maatgevend, doch op deze leeftijd niet röntgenologisch aantoonbaar.

Afgeplatte femurkop

Afgeplat acetabulum

Hoek van femurkop te veel naar anteversie

13.1.3. Behandeling

3 maanden abductie beugel (dag en nacht)



13.2. Epifysiolysis capitis femoris (coxa vara adolescentia)



PA afglijding van de heupkop op niveau epifysaire schijf. Kop glijdt in mediale richting en naar achter t.o.v. dijbeenhals.
Noot. Bij helft patiënten endocriene of metabole stoornis met adipositas en het verlaat optreden van de puberteit (Fat Boy of Charles Dickens), vooral bij jongens
Klinisch beperkte bewegingen :

-flexie


-abductie

-endorotatie


Toegenomen bewegingen:

-adductie

-exorotatie
Noot. klagen vaak over pijn in de knie (referred)

13.2.1. Behandeling

osteosynthese




13.3. Morbus Perthes (a-septische juveniele osteochodromatosis)



oorzaak onbekend (mogelijk verminderde doorbloeding heupkop)
prevalentie 5e -10e jaar, in die periode wordt vrijwel uitsluitend via periostale en synoviale vaten het bloed toegevoerd.
Belasting is omgekeerd evenredig aan het herstel

PA avasculaire botnecrose
1e afwijking: lichte afplatting & sclerose heupkop
later: fragmentatie en toenemende afplatting van dijbeenhoofd.

Regeneratie: blijvende deformiteit kan optreden wanneer heup tijdens ziekte aan mechanische belasting is blootgesteld. (heup dus niet wel belasten)





Klinische verschijnselen


  • geen alg. ziekteverschijnselen

  • kind loopt mank en heeft pijn

  • diagnose gemakkelijk gemist

  • heup klachten komen veel voor bij kinderen, deze klachten echter houden lang aan.

  • A-specifieke klachten, pijnplek is moeilijk aan te geven



Behandeling


  1. tractie (bedrust)




  1. ontlastend (krukken, been ontlasten)




  1. operatief (variserende osteotomie, heupkop beter in contact zetten met acetabulum)

Noot: voorkom deformatie, anders coxartrose later !!





13.4. Pyogene Artritis

(pusvormend) Ontstaat vaak vanuit een andere ontsteking. Ergens op het lichaam zit een wond (porte d’entree) waar de bacterie is binnen gekomen


meestal kinderen < 2e jaar
Micro-organisme bereikt het gewricht:
-direct (hematogeen vanuit distant focus)
-locale uitbreiding (osteomyelitis)
Gewrichtsdestructie treedt op (proteolytische enzymen) wanneer niet ingegrepen wordt.
Klinische verschijnselen
kindje is ziek en heeft pijn, hoe jonger hoe moeilijker te achterhalen waar. Houdt beentje stil, en mag niet aangeraakt worden.(bewegingsarmoede)
Diagnose
pusaspiratie en ultrageluid, bioptie
Behandeling
antibiotica

heuptractie




13.5. Osteoartritis

meestal a.g.v. - congenitale subluxaties



  • M perthes

  • acetabulum deformiteiten

  • ongevallen/trauma´s

  • lokale overbelasting

  • na langdurige artrose

Bij ouderen a.g.v. - reuma



  • avasc. kopnecrose

Wanneer onderliggende oorzaak niet wordt gevonden:

PRIMAIRE OSTEOARTRITIS

PA

gewrichtskraakbeen aangetast en onderliggende bot vertoont kysten en sclerose. Verder synoviale hypertrofie en kapsulaire fibrose.



Kl. Vers

liespijn, maar meestal kniepijn


X-ray

verminderde gewrichtsspleet, subarticulaire sclerose, kysten en osteofyten


Behandeling

-pijnstillers/NSAID´s

-realignment osteotomie

-total hip replacement


Een goede houding is belangrijk om dit tegen te gaan



14. Orthopedische aandoeningen v.h. knie gewricht



Genua vara (o-benen)
bij alle pasgeborenen aanwezig, verdwijnt na circa 6 maanden
combinatie van femorale exorotatie, varus en endotorsie in de tibia
persisteren v.d. foetale intra-uteriene houding
hersteld spontaan, mogelijk correctie van m.n. zithouding (bij puberteit verdwenen, anders pathol. deform.)
Genua valga (x-benen)

normaal (fysiologisch) tussen 2e en ±5e jaar. Correctie vindt plaats door mechanische invloed van musculatuur.


Bestaat deze nog bij± 10e jaar = pathologisch

Chirurgie: groeiremming aan mediale zijde v epifysaire schijf. wanneer al uitgegroeid correctie osteotomie


Deze aandoeningen vragen veelal om stabiliteitstraining


14.1. M. Osgood-Schlatter (a-septische juveniele osteochodromatosis)

aandoening van tuberositas tibiae, waar lig. patellae aanhecht aan tibia(mechanisch irritatie syndroom)


10-15e jaar beginnen klachten uitlopend tot 21 jaar
pijn is zeer circumscript, gelokaliseerd op de aanhechtingsplek en houdt verband met activiteiten waarbij de benen worden belast. Rust =verdwijnen klachten.
Pijn is gevolg van mechanische irritatie t.p.v. aanhechting (mechanisch irritatie syndroom met verbenings stoornis) dus pijn vooral bij belasting
Klachten verdwijnen spontaan op iets oudere leeftijd (±17jr) daar het een aanpassing is van de spieren aan de (te) snelle groei

Vaak osteofyten op tuberositas Tibiae

Rust is wenselijk maar anders bewegen op geleide van pijn
D.D.: bursitis prepatellaris

14.2. Habituele luxatie v.d. patella

Patella-femorale sporing gestoord door dysplasie en slapte band-kapsel apparaat en genu valga.


Patella luxeert spontaan of o.i.v. trauma naar lateraal.
Zeer pijnlijk en wordt gevolgd door hydrops of hemarthros.
Pl340


14.3. Chondropathie v.d. patella

alle leeftijden

Ontstaat veelal door het niet goed functioneren als gevolg van instabiliteit.
De diepte van de groeve van de patella neemt af, als de musculatuur niet sterk genoeg is ontstaat er een disbalans, de vorm en functie van de verschillende onderdelen zijn bepalend
pijn rondom af achter de knie schijf, vooral bij belasting in gebogen stand. Langdurig zitten met gebogen knieën is onmogelijk (theaterknie)

Meestal verdwijnen klachten spontaan, anders versterking bovenbeenspieren




14.4. Osteo chondritis dissecans

aseptische necrose van klein deel van subchondrale bot van mediale femurcondyl


oorzaak is circulatie stoornis(vascularisatie) met onbekende genese in subchondrale bot.
Necrotisch bot demarqueert en raakt los van aangrenzende bot, maar niet van begrenzende kraakbeen. Gewrichtskraakbeen wordt gevoed door synoviale vloeistof en is derhalve onafhankelijk.
Door resorptie rond necr. fragment ontstaat ruimte, een holte. Kraakbeen wordt naar binnen geduwd, scheurt af, en gaat zwerven = corpus librum


Mate van herstel is afhankelijk van grootte van defect, het gewezen defect zal vrijwel altijd aanleiding geven tot een vervroegde arthrosis deformans
De patiënt met osteochondritis dissecans klaagt in het begin over pijn bij het lopen later ook over blokkeren van het gewricht en tenslotte voelt hij de vrij rondzwervende muis.

Bij groeiende kinderen zijn een periode van zes weken immobilistatie in een gipskoker en ontlasting van het been met behulp van krukken vaak voldoende voor revascularisatie van het necrotische fragment, en dus voor genezing.


Differentiatie van een meniscus – hier gaat meestal een trauma aan vooraf

14.5. Gonartrose

Primaire artrose


Secundaire artrose- invloeden van buitenaf die op het kraakbeen inwerken zoals copora libera
- startstijfheid - veelal bij oudere mensen

- startpijn - slechts 1 gewricht

- hydrops - kan ontstaan door overgewicht/ overbelasting/ trauma

- krepitaties - pijn na belasting

- kapsulair patroon
- complicaties
- slotverschijnselen door corpora libera

- op langere termijn ontstaat er soms misvorming van het gewricht


Op X-ray is te zien – versmalling van de gewrichtsspleet, subchondrale sclerose, osteofyten,
erosie of kyst

14.6. BURSITIS INFRAPATELLARIS PROFUNDA

Ontstaat gewoonlijk ten gevolge van chronische mechanische irritatie, zoals knielen (nonnenknie)


- Pijn aan de voorzijde van de knie, vooral bij druk.

  • Drukpijn juist distaal van de patella

  • Zwelling door overbelasting

*NB – niet te verwarren met ontsteking van de aanhechting van de kniepees op de patella




14.7. BAKER- CYSTE ( kniekuil cyste)

Aan de mediale achterzijde van de knie bevinden zich wel 6 bursae. Deze en andere bursae kunnen communiceren met elkaar en met het kniegewricht (= baker- cyste).


De cyste kan bij een hydrops van het kniegewricht vollopen en geeft dan aanleiding tot klachten.
- Pijn en strak gevoel in de knieholte, doortrekkend naar de kuit

- Bij palpatie van de knieholte is een ronde elastische zwelling voelbaar. Een aantal slijmbeurzen zijn met elkaar verbonden, als er 1 is ontstoken kan deze de andere aansteken. Het vocht zal gaan zoeken naar een plaats waar de minste druk is, dus de achterkant van de knie in de knieholte

- Rust doet de klachten meestal geleidelijk verdwijnen.

15. AANDOENINGEN VAN DE VOET

15.1. Pes planus

Veel voorkomend probleem bij jonge kinderen


Vorm en uiterlijk van voet veranderd met leeftijd

(Platvoet bij jong kind dat pas begint met lopen is normaal)


Bij kinderen tussen 4-8e jaar a.g.v. laxiteit (denk ook aan genua valga en coxa vara)
platvoeten meestal asymptomatisch tot ± puberteit, daarna mogelijk symptomen
behandeling

Lange tijd niets

wachten tot laxiteit zichzelf corrigeert, soms echter kosmetisch niet verantwoord, dan bv tapen en gipsimmobiliseren, spierkracht verbeteren en stabilitietstraining.
Operatie (banden verkorten)

15.2. Pes cavus (holvoet)

-> verhoging lengte gewelf voet, hierdoor veel druk op voorvoet met als gevolg pijn


vooral in 2e en 3e straal

oorzaak

  • neuromusculair

  • congenitaal

  • idiopatisch

  • diversen (trauma/infectie/verbranding)

- looppatroon is belangrijk

indeling

Eenvoudige pes cavus

Plantair flexie voorvoet is symmetrisch (op tenen staan).
Pes cavovarus

alleen mediale deel voorvoet in plantair flexie (mn os metatarsale 1) Vanwege pijn, aanpassing stand van de voorvoet. Wanneer niet ingegrepen wordt, irreversibele varusstand..


Hoe test je irreversibiliteit:

blok test: blok onder hiel, wanneer tenen zich uitspreiden en cavusstand zich opheft -reversibel anders niet.


Behandeling

fysio/chirurgie




15.3. Pes Equinovarus (klompvoet)

50% bilateraal, veelal aangeboren


Deformatie van de voet in: - varus

- Equinus (inversie hiel + adductie &varus


voorvoet

- adductie


Mediale rand van voet is concaaf, plantaire zijde naar boven georiënteerd. Laterale voetrand is convex, naar beneden gericht. Aangetaste voet kleiner dan normaal.
Behandeling

vroeg beginnen, doel is plantigrade, goed functionerende pijnloze voet te verkrijgen, zodat normale schoen aankan.


Niet chirurgisch:

  • manipulaties/gips

  • stretching alleen bij lichte vorm

  • taping

  • fysiotherapie

chirurgisch:

  • vrijmaken weke delen

  • peestransposities

  • botoperaties


15.4. Hallux Valgus

Vervorming van de voet, gekarakteriseerd door drie essentiële factoren:




  • valgusstand 1e teen thv metatarsofalangeale gewricht

  • mediaal uitsteken vd kop vh os metatarsale 1

  • varus stand van het os metatarsale 1


Etiologie

  • metatarsus primus varus (os metatarsale 1 is excessief geadduceerd)

  • bestaan lichte platvoet (spierzwakte)


Biomechanica

Door wrijving zal inflammatie vd bursa aan de mediale zijde van metatarsale kop ontstaan, bursa verdikt en vormt een “bunion” Metatarsofalangeale gewricht subluxeerd


Behandeling

tapen, fysio, chirurgie(weinig hoop op verbetering) en schoeiselveranderingen


15.5. Metatarsus adductus/varus

-vaak door elkaar gebruikt.



15.6. Metatarsus adductus (milde vorm)

Zeer frequente afwijking van de voet bij jonge kinderen (agv intra uteriene positie). Vaak spontane correctie. (kinderen slapen op hun buik, voeten naar binnen gedraaid= correctie moeilijker)


Typische C configuratie van voet ipv V configuratie
behandeling

fysiotherapie,taping, gips




15.7. Metatarsus varus

minder vaak

adductie +supinatie van voorvoet agv subluxatie van tarsometatarsale gewrichten. Ernstiger
behandeling
fysio,taping, chirurgie


15.8. Hallux Rigidus

Aandoening is van degeneratieve aard (meestal volwassen leeftijd, vaak bilateraal)


Progressieve verstijving vh eerste metatarsofalangeale gewricht.
Oorzaak:

herhaald microtraumata

dorsale osteofyt t.g.v. artrotische degeneratie vh gewricht.

Slecht schoeisel



15.9. Meta Tarsalgie

“Pijnlijke voorvoet”


meestal insuff. dwarsgewelf/doorgezakte voorvoet
oorzaak

overdruk op metatarsale koppen door dragen van hoge hakken




15.10. Sesamoïditis

irritatie van de sesam beentjes (acuut-chronisch)


acuut: posttraumatisch (sprong van grote hoogte)

chronisch: herhaald microtraumata – foutief looppatroon vaak in combinatie met pes


cavus
symptomen

gelokaliseerde pijn onder metatarsale kop.


Behandeling

opheffen steun thv sesambeentjes +beperken dorsale flexie vh metatarsofal gewricht. Eventueel loopgips




15.11. Digitus Quintus varus supraductus (geen pathologie)

aangeboren afwijking waarbij 5e teen uitgesproken adductie vertoont en boven de 4e teen komt te liggen.




15.12. Klauwteen

flexie v interfal. gewrichten en hyperextensie vh metatarsofalangeale gewricht


symptomen

pijn, meestal bilateraal, progressief irreversibel


behandeling

fysio, artrodese




15.13. hamerteen

prox. gewricht in flexie, distale gewricht en metatarsofalangeale gewricht staan in extensie.


Meestal 2e teen gepaard gaande met ontstekingsverschijnselen
behandeling

fysio, schoen, chirurgie(artrodese)




15.14. M. köhler 1

aseptische(a-vasculaire) botnecrose vh os naviculare meestal optredend bij kinderen tussen 3e en 8e jaar




15.15. Mars fractuur

stress fractuur, gelokaliseerd meestal in hals van os metatarsale 2 en 3. Overbelasting.


Sympt

wisselende heftige pijn in voet tijdens belasting.


Na weken te diagnostiseren op X-ray (callus)


15.16. Archillodynie


ontsteking van de achillespees – zie ziekte van Bechterew en Reiter (HLA B27)

15.17 Anterieur Talo Tibiaal Syndroom




15.18 Archillespees/spierscheur


Traumatologie


Inversie

Fracturen

Kruisbandletsel

Kniebandletsel



Luxaties


Internationale Academie Fysiotherapie, Vincent Puite




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina