Klare taal over de dood



Dovnload 56.72 Kb.
Datum16.08.2016
Grootte56.72 Kb.
Klare taal over de dood

George Zeller, http://www.middletownbiblechurch.org/helpseek/death.htm

Alle Schriftaanhalingen komen uit de Statenvertaling (1977 of HSV)
Vertaling, plaatje en inlassen door M.V.

Haar zekerheid


Er zijn weinig dingen absoluut zeker in het leven, maar de dood is er één van. Je kan er beslist op rekenen!

[Noot 1: de Bijbel vermeldt wel enkele ongebruikelijke uitzonderingen op de zekerheid van de fysieke dood, zoals Henoch en Elia. We lezen ook van een hele generatie gelovigen die de fysieke dood niet zullen ervaren (1 Kor. 15:51-52), maar deze uitzonderingen bewijzen enkel de regel].

Iedereen heeft een geboortedatum en iedereen zal een sterfdatum hebben. Het ontelbare aantal begraafplaatsen om ons heen getuigt van dit onweerlegbare feit. Sommige van onze vrienden en geliefden zijn reeds overleden en anderen zullen volgen. Onze sterfdatum komt aanzetten - het enige wat hierbij onzeker is, is het tijdstip. We weten dat niemand van ons zijn 150ste verjaardag zal moeten vieren, en daar kunnen we heel zeker over zijn.

Op een bepaald kerkhof is er een grafsteen met deze woorden:



Pause, stranger, when you pass by,

As you are now—so once was I;

As I am now you soon shall be,

So prepare for death and follow me.

Haar schrikbarendheid


De dood is koning van de angst (Hebreeën 2:14-15). Er zijn veel fobieën die de mens in slavernij voeren, maar geen is groter dan de angst voor de dood. De gedachte aan de dood is zo onaangenaam dat wij constant proberen ze uit onze gedachten te bannen. Wij spoeden ons allen naar het graf, en wij zullen daar binnenkort zijn, maar we willen er niet over denken, en nog minder ons erop voorbereiden.

Haar onvermijdelijkheid


“Het is voor de mensen beschikt dat zij eenmaal moeten sterven” (Hebreeën 9:27). Wij maken een afspraak met de dokter of de tandarts, en wij kunnen ons soms niet houden aan die afspraak. Maar wij hebben allen een afspraak met de dood en deze afspraak ligt vast, zonder falen. De dokter geeft ons dikwijls een kaartje met daarop de volgende afspraak, maar met onze afspraak met de dood ligt dat anders: het tijdstip is onbekend. In sommige gevallen, zoals met een terminale ziekte, kan de persoon weten dat het tijdstip van zijn afspraak erg kortbij ligt, maar in andere gevallen is er geen waarschuwing. Op 11 september 2001 waren er duizenden aan het werk in de World Trade Center torens, zoals op andere dagen. Zij hadden zich niet kunnen inbeelden dat dit hun laatste dag op aarde zou worden. Hetzelfde kan gezegd worden over de slachtoffers van de Titanic, waarbij 1525 doden vielen. Voor sommigen kan de dood erg onverwacht komen.

Kan men zich erop voorbereiden?


Een van de dingen die we moeten doen is gewoon het onvermijdelijke onder ogen willen zien. Intellectueel weten we wel dat we zullen sterven, en als ons daarover iets wordt gevraagd zouden we snel antwoorden: “Uiteraard zal ik sterven. Dit gebeurt toch met iedereen!” Maar onze geest speelt spelletjes met ons, en vaker dan niet doen we alsof het ons niet zal overkomen. We negeren wat we intellectueel weten dat het waar is, want we willen niet geconfronteerd worden met de verschrikkelijke realiteit van de dood.

Wat gebeurt er met een persoon?


Wat zal er met mij precies gebeuren als ik sterf? Wanneer mensen sterven komen zij niet terug om ons te vertellen over hun ervaringen.

[Noot 2: bijna-dood ervaringen zijn gewoon wat ze zijn. De persoon was bijna dood maar stierf in feite niet. Was de persoon gestorven, dan zou hij niet teruggekomen zijn. Dus, alhoewel ze fascinerend zijn, kunnen bijna-dood ervaringen ons niet helpen om de weten wat er NA DE DOOD gebeurt].

Een mens kan zeker wel weten wat er na zijn dood gebeurt, maar laten we dit nog even voor later houden. Er zijn fundamenteel drie mogelijkheden:

1) Er gebeurt helemaal niets. De persoon houdt gewoon op te bestaan  de materialistische visie.

2) Na zijn dood komt de persoon terug op aarde, in een andere gedaante (als mens, dier, of plant?)

3) Er is een leven na de dood, een bestaan na het graf. Er is geen weggaan maar een doorgaan.

Laten we de eerste twee van deze mogelijkheden beschouwen:

1) Materialisme

Wat gebeurt er bij de dood? De eerste mogelijkheid is dat er helemaal niets gebeurt. De persoon houdt gewoon op te bestaan (voor zover het zijn bewuste bestaan betreft).

Deze visie, die velen vandaag aanhangen, is gebaseerd op de filosofie van het materialisme. Deze theorie veronderstelt dat fysieke materie de enige realiteit is, en dat alle bestaan, processen en fenomenen kunnen verklaard worden als manifestaties of gevolgen van materie. Met andere woorden: het enige wat telt is materie, of in het Engels: the only thing that matters is matter! Dit is de theorie die ten grondslag ligt van bewegingen zoals het communisme en Darwinisme (evolutietheorie).

[Noot 3: het kerngeloof van het communisme is atheïsme. Gezien communisten God ontkennen, moeten zij ook ontkennen dat er een Schepper is. Als er nooit iets werd geschapen, moet materie eeuwig zijn. De Bijbel leert echter dat God, niet materie, eeuwig is (Psalm 90:2) en dat materie geschapen werd tijdens de zesdaagse schepping (Genesis 1)].

Volgens het materialisme is een mens niets meer dan het lichaam. Er bestaat niet zoiets als een ziel of geest. De mens is niets anders dan benen, bloed, hersenen, enz. De mens is louter een collectie atomen en moleculen en chemicaliën en niets meer. Vermits men denkt dat de mens enkel een lichaam is en niets meer, zal wanneer het lichaam sterft, ook alles gedaan zijn! De persoon houdt op een bewust bestaan te hebben na de dood, na het graf, niettegenstaande de atomen en moleculen, die deze persoon vorm gaven, blijven voortbestaan wanneer het lichaam tot stof herleid wordt, enz.

[Noot 4: volgens de eerste wet van de thermodynamica kan energie (materie) niet gecreëerd of vernietigd worden. Na de dood zal de materie (fysieke lichaam) van de mens voortgaan te bestaan in een of andere vorm].

Zij die zulke zienswijze aanhangen, geloven dat de dood alles beëindigt. Er bestaat dan geen hoop op een voortgezet bewust bestaan na het graf. Dit leven is alles wat er is.

[Noot 5: De Heer Jezus heeft eens en voor altijd de vraag beantwoord of de mens enkel een lichaam is en niets meer. In Mattheüs 10:28 zei Hij: “En wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden en de ziel niet kunnen doden, maar wees juist bevreesd voor Hem Die zowel ziel als lichaam kan verderven in de hel”. Volgens deze verklaring is er ook een niet-fysisch, niet-materieel deel van de mens dat het graf overleeft (“de ziel”) en Hij noemt ook een leven na de dood (“de hel”)].



2) Reïncarnatie

Wanneer we spreken van “incarnatie” dan verwijzen we naar de tijd van Gods vleeswording als mens: “En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond” (Johannes 1:14). De term “reïncarnatie” verwijst naar het opnieuw komen of terugkomen in het vlees. Het verwijst naar de wedergeboorte van een ziel in een nieuw lichaam of een nieuwe vorm van leven (misschien als een dier?). Deze theorie impliceert dat wij ooit een vorig leven hadden (misschien was ik ooit Attila de Hun, of Thomas Jefferson, of een bunzing) en dat ik misschien meerdere levens heb in de toekomst.

Hindoes geloven dat de ziel doorheen vele achtereenvolgende wedergeboorten gaat. De wedergeboorte kan naar een hogere vorm zijn, d.w.z. naar een lid van een hogere kaste of een god. Maar de wedergeboorte kan ook neerwaarts gaan in de sociale ladder, naar een lagere kaste, of zelfs een dier, vermits het wiel van Karma (actie in een vorig leven) van toepassing is op zowel dieren als mensen. Hindoes leren dat alle schepselen, mens en dier, in hun huidige situatie vertoeven als gevolg van de acties (Karma) in vorige levens.

De Bijbel haalt de reïncarnatietheorie neer met één duidelijke verklaring: “Het is voor de mensen beschikt dat zij eenmaal moeten sterven en dat daarna het oordeel volgt” (Hebreeën 9:27). Indien reïncarnatie waar zou zijn, zou een mens een aantal keren sterven en telkens wedergeboren worden in andere vormen. De Schrift leert dat de dood wordt gevolgd door het oordeel: de tijd waarin we zullen staan voor God die ons schiep.



3) Is er echt een leven na de dood?

Beëindigt de dood alles, of is er echt een bestaan na het graf? Waarom het niet vragen aan uw overleden grootvader of grootmoeder en zien wat zij erover te zeggen hebben! Maar dat is exact het probleem. Zij die sterven kunnen nooit terugkomen en er ons over vertellen. De dood is een éénrichtingsstraat.

Er zijn twee grote onbekendheden in het leven, die geen van beide kunnen ontdekt worden zonder uitwendige hulp (bovennatuurlijke hulp). De eerste onbekendheid gaat over de toekomst; de tweede gaat over wat achter het graf ligt.

De mensen willen maar al te graag weten wat de toekomst brengt, maar er is slechts één Persoon die de toekomst kent. Aangaande toekomstige gebeurtenissen zitten wij volkomen in het duister. Wij weten niet eens wat later op deze dag gebeuren zal.

[Noot 6: als waarzeggers werkelijk de toekomst zouden kunnen voorspellen, waarom zouden zij dan niet hun job opgeven en investeren in de aandelenmarkt of in paardenkoersen?]

Er is slechts één Persoon die het eind kent vanaf het begin (zie Jesaja 46:9-10). Gelukkig weet Hij dat niet enkel, maar is alles ook onder Zijn controle. Hij heeft ons reeds sommige dingen geopenbaard die zullen gebeuren in de toekomst, maar dit is nu ons onderwerp niet.

[Noot 7: zie de studies over Eschatologie en Profetie op www.verhoevenmarc.be].

Net zoals de toekomst onbekend is voor ons, is er een groot mysterie over wat na het graf komt. Hoe kan dit mysterie opgelost worden? Hoe kunnen wij informatie verkrijgen over het hiernamaals dat zeker en vast is? In de hele geschiedenis is er slechts één Persoon die de dood overwonnen heeft. Het graf hield ieder ander in zijn vaste greep, maar één Persoon barstte los uit deze gevangenis en kwam terug tot leven. Grote religieuze leiders en andere grote mannen werden allen begraven en hun overblijfselen zijn nog steeds bij ons vandaag (ook al zijn zij tot stof herleid), met één merkwaardige uitzondering:

Abrahams graf bezet!

Mozes’ graf bezet!

Confucius’ graf bezet!

Gautama Boeddha’s graf bezet!

Mohammeds graf bezet!

Jezus’ graf LEEG!

Het unieke van Christus


Terwijl de meeste mensen vandaag de naam van Jezus Christus enkel als een vloekwoord gebruiken, zijn er anderen die zich aangetrokken voelen tot deze Man omdat Zijn leven zo uniek was.
Iemand heeft Zijn leven en invloed als volgt beschreven:

Ongeveer 2000 jaar geleden, in een duister dorp, werd een kind geboren aan een nederige vrouw. Hij groeide op in een ander dorp waar Hij werkte als een timmerman. Toen Hij ongeveer 30 jaar oud was leerde en predikte Hij.

Deze Man ging nooit naar een college of seminarie. Hij schreef nooit een boek. Hij bekleedde nooit een openbaar ambt. Hij had nooit een gezin. Hij wandelde nooit verder dan 300 km van Zijn geboorteplaats. Hij was nog maar een dertiger toen Hij de doodstraf onderging aan een kruis, tussen twee rovers. Zijn beulen dobbelden voor het enige stuk bezit dat Hij had: het simpele kleed dat Hij droeg. Zijn lichaam werd gelegd in een geleend graf. Drie dagen later stond deze Man op uit de doden, een levend bewijs dat Hij was en beweerde de Redder te zijn die God had gezonden, de Vleesgeworden Zoon van God.

Sindsdien zijn bijna 2000 jaar gekomen en gegaan, en vandaag is de opgestane Heer Jezus Christus de centrale figuur van het menselijke ras. Op onze kalenders verdeelt Zijn geboorte de geschiedenis in twee delen. Eén dag in de week is opzij gezet als herinnering aan Hem. De twee grootste dingen die wij vieren zijn Zijn geboorte en Zijn opstanding. Het leven van deze ene Man voorzag in thema’s voor méér liederen, boeken, gedichten en schilderijen dan enig ander persoon in de geschiedenis. Duizenden colleges, hospitalen, weeshuizen en andere instituten werden opgericht tot eer van deze Ene die Zijn leven voor ons gaf. Alle legers die ooit marcheerden, alle naties die ooit vaarden, alle overheden en koningen die ooit regeerden, hebben de loop van de geschiedenis nooit zozeer veranderd als dit Ene Solitaire Leven.

Laten we nu de meest significante gebeurtenis in het leven van deze unieke Persoon beschouwen:

De opstanding van Christus


Het graf was leeg. Het levenloze lichaam van de gekruisigde Christus werd gelegd in een nieuwe tombe, een gigantische steen werd tegen de enige ingang van het graf gedraaid, en deze begraafplaats werd bewaakt door Romeinse soldaten (Mattheüs 27:62-66). Hoe verklaren we het feit dat op de derde dag zijn graf leeg werd gevonden? Zelfs Houdini had hieruit niet kunnen ontsnappen!

De opstanding van Christus is een van de meest grondige en stevig gedocumenteerde gebeurtenissen in de geschiedenis. Er waren talloze ooggetuigen die de opgestane Christus gezien hebben. Zie 1 Korinthiërs 15:1-8 waar we een lijst krijgen van verschillende mensen die de Heer zagen na Zijn opstanding, inbegrepen 500 mensen bij één gelegenheid (vers 6).



De bekende Joodse historicus Flavius Josephus, geboren in 36 nC, leefde kort bij de gebeurtenissen en heeft veel geschreven over Bijbelse figuren en plaatsen, zoals de kleurrijke groep van Herodes en zijn familieleden; de Romeinse keizers Augustus, Tiberius, Claudius en Nero; Quirinius, de landvoogd van Syrië; Pilatus, Felix en Festus, procurators van Judea; de families van de hogepriesters - Annas, Kajafas, Ananias en de rest; de Farizeeën en de Sadduceeën; enz.

Hier een uittreksel1 uit Boek XVIII, 63-64 waar hij spreekt over Christus en de christenen (en zelfs Pilatus, Mt 27:2):

[63] In die tijd leefde Jezus, een wijs man, voorzover het geoorloofd is hem een man te noemen. Hij verrichtte namelijk daden die onmogelijk geacht werden, en hij was leermeester van mensen die met vreugde de waarheid tot zich namen. En veel Joden alsook velen van de Grieken bracht hij tot zich. Hij was de Christus. [64] Ook nadat Pilatus hem op aanwijzing van de eerste mannen bij ons de straf van het kruis had opgelegd, gaven zij die het eerst in liefde waren gaan leven niet op. Hij was namelijk aan hen verschenen op de derde dag, opnieuw levend. De goddelijke profeten hadden die dingen en ontelbare andere wonderbaarlijke dingen over hem gezegd. Tot op de dag van heden is de naar hem genoemde groep van de christenen niet verdwenen.

Zie verder http://www.verhoevenmarc.be/PDF/Betrouwbaarheid-NT.pdf (F.F. Bruce) en http://www.verhoevenmarc.be/PDF/Door-God-ingegeven.pdf.


Indien een onpartijdige jury al deze bewijzen zou bezitten, inbegrepen een overvloed van getuigenissen van ooggetuigen, zouden de juryleden ertoe gedwongen worden te concluderen dat Christus uit de dood opstond. De feiten van de zaak ondersteunen deze conclusie krachtig.



Josh McDowell in “Meer dan een Timmerman” over juridisch bewijs vs. wetenschappelijk bewijs:

“Wanneer de wetenschappelijke methode de enige methode was om iets te bewijzen, zou u niet kunnen bewijzen dat u vanmorgen naar uw eerste college ging of dat u vandaag heeft gegeten. U heeft geen mogelijkheid om deze voorvallen onder gecontroleerde omstandigheden te herhalen.

Nu volgt wat men noemt het juridisch-historische bewijs, waarbij het gaat om aan te tonen dat iets buiten redelijke twijfel echt gebeurd is. Met andere woorden, hoe je iets beoordeelt wordt verkregen op basis van het gewicht van het bewijsmateriaal. Oftewel, er is geen redelijke grond om de conclusie in twijfel te trekken. Het hangt af van de drie soorten getuigenis: mondelinge getuigenis, schriftelijke getuigenis en bewijsstukken. Door met gebruik van de juridische methode vast te stellen wat er is gebeurd, zou u vrijwel zonder redelijke twijfel kunnen bewijzen dat u vanmorgen op college was: uw vrienden hebben u gezien, u heeft uw aantekeningen, de professor herinnert zich u …” (Hoofdstuk 3)

De opstanding van Christus is het fundament van het Christendom. Als iemand zou kunnen bewijzen dat de opstanding nooit gebeurde, dan zou het Christendom vernietigd worden en veranderen in een religie van een leugen. Ieder die de beweringen van het Christendom claimt moet beginnen met een leeg graf. En als Christus niet opstond uit de doden, hoe verklaar je dan dat lege graf?

George Lyttelton (1709-1773) was een beroemde Engelse schrijver en staatsman die leefde in de tijd dat rationalisme, agnosticisme en deïsme heel prominent waren in West-Europa. Juist voordat hij stierf zei hij tegen zijn nauwe vriend en biograaf dr. Samuel Johnson: “Toen ik voor het eerst de wereld instapte had ik vrienden die probeerden mijn christelijk geloof te doen wankelen. Ik zag moeilijkheden die me ontstelden …”

Lyttleton had een vriend met de naam Gilbert West. Deze was er volledig van overtuigd dat de Bijbel onbetrouwbaar is en was vastbesloten het Christendom te ontmaskeren als vals. Lyttleton koos de bekering van Paulus en Gilbert West de opstanding van Christus als onderwerpen van kritiek. Beiden zetten zich neer, vol van vooroordeel, voor hun respectievelijke taak. Maar, het resultaat van hun afzonderlijke pogingen was dat zij beiden veranderden door deze inspanningen om de waarachtigheid van de Christendom omver te werpen. Zij kwamen samen, niet zoals zij verwacht hadden om te juichen over een blootgelegd bedrog, maar om te treuren over hun eigen dwaasheid en om elkaar te feliciteren voor hun gezamenlijke overtuiging dat de Bijbel het Woord van God was. Hun bekwame onderzoeken hebben twee van de waardevolste verhandelingen opgeleverd die ooit geschreven werden. De ene droeg de titel: “Observations on the Conversion of St. Paul” en de andere “Observations on the Resurrection of Christ”.

[Noot 8: een ander voorbeeld van een scepticus die veranderde als gevolg van een onderzoek van het bewijsmateriaal, is het geval van Lew Wallace, de auteur van Ben Hur. Wallace was een vriend van de beroemde ongelovige Robert Ingersoll. Op een dag daagde Ingersoll hem uit: “Lew, waarom schrijf je niet een boek en bewijs aan de wereld eens en voor altijd dat Jezus Christus niets anders was dan een mythisch figuur, en nog minder de Zoon van God?” Wallace investeerde een grote hoeveelheid tijd en geld om elk spoor van bewijs te onderzoeken dat hij kon vinden, en zijn conclusies waren geheel anders dan Ingersoll had gehoopt, en zoals elke lezer van Ben Hur weet].



Hebt u ooit serieus nagedacht over de opstanding van Jezus Christus? Hoe verklaart u het lege graf? Sommigen, zoals ooit Gilbert West, halen de opstanding naar beneden en drijven er de spot mee. Maar zijn zij ooit gaan neerzitten zoals Gilbert West later deed, en bekeken zij de historische verslagen en zagen zij de weelde aan bewijzen die op het feit wijzen dat Hij die gekruisigd was opnieuw opstond? De meeste mensen hebben nooit eens overwogen het verslag en het gewicht van de bewijzen te onderzoeken.

Veronderstel dat een religieuze of politieke leider vandaag de volgende aankondiging zou doen in de media: “Ik wil dat u weet dat wanneer ik naar Londen ga, mijn vijanden mij zullen vermoorden, mijn lichaam zal begraven worden, maar in minder dan een week tijd zal ik terugkomen uit de dood, en honderden mensen zullen mij zien”. Wat een eigenaardige voorspelling! En toch heeft de Heer Jezus soortgelijke uitspraken gedaan, herhaaldelijk, tijdens Zijn bediening op aarde (zie Mattheüs 16:21; 17:9; 17:22-23; 20:18-19; 26:32; enz.).

Het is belangrijk te noteren dat Jezus Christus gezien werd door allerlei soorten mensen, op verschillende tijdstippen en onder verschillende omstandigheden. Bij één gelegenheid verscheen Hij aan slechts één enkel persoon; bij een andere gelegenheid verscheen Hij aan twee mensen. Verscheidene keren werd Hij gezien door zeven of meer mensen. Bij één gelegenheid waren er meer dan 500 mensen die de opgestane Christus zagen (1 Korinthiërs 15:6). Van hen die de opgestane Heer zagen waren sommigen vrouwen en anderen mannen. Eén was een belastinginner, anderen waren vissers, één was een scepticus (Thomas), een ander had Christus recent verloochend (Petrus) en een ander was een vijand van het Christendom (Saulus van Tarsus).

De opgestane Heer werd ook gezien onder allerlei omstandigheden. Sommigen zagen Hem in een tuin, anderen in een kamer, anderen spraken met Hem op een weg, en anderen aten met Hem bij het Meer van Galilea. Hij verscheen meer dan eens in Judea en meer dan eens in Galilea en een keer verscheen Hij ten noorden van Galilea, nabij Damascus (Handelingen 9). Sommigen ontmoetten Hem op een berg, anderen zagen Hem bij dageraad, anderen in het licht van de dag, en weer anderen zagen Hem ’s nachts. Na Zijn dood werd Hij levend gezien tijdens een periode van 40 dagen. Een arts van de eerste eeuw onderstreepte de echtheid van de opstanding zoals bewezen door de verschijningen van Christus na Zijn opstanding, toen hij dit zei: “Hij heeft Zichzelf, nadat Hij geleden had, ook levend aan hen vertoond, met veel onmiskenbare bewijzen, veertig dagen lang, waarbij Hij door hen gezien werd en over de dingen sprak die het Koninkrijk van God betreffen” (Handelingen 1:3).

Zij die de opstanding ontkennen zijn opgekomen met verklaringen voor het lege graf. Verschillende mensen hebben de volgende zwakke theorieën gesuggereerd (punt 5 heb ik echter zelf bedacht):



1) De discipelen stalen het lichaam van Jezus.

Eerst en vooral: hoe konden zij de Romeinse soldaten passeren die het graf bewaakten, en hoe konden zij de grote rotssteen bewogen hebben die tegen de ingang van het graf stond? Maar nog significanter is dit: indien de discipelen het lichaam hadden gestolen, dan zouden zij geweten hebben dat Jezus dood was. Waarom zouden zij dan uitgegaan zijn om onbevreesd te prediken dat Hij was opgestaan? De meesten van hen werden gedood wegens de boodschap die zij predikten. Mensen geven zelden hun leven af voor een leugen. [Zie: “Sterven voor een Leugen?” DOC of PDF].



2) De vrouwen gingen naar de verkeerde graftombe en vonden die leeg.

Indien zij zo’n vergissing zouden begaan hebben, is het zeker dat de gezagsdragers dit feit onder hun aandacht zouden gebracht hebben. Als de vijanden van het Christendom hadden geweten waar het lichaam was, zouden zij het dan niet tevoorschijn gehaald hebben? Dit zou eens en voor altijd bewijzen dat de opstanding vals was. Alles wat zij moesten doen is het lichaam tevoorschijn brengen, maar niemand deed dat ooit.



3) De mensen die Jezus beweerden te zien hadden hallucinaties en visioenen. Zij dachten Christus te zien maar dat was niet zo.

Dit zou één of twee geïsoleerde gevallen beantwoord hebben, maar het is gewoon onmogelijk dat 500 mensen, bij één gelegenheid, allemaal zouden gehallucineerd hebben (1 Kor. 15:6). En opnieuw, dit kon eenvoudig beantwoord worden door het lichaam van Jezus tevoorschijn te brengen.



4) Jezus stierf niet werkelijk aan het kruis, en toen Hij in de graftombe gelegd werd leefde Hij nog. Als mensen Hem later in leven zagen kwam dat omdat Hij nooit stierf.

Ooit las ik het volgende in een krant: Vraag: onze predikant zei op paasdag dat Jezus aan het kruis gewoon was flauwgevallen en dat de discipelen Hem verzorgden tot Hij beter was. Wat denkt u? Antwoord: sla uw predikant 39 keer met een gesel; stomp hem herhaaldelijk; nagel hem aan een kruis; hang hem zes uur in de zon; steek een speer door zijn hart; balsem en wikkel hem in; en plaats hem vele uren in een hermetische tombe (geen lucht), en zie wat er gebeurt!



5) Een UFO kwam en nam het lichaam weg door middel van een moleculaire transporter.

-------------------------

Hebt u een redelijke verklaring voor de lege graftombe? Ik heb er slechts één gevonden die overeenkomt met de feiten en die harmoniseert met alle bewijzen: Jezus stond werkelijk op uit de doden, juist zoals de vele ooggetuigen hebben verklaard. Eén van die ooggetuigen schreef dit (sprekend over zichzelf, alhoewel in de derde persoon): “Dit is de discipel die van deze dingen getuigt en deze dingen beschreven heeft; en wij weten dat zijn getuigenis waar is” (Johannes 21:24).

Terug naar ons onderwerp


We maakten een omweg door over de opstanding te praten. Daar was een reden voor. Hoe kan ik weten wat achter het graf ligt? De enige veilige en solide oplossing is van te gaan naar de enige Persoon die het graf heeft overwonnen en terugkwam uit de dood. Ik laat Hem mijn Gids en mijn leraar zijn wanneer het gaat over leven en dood. Als iemand het weet dan is Hij het wel. “Hij heeft de dood tenietgedaan en het leven en de onvergankelijkheid aan het licht gebracht door het evangelie” (2 Timotheüs 1:10).

Als u er niet van overtuigd bent dat Jezus Christus de enige betrouwbare Autoriteit is inzake leven en dood, en leven achter het graf, dan kunnen de volgende alinea’s niet zo overtuigend lijken dan dat ze anders zouden zijn. Maar u bent nu al tot hier gekomen en ik hoop dat u verder zult lezen tot aan het eind. Heeft iemand u aangetoond, vanuit de bladzijden van de Bijbel, wat de Schrift leert over leven en dood, hemel en hel? Ik zal het zo kort en zo eenvoudig als mogelijk houden.

Ik heb getracht aan te tonen dat Jezus Christus de enige ware Autoriteit is wanneer het gaat over wat er ligt achter het graf. Hij heeft ons vaste en zekere antwoorden gegeven op dit groot mysterie, en deze antwoorden worden gevonden in Zijn Woord, de Bijbel. Jezus zei dat Gods Woord de WAARHEID is (Johannes 17:17) en volkomen kan vertrouwd worden (Mattheüs 24:35).

Leven en dood - hoe zit dat?


De dood kwam in onze wereld als gevolg van ’s mensen zonde en ongehoorzaamheid. “Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood over alle mensen gekomen, in wie allen gezondigd hebben” (Romeinen 5:12). God gaf Adam een eenvoudig gebod: “maar van de boom van de kennis van goed en kwaad mag u niet eten, want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven” (Genesis 2:17).

[Noot 9: de historiciteit van Adam en Eva is bevestigd door Christus Zelf (zie Mattheüs 19:4-6)].

Adam werd gezegd dat hij zou sterven de dag dat hij van de verboden vrucht zou eten.

Het is interessant te noteren dat Adam op die dag van zijn zonde niet onmiddellijk stierf. In Genesis 5:5 staat dat Adam daarna nog vele jaren leefde. De fysieke dood maakte wel deel uit van Gods vloek over de mens wegens zijn zonde: “In het zweet van uw aangezicht zult u brood eten, totdat u tot de aardbodem terugkeert, omdat u daaruit genomen bent; want u bent stof en u zult tot stof terugkeren” (Genesis 3:19). Als God dan tot Adam zei dat hij zou sterven op de dag dat hij van de vrucht at, wat bedoelde Hij dan? In welk opzicht stierf Adam? Hij stierf niet onmiddellijk fysiek, maar hij stierf op een andere manier.

Het is belangrijk te begrijpen dat de DOOD afscheiding inhoudt. Wanneer een persoon fysiek sterft wordt de ziel afgescheiden van het lichaam - dat betekent: de ziel vertrekt van het lichaam. Alle fysieke cellen zijn er nog, maar er is geen levendigheid meer, geen leven. “Het lichaam zonder geest is dood” (Jakobus 2:26).

Toen Adam God ongehoorzaam was, viel hij niet terstond dood. Hij bleef ademen; zijn hart bleef kloppen en alle vitale tekenen waren in orde. Maar geestelijk gezien was er een drastische verandering opgetreden in zijn relatie met God. Toen hij zondigde werd hij afgescheiden van God in die zin dat hij niet langer de gemeenschap en goedkeuring van God genoot. Hij stond nu schuldig en was beschaamd en niet meer in staat te genieten van de relatie met God die hij eens had. Zij die de Bijbel bestuderen spreken hierover vaak als “geestelijke dood”. Wegens de zondigheid van de mens is het voor hem onmogelijk de geestelijke relatie te hebben met God die Hij had bedoeld.


Wat is geestelijk leven?


Als geestelijke dood afscheiding van God is, in de betekenis van niet in staat te zijn een juiste verhouding te hebben met God, dan is geestelijk leven de mogelijkheid van een mens om een juiste vorm van relatie en gemeenschap te hebben met zijn Schepper. De Heer Jezus sprak hierover in Johannes 17:3: “En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die U gezonden hebt”. De persoon die (geestelijk) leven bezit is de persoon die de enige ware God KENT. Ziet u, Christendom is niet zozeer iets doen dan wel Iemand kennen! Het gaat om een echte en juiste persoonlijke relatie met de enige ware God: Hem te kennen, u in Hem te verheugen, gemeenschap hebben met Hem, Hem te behagen, Hem te spreken, Hem lief te hebben, enz.

Het dilemma van de mens


Wegens de zonde is de mens geestelijk dood. De Bijbel beschrijft mensen als zijnde “dood door de misdaden en de zonden” (Efeziërs 2:1, 5). Zulke mensen zijn zeker fysiek levend - zij wandelen en praten, lachen en wenen en tonen alle tekenen van fysiek leven. Maar geestelijk zijn zij afgescheiden van God: “verduisterd in het verstand, vervreemd van het leven dat uit God is” (Efeziërs 4:18). Zij zijn verloren (Lukas 19:10; Jesaja 53:6) en vervullen niet het doel waarvoor zij geschapen werden. De mens werd geschapen om God te kennen en zich voor altijd in Hem te verheugen door middel van een persoonlijke relatie. Zonde snijdt deze relatie af en vervreemdt de persoon van God.

God is volmaakt heilig en rechtvaardig en Hij kan geen gemeenschap hebben met hen die bevuild zijn door zonde. “Maar uw ongerechtigheden maken een scheiding tussen u en tussen uw God, en uw zonden verbergen het aangezicht van u, dat Hij niet hoort” (Jesaja 59:2). De dood omvat altijd afscheiding, en de mens is afgescheiden van God door de zonde. Het probleem van de mens is bovenal een probleem van het hart. Jezus zei: “Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen voort kwade overleggingen, alle overspel, hoererij, moord, diefstal, hebzucht, slechte dingen, bedrog, ontucht, een boos oog, lastering, hoogmoed, onverstand; al deze verkeerde dingen komen voort van binnenuit en verontreinigen de mens” (Markus 7:21-23).

Als ik eerlijk ben met mezelf zal ik erkennen dat ik boosheid heb begaan en tekort ben geschoten aan Gods rechtvaardige eisen: “zoals geschreven staat: Er is niemand rechtvaardig, ook niet één, er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt” (Romeinen 3:10). Zonde scheidt ons af van een heilige God.

Wegens onze zonden, is er een straf bij betrokken. Het is de doodstraf: “zonde … baart de dood” (Jakobus 1:15). Wegens onze zonde hebben wij de dood verdiend. En deze doodstraf moet voltrokken worden. God, in Zijn volmaakte en heilige rechtvaardigheid, moet zonde bestraffen.

Wat is deze doodstraf? Ze is veel meer dan fysieke dood. We hebben al gezien dat de dood afscheiding van God betekent. De Bijbel spreekt van een eeuwige dood, “de tweede dood” genaamd en dat betekent eeuwige afscheiding van God en eeuwige bestraffing door God: “Maar wat betreft de lafhartigen, de trouwelozen, de verdorvenen, de moordenaars, hen die hoererij bedrijven, de tovenaars, de afgodendienaars en alle bedriegers, hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood” (Openbaring 21:8). “En de dood en het graf werden in de poel van vuur geworpen. Dit is de tweede dood. En als iemand niet bleek ingeschreven te zijn in het Boek des levens, werd hij in de poel van vuur geworpen” (Openbaring 20:14-15). “Dan zal Hij ook zeggen tegen hen die aan de linkerhand zijn: Ga weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bestemd is … En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn, maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven” (Mattheüs 25:41, 46).

[Noot 10: deze verzen over eeuwige straf en eeuwige dood zijn heel ernstig en ontnuchterend. Het is een bijbels feit dat de Heer Jezus meer te zeggen had over de hel en eeuwige bestraffing dan enig ander persoon in de Schrift. Het is verschrikkelijk onwijs deze realiteiten te ontkennen. De reden waarom wij zoveel problemen hebben met zulke onderwerpen is dat we erin falen de verschrikkelijkheid van de zonde te begrijpen en de ontzagwekkendheid van Gods heiligheid. Wat wij werkelijk moeten begrijpen is al hetgeen God gedaan heeft, door Jezus Christus, om ons te bevrijden van zulke verschrikkelijke dood].

Alhoewel het concept van eeuwige bestraffing (de hel) niet in de mode is vandaag, is ze toch een realiteit waarover de Heer Jezus dikwijls sprak en daarom mogen wij zijn waarschuwingen niet negeren. Hij stierf om ons te redden van de toorn die komt.

Gods remedie


Laten we ons herinneren:

Allen hebben gezondigd (Romeinen 3:23).

Het loon van de zonde is de dood (Romeinen 6:23). (Deze dood gaat over eeuwige afscheiding van God en bestraffing door God).

De straf moet gedragen worden. God kan en wil zonde niet door de vingers zien.

Iemand zei eens:



Het leven is kort;
De dood is zeker;
Zonde is de oorzaak;
Christus is de remedie!

God heeft een remedie voorzien en ze is er in de Persoon van Zijn geliefde Zoon Jezus Christus.


Redding door plaatsvervanging


“Want toen wij nog krachteloos waren, is Christus op de bestemde tijd voor goddelozen gestorven. Want bij hoge uitzondering zal iemand voor een rechtvaardige sterven, hoogstens immers heeft iemand de moed om voor de goede mens te sterven. God echter bevestigt Zijn liefde voor ons daarin dat Christus voor ons gestorven is, toen wij nog zondaars waren” (Romeinen 5:6-8). “Dat Christus gestorven is voor onze zonden” (1 Korinthiërs 15:3). “Want Hem Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij [God] voor ons zonde gemaakt, opdat wij zouden worden: gerechtigheid van God in Hem [Christus]” (2 Korinthiërs 5:21).

De kern van het Evangelie is dat de zondeloze Redder stierf in onze plaats. Hij nam de doodstraf op Zich die wij verdienden. Hij stierf als onze Plaatsvervanger en leed onder de toorn en woede en bestraffing van de Almachtige God, terwijl dit alles op ons had moeten terechtkomen. Wij zijn de schuldigen, maar de Redder nam onze plaats in en betaalde de prijs ten volle. Hij stierf in plaats van ons opdat wij mochten leven.

Op de derde dag erna stond Hij op uit de dood en leeft voor altijd. Hij is in staat ieder te redden die tot de Vader gaat door Hem (Hebreeën 7:25; Johannes 14:6). De Vader is geheel tot tevredenheid gestemd doordat Zijn Zoon voor zondige mensen al het nodige heeft volbracht om met Hem verzoend te worden. Het probleem van de ZONDE werd opgelost!

Wat moet een mens doen?


Het Evangelie van Johannes werd geschreven opdat de mensen mochten geloven dat Jezus Christus de Christus is, de Zoon van God, en dat zij gelovend het eeuwig leven zouden hebben in Zijn Naam (Johannes 20:31). Voortdurend wordt in het Evangelie van Johannes gezegd dat er maar één ding is wat een zondaar moet doen om gered te worden. Hij moet GELOVEN in Jezus Christus. Lees zelf de volgende verzen: Johannes 1:12; 3:15-16; 3:18; 3:36; 5:24; 6:35; 6:47; 11:25-26; enz. Zie ook Handelingen 16:30-31.

Vriend, redding wordt niet verkregen door goede werken of religieuze inachtnemingen (Efeziërs 2:8-9; Titus 3:5). Het is niet wat wij doen dat telt; het is wat Christus HEEFT GEDAAN dat telt. Als wij onszelf zouden kunnen redden, zouden wij geen Redder nodig hebben. Wij moeten onze hopeloze en hulpeloze toestand erkennen en vluchten naar een Redder die eeuwige hoop en eeuwige hulp schenkt.

“Zoekt de HEERE, terwijl Hij te vinden is; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is. De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot de HEERE, zo zal Hij Zich over hem ontfermen, en tot onze God, want Hij vergeeft menigvuldig” (Jesaja 55:6-7).

“Als u met uw mond Jezus als Heere belijdt en met uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden … Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden” (Romeinen 10:9, 13).


De Heer ontvangen door geloof


Als u uw nood aan de Heer Jezus Christus en de redding die Hij aanbiedt hebt ingezien, dan moet u tot Christus komen en Hem ontvangen als uw persoonlijke Redder. Het volgende gebed is een voorbeeld dat u zou kunnen helpen te begrijpen hoe een verloren zondaar tot God kan komen in geloof, uitkijkend naar Hem opdat Hij Zijn reddingswerk doet in onze harten. Vooraleer u dit voorbeeldgebed leest kan u deze Schriftplaatsen lezen: Johannes 1:12 en Johannes 3:16:

“Heilige God, ik weet dat ik tegen U gezondigd heb en Uw wetten heb gebroken en ondeugdelijk geleefd heb. Ik erken dat ik een verloren zondaar ben en dat ik Gods oordeel en toorn verdien. Ik ben de hel waardig. Heer, ik geloof ook dat U mij liefhadt en Uw Zoon hebt gezonden om te sterven aan het kruis, voor mij, om de volle straf te betalen voor mijn zonden. Ik geloof dat Hij stierf als mijn Plaatsvervanger en dat Hij opstond uit de dood om mijn levende Heer en Verlosser te zijn. Ik ontvang nu graag de Heer Jezus Christus als mijn Redder. Heer Jezus red mij en vergeef mij al mijn zonden, en geef me Uw gave van eeuwig leven. Help me om voor U te leven, de hele rest van mijn dagen op deze aarde. Dank U voor het redden van mijn ziel en om mij te herstellen. In de Naam van Jezus Christus, mijn Heer, Amen”.

* * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * *

Wat ligt achter het graf voor een gered persoon?


De volgende Schriftverzen onthullen wat er achter het graf ligt voor de persoon die geloofd heeft in Jezus Christus:

“En Jezus zei tegen hem: Voorwaar, zeg Ik u, heden zult u met Mij in het paradijs zijn” (Lukas 23:43).

“Maar wij hebben goede moed en wij hebben er meer behagen in om uit het lichaam uit te wonen en bij de Heere in te wonen” (2 Korinthiërs 5:8).

“Want het leven is mij Christus en het sterven is mij winst … Want ik word door deze twee gedrongen: ik heb het verlangen om heen te gaan en met Christus te zijn, want dat is verreweg het beste” (Filippenzen 1:21, 23).

“Laat uw hart niet ontroerd worden; u gelooft in God, geloof ook in Mij. In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om plaats voor u te bereiden” (Johannes 14:1-2).

Wat ligt achter het graf voor een niet-gered persoon?


De volgende Schriftverzen onthullen wat er achter het graf ligt voor de persoon die NIET geloofd heeft in Jezus Christus:

“Dan zal Hij ook zeggen tegen hen die aan de linkerhand zijn: Ga weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bestemd is … En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn, maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven” (Mattheüs 25:41, 46).

“Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt!” (Mattheüs 7:23).

“Wanneer Hij met vlammend vuur wraak oefent over hen die God niet kennen, en over hen die het Evangelie van onze Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn. Zij zullen als straf eeuwig verderf ondergaan, weg van het aangezicht van de Heere en van de heerlijkheid van Zijn sterkte” (2 Thessalonicenzen 1:8-9).

“En ook de rijke man stierf en werd begraven. En toen hij in de hel [hades] zijn ogen opsloeg, waar hij gepijnigd werd, …” (Lukas 16:23).

“Maar wat betreft de lafhartigen, de trouwelozen, de verdorvenen, de moordenaars, hen die hoererij bedrijven, de tovenaars, de afgodendienaars en alle bedriegers, hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood” (Openbaring 21:8).


De eeuwige bestemming van zowel gelovigen als ongelovigen


De volgende verzen gaan over de eeuwige bestemming (leven/behoud of verderf/straf) van beide groepen:

“Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan; maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden” (Mattheüs 7:13-14).

“Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God” (Johannes 3:17-18).

“Wie in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven; maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem” (Johannes 3:36).

“En dit is het getuigenis, namelijk dat God ons het eeuwige leven gegeven heeft; en dit leven is in Zijn Zoon. Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet” (1 Johannes 5:11-12).

E-mail: verhoevenmarc@skynet.be

Homepage: www.verhoevenmarc.be of users.skynet.be/fa390968

Ga hier naar de Nieuwste Artikelen of www.verhoevenmarc.be/NieuwsteArtikelen.htm



1 Flavius Josephus, De Oude Geschiedenis van de Joden [Antiquitates Judaicae] Deel III - Boek XIV-XX, Uitgeverijen Ambo Amsterdam en Kritak Leuven, 1998. In schuine druk het gedeelte waarvan de authenticiteit betwijfeld wordt (zie Deel III p. 65-69).







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina